|
|
|
|
|
|
 |
|
Home
Artikelen
INTERVIEW
|
|
„Vergif wordt onbewust ingedronken”
„Heel veel leden van kerken uit de gereformeerde gezindte weten niet dat zij een grens zijn overgegaan bij het accepteren van de speelfilm.” Drs. C.J. Meeuse zet in zijn boek “Schijn bedreigt” uiteen waarom speelfilm en toneel verwerpelijk zijn. „We halen met de speelfilm via de achterdeur het slechtste van de televisie binnen.”

Zijn visie op de bijbelse lijnen met betrekking tot de speelfilm en de toneelbestrijding door de eeuwen heen kwam vorig jaar voor velen als een verrassing. Tot op dat moment werd er in de reformatorische achterban nauwelijks gediscussieerd over theater- of bioscoopbezoek. Maar ondertussen heeft zich, zo bleek uit onderzoeken, een ware omslag in de acceptatie van de speelfilm op dvd voltrokken. Acht van de tien jongeren kijkt regelmatig naar films. Niet buiten de deur, maar in de ‘huisbioscoop’, ditmaal in de vorm van de computer. Ds. Meeuse wijt deze stille revolutie onder andere aan de acceptatie van de pc en het gebruik van de videorecorder binnen het gezin. „Het gebruik van bewegende beelden, waar ik me op zich niet tegen verzet, heeft zonder meer grensverlagend gewerkt.” Dat het zo lang duurde voor de snelle opmars van de speelfilm meer aandacht kreeg, kwam volgens hem - vermoedelijk - doordat de afwijzing van theater en bioscoop zo voor de hand liggend was. „Er is er nauwelijks aandacht aan de onderliggende argumenten geschonken. Ik denk dat we er ons in te algemene bewoordingen tegen hebben verzet. Dat was iets van de wereld, iets zondigs en verkeerds, meer niet.”
Leugenachtig De bezwaren waren volgens de predikant van de Gereformeerde gemeente van Goes op zich wel bekend, maar in de tweede helft van de twintigste eeuw enigszins in de vergetelheid geraakt. „Door de eeuwen heen, merkwaardig genoeg zelfs tot en met Abraham Kuijper toe, is er gestreden tegen het toneel. Niet alleen vanwege het inhoudelijke en vaak zondige karakter, maar ook omdat mensen buiten zichzelf treden en op een leugenachtige wijze anderen naspelen. De speelfilm is niet anders.” Aanleiding tot het schrijven van een boek was de vraag die hij eind 2002 ontving vanuit Nigeria. Zendingswerker Jan Peter Baan informeerde of ds. Meeuse zijn gedachten op papier wilde zetten over het gebruik van een Jezusfilm en soortgelijke middelen in het evangelisatiewerk. Enkele maanden later werd de zendingswerker op een laffe wijze vermoord. Op verzoek van zijn weduwe en van het zendingsdeputaatschap nam ds. Meeuse alsnog de pen ter hand. „Mijn betrokkenheid op dit onderwerp was er overigens al, ik had de nodige aantekeningen liggen.” Het duurde tot vorig jaar voor zijn boek verscheen. Hij zucht. „Het is soms zo druk in de pastorie dat je aan het schrijven van een boek vaak niet toekomt. Het bleef maar liggen. Toen kwamen er enquête-uitslagen over het kijken naar speelfilms en daarvan ben ik echt geschrokken.” Eigen onderzoek onder zijn catechisanten bevestigde het beeld dat anderen opriepen. „Het slechtste van de televisie, waar we zo’n strijd tegen hebben gevoerd, komt via de achterdeur naar binnen. Ouderen die beweren selectief mee te kijken, zetten de knop niet uit als er een lelijk woord, een vloek of iets zondigs voorbij komt. Velen willen er niet eens meer tegen gewaarschuwd worden. Het kijken naar speelfilms is voor hen een gepasseerd station.”
Seksuele moraal Met zijn boek, waarin ook uitgebreid de bezwaren tegen het toneel van kerkvaders uit het verleden en van de voormannen van de Nadere Reformatie aan de orde komen, heeft de dominee „ouders willen wakker schudden. En niet te vergeten kerkenraadsleden, die de plicht hebben in liefde en met ernst toezicht op de gezinnen te houden. Om dat op een juiste wijze te doen moet je wel goed op de hoogte zijn.” Als voorbeeld noemt hij de door velen als onschuldig betitelde film over de Titanic. „Daarin wordt de dood van vele mensen nagespeeld en er zijn enkele seksscènes in opgenomen. Je kunt de zonde zien. En dat alles wordt als amusement gebracht. Veel ouders hadden de afgelopen jaren nauwelijks in de gaten dat hun kinderen boven op hun kamer speelfilms bekeken of datzelfde tijdens de klasse-avonden deden. Het vergif wordt onbewust ingedronken.” De dominee vreest dat het bekijken van speelfilms, waarin heel vaak erotische scènes voorkomen, de komende jaren van invloed zal zijn op de huwelijken in de achterban. „Jonge mensen maken zich onbewust een seksuele moraal eigen die tegen de ware aard van de liefde indruist. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. ”
Rollenspel Hij benadrukt zich niet tegen de dvd op zich te keren. „Het gaat om de speelfilm. Ik heb hier zelf ook dvd’s over de dieren op de Veluwe en op de Wadden liggen.” Evenmin gaat het hem om het rollenspel bij bijvoorbeeld een rampenoefening of tijdens een instructie op het werk. „Dan blijf je jezelf en kruip je niet in de huid van een ander.” En documentaires voor gebruik tijdens bijvoorbeeld geschiedenislessen zijn wat hem betreft evenmin taboe. „Er zijn oorlogsdocumentaires die heel indrukwekkend zijn. Maar ik besef dat het bekijken ervan wel grensverlagend kan werken.” Hij wil ook niet het gebruik van de computer afkeuren. „Maar zet wel de pc in de huiskamer en zorg voor voldoende sociale controle.” In “Schijn bedriegt” vergelijkt ds. Meeuse de acceptatie van de speelfilm een aantal malen met een dijkdoorbraak. „Dan hoor je mensen zeggen dat je dit niet meer terugdraait. Zelfs enkele ambtsdragers beweren dat. Maar als de dijken doorbreken, gaan we toch niet met zijn allen daarna varen? Dan probeer je toch de schade te herstellen?” Hij benadrukt dat „in liefde te willen doen. De ouders hebben in een zekere onnozelheid de wacht niet gehouden en ik maak me grote zorgen over de jeugd.”
Bemoedigend Of zijn boek tot een brede discussie heeft geleid, weet hij niet. Ds. Meeuse twijfelt even. „Sommigen moeten een stap terug doen. Dat is heel moeilijk.” Tijdens lezingen over dit onderwerp - er staan nog enkele op stapel - komt hij mensen tegen die de discussie negeren. „Ze noemen mijn opstelling hard. Het feit dat ik toneel en speelfilm principieel afwijs, slaat volgens hen het gesprek dood over wat je wel of niet kunt accepteren. Ik wil juist graag in gesprek, maar dan moet men niet bij voorbaat eisen dat je ruimte geeft aan de zonden. Anderen zijn gelukkig wel geschrokken. Ik weet van enkelen die aangeslagen waren en beseften dat ze met een zekere acceptatie de verkeerde weg waren ingeslagen. Dan doe je gelukkig ook bemoedigende ervaringen op.”
|
|
|
|
|
|