<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0">
    <channel>
        <title><![CDATA[terdege.nl]]></title>
        <description><![CDATA[De website www.terdege.nl is een digitale productie van het Terdege Magazine, een landelijk christelijk dagblad van bevindelijk gereformeerde signatuur. Het Terdege Magazine is onderdeel van de Erdee Media Groep.]]></description>
        <link>https://www.terdege.nl</link>
        <generator>RSS for Node</generator>
        <lastBuildDate>Fri, 04 Sep 2026 03:23:42 GMT</lastBuildDate>
        <atom:link href="https://www.terdege.nl/rss-feed" rel="self" type="application/rss+xml"/>
        <item>
            <title><![CDATA[Kloppen alle claims over AI?]]></title>
            <description><![CDATA[Geregeld lees je dingen over AI. Maar hoe weet je of die berichten kloppen? Robert J. Marks,  hoogleraar computerengineering aan de Baylor University (VS), zette een aantal criteria op een rij om onbetrouwbare berichten te kunnen filteren. Desinformatie en propaganda zijn sensationeel en dramatisch van toon. Ze bevatten woorden als ”in ontwikkeling” en ”verwacht”. Ze doen grote claims op basis van ”wetenschappelijke consensus” en berusten onvoldoende op feiten. Ze gaan uit van de visie dat mensen vleesgeworden computers zijn en schrijven mensachtige eigenschappen toe aan AI, zoals denken, bewustzijn en intelligentie. AI-rapportages kunnen doorbraken suggereren die nauwelijks doorbraken zijn; kortom, er wordt stevig gebluft.  De geciteerde expert doet uitspraken die buiten zijn expertise liggen. De bron die iets beweert over AI is ook een graadmeter: is het een gerenommeerd tijdschrift of krant, of een vage website? En heeft de verspreider van het nieuws er belang bij dat je het gelooft? Dan moet er ook een rood lampje gaan branden.  

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/kloppen-alle-claims-over-ai</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/kloppen-alle-claims-over-ai</guid>
            <pubDate>Thu, 03 Sep 2026 11:56:50 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo wist Rebekka een jarenlang pestverleden achter zich te laten]]></title>
            <description><![CDATA[Ooit wilde Rebekka (22) zich vooral aanpassen, vooral lief zijn voor de anderen om haar heen. Want dan zou het pesten misschien overgaan. Nu neemt ze heel bewust haar plek in en beslist ze rustig over wat ze wel en niet wil delen in het gesprek over haar jeugd. In de knusse huiskamer van haar ouderlijk huis in Schelluinen vertelt ze over dieptepunten en hoogtepunten in haar leven – zonder grote emoties. Maar dat kan alleen doordat ze in therapie al door al die emoties heengegaan is, haast ze zich te zeggen. „Juist doordat ik het meest kwetsbaar ben geworden en de pijn en het verdriet onder ogen heb gezien, is er ruimte voor herstel gekomen.” 

 

## Buitenbeentje

Die pijn en dat verdriet groeiden langzaam maar zeker, in haar kindertijd. „Eigenlijk ben ik altijd wel een buitenbeentje geweest op school”, begint Rebekka haar verhaal. „Ik denk niet dat het kwam doordat ik uit Schelluinen kwam, want op de reformatorische school in Gorinchem komen altijd veel kinderen uit het buitengebied. Toch werd ik al vanaf groep 3 buitengesloten. Ik was stom en werd pas als laatste gekozen. Later werd het pesten groter en venijniger. Ik kreeg vaker de schuld van dingen en klasgenoten begonnen nare dingen te doen. Ze lieten mijn band leeglopen of zetten mij vast tussen twee doelen in het gymlokaal. En dan begonnen ze te lachen. Maar ik durfde niets terug te doen.”

De leerkrachten op school leken niet door te hebben wat er speelde in de klas, vertelt Rebekka. „Ik weet nog dat een klasgenootje mij downie begon te noemen, naar het syndroom van Down. Ik wist niet goed wat dat betekende. Omdat die jongen altijd humor in de groep bracht, zei ik: „En jij hebt het syndroom van clown.” Ik probeerde grappig terug te doen. Maar in plaats daarvan ging het klasgenootje naar de directeur: „Rebekka zegt dat ik het syndroom van Down heb.” Toen kreeg ik dus straf. Het is maar een klein voorbeeld, maar er waren allerlei pestsituaties waarbij ik uiteindelijk de schuld kreeg. Dat was heel onrechtvaardig, maar ik was niet sterk genoeg om dat recht te zetten. Daarom had ik er ook geen vertrouwen meer in dat jufs en meesters konden helpen.”  

## Aandacht

Thuis vertelt Rebekka nauwelijks over het pesten op school. „Daar is mijn moeder later heel verontwaardigd over geweest. Maar ik dacht dat het pesten aan mij lag en dat ik mijzelf moest veranderen. Ook had ik op school geleerd dat ik niet mocht roddelen over anderen. Achteraf denk ik dat ik te lief was, dat ik te makkelijk over me heen liet lopen. Van sommige pesters weet ik nu dat zij problemen hadden thuis. Maar dat mag natuurlijk nooit een excuus zijn om nare dingen te zeggen richting een ander.” 

Terugkijkend ziet Rebekka dat het pesten al jong haar gedrag beïnvloedde. „Ik was als kind heel erg bezig om de aandacht van volwassenen te vangen. Iemand die gepest wordt, verlangt alsmaar naar begrip en persoonlijke aandacht. Ik bleef na schooltijd lang hangen om de lokalen te vegen en op te ruimen, om van de jufs en meesters maar de waardering te krijgen die ik zo miste bij mijn klasgenoten. Alleen daarom al zag ik ertegenop om naar de middelbare school te gaan.” 

 

## Verblind

Toch begint Rebekka met nieuwe hoop aan het voortgezet onderwijs. „Je denkt er toch aan dat je misschien aardige klasgenoten treft. Maar bepaalde kinderen in de klas hadden algauw door dat ik kwetsbaar was.” En dan met een wrange grijns: „Ze wisten heel precies hoe ze me aan moesten pakken. Er werd niet constant gepest, maar als er wel wat gebeurde, dan was het ook meteen heel naar. Ik weet nog dat ze me eens overhaalden om over een plank te lopen die over een sloot lag. Ze beloofden dat ze die niet weg zouden halen als ik aan de overkant was. Ik wilde mijn klasgenoten dolgraag kunnen vertrouwen, dus ik deed het. Maar natuurlijk haalden ze die plank weg. Toen moest ik een heel stuk omlopen om weer bij de groep te komen.” 

 

Bij pesten wordt je vertrouwen keer op keer beschaamd, analyseert Rebekka hardop. „Juist daarom ga je zo verlangen naar erkenning en waardering als kind, en zeker als puber. Daardoor ga je verkeerde keuzes maken. Ik weet nog dat ik een keer anoniem gebeld werd. De persoon aan de lijn deed zich voor als iemand van de school naast de Gomarus, waar ik op zat. „Via jouw klasgenoot heb ik je nummer, je lijkt me een leuk meisje”, zei de stem. „Kom je nu naar de Gomarus toe? Dan kunnen we samen kletsen.” Ik hoorde aan de stem dat het mijn klasgenootje was, maar ik wilde gewoon gaan. Ik werd verblind door de gedachte: eindelijk is er iemand die mij wil leren kennen. Gelukkig hebben mijn moeder en zus mij tegengehouden, anders had ik dit nog jaren moeten aanhoren in de klas.” 

 

## Schoolmail

Ondanks dat het thuisfront soms iets merkt van het pesten, houdt Rebekka het vooral voor zichzelf. Ze wil haar familie er niet mee belasten. Het lukt haar om redelijk normaal de middelbareschoolperiode te doorlopen. „In de tweede klas kon ik echt even op adem komen”, herinnert ze zich. „Ik kreeg een rustige klas en vond eindelijk een vriendengroep. Dat was zo fijn. Maar in de derde ging het weer fout. Er kwam een nieuw meisje in de klas en het leek er eerst op dat we echte vriendinnen werden. We hebben zelfs nog bij elkaar gelogeerd. Maar ineens veranderde haar houding. Ze begon nare dingen te zeggen, ook online. Uiteindelijk kreeg ik allerlei boodschappen naar me toe over dat ik dood moest.” 

Online pesten hakt er even hard in als offline pesten, ervoer Rebekka. „Misschien is het zelfs venijniger, want het achtervolgt je ook na schooltijd. „Ik snap niet dat je ouders je nog willen hebben, ze hadden je beter kunnen laten adopteren”, schreef de klasgenoot in een mail. Want op de schoolmail kon ik haar niet blokkeren. Toen ben ik daarmee naar de mentor gegaan. Eindelijk kwam er iets op gang. De klasgenoot werd geschorst en mocht niet meer mee op werkweek. En ik kreeg hulp. Ik had het gevoel dat het pesten nu eindelijk serieus genomen werd. Het is daarna ook gestopt. Maar achteraf ben ik wel verbaasd dat het zover heeft moeten komen. Bij mijn jongste zusje zie ik dat ze er nu veel scherper op zijn, dat ze meteen ingrijpen. In mijn jeugd was dat helaas anders.”

 

## Perfectionistisch

Als pesten lang doorgaat, trekt dat diepe sporen in je leven, weet Rebekka inmiddels. „Ik ontwikkelde als kind een laag zelfbeeld. Als je steeds scheldwoorden hoort en als je vertrouwen steeds beschaamd wordt, dan doet dat veel met je idee over jezelf. Ik dacht echt dat ik lelijk was en dat ik nooit goed genoeg was.” En na een stilte: „Dat draag je heel lang met je mee. Nog altijd ben ik iemand die het graag goed wil doen. Ik ben perfectionistisch, want ik wil niet dat mijn fouten ervoor zorgen dat ik eruit lig. Als ik, bijvoorbeeld op mijn werk, dingen fout doe of als ik merk dat het even niet lekker loopt, dan komt er meteen een diep soort angst boven om afgewezen te worden.” 

 

Juist vanwege die jarenlange gevolgen moeten ouders en leerkrachten ontzettend alert zijn op pesten, vindt Rebekka. „Besteed aandacht aan het thema, praat erover met kinderen en jongeren. En weet dat een kind nog niet in staat is om pesten zelf te doorbreken.” Nadenkend: „Hoe verwoord ik dat nou goed? Een kind weet niet hoe veilig de groep zou moeten zijn. Kinderen die gepest worden, denken vaak dat het aan henzelf ligt. Het komt dan helemaal niet in hen op om voor zichzelf op te komen. Daarom is het ingrijpen van volwassenen nodig. Let op kleine momenten in de gang en observeer stille kinderen extra”, zegt Rebekka – nu even als afgestudeerd pedagogisch professional. 

 

## Depressie

Dat diploma kwam er niet zonder tegenslagen. Tijdens de opleiding komt alle pijn van het pesten eruit. Rebekka krijgt burn-outklachten en komt thuis te zitten. „Aan het begin koppelde niemand dat aan het pesten. Zelf dacht ik dat de overgang naar het Hoornbeeck College te veel was voor mij. Maar het volgende schooljaar zakte ik langzaam in een depressie. Ik kreeg paniekaanvallen en had geen plezier meer in de dingen. Langzaam maar zeker besefte ik hoeveel impact het vroegere pesten op mij had. Toen ik op een stage ook nog eens geen fijne begeleiding trof, stortte ik in.” 

In overleg met de school neemt Rebekka een tussenjaar. In dat tussenjaar komt ze de Yes We Can Clinics op het spoor. Zij zijn gespecialiseerd in complexe jeugdproblematiek. „De aanpak daar is heftig, maar was wel wat ik nodig had. Pas toen ik me superkwetsbaar had opgesteld en alle pijn had verwoord, kwam er ruimte voor de weg omhoog.” 

## Kracht

Anderen helpen haar daarbij, zoals de lieve stagebegeleider die Rebekka na de therapie krijgt toegewezen. „Zij legde eigenlijk de basis van mijn nieuwe zelfvertrouwen”, vertelt Rebekka. „Het ging echt niet ineens van een leien dakje allemaal, want ik kampte inmiddels met chronische hoofdpijn. Maar die stagebegeleider liet mij zien wat ik nog wel kon en waar ik trots op mocht zijn.” En dan, zichtbaar blij: „Nu ben ik afgelopen juli gewoon afgestudeerd en ben ik al aan het werk bij een bso. Daar durfde ik een halfjaar geleden nog niet eens van te dromen! Ik zie er echt de hand van God in.” 

De aanwezigheid van God was nooit een vraag voor Rebekka, zelfs niet tijdens de zware tijd van haar depressie. „Het is juist zo dat mijn moeilijkheden mij dichter bij God hebben gebracht”, denkt ze hardop. „Ik weet nog van een keer dat ik heel diep zat. Ik had geen moed meer. Maar de volgende ochtend werd ik zomaar wakker met Psalm 27: „Wacht op den Heer’, godvruchte schaar, houd moed. Hij is getrouw, de bron van alle goed; Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer; Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer.” Daar haalde ik zo veel kracht uit, dat ik wist: dit moet wel van God komen. Zo heb ik heel vaak de hand van God kunnen zien, juist in moeilijke momenten.”

 

## Vergeving

Als Rebekka bij een keuzevak aan het eind van haar opleiding een product moet maken rond het thema ”vergeving” is het voor haar duidelijk: dit moet gaan over mijn eigen levensverhaal. „Het is een tastbaar boek geworden, waarmee ik eigenlijk een punt zet achter mijn pestverleden”, legt ze uit. „Het boek gaat erover dat ik mezelf vergeven heb dat ik als kind niet beter opkwam voor mezelf.” Voorzichtig overhandigt Rebekka haar novelle – haar verhaal. Hoe persoonlijk ook, voor delen schrikt ze niet terug. „Wie weet helpt het anderen ook om de weg na een pestverleden terug te vinden.”

Op de kaft van het boek schilderde Rebekka zichzelf – fier rechtop, terwijl ze de ondergaande zon tegemoet loopt. ”Mijn weg terug”, is de titel van het boek. Het gaat over een reis van vallen, opstaan en groeien, is te lezen op het titelblad. „In het boek geef ik mezelf weer als het kleine meisje. Tijdens behandelingen die ik kreeg, heb ik veel gewerkt met mijn kleine ik. In het beeldverhaal wil ik laten zien dat ik haar vergeef, en zij mij.”

 

## Voorkomen

Ieder hoofdstuk van het beeldverhaal is hetzelfde opgebouwd. Met krachtige beelden, een enkel woord en treffende spreuken vertelt Rebekka haar verhaal. „Stilte maakt meer lawaai dan stemmen”, is er te lezen in het hoofdstuk over eenzaamheid. En later volgt het hoofdstuk over hoe alles in haar leven stilviel: „Ze viel niet omdat ze niet zwak was, maar omdat ze te lang sterk was geweest.” „In de teksten wilde ik met weinig woorden veel zeggen. Dit soort zinnen komen veel langs op sociale media. Ze hielpen mij om onder woorden te brengen wat ik wilde vertellen.” 

Vanaf hoofdstuk 13 verandert de toon van het boek. De teksten krijgen hoop. En in het laatste hoofdstuk komen de silhouetten en de ondergaande zon van de kaft weer terug. „Dat laat zien dat er toekomst is. Het is echt mogelijk om je pestverleden een plekje te geven in je leven.” „Mijn weg terug is geen rechte lijn. Maar ik kreeg kracht om door te gaan”, dichtte Rebekka erover in het nawoord van haar werkstuk. „God ging mee door al mijn wegen. Hij was mijn Rots om op te staan!”

Rebekka realiseert zich dat haar pestverleden een kwetsbaar punt in haar leven zal blijven. „Maar ik vind het niet zwaar meer om erover te vertellen. Wel is het spannend dat dit gesprek straks zwart-op-wit staat. Ook mijn vroegere klasgenoten en mijn leerkrachten van toen kunnen het lezen. Maar als dit verhaal helpt om pesten te herkennen en te voorkomen, dan is dat het wel waard.” 
 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-wist-rebekka-een-jarenlang-pestverleden-achter-zich-te-laten</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-wist-rebekka-een-jarenlang-pestverleden-achter-zich-te-laten</guid>
            <pubDate>Wed, 02 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Deze vier zussen delen één passie: het onderwijs]]></title>
            <description><![CDATA[Het lesgeven zit hen vast in de genen, want hun vader werkt ook in het onderwijs. Mandalie, Rachel, Rhodé en Thirza groeiden op in een gezin in Poederoijen. Van de in totaal acht kinderen (de oudste, Mandalie, is 30, de jongste 6) kozen er tot nu toe vier voor een baan als leerkracht in het basisonderwijs. Thirza studeert nog aan de pabo in Gouda; de andere drie hebben al enkele jaren werkervaring. 

Aan de hand van zes bestaande quotes gaan we in gesprek. Daarin komt er van alles voorbij. Van mondige tieners tot ouders die hun kroost niet los kunnen laten. En dat laatste komt steeds vaker voor, signaleren Rachel, Rhodé en Mandalie.

## Mijn bijnaam is juf; mijn volledige naam is: juf, juf, juf!

„Van mij mogen ze dat niet zeggen, dan word ik gek op den duur”, vertelt Rachel.

Mandalie: „Ik herken het niet, dat leerlingen dat roepen. Soms noemen ze me juffie, maar dat wil ik niet. „Huh?” zeg ik dan.” 

Rhodé: „Het gebeurt weleens dat ik in gesprek ben met een ouder, en er ondertussen leerlingen bij komen staan. „Juf, juf, juf!” is het dan. Ik heb dat liever niet. „Je bent zo aan de beurt”, reageer ik dan. Ik spiegel ze vaak: is het echt zo urgent? Maar verder, als ik erop ga letten … ik denk dat de kinderen over het algemeen nooit één keer juf zeggen.

In groep 8 is al dat ”gejuf” een stuk minder, ervaart Mandalie. Het omgaan met die groep is haar op het lijf geschreven. „Ik heb weleens ingevallen in groep 3, maar dat vond ik lastig. Die kinderen moet je nog erg bij de hand nemen. Daar ben ik echt te …” „Te bitch voor”, gooit Rhodé er gekscherend tussendoor.

„Als het niet af is, doe je het na schooltijd, hè?” zei ik een keer tegen een groep 3-leerling”, gaat Mandalie verder. „Toen begon dat kind te huilen. Ik geloof dat ik wat te hard ben voor de onderbouw, dacht ik toen. Oudere leerlingen kun je al een beetje op hun eigen verantwoordelijkheid wijzen.”

 

„Ik vond mijn stage in groep 3 juist heel leuk”, reageert Thirza. „Daar zie je de kinderen heel duidelijk groeien. Als ze in september binnenkomen, kunnen ze nog geen letter lezen of schrijven, en aan het einde van het schooljaar krijg je een geschreven kaartje.”

Mandalie: „Voor mij is groep 8 het toppunt van onderwijs. Daar kun je de diepte in. Ik had het met de leerlingen bijvoorbeeld een keer over 9/11, en zo kun je echt over van alles met hen in gesprek gaan. En als je naar het rekenonderwijs kijkt … Ik denk dat de gemiddelde Nederlander niet zo goed kan rekenen als de leerlingen in groep 8. Soms zeggen mensen: „Dat zijn van die prepubers …” Maar ik laat me niet snel op de kast jagen. In december had ik bijvoorbeeld een keer een groene rok en een rode trui aan. „Juf, je bent net een kerstboom”, vond een leerling. „Hang jij een paar lampjes in m’n haar?” reageerde ik. Ik geef daar echt niks om, en ik probeer veel te doen met humor.”

 

 

## Het mooiste in mijn lokaal? Dat zijn de kinderen die het elke dag vullen.

„Voor honderd procent waar”, vindt Rachel. 

Het klaslokaal zelf kun je sowieso niet mooi noemen, vinden de zussen. En een lokaal zonder kinderen is al helemaal niets. „Na schooltijd voelt die ruimte enorm leeg”, zegt Rhode. „Als de kinderen weg zijn, is je werkdag een soort van voorbij.” „Ook al zitten we dan natuurlijk nog heel lang te werken”, vult Mandalie aan. „Maar wat je na schooltijd doet, is niet het leukste deel van ons beroep.”

„Ja, de leerlingen, daar doe je het voor”, vindt Rachel. 

Rhodé: „Voor mij is het een geluksmoment als alle kinderen er aan het begin van de schooldag weer zijn. Een tijdje geleden was een leerling twee dagen ziek. Aan het einde van m’n laatste werkdag van die week dacht ik: wat jammer, ik zie hem over een paar dagen pas weer.”

De leerlingen zijn niet alleen belangrijk voor de juffen, maar de juffen zijn dat ook voor de leerlingen, merken ze. „Van sommige reacties smelt je”, vindt Rhodé. „Tijdens mijn vorige zwangerschap moest ik drie weken voor de zomervakantie met verlof. Dat vonden de kinderen echt niet leuk, want dat zijn juist de leukste weken van het schooljaar. Nu ben ik weer in verwachting, en toen ze dat hoorden, vroegen de leerlingen: „U bent er toch nog wel tot het einde van het schooljaar?” Ik denk dat je makkelijk onderschat hoe belangrijk je als leerkracht bent in het leven van een kind. Leerlingen kunnen er soms erg naar uitkijken om iets aan de juf te vertellen. ’s Morgens moet ik meteen horen: „Juf, mijn moeder is vandaag jarig.”” 

 

## Beste ouders, als jullie beloven om thuis niet alles te geloven wat een kind op school vertelt, beloof ik dat ik niet alles geloof wat een kind op school over thuis vertelt.

„Oh ja, die uitspraak ken ik wel”, reageert Mandalie. „Wat ouders allemaal over mij weten …” 

Thirza: „Ik deel soms zelfs te veel met leerlingen, krijg ik te horen tijdens m’n stages.”

Rachel: „Kinderen beleven dingen soms heel anders dan ze in werkelijkheid bedoeld of gezegd zijn. Daardoor komen er soms ouders hoog in hun emoties naar me toe: „Wat is er gebeurd op school!?””

Of mondige ouders lastig zijn? Mandalie: „Ik beschouw de ouders als ervaringsdeskundigen van hun kind. Op school zien we tenslotte maar een stukje van de leerlingen.”

„Ik snap wel wat je zegt”, zegt Rhodé tegen Rachel. „Ouders kennen hun kind 300 keer beter dan de juf; je staat echt samen met hen om de leerlingen heen. Maar er zijn vaders en moeders die naar mijn idee soms niet begrijpen hoe het op school werkt: dat je bijna dertig kinderen in de klas hebt en niet één.”

Rachel: „Toch werk je als juf samen met de ouders. Ik zie niet alles wat er tijdens een schooldag gebeurt. Dus het kan best zijn dat ik iets gemist heb waardoor een kind vervelend thuiskomt. Als zijn moeder me vervolgens een berichtje stuurt met: „Hij komt huilend thuis”, dan bel ik gelijk even.” 

In het contact met ouders moet je ook gewoon groeien, is de ervaring van Rhodé. „Toen ik net begon met lesgeven, was ik een beetje bang voor de oudergesprekken. Nu vind ik ze leuk. Je krijgt tijdens zo’n gesprek een heel ander beeld van een kind. Er vallen dingen op hun plek, in positieve zin.”

Overigens zijn mondige ouders niet eens het lastigst, vindt Mandalie. „Nee, neem dan de curlingouders, die alles voor hun kind willen regelen … Als een moeder bijvoorbeeld ’s morgens tegen me zegt: „Oh, ik bedenk ineens dat het appeltje van mijn zoon nog op het aanrecht ligt … Wil jij dat oplossen? Dan denk ik: hij is twaalf! Tegenwoordig zijn veel kinderen prinsjes en prinsesjes, die thuis te weinig meekrijgen dat het leven niet altijd leuk is. Dat zie ik toenemen. Als we op schoolkamp gaan, mogen de leerlingen bijvoorbeeld geen smartphone meenemen. Sommige ouders vinden dat af-schu-we-lijk. Terwijl het maar om twee nachtjes gaat. Vervolgens krijg ik hele gebruiksaanwijzingen mee ...” 

Herkenbaar, geven Rachel en Rhodé aan. Rhodé: „Vlak voor een uitje krijgen kinderen bijvoorbeeld nog snel een smartwatch in handen gedrukt, zodat de ouders kunnen volgen waar ze zijn.”

 

 

## Ik ben niet het onderwijs ingegaan om rijk te worden, maar om anderen te verrijken.

„Haha, nee, je moet niet het onderwijs ingaan om rijk te worden”, zegt Rachel. „Maar we hebben het echt niet slecht”, reageert Thirza. 

„Als juf of meester moet je niet voor een enorme carrière willen gaan”, vindt Rhodé. „Het onderwijs is heel voorspelbaar en georganiseerd: de dagen, de dagplanning … Ik houd wel van dat gestructureerde werken in combinatie met omgaan met kinderen, die zo lekker puur en volop in ontwikkeling zijn. Groep 8 zou me dan ook niets lijken, want dan heb je allerlei extra’s, zoals schoolkamp.” 

„Terwijl ik juist het liefst op kamp ga”, zegt Mandalie. „Ik zou wel het hele jaar op schoolkamp willen, dat is leuker dan spellinglessen geven. Met de groep beleef je dan iets wat blijvende herinneringen geeft; dat is heel verbindend. Tijdens zo’n kamp is iedereen ook even los van de schoolse setting: ik doe met de leerlingen even een spelletje, bijvoorbeeld. Daar krijg ik veel energie van. Hoewel ik ook altijd blij en dankbaar ben als we weer veilig thuis zijn. Het ongeval van afgelopen juni met een groep 8-kamp in Zeeuws-Vlaanderen, daar heb ik echt de rillingen van gehad; je beseft dan weer dat je allemaal bewaard moet blijven.”  

 

## De toekomst van de wereld zit vandaag in mijn klas

„Vroeger kon me dat tijdens stages weleens beklemmen”, zegt Mandalie. „Een juf kan het maken of breken voor een kind. Nu ik zelf een dochter heb die naar school gaat, zie ik dat nog beter. Je moet er gewoon niet te veel over nadenken hoeveel impact je op een leerling kunt hebben.

Ik heb zelf een naar basisschoolverleden gehad; ik hoorde er niet bij. Mijn juffen wisten, denk ik, niet goed hoe ze daarmee om moesten gaan. Het is ook moeilijk om als juf grip te krijgen op dingen die in de pauzes en achter de handjes gebeuren. Nu ik zelf leerkracht ben, besef ik dat ik ook zulke kinderen in de groep kan hebben. En ik zie het soms ook: dat sommigen buiten de boot vallen. Voor zulke leerlingen kan ik het verschil maken. Het helpt als de leerkracht hen echt ziet en als ze zich veilig voelen.”

Rachel: „Ik hoop dat de leerlingen uiteindelijk van school afgaan met een stuk zelfvertrouwen – dat ze weten: ik mag er zijn. Natuurlijk is een goed rapport belangrijk, maar dit is ook onmisbaar.”

Mandalie: „Ik zeg altijd: ik ben er niet in de eerste plaats om kinderen te leren lezen en schrijven, maar vooral om hun te laten weten dat Jezus hen ziet en van hen houdt. Op de school waar ik werk, krijgen velen dat thuis niet mee. Daarnaast vind ik het belangrijk dat de leerlingen weten dat ze er mogen zijn, met alles wat ze hebben. 

„Dat stukje ”ik mag er zijn” is inderdaad belangrijk”, vindt Rhodé, „ook als kinderen geen goede cijfers halen. Over zulke leerlingen zeg ik soms tegen hun ouders: „Ik zie wél een meisje dat wel heel leuk speelt met haar vriendinnetjes en elke dag met een big smile op school komt.” 

„En ik zie letterlijk de toekomst in mijn klas”, zegt Mandalie. „Ik liep al stage toen ik zeventien was. De leerlingen die ik toen voor me had, zijn nu ver in de twintig. Soms kom ik iemand tegen die met een zware stem zegt: „Dag juf!””

 

## Leraren veel vakantie? Ze nemen gewoon hun overuren op.

„Oh, dat vind ik een leuke”, reageert Thirza. „Op mijn opleiding hebben we hier pas een opdracht over gemaakt. Ik las toen dat je als leerkracht heel veel in één dag propt, en dat je dat in vakanties weer compenseert. Tijdens m’n stages merk ik ook dat ik vaak lang in het lokaal blijf zitten. Maar thuis, in het weekend, doe ik niets meer voor m’n werk.”

„Als leerkracht heb je intensievere werkdagen dan in veel andere beroepen”, zegt Rachel. „Hoewel, chapeau ook voor bijvoorbeeld de zorg, trouwens.”

Rhodé: „Toen ik nog vier dagen werkte, merkte ik dat je de vakanties echt nodig hebt en dat je daar ook naartoe leeft. Je staat elke dag zo verschrikkelijk aan in het onderwijs.” 

„Je kunt als leerkracht niet voor tachtig procent aanwezig zijn tijdens de lessen”, zegt Mandalie. „Stiekem sta ik altijd aan, ook na schooltijd. Als ouders me ’s avonds een berichtje sturen, reageer ik nog. Dat vraagt ook niet zo veel van me. Het is wel luxe dat je in het onderwijs als ouder dezelfde vakanties hebt als je kinderen. Als ik zie hoeveel mensen hun kinderen tijdens vakanties naar de bso moeten brengen … Dat hoef ik niet te doen.”

