Ogenblik
Tekst: ds. M. van Kooten

Op de laatste zomerdag ging ik voor in de oude kerk van Valburg, een plaatsje in de Betuwe, even buiten de bible belt. Het telt niet echt mee in kerkelijk Nederland. Een vlek slechts, om het bijbels uit te drukken. Laten we niet vergeten dat Jezus in een vlek Zijn volk had. Een belangrijk deel van de kerkgangers bestond uit studenten van studentenvereniging CSFR. Ze waren afkomstig van de universiteit van Nijmegen en hadden een ontmoetingsdag. Die dag bestond uit kerkgang, preekbespreking, de maaltijd gebruiken, samen zingen en elkaar ontmoeten. Dit alles om elkaar tot steun te zijn in een seculiere studieomgeving en ook uitgerust en toegerust te zijn voor de komende periode. De ontmoeting met deze jonge mensen - van allerlei reformatorischs snit - deed me goed. De bespreking van de preek ging echt ergens over. Het sneed hout. Ik signaleerde heilbegeerte. Het gaf me, hoe pessimistisch ik vaak ook gestemd ben, toch verwachting voor de toekomst.
Een dag later, de eerste herfstdag, bezocht ik de kathedraal van Antwerpen. Daar werd juist een openingsdienst gehouden vanwege de aanvang van de studies van de Antwerpse universiteit. Het was een heuse eucharistieviering. Het viel me op hoe massaal de jongeren daar op af kwamen en dat ze echt meededen met die viering. Uitgangspunt in het sermoen was het woord van Lukas: „Het koninkrijk Gods is binnen in ulieden." De dienst werd verder omlijst door koorzang en schitterend orgelspel door de organist-titularis. Het Vlaams en de enorme akoestiek waren een storende factor bij het luisteren, maar nog storender was dat het woord niet tot z'n recht kwam. Er werd wel van het Lam gezongen maar daar bleef het bij. Het koninkrijk Gods, de ware rust, moesten we niet zozeer bij Christus zoeken als wel bij onszelf. Het werd vergeleken met de hele ceremonie van het Japanse theedrinken. Ik moest denken aan de uitdrukking "kerken van goud en preken van hout". Maar ook aan de bekende woorden van ds. L. Vroegindeweij, toen iemand hem vroeg welke dominee men moest beroepen in een vacante gemeente: „Bidt God of hij de pastoor wil bekeren, dan heb je een beste dominee." Wat een zegen zou dat zijn voor zo'n talrijk gehoor.
Bij de uitgang van de kerk stonden studenten om een folder te overhandigen, met de bedoeling aansluiting te zoeken bij het KVHV en een abonnement te nemen op het blad 'Tegenstroom'. Hebben de orthodoxe studentenverenigingen hier doorgaans een Latijnse benaming als Solidamentum, Depositum Custodi, Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato, in Antwerpen hebben de orthodoxe studenten met het kerklatijn ook het potjeslatijn achter zich gelaten. KVHV staat dan ook voor Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond. Een hele mond vol maar ook verwachting scheppend. Toch viel dat tegen. Ik citeer: „De K in onze naam staat voor Katholiek. Dat wil niet zeggen dat we daarom iedere zondag naar de mis gaan." De studenten, die zich naast katholiek ook conservatief noemen, gaven aan dat ze met de katholieke waarden en normen een tegengif willen bieden aan de hedendaagse vervlakking, normvervaging en asociale houding. „Egoïsme, hyperindividualisme en oppervlakkigheid moeten vervangen worden door gezond gemeenschapsdenken, inhoud en kennis van de eigen cultuur." Me dunkt dat, wanneer die doelstelling menens is, men toch ook regelmatig kerkbezoek zou stimuleren, om daar te leren tegen de stroom in te gaan. Van het KVHV heb ik daarom niet al te veel verwachting. Wel van de studenten die we tweemaal ontmoetten in het Betuwse dorpje. Zeker, ds. Joh. van der Poel zei wel eens dat hij bang was voor jongerenverenigingen, omdat daar volgens hem stenen gebakken werden om Gods arme volk dood te gooien. Inderdaad is dat in de praktijk wel eens gebleken. Misbruik heft echter het goed gebruik niet op.
|