Huiswerk
Tekst: Margreet van den Berg-van Brenk

Frans brood
„Dan maak ik het brood wel klaar." Het is Annemarie (9), die me probeert over te halen om buiten te gaan eten. Buiten eten: Het voelt dan al een beetje alsof je op vakantie bent en voor de caravan zit, genietend van een mooi uitzicht, een Frans zonnetje, Franse buren en Frans eten. „Bon apetit", zeggen we dan. Al herinneringen ophalend aan de vorige vakantie, genieten we van het (door Annemarie klaargemaakte) Nederlandse brood en de Nederlandse zon. „Weet u nog dat Rianne en ik samen brood gingen kopen in het dorp?" Jazeker, dat vergeet ik niet. Ik vond het een hele onderneming voor de zussen van toen zeven en acht jaar. Niet het minst vanwege de vreemde taal. De bestelling kunnen ze nu, een jaar later, nog dromen: „Un céréale, s'il vous plaît." Nu was de taal niet de enige hindernis die ze moesten nemen. De winkel waar we het brood altijd kochten, was precies die dag dicht. Toen ze voor de deur stonden te dubben wat ze moesten doen, attendeerde iemand hen op een bakker een paar straten verderop. En daar waren ze vervolgens samen op afgegaan. Trots kwamen Annemarie en Rianne op de camping terug, met het bewuste bruine brood in de hand. Op vakantie gaan is o zo leerzaam. Zullen we weer gaan?
|