Rhodé: „Mijn man en ik hebben het een keer op een rij gezet: alle uren die je maakt als leerkracht, tegenover de tijd die je vrij bent. En het bleek echt zo te zijn dat je het teveel aan uren in de vakanties weer rechttrekt. Soms beginnen mensen over alle vakanties die ik als leerkracht heb. Maar daarover ga ik nooit de discussie aan. Ik zeg dan altijd: „Dan had je ook maar het onderwijs in moeten gaan.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/deze-vier-zussen-delen-een-passie-het-onderwijs</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/deze-vier-zussen-delen-een-passie-het-onderwijs</guid>
            <pubDate>Tue, 01 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Leendert en Marjan zijn al negen jaar aan het klussen]]></title>
            <description><![CDATA[Jongste zoon Nicolai van zeven maanden ligt te kraaien in zijn bedje. Hij is net wakker. Zijn grote zussen van tien en zes nemen hem gelijk op schoot. Even babyknuffelen. Marjan: „Ze zijn gek op hem.”

De Zeeuwse moeder van drie koos er anderhalf jaar geleden voor om haar werk bij een schoenenzaak op te zeggen om volledig thuis te blijven bij de kinderen. Ook al betekende dit dat ze financieel wat moesten inleveren. „Ik had vroeger echt een gat in mijn hand. Maar sinds ik gestopt ben met werken, heb ik ontdekt dat we helemaal niet zo veel nodig hebben.”

Wat financieel ook scheelt, is dat de verbouwing en uitbreiding van hun huis er bijna op zit; na negen jaar. Ze kochten het arbeidershuisje toen ze nog met z’n drietjes waren, maar toen er verdere gezinsuitbreiding kwam, werd het al snel te klein. 

Marjan: „Het was een leuk huisje. Soms mis ik dat knusse. Natuurlijk ben ik blij met de aanbouw, maar dat kleine was ook gezellig.”

 

Leendert is timmerman. De afgelopen negen jaar kluste hij in zijn vrije tijd aan het huis. „Daardoor duurde de verbouwing een stuk langer dan wanneer we iemand hadden ingehuurd, maar is ze ook goedkoper. En al klussend heb je tijd om ideeën op te doen”, zegt Marjan. Wijzend naar een grote kast, met verschillende kleuren deuren: „Ik bedacht dat het handig zou zijn om over die hele wand een kast van het materiaal underlayment te maken: hout met van die mooie knoesten.”

Of ze dat klussen na al die tijd niet spuugzat zijn? Helemaal niet, zegt Marjan. „Leendert vindt het nog steeds leuk. Zelf heb ik er ook geen moeite mee. Het scheelt dat we nooit echt in de rommel hebben gewoond. Niet lang, in elk geval.”

Zij bedenkt de dingen; hij voert ze uit. „We zijn wat dat betreft een perfect duo. Toen Leendert achter ons huis de omtrekken van de aanbouw aan het uitzetten was, zei ik telkens: doe er nog maar een stukje bij. En nog een stukje.” Lachend: „Toen hij eenmaal met bouwen begon, dacht ik: help, hoe gaan we die aanbouw vol krijgen?”

## Natuurlijke materialen

Dat kwam gelukkig helemaal goed. De badkamer verhuisde van boven naar de aanbouw, waardoor er op de eerste verdieping een extra slaapkamertje beschikbaar kwam. Leendert maakte beneden een bijkeuken, met een grote kast voor alle jassen, tassen, schoenen en laarzen. Ook kwamen er een flinke keuken en een eetkamer.

Opvallend zijn de natuurlijke materialen: het houten tafelblad, de rieten mand met speelgoed, een steigerhouten kast in de eetkamer. Her en der hangen krijtborden met teksten. „Hoi pipeloi”, staat er in sierlijke letters op het bord in de hal. „Het is niet de bedoeling dat de kinderen erop gaan schrijven”, zegt Marjan.

 

Kom je in de bijkeuken, dan valt nog iets anders op: een rij haakjes aan een lange, houten plank, genoeg voor een hele schoolklas. Marjan lacht. „Die hangen nooit allemaal vol. Daar houd ik niet van. Het moet wel netjes en overzichtelijk blijven.”

Het huis is vrij rustig ingericht, zonder al te veel tierelantijntjes. „Ik probeer terughoudend te zijn met het kopen van spullen, ook als het gaat om goedkope dingen. Het helpt mij om er bij twijfel nog eens een nachtje over te slapen voordat ik iets koop.”

## Vloer

Wit overheerst in hun woning, afgewisseld met pastelkleuren. „Ik houd niet van donkere tinten.” En de zwarte kozijnen dan? „Mijn man z’n ding. Ik moest er een tijd aan wennen, maar vind het nu wel een mooie tegenhanger van al het lichte.”

De vloer in de aanbouw is helemaal wit. „Leendert wilde hem liever heel lichtgrijs hebben, maar dat zag ik niet zitten. Als we nu terugkomen van vakantie, denk ik altijd: heerlijk, die witte vloer. Ik word gewoon blij van ons huis.”

Even heeft ze buikpijn gehad van de vloer. „Toen ze die aan het gieten waren, keek ik even door het raam naar binnen en dacht: o help, wat is de vloer geel. Dat vond ik heel moeilijk, want je draait zo’n grote aankoop niet zomaar terug. Gelukkig viel het achteraf mee en valt het gelige me nauwelijks meer op.”

 

## Schommel

Ook al ziet het huis er keurig uit; er mag wel geleefd worden. Een deel is zelfs volledig ingericht op de kinderen. Naast de woonkamer bevindt zich een speelruimte. „Daar hoeven de meiden niet alles gelijk op te ruimen als ze gespeeld hebben.”

 

Aan het plafond tussen de woon- en de speelkamer hangt een schommel, waar veel gebruik van gemaakt wordt. Het matrasje eronder moet bulten en blauwe plekken voorkomen. „De schommel is onmisbaar. Elk kind dat hier komt spelen, rent er meteen naartoe.”

Vanuit de woonkamer leidt een deur naar de piepkleine hal bij de voordeur. Met daarin: een roze, glimmende tegelvloer. „Op zo’n klein oppervlak durfde ik deze kleur wel aan”, zegt Marjan lachend.

Haar huis past bij haar, heeft ze ontdekt. Niet alleen omdat Marjan zich er zelf als een vis in het water voelt. „Het grappige is: als mensen op bezoek komen, hoor ik soms dat ze het een echt Marjan-huis vinden.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/leendert-en-marjan-zijn-al-negen-jaar-aan-het-klussen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/leendert-en-marjan-zijn-al-negen-jaar-aan-het-klussen</guid>
            <pubDate>Fri, 28 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De schriftelijke erfenis van prof. W. van ’t Spijker blijft actueel]]></title>
            <description><![CDATA[In het dagelijks leven is Niels van Driel (50) coördinator van het Landelijk Expertisebureau Informatiebeheer. Het bureau helpt alle rechtspraakorganisaties bij het op orde krijgen van hun digitale informatiebeheer. In zijn vrije tijd is de inwoner van Bennekom druk met zijn taak als voorzitter van het deputaatschap kerkelijke archieven van de Christelijke Gereformeerde Kerken en het schrijven van artikelen en boeken. Zo publiceerde hij in 2018 ”Consolidatie en crisis”, dat de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken tussen 1918 en 1945 beschrijft. 

In 2020 verscheen zijn spraakmakende biografie van prof. Gerard Wisse. Op verzoek van de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) schreef hij ”Denken om te dienen”, ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de universiteit. De komende tijd wil de theoloog-historicus een aantal opstellen over de recentere geschiedenis van zijn kerkverband schrijven, tot en met de jaren tachtig van de vorige eeuw. „Die zijn cruciaal geweest voor de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Alle thema’s waar ze nu op splijten, speelden toen al.” 

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij De Banier een bundel met nagelaten werk van prof. Willem van ’t Spijker. De schriftelijke nalatenschap van de overleden Apeldoornse hoogleraar is naar Van Driels overtuiging van blijvende waarde en actualiteit. „De inhoudsopgave toont de breedte van de theologische thema’s waarmee hij zich heeft beziggehouden. In zijn publicaties is een schat aan kennis vastgelegd.”

### _Wanneer leerde u hem kennen?_

„Bij het honderdjarig bestaan van de TUA, in 1994. Hij was een van de sprekers. Voor mij was dat het eerste CGK-evenement waarbij ik aanwezig was. Als docent heb ik hem niet meegemaakt. Na mijn studies geschiedenis en theologie in Leiden volgde ik nog twee jaar colleges aan de TUA, maar toen was Van ’t Spijker al met emeritaat. Ik leerde hem van nabij kennen door het schrijven van ”Consolidatie en crisis” en het boek over Wisse. Van ’t Spijker kon veel informatie verstrekken, want zowel zijn eigen familie als die van zijn vrouw had oude wortels in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij wist enorm veel van de geschiedenis ervan en had een gigantisch netwerk. Van 2010 tot en met 2019 bezocht ik hem geregeld.”

### _Hoe zou u hem typeren?_

„Als een mooi mens. Hij was vriendelijk, bescheiden, humoristisch, aimabel, mild; bijna aartsvaderlijk. Je kwam altijd opgewekt bij hem vandaan. Hij had een sterk relativeringsvermogen, ook naar zichzelf toe. Toen hij nog in het grote huis aan de Daendelsweg woonde, voorheen eigendom van zijn schoonvader, wees hij aan het slot van een bezoek naar zijn rollator en zei: „Daar wil ik nog een keer van af.” Met grote trouw verzorgde hij zijn vrouw. Haar overlijden en dat van een dochter en schoonzoon in dezelfde periode hebben hem diep geraakt.” 

### _Hoe was zijn relatie met de studenten?_

„Predikanten die les van hem hebben gehad, spreken altijd met grote waardering over Van ’t Spijker. Vanwege zijn wijsheid, mildheid en de vele praktische adviezen die hij gaf, vaak vergezeld van anekdotes uit zijn tijd als gemeentepredikant. Niet voor niets werd hij vaak gevraagd voor referaten op ambtsdragersconferenties. Hij werd in de breedte van de Christelijke Gereformeerde Kerken uitgenodigd voor preekbeurten, omdat hij geen partijganger was en zichzelf bleef. Er moest volgens hem ruimte zijn voor diversiteit, maar wel een begrensde diversiteit.”

 

### _Werd hij op dezelfde wijze gewaardeerd door zijn collega’s?_

„Die maakten hem op een andere manier mee. Hij trok vele jaren op met Oosterhof, Van Genderen, Velema en Versteeg. Naar buiten toe trokken ze meestal één lijn. Onderling was het een behoorlijk verdeeld gezelschap, zowel qua opvattingen als karakterologisch. Velema was polemisch van aard, stellig in zijn meningen, een harde werker, hoogbegaafd en actief in de kerkelijke frontlijn. Van Genderen richtte zich vooral op zijn werk binnen de Theologische Universiteit en gold daar als zeer invloedrijk. Oosterhof en Versteeg, de Bijbelwetenschappers, waren het progressiefst in hun theologische opvattingen. Van ’t Spijker was geen scherpslijper, maar sprak zich als hij het nodig vond heel duidelijk uit. De openstelling van de ambten voor vrouwen, volgens Versteeg wenselijk, werd door hem met kracht van argumenten afgewezen.”

### _Waardoor kon hij zo slecht overweg met Velema?_

„Dat moet aan het verschil in karakter hebben gelegen, want theologisch zaten ze grotendeels op één lijn. Van ’t Spijker was los, slordig, vergeetachtig en gemoedelijk; Velema afstandelijk, een Pietje precies en behoorlijk ijdel. Ze hebben zich denk ik aan elkaars gedrag geërgerd.”

### _Wat maakte Van ’t Spijker tot een man van internationale allure?_

 

„Hij was een autoriteit op het terrein van de Reformatiegeschiedenis en daardoor een spilfiguur bij internationale Reformatiecongressen. Martin Bucer, de reformator van Straatsburg, heeft hij blijvend in het licht gezet. Daarnaast was hij een groot kenner van Luther en Calvijn. Hij wist ook het nodige van Augustinus; in de Nederlandse kerkgeschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw was hij eveneens goed thuis. In de loop van de jaren ging hij zich meer verdiepen in de nadere reformatoren en de puriteinen. Niet voor niets waren er velen die bij hem wilden promoveren, vanwege zijn brede kennis. Zijn begeleiding was overigens niet heel intensief. Zijn kracht lag denk ik vooral in het inspireren van zijn promovendi, door zijn kennis en persoonlijkheid.”

### _Wat was kenmerkend voor zijn theologisch denken?_

„Als je zijn boeken en artikelen leest, valt op dat hij niet uit was op theologische originaliteit en vernieuwing. Hij wilde gereformeerd zijn en blijven, doorademd met een spirituele warmte. Wat in de Schrift en de gereformeerde belijdenis staat, bepaalde zijn grondovertuiging. Tegelijk was hij breed georiënteerd en vond hij dat de gereformeerde theologie geactualiseerd moest worden. Wat dat betreft was hij beslist niet conservatief, in de zin dat alles bij het oude moest blijven. Wel was hij consistent in zijn opvattingen. Je vindt geen opvallende verschuivingen in zijn denken.”

### _Hoe groot was zijn invloed binnen zijn eigen kerkverband?_

„Vele jaren heel groot. Vanaf 1981 was hij hoofdredacteur van De Wekker. In tal van artikelen reflecteerde hij op de ontwikkelingen in de breedte van de gereformeerde gezindte en die in zijn eigen kerkverband. Hij volgde nauwgezet wat er gaande was in het bolwerk van de Gereformeerde Kerken en schreef uitvoerig over de publicaties van theologen als Kuitert, Wiersinga en Den Heijer, naar zijn mening verantwoordelijk voor de sloop van de gereformeerde wereld. Eerst kwam de leer van de genade onder kritiek te liggen, daarna het leven uit de genade, ten slotte de Schrift en het gezag daarvan. Die ontmanteling van de synodaal gereformeerde wereld vond hij schrikbarend.”

### _Een ontwikkeling die ook in zijn eigen kerkverband opkwam. Doorzag hij dat?_

„Zeker, hij was bang dat niet alleen de Christelijke Gereformeerde Kerken, maar ook andere delen van de gereformeerde gezindte de Gereformeerde Kerken achterna zouden gaan. Daar heeft hij op een uitgesproken manier over geschreven. Pas liet ik een paar van zijn stukken uit De Wekker lezen aan een predikant die zich positioneert in het midden van de CGK. Zijn reactie was: „Poeh, wat is dat scherp.” Over de bundel ”De Geest schrijft wegen in de tijd”, onder redactie van zijn collega Versteeg, en de brochure ”Vrouwen in de dienst” schreef Van ’t Spijker lange beschouwingen in De Wekker, samenvattend en analyserend. Series van meer dan tien afleveringen, in de hem kenmerkende, voorname stijl. 

 

Thema’s als de vrouw in het ambt en homoseksualiteit waren voor Van ’t Spijker geen theologische niemendalletjes. Typerend is wat hij schreef naar aanleiding van de brochure ”Verder in vertrouwen”. „Beslissingen vallen vandaag schijnbaar in de ethische vragen, want een tijd vol van veranderingen vraagt om een antwoord op de vraag: wat wilt Gij dat ik doen zal? Maar aan die vraag gaat een andere vooraf. Wie zijt Gij, Heere? De dogmatiek wint het van de ethiek, de kennis gaat aan het doen vooraf. Juist daarom zeiden we dat beslissingen slechts schijnbaar vallen op het terrein van de ethiek. In werkelijkheid is er, voordat de ethische daad wordt gesteld, reeds een dogmatische keuze gedaan.” 

Dat zou voor vandaag geschreven kunnen zijn. Er is echt een andere wind gaan waaien, niet alleen in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hetzelfde zie je in de Gereformeerde Bond. Wat eerst een minderheidsopvatting was, werd langzamerhand een substantiële stroom. Van ’t Spijker heeft gedaan wat hij meende te moeten doen, maar heeft de ontwikkeling niet kunnen keren.”

### _Leed hij daaronder?_

 

„Hij was er in ieder geval bezorgd over, maar hij leefde bij de trouw van God. Daarom werd hij niet moedeloos. Zo schreef hij eens: „Ondanks alles zal het niemand lukken om het gereformeerde beginsel, de gereformeerde belijdenis, de kracht van de Reformatie en het werk van God in Zijn genade uit het hart van een volk weg te bannen. Laat het uit een kerk wijken, in een andere zal het opnieuw blijken.” Daarmee relativeerde hij de betekenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij besefte goed dat die niet meer zijn dan een splinter in de wereldkerk.”

### _Hoe open was hij over zijn persoonlijke geestelijk leven?_

„Hij sprak niet veel over zijn innerlijk, maar zijn vroomheid straalde door alles heen. Je voelde dat hij leefde uit  wat hij beleed.  Dat was ook te merken in de kerkdiensten die hij tot zijn 88<sup>e</sup> jaar leidde. Hij gaf echt wat mee.”

### _Bent u zelf door hem gestempeld?_

„Dat kun je wel zeggen. Zowel door zijn persoonlijkheid, die me altijd heeft geboeid, als door zijn preken, theologische stellingname en stijl. Als student abonneerde ik me al op De Wekker. Het eerste wat ik las, was Van ’t Spijkers rubriek ”Marginaal” – puntig geschreven columns. Fenomenaal! Vele zijn nog steeds het lezen meer dan waard.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-schriftelijke-erfenis-van-prof-w-van-t-spijker-blijft-actueel</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-schriftelijke-erfenis-van-prof-w-van-t-spijker-blijft-actueel</guid>
            <pubDate>Wed, 26 Aug 2026 08:29:51 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wat als school niet meer lukt? Hadassah bleef jaren thuis]]></title>
            <description><![CDATA[Dat hun oudste dochter op de basisschool vaak hoofdpijn heeft en daarbij regelmatig moet overgeven, vinden Henri en Ethel Wolting uit Papendrecht niet verwonderlijk. „We hebben allebei migraine”, vertelt Ethel. „We dachten dat zij dat ook had.”

Op de basisschool blijft Hadassah (nu 18) regelmatig thuis van school. Een kinderarts vindt geen onderliggende oorzaak voor haar klachten, en stelt de diagnose SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten). 

Als ze na coronatijd naar de middelbare school gaat, wordt dat verzuim alleen maar frequenter. Haar pijnklachten nemen toe. „We zijn de medische mallemolen ingegaan, maar niets hielp. „Je moet er mee leren leven”, zeiden de artsen tegen haar.” 

Steeds vaker blijft Hadassah thuis van school. „Dan zat ze ’s morgens aan tafel met knallende hoofdpijn en stuurden we haar met een paracetamol naar bed. Want we wisten uit ervaring: als je een migraineaanval hebt, lukt naar school gaan gewoon niet.” 

Het blijft aanmodderen. Ondanks de goede leerlingbegeleiding op locatie De Swaef van scholengroep Driestar-Wartburg zitten Ethel en Henri met hun handen in het haar. „Ze kreeg veel maatwerk en mocht bijvoorbeeld alleen voor het vak ckv naar school komen. Maar het ging niet. Ze was op.”

 

Hun jongste dochter Thirza (nu 12) heeft intussen de diagnoses ARFID (een eetstoornis, red.) en ASS gekregen en wordt goed begeleid. Als Hadassah in 2022 volledig vastloopt, geeft ze aan net als Thirza geholpen te willen worden. In een gesprek met de praktijkondersteuner van de huisarts komt er een nieuwe vraag op tafel: zou Hadassah misschien ook autisme hebben? „Daar hadden zowel de artsen als wij niet aan gedacht vanwege de diagnose SOLK.”

Onderzoek levert al snel duidelijkheid op: de veronderstelling klopt. En dat niet alleen; Hadassah heeft ook een flinke autistische burn-out. „Zowel voor school als voor ons was het toen helder: Hadassah bleef voorlopig gewoon thuis. We hebben het even helemaal losgelaten om te proberen haar naar school te krijgen. Pas toen kwam er ruimte voor herstel.”

## Ministapjes

Metty Wassink-Kleppe, hoofd leerlingenzorg van de vijf Wartburgscholen van scholengroep Driestar-Wartburg, weet uit ervaring hoe complex de situatie van thuiszitters kan zijn. „Veel van deze leerlingen hebben te maken met schrijnende situaties. Gelukkig is het aantal thuiszitters nog steeds een klein percentage van onze leerlingen.”

Wat de scholen kunnen betekenen voor deze leerlingen? „We proberen hen zo veel mogelijk in onze eigen zorgstructuur op te vangen. Er is bijvoorbeeld begeleiding voor hen van een orthopedagoog of van het zorgadviesteam. Er zijn zorgklassen binnen de scholen waar leerlingen even kunnen ontspannen of juist extra begeleiding kunnen krijgen. Lukt het jongeren niet om in het reguliere onderwijs te zitten, dan is er op onze locatie De Burcht aangepast onderwijs beschikbaar, in kleine klassen en met een vaste docent. We hopen op die manier zo veel mogelijk leerlingen binnen onze eigen scholen te kunnen helpen.”

 

Maar, weet ze, er zijn ook leerlingen voor wie deze vormen van ondersteuning niet toereikend zijn. Wat dan? „Dan kun je niet zonder de samenwerking met ouders en externe betrokkenen, zoals hulpverlening, gemeente en leerplichtambtenaar. Met elkaar kijken we welke stappen er nodig zijn om een leerling weer iets van onderwijs te laten volgen. Voor sommigen zal het niet haalbaar zijn om nog volledig naar school te gaan. Dan zet je ministapjes.”

Bij ministapjes kun je aan veel dingen denken, zegt Wassink. „Zo sprak ik pas een orthopedagoog die betrokken was bij de hulp aan een jongen die volledig thuiszat. Zij vertelde me dat één zo’n ministapje bijvoorbeeld inhield dat de jongen bij aankomst op school werd opgewacht zodat hij niet alleen naar het lokaal hoefde te lopen. Deze jongen heeft uiteindelijk cum laude zijn diploma gehaald. Gewoon door per dag te kijken wat wat hij nodig had om onderwijs te kunnen volgen.”

## Positief

Die ministapjes helpen voor Hadassah niet. In totaal drie jaar blijft ze grotendeels thuis van school. Of Ethel en Henri zich weleens zorgen hebben gemaakt over de toekomst van hun dochter? „Het klinkt misschien stom, maar school deed er een tijdje helemaal niet toe, omdat we merkten dat ons kind helemaal niets op kon nemen. Thuis boden we haar soms op een laagdrempelige manier onderwijs aan, door haar bijvoorbeeld mee te laten helpen in de moestuin, samen naar een museum te gaan of met elkaar muziek te maken.”

Als de situatie van hun dochter na verloop van tijd wat stabiliseert, gaan ze op zoek naar andere onderwijsvormen. „We hebben veel instanties benaderd, waaronder De Hoop. Die verwees ons door naar het zorg- en onderwijscentrum van Stichting Timon in Delfshaven.”

Een fantastische mogelijkheid, noemt moeder Ethel het centrum. „De mensen die daar werkten, gingen uit van niets. Alleen Hadassahs komst was al genoeg. De benadering was alleen maar positief, omdat ze keken naar wat er nog wel lukte.  Zo heeft Hadassah langzaam het schoolgaan weer opgebouwd. Heel voorzichtig kwamen op een gegeven moment ook de schoolboeken op tafel.”

De grootste winst? „Er kwam weer een sprankeling in haar ogen. Ze stond aan en hoefde haar ongelukkige gevoel niet meer te maskeren.”

## Samenwerking

Het verhaal van Hadassah staat niet op zichzelf. Onderwijs kan er voor thuiszitters heel anders uitzien dan voor een gemiddelde leerling, weet ook Metty Wassink-Kleppe. „Onze hoofdvraag bij thuiszitters is altijd: Hoe kunnen we de leerling toch enige vorm van onderwijs aanbieden? Dat is niet altijd in de vorm van school. Ik vind dagbesteding waarbij met elkaar wordt gezocht naar een manier van onderwijs ook een optie.”

Waar het de school vooral om gaat, is dat leerlingen niet aan hun lot worden overgelaten. „Leerlingen hebben leerplicht, maar ik vind het mooier om te zeggen dat ze recht hebben op onderwijs. Daarnaast heeft elke school zorgplicht. Daarom wil ik het liefst niet accepteren dat onderwijs niet meer mogelijk is, maar voelen we als school altijd de verantwoordelijkheid en de liefde om te blijven zoeken naar mogelijkheden. Want alle kinderen zijn schepselen van God en je gunt elk kind een plekje in de maatschappij. 

 

Het kan daardoor zijn dat we soms met elkaar bij heel alternatieve onderwijsoplossingen uitkomen. Een zorgboerderij bijvoorbeeld, een stage, of een andere vorm van leren in de praktijk. Soms blijven we als school alleen nog op de achtergrond betrokken. Slechts in de meest uitzonderlijke gevallen blijkt dat een vrijstelling van onderwijs aan de orde is.”

Dat zoeken naar een vorm van onderwijs die wél haalbaar is voor de leerling, is een tijdrovend proces. Voor de school, maar vooral voor de ouders, die dag in dag uit te maken hebben met een zorgintensief kind. „Je moet niet onderschatten wat een gigantisch druk de zorg voor een kind met complexe problematieken op een gezin legt. Soms merken we dat ouders zo aan het einde van hun latijn zijn, dat het heel hard werken is om als school hen in verbinding te blijven.”

Toch is het in het belang van de leerling om de handen zo veel mogelijk ineen te slaan. „De centrale vraag aan ouders, school en hulpverleners blijft: staan we met z’n allen om deze leerling heen, willen we allemaal het beste voor dit kind? Als ik kijk naar de succesverhalen onder de thuiszitters, zie je dat dit vaak casussen zijn waarbij er een fijne samenwerking was tussen alle partijen. Het is geen garantie, maar wel een goede voorwaarde. Vaak ontstaan er zo mooie dingen. Maar er zijn ook situaties waarin we met de rug tegen de muur staan.”

## Begrip

De Woltings hebben ervaren dat het erg hielp dat De Swaef, waar Hadassah al die tijd stond ingeschreven, begrip bleef tonen. „We hebben heel goede gesprekken gehad. Ze hebben vanuit school heel veel uit de kast gehaald voor Hadassah, maar het lukte haar gewoon niet om terug naar school te gaan. Dan moet je dat op een gegeven moment accepteren. Gelukkig deden school en hulpverlening dat ook.”

Het onderwijssysteem is er nu eenmaal niet op ingesteld om ook in heel specifieke behoeften te voorzien, leerde Ethel de afgelopen jaren. „Soms moet je, ook als ouders,  je verwachtingen loslaten en het woordje school laten varen. Niet iedereen past in het regulier onderwijs. Je daar druk over maken heeft geen zin. Natuurlijk hebben we ons weleens zorgen gemaakt over de toekomst van ons kind, maar haar herstel stond voorop. Dat gaf rust.”

 

Wel hadden ze met de kennis van nu graag eerder willen weten dat Hadassahs problemen niet van fysieke aard waren, maar door overprikkeling kwamen. „Achteraf gezien had ze al meteen in 2020, na de basisschool, naar De Burcht gemoeten, de locatie van het Wartburg voor cluster 4. Maar omdat ze alleen lichamelijke klachten had, wisten we dat toen nog niet Pas veel later bleken dit de eerste signalen van een ASS-burnout.”

Dat leerpunt namen ze mee bij hun jongste dochter, Thirza. Zij ging meteen naar De Burcht, omdat ze het te zwaar had op het regulier onderwijs. „Want”, zegt Ethel, „juist bij meisjes tussen de twaalf en achttien is het autisme het hevigst. In die periode lopen heel veel meiden vast, blijkt uit onderzoek.”

## Pilot

Bij de Wartburg blijven ze zich intussen onvermoeibaar inzetten voor jongeren die vastlopen. Wassink, enthousiast: „Een mooi voorbeeld is de pilot die we na de zomer gaan opzetten. We hebben namelijk subsidie toegewezen gekregen om voor locatie Guido de Brès in Rotterdam een begeleider van Eleos in te zetten bij langdurig verzuim. Zo’n begeleider kan dingen doen die wij als school niet kunnen: thuis komen kijken, een dagstructuur opstellen, helpen om stapjes te zetten om weer naar school te kunnen gaan, soms ook letterlijk met een leerling mee het schoolgebouw ingaan. Met deze pilot hopen we de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp verder te versterken, met als gezamenlijk doel een leerling weer perspectief op onderwijs te geven.” 

Ook in huize Wolting overheerst optimisme. Met Hadassah gaat het verrassend goed, vertelt haar moeder. Na een jaar bij het zorg-en onderwijscentrum van Stichting Timon was ze er twee jaar geleden aan toe om de entreeopleiding mbo 1 dierenverzorging te gaan volgen. „In Hadassahs klas zaten veel jongeren met een rugzakje. Het schoolteam wist feilloos met hen om te gaan.”

Vanaf dan is er vooral een opwaartse spiraal te zien. „Dankzij de goede begeleiding pakte ze ineens de draad weer op en bevindt ze zich nu helemaal in het schoolleven. Ze gaat volgend jaar examen doen voor mbo 2 en wil vervolgens graag mbo 3 dier en gedrag gaan doen.”

 

Omdat Hadassah en haar zusje Thirza zich inmiddels in veiliger vaarwater bevinden, durft hun moeder Ethel nu ook openlijk hun verhaal te vertellen. Want er mag wel wat meer openheid komen rondom thuiszitters, vindt het gezin Wolting. Er zijn nog te veel vooroordelen van buitenstaanders. Ethel: „We hebben weleens gehoord: „Ze moeten gewoon een schop onder de kont hebben.” Of, als het gaat om Thirza’s eetproblematiek: „Geef haar maar een weekje aan mij, dan gaat ze wel eten.” Maar dan weet je niet waar je het over hebt.”

Ethel wil in de toekomst liefst ook officieel de barricades op om te vechten voor thuiszitters en hun omgeving. In het kader daarvan is ze in 2022 de opleiding onderwijsassistente en in 2024 een NTI-opleiding persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg begonnen „Ik ontmoet, ook in mijn werk als secretaresse en receptioniste in de GGZ, regelmatig ouders die in hetzelfde schuitje zitten als wij vroeger. Bij sommigen is de nood hoog. Ik weet nog niet precies hoe, maar ik hoop dat ik hen met deze studie in de toekomst kan helpen.”

