Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

meditatie

Hemelse liturgie

Psalm 150 : 6

„Alles wat adem heeft, love de HEERE. Hallelujah!”

 

Psalm 150 behoort tot de bekende Psalmen. Deze Psalm wordt helaas ook vaak misbruikt. Met een beroep op Psalm 150 wordt een pleidooi voor meerdere muziekinstrumenten in de eredienst gevoerd. Onder verwijzing naar Psalm 150 wordt dan met grote stelligheid beweerd dat in de tempel ook meerdere muziekinstrumenten gebruikt werden.

Nu is het inderdaad waar dat in de oudtestamentische liturgie zang en muziek de offercultus omlijsten. Dat de liturgie van de nieuwtestamentische gemeente dichter bij de synagoge dan bij de tempel staat, is niet toevallig. Kerk en synagoge zijn gecentreerd rond het Woord en niet rond het altaar.

 Wat in dit verband aanvechtbaar is, is het beroep op Psalm 150. Onze kennis van de oudtestamentische tempelliturgie is verre van volledig. Wel is duidelijk dat de muziekinstrumenten in Psalm 150 niet in de tempel gebruikt werden. Trouwens, Psalm 150 weerspiegelt ook geen tempelliturgie. Het heiligdom waarover vers 1 spreekt, staat niet in Jeruzalem. Psalm 150 toont de hemelse liturgie. Met Psalm 150 staan we in Gods heiligdom. De lange reis die Psalmen ons in Psalm 1 voorhoudt, is afgerond. De weg van de rechtvaardige (Psalm 1) eindigt voor Gods troon (Psalm 150).

Indrukwekkend is het refrein. Tienmaal klinkt in Psalm 150: ‘Looft!’ Tienmaal wordt naar God verwezen. Dit refrein wordt omlijst door ‘Hallelujah!’ Looft de HEERE! Hij is de genadige God, Die zich enkel omwille van en alleen in Christus laat aanbidden. Zó vervullen lof en aanbidding Gods heiligdom. Alles is gericht op Gods majesteit en heerlijkheid. Het bidden is overgegaan in aanbidden. Tienmaal loven. Volmaakte aanbidding. Volmaakt God aanbiddend kennen. Aanbidden zonder onderbreking. Zonder zonde. Ongestoord. Aanbidden: is dit niet de bedoeling van Psalmen?! Wil Psalmen ons niet in de weg van klacht en jubel, van aanvechting en blijdschap door diepten en langs hoogten door middel van lied en gebed tot aanbidden brengen?

Psalm 150 getuigt van een allesomvattende aanbidding. Het uitspansel (vers 1) en de mensen (vers 6), de ganse kosmos aanbidt de HEERE. Zo schept dit lied een machtig perspectief! Het veronderstelt de volmaakte harmonie, die de herschepping typeert. Alles wat adem heeft, love de HEERE! Alles wat adem heeft. U hoort hier de echo van Genesis 1, het eerste Bijbelboek. Bedoeld wordt de adem die God in Adams neusgaten blies. God bracht Adam tot leven om Hem te loven. Deze oproep grijpt ook vooruit naar het laatste Bijbelboek, Openbaring. Het slot van de Schrift biedt hetzelfde uitzicht. Ook daar aanbidt de ganse schepping God in Zijn heiligdom.

In Psalm 150 is de grens tussen hemel en aarde weggevallen. Gods heiligdom staat nu in Gods schepping. Hemel en aarde ontmoeten elkaar in het aanbidden van God. Dit geeft aan Psalm 150 ook een geweldige dynamiek. Het lied grijpt als het ware over de schaduw van de oudtestamentische bedeling vooruit op wat Gods kerk in de nieuwtestamentische bedeling biddend, hopend en zingend verwacht. In Psalm 150 vervaagt reeds de grens tussen het Oude en Nieuwe Testament. Samen met al de heiligen staan we hier in het hart van de hemelse liturgie. Het altaar, het kruis ligt achter ons. Hier is God alles en in allen. In dit lovend aanbidden van God ligt in de diepste zin van het Woord hét Leven. Wie zou de oproep niet biddend en zingend willen beantwoorden?

Alles wat adem heeft, love de HEERE! Hallelujah!

 

Ds. C.P. de Boer, Urk
 
Serveerwagen

Is het geen plaatje! De muur van de keuken naar de kamer is eruit en nu hebben we tijdelijk erg wein…

lees meer
fotoseries
Jonge vogels
30 april 2013
Vlaamse keukenhof