Pastoraal
Tekst: ds. A.K. Wallet, Schoonrewoerd
Alles uit genade
Ik kwam haar tegen op bezoeken die ik bracht bij leden van de kerk. Zij was een vroegere buurvrouw van deze mensen, maar had daar nog steeds goede contacten mee. Een vrouw uit de wereld. Zij en ook haar man waren hartelijke en behulpzame mensen.
Jaren later, toen ik al lang uit die plaats vertrokken was, kreeg ik via-via een berichtje van haar. Zij lag in een ziekenhuis en wilde mij graag nog eens spreken. Toen ik bij haar gekomen was, had zij heel wat te vertellen. Van haar ziekte die haar sloopte en dat haar aardse leven wel niet zo lang meer zou duren. Maar dat was het belangrijkste niet. Ze zei: „Ik heb de Heere mogen leren kennen en het is vrede in mijn hart. Het is heel anders geworden in mijn leven. Weet u, ik heb u geroepen om u te vertellen dat een woord van u mij jaren geleden getroffen heeft." Ik kon me, al luisterend, niet indenken wat dat geweest was. Ze zei: „Als u wegging, gaf u ook mij een hand en zei: 'U ook Gods zegen gewenst.' Dat was het: dat woordje 'zegen'. En als u dat zei: dan dacht ik: ik heb die zegen helemaal niet verdiend, want ik dien God niet. Het maakte mij zo beschaamd. Maar het heeft mij tot nadenken gebracht en ik leerde God zoeken en mocht Hem vinden. Nu weet ik dat ik die zegen ontvangen heb en nu besef ik nog beter dan toen dat ik die zegen helemaal niet verdiend heb. Maar de Heere Jezus heeft die zegen verdiend, opdat ik ook gezegend zou mogen worden."
Een wonderlijk gesprek was het. We hebben de Heere gedankt voor Zijn onuitsprekelijke genade. We werden er weer bij bepaald hoe een enkel woord door God gebruikt wordt om mensen tot Hem te brengen. De Bijbel spreekt over het feit dat een soldaat in zijn eenvoudigheid een pijl afschoot, die niet gericht was op koning Achab, maar toch was deze pijl voor de koning bedoeld en door de Heere bestuurd. Het gaat in het Koninkrijk van God wonderlijk toe. Soms komt er vrucht vanuit een hoek waaruit wij het niet verwachten. Ook laat de Heere zien dat Hij niet werkt om ons. Het is Gods werk. Calvijn zei eens dat dienstknechten van God als slijk aan Gods vingers zijn. Wie getrouw mag arbeiden, zal nooit een hoge dunk van zichzelf krijgen. Er is altijd weer iets om ons te vernederen, om ons klein te houden. Teleurstellingen, kritiek. Maar ook zijn er steeds weer zaken die dienen om God groot te maken en Hem de eer te geven. Daar word je nog kleiner van. De grote prediker Spurgeon kwam eens iemand tegen. Duidelijk was te merken dat deze persoon te diep in het glaasje gekeken had. Hij riep tegen Spurgeon: „Ha dominee, ik ben nog door u bekeerd." Spurgeon antwoordde: „Ja, dat zie ik, als je door God bekeerd was, zou je nu anders zijn." Maar ook overkwam het Spurgeon dat hij preekte en het woord van de profeet Ahia aanhaalde dat hij sprak tegen de vrouw van Jerobeam: „Kom in, gij huisvrouw van Jerobeam; waarom stelt u zich vreemd aan?" Op het moment dat Spurgeon deze woorden sprak, kwam er een vrouw in de kerk, die zich verkleed had omdat zij voor de mensen niet wilde weten dat zij naar deze kerk ging. De vrouw was op slag bekeerd.
Predikers ervaren dat de Heere hen gebruikt maar meer ook niet. Het gebeurt dat zij denken als zij van de kansel afkomen: het ging niet. En later horen zij dat deze preek door de Heere gebruikt is om een zondaar te trekken of om iemand verder te leiden tot Christus. Soms denkt een prediker: ik mocht met vrijmoedigheid spreken, maar hij hoort er niets van of hoorde dat men het niet goed kon verstaan. Als ergens ervaren wordt dat God soeverein werkt, dan wel in de bediening van het Woord. Predikers dienen met al wat in hen is aan te dringen tot bekering, maar leren dat het God is die de wasdom geeft. Alle roem is uitgesloten. Wie roemt, die roeme in de Heere. Van Johannes de Doper zijn de bekende woorden: „Hij moet wassen, maar ik minder worden." Het is de ervaring in het ambtelijke leven. Johannes zegt dat het hem tot blijdschap is. Als Christus maar groot gemaakt mag worden. Dat is ook de ervaring van Gods kind: Alles uit genade. Alles uit Christus.
|