  

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wat-als-school-niet-meer-lukt-hadassah-bleef-jaren-thuis</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wat-als-school-niet-meer-lukt-hadassah-bleef-jaren-thuis</guid>
            <pubDate>Wed, 26 Aug 2026 08:06:34 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Nachtwerk slecht voor hersenen]]></title>
            <description><![CDATA[Notoire nachtwerkers verliezen hersenweefsel, vooral witte stof, zo bleek uit onderzoek van Duke University (VS) onder 2122 mensen die geregeld ploegendiensten draaien. Het effect is klein, maar meetbaar. De hersengebieden die achteruitgaan, helpen onder meer de slaapcycli, de emoties en het geheugen te regelen. Het slaap-waakritme wordt door ploegendiensten grondig verstoord, licht hoofdonderzoeker Thomas Welton toe. En vaker dan gemiddeld hebben ze slaapproblemen, slaapstoornissen en psychische problemen. Wanneer mensen stoppen met het draaien van ploegendiensten, herstellen de hersenen zich deels binnen tweeënhalf jaar.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/nachtwerk-slecht-voor-hersenen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/nachtwerk-slecht-voor-hersenen</guid>
            <pubDate>Wed, 26 Aug 2026 07:24:05 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Nadenken over vrijheid in Medemblik]]></title>
            <description><![CDATA[Terwijl het land zindert in zomerzonnevuur, verwelkomt Medemblik de bezoeker met een briesje. De machtige toren van de Bonifaciuskerk laat een opgewekte melodie horen, gevolgd door bonzende klokslagen. De nagalm is zo lang als de bakstenen toren hoog is.

Twee gebeeldhouwde schepen met bolle zeilen pronken op het bordes van het oude stadhuis, uit 1940. Het staat fier aan de dijk, even voorbij het tramstation. Een brede winkelstraat voert richting de havens, waar zeiljachten de geopende brug passeren. Gezellig geroezemoes klinkt vanaf het terras van eetcafé De Kwikkel, aan de overkant. Tussen de havens ligt een langgerekt eiland met fraaie historische panden, zoals graanpakhuis De Wolff. In de tuin van een statige villa bloeien de rozen uitbundig, omzoomd door buxushagen.

 

Tussen de woonhuizen loopt een vriendelijk grachtje met bomen aan weerszijden, het Achterom. Witte bruggen, klassieke lantaarns, pramen langs de kades. Twee jongens meren aan met een kleine speedboot. Naast een schilderachtige klokgevel prijken dichtregels van Willem Wilmink: „Ik keek naar oude platen van mooie lege straten: geen rotzooi en geen troep nog, geen auto’s op de stoep nog.” In de gracht zwemt een fuut.

## Nachtwacht

Na de eerste kennismaking met het stadje wordt het tijd voor Oorlogsmuseum Medemblik, waar het binnen prettig koel is. Aan het plafond hangen schaalmodellen van jachtvliegtuigen, uit speakers klinkt krakerig ”Land of Hope and Glory”. Een grote wanddecoratie toont De Nachtwacht. Het echte schilderij was ooit in Medemblik: vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het tijdelijk opgeborgen in Kasteel Radboud, dat aan de havenmonding staat.

 

Door café Rosi’s Gaarkeuken waaieren de tonen van een Duitstalig liedje uit 1915. „Und alle Leute soll'n es seh'n, wenn wir bei der Laterne steh'n.” Directeur Lars Rustenburg (31) vertelt dat het museum afgelopen jaar 226 schoolklassen ontving, van basisschool tot mbo. „Dat is heel waardevol. Zo zijn mijn ouders in 2017 ook begonnen, onder de naam Educatief WO II Centrum. Kinderen waren enthousiast over ons lesprogramma met escaperoom-concept. Ze kwamen vol verhalen thuis; hun ouders en broertjes en zusjes wilden ook naar dat “museum”. Zaterdags stonden ze op de deur te kloppen.”

 

## Keuzes

Het lesprogramma werd uitgebreid tot een experience tour, ”Keuzes in Almersdorp”. Rustenburg: „In de expositie, tussen de collectie, kun je opdrachten doen zoals in een escaperoom. Bezoekers gaan op zoek naar een geheime radio, ontcijferen codes. Zo leren kinderen spelenderwijs en blijven ze bij de les. We willen tot de kern komen. Ruim tachtig jaar geleden hebben mensen keihard geknokt voor onze vrijheid. Wij hebben de verantwoordelijkheid om die vrijheid te behouden of te vergroten.”

In Oorlogsmuseum Medemblik draait het niet om uniformen, wapens of bodemvondsten, maar om de moeilijke keuzes waar mensen voor stonden (zie ”Leren van de Tweede Wereldoorlog”). De directeur: „Het gaat ons om bewustwording. Opa’s en oma’s van nu hebben de oorlog al niet meer meegemaakt. We geven bezoekers mee dat je zelf een verantwoordelijkheid hebt om niemand buiten te sluiten. Als het ons lukt om één kind met die boodschap te raken, is dat al winst. Op een dag is er dan misschien nooit meer oorlog.”

 

## Pontonbrug

Het museum, dat vorig jaar zo’n 36.000 bezoekers ontving, besteedt aandacht aan de burgerlijke en de militaire kant van de Tweede Wereldoorlog. Behalve schoolklassen komen er bedrijven, gezinnen en toeristen. Een rondrit met een historische legertruck gaat langs oorlogsmonumenten in de omgeving. Ook varen met een replica van een legerboot of -kano is mogelijk.

>„We geven bezoekers mee dat je zelf een verantwoordelijkheid hebt om niemand buiten te sluiten”

Tijdens „levende-geschiedenisdagen” kruipen vrijwilligers van de Pontoon Group ’40-’45 in de huid van Amerikaanse geniesoldaten en demonstreren ze een pontonbrug. Een originele noodbrug wordt permanent tentoongesteld. Rustenburg gaat voor naar een grote expositieruimte, waar de kenmerkende geur van oude voertuigen hangt. Af en toe klinkt een luchtalarm. Links en rechts Amerikaanse trucks, in het midden de brug. „Dit is superuniek. Er zijn in de oorlog 30.000 pontons gebouwd, maar van die houten bootjes zijn er maar weinig overgebleven.”

 

De familie Rustenburg, die christelijk is, vertelt in het museum ook het verhaal van de veldpredikers. Het idee komt van broer Sil, die bij de Pontoon Group ’40-’45 – onder meer op de Terdege Zomerfair – de rol van chaplain vertolkt. Lars Rustenburg: „Hij heeft zich er behoorlijk in verdiept en heeft een hele collectie verzameld. De expositie is in mei door een Amerikaanse legerpredikant geopend.”

## Kogge

Na een heerlijk hoorntje met softijs uit een vintage ijsmachine wacht buiten Medemblik, blakerend in de zon. Op het perron van de stoomtram tuurt een gebruinde jongeman naar het scherm van zijn smartphone. Een riviercruiseschip ligt aangemeerd, verderop wordt gezwommen en gepeddeld. In de lucht zwaluwen, aan de einder witte zeilen.

 

Bij de havenmonding springen tieners vanaf meerpalen en boten in het water. Een bruidspaar arriveert onder applaus bij Kasteel Radboud. Op het dek van een stoomschip zit een man te hengelen, even verder ligt de Kamper Kogge. De ene na de andere gevel aan de Oosterhaven is voorzien van een monumentenschildje.

Bomen langs de Westerhaven zorgen voor welkome schaduw. Een vrouw in roze blouse opent de glanzende voordeur van een chic pand, met een reusachtige gouden lantaarn in het bovenlicht. Ook de geraniums in de vensters zijn roze. Een meisje in witte jurk komt langs op een loopfiets. In de haven passeert een oud schip, een forse driekleur wappert boven het achterdek. De scheepsbel klingelt helder en vrolijk. Zonnebadende jeugd aan de overkant zwaait en schreeuwt, met lage stem: „Nog één keer!”

Op een stoepje aan het Achterom zit een ouder drietal te converseren. Een flard van het gesprek klinkt over de stille gracht. „En toen kwam de bevrijding. Vlaggetjes, gejuich… En we gingen weer verder.”


 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/nadenken-over-vrijheid-in-medemblik</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/nadenken-over-vrijheid-in-medemblik</guid>
            <pubDate>Fri, 21 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Tineke van der Waal weet zich geïnspireerd door Willem en Betsy Groen van Prinsterer]]></title>
            <description><![CDATA[Het interview, in de tuin, is een welkome onderbreking van de maalstroom waarin Tineke van der Waal zich bevindt. Het schrijven van een beeldbiografie over het echtpaar Groen van Prinsterer, in samenwerking met Reveilkenner Hendries Boele, slokte haar de laatste maanden bijna volledig op. „Gelukkig komt de eindstreep nu in zicht.”

### _Hoe ontstond het idee?_

„Vorig jaar heb ik samen met Hendries het blad De Waarheidsvriend een paar maanden in de lucht gehouden, tot de komst van een nieuwe hoofdredacteur. Tijdens een van de gezamenlijke ritten zei hij dat ik een boek zou moeten schrijven over Groen, omdat in 2026 wordt herdacht dat hij 150 jaar geleden overleed. Mijn eerste reactie was negatief. Wat valt er nog aan nieuws over Groen te melden? Bovendien is er een wetenschappelijke biografie in de maak. 

Ik constateerde dat een boek over Betsy, koningin van de weldadigheid, wel heel leuk zou zijn. Op haar persoon, leven en betekenis hebben we minder zicht. Daarna ontstond het idee om een beeldbiografie van beiden samen te stellen en hun leven op die manier dicht bij een breed publiek te brengen. Ik heb meteen gezegd: „We gaan het dan wel samen doen.”  Die samenwerking verliep vanaf het begin heel goed.”

### _Wat moet ik me precies voorstellen bij een beeldbiografie?_

„Het levensverhaal van Willem en Betsy, ondersteund met meer dan tweehonderd foto’s. Die laten zien wie hun familie was, waar ze hebben gewoond, wat ze hebben gedaan en geschreven, wie tot hun netwerk behoorden … Omdat ze allebei afkomstig waren uit vooraanstaande en gefortuneerde families, is er veel beeldmateriaal. Dat geeft echt een meerwaarde aan het boek, al komen we ook met nieuwe informatie.”

### _Hoe kwamen jullie aan het beeldmateriaal?_

„Betsy overleed drie jaar na Willem. Alle persoonlijke documenten kwamen terecht op de Fraeylemaborg in het Gronings Slochteren, eigendom van Betsy’s tantezegger mr. Jan Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren. Het archief bleef bijna 150 jaar gesloten, maar ging in 2024 open. Het is nu ondergebracht in de Groninger Archieven. Daar heb ik een aantal dagen gezeten. Met honderden foto’s ging ik weer naar huis.”

 

### _Had je ook direct contact met nazaten van Betsy?_

„Willem en Betsy kregen zelf geen kinderen. Ik heb wel contact met jonkvrouw Mieke van Panhuys, die op de Fraeylemaborg opgroeide en me over “oom Groen” kon vertellen. Ze woont nu in het bijbehorende Regthuys van Slochteren. Ik ben een avond bij haar op bezoek geweest. Ze heeft nog een schrijfkistje van Betsy op zolder staan. Ook de aktetas van Willem, waarin met goudkleurige letters zijn naam is gegraveerd, bleef bewaard. Je komt op die manier heel dicht bij hun leven. Betsy vind ik minstens zo boeiend als Willem. Ik denk dat onze ontdekkingen over haar ook op hem nieuw licht werpen. Nooit eerder werkte ik aan zo’n mooi project. Vaak denk ik: dat ik dít mag lezen en mag zien. Het voelt als een voorrecht.”

### _Welke indruk laat het totaal aan beeldmateriaal na?_

„Het toont hoe Willem en Betsy hun tijd, talenten en geld hebben besteed. Hij vooral in het publieke leven, zij op sociaal en maatschappelijk gebied. Het zijn twee bijzondere mensen geweest, die dicht bij God leefden, veel van elkaar hielden en elkaar aanvulden en versterkten. Het is geweldig om de brieven te lezen die ze aan elkaar schreven.

Ze waren zo vermogend dat ze niet hoefden te werken en een comfortabel leven hadden kunnen leiden. In plaats daarvan kozen ze ervoor zich onvermoeibaar in te zetten voor anderen en hun vermogen ten dienste van hun christelijke roeping te stellen. Door hun netwerk konden ze veel in gang zetten. Dat deden ze met vuur, vanuit hun liefde tot God, de naaste en hun land.

Willem heeft als historicus een christelijk-nationale kijk op Nederland. Hij ziet het als zijn roeping om het christelijke vast te houden voor de samenleving en ook concreet gestalte te geven. Mijn indruk is dat ze alles samen bespraken en elkaar stimuleerden. Ik moest glimlachen toen ik zag dat Willem Betsy op haar 68e verjaardag de koopakte van een danshuis in een beruchte Haagse buurt overhandigde en zij het pand vervolgens tot een evangelisatiegebouw maakte.”

### _Wanneer raakte je geboeid door Groen van Prinsterer?_

„Het is een soort jeugdzonde dat ik tijdens mijn studie geschiedenis in Leiden niet echt in hem geïnteresseerd was. Wel heb ik op het Leidse dispuut Panoplia van de CSFR een Reveilkring geleid, samen met huisgenote Hilke Vermeer, nu de vrouw van ds. Pieter den Ouden. Het Reveil is een bijzondere beweging geweest, waar we nog steeds veel sporen van zien. Zonder het Reveil waren we waarschijnlijk een land als Frankrijk of Engeland geweest.

In 2001 wijdde het RD, waar ik intussen werkte, een bijlage aan Groen, tweehonderd jaar na zijn geboortedag. Daar werkte ik aan mee en zo ontstond mijn fascinatie voor Groen. Op een veiling in Utrecht kocht ik een meter boeken en brochures van en over hem. Zo leerde ik ook Betsy kennen. Ik ontdekte al snel dat zij zeker zo interessant is.

Later in dat jaar organiseerde ik een stadswandeling in Den Haag, met het echtpaar Groen als thema. Daar ben ik mee verdergegaan toen ik eind 2015 stopte met mijn werk als eindredacteur bij De Waarheidsvriend. Door Covid kwam er een einde aan en ging ik me richten op de genderthematiek. Het achterliggende jaar was ik weer volop bezig met Willem en Betsy. Ik ben van die mensen gaan houden en bewonder ze om de keuzes die ze maakten. Ze inspireren me door hun geloofshouding.”

### _Hoe zou je Betsy typeren?_

„Als een gedreven, warme, sociale en praktische vrouw. Ook een leuk iemand. Op een gegeven moment noteert Willem de Clercq in zijn dagboek: „Betsy was er niet bij, dus het was minder levendig.” Voor iedereen had ze een goed woord. Zat iemand in de put, dan beurde zij die persoon op. Hoewel ze uit een patriciërsgeslacht kwam, was ze ongevoelig voor rangen en standen. Vanuit haar eigen sociale laag kreeg ze kritiek vanwege het feit dat ze zelf de achterbuurten introk om hulp te verlenen, maar daar stoorde ze zich niet aan. Ze dacht heel onafhankelijk. Bepalend was voor haar wat de Heere Jezus zou doen. Als ze een probleem zag, ging ze op zoek naar een oplossing. Zo ontstonden in de loop der jaren veel initiatieven, waarvan sommige voor mij tot begin dit jaar onbekend waren.”

 

### _Zoals?_

„Allerlei verenigingen, die inmiddels ook weer opgeheven zijn. Tot een paar weken geleden ontbrak één puzzelstukje. In archiefstukken kwam ik intekenlijsten tegen, maar onduidelijk was voor welk doel. Het blijkt de totstandkoming van de Vrije Universiteit in Amsterdam te zijn; ook daar was ze dus bij betrokken. Willem is dan al overleden. Ze wordt wat terughoudender als iemand haar zegt dat hij het niet helemaal eens zou zijn geweest met de grondslag van de VU.”

### _Welk geschrift van Groen staat voor jou inhoudelijk bovenaan?_

„Zijn hoofdwerk is onmiskenbaar “Ongeloof en revolutie”. Daarin verwoordt hij zijn centrale boodschap: ongeloof baart revolutie. Wie God loslaat is overgeleverd aan zichzelf, persoonlijk en als samenleving. Die boodschap blijft actueel. Als hij even in onze tijd mocht kijken, zou hij niet weten wat hij zag en tegelijk niet verbaasd zijn.”

### _Wat boeit je in zijn persoon?_

„Zijn volharding, veelzijdigheid – hij heeft over vrijwel alle onderwerpen in zijn tijd geschreven – en zijn onafhankelijke denken. Hij zocht naar de oorzaak en de geest achter de ontwikkelingen die hij waarnam. In het debat ging het hem om de inhoud; hij was niet van de handige routes en gesprekken in achterkamertjes. Mede omdat hij juist het debat heel belangrijk vond. Door die houding kwam hij geregeld alleen te staan. Hij koos niet de gemakkelijke weg, wel de weg die hij naar zijn overtuiging moest gaan. Net als bij Betsy speelde zijn karakter daarin een rol, maar de belangrijkste reden was zijn diepe besef van afhankelijkheid van God.”

### _Op welke wijze inspireert het echtpaar Groen je in het werk dat je doet?_

„Niet heel bewust, onbewust natuurlijk wel. Ik heb grote waardering voor die mensen en probeer van betekenis te zijn in het werk dat ik doe en alles wat op me afkomt. Het moet relevant zijn. Dat heb ik ook van thuis meegekregen. Geslacht en gender is voor mij een belangrijk onderwerp geworden. Toen ik me erin ging verdiepen, ontdekte ik dat er sprake is van een culturele revolutie. In eerste instantie onder de radar, maar met grote gevolgen. 

De drijvende krachten achter deze ontwikkeling waren zich hiervan bewust, de rest van de samenleving niet. Terwijl er in de Europese wetgeving al veel werd vastgelegd. Het wachtte alleen nog maar op toepassing en uitwerking. Op een gegeven moment sliep ik er bijna niet meer van, omdat ik wist dat deze ontwikkeling vooral minderjarigen en psychisch kwetsbare mensen zou gaan raken. Ga je aan je geslacht sleutelen, dan is dat meestal onomkeerbaar. Ik zag het als een taak en roeping om bewustwording te creëren. 

Ik weet dat er mensen zijn voor wie genderdysforie een realiteit is, bij wijze van spreken vanaf de box, maar dat staat voor mij los van de nieuwe gendertheorie. Die wil identiteit een nieuwe definitie geven, waarbij het gevoel leidend is en gender ondergeschikt wordt aan geslacht. Gabriele Kuby, auteur van “De seksuele revolutie”, heeft mijn ogen hiervoor geopend. Het feit dat het thema in Nederland nauwelijks in beeld was, maakte me ongerust.”

### _Hoe ging je te werk?_

„Ik heb contact gelegd met de NPV; in 2020 is los daarvan een kleine denktank gevormd. Zelf ben ik in het RD gaan publiceren over dit onderwerp. Zo objectief mogelijk, om inzicht in de ontwikkelingen te geven. Ik besefte dat het een spannend onderwerp is, maar kreeg voornamelijk positieve reacties. Wel heb ik voor de zekerheid ons huisadres van mijn website gehaald. 

Op een gegeven moment is er contact geweest met Bijbels Beraad M/V; dat wilde ons denktankje daarmee integreren. Dat hebben we niet gedaan. Bijbels Beraad M/V richt zich op de reformatorische gezindte, terwijl wij meer een roeping richting de gehele samenleving zien en daarin ook naar brede samenwerking zoeken. Indirect is zo de recent verschenen “Gendergids” ontstaan.”

 

### _Je had zitting in het bestuur van NET Foundation en trad onlangs toe tot het bestuur van Schreeuw om Leven. Wat trekt je in dit werk._

„Als je ervoor wordt gevraagd, moet je een goed argument hebben om nee te zeggen. Bij NET zaten mijn termijnen erop toen Schreeuw om Leven aanklopte. Ook dat is een heel mooie organisatie, passend bij de geest van het Reveil. Betsy had die kunnen starten. Het is prachtig wat deze mensen doen, tegelijk ook spannend. Er is sprake van een strijd tussen licht en duisternis.

In de tussentijd heb ik meegewerkt aan de heroprichting van Protestants Nederland, waarvan ik nu bestuurslid ben. We willen de organisatie voortzetten op de wijze zoals die ooit is gestart, als stem van de kerk in de brede samenleving. Om het christelijke geluid te versterken en ter ondersteuning van christelijke partijen en bestaande verenigingen voor specifieke doelen. Het eerste initiatief was aandacht vragen voor de betekenis van de zondag, in samenwerking met onder meer de Vereniging voor Zondagsrust.”

### _Het effect is waarschijnlijk nihil._

„Als ik denk vanuit Groen, zeg ik: daar zijn wij niet verantwoordelijk voor. Daarom vind ik het ook jammer dat de Gereformeerde Bond onlangs besloot te stoppen met de gewoonte om namens de jaarvergadering een telegram aan de koning te sturen en gezamenlijk het Wilhelmus te zingen. Je kunt zeggen dat zo’n traditie niet meer van deze tijd is, maar ze gaf wel uitdrukking aan de verbondenheid van kerk, land en overheid. Mijn indruk is dat we als kerken op zondag meer en indringender zouden kunnen bidden voor ons land en volk, voor hen die politieke verantwoordelijkheid dragen en ook voor het koningshuis. Dat is iets wat we van Groen kunnen leren. Er wordt gezegd dat hij knielde als hij vanuit zijn huis aan de Korte Vijverberg naar het Torentje keek. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het doet je wel beseffen hoezeer de voorbede van de christelijke gemeente nodig is, vandaag misschien wel meer dan ooit.”

### _Je geeft ook catechisatie. Mooi om te doen?_

„Ja, onze gemeente werkt met mentorcatechese. Tijdens het eerste halfuur wordt kennis gedeeld, vaak door de predikant. In het tweede halfuur gaat de groep in kleine groepjes uiteen en leid ik zo’n mentorgroepje. Daarmee doe ik dan Bijbelstudie. Ik voel me betrokken op de jongeren van de gemeente en wil actief bijdragen aan hun vorming. Waarbij ik me ervan bewust ben dat het eigenlijke werk thuis moet gebeuren, in het gezin. De catechese is aanvullend.”

### _Hoe beleef je deze tijd als vrouw en moeder?_

„Ik ben geen somber mens, maar maak me wel zorgen. Toen ik volop met het thema gender bezig was, zat ik veel op Twitter en andere sociale media om ook via die kanalen mijn stem te laten horen. Totdat ik merkte dat ik neerslachtig werd van alles wat ik voorbij zag komen. De strijd van de machten kwam sterk op me af. Het was goed dat ik me na de ”Gendergids” met iets positiefs bezig kon houden. Willem en Betsy waren een cadeau. Ik heb ook mooie gesprekken over de verschillende thema’s met mijn dochters, op een spontane, natuurlijke manier. Daar ben ik dankbaar voor.”

### _Is de tijd waarin we leven de slotfase van de laatste dagen?_

„Ja, dat denk ik wel. Je ziet dat de dingen zich versnellen, terwijl steeds meer macht geconcentreerd raakt op plaatsen waar niemand nog echt invloed kan uitoefenen. Dat geldt de politiek, maar ook techniek en economie. Het heeft iets apocalyptisch. Ik ben me steeds meer gaan richten op het Koninkrijk; dat wat God doet, gedaan heeft en zal doen. Daar gaat het om. 

We zijn geneigd om ons vertrouwen te stellen op de dingen van het hier en nu, of op onszelf. Dat is zonde. We leven hier maar een korte tijd, ons werkelijke houvast ligt in de eeuwige woorden van God. Die vormen het vaste fundament, waarbij ik hoop te blijven. Jezus heeft gezegd: „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” In gehoorzaamheid daarbij leven geeft moed. Geloven betekent voor een belangrijk deel eenvoudigweg gehoorzamen; de rest is aan de Heere. Het geeft hoop dat Hij God is en kan scheppen waar helemaal niets is. Dat geldt in mijn persoonlijke leven, maar ook in onze samenleving en ons werelddeel.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/tineke-van-der-waal-weet-zich-geinspireerd-door-willem-en-betsy-groen-van-prinsterer</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/tineke-van-der-waal-weet-zich-geinspireerd-door-willem-en-betsy-groen-van-prinsterer</guid>
            <pubDate>Thu, 20 Aug 2026 10:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Dit zijn de zomerse keukengeheimen van twee professionele koks]]></title>
            <description><![CDATA[## Het geheim van de eenvoud

 

Wie: Jac-Benny Cok (45) uit Dinteloord, culinair adviseur bij Hanos Breda

Jac-Benny Cok denkt in smaken – en dat ligt niet alleen aan zijn naam. Zomaar ineens kan een ingrediënt hem opvallen in een gerecht. Dan ontstaat er in zijn hoofd een nieuwe combinatie van smaken, kleuren en texturen. „Als ik daarmee aan de slag ga, pakt het soms heel goed uit en een andere keer denk ik: wat ben ik blij dat ik dit alleen proef. Zo gaat dat in de keuken, echt niet alles slaagt meteen. Wel leer ik elke dag nog bij.” 

En dat zegt de man die al dertig jaar in het vak zit. Die werkte in zo ongeveer alle delen van de sector: van eetcafé tot instellingskeuken en van bistro tot Michelinrestaurant. Hij verzorgde outdoor-cookings, werkte bij een cateraar en stond in verfijnde wereldkeukens, van Spaans tot Italiaans. „Al die smaken en alle technieken die ik door de jaren heen heb leren kennen, kan ik nu doorgeven. In mijn werk als culinair adviseur komen eigenlijk al die opgedane ervaringen samen, dat is heel mooi.” 

## Aanreiken

Vanuit Hanos, de internationale groothandel van de horeca, denkt Jac-Benny mee over menukaarten en recepten en inspireert hij horecaondernemers op het gebied van sfeer, stijl en smaken. „Ik zeg weleens: „Ik werk in de branche van de gastvrijheid”. Want daar gaat het om in de horeca. En dat wil ik terug laten komen in mijn dagelijks werk, door langdurig mee te denken met klanten. Soms betekent het dat ik bepaalde keukenvragen beantwoord, op andere momenten organiseer ik een masterclass of inspiratie-evenement. Juist die afwisseling maakt het mooi. Vroeger was ik de eigenwijze chef in de keuken. Nu probeer ik mijzelf juist ondergeschikt te maken, want ik moet meedenken en inspiratie aanreiken.” 

Daarbij spelen de seizoenen een belangrijke rol, geeft de culinair adviseur aan. „De smaken van mensen veranderen met het seizoen mee. In de zomer hebben mensen geen behoefte aan winterse stoofperen en zware stamppotten; in de winter werk je niet met nectarines en zet je geen mosselen op de kaart. Vanuit Hanos maken we vier seizoenmagazines en de wisselende aanbiedingen gaan meestal over de smaken van het jaargetijde.” 

 

Tegelijkertijd ziet Jac-Benny dat trends nog belangrijker worden, op culinair gebied. „Dit jaar is het heel trendy om terug te gaan naar de Franse klassiekers. In de patisserie gaat het dan over macarons en eclairs, restaurants serveren croque-monsieur, vissoepen en gerechten met hollandaisesaus. Het is mooi om mensen te inspireren om daar iets nieuws mee te doen. Door een crumble toe te voegen of door het gerecht te verfraaien met een chippie of een eetbare bloem. Er is eindeloos veel mogelijk.” 

## Ambacht

Voor Jac-Benny staat de zomer voor het ontspannen eten met elkaar. „Je neemt de tijd voor de maaltijd en doet wat meer moeite voor de sfeer. Denk aan het samen barbecueën, een shared dining of een mooie borrelplank. Bij de zomer horen cocktails en citrusvruchten, en pizza’s uit de buitenoven. 

Doordat de temperaturen in Nederland steeds hoger liggen, zie je dat culinaire trends uit mediterrane gebieden ook aanslaan. Vis en schaaldieren worden populairder. Een visplateau of zeewier als bijgerecht is niet meer heel uitzonderlijk. Vis wordt vaker gegaard in het zuur van citrusvruchten, dan krijg je een ceviche. En het Texas Nevada idee van rokerige, grote stukken rundvlees doet het goed. Tegengestelde trends zie je vaker op culinair gebied.”

Toch ligt de kern van een goed gerecht niet in grote stukken vlees of in verse vis, haast Jac-Benny zich te zeggen. „De echte chefs van deze wereld kunnen met één stuk groente vijf heerlijke bereidingen maken. Die hebben hun techniek heel goed op orde. Ze konfijten, grillen en frituren en koken high-pressure of juist sous-vide. Al die technieken geven weer andere smaken. Probeer het zelf maar eens, met prei. Als je dat rauw in een gerecht verwerkt, smaakt dat heel anders dan wanneer je het in boter gaart of frituurt. In die verschillen ligt het ambacht van het koken.” 

 

## Eenvoud

Wie de smaken van de zomer wil vangen in een gerecht, doet er goed aan om het vooral simpel te houden, is het advies van Jac-Benny. Die uitdaging stelt hij zichzelf ook nog altijd. „Als je heel veel ingrediënten nodig hebt om iets lekkers te maken, ben je eigenlijk de weg kwijt. Een goed gerecht bestaat uit drie of vier ingrediënten met kruiden en specerijen die de smaak op de juiste manier naar voren halen. Dat waardeer ik zo aan de Italiaanse keuken: Italiaanse koks begrijpen dat. Die kennen de eenvoud van een salade caprese, met tomaat, mozzarella en basilicum. En hooguit wat goede olijfolie, een vinaigrette of verse kruiden erbij. Daar kun je me voor wakker maken.”

Juist vanwege het geheim van die eenvoud, kan iedereen zelf aan de slag om de zomer te vangen op z’n bord, benadrukt de culinair adviseur. „Ik zeg altijd: „Zorg dat je een fijne rasp hebt, een microplane, en let erop dat je een citroentje of limoentje hebt liggen. Dan kun je altijd iets raspen voor in je gerecht. Dat geeft net even die frisheid, daarmee creëer je de zon in je mond.” 

## Bloemenmix

Maar het oog wil ook wat, zegt de kok. Vergeet dat zeker in de zomer niet. „Gebruik verse kruiden en serveer je gerechten eens met een blauw korenbloempje of een eetbaar viooltje. Dat doet heel veel. Vergelijk een toastje met brie maar eens met een toastje met brie en een bloemenmix erop. Als je zo’n eetbare bloemenmix zaait en biologisch tuiniert, dus zonder kunstmest, dan kun je de hele zomer je salade eten met zomerbloemen.” 

Komen die bloemen uit eigen tuin, dan leer je er ook een belangrijke les mee, weet Jac-Benny Cok uit ervaring. „We staan er zo weinig bij stil dat alles wat we eten al een lange weg heeft afgelegd, voordat het op ons bord ligt. Het duurt echt een hele tijd voordat een tomaat gerijpt is en een korenbloempje geplukt kan worden. En kijk eens naar een ei: daar ontstaat nieuw leven uit, maar er blijft ook leven door bestaan, omdat we het eten en verwerken in allerlei gerechten. Daar kan ik vanuit het geloof echt verwonderd over zijn. Dat we al dat eten en drinken mogen ontvangen. Dat maakt dankbaar, zeker in de zomer.” 

## De details van de zomer

 

Wie: Alrico van Asselt (20) uit Elspeet, eigenaar cateringbedrijf

Topsport is het, om in de zomerweken cateraar te zijn. Terwijl de temperaturen recordhoogten bereiken, staat Alrico soms urenlang achter een vuurschaal met barbecuering. „Dan moet je je verstand uitzetten en heel veel drinken”, lacht de Nunspeter ondernemer. „Zeker aan het begin van de zomer is er een piek in het werk. Dan zijn er jubileumfeesten en bedrijfsuitjes. Dit jaar was er ook nog een grote bruiloft en de doop van een zeiljacht. Het gaat alle kanten op met de catering, maar dat vind ik juist leuk.”

Eigenlijk is hij een beetje overrompeld door het succes van zijn bedrijf. Want formeel is Alrico van Asselt nog student leidinggevende in de keuken. Maar door de overvolle weken komt het er maar niet van om zijn laatste stageopdrachten uit te voeren. „Gelukkig denkt de opleiding goed mee. De docenten vinden het natuurlijk ook mooi wat ik allemaal doe. Ik heb juist te horen gekregen dat ik de eindopdrachten binnen mijn eigen bedrijf mag uitvoeren. Dus dat wil ik dit najaar gaan doen.” 

## Afstemmen

Met Alright Cooking wil Alrico een totaalconcept neerzetten. Hij verzorgt niet alleen het eten, maar ook de tenten, het meubilair, de styling en de decoratie bij vieringen. „Eigenlijk verzorgen we een belevenis voor mensen. We regelen het totaalplaatje van bruiloften, jubilea, open dagen en privévieringen. Maar het eten krijgt de hoofdrol. Dat moet kwalitatief goed zijn en mooi gepresenteerd worden. Als alles er goed uitziet, zijn mensen sowieso blij.” 

 

Om de uitdaging er voor zichzelf in te houden, werkt Alrico niet met standaardmenu’s. Liever volgt hij de wens van de klant. „Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want vaak weten mensen niet wat ze willen qua eten. Daarom heb ik wel wat basismenu’s, zoals een loaded fries bar voor een meer bistro-gevoel, een lopend buffet om veel mensen te kunnen spreken of juist een wat chiquer gangendiner aan tafel. En dan vind ik het leuk om de gerechten heel precies af te stemmen op de gelegenheid of op het publiek. Bij een bouwbedrijf moet je niet aankomen met vis met een krokantje en gelletje. Die mensen maak je blij met een goed broodje hamburger van de barbecue. Maar bij een advocatenkantoor zet ik juist wel amuses in. En bij de doop van het zeiljacht serveerden we champagne bij het diner. Dat is toch mooi?”

 

## Kleurrijk

Als cateraar beweeg je heel bewust mee met de seizoenen, merkt Alrico. „En dat is prachtig, want de seizoenen geven je ontzettend veel mogelijkheden. In de herfst werk ik met stoofvlees, voor de kerstdiners gebruik ik winterse groenten en wildbraad. In het voorjaar kies ik voor asperges, nu is het vol gas met aardbeien, tomaten en heel veel zomergroenten. Vroeger was het de maat om bij een barbecue zeker 70 procent vlees of vis te hebben, aangevuld met groenten. Nu is dat eerder andersom, met veel groenten en weinig vlees en vis. Dus al die zomergroenten zijn ideaal.” En dan met een grijns: „Maar het volk bij wie ik de catering verzorg, is vaak nog echt bourgondisch, met de voorkeur voor grote stukken vlees en niet te veel groenten. Dus dan doen we dat.” 

Kleuren en frisse smaken, die wil Alrico inlijsten in de zomer. Daarom doet hij daar moeite voor, tijdens het koken. „In een simpele salsa van tomaten en feta komen die kleuren en frisse smaken al samen. Ik werk ook graag met slierten courgette, in geel en groen. Die kun je als linten ter versiering serveren bij het eten. Ik werk ook graag met een mooi stukje zalm, met citroen en dille en dan in een goede boter met groene kruiden. Van gekarameliseerde uien maak ik een crème en er komt een beetje bearnaisesaus bij met dragon, voor een frisse anijssmaak. Liefst doe ik er nog wat microgroenten bij, dan is het plaatje echt af.” 

 

## Uitdaging

Veel van de gerechten die Alrico serveert, ontstaan ‘s nachts en ergens in zijn hoofd, onthult de kok zijn geheim. „Op mijn telefoon zie ik bar veel recepten en foto’s van gerechten langskomen. Soms word ik niet goed van dat apparaat. Maar blijkbaar slaat mijn hoofd er wel dingen van op, want soms komt het ’s nachts ineens tot leven in een gerecht. Dan bedenk ik welk groentegarnituur ik erbij zou doen. En of er nog een crème of gel bij moet en welke dressing of welk sausje erbij past. Je kunt zo veel kanten op. Later ga ik dan aan de slag, in mijn bedrijfskeuken. Je weet welke smaak je in gedachten hebt, maar de ene keer lukt het wel en de andere keer niet. Het blijft proberen, proeven en overdoen.” 

Daarom is het altijd weer spannend, als klanten heel specifieke menuwensen hebben, erkent Alrico. „Pas moest ik een gerecht met kalfsvlees bedenken, omdat een bedrijf daarmee werkte. En een andere keer wilde een oud-burgemeester een gangendiner naar oude, traditionele recepten, met warme vanillevla als toetje. Maar die uitdagingen daar houd ik wel van. En soms maak je fouten. Dan schaf je voor een gerecht een apparaat van honderden euro’s aan en ligt het daarna lang te wachten op een klant. Daar moet ik nog een beetje een weg in zoeken.”

 

## Details

Cateren op locatie is een ambacht op zich, ontdekte Alrico – die inmiddels een vriend in vaste dienst heeft. „Soms voel ik me net een transportbedrijf. Je bent zo veel aan het opbouwen en afbreken. We nemen complete pop-upkeukens, vaatwasmachines en ovens mee. De stroom is dan de grootste uitdaging. Ik heb weleens een haspel uit een zolderraam gehangen, omdat daar nog een elektriciteitsgroep zat. En het weer blijft natuurlijk ingewikkeld. Daarom zeg ik altijd dat er nog kosten bij kunnen komen, want bij hitte heb je een extra koelkar nodig, bij regen een extra tent en bij kou een stel heaters. Gelukkig heb ik goede contacten, zodat ik zulke dingen op de dag zelf nog kan regelen.” 

Behalve dat Alrico zijn creativiteit in het werk kwijt kan, geniet hij van de vrijheid van het ondernemen. „Ook de grotere keuzes kan ik zelf maken. We gebruiken geen kant-en-klare producten, maar maken alles zelf, tot aan het kleinste sausje toe. Dus ook de pindasaus en verschillende smaken mayonaise. Dat kost veel tijd, maar daarmee onderscheid ik me. En ik zie het ook wel als opdracht, om als christen zo natuurlijk mogelijk te werken. Alles wat we eten, ontvangen we van God. Hij liet alles groeien in de natuur. Dan moet ik er verantwoord mee omgaan, door het niet ongezond te maken of te verspillen.”

Precies daarom pleit Alrico voor een herwaardering van pure smaken. „Laat een tomaat een tomaat zijn en geniet daarvan. En dan mag je natuurlijk best wat kruiden en olie gebruiken”, haast de jonge kok zich te zeggen. „Met een beetje zout en peper benadruk je de umami-smaak, het is gigantisch wat dat doet. Besteed vooral ook aandacht aan de opmaak van je gerecht. Het oog wil ook wat. Gebruik mooie kleuren en verschillende soorten groen. Een blaadje sla dat onder een gerecht uitsteekt, maakt iets al verzorgd. En snijd een lente-ui eens in de lengte en leg de sprieten in een badje met ijsklontjes. Dan krullen ze mooi op en vormen ze een prachtige versiering. Uiteindelijk zijn het de details die je de zomer laten proeven.” 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/dit-zijn-de-zomerse-keukengeheimen-van-twee-professionele-koks</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/dit-zijn-de-zomerse-keukengeheimen-van-twee-professionele-koks</guid>
            <pubDate>Wed, 19 Aug 2026 07:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Dit bedrijf groeide uit van boerderijtje tot bekende leverancier van kaas ]]></title>
            <description><![CDATA[In de grote stal achter Kaasboerderij Verweij laten de 450 koeien van zich horen. Ze zijn te zien vanuit de kantine. Op tropische zomerdagen maken de dieren een stuk minder geluid. „Door de ventilatoren is het in de stal dan aangenamer dan in de wei”, zegt Janna Verweij-de Pater (79). Samen met haar drie jaar geleden overleden man, Cor, stond ze aan de wieg van het bedrijf. „De jongens hebben tijdens de hitte geprobeerd de koeien ’s nachts naar buiten te laten gaan. Maar ze wilden niet.”

 

De eerste jaren van hun huwelijk (ze trouwen in 1969) bezitten Cor en Janna een boerderijtje in Ruigeweide, een buurtschap onder de rook van Oudewater. Ze glimlacht als ze aan die tijd terugdenkt. „We begonnen met een paar koeien, een bromfiets en twee varkens. Zelf bracht ik een koe mee. De ochtend na onze trouwdag zat ik heel vroeg weer onder de koeien.”

Het boerderijtje staat op een ongunstige plek. „De spoorlijn van Woerden naar Gouda liep dwars door ons weiland. Als de koeien van de ene plek naar de andere moesten, sliep ik ’s nachts heel slecht. Het was een kwestie van heel goed luisteren bij de spoorlijn of er niets aankwam en daarna snel de dieren naar de andere kant drijven. Bij mist was het nog spannender.”

In 1979 krijgt het echtpaar de kans een boerderij van een oom over te nemen. „Zo kwamen we hier, in Polsbroek. De geschiedenis van deze boerderij gaat op papier terug tot 1908, maar volgens overlevering is de hoeve veel ouder. We kregen hulp van stagiaires van de landbouwscholen in Goes en Doetinchem. Ze hielpen met melken en gras inkuilen. In die beginjaren hebben we er wel een stuk of tien gehad. Een deel van hen is later nog eens op bezoek geweest. Op de landbouwschool zaten natuurlijk ook rooms-katholieke leerlingen en scholieren die nergens aan deden. Ze bleven meestal intern en gingen op zondag met ons mee naar de hervormde kerk van Polsbroek.”

 

 

## Tobbe

De productie van kaas is Janna met de paplepel ingegoten. „Vroeger maakten vrijwel alle boeren zelf kaas. Wij deden dat in Ruigeweide ook. In een tobbe. We begonnen met 750 liter en later groeide die hoeveelheid uit tot 1000 liter en zelfs 1750 liter. Het kaas maken was, in combinatie met het melken, best zwaar. Na de komst van onze derde ben ik met melken gestopt.”

Hun gezin telt zeven kinderen: vier meisjes en drie jongens. De jongens vinden aanvankelijk alle drie hun bestaan op de boerderij. Nu zijn Cock (50) en Pieter (41) nog aan de commanditaire vennootschap (cv) verbonden. Twee zoons van Cock, Corjan (24) en Martjan (22), behoren tot de volgende generatie in het bedrijf. Alle andere gezinsleden zijn ook actief betrokken bij het melken, kaas maken en andere werkzaamheden. 

Janna bezit een woning naast de boerderij. Twee echtparen van de tweede generatie wonen in de boerderij; verschillende anderen hebben in de loop der tijd woningen in de directe omgeving gekocht. Samen met een groep vaste werknemers, parttimers en scholieren zijn er inmiddels enkele tientallen mensen op het bedrijf actief.

Pieter: „We proberen regelmatig jongens of meisjes die op school of daarbuiten dreigen vast te lopen een plekje te geven. Ze werken mee op de boerderij of in de kaasmakerij. Wie zien hen hier opfleuren. Belangrijk is dat ze zichzelf meer leren waarderen, meer eigenwaarde krijgen. Een enkeling vindt vast werk bij ons.”

 

 

## Echte natuur

In Polsbroek laten Cor en Janna, na het kleinschalige boerenleven, een ligboxenstal bouwen. Die is onder leiding van de tweede generatie in de loop der jaren verder uitgebreid. In een aanpalende schuur zijn de jonge kalfjes ondergebracht. Het melken en voeren zijn in hoge mate geautomatiseerd. Een zelfrijdende voerwagen zorgt ervoor dat de dieren op tijd van eten worden voorzien. Ingekuild gras is in sleufsilo’s achter het complex opgeslagen. 

Helemaal achteraan het complex bevindt zich een mestvergister, een moderne oplossing voor het omzetten van methaan naar duurzame energie. Het in de vergister opgewekte gas is goed voor jaarlijks 550.000 kWh (180 huishoudens) aan stroom, opgewekt via twee motoren. Vervolgens gaat de mest door een meststripper en wordt er 40 procent van de stikstof uitgehaald en opgewaardeerd tot een kunstmestvervanger. Het resterende deel verdwijnt in een put en wordt op gezette tijden over de weilanden verspreid. 

Corjan: „Door onze mestverwerking hoeven we minder mest af te voeren.” Los daarvan weet hij niet wat precies de gevolgen zijn van het landelijke stikstofbeleid. „Het heeft wel grote impact op de agrarische sector, zeker rond de Natura 2000-gebieden. Elke nieuwe regel vanuit de overheid jaagt schaalgrootte op. Als bedrijf zijn we met duurzaamheid bezig, zoals energie uit zon en mest. We doen ook aan weidevogelbeheer en het inrichten van natuurlijke oevers. Dat vinden wij pas echte natuur.”

## Kruidenkazen

Dagelijks wordt er op het familiebedrijf zo’n 14.000 liter melk verwerkt. Die wordt omgezet in kaas van de boerderij. Die is anders dan fabriekskaas (zie kader ”Boerenkaas”). 

 

De kaas van Verweij is er in diverse groottes: van 5 tot 30 kilo. Op het bedrijf worden ook allerlei soorten kruidenkaas vervaardigd. „De productie daarvan is vanzelf gegroeid”, zegt Pieter. „Wij leveren de kaas aan een coöperatie: De Producent in Moordrecht. Die heeft de wereldwijde vraag naar kruidenkazen zien toenemen. Vanuit de coöperatie gaan de kazen nu, in tientallen soorten, de hele wereld over.”

Nadat ze gemaakt zijn, gaan de kazen in Polsbroek eerst twee weken in de opslag. Om de dag worden ze gedraaid, gekeerd en gesmeerd. Daarna zijn ze klaar voor vervoer naar Moordrecht. 

## Enorme hal

De basis van het bedrijf is de boerderij, met de koeien. Het hart van de productie ligt echter enkele tientallen meters verderop: de kaasmakerij. 

Het productieproces verloopt daar tegenwoordig geautomatiseerd. Lisette Verweij-van den Dool (36), de echtgenote van Pieter, geeft een rondleiding. In een tobbe worden kruiden aan de kazen toegevoegd. Na het scheiden van de wrongel (de vaste delen) en de wei gaan de kazen in een vat. Daarna volgt een pekelbad en krijgen ze tijd om te rijpen. 

In een aparte ruimte wordt in één oogopslag duidelijk dat kruiden een belangrijke plek innemen in het productieproces. Tal van soorten, van basilicum tot bieslook en van peterselie tot tijm, liggen er opgeslagen. Ze zorgen ervoor dat de kazen allerlei kleuren krijgen. 

Tussen de medewerkers en de verschillende doorgangen naar de ruimtes is het een beetje kruip-door-sluip-door. De kaasmakerij is duidelijk te klein aan het worden. Ernaast is dan ook een enorme hal gebouwd, die bijna in gebruik genomen kan worden. De ruimte doet denken aan een fabriek, maar Lisette doet die vergelijking direct teniet. „Het proces is nog steeds hetzelfde. Ook hier wordt straks kaas van de boerderij gemaakt; geen fabriekskaas.” 

 

 

## Koningspaar

Een klein deel van de productie vindt zijn weg in de omgeving van de kaasboerderij. „We hebben twee verkoopkarren. Die rijden op vaste tijden naar tal van losse standplaatsen in de omgeving, onder meer bij supermarkten. We doen dit in de eerste plaats om een positief verhaal over de boerderij uit te dragen en om streekgebonden producten te promoten. Over boeren doen al genoeg negatieve verhalen de ronde; daar willen wij iets tegenover zetten. De jongens en meiden achter de kraam zijn allemaal betrokken bij het kaasmaken. Klanten vinden het prachtig om van hen te horen hoe dat in zijn werk gaat.”

 

De familie Verweij is gericht op de toekomst. Pieter: „Dat is vooral de verdienste van onze broer Cock. Hij is, net als onze vader was, heel vooruitstrevend. Daardoor maken we gebruik van de nieuwe technieken, hebben we een groot netwerk van mensen met kennis van zaken en doen we ons best om de overheid, als het gaat om nieuwe maatregelen, een stap voor te zijn.”

Wellicht heeft dit bijgedragen aan de komst van koning Willem-Alexander en koningin Máxima op 13 mei vorig jaar, als onderdeel van een streekbezoek. Het koningspaar kreeg die dag een rondleiding over het bedrijf en sprak met lokale boeren en producenten.

 

## Aan de dood ontsnapt

Jaarlijks maken alle werknemers van het bedrijf zich op voor een gezamenlijk uitje. Lisette: „Vorig jaar hebben we zuivelboerderij Den Eelder in de Bommelerwaard bezocht. Zo’n dag is heel goed voor de saamhorigheid.”

 

Ook in de familie is eensgezindheid belangrijk. Pieter: „We zijn allemaal anders en weten dat het belangrijk is om elkaar de ruimte te geven. Natuurlijk is er weleens wat, maar dat heeft geen invloed op het geheel. We maken deel uit van een wereld die gebroken is door de zonden. Toch voelen we ons gezegend dat we hier ons brood kunnen verdienen.”

Ondanks de komst van nieuwe technieken is er volgens Pieter in de kern niet zo veel veranderd in de achterliggende decennia. „Onze ouders hielden koeien en maakten kaas. Dat doen we nog steeds.” 

Vaak was er voorspoed, maar er hebben ook ingrijpende gebeurtenissen plaatsgevonden. In februari 2014 ontsnapt oprichter Cor Verweij wonderwel aan de dood. Lisette: „Hij veegde wat gras dat was blijven hangen weg van de rand van de kuip. Die zoog het gras op, daarbij aangedreven door een tractor met draaiende motor. Onze vader en schoonvader tuimelde over de rand en kwam in de kuip terecht. Hij dreigde te worden meegezogen en zag echt de dood voor ogen. Een van onze broers hoorde zijn noodkreten en heeft zo snel mogelijk de motor van de tractor uitgezet.”

Ze valt even stil. „Hij heeft nog tien jaar genadetijd gekregen. Drie jaar geleden overleed hij, op 81-jarige leeftijd. Hij had de ziekte van Kahler en zag zijn einde naderen. Tot drie weken voor zijn dood was hij nog actief op de boerderij. Zijn sterven heeft op iedereen hier bijzonder veel indruk gemaakt. Vader gaf aan eeuwig God te zullen verheerlijken en we mochten ook van harte ”Dan ga ik op tot Gods altaren” zingen. Voor ons is dat het belangrijkste: te weten dat de Heere Jezus voor onze zonden is gestorven. Dat willen we uitstralen in onze omgeving. Daarom gaat hier tijdens maaltijden ook altijd de Bijbel open.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/dit-bedrijf-groeide-uit-van-boerderijtje-tot-bekende-leverancier-van-kaas</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/dit-bedrijf-groeide-uit-van-boerderijtje-tot-bekende-leverancier-van-kaas</guid>
            <pubDate>Tue, 18 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Papa’s hersenen passen zich ook aan]]></title>
            <description><![CDATA[Dat blijkt uit een serie hersenscans bij 25 vaders door de universiteit van Aken (Duitsland). In de eerste twaalf weken na de bevalling krimpt de grijze stof. Tussen 12 en 24 weken zwellen andere hersendelen op. Sommige delen van de hersenstam bleven ook na 24 weken krimpen. De eerste zes weken na de bevalling vindt een herbedrading van neurale hersenpaden plaats. Met name de amygdala, die emoties reguleert, past zich aan op het vaderschap.  Dit hersennetwerk wordt geassocieerd met ouderlijke warmte. Volgens de Duitse onderzoekers gebeurt dit om „essentiële zorgvaardigheden te verfijnen”.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/papa-s-hersenen-passen-zich-ook-aan</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/papa-s-hersenen-passen-zich-ook-aan</guid>
            <pubDate>Thu, 13 Aug 2026 08:17:50 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Snel gemaakt, op en top zomers: deze plaattaart met blauwe bessen ]]></title>
            <description><![CDATA[Zolang de temperaturen niet al te hoog oplopen, is een lange zomerdag een goed moment om de oven weer eens aan te zetten. Deze blauwe bessen-havermoutplaattaart kost weinig moeite en levert veel op. Een eenvoudig baksel dat uitnodigt om samen van te genieten. Precies zoals de zomervakantie bedoeld is. 

De knapperige kruimellaag en de frisse blauwebessencompote vormen een heerlijke combinatie voor bij de koffie, tijdens een picknick of als tussendoortje. 

Het fijne is dat je de plaattaart gemakkelijk een dag van tevoren kunt bakken. Snijd hem in repen of blokken en je kunt er nog lekker lang van snoepen.

Ook met ander zomerfruit is deze taart een succes. Vervang de blauwe bessen bijvoorbeeld door stukjes nectarine voor een heel andere smaak. Of voeg wat kokos of amandelschaafsel toe. 

## Ingrediënten

## Kruimeldeeg

- 300 g bloem
- 250 g grove havermout
- 250 g suiker
- 150 g bruine basterdsuiker
- snuf zout
- 300 g roomboter of margarine

## Blauwebessencompote

 

(300 g nodig)

- 625 g blauwe bessen (diepvries)
- 250 g geleisuiker speciaal
- 1 el citroensap

## Extra nodig

- bakplaat 25x25 cm
- 150 g verse blauwe bessen
- poedersuiker (ter decoratie)

 

 

## Bereiding

- Doe de blauwe bessen, de geleisuiker en het citroensap in een pan en breng alles rustig aan de kook.
- Laat 5 minuten doorkoken en haal dan de pan van het vuur. De compote moet helemaal afgekoeld zijn voordat je hem kunt gebruiken voor de vulling.
- Verwarm de oven voor op 180 graden.
- Doe bloem, havermout, suiker, bruine basterdsuiker en zout in een kom en roer door elkaar.
- Smelt de boter in een pannetje en voeg toe aan het mengsel.
- Roer alles goed door elkaar, tot het deeg kruimelig wordt.
- Bekleed de bakvorm met bakpapier en verdeel ¾ van het kruimeldeeg gelijkmatig over de bodem. Druk stevig aan met een lepel of spatel.
- Smeer de blauwe bessencompote over de bodem en verdeel daarna het overige kruimeldeeg over de compote.
- Bak de plaattaart in 30-40 minuten goudbruin.
- Laat goed afkoelen en snijd de taart daarna in blokken of repen.
- Verdeel de verse blauwe bessen erover en strooi er wat poedersuiker op.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/snel-gemaakt-op-en-top-zomers-deze-plaattaart-met-blauwe-bessen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/snel-gemaakt-op-en-top-zomers-deze-plaattaart-met-blauwe-bessen</guid>
            <pubDate>Thu, 13 Aug 2026 07:28:35 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Tirzah heeft ADHD: „Sorry is mijn stopwoord”]]></title>
            <description><![CDATA[Ze zit op de bank in de woonkamer van haar ouderlijk huis. Een tikje verlegen, maar klaar om haar verhaal te doen. Over hoe ze al van kinds af aan worstelt met ADHD, maar pas sinds kort de diagnose heeft. Tirzah den Ouden (21) uit Sint-Maartensdijk: „Ik kon mijn gedrag altijd goed verbloemen met trucjes.”

Al op de basisschool is ze chaotisch. Ze krijgt een zogenoemde study buddy: een houten hokje dat ze boven op haar tafeltje kan zetten, waardoor ze zich kan afschermen van de klas. Ook krijgt ze bij toetsen vaak extra tijd en mag ze op een wiebelkussen zitten. „Ik had verder een koptelefoon om me beter te kunnen concentreren. Maar daar zat ik altijd net zo lang aan te peuteren tot de binnenkant eruit kwam.”

Aan het begin van de middelbare school verhuist het gezin van Opheusden naar Sint-Maartensdijk. Dat Tirzah chaotisch is, vindt haar omgeving dan logisch. Een nieuwe plek, nieuwe vrienden, een nieuwe school. Ga er maar aan staan. Haar tweelingzusje Naomi, die even naast haar op de bank is geploft: „Tirzah verdween op school vaak van haar tafeltje.” Tirzah grinnikt: „Ik liep inderdaad altijd weg. Ik weet ook niet waarom of waarheen.”

Docenten zien heus wel dat ze chaotisch is en er moeite mee heeft om zich te concentreren. Maar nog steeds denkt niemand aan ADHD.

Dat verandert pas als Tirzah naar het Hoornbeeck College gaat. „Ik had een keer een gesprek met mijn mentor. Die zei: Moet jij je niet eens laten testen? Ik heb een zoon met ADHD, die dezelfde concentratieproblemen heeft als jij.” 

Als Tirzah thuis vertelt over het advies van haar mentor, is dat voor haar ouders geen openbaring. „Mijn moeder zei dat ze zelf ook al aan ADHD had zitten denken.”

 

## Test

Al snel ondergaat ze de bijbehorende testen. Het duurt even voordat de uitslag volgt. Het is een opluchting, vindt ze, om eindelijk te weten dat ze inderdaad ADHD heeft. „Ik dacht altijd: ik spoor ergens niet; ik snap niet wat er aan de hand is met me.” Naomi: „Je bent een soort clowntje. Ik moet vaak tegen Tirzah zeggen: rustig, rustig. Ze springt en doet gek. Maar anderen hebben dat niet zo in de gaten.” Tirzah: ,,Meiden kunnen hun ADHD vaak goed verbloemen. Dat doe ik ook, maar thuis niet. Want het kost veel energie om de symptomen te onderdrukken.”

Sinds ze weet dat ze ADHD heeft, zijn de puzzelstukjes op hun plek gevallen. „Ik heb het gecombineerde type, waarbij je zowel onoplettend als hyperactief en impulsief ben. Nu snap ik dat gedrag van mezelf beter.”

Een voorbeeld? „Ik kan niet goed aanwijzingen opvolgen, al helemaal niet als ze op papier staan. Dan moet ik lezen – wat ik lastig vind –, de woorden onthouden – ook een uitdaging – en de taak vervolgens uitvoeren.”

Een ander voorbeeld: „Ik houd erg van geld uitgeven; dat triggert de aanmaak van dopamine. Daarom kijkt mijn vader mee met mijn financiën. Maar het gebeurt nog steeds weleens dat ik iets bestel en na drie weken denk: Waarom heb ik dat nou gekocht? Dit heb ik helemaal niet nodig.”

Rekeningen openen? Dat stelt ze uit. Zich concentreren op een gesprek? Niet te doen. „Mijn gedachten gaan dan alle kanten op, zeker als ik met iemand aan de telefoon ben.”

Ook bij haar baan in de ouderenzorg heeft ze daar soms last van. „Bijvoorbeeld bij een teamoverleg. Dan zit ik intussen te denken aan mijn konijn, de hond, mijn bed dat ik nog moet opschudden of mijn auto die ik nog moet wassen.”

Dat was op school al zo, begrijpt ze nu. „Kreeg ik een beurt, dan dacht ik vaak: waar gaat het over? Of de docent had net iets verteld, waarna ik mijn vinger opstak om precies die vraag te stellen die ze net had beantwoord.”

Leren kost haar extra veel tijd. En in de kerk zitten? „Als ik als kind een lieveheersbeestje zag vliegen, moest ik dat altijd vangen. Daarom gingen we vroeger achterin zitten, speciaal voor mij, zodat ik andere kerkgangers niet zou afleiden.”

## Pepermuntje

ADHD gaat niet voorbij; Tirzah blijft last houden van sommige kenmerken. Maar ze heeft er wel meer vrede mee dan vroeger. „Alleen het schuldgevoel blijft. Sorry is mijn stopwoord. Ik denk al snel dat iets aan mij ligt. Als iemand me corrigeert, denk ik dat ik alles fout heb gedaan. Het is bij mij altijd alles of niets, zwart of wit, happy of neerslachtig.”

Ook een tikje lastig: Ze raakt van alles kwijt. Haar bankpas bijvoorbeeld, die ze al drie keer opnieuw heeft moeten aanvragen in de afgelopen tien jaar. 

De medicatie die ze voor ADHD heeft gekregen, helpt haar wel om iets rustiger en geconcentreerder te werk te gaan dan voorheen. „Maar na vijftien minuten is mijn concentratie wel op. Als een preek langer duurt, ben ik weer weg met mijn gedachten. Dan hoor ik alles om me heen, behalve de preek. Elk zuchtje, elk krakend papiertje, een vlieg, het pepermuntje dat tussen iemands tanden kapot kraakt.”

 

## Genade

Of ADHD wat haar betreft ook mooie kanten heeft? „Zeker. Ik kan mensen bijvoorbeeld goed aanvoelen. En ik ben creatief en spontaan. Ik zie heel veel details en onthoud de vreemdste dingen. Waar ik precies was op 6 maart 2020 bijvoorbeeld, toen premier Rutte de eerste persconferentie gaf vanwege corona.”

Achteraf gezien had ze graag eerder ontdekt dat ze ADHD heeft. Dat had haar gedoe bespaard. „Ik ben bijvoorbeeld op het Hoornbeeck in Goes van mbo 3 naar mbo 2 gegaan. Dat voelde akelig, maar het studeren lukte niet en zorgde voor frustratie. Had ik geweten dat ik ADHD heb, dan had ik het misschien met hulp langer kunnen volhouden.”

Wat stille tijd houden betreft, heeft ze zich vaak schuldig gevoeld. „Ik ben soms zo druk, dat ik vergeet te bidden en te danken.” Tegelijk: „In Efeze staat: „Uit genade bent u zalig geworden.” God geeft het. Je hoeft het geloof niet zelf te gaan regelen. Als ik vergeten ben om te bidden, doe ik het soms gewoon in de auto of op straat. Niet met plechtige woorden, maar dan praat ik even tegen de Heere: „Sorry dat ik mijn stille tijd ben vergeten, vergeeft U me dat alstublieft.”

Heeft ze misschien inmiddels een andere manier gevonden om stille tijd te houden? Een manier die wel werkt? Ze knikt. „Ik lees liever dagteksten dan een heel Bijbelgedeelte, waarvoor ik te weinig concentratie heb. Korte podcasts zijn ook heel fijn. En ik luister graag naar liederen.” 

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/tirzah-heeft-adhd-sorry-is-mijn-stopwoord</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/tirzah-heeft-adhd-sorry-is-mijn-stopwoord</guid>
            <pubDate>Wed, 12 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wandelen met Terdege: Podwalk door Dordrecht met ds. J. Belder]]></title>
            <description><![CDATA[Volg de route via Google Maps (de linkjes vind je hieronder). Bij elke stop kun je een podcast luisteren. Aan het eind van de podcast gaan we alweer onderweg naar de volgende stop. Let vooral goed op je omgeving, want ook hierover hoor je veel.  Veel wandel- en luisterplezier! 

PS Deel je foto’s van je dagje Dordrecht op Instagram? Vergeet @terdegemagazine niet te taggen en gebruik de hashtag #wandelenmetterdege. 

## Informatie

- Start- en eindpunt: Parkeergarage Drievriendenhof in Dordrecht
- Lengte van de wandeling: 4 kilometer
- Gids: ds. J. Belder
- 20 korte podcasts
- De wandeling kun je openen in Google Maps (deel 1 met podcast 1-10 en deel 2 met 11-20)

## De wandelroute

<iframe src="https://www.google.com/maps/d/u/0/embed?mid=14qS3M3BakNET8cEe7k5i9EDAlYE77-w&ehbc=2E312F&noprof=1" width="100%" height="480"></iframe>

 

## 1. Startpunt: Parkeergarage Drievriendenhof

We beginnen de route bij Drievriendenhof, [waar je kunt parkeren](https://www.q-park.nl/nl-nl/parkeren/dordrecht/drievriendenhof/?srsltid=AfmBOorZKffu8kcI1XW-93AFne2liaV9Gu51AgGKY6NEI2uTBcA0bT4s). 

[Open deel 1 van de route in Google Maps](https://maps.app.goo.gl/acF1GC62uVpAS7EA8) (punt 1-10).

 

## 2. Arend Maartenshof

 

## 3. Kunstkerk

 

Je kunt de [kunstkerk bezoeken](https://www.kunstkerk.com/info) van 11.00-16.00 uur (maandag, dinsdag en woensdag gesloten). 

## 4. Rechtbank

 

## 5. Het Hof

 

In Het Hof zijn het Museum Hof van Nederland en het stadsarchief gehuisvest. Het [museum](https://www.hofvannederland.nl/praktische-informatie/) is open van 11.00-17.00 uur (gesloten op maandag en dinsdag).  

## 6. Berckepoort

 

## 7. Augustijnenkerk

 

De Augustijnenkerk is open op zaterdag van 11.00-16.00 uur. In de zomer zijn er op zaterdagmiddag gratis inloopconcerten, zie de [activiteitenagenda](https://www.augustijnenkerk.nl/activiteiten/actueel). 

## 8. Muntpoort

 

## 9. Nieuwbrug

 

## 10. West-Indisch Huis

 

 

In het West-Indisch Huis kun je de [expositie](https://www.gospelimages.nl/expositie) ‘Gospel Images’ van Jan van ‘t Hoff gratis bezichtigen op donderdag, vrijdag en zaterdag van 10.00-17.00 uur. 

## 11. Wijnstraat

[Open deel 2 van de route in Google Maps](https://maps.app.goo.gl/AvuorZNLJqSJoQeS9) (deel 11-20)

 

## 12. Groothoofdspoort

 

## 13. Nieuwkerk 

 

De Nieuwkerk is open van maandag tot en met zaterdag van 9.30-17.00 uur.

## 14. Huis Van Gijn

 

## 15. De Grote Kerk

 

Van 1 april tot en met 31 oktober 2026 [geopend](https://www.grotekerk-dordrecht.nl/bezoekersinformatie/) van dinsdag-zaterdag van 10.30-16.30 uur. De toren is te beklimmen van 10.30-16.00 uur. Tickets (2026): vanaf 12 jaar € 4,-

## 16. Toren

 

## 17. Oude Raadhuis

 

## 18. Voormalige Waalse Kerk

 

## 19. Trinitatiskapel

 

[Bezoek de website van de Trinitatiskapel.](https://www.stichtingbehoudtrinitatiskapel.nl/)

## 20. Eindpunt: Parkeergarage Drievriendenhof

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wandelen-met-terdege-1-podwalk-door-dordrecht-met-ds-j-belder</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wandelen-met-terdege-1-podwalk-door-dordrecht-met-ds-j-belder</guid>
            <pubDate>Tue, 11 Aug 2026 05:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Dit toetje van vroeger – met rabarber – moet je geproefd hebben]]></title>
            <description><![CDATA[Afgelopen voorjaar hebben we weer volop genoten van rabarber uit de moestuin. Ik maakte er schalen vol moes van. Ook bak ik altijd graag rabarbertaart en maak ik rabarberlimonadesiroop. 

Toen ik een schaal moes op tafel zette bij de zaterdagse frieten, merkte mijn vriendin op dat haar moeder zo graag rabarber met yoghurt en eiwitschuim lust. Dat is echt een heerlijk toetje van vroeger. Maar omdat moeder intussen hoogbejaard is, is eiwitschuim geen goed en veilig idee meer. „Dan koop je toch gepasteuriseerd eiwitschuim in de winkel?” opperde ik. Ja, dat was een goed idee. 

Ook al is het rabarberseizoen inmiddels bijna ten einde; hierbij toch nog het recept voor dit heerlijke, ouderwetse toetje, dat je gewoon geproefd móét hebben. Dus gauw nog even rabarber halen. Of wellicht heb je een voorraadje rabarbercompote in de vriezer bewaard.

## Ingrediënten 

(Voor 4 tot 6 pers.)

- 500 g rabarber, in stukjes
- 100 ml sinaasappelsap
- 75 g suiker (naar smaak)
- 1 tl aardappelzetmeel + 2 el water
- 2 (gepasteuriseerde) eiwitten
- 75 g poedersuiker
- 1 tl citroensap
- 250 g Griekse yoghurt

 

 

## Bereiding

- Kook de rabarber met de suiker in het sinaasappelsap in circa 15 minuten zacht. 
- Roer 1 tl aardappelzetmeel los in een beetje water. (Of gebruik vruchtensap of vruchtenwijn in plaats van water.) 
- Giet het papje bij de rabarber en laat het geheel nog een minuutje sudderen. 
- Zet de rabarber apart om af te koelen. 
- Klop 2 eiwitten lobbig in een vetvrije kom. (Als er kinderen, zwangeren of ouderen mee-eten, kun je gepasteuriseerde eiwitten (supermarkt) gebruiken.) Voeg poedersuiker en citroensap toe en klop de eiwitten op hoge snelheid, tot er glanzende pieken ontstaan. 
- Neem mooie glazen of coupes. Schep er een laagje rabarbercompôte in, dan Griekse yoghurt, daarna weer een laagje compôte en eindig met eiwitschuim. 
- Evt.: brand het eiwitschuim nog een beetje met een crème brûlée-brandertje. 
- Evt.: versier met munt, aardbei, amandelschaafsel of wat je maar lekker vindt.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/dit-toetje-van-vroeger-met-rabarber-moet-je-geproefd-hebben</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/dit-toetje-van-vroeger-met-rabarber-moet-je-geproefd-hebben</guid>
            <pubDate>Fri, 07 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Van zalm tot zeewier: deze Urkers verkopen het]]></title>
            <description><![CDATA[Het ruikt buiten lichtjes naar vis en in de lucht zwermen de meeuwen.

Binnen is daar niets van te merken. In hun kantoor zitten de broers Hendrik (35) en Gerrit (20) van Veen, zoons van medeoprichter Jelle. 

Ze groeiden op met het bedrijf. Gerrit: ,,Op Urk heb je de traditie van het „om de kost gaan”: tussen een en twee uur ’s middags thuis eten voor de lunch. Als vader om de kost kwam, hoorden wij als kinderen weleens wat.” Lachend: ,,Eigenlijk ging het alleen maar over vis.”

Hendrik: ,,We werkten ook al jong mee. Na school heb ik op allerlei afdelingen binnen het bedrijf gewerkt: de productie, de fileerhal, de sorteer- en diepvriesafdeling en de technische dienst. Dan leer je hoe het bedrijf in elkaar zit.”

### _Komen jullie uit een groot gezin?_

Hendrik: ,,Ik ben de oudste, Gerrit is de jongste. We hebben ook nog drie zussen en een pleegbroer.”

### _Werken die allemaal hier?_

Gerrit: „Mijn pleegbroer Jozua en mijn zus Antje wel.”

Hendrik: ,,Verder werken hier ook vier van de kinderen van mijn oom: Klaas, Hessel, Hendrik en Lubbert.”

### _Hoe bepaalden jullie wie van de tweede generatie Van Veens aan het roer zou komen te staan?_

Hendrik: ,,Dat was niet lastig. Van het begin was het heel duidelijk wie de kapiteins op het schip waren: mijn vader Jelle en mijn oom Henk. De oudste zoon van Jelle en de oudste zoon van Henk zouden de nieuwe kapiteins worden. Daarom zijn Klaas en ik samen met onze vader en oom CEO. Maar mijn broer Gerrit heeft ook aandelen, die heeft dus ook inspraak. In de praktijk overleggen we als familie heel veel met elkaar. Alleen als er een knoop doorgehakt moet worden, geven de CEO’s de doorslag.”

 

### _Wilden jullie dat wel, in het familiebedrijf komen werken?_

Hendrik: ,,Tot mijn achttiende heb ik op een kruispunt gestaan. Wat ga ik doen? Ik was erg met muziek bezig en twijfelde of ik daar mijn werk van wilde maken. Ik heb iets minder dan een halfjaar het conservatorium gedaan. Daarna besloot ik dat ik muziek spelen als hobby wilde blijven doen. Dat had onder andere te maken met financiële zekerheid: ik had verkering en wilde gaan trouwen.

 

Ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze om voor het familiebedrijf te gaan werken. Ik vind het erg leuk en het is afwisselend werk. Pas was ik bezig met twee nieuwe bouwprojecten en zat ik heel de dag om de tafel met aannemers en nutsbedrijf Liander. De dag erop werkte ik aan personeelszaken en salarissen.”

### _Hoe is het bedrijf begonnen?_

Hendrik: ,,Mijn vader en oom begonnen in 1986 in een schuurtje met het fileren en verwerken van vis.”

Gerrit: ,,Niet eens voor henzelf, maar als dienstverlening voor derden.”

Hendrik: ,,Later verhandelden ze zelf vis.”

Gerrit: ,,Dat was een gevaarlijk moment in het bestaan van het bedrijf. Je betaalt veel geld om vis in te kopen, en binnen twee dagen moet die vis dan weg zijn.”

Hendrik: ,,Die periode was niet gemakkelijk. Ze hadden eens een grote klant in België die in een paar weken tijd voor tonnen aan vis had gekocht en dat bedrag nog open had staan. Het had toen heel goed mis kunnen gaan. Maar het is het kantelpunt geweest waarna de onderneming juist is gegroeid.”

### _Wanneer kwam die groei?_

Hendrik: ,,Dat is iets van de laatste jaren. Toen ik hier in 2008 begon te werken, was het best simpel: er was een versafdeling en een diepvriesafdeling. Bij de diepvries werkten drie personen en we verhandelden een paar containers met bevroren vis per maand. Inmiddels zitten we op ruim 30 man personeel voor alleen de diepvriesafdeling en in totaal werken er 180 mensen in het bedrijf. We hebben een zalmafdeling, een afdeling diervoeding en een dochteronderneming in Boekarest.”

### _Hoe ontstond die groei?_

Gerrit: ,,Door een combinatie van dingen. Neem onze dochteronderneming in Boekarest: daar zit een heel verhaal aan vast. Die was eerst een klant van ons, maar kon de schulden niet meer betalen, waarna wij het bedrijf hebben overgenomen.”

Hendrik: ,,Zulke overnames plan je niet, maar die komen op je pad. Verder speelt er ook een stukje marktwerking.”

Gerrit: ,,De vraag naar zalm steeg bijvoorbeeld gigantisch. Dan moet je beslissen: blijf je dat product bij anderen inkopen of ga je zelf iets opzetten. We hebben voor het laatste gekozen.”

 

### _Zonder zalm geen Dayseaday?_

Hendrik: ,,Zalm is op dit moment de populairste vissoort. Het is een kweekproduct en daardoor het hele jaar beschikbaar. Zalm is de redding geweest van onze afdeling verse vis. Want de vismarkt in Nederland wordt door inkrimping en inperking van de visserij minder en minder.”

Gerrit: ,,Als je kijkt naar het percentage Noordzeevis dat wij verkopen ten opzichte van onze totaalomzet, is dat heel weinig.”

Hendrik: ,,Het gaat om nog geen 30 procent.”

Gerrit: ,,Aziatische producten en zalm voeren de boventoon.”

### _Dat is waarschijnlijk zuur om te zien, voor echte Urkers._

Hendrik: ,,Heel zuur. De visserijsector verwijt ons weleens dat we vis importeren. Maar we hebben te maken met wereldwijde vraag naar vis en moeten daarin voorzien als groothandel. Al is het natuurlijk te zot voor woorden dat vanuit milieuoogpunt de visquota in de Noordzee naar beneden bijgesteld is en je vervolgens vis uit Azië met een containerschip hierheen moet halen.”

 

### _Wat is jullie grootste uitdaging?_

Hendrik: ,,De wet- en regelgeving. Die is continu in beweging.”

Gerrit: ,,Het is vaak erg zoeken naar hoe je daarmee moet omgaan.”

Hendrik: ,,Daarom hebben we elkaar hard nodig in deze sector. Onze concurrenten zijn ook onze concullega’s, met wie we samenwerken. Om welke regels het gaat? Tracebilityregels, bijvoorbeeld. Die gaan over het volgen van de vis.”

Gerrit: ,,Alles moet gedocumenteerd worden: hoe de vis gevangen is, of die gekweekt is, hoe die geconsumeerd wordt en alle schakels daartussen.”

 

Hendrik: ,,Tracebility is van alle tijden, maar de regels zijn erg verscherpt. Vroeger ging het alleen om het noteren van het bootnummer, de dag waarop de vis was ingevroren en de houdbaarheidsdatum. Nu is het zo veel meer. Je gelooft het niet, maar zelfs de naam van de kapitein van het schip dat de vis ving, moet genoteerd worden.”

Gerrit: ,,Het wordt alleen maar erger.”

Hendrik: ,,De Europese Unie maakt de regels. Maar elke lidstaat interpreteert hoe die die uitvoert. Nederland wil het beste jongetje van de klas zijn in de EU.”

Gerrit: ,,Daardoor hebben onze concurrenten in Duitsland te maken met minder strenge regels dan wij.”

Hendrik: ,,Wat weer zorgt voor een ongelijk speelveld.”

### _Hoe is de toekomst voor de handel in vis?_

Hendrik: ,,De vraag is groot, maar de bron verlegt zich. Voorheen ging het dus vooral om vis uit de Noordzee en nu om importproducten. Een paar weken geleden zei vader: ,,Vroeger was er vis genoeg en moest je eerst zien dat je er vanaf kwam.” Nu is het andersom. Je moet eerst zien dat je de vis hebt.”

Gerrit: ,,Verder proberen we met de markt mee te bewegen. We hebben ons bijvoorbeeld verdiept in vegan vis, maar daar was niet genoeg markt voor. Zo kijken we telkens om ons heen naar nieuwe kansen en nieuwe markten. De laatste twee jaar zijn we ons met de diepvriesproducten meer gaan focussen op de Aziatische keuken, met gepaneerde garnalen, zeewiersalades en sojabonen. Daar is een grote markt voor.”

 

### _Het bedrijf is heel anders dan toen jullie vader en oom ermee begonnen. Hebben zij daar moeite mee?_

Hendrik: ,,Mijn vader heeft veel kennis en inzicht in bepaalde zaken. Maar we merken wel dat hij de laatste jaren iets meer afstand neemt van de nieuwe ontwikkelingen.”

 

Gerrit: „Hij houdt van een stukje inkoop van verse vis. Dat vindt hij het leukst om te doen. De manier waarop dat gaat, is ook redelijk hetzelfde gebleven als vroeger, al vindt het nu vooral online plaats, met meerdere beeldschermen.”

Hendrik: ,,Vroeger reed hij gerust naar de afslag in Zeebrugge om zelf naar de vis te kijken. Dat is veranderd. Nu werken we met mensen die ter plekke de vis voor ons uitzoeken. Overigens blijft mijn vader tot eind dit jaar betrokken, daarna doet hij ook officieel een stap terug.”

### _Jullie werken veel samen als familie. Gaat dat altijd goed?_

Hendrik: ,,We gaan inmiddels maar niet meer samen op vakantie.” Vlug: ,,Grapje, hoor.”

Gerrit: ,,We hebben nog nooit onderling problemen gehad.”

Hendrik: ,,Natuurlijk is er weleens een meningsverschil. Maar we komen er altijd weer uit. Nu is er bijvoorbeeld het vraagstuk of we gaan moderniseren. Ik kan daar weleens van wakkerschieten ’s nachts. Gaan we op de ouderwetse manier verder, met heftrucks en verrijdbare stellingen? Of gaan we volledig automatiseren? Dat laatste is heel interessant, want dan kun je meer pallets kwijt en hoger bouwen, maar het vraagt om een heel andere manier van werken. Wij zien dat wel zitten, maar mijn vader heeft er aarzelingen bij. Toch ziet ook hij dat dit de toekomst is.”

### _Voelt het anders om voor een familiebedrijf te werken dan voor een willekeurige onderneming?_

Hendrik: ,,Je bent bereid om een stapje harder te lopen. Een mooi voorbeeld: als het heel druk is, gaan we met z’n allen naar beneden toe om te helpen met stickeren en stapelen.”

Gerrit: ,,We zijn nergens te beroerd voor. Omdat je het niet voor jezelf doet, maar voor de hele familie.”

 

Hendrik: ,,Dat brengt verantwoording met zich mee. Niet dat het een last is. Als er moeilijke dingen zijn, kun je die ook weer delen met elkaar. Dat is weer de kracht van een familiebedrijf.”

 

### _Blijft Dayseaday ook in de toekomst een familiebedrijf?_

Hendrik: ,,Dat hoop ik wel. We hebben die wens naar elkaar toe uitgesproken en vastgelegd in een formeel familieconvenant dat Dayseaday in elk geval tot de derde generatie een familiebedrijf blijft. Op Urk zijn er veel overnames door buitenlandse partijen. Wij zijn ook benaderd, dat mag je best weten. Maar we hebben gezegd: daar staan we niet voor open.”

### _En als de volgende generatie niet geïnteresseerd is?_

Hendrik: ,,Onze zoon van 13 lijkt vooral interesse te hebben voor IT en zegt dat hij programmeur wil worden. Dat is ook prima. Hij moet vooral doen wat hij leuk vindt.”

Gerrit: ,,We moeten nog zien wie van de volgende generatie het meest capabel is om een bedrijf te leiden. Want je kunt het wel leuk vinden, maar je moet het ook kunnen.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/van-zalm-tot-zeewier-deze-urkers-verkopen-het</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/van-zalm-tot-zeewier-deze-urkers-verkopen-het</guid>
            <pubDate>Thu, 06 Aug 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Hoogste baas Rijkswaterstaat heeft buikpijn van bruggen]]></title>
            <description><![CDATA[Liever had Martin Wijnen zijn bezoek ontvangen op de bovenste verdieping van het kantoor van Rijkswaterstaat in Utrecht, pal naast het Amsterdam-Rijnkanaal en de A12. „Als het gesprek dan stokt, kun je naar buiten kijken en zie je wat Rijkswaterstaat doet.” Maar omdat hij veel in Den Haag moet zijn – Rijkswaterstaat is onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat –, werd het een ontvangst in een ambtenarentoren naast het Centraal Station in de Hofstad.

Wijnen (1966) is sinds 1 januari 2024 directeur-generaal en daarmee de hoogste baas van Rijkswaterstaat. Hij geeft leiding aan zo’n 11.000 mensen. Zijn overstap van Defensie naar Infrastructuur en Waterstaat was opmerkelijk. Als cadet in 1984 begonnen aan de Koninklijke Militaire Academie schopte hij het uiteindelijk in 2019 tot Commandant Landstrijdkrachten. Hij oogde in die jaren als de spreekwoordelijke vis in het water.

In 2021 uitte hij, net als zijn collega’s van de andere operationele commando’s, onder meer zijn bezorgdheid over de zorgwekkende staat waarin de krijgsmacht verkeerde. De generaal waarschuwde ervoor dat Nederland zich volgens hem onkwetsbaar zou wanen. In zijn ogen zeer onterecht, omdat dreigingen op de loer lagen, ook al zagen Nederlanders die in 2021 niet.

## Geld

„Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst”, zei ooit ir. Cornelis Lely, de bedenker van de Zuiderzeewerken. Je zou hem als een verre voorloper van Wijnen kunnen zien. De spreuk is nog altijd van waarde, al kost het ‘bouwen’ wel meer moeite.

Op de vraag waar hij buikpijn van krijgt, zegt Wijnen eerlijk: „De vraag hoe we Nederland – zo mooi gebouwd, maar zo druk – gaan overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen. We wonen in de meest ontwikkelde rivierdelta van Nederland. Als je op de Stormvloedkering in de Hollandsche IJssel bij Krimpen aan den IJssel staat, kijk je letterlijk in een badkuip. Je moet omhoog kruipen om eruit te komen. Een groot deel van Nederland leeft onder de zeespiegel, heel kwetsbaar. We moeten met z’n allen oog hebben voor wat er moet gebeuren en het dan ook daadwerkelijk gaan doen. Die kurk moeten we samen drijvend houden.”

„Versnellen en meer werk verzetten”, opperde Wijnen bij zijn aantreden, als opdracht voor Rijkswaterstaat. „Mét meer geld” had hij daar overigens gemakkelijk aan toe kunnen voegen. De Nederlandse infrastructuur piept en kraakt. Het kost volgens berekeningen van de overheid meer dan 80 miljard euro om de weg-, spoor- en waterinfrastructuur de komende vijftien jaar overeind te houden, zo schreef minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat in maart aan de Tweede Kamer. Dat geld heeft hij bij lange na niet en daar zal het onderhoud absoluut onder lijden. Nog voor de zomer komt Karremans met een zogenaamd ‘afweegkader’: wat moet er in ieder geval gebeuren. 

 

## Lapmiddelen

Als baas van Rijkswaterstaat stelt Wijnen dat naast natuurlijke dreigingen (water, droogte) en moedwillige dreigingen (digitaal, ICT) de BV Nederland nog het meest moet vrezen voor de verouderende infrastructuur. „We krijgen geen Genua-toestanden (als gevolg van achterstallig onderhoud stortte in augustus 2018 een snelwegviaduct bij de Italiaanse stad Genua in, waarbij tientallen doden vielen, RP). Maar bruggen die in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw zijn aangelegd, zijn aan het einde van hun levensduur. Die overeind houden met lapmiddelen houdt een keer op.”

Berucht voorbeeld is de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. Een aanbesteding van de renovatie in 2022 mislukte, omdat er maar één aannemer interesse toonde. Er was 680 miljoen euro begroot. Vier jaar later worden de kosten geraamd op 2 miljard euro. „Beide bogen van de Van Brienenoord gaan er een keer af. Met zo’n 230.000 auto’s per dag redt de oude brug het gewoon niet meer. De brug heeft het einde van zijn technische levensduur bereikt; die is op en versleten.”

Aan de Haringvlietbrug, de belangrijkste oeververbinding op de A29 die Rotterdam verbindt met Zeeland en Antwerpen, voert Rijkswaterstaat extra inspecties uit. De stalen steunbalken onder de brug vertonen haarscheuren. Een nieuwe noodreparatie kost 15 miljoen euro. Van 2021 tot 2023 gold er een snelheidsbeperking op de Haringvlietbrug, een bouwwerk uit 1964. Auto’s mochten maximaal 50 kilometer per uur, omdat de brugklep lostrilde. „Toen de brug werd gebouwd, telde Nederland 250.000 voertuigen. Nu zijn er 10 miljoen. Die ook nog eens veel zwaarder zijn.” 

Komt bij dat geen stalen brug in Nederland hetzelfde is. „We moeten dus veel meer gaan innoveren en standaardiseren.”

## File

Dat er ingegrepen moet worden „begrijpt iedereen”, aldus Wijnen. „Maar als je dan op dinsdagmorgen op de A15 in een ellenlange file staat vanwege wegwerkzaamheden of brugrenovatie, neemt dat begrip af”, weet ook Wijnen. „Liever kort en hevig dan langdurig en een beetje, is onze aanpak. Eigenlijk is Nederland een drukke stadsstaat waar we straks met 20 miljoen mensen wonen. Probleem is dat de mobiliteit toeneemt, maar de ruimte niet.”

Wegen, bruggen en viaducten op orde houden, is ook van strategisch belang, weet oud-militair Wijnen als geen ander. Door de strategische ligging aan de westkust van Europa is Nederland een perfect doorvoerland. Bijvoorbeeld voor Amerikaanse militaire brigades die hun collega’s in Europa afwisselen en binnenkomen via de Eemshaven of in de haven in Rotterdam of Vlissingen. Daar worden voertuigen en andere goederen overgeladen voor transport over de weg of per trein. Als er helikopters bij zijn, stijgen deze vanuit de haven op om hun reis voort te zetten. Personeel dat over de weg reist, maakt vaak nog een tussenstop op een Nederlandse kazerne om te overnachten of even te rusten.

Wijnen: „De militairen willen zo ongestoord mogelijk het liefst in een rechte lijn van A naar B. Dan moet de route in orde zijn. Natuurlijk zijn er zwakke plekken, maar die noemen we uiteraard niet.” Kan Wijnen de Genie te hulp roepen om gaten in het wegdek te dichten? „Als de nood extreem hoog is, zou dat kunnen. Neem van mij aan dat als alles faalt, we elkaar goed weten te vinden.”

Is Wijnen niet te vroeg weggegaan bij Defensie? Daar klotst het geld nu tegen de plinten, terwijl Rijkswaterstaat moet roeien met de riemen die het heeft. Hij glimlacht: „Zie het maar als een voordeel dat ik na twintig jaar bezuinigingen bij Defensie in ieder geval weet hoe je ieder dubbeltje moet omdraaien.”

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/hoogste-baas-rijkswaterstaat-heeft-buikpijn-van-bruggen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/hoogste-baas-rijkswaterstaat-heeft-buikpijn-van-bruggen</guid>
            <pubDate>Wed, 05 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Rattenjager Bart Zee denkt als een rat]]></title>
            <description><![CDATA[Met ferme tred loopt hij over het boerenerf. Het is donker. De nacht is zijn vriend, want juist in het donker komen zijn doelwitten naar buiten.

Hij staat even stil. Zoekend, zich oriënterend, om te ontdekken of ze er al zijn. De dieren met wie hij vannacht een afspraak heeft, ook al weten ze dat zelf nog niet. 

Zachtjes legt hij een grote tas op de grond. Hij maakt hem open. Een luchtdrukgeweer komt tevoorschijn. Een nachtkijker. Kogels. 

Hij tuurt door de richtkijker met warmtebeeld en nachtzicht naar de stapel hout bij de boerenschuur. Vanuit het donker lichten groene silhouetten op. Als ze bewegen, is het hem duidelijk: het zijn ratten.

Voorzichtig legt hij de buks op het statief en richt. Een doffe knal weerklinkt. Een van de ratten, die hem zojuist nog vanuit het duister met grote kraalogen aanstaarde, valt geluidloos om. Zijn maatje, een minstens zo stevig exemplaar, staat er onbewogen bij. Het slimme dier heeft totaal niet door dat het beter weg kan rennen. Daarvoor klonk er te weinig geluid. Zonder angst snuffelt hij om zich heen: een perfect doel voor het volgende gerichte schot.

 

Een nacht als deze is een goede, weet rattenbestrijder Bart Zee uit ervaring. Als de ratten zich allemaal onbevreesd uit hun schuilplaats wagen en op zoek gaan naar eten, maakt hij de meeste kans om ze te doden. Soms raakt hij er wel zestig op een avond. Snel en effectief.

Niet dat hij doodt voor zijn plezier of vanuit een haat voor ratten. Maar hij weet dat zonder rattenbestrijders als hij, de rat al snel de overhand krijgt. En dan? Dan komen er uitbraken van bijvoorbeeld de ziekte van Weil en ontstaat er gevaar voor de volksgezondheid. Daarom zal hij ook nóóit zonder handschoenen dode ratten aanraken.

## Fascinerend

Eigenlijk komt hij helemaal niet over als een rattenjager, voor zover daar een bepaald type van is. Hij is een rustige man, grijzend, een zestiger met een baardje en een bril. Al jaren verdient hij de kost als leraar geschiedenis op een middelbare school. 

Zijn leerlingen weten niet dat hij er nog een andere baan op na houdt. Zijn collega’s wel. Die vinden het  fascinerend wat hij doet. De meeste mensen zien nou eenmaal liever geen ratten in hun leefomgeving. Hijzelf evenmin. Toch gebeurt dat weleens. Hij woont namelijk vlak bij de IJssel.

De eerste keer dat hij er één bij zijn eigen huis zag, was tamelijk onverwacht. Een dode muis in een van zijn muizenvallen was plotsklaps verdwenen. Niet veel later ontdekte hij de boosdoener: een bruine rat die zich schuilhield achter een mand. Maar dit beest had bij het verkeerde huis aangeklopt: de brutale streek betekende meteen het einde van het knaaggrage dier.

 

Het ratten jagen is een uit de hand gelopen hobby voor Bart. Hij herinnert zich de fascinatie die hij als jochie al had voor het geweer van zijn opa, dat in de meterkast stond. Daar mocht hij niet aankomen, maar ernaar kijken deed hij wel.

Later haalde hij zijn jachtakte. En vier jaar geleden begon hij een eenmansbedrijf in de de bestrijding van ratten: Rattenplan.

Hij weet dat hij nuttig werk doet. Een rattenstelletje kan wel honderd nakomelingen verwekken.  

Veel te vaak ontmoet hij mensen die vanwege ratten wanhopig zijn geworden. Huiseigenaren bij wie ze door de keuken rennen, bijvoorbeeld. Restaurantuitbaters die vuurbang zijn dat de rat het einde van hun reputatie en hun zaak betekent. Boeren die duizenden euro’s schade hebben, omdat de knaagdieren aan de bekabeling van hun melkmachines vreten.

En dan heb je nog gevaren als stal- en woningbranden vanwege doorgeknaagde bedrading, en ziektes onder vee en huisdieren door verontreinigd voer of oppervlaktewater.

Met voldoening merkt hij daarom dat steeds meer mensen hem weten te vinden als er rattenstront aan de knikker is. 

## Cowboys

Hij sjort even aan zijn pet. Trekt zijn donkere jas recht, met daarop duidelijk zichtbaar het embleem van ERaNed, de brancheorganisatie voor ecologische rattenbestrijding. Hij draagt het met trots: het is wat hem onderscheidt van zijn onopgeleide collega’s. Cowboys noemt hij ze, de niet-gecertificeerde, illegale rattenjagers. Mannen die soms maar weinig kaas gegeten hebben van het veilig gebruik van een luchtbuks. En dan heeft hij het nog niet eens over de oplichters: rattenjagers die wel enorme bedragen vragen, maar weinig meer doen dan de klant berooid achterlaten.

Nee, dan de leden van ERaNed, de échte rattenjagers. Mannen en vrouwen die hun  papieren op orde hebben en hun kennis op peil. 

Zelf kan hij vanaf 25 meter afstand met een kogel een euromunt raken en dus ook van grote afstand een rat recht in het hart, de hersenen of longen schieten. Dat is het mooiste, als met één schot – poef – het licht bij het beest uitgaat. Een rat is tenslotte ook een dier, dat hoeft niet onnodig pijn te lijden.

 

Het kost wat, al die certificeringen en het materiaal. Daarom is het voor hem onmogelijk om alleen van het ratten jagen te leven. Na de zomer gaat hij een dag minder per week werken als geschiedenisleraar. Maar fulltime rattenjager worden? Dat zal waarschijnlijk niet lukken.

## Kwaadwillend

Achter hem klinkt geritsel. Een rossige vos maakt zich uit de voeten en draait zich nog even naar hem om, net voordat hij uit het zicht verdwijnt. De dikke staart trots omhoog, als een groet van de ene rattenjager aan de andere.

Het zijn dit soort ontmoetingen die het werk extra leuk maken. Vooral het buitenaf werken doet hij graag. 

Natuurlijk; krijgt hij een wanhopig telefoontje van iemand met ratten in de kruipruimte, dan vindt hij het een zwaktebod om de beller in de kou te laten staan. Dan zet hij goede vallen, die sterk genoeg zijn om een rat meteen te doden. Al zijn ratten slim en weten ze elkaar soms voor vallen te waarschuwen met een geurstof in hun uitwerpselen.

Maar het liefst gaat hij naar boerenerven en buitengebieden. Wordt hij gebeld, dan brengt hij eerst de boel in kaart. Waar lopen de ratten? Welke methode om ze te vangen is de beste: die van de rattenval of de luchtbuks? Verwachten de grondeigenaren nog bezoek? Zijn er kinderen aanwezig, of huisdieren? Allemaal wezenlijke vragen waarop hij een antwoord moet hebben, voordat hij aan de slag gaat.

Heeft hij een geschikt moment gevonden, dan seint hij de politie in dat hij met geweer een bepaalde locatie gaat bezoeken. Daarmee voorkomt hij gedoe. Een collega van hem was nog niet zo lang geleden op weg naar een klus toen hij ineens omringd werd door politie. Wat bleek: een omstander had hem aangezien voor een kwaadwillende. Hij kon zich al snel verklaren, maar toch: beter voorkomen dan genezen.

 

Als hij op locatie aankomt en zich gereedmaakt voor de bestrijding, doet hij altijd nog een laatste risicoanalyse. Is de mestput op het terrein van de boer inderdaad dicht, zoals die beloofd had? Zijn er geen onverwachte bezoekers gekomen? Pas als alle seinen op groen staan, kan de jacht echt beginnen. Al geldt dan nog steeds: bij twijfel niet schieten. En daar mag wat hem betreft een uitroepteken achter staan.

## Heerlijk maaltje

Dat hij een cool beroep heeft, hoef je hem niet te vertellen. Hij merkt het aan anderen, als hij vertelt over zijn werk. Er wordt gegriezeld en er is respect. De rattenjacht is niet voor iedereen weggelegd.

Toch vertelt hij net zo lief over de wat saaiere kant van zijn baan: die van voorlichting en preventie. Want ze zijn boeiend, de verhalen over zijn nachtelijke avonturen. Maar veel liever heeft hij dat mensen hun afval tijdig weggooien, hun etensresten opruimen en hun kippenrennen goed sluiten, zodat er niks overblijft voor knaagdieren. Anders blijven die terugkomen, hoe vaak hij ze ook bejaagt. Wering is de beste bestrijding, is zijn motto. 

Hij ontmoet regelmatig mensen die uit liefde voor vogels vetbollen hebben hangen, en bakken met zaad. Maar als vogels dat kunnen vinden, kunnen ratten dat ook. Hij moet de eerste knager nog tegenkomen die zo’n heerlijk maaltje kan weerstaan.

 

En ondertussen wordt de rattenpopulatie in Nederland alleen maar groter. Niet alleen door de slordigheid van de mens. De grootste veroorzaker van de toename van ratten is klimaatverandering. Ratten kunnen steeds beter overleven in Nederland. 

Er zijn mensen die moeite hebben met zijn beroep. Die vinden dat ook een rattenleven gespaard moet worden. Maar hij is pragmatisch genoeg om daar een andere keuze in te maken. Wacht maar tot de ratten bij jou door de keuken lopen, denkt hij dan. Het is fijn om door je werk te kunnen bijdragen aan de veiligheid van mens en dier.

Helaas werken zowel gemeenten als sommige provincies vaak niet echt mee. De eersten zijn bang voor negatieve publiciteit, merkt hij, en zetten liever weinig effectieve vallen in het riool dan dat ze een man met een buks inhuren. Wat de laatsten betreft: hij zou willen dat er landelijk beleid kwam voor het bestrijden van de rat met een luchtbuks, zodat ontheffingen makkelijker worden afgegeven aan gecertificeerde rattenbestrijders.

Hij haalt even lichtjes zijn schouders op. Ach, ook zonder de gemeenten als opdrachtgevers is er nog genoeg te doen. Laat hem maar ratten bestrijden voor particulieren. Ze opsporen en uitzoeken hoe hij ze het beste te pakken kan krijgen. Hij grinnikt even: hij kan inmiddels al aardig denken als een rat. Precies zoals een goede rattenjager betaamt.

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/rattenjager-bart-zee-denkt-als-een-rat</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/rattenjager-bart-zee-denkt-als-een-rat</guid>
            <pubDate>Tue, 04 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Aly Kommers-Visser keek door de schuifdeur toe als haar vader het zakje met geld kreeg]]></title>
            <description><![CDATA[Een deel van de inventaris in huize Kommers is al gepakt als het gesprek plaatsvindt. Het predikantsechtpaar gaat verhuizen naar een appartement. De tuin rond de vrijstaande woning in Ermelo werd een te zware last. Aly Kommers-Visser (74), moeder, oma en overgrootmoeder van 7 kinderen, 29 kleinkinderen en 2 achterkleinkinderen, is er nuchter onder. Ze is gewend om te verhuizen. Bovendien kan ze een aards onderkomen relativeren, omdat ze zich reiziger weet naar de woning in een beter vaderland.

Haar wieg stond in Naarden. Drie weken na de geboorte verhuisde ze met haar ouders en haar twee jaar oudere broertje Meeuwis naar Urk, waar haar vader kerkelijk werk kon gaan verrichten. „Vervolgens hebben we een poosje in Huizen gewoond, waar mijn vader is opgegroeid. Destijds was het een behoudend dorp, met veel godvrezende mensen. Als kind wilde mijn vader al predikant worden en speelde hij met vriendjes kerkje, maar door het vroege overlijden van zijn vader moest hij van school af. Zijn moeder bleef achter met acht kinderen; hij ging aan het werk om het gezin draaiende te houden. Daar heeft hij nooit negatief over gedaan. Hij besefte dat het niet anders kon. Omdat hij veel last had van hoofdpijn, werd hij op advies van de dokter tuinman.”

## Meeuwis

Het verlangen naar het predikantschap was daarmee niet verdwenen. Vandaar dat de voormalige lyceumleerling de zogeheten catechetenopleiding ging volgen, om voorganger in een hervormde evangelisatie te kunnen worden. ”Godsdienstonderwijzer”, in het toenmalige jargon. „Die studie had hij volgens mij al afgerond toen ik werd geboren. Op zondag was hij vaak uit preken. Zaterdag vertrok hij, maandag kwam hij terug. Zo ging dat in die tijd. Ik ben geboren op een zondag waarop hij van huis was.”

De jaren in Huizen werden gestempeld door het overlijden van Meeuwis. „Ik was vijf en kan me weinig van hem herinneren. Vooral de begrafenis is me bijgebleven. En de dagen ervoor. Meeuwis stond opgebaard in de kamer waar wij als kinderen sliepen, dus wij verbleven die dagen bij een tante. Daar speelden we met neefjes en nichtjes. De situatie thuis drong niet echt tot me door.”

 

Een blindedarmperforatie met buikvliesontsteking als gevolg was de oorzaak van het sterven van de zevenjarige jongen. „Hij is maar twee dagen ziek geweest. Ik zie nog altijd het beeld voor me van mijn vader die zich huilend stond te scheren voor de spiegel. Dat zal ik nooit vergeten. Het maakte meer indruk op me dan het sterven van Meeuwis.”

## Verslag

De jaren erna kwam haar jonggestorven broer nog vaak ter sprake. „Hij is heel goed heengegaan. Toen hij nog kerngezond was, zei hij al dat hij niet oud zou worden. Hij leefde heel dicht bij God, zonder de Heere wilde hij niets doen. Als de klokken luidden voor een begrafenis, vroeg hij altijd of de overledene oud of jong was. Hoorde hij buiten iemand vloeken, dan kwam hij meteen naar binnen. Dat vond hij verschrikkelijk.”

 

Jaren na het overlijden van zijn oudste kind publiceerde haar vader het boekje ”Al jong naar Huis. Bijbelse troost over de zaligheid van jonggestorvenen”. „Voor ons als kinderen schreef hij een verslag over de ziekte en het sterfbed van Meeuwis. Wat hij tegen mijn ouders had gezegd en hoe zij dat hebben beleefd. Het lezen daarvan deed me veel. Niet dat ik nieuwe dingen las, maar als ze zwart-op-wit staan, raken ze je meer.”

De ingrijpende gebeurtenis leidde niet tot een blijvend trauma. „Je hoort soms dat er na het overlijden van een kind een waas van droefheid over de ouders blijft hangen. Dat was bij ons niet het geval. Bij bijzondere situaties of jubilea werd Meeuwis altijd aangehaald, maar het verdriet ging gepaard met verwondering. Mijn moeder zei altijd: „Het blijft een wond en een wonder.” De wetenschap dat hij al Thuis was, verzachtte het verdriet. Voor hij overleed, zei hij: „Als ik ga sterven, mama, moet je niet verdrietig zijn. Ik wil heel graag bij jullie blijven, maar ik ga nog liever naar de Heere Jezus.” Het is bijzonder als je je kind zo mag loslaten.”

## Zakje met geld

In 1958 werd vader Visser in het vrijzinnige Epe door de evangelisatie Waarheid en genade, later bekend als de Sionskerk, tot godsdienstonderwijzer benoemd. Eén keer in de maand kwam een lid van het bestuur met het salaris. „Dan ging de schuifdeur naar de voorkamer dicht, maar door de raampjes zagen we hem het zakje met geld overhandigen. Een vetpot was het niet. Gelukkig had mijn moeder een goed financieel beleid. De inhoud van het zakje verdeelde ze over verschillende potjes voor vaste doelen. Van de rest moesten we leven. Onze kleren naaide ze bijna allemaal zelf. Toch hielden mijn ouders iets royaals. Van de verjaardagen of sinterklaas maakten ze iets feestelijks.”

Binnen de evangelisatie had de godsdienstonderwijzer de positie van een predikant. Alleen het bedienen van de sacramenten gebeurde door een ander. „Hij heeft er met veel vreugde gewerkt. Toch groeide na verloop van tijd weer het verlangen om predikant te worden en ook de sacramenten te kunnen bedienen. Daarom is hij het avondgymnasium gaan doen en begon hij daarna aan de studie theologie in Groningen.”

## Dammen

De colleges werden geconcentreerd in twee dagen, zodat de godsdienstonderwijzer maar één nacht in een kosthuis in Groningen hoefde te blijven. „Mijn ouders hadden toen al vijf kinderen, dus ook mijn moeder heeft haar aandeel geleverd aan de studie. Spanning gaf het niet, daar heb ik in ieder geval niets van gemerkt. Mijn vader moet het in die tijd heel druk hebben gehad, maar dat ging niet ten koste van ons als kinderen. Als hij halverwege de avond de studieboeken dichtsloeg, vroeg hij geregeld: „Zo, zullen we nog een potje dammen?” We groeiden op in een warm, liefdevol gezin. Ik heb echt een goede jeugd gehad, met godvrezende ouders. Dat is een geweldig voorrecht.”

 

Na afronding van de studie werd de voormalige godsdienstonderwijzer beroepen door de hervormde gemeente van Barneveld. „Ik was toen al begonnen aan de opleiding tot verpleegkundige, in Amersfoort. In mijn beleving veranderde er weinig. Het enige verschil was dat hij nu mocht dopen en het Heilig Avondmaal mocht bedienen. Mijn moeder was een domineesvrouw in de ouderwetse zin van het woord. Ze stond altijd klaar voor mijn vader en zeurde nooit als hij weer weg moest.”

## Preken

Naar de preken van haar vader luisterde ze met genoegen. „Hij wist me vaak te boeien, als kind al. Ik herinner me nu nog bepaalde preken uit mijn jeugd, zoals de serie over Esther. Zo nu en dan kwam er een gastpredikant. Dat vond ik ook prima. De bonders uit die tijd brachten in het algemeen dezelfde boodschap. De variatie was wat dat betreft veel kleiner dan nu.

Mijn vader preekte heel duidelijk de noodzaak van wedergeboorte en bekering, maar even helder de verlossing door Jezus. De deur van de genade zette hij wijd open. Van jongsaf leerden we dat je mag vertrouwen op God. Vaders lievelingsvers was het laatste couplet van Psalm 100. Ja, we kregen een hoopvolle opvoeding. Daar ben ik later vaak dankbaar voor geweest. De wetenschap dat God de Getrouwe is, geeft houvast.”

Bij haar vader op catechisatie zitten, vond ze soms lastig. „Dan ben je samen met andere jongelui en wil je dat hij scoort. Gelukkig was de sfeer meestal goed. Mijn vader catechiseerde ouderwets, met het vragenboekje van Hellenbroek, de Heidelbergse Catechismus en het Kort Begrip. De vragen en antwoorden werden uitgelegd en moest je in de week erna uit je hoofd leren. Heel klassiek.  Gediscussieerd werd er niet. Wel stond mijn vader altijd open voor vragen.”

## Uitstraling

De predikantsvrouw verbaast zich vaak als ze behoudende kerkelijke mensen hoort vertellen dat bij hen thuis nooit over de geestelijke dingen werd gesproken. „Bij ons werd altijd over het geloof gepraat, direct of indirect. Daardoor spraken we er als kinderen ook open over. Bij het ouder worden ontdekten we dat dit niet vanzelfsprekend is.”

 

Terugblikkend herinnert ze zich haar vader als lief en zorgzaam, maar wel met gezag. „Hij was een man met uitstraling. Als we vragen hadden over bepaalde gebruiken, lichtte hij die rustig toe. Op een Bijbelse manier, als priester in zijn gezin. Je hoort tegenwoordig veel ouders en andere opvoeders erover klagen dat kinderen zo weinig begrijpen van de Bijbel. Dan denk ik: leg je het wel uit? Práát erover. Dan raken ze bekend met Bijbelse woorden als bekering, verzoening en genade.”

## Evangelisatiegevoel

Naast zijn arbeid in de gemeente bekleedde ds. Visser diverse bestuurlijke functies. Zo was hij lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, voorzitter van de mannenbond en voorzitter van Woord en Daad. „Hij was van harte hervormd-gereformeerd, maar kon ook omgaan met mensen buiten die kring.”

In Epe had de hervormde voorganger veel te maken met leden van de vrijzinnige dorpskerk. Ondanks de leerstellige kloof kon hij goed met hen overweg.  „Ook met de ambtsdragers daar. Wanneer in de evangelisatie door een gastpredikant een kind werd gedoopt of het avondmaal werd bediend, moest er een ouderling van de vrijzinnige kerk bij aanwezig zijn. De evangelisatie had alleen bestuursleden; geen ambtsdragers.”

In haar jonge jaren vond ze dat vanzelfsprekend. „Dr. Wim Verboom, ook kind van een godsdienstonderwijzer, schreef over zijn jeugd het boekje ”Het bevindelijke nest”. De inhoud daarvan stemt helemaal overeen met mijn jeugd. Dat evangelisatiegevoel is toch anders dan het gevoel van iemand in een gewone hervormde gemeente. Zo’n evangelisatie had iets warms en beslotens en was tegelijk heel open. We kregen allerlei mensen over de vloer.”

## Zending

De twee zoons van ds. Visser werden predikant, zijn drie dochters huwden met een predikant. „Ik met Hans Kommers. Zijn vader was veertig jaar hoofd van de basisschool in Gortel en ging daar op zondag voor. Na zijn pensionering verhuisde het gezin naar Epe. Zo leerde ik Hans kennen.”

In 1976 betrok het jonge predikantsechtpaar de pastorie van de hervormde gemeente te Nederlangbroek, de eerste gemeente van ds. Kommers. „Twee jaar later zijn we door de GZB uitgezonden naar Kenia. Dat was ook voor mijn ouders een ingrijpende stap, maar ze hebben ons altijd gesteund. Terwijl we bij ons vertrek al vier kinderen hadden en de communicatiemogelijkheden beperkt waren. We kregen zo nu en dan voorpagina’s van het Reformatorisch Dagblad en nummers van De Waarheidsvriend toegestuurd; zo bleven we nog enigszins op de hoogte van het maatschappelijke en kerkelijke leven in Nederland. Het contact met de familie onderhielden we door brieven. Telefoneren was gigantisch duur.”

 

De jaren door bewaarde ze zuinig het wandkleed met de afbeelding van twee Afrikaanse kinderen. „Toen we bezig waren met de zendingsopleiding, kwam mijn vader er op een dag mee aan. Hij had het gekocht op een bazaar. Intussen is het helemaal verschoten, want overal waar we woonden, hing ik dat kleed op. Twee keer zijn mijn ouders bij ons op bezoek geweest in Kenia. Dat was een enorme belevenis voor hen. Mijn vader was totaal geen fotograaf, maar toen kocht hij een camera. Hij deed niet anders dan fotograferen, heel leuk om te zien.”

## Hartpatiënt

Als vijftiger werd de predikant voor de eerste keer gedotterd. „Op zondag hadden we afscheid van hem genomen, in verband met een taalcursus in Engeland. De maandag daarop kreeg hij een hartinfarct. Later is hij nog een paar keer gedotterd; als tachtiger onderging hij een hartoperatie. Na de behandelingen kreeg hij elke keer zijn oude energie terug.”

In augustus 2012 brachten de predikant en zijn vrouw opnieuw een bezoek aan de cardioloog. „Ik ging mee, volgens de arts zag alles er goed uit. Mijn vader trakteerde in de koffiecorner op koffie met gebak. Hij wist dat hij elke dag kon sterven, maar genoot tot het laatst van de goede dingen in het leven. Zo nu en dan ging hij een paar dagen met mama weg, aan het eind van die zomermaand naar een hotel in Katwijk. Daar heeft hij nog een nieuw pak gekocht. Toen ze er een paar dagen waren, voelde hij zich bij het wakker worden niet lekker. Nadat hij zich had gewassen, ging hij op advies van mijn moeder even liggen. „Ik voel me écht niet goed”, zei hij. Waarop mijn moeder zei: „Henk, ik denk dat je naar Huis gaat. Moet ik de dokter nog bellen?”

„Hoeft niet”, antwoordde hij. Direct daarna blies hij de laatste adem uit.”

## Plooibaar

De kinderen en kleinkinderen waren geschokt door het bericht. „We wisten dat dit kon gebeuren, maar het blijft ingrijpend. We zijn direct naar Katwijk gegaan. Aan de rouwdienst voor mijn vader leverden al zijn zoons en schoonzoons een bijdrage, dat was heel mooi. Natuurlijk hadden we verdriet, maar we wisten waar hij naartoe was gegaan. Hij had de strijd gestreden, het geloof behouden en de kroon ontvangen.”

 

Denkt ze nu aan haar vader, dan ziet ze de blijde lach op zijn gezicht wanneer hij haar zag. Of zijn bezorgde blik als ze oponthoud had gehad. „Waarschijnlijk had dat te maken met het sterven van Meeuwis. Dat leerde hem van nabij hoe onverwachts het leven kan eindigen. Hetzelfde zag ik bij mijn schoonvader. De oudste broer van Hans is verongelukt toen hij achttien was.” 

Bij zichzelf ziet ze zowel trekken van haar vader als van haar moeder. „Het nuchtere heb ik van mijn vader, het spontane en plooibare van mijn moeder. Plooibaarheid is denk ik eigen aan moeders. Ik heb wel altijd geprobeerd om de kinderen te wijzen op het belang van een leven zoals God van ons vraagt. Ze zeggen weleens: „Papa preekt in de kerk, mama thuis.” Daar zit wel iets in, denk ik.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/aly-kommers-visser-keek-door-de-schuifdeur-toe-als-haar-vader-het-zakje-met-geld-kreeg</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/aly-kommers-visser-keek-door-de-schuifdeur-toe-als-haar-vader-het-zakje-met-geld-kreeg</guid>
            <pubDate>Sat, 01 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Den Bosch: de prins, de draak en de sjekladebol]]></title>
            <description><![CDATA[De Drakenfontein voor het station spuwt water in alle richtingen. Hoog boven de straat spreidt een vergulde draak zijn vleugels. Ze fonkelen in het zonlicht, dat stapelwolken en schapenwolken omzeilt. Een laan met platanen en statige panden uit de negentiende eeuw voert richting centrum. Bij de Wilhelminabrug klinkt gedempt trompetspel.

Voorbij de singels dient het stadshart zich aan, met zijn steegjes en bruggetjes. Daar liggen de rondvaartboten in de Binnendieze te wachten op de eerste toeristen van de nieuwe dag. Het is nog vroeg. Rood-witte vlaggen van Den Bosch tooien de Molenstraat, die overgaat in de Uilenburg. Boven de huizen met uithangborden, luiken en lantaarns torenen beukenbomen.

 

## Zoetelieve huizen

De Binnendieze loopt onder monumentale woningen door. Een poortje is versierd met kunstig gesneden mannen, vruchten en leeuwen. Takken van een treurboom hangen over de kademuur, waar mussen luidruchtig de degens kruisen. Iets boven de waterspiegel gewagen dichtregels van zoetelieve huizen, waarlangs de dichter begerig de gangen van de stad volgt.

 

Lief ging het er in de hoofdstad van Noord-Brabant niet altijd aan toe. Een historisch jaartal bij uitstek is 1629, toen het Beleg van Den Bosch plaatsvond. Huibert Wilschut, creatief ondernemer en bewoner van de binnenstad, verdiepte zich in die gebeurtenis. Met 2029 – 400 jaar na de belegering – in aantocht bereidt hij een themajaar voor, in opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

Wilschut woont op een steenworp afstand van de Markt en het stadhuis. Zijn favoriete plek in de stad is zijn eigen balkon, met reden. Het panorama is indrukwekkend: de Sint-Janskathedraal pontificaal in beeld, omlijst door een dreigend zwerk. „Die bui gaat de andere kant op.” In het zuiden ligt het Bossche Broek, een moeras dat in 1929 door prins Frederik Hendrik van Oranje werd drooggelegd. Nog altijd grenst de natuur aan het stadscentrum. 

## Gemoedelijk

Bij een kop koffie vertelt Wilschut over zijn woonplaats. „Den Bosch is echt een bourgondische, vriendelijke stad, met een enorme historie. Niet grootstedelijk, maar gemoedelijk. Als er ook maar iets te vieren is, wordt er gevierd. Een stad van clubjes, fanfares en carnaval.” De vele kerken en kloosters vallen op. Wilschut wijst ze aan. „Rechts de Sint Cathrien. En zie je dat spitse torentje, naast de Sint-Jan? Dat hoort bij een klooster, waar nog steeds nonnen wonen.”

 

In en om Den Bosch is de geschiedenis van het beleg van 1629 tastbaar (zie ”Kantelpunt in Tachtigjarige Oorlog”). „Oude vestingwerken zijn hersteld met Europees geld. Ook van de linies om de stad kun je veel terugvinden in het landschap. Er is een wandel- en fietsroute met een app, Linie 1629.” 

>„Den Bosch is echt een bourgondische, vriendelijke stad, met een enorme historie”

Een plek die Wilschut graag laat zien, is het zeventiende-eeuwse Kruithuis, naast de Citadel. Museum Kruithuis, een zeshoekig gebouw met rode luiken en dito poort, is omgeven door bomen en bloemen. Wilschut, na een korte wandeling: „Het Kruithuis heeft heel dikke muren, er werd daadwerkelijk kruit opgeslagen. Het dak is juist vrij dun. Het idee was: als er iets ontploft, gaat het omhoog en niet opzij.”

## Geuzennaam

Na het Beleg van Den Bosch kreeg de stad de bijnaam Moerasdraak. Wilschut: „Die komt bij Joost van den Vondel vandaan, uit een zegezang van na 1629. Het was niet vleiend bedoeld; in het gedicht wordt vooral Frederik Hendrik opgehemeld. Later werd Moerasdraak een geuzennaam. Voor Bosschenaren betekent die: dankzij de moerassen rond de stad is Den Bosch onoverwinnelijk, behalve dan die ene keer in 1629. Ook Frederik Hendrik kreeg een bijnaam: de stedendwinger.”

Wilschut neemt afscheid, maar niet voordat hij tips heeft meegegeven (zie “Dagje Den Bosch”). Langs de Dommel ligt een groen-witte motorboot aangemeerd, ”Jij en ik”. Een man is op het achterdek aan het poetsen. Het lieflijke scheepje heeft een kleine piratenvlag aan de lichtmast. Tussen de steiger en de kade drijven waterlelies.

In de middag is het tijd voor een Bossche bol bij Bakkerij Royal. De zaak verkoopt ook sokken, tassen en slabbetjes met daarop de lokale lekkernij. Voor de echte liefhebber zijn er bovendien boxershorts, mokken en kandelaars waar de chocolade afdruipt. En Bossche bol-speciaalbier van brouwerij D’n Draok. De sjekladebol waar het allemaal om draait, is niet te versmaden.

## Ramp

Voor het imposante, uit zandsteen opgetrokken stadhuis verschijnt Bosschenaar Jan den Brok, spontaan, met fleurige sjaal. Hij is gids bij de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. „Ben je al binnen geweest? Zullen we even gaan kijken?” Trappen leiden naar het bordes. Den Brok houdt de mintgroene deur open. In de rijkversierde hal met kroonluchters aan het balkenplafond laat hij graag zijn favoriete spreuk zien: „Het puntje van een gaeuwe pen is ’t felste wapen dat ik ken.” „Die is goed, hè?”

 

1629? „Dramatisch, echt een ramp voor Den Bosch. Wij katholieken moesten alles meenemen en vertrekken. De Sint-Jan hebben ze gesloopt, alle altaren zijn verdwenen.” Een beeld dat gespaard bleef, is de Erwtenman. Den Brok toont een ansichtkaart met een foto van het beeldhouwwerk. „Kijk, dit manneke. Het leukste beeld van Den Bosch.” De gids beveelt ook het Huis van Bosch aan. „Daar woonde de schilder Jeroen Bosch, van zijn twaalfde tot zijn dertigste.”

>„1629 was een ramp. Wij katholieken moesten alles meenemen en vertrekken”

Van de Sint-Janskathedraal tot het jugendstilinterieur van De Broodspecialist aan de Hinthamerstraat: er is veel te bewonderen in Den Bosch. Je bent er makkelijk een dag mee zoet, of twee. Achter het stadhuis lokt het terras van Chatwick Coffee. Een weelderige klimplant slingert langs de monumentale pui, binnen zijn twee jongemannen verdiept in werk of studie.

Plots klinkt in de straat luid gejoel. Waar het vandaan komt, is een raadsel, net als de aanleiding. De jongens bij het venster zitten onbewogen achter hun laptops. De Moerasdraak juicht, Den Bosch heeft iets te vieren. Dat is hoe dan ook een passende slotsom.


 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/den-bosch-de-prins-de-draak-en-de-sjekladebol</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/den-bosch-de-prins-de-draak-en-de-sjekladebol</guid>
            <pubDate>Thu, 30 Jul 2026 07:43:35 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zoetstoffen zijn schadelijker dan gedacht]]></title>
            <description><![CDATA[Zoetstoffen worden meestal beschouwd als een veilig alternatief voor suiker. Maar naderhand blijkt dat vaak niet zo te zijn. Neem erythritol, dat in allerlei producten voorkomt, van proteïnerepen tot energiedrankjes. Uit onderzoek van de University of Colorado (VS) blijkt dat de zoetstof in een kettingreactie cellen in de bloed-hersenbarrière beschadigt. Deze barrière beschermt de hersenen tegen schadelijke stoffen en laat voedingsstoffen binnen. 

Erythritol, vooral uit frisdrank, geeft een verhoogd risico op hartaanvallen en beroertes. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontraadt het gebruik van erythritol niet, omdat het chemisch gezien een suikeralcohol is, terwijl het lichaam ook kleine hoeveelheden aanmaakt. Het wordt daarom als minder gevaarlijk gezien dan andere kunstmatige zoetstoffen, zoals aspartaam ​​of sucralose. Erythritol wordt toegevoegd aan duizenden suikervrije en ‘keto-vriendelijke’ voedingsmiddelen. Havovi Chichger, hoogleraar biomedische wetenschappen aan de Anglia Ruskin Universiteit, roept consumenten in onlinetijdschrift The Conversation echter op om suikervervangers zo veel mogelijk te laten staan, omdat de langetermijneffecten ervan vaak onvoldoende bekend zijn.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zoetstoffen-zijn-schadelijker-dan-gedacht</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zoetstoffen-zijn-schadelijker-dan-gedacht</guid>
            <pubDate>Wed, 29 Jul 2026 09:58:36 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Met Jan en Jan fuiken lichten op het IJsselmeer]]></title>
            <description><![CDATA[De Handelskade aan de haven van Urk ligt er verlaten bij, maar uit het pand van de gebroeders Kaptein straalt licht. Op de opslagzolder van de IJsselmeervissers is Jan Woord (68) koffie aan het zetten, zijn vaste werk iedere morgen. Meestal is hij er rond halfzes. Zijn compagnon, de oud gereformeerde Jan Kaptein (30), arriveert ruim een halfuur later.

Na het nuttigen van het bruine vocht pakt Jan Woord de Bijbel. „Voor we vertrekken lezen we altijd en doen we een gebedje.” Zelf leest hij de perikoop die voor deze dag staat aangegeven in het dagboek met fragmenten uit werk van ketellapper John Bunyan. Jan Kaptein leest het bijbehorende gedeelte en gaat voor in gebed. Om Gods hulp te vragen voor de dag, bewaring op het water en bijstand voor familieleden en vrienden met ziekte en zorgen.

Aan de wanden rond de tafel op de rommelzolder hangen oude schoolplaten en foto’s. Elke woensdagavond houdt Jacob Bos, emeritus predikant binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken, hier tussen de fuiken Bijbelstudie voor een interkerkelijk gezelschap. „Jacob kun je wel horen”, vindt Jan Woord, zelf lid van de Gereformeerde Gemeenten. „Hij kan de Schrift goed verklaren.”

## Vrij leven

Met een thermosfles vol verse koffie loopt de Urker naast zijn collega naar de UK 264, een bescheiden kottertje. Terwijl Jan Kaptein bij een tappunt een jerrycan gaat vullen met water, daalt Woord af naar het bekrompen vooronder van het scheepje. Vanaf zijn zestiende jaar voer hij als IJsselmeervisser op de UK 9. Eerst met zijn vader, later zelfstandig. „Toen kwamen er zulke strenge regels en wetten dat ik het niet meer zag zitten. Mijn hoofd kon het niet aan.” 

 

Hij verkocht het vissersschip en hielp zijn opvolger nog dertien jaar als dekknecht. Daarna werkte hij negentien jaar aan de wal, bij de sociale werkvoorziening. Meest voor aannemers die de kost verdienen met het bouwen of vernieuwen van funderingen. Sinds zijn pensionering helpt hij Jan Kaptein. „Dat bevalt me prima. Jan is een reuzeknul en de hele dag bij de vrouw zitten ligt me niet. Ik ben het vrije leven gewend.”

## Gezonken

Wankelend door het gewicht van de jerrycan zet Kaptein voet aan boord. „Vooruit met de geit”, sommeert zijn helper. Met een druk op de knop start de IJsselmeervisser de motor. Langzaam glijdt het scheepje achteruit, richting het passagiersschip Rotterdam, waarin nu Oekraïners zijn gehuisvest. Daarna koerst het langs een strekdam naar open water. De bestemming is deze dag de Krabbersgatdam bij Enkhuizen, ruim anderhalf uur varen.

 

Door de straffe zuidwestenwind, kracht vijf, is er een stevige deining, maar de schipper zit relaxed op de hoge stoel in de stuurhut, in zijn hand een kop koffie. De komende anderhalf uur hoeft hij weinig te doen. Het scheepje vaart op de automatische piloot. Een klein scherm geeft de positie aan, de snelheid en het aantal meters water onder de kiel. De skyline van Urk vervaagt snel.

De kajuit van de UK 264 oogt haveloos. Het houtwerk, vol vlekken en kieren, zou een eeuw oud kunnen zijn. „Dit schip is twee jaar geleden gezonken”, verklaart Kaptein. „Door een pomp die open is blijven staan.” Zondagmorgen om halftien werd hij gebeld. Bij aankomst kon hij nog net aanschouwen hoe de kotter naar de bodem van de haven zakte. „Maandagmorgen is hij met een kraan gelicht. Alle elektriciteit moesten we vervangen, de motor is gerepareerd. Aankomend najaar worden de stuurhut en het vooronder vernieuwd.”

## Getrouwd

Dat hij visser zou worden, was voor de Urker geen vraag. „Als jongetje zette ik al fuiken en hoekwand in de singel achter het huis.” Vanaf zijn twaalfde jaar ging hij geregeld mee met zijn vader en oudere broers. „Ik wil niet pochen, maar betere vissersmannen ken ik niet. Zij hebben me het vak geleerd.”

 

Tot vorig jaar werkte hij samen met broer Klaas. Nu heeft hij Jan Woord als medewerker. „Klaas, Kees en Albert zijn momenteel in de weer met hoekwand: lijnen met haken waaraan ze wurmen bevestigen. Auke, de oudste, vist met grote fuiken, net als wij. In juli begint de nettenvisserij, op snoekbaars. Die mogen we nu nog niet vangen.” 

Vader Louw, die naast het opslagpand aan de Handelskade een huis liet bouwen, is visserman in ruste. „Hij komt nog weleens kijken, maar kan door zijn gezondheid niet meer actief meedoen.” De vijf zonen van de Urker visser, die ook nog zes dochters heeft, bleven net als hun vader trouw aan het IJsselmeer. „Een echte IJsselmeervisser wordt nooit een Noordzeevisser”, zegt Jan. „Wij hoeven niet zo nodig hoge golven en een eindeloze watervlakte te zien. Voor ons is de uitdaging het vinden van mooie plekjes en kaaitjes waar veel vis zit. ’s Avonds zijn we weer thuis. Nu ik getrouwd ben en we een kind hebben, is dat dubbel fijn.”

Een bijkomend voordeel van de IJsselmeervisserij is het relatief beperkte verbruik van stookolie. De Scaniamotor van de UK 264, goed voor ruim 200 PK, drinkt zo’n 500 liter in de week. Bij Noordzeekotters is dat zomaar 30.000 liter. Hoge brandstofprijzen maken het voor de zeevissers meer dan eens onrendabel om uit te varen.

## Eieren

Uit het vooronder stijgt de geur van bakboter omhoog. Jan Woord is eitjes aan het bakken op het kleine kookstel. Negen stuks voor negen witte boterhammen, drie per bord. Moeizaam stommelt hij met de vracht het steile trapje op, in zijn nieuwe oliejas. „Die heb ik van Jan gehad en ga ik vandaag inwijden.” Nog contenter is hij met de mondharmonica die hij van zijn schipper kreeg. Die kwam tevoorschijn bij het opruimen van de nettenzolder aan de Handelskade. „Als jongetje heb ik geleerd op zo’n ding te spelen, dat mag ik graag doen. Vroeger kreeg je geen orgel, dat was veel te duur. Het voordeel van een harmonica is dat het niet zo precies aankomt. Wat moeten we zingen?”

 

„Doe maar het vers van ouwe bèbe”, stelt Jan voor. „M’n grootvader”, licht Woord toe. „Die voer op een haringlogger, samen met de overgrootvader van Jan. Bij Schotland is het schip door een storm bijna vergaan. Om de aandacht te trekken, hebben ze een oude oliejas in brand gestoken. Daardoor vatte de bovenkant van het schip vlam. Het vuur kon nog net op tijd worden geblust. Ze zijn opgemerkt door de bemanning van een grote trawler, die heeft hen gered. Toen ze eindelijk weer in rustig vaarwater kwamen, zongen ze samen Psalm 66. „Hier scheen ons ’t water ’t overstromen, daar werden wij bedreigd door ’t vuur”. Dat zingen we vaak als we bezig zijn in de schuur.”

## Schutwanden

Met zichtbaar genoegen nuttigt Jan Kaptein het ontbijt dat zijn oudere maat heeft bereid. Op en rond het bedieningspaneel van de kotter ligt nog meer mondvoorraad. Een stuk boterkoek, zes overrijpe bananen, een worst, koffiemelk, een pak suikerklontjes, bakboter, een bus jozozout, een pak speculaas, een fles Carvan Cevitam… 

Op het kleine navigatiescherm wordt het Enkhuizer zand zichtbaar, een plaat die net onder water ligt. De kotter vaart er keurig omheen, richting de Krabbersgatdam, aan het begin van de dijk naar Lelystad. De skyline van Enkhuizen, met de markante Zuidertoren van de Sint-Pancraskerk als mascotte, komt nu snel naderbij. De jachthaven oogt als een bos vol witte masten. 

Jan Kaptein heeft de besturing van de kotter overgenomen van de automatische piloot en manoeuvreert het scheepje handig naar de palen met de fuik die gelicht moet worden; de eerste van de twaalf. Een week geleden zijn ze gezet. De palen van larikshout zijn genummerd, zodat controleurs kunnen bepalen van wie de fuiken zijn. „Vergeet je dat, dan kun je een forse boete krijgen.”

 

Haaks op de dijk staan twee schutwanden: muren van netwerk. De paling die langs de dijk trekt, wordt daardoor gedwongen naar dieper water te zwemmen. Daar worden de vissen opnieuw geconfronteerd met een schutwand, waardoor ze links- of rechtsaf moeten slaan en zo de twee fuiken binnenzwemmen.

## Stutpalen

Door de twee metalen stutpalen op de kotter in de bodem van het meer te laten zakken, legt Kaptein het scheepje vast. Jan Woord haalt met een lange metalen stok, voorzien van een haak, de drijver binnenboord die via een touw verbonden is aan de beugel rond de paal. Door de beugel uit de diepte omhoog te trekken, wordt de fuik zichtbaar. Een lier takelt het net verder omhoog.

Met een waterkanon spuit Jan Kaptein de vuiligheid eruit. Daarna kan de fuik worden geleegd. Handig knoopt Jan Woord het touw aan het uiteinde los. Met vereende krachten trekken de twee mannen de fuik over de reling. De vangst stort in de gereedstaande witte bak op het achterdek: de tub. Terwijl Jan Kaptein de fuik weer plaatst, sorteert Jan Woord de vis. Brasem en voorn gaan in kunststof kratten, de wolhandkrab in een plastic ton, de paling in de onderdekse bak met water.

 

Jan Kaptein heeft intussen de tweede fuik boven water gehaald en is die alweer aan het schoonspuiten, waarna het ritueel zich herhaalt. De vangst valt Jan Woord wat tegen. „Het is nog te koud. Als de temperatuur gaat stijgen, vangen we meer, al kun je het nooit helemaal voorspellen. Vorige week hadden we in twee dagen 1600 pond.”

## Regelgeving

Door aanscherping van de wet- en regelgeving en inperking van de vergunningen is het aantal vissers op het IJsselmeer drastisch afgenomen tot zo’n twintig bedrijven met ongeveer dertig schepen. De firma Kaptein behoort tot de grootste. De vijf broers vissen in een maatschap met verschillende bv’s. 

Van de zeven schepen zijn er meestal vier in bedrijf. De overige kunnen worden ingezet voor seizoensgebonden visserijen, bij technische problemen of noodzakelijk onderhoud aan een kotter. De kracht van deze constructie is volgens de jongste van de gebroeders dat grote dieptepunten in de omzet worden voorkomen. „Als de ene vorm van visserij weinig oplevert, doet de andere het vaak goed. Er is altijd wel iets waarmee je geld kunt verdienen.” 

 

Klaas Kaptein vist tot juli met hoekwand, van juli tot november met netten, vanaf november met de zegen, samen met Kees. „Als zij met de zegen beginnen, nemen ze dit bootje over en ga ik met de UK 263 door met de nettenvisserij. Van mei tot november vis ik weer met de UK 264; eerst op paling, daarna op wolhandkrab. Auke heeft het in het najaar rustig en kan dan zijn netwerk voor elkaar maken tot de Urker biddag, half februari. Dan neemt hij de visserij op snoekbaars van mij over en kan ik mijn netwerk repareren.”

## Gevaarlijk

Zelf vindt hij de fuikenvisserij veruit het mooist. „Je hebt je eigen plek, waar niemand anders mag komen. Daar kun je in alle rust werken, als een soort boer op zee. Met de nettenvisserij is het elke keer een wedstrijd: wie komt als eerste aan bij het beste plekje. En met de zegenvisserij, in de wintermaanden, kan het gebeuren dat je wekenlang niks vangt. Dat is enorm demotiverend.”

Verderop vaart een concullega in een kottertje met een forse sloep erachter. „Daarmee halen zij de fuiken binnen, omdat ze bang zijn dat ze anders hun materiaal kapotvaren. Wij hebben het voordeel dat dit scheepje door de boegschroeven enorm wendbaar is. Het lichten en schoonmaken van de fuiken gaat veel sneller dan met zo’n sloep.”

 

De overige fuiken van de Urker visser, zestig in totaal, staan bij de Westermeerdijk, de Flevocentrale tussen Urk en Lelystad en in het Zwarte Meer bij Genemuiden. Samen met Jan Woord probeert hij ze wekelijks te lichten, naast de andere werkzaamheden. Palen zetten, netten boeten, fuiken repareren… „Het materiaal staat vaak in zee, dus het slijt hard.” Het werk is niet ongevaarlijk. „De palen voor de fuiken heien we met een blok van 300 kilo de grond in. Als het touw knapt of een paal naar binnen komt, kun je op slag dood zijn. Dat is meer dan eens gebeurd. Een broer van me raakte met zijn hand verstrikt in een schietfuik en werd overboord getrokken. Het liep goed af, maar dat is niet vanzelfsprekend. Op Urk zeggen we: het loslaten van een hand of het uitglijden van een voet kan je einde betekenen.”

## Record

Tijdens de wintermaanden zitten de IJsselmeervissers soms hele dagen fuiken en netten te repareren. De visserij blijft dan beperkt tot die op baars, snoekbaars, brasem en voorn. In het voorjaar zetten ze de palen voor de fuiken weer in het water, goed voor drie weken werk. „Daarna kunnen we vier maanden op paling vissen. In de gunstigste tijd, als de paling naar de Sargassozee trekt om zich daar voort te planten, moeten we ruiven in de fuiken doen, zodat de vis erdoorheen kan. We houden dan alleen de wolhandkrab over.”

 

Opmerkelijk is voor Jan Kaptein dat ondanks alle opgelegde beperkingen de IJsselmeervisserij in stand bleef, tegen alle verwachtingen in. „Met veel minder netten vangen we meer dan vroeger. Vorig jaar bereikte de aanvoer van vis uit het IJsselmeer een nieuw record. Je kunt daar allerlei oorzaken voor bedenken, maar er is er Eén die boven alles staat. Dat proberen we in het oog te houden. Menselijk gesproken kan de temperatuurstijging in ons voordeel zijn, want tijdens strenge winters vriest er veel jonge vis dood.”

## Zuiderzeemuseum

Onder een ruige wolkenlucht, waar zo nu en dan de zon even doorheen kiert, wordt fuik na fuik gelicht. Beschadigingen in het netwerk boet Jan Kaptein ter plekke. „Die paling weet door het kleinste gaatje te ontsnappen.” Aan een schutwand die net onder water ligt bevestigt hij een gele drijver, om te voorkomen dat de paling over de wand heen zwemt, de vrijheid tegemoet.

 

Jan Woord toont een zwarte grondel die hij uit de tub tevoorschijn heeft gehaald. „Die zie je niet zo vaak.” Vanaf de wal klinkt het geluid van een stoommachine en stijgt een grijze wolk omhoog. „Het Zuiderzeemuseum”, roept Jan Kaptein. Op de palen voor de fuiken staan reigers, roerloos als standbeelden, totdat ze iets van hun gading zien. Rond de kotter zwermen krijsende meeuwen, gereed om vis die overboord gaat te verschalken.

„De wintermaanden vind ik altijd wat minder”, bekent Jan Kaptein. „Op het water is het koud, soms stormachtig, en het blijft lang donker. Snap je? Ik bloei weer op als het voorjaar aanbreekt. Dit is toch prachtig werk, in de natuur met die vogels om je heen en het zonnetje op je handen.”

## Leefbakken

Kwart voor een is de laatste fuik gelicht. Jan Woord schat de naar binnen gehaalde hoeveelheid paling op 200 pond, goed voor 1200 euro. „Dat valt me tegen, maar ja, het kan niet altijd meezitten. En een kinderhand is gauw gevuld.” De vis wordt afgezet via de veiling in Urk. „Wij lossen de paling in de leefbakken, daar doen ze de rest.”

 

Met een snelheid van 7,4 mijl per uur en 7 meter water onder de kiel koerst de UK 264 weer naar Urk. Achter het schip volgt een baan van schuimkoppen. Jan Kaptein trekt een plastic bakje vol filet americain met uitjes open en smeert die met zijn zakmes op een bruine boterham. Jan Woord diept de harmonica op uit een hoekje van de kajuit. „Wat moet het worden?”

„’k Zal van de deugd…”, stelt zijn compagnon voor. Terwijl de doorbrekende zon het tot rust gekomen water doet glanzen en de motor tevreden pruttelt, vult psalmgezang de kajuit. Als toegift speelt de Urker muzikant het loflied op Piet Hein. „Zijn daden benne groot.” 

## Improviseren

Langzaam wordt weer iets zichtbaar van Urk. Eerst de windmolens op de dijk, dan de vuurtoren. „Kijk, daar heb je het Kerkje aan de Zee”, wijst Jan Woord. „En daar de Jachin Boazkerk van de oud gereformeerden. Dat is zo’n mooie kerk geworden, jongen; hij is helemaal vernieuwd.”

Jan Kaptein staat op het achterdek te bellen met broer Klaas, die bij Lemmer op paling vist met hoeklijn. „Dat doet hij vaak”, zegt Woord. „Ze hebben jarenlang samen gevist en zitten in karakter het dichtst bij elkaar.” De komst van een nieuwe generatie Kapteintjes is een puzzel voor de vijf broers. „Hoe kun je dat het beste regelen?” vraagt Jan zich hardop af als Klaas het werk bij Lemmer heeft hervat. „Daar zijn we nog niet uit.”

 

Het zijn problemen die aan Jan Woord voorbijgaan. „Als we straks de vis hebben gelost, varen we nog even naar Schokkerhaven om palen op te halen”, laat hij weten. „Dan was het toch een mooie dag?” Zittend op de stoel van de schipper zet hij de harmonica weer aan de mond, om op de lichte deining van het water wat te improviseren. Tot hij als vanzelf uitkomt bij het lied van ouwe bèbe. „Maar Gij deed ons ’t gevaar ontkomen, verkwikkend ons ter goeder uur.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/met-jan-en-jan-fuiken-lichten-op-het-i-jsselmeer</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/met-jan-en-jan-fuiken-lichten-op-het-i-jsselmeer</guid>
            <pubDate>Tue, 28 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Terugblik Terdege Zomerfair 2026: goed in je hum, net als de alpaca’s]]></title>
            <description><![CDATA[Een lange laan voert naar het Leemplein en het Baarnse kasteel. Links exposanten, rechts een door bomen omzoomde gracht. Tussen uitbundig bloeiende waterlelies dobberen jeugdige soldaten in groene bootjes van Oorlogsmuseum Medemblik. Een dame in zuurstokroze rok maakt een foto van het tafereel. Verderop leidt een kind bok Jan over het terrein, de hoorns van het dier nemen het halve pad in.

Achter een feestelijk versierd voorplein wacht het kasteel. De kamer naast de Terdege Shop is stijlvol en zeer kleurrijk ingericht door Flower Explosion uit Veenendaal. Tussen de hoge vensters staat een vaas in de vorm van een bijna levensgrote zwaan. Die hoort bij het kasteelinterieur, maar past perfect bij de eigentijdse meubels en vrolijke accessoires van Flower Explosion. Eigenaar Arjen Visser: „Mensen vroegen al: wat kost die zwaan?”

## Hum

Achter de Terdegetent bivakkeren bruine, witte en zwarte alpaca’s. De aaibare beesten zien er monter uit. Wie stil is, hoort ze hummen. Het is een hoog en zangerig geluid. 

>De koffie en de gebakjes van Hartje Holland zijn het waard om voor in de rij te staan

Langs een waterpartij slingert een grindpad met uitnodigende stands. Kinderkleding, boeken, tassen. Een bezoekster die al slaagde bij een beddenzaak, heeft nu belangstelling voor zijdebloemen.

 

In een bosrijk deel van het park is Oorlogsmuseum Medemblik gelegerd. Robin Rustenburg, in mosgroen tenue, wijst naar zijn roeiende makkers op het water. Bezoekers kunnen meevaren en doen dat massaal. Met Noord-Hollandse tongval: „Gisteravond waren de jongens helemaal gesloopt.”

 

De koffie en de gebakjes van Hartje Holland zijn het waard om voor in de rij te staan; een rij waarin je zomaar bekenden kunt tegenkomen. Een blond meisje blikt uit een kasteelraam op de etage, tussen de trouwjurken door. Vanuit de Terdegetent klinkt ”Jeruzalem, stad van goud”.

## Geeske

Aan de voorzijde van het kasteel laat een moeder met een kind op de arm zich portretteren bij Sorelle Atelier. Even verderop is kurkuma te koop, en groene gember die erg gezond moet zijn. Een volgende exposant brengt roestbruine bloemen, eekhoorns en vogels aan de man. Rond het Leemplein ruikt het naar pannenkoeken.

 

Een Zeeuwse kinderboerderij geeft een demonstratie met geiten, schapen en pony’s. Geeske, een zwartblesschaap, loopt ietwat kreupel na een aanvaring met een geit. Ook weer van de partij: bok Jan met zijn ontzagwekkende hoorns. „Je kunt hem aaien, hij wordt nooit kwaad, maar pas wel een beetje op.”

>Bijen drommen samen om de kardoen; tussen korenbloemen, klaprozen en fruitbomen wordt gepicknickt

In de moestuin drommen bijen samen om de paarse kardoen. Tussen korenbloemen, klaprozen en fruitbomen wordt gepicknickt, naast de tent van Proef & Zie Events. Hanna Hahn is druk bezig om gasten te verwelkomen met limonade, terwijl haar man Tim de bestelde maaltijden klaarzet. „We geven ook een workshop over gastvrijheid. Die staat centraal in ons bedrijf.”

## Deutz

Oude tractoren van de Grebbetrekkers ronken en pruttelen. Naast een ervaren chauffeur in boerenoutfit zit de tweejarige Nathan achter het stuur van een groene Deutz met rode velgen. Het ventje, stil en onder de indruk, mag na de rit zijn trekkerrijbewijs afhalen. Han Eppink: „Kinderen vinden het prachtig, ze zijn heel enthousiast.”

 

Gezelligheid alom. Een man met een stem als een klok, tegen zijn gesprekspartner: „Ik houd niet van appen, kleppen en beppen.” Het klinkt goedgemutst. Bij de stand met stroopwafels van Markus & Markus aait een meisje een witte alpaca. Verderop claxonneert een brandweerauto, uitgerukt voor Kits. In de lange laan met exposanten tegenover het kasteel passeert een bezoeker de jacuzzi’s. „Op de terugweg gaan we bubbelen.”

Karel Post van Outback Explorers kijkt tevreden toe, terwijl kinderen samen een boomstam doorzagen. „Het gaat om doorzettingsvermogen, hulp vragen en: wie krijgt de schijf?” Ook bij de MAF zijn het kinderen die zich verdringen om de vliegsimulators en een echte Cessna. Vrijwilliger Jannie Tuin: „Ze kunnen tijdens een spel stempels halen voor hun MAF-paspoort. Aan het eind krijgen ze een cadeautje.”

## Cupcakes

In vogelvlucht verder: zwemmende jachthonden, een modeshow met bruidsjurken en een enkel zandkleurig pak, banden wisselen bij Broekhuis, een expositie over Michiel de Ruyter, workshops in het kasteel. Karin Koelewijn van MyCupcakery: „Mensen gaan stralend met een doosje cupcakes naar huis.”

 

Een jongen in blauwe korte broek krijgt een aanwijzing van soldaat Rustenburg. „Vind je het leuk, hiero? Eén ding moet je even leren: nooit met je handen in je zakken lopen.” Om vier uur is het tijd voor samenzang in de Terdegetent, met organist Hugo van der Meij, pianist Laurènce Fierens en solist Johan Petersen. Er klinken psalmen – „van de hoogste Auteur” – en bekende gezangen, zoals ”Leer mij Uw weg, o Heer’”. Het laatste lied is Psalm 68, „zeer rijk van inhoud”.

>Een tiener poseert in een rotanstoel, omlijst door perziken, lila zijdebloemen en gele lampions

Avond, tegen acht uur. Vlak voor de uitgang poseert een tiener, zittend in een rotanstoel omlijst door perziken, lila zijdebloemen en gele lampions. Als de foto’s zijn gemaakt, komt de knul met een zucht overeind. Zo’n dagje Zomerfair is geen kleinigheid.

Eigenlijk zou een kudde alpaca’s nu tot besluit een hoog, nauwelijks hoorbaar wijsje moeten hummen, vredig en voldaan. Wie weet, volgend jaar.

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/terugblik-terdege-zomerfair-2026-goed-in-je-hum-net-als-de-alpaca-s</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/terugblik-terdege-zomerfair-2026-goed-in-je-hum-net-als-de-alpaca-s</guid>
            <pubDate>Mon, 27 Jul 2026 15:24:47 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Terdege Zomerfair: aftermovie]]></title>
            <description><![CDATA[## Livestream woensdag
<iframe width="560" height="315" src="https://www.youtube.com/embed/GNWgCWZLYPM?si=CB_mKw69CvQFtN-2" title="YouTube video player" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe>

## Livestream donderdag
<iframe width="560" height="315" src="https://www.youtube.com/embed/zm0GjchVRrA?si=F4lKTTMrJnGW7V1J" title="YouTube video player" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe>]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/terdege-zomerfair-2026-kijk-mee</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/terdege-zomerfair-2026-kijk-mee</guid>
            <pubDate>Wed, 22 Jul 2026 07:49:14 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Bliksemschichten uit een boom]]></title>
            <description><![CDATA[Onweerswolken ontwikkelen zich tot een gigantische batterij, met grote ladingsverschillen tussen de top en de onderkant. Als het ladingsverschil tussen de wolk en de aarde groot genoeg is, ontstaat bliksem. Maar niet altijd. Soms zorgt een ladingsverschil tussen de wolk en een boom voor een minder spectaculaire uitbarsting. Dat bouwt zich in de toppen van de bladeren van de boom een elektrische lading op, die vervolgens een vage corona van ultraviolet licht uitzendt. „In het laboratorium, als je alle lichten uitdoet, de deur sluit en de ramen blokkeert, kun je het schijnsel net zien. Het lijkt op een blauwe gloed”, zegt McFarland. De lichtflitsen duren tussen 0,1 en 3 seconden. Als mensen UV-licht kunnen zien, zou een boom tijdens een onweersbui „een behoorlijk gave lichtshow geven, alsof duizenden flitsende vuurvliegjes op de boomtoppen neerdalen”.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/bliksemschichten-uit-een-boom</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/bliksemschichten-uit-een-boom</guid>
            <pubDate>Mon, 20 Jul 2026 07:51:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Gunnende liefde voorkomt jaloezie ]]></title>
            <description><![CDATA[U kent jaloerse mensen. Misschien bent u het zelf. Een kereltje is jaloers als zijn vriendje een mooie voetbal heeft. „Die wil ik ook hebben, mama!” Een ander kind gaat zich vreemd gedragen als het een zusje gekregen heeft. „Hij is jaloers. Hij krijgt niet meer alle aandacht!” Het pubermeisje voelt zich alleen, omdat andere meiden vriendinnen hebben. Ze kijkt daar met jaloerse ogen naar. Ze begint te roddelen over het meest populaire meisje van de klas. 

Een moeder keurt de aanstaande schoondochter af en maakt het haar zoon moeilijk. Ze kan het niet hebben dat ze niet meer de eerste is in het leven van haar zoon. Schoonzussen zijn jaloers op elkaar zijn omdat de één meer gewaardeerd wordt in de schoonfamilie dan de ander. Een man vermijdt het contact met zijn broer, omdat diens eigen bedrijf beter loopt dan het bedrijf van hemzelf. 

Grootouders zijn jaloers omdat hun kleinkinderen vaker bij de andere opa en oma komen. Een predikant spreekt vernederend over een collega die vollere kerken trekt dan hij. Dit gaat door tot in het zorgcentrum waar de ene bewoner jaloers is op de andere omdat die meer bezoek ontvangt.

## Ontwrichtend

Afgunst is een aanscherping van jaloezie. Bij jaloezie wil een jongetje óók de voetbal hebben die zijn vriendje heeft. Hij gaat daar thuis om zeuren. Jaloezie is een krachtig gevoel. Bij afgunst wordt dat erger. Hij is dan ook nog nijdig op het vriendje dat die zo’n  mooie bal heeft. Hij gunt de ander niet wat voor hemzelf onbereikbaar is. In een kwade bui kan hij dan de bal van zijn vriendje kapot maken. „Zo, dan heeft hij tenminste ook niet, wat ik niet heb!”

Kijk nu eens goed om u heen. U ziet dan dat jaloezie en afgunst  spelen bij veel familieruzies, in huwelijken, op de werkvloer. Zelfs oorlogen en burgeroorlogen worden erdoor gevoed. Het begon al bij Kaïn en Abel. De zonde van jaloezie en afgunst ontwikkelt zich in veel relaties, met ontwrichtende gevolgen.

## Kaïn

Een voorbeeld. In de instelling waar u werkt, heerst enige rivaliteit tussen twee collega’s, een man en een vrouw. Allebei bemoeien zich graag met het uitzetten van beleid. Op een gegeven moment is er een nieuwe directeur nodig. Beiden solliciteren. De vrouw wordt benoemd. 

De man kan dat niet verwerken. Hij heeft allerlei argumenten waarom deze vrouw de baan niet had mogen krijgen. Zij is later bij de instelling komen werken dan hij, ze is vijftien jaar jonger. Ze heeft een man met een fantastische baan, dus het hogere inkomen heeft ze niet nodig. Voor hem was het, gezien zijn leeftijd, de laatste kans om deze carrièrestap te maken. Hij heeft altijd goede functioneringsgesprekken gehad. Hij had graag een hoger salaris gekregen vanwege zijn niet afgeloste hypotheek en hij is kostwinner. 

Het zit hem allemaal zo dwars. Hij ziet groen van jaloezie en besluit om voortaan geen stap harder meer te zetten dan nodig is voor de organisatie. „Ze kunnen de boom in!” In de wandelgangen spreekt hij negatief over de nieuwe directeur. Over het bestuur spuwt hij zijn gal. „Die lui weten niet wat de organisatie nodig heeft.” De zonde van Kaïn woekert zo voort in een schoolteam of team van een zorginstelling of bedrijf!

## Prikkel

Jaloezie is een lastige emotie. Afgunst maakt dat nog erger. Is jaloezie alleen maar fout? Nee, jaloezie kan ook een prikkel zijn om je ergens voor in te zetten. Een jongeman kijkt jaloers naar zijn vrienden die in het hbo of op de universiteit hebben gestudeerd. Hij heeft mbo gedaan. Hij besluit daarom om ook een hbo-studie te gaan volgen. Zijn jaloezie maakt van hem een ijverige student. 

Het goede is: onder jaloezie zitten verlangens. Als iemand zich daarvan bewust is, kan hij ermee aan de slag gaan. Dat jochie dat die bal wil hebben, kan ook met klusjes geld gaan verdienen om de bal zelf te kunnen kopen. Grootouders kunnen hun best doen om het bij hen net zo leuk te maken voor de kleinkinderen als bij de andere grootouders waar ze al graag komen. 

Succes is echter niet gegarandeerd en mislukken kan de jaloezie verder aanwakkeren. Als de HBO-studie nou niet lukt? Wat doet dat met het zelfbeeld van de jaloerse student? Wordt hij dan niet afgunstig op zijn vrienden die waarschijnlijk ook nog eens beter betaalde banen hebben, waardoor de vriendschap onder druk komt te staan?

 

## Vergelijken

Wat is de oorzaak van jaloezie? Vergelijken. Kaïn vergelijkt zich met Abel en voelt dat hij zelf slechter af is. Alle mensen vergelijken zich met anderen. In onze tijd door de sociale media nog meer dan vroeger. Mensen vergelijken hun leven zelfs met onbekende, populaire anderen. 

Er komt een persoonlijk aspect bij. Dat is het karakter van iemand.  Bij de ene mens leidt vergelijken tot jaloezie en bij de andere niet. Hoe zelfbewuster een persoon is, hoe positiever zijn zelfbeeld, des te minder last heeft hij van jaloezie. 

Dan hebben we direct een mogelijk punt om aan te werken: zorg voor versterking van je zelfbeeld als je niet verteerd wilt worden door jaloezie. Daar is geloof voor nodig en mogelijk ook therapie. 

Een ander persoonlijk aspect is dit: mensen kunnen verschrikkelijke dingen meemaken waardoor het bijna onmogelijk is om niet jaloers te worden. Mag een kind dat jong beide ouders verloren heeft jaloers zijn op leeftijdgenoten die wel eigen ouders hebben? Als stille jaloezie kan dat levenslang meegaan.

Wat is het tegenovergestelde van jaloezie en afgunst? Gunnende liefde. Blij zijn met de voorspoed van de ander of de eer die een ander ten deel valt. Dat houdt relaties goed. In het groot en in het klein. Huwelijksproblemen en oorlogen worden ermee voorkomen. Kun je een gunnend leven leren? Jazeker, maar dat vergt wel een weg van bekering en navolging achter Christus, de tweede Abel.

_Nico van der Voet (1958) studeerde theologie en werkte vóór zijn pensionering onder meer als studentenpastor. Hij is vader en opa en woont met zijn vrouw in Veenendaal._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/gunnende-liefde-voorkomt-jaloezie</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/gunnende-liefde-voorkomt-jaloezie</guid>
            <pubDate>Sat, 18 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Naai zelf deze prachtige shopper]]></title>
            <description><![CDATA[## Dit heb je nodig (I)

- 120 cm buitenstof: Steppedstof, canvas, denim, linnenlook, half-panama, corduroy, kunstleer of jacquard (of als je zelf wilt watteren: poplin)
- 120 cm binnenstof
- 120 cm vlieseline H640 (als je de buitenstof zelf wilt watteren)
- 60 cm stof om zelf biaisband te maken (of gebruik 6 m bestaand biaisband)
- rits Zipperzoo 1 m
- ritsschuiver Zipperzoo
- garen

## Dit heb je nodig (II)

Deze patronen en werkbeschrijvingen zijn te downloaden op **terdege.nl/patronen**. Ze zijn beschikbaar tot 28 juli 2026 en alleen voor Terdege-abonnees:

- naaipatroon ”shopper yara”
- werkwijze ”zelf biaisband maken”
- werkwijze ”biaisband aan tas zetten”

## Patroon printen

Print het patroon op A4-formaat en meet het testvierkant op de eerste pagina. Plak de patroonbladen aan elkaar zoals hier voorgesteld en knip de patroondelen uit.

## Stof watteren

 

**Stap 1.** Strijk plakbaar volumevlies op de achterkant van de stof. Het volumevlies is 90 cm breed en de stof is 110 of 130 cm breed. Je kunt dus niet de hele stof voorzien van vlies, maar dat is niet erg. Laat aan één kant de resterende cm over. Wil je de stof niet watteren, sla dan deze stap over en ga verder bij stap 3.

**Stap 2.** Stik de stof door in banen van 2,5 cm breed. Je kunt de lijnen uittekenen op de stof met kleermakerskrijt. Of gebruik de kantliniaal bij boventransportvoet #50 van Bernina.

## Patroon op stof leggen

 

**Stap 3.** Knip de patroondelen uit en leg ze op de stof. Op de patroondelen staat of je de delen met of zonder naadwaarde moet knippen.

Let op: Het voor- en achterpand en de hengsels moeten aan de stofvouw gelegd worden. Wanneer je deze patroondelen uit de stof knipt, leg je de stof dubbel van onder naar boven, niet van zelfkant naar zelfkant.

Bij het bovendeel kun je de stof wel van zelfkant naar zelfkant vouwen.

Knip de patroondelen ook uit de voeringstof.

## Biaisband maken

Zelf biaisband maken is een secuur werkje, maar de moeite waard. Zie de werkbeschrijving op terdege.nl/shopper.

Je kunt ook bestaand biaisband gebruiken. Ga dan verder bij ”Hengsels naaien”.

 

## Hengsels naaien

 

**Stap 4.** Leg de korte kant van de hengseldelen met de goede kanten op elkaar en stik vast. 

 

**Stap 5.** Stik het uiteinde van het laatste hengseldeel aan het begin van het eerste hengseldeel, zodat alle delen helemaal aan elkaar zitten. Let op dat er geen draai in het hengsel zit wanneer je hem dichtstikt. Strijk de naden plat.

 

**Stap 6.** Doe hetzelfde met de voeringstof.

 

**Stap 7.** Speld het voeringdeel van het hengsel op de buitenstof met de verkeerde kanten op elkaar. Zorg dat de naden van de voering en de buitenstof gelijk zitten. 

Stik beide zijkanten op elkaar met een zigzagsteek.

## Biaisband aan hengsel zetten

 

**Stap 8.** Zet de biaisband aan het hengsel. Stik de biaisband niet helemaal vanaf het begin vast, maar laat 2 cm loshangen voor je begint met stikken. 

Stikken kan met een bandapparaat of handmatig: zie de werkbeschrijving op terdege.nl/shopper.

Voor de afwerking aan het einde kun je evt. ook de volgende stappen volgen.

 

**Stap 9.** Stop een paar centimeter voordat je helemaal rond bent en knip de biaisband af, zodat hij ongeveer 4 cm overlap heeft met het begin. 

Vouw het uiteinde van de biaisband 2 cm terug. 

 

**Stap 10.** Zet de biaisband vast met spelden en stik dit gedeelte met de naaimachine vast. 

Let op: als je de biaisband een beetje zuinig afknipt, heb je precies genoeg om het hengsel en de zak aan de binnenzijde af te werken.     

## Hengsel aan tas zetten

 

**Stap 11.** Speld het hengsel op de tas op de plek van de merktekens. Zorg dat het hengsel aan beide kanten precies even ver uitsteekt. 

Stik het hengsel vast op de tas over het stiksel waarmee je de biaisband vastgestikt hebt. Let op: stik tot 4 cm onder de bovenzijde van de tas en niet verder.

 

**Stap 12.** Geef een stiksel van links naar rechts op 4 cm van de bovenzijde van de tas. Voor de stevigheid kun je meerdere keren over het stiksel heen gaan. 

## Tas in elkaar zetten

 

**Stap 13.** Vouw de tas met de goede kanten op elkaar. Speld en stik de zijnaden. Let op dat de merktekens van de bodem op elkaar liggen. 

## Bodem maken

 

**Stap 14.** Vouw een hoek in de bodem en zet, met een verdwijnpen of kleermakerskrijt, een lijn van 10 cm ter hoogte van de merktekens. Stik over de lijn.

 

**Stap 15.** Knip de hoek weg.

 

**Stap 16.** Herhaal deze stappen voor de andere zijde. Je hebt nu een bodem in de tas.

## Rits in bovendeel zetten

 

**Stap 17.** Bevestig de schuiver aan de rits. Bekijk hiervoor evt. een filmpje op Instagram: @aliedruijff. 

Zet het ritsvoetje op de naaimachine. 

Leg de voeringstof met de goede kant naar boven voor je neer. Leg de rits, met de goede kant naar boven, erbovenop. Leg de buitenstof, met de goede kant naar beneden, op de rits. Speld en stik deze aan elkaar vast op 0,7 mm van de kant.

 

**Stap 18.** Doe hetzelfde met de andere ritszijde. 

## Bovendeel in tas zetten

 

**Stap 19.** Keer de tas binnenstebuiten en speld het bovendeel rondom aan de tas met de goede kanten op elkaar. Speld ook het voeringdeel mee. Speld de rits precies op de zijnaad van de tas. 

De vier hoeken van het bovendeel komen precies 1 cm over de markeringsdelen heen. Het stiksel komt straks precies op de plek van de markeringstekens in de tas.

Let op: laat de rits een stukje open, zodat je de tas straks nog kunt keren.

 

**Stap 20.** Past het bovendeel goed in de tas? Stik dan de korte zijde. Haal een paar spelden op de lange zijde los om goed bij de korte zijde te kunnen voor je begint te stikken.

Speld van markeringsteken tot het volgende markeringsteken. Begin dus op 1 cm van de kant en stik tot 1 cm voor het einde van de korte zijde.

 

**Stap 21**. Geef een knipje in de hoek tot het stiksel.

**Stap 22.** Speld en stik de lange zijde. Start in de punt waar je gestopt bent en stop 1 cm voor het einde. Geef weer een knipje in de hoek. Stik zo door tot je rond bent.

Knip de rits af op 1 cm van de naad.

## Binnenzak naaien

 

**Stap 23 A:** Leg de voering van de zak en de buitenstof van de zak met de goede kanten op elkaar en stik 1 korte zijde vast.

 

**Stap 23 B:** Strijk de naad plat en vouw de stof naar de goede kant. Stik de stof door op 1 cm vanaf de naad.

 

**Stap 24:** Stik beide stoffen aan elkaar met een zigzagsteek. 

 

**Stap 25:** Leg de biaisband met de goede kant op de voeringstof en stik rondom vast. Laat het begin 1 cm boven de zak uitsteken. 

Geef een knipje als je bij de hoek van de zak bent en stik verder tot het einde.

Laat de biasband aan het einde weer 1 cm boven de zak uitsteken en knip de resterende biaisband af.

 

**Stap 26.** Vouw het uiteinde van de biasband over de zak en zet vast met een speld. Doe dit bij beide uiteindes.  Vouw de biasband om naar de goede kant van de stof en stik vast.

 

**Stap 27.** Speld de zak op de goede kant van de voeringstof in het midden, ongeveer 9 cm vanaf de bovenzijde, en stik vast over het stiksel waarmee je de biaisband hebt vastgestikt.

## Voering naaien

 

**Stap 28.** Vouw het voor- en achterpand van de voering met de goede kanten op elkaar en stik de zijnaden. Let op: laat een opening in 1 zijnaad om straks de tas te kunnen keren.

 

**Stap 29.** Vouw een driehoek in de bodem en zet, met een verdwijnpen of kleermakerskrijt, ter hoogte van de merktekens een lijn van 10 cm. Stik over de lijn. Knip dan de hoek weg.

Herhaal deze stappen voor de andere zijde. Je hebt nu een bodem in de voeringtas.

## Voering in de tas zetten

 

**Stap 30.** Keer de voeringstof en de buitenstof binnenstebuiten. Speld de voering aan de naad van de buitenstof en het bovendeel. 

Stik de voering op dezelfde manier aan de stof als je het bovendeel aan de buitenstof stikte. 

Begin met de korte zijde, waarbij de naad precies op de rits komt. Stik over het bestaande stiksel heen.

Aan het einde van de korte zijde geef je een knipje in de hoek van het stiksel. Stik zo verder tot je weer rond bent.        

 

**Stap 31.** Keer de tas door de keeropening in de voering. Druk de hoekjes mooi uit. Stik de keeropening dicht met de hand of met een stiksel vlak langs de rand.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/naai-zelf-deze-prachtige-shopper</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/naai-zelf-deze-prachtige-shopper</guid>
            <pubDate>Fri, 17 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[„Mijn vrouw stapte met een autodashboard de trein in”]]></title>
            <description><![CDATA[Gebroederlijk staan ze in de showroom naast elkaar: Tesla’s, Volvo’s, Fords, Renaults en allerlei andere merken. Stuk voor stuk glimmend en blinkend – de banden pikzwart en met een piekfijn profiel.

Gert van Leeuwen (73) zet zich neer op een bankje in de showroom. De plek is vertrouwd terrein voor hem. Nog steeds komt de oprichter van Van Leeuwen Auto’s zeker twee keer per week langs. Zoon Johan: „Hij blijft graag op de hoogte.”

Het bedrijf is zijn kindje. Hij had in 1974 nog een paar jaar werkervaring als monteur toen hij op zijn 21e besloot dat het tijd werd om voor zichzelf te beginnen.

Waarom hij graag een eigen bedrijf wilde? „Geen idee. Eigenwijsheid, denk ik. Ik begon met niks. Eerst zat ik in een schuurtje in Dodewaard en daarna in de voormalige bakkerij van mijn schoonvader in Opheusden. Maar dat maakte niet uit: ik was eigen baas en had zin in het werk.”

Voor het opstarten was geld nodig, wat er nauwelijks was. „Een eigen auto had ik bijvoorbeeld niet. Mijn vrouw ging met de trein naar Arnhem om onderdelen te halen.” Lachend: „Zo is ze eens met een dashboard in de trein gestapt.”

Johan: „Die dashboards waren wat kleiner dan nu, natuurlijk.” Mathijs: „Maar je staat er toch van te kijken als een vrouw met zo’n ding onder haar arm de trein binnenkomt.”

 

## Gunning

Hij moest het de eerste tijd vooral hebben van mond-tot-mondreclame en gunning in Dodewaard. „Want een dorp verderop kenden ze me niet.”

Beetje bij beetje bouwde hij zijn bedrijf uit. Reparaties, onderhoud, schadeherstel en autoverkoop: niets is hem te gek. Of het altijd van een leien dakje ging? Lachend: „Ik heb legio fouten gemaakt. Ik herinner me dat er iemand kwam met een heel jong Opel Kadettje, met maar 2000 kilometer op de teller. Ik weet niet waarom, maar ik kreeg de koplampen van die auto niet helemaal recht. Telkens als ik die wagen zag rijden, viel het me weer op.”

 

Johan: „Je hebt toch ook ooit eens een auto uit Apeldoorn moeten slepen naar Kesteren?” Gert: „Daar zat een flink gat in. Het was winter en ik weet nog dat ik helemaal verkleumd was toen ik thuiskwam.”

Zijn eigen eerste auto was een oude Volvo, die hij kocht van een handelaartje. De auto was van een arts uit Wageningen geweest. Gert: „De handelaar vroeg er 1500 gulden voor. Zo’n bedrag had ik niet, maar dat vertelde ik hem natuurlijk niet. De wagen stond in Elst, dik onder het stof. De handelaar had ’m geruild voor een grasmaaier. Ik bood 500 gulden. Dat accepteerde de man niet, dus ik ging weer naar huis. Enkele weken later had ik een klant die z’n auto in elkaar had gereden, dus ik had onderdelen nodig. Ik heb de Volvo uiteindelijk voor 600 gulden kunnen kopen. Hij liep niet meer zo goed, dus ik heb de auto in Elst eerst aan de praat gekregen en ben er toen mee naar Dodewaard gereden. Gedurende de rit begon de motor steeds beter te lopen. IToen ik thuiskwam, dacht ik: die ga ik niet slopen.”

De wagen reed een tijd heerlijk. Totdat Gert er twee jaar later een ongeluk mee kreeg. Hij kwam er zelf goed vanaf, maar dat was het einde van de Volvo.

## Strak naast elkaar

De zeven kinderen van Gert en zijn vrouw groeiden op naast en met het bedrijf van hun ouders. Mathijs, Johan en hun drie broers hielpen van jongs af aan mee. De vloer aanvegen, auto’s wassen en op zaterdagmiddag de auto’s naar binnen rijden.  Mathijs: „Ze moesten strak naast elkaar staan.” Gert: „Zodat we ze, in geval van brand, snel de werkplaats uit zouden kunnen rijden.” Mathijs: „Inparkeren en exact rijden konden we als de beste, ook al hadden we nog geen rijbewijs. Aan het verkeer deelnemen is wat anders.” Johan: „Dat deden we ook, jij meer dan ik.” Gert, met een knipoog: „Daar weet ik niets van.”

Als er in 1995 een overstroming dreigt te komen in Kesteren, worden de jongens ingeschakeld om de auto’s in veiligheid te brengen, de Rijn over. Johan: „Ik was toen veertien.” Gert: „De politie stond bij de brug al het verkeer te regelen. Komen er van die jochies aanrijden in auto’s. Er werd niets van gezegd, maar spannend was het wel.” 

Of er weleens iets misging door dat autorijden op jonge leeftijd? Gert tegen Mathijs: „Weet je nog die keer dat je een auto netjes onder de luifel had gezet? Hij stond alleen niet op de handrem en rolde zo naar een andere auto toe.” Johan, lachend: „Maar technisch gezien reed Mathijs toen niet.”

 

Gert tegen Johan: „En jij dan. Toen je drie jaar oud was, hadden we een splinternieuwe auto klaarstaan voor een klant. Het was ’s morgens, rond koffietijd. Ineens hoorden we een knal. We zijn de werkplaats ingelopen. Ik zag gelijk dat de nieuwe auto van zijn plek stond. Wat bleek? Jij had ’m gestart, waarna hij was gaan rijden en tegen de muur van de showroom botste. De hele voorkant van die gloednieuwe auto zat in elkaar.”

Johan: „Jullie hebben mij toen toch bij de buren gevonden?” Gert: „Ja, je was op de vlucht.” 

## Boer

Het was geen vanzelfsprekendheid dat beide broers de zaak van hun ouders zouden overnemen. Mathijs: „Ik wilde tot mijn tienertijd boer worden.” Johan: „En ik vond vrachtwagens mooi en wilde op een afsleepwagen rijden.”

Toen ze op de middelbare school een keuze moesten maken, kroop het bloed waar het niet gaan kan. Ze kozen, evenals hun drie broers, voor autotechniek, om daarna in Driebergen de studie automotive management te gaan doen. Mathijs: „Inmiddels zijn Johan en ik de enige twee die nog in deze branche werken.”

 

Waarom ze toch in hun vaders voetsporen zijn getreden? Mathijs, met een ernstig gezicht: „Dat vond ik mijn verantwoordelijkheid als oudste.” Zijn vader en broer barsten in lachen uit. Gert: „Stop maar met kletsen.”

Mathijs, gemeend dit keer: „Ik groeide met het bedrijf op en vond het werk leuk. Vooral het stukje bedrijfsvoering, ondernemerschap en de omgang met personeel en klanten. Het gaat me minder om de auto’s.” Johan: „We hebben weleens gezegd: Als pa een restaurant had gehad, hadden we het net zo goed leuk gevonden om dat over te nemen. Het gaat ons vooral om de mensen.”

## Obama

De broers kwamen rond de eeuwwisseling bij hun vader in dienst. Mathijs als eerste, Johan een aantal jaar later. 

Eerst waren ze manusje-van-alles, later kwamen ze op een vaste plek in het bedrijf terecht. Gert: „Ze moesten van mij na hun opleiding drie jaar bij een ander werken en daarna drie jaar bij mij, voordat ze mochten instappen als aandeelhouder. Dat was een stukje bescherming richting het bedrijf en de andere kinderen. Als ze na die zes jaar nog steeds met elkaar en met mij door een deur konden, waren ze welkom.” 

De twee werden door die zes proefjaren niet afgeschrikt en vonden al snel een plek in het bedrijf van pa en ma. In de jaren die volgden, maakten ze de nodige grote ontwikkelingen mee. Mathijs: „De komst van internet, bijvoorbeeld. Voor die tijd waren we een dorpsgarage. Door internet gingen onze klanten zich landelijk oriënteren. Andersom kwamen er mensen vanuit het hele land bij ons. Dat was een verschuiving waar we aan moesten wennen. Zo zijn er meer ontwikkelingen geweest die een bedreiging leken, maar ook kansen boden.”

 

Gert: „De komst van elektrische auto’s was ook een verandering. We hadden hier in 2009 een open dag georganiseerd met twee elektrische auto’s: een Mini en een Thor. De burgemeester en zijn vrouw deden de openingsrit. Hij in de Thor, zij in de Mini. Vanaf hier zouden de auto’s vervolgens naar Amerika gaan, de Mini zelfs naar president Obama. Ik zei tegen de vrouw van de burgemeester: „U bent Obama vóór geweest.”

## Tesla

Als in 2012 de eerste Tesla’s aangekocht kunnen worden, springen Gert en zijn zoons daarop in, waardoor ze in 2013 als eerste autobedrijf in Nederland Tesla’s op voorraad hebben staan. Dat blijkt een gouden greep. „Ze gingen als warme broodjes over de toonbank.”

 

Tesla Nederland neemt contact op met de Van Leeuwens. Of ze interesse hebben in een aantal Tesla’s die na reservering niet zijn opgehaald door de geïnteresseerden? Dat is geen vraag. Mathijs: „In totaal hebben we er dat jaar 46 verkocht.”

Johan: „Het jaar erna belde een collega: iemand wilde zijn Tesla inruilen, maar het bedrijf wist niet wat het ermee aan moest. Of wij er wat mee konden?” Mathijs: „Dat laat zien hoe terughoudend de markt die eerste periode was als het ging om elektrische auto’s.” Johan: „Zelfs autoveilingen wilden er niets mee. Deze auto’s waren nog onbekend terrein.”

In 2015 herhalen ze hetzelfde trucje als in 2013, door 146 hybride Volkswagen Passats aan te schaffen, die eveneens zo verkocht zijn.

 

## Overname

In 2020 namen de broers de aandelen in het bedrijf over van hun ouders. Gert: „Ik was altijd bezig met de zaak. Maar in 2019 kreeg ik een longontsteking en moest ik gedwongen rust nemen. Toen vroeg ik me af: werk ik om te leven, of leef ik om te werken? Daarna kreeg ik de rust om de zaak over te dragen aan de jongens. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Alleen toen corona uitbrak, kreeg ik even buikpijn. Ik dacht: wat heb ik de kinderen aangedaan?”

Het bedrijf is sindsdien verder gegroeid. In 2021 zetten Johan en Mathijs een brancheopleiding op in Huissen en begonnen ze met een schadeherstelbedrijf in Emmen en een botenshowroom pal naast hun autobedrijf.  Mathijs: „Dat laatste hebben we gedaan als verbreding van onze activiteiten en spreiding van de risio’s.”

Hoe de mannen het vinden om het bedrijf van hun ouders voort te zetten? Mathijs: „Het feit dat je het met elkaar doet, maakt het leuk. Successen vieren we met z’n allen. Spanningen delen we; je weet dat je er dan niet alleen van wakker ligt.” Johan: „Dat we een familiebedrijf zijn, merken we ook aan de band met het personeel.” Mathijs: „Hier lopen medewerkers rond die al net zo lang in dienst zijn als wij. We zijn met hen opgegroeid en hebben hen zien trouwen.”

 

Gert blijft op de achtergrond betrokken bij het bedrijf. Johan: „Hij haalt bijvoorbeeld de auto’s op die ik voor onze klanten in Duitsland koop.”

Of er na hen ook weer een generatie Van Leeuwens aan het roer van het autobedrijf zal staan? Dat is nog onbekend. Mathijs: „Ik sta er heel rationeel in. Bij mijn ouders was er meer emotionele betrokkenheid bij het bedrijf dan bij ons. Natuurlijk ligt ons hart hier ook, maar voor een tweede generatie is dat toch anders dan voor de eerste.” 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/mijn-vrouw-stapte-met-een-autodashboard-de-trein-in</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/mijn-vrouw-stapte-met-een-autodashboard-de-trein-in</guid>
            <pubDate>Tue, 14 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Woorden proeven en kleuren horen]]></title>
            <description><![CDATA[Bij synesthesie veroorzaakt de activatie van één zintuig, bijvoorbeeld het gehoor, de activatie van een ander zintuig dat er verder geen relatie mee heeft, zoals het gezicht. Mensen met synesthesie ervaren daardoor meer sensaties dan mensen zonder deze eigenschap. Sommige mensen hebben auditief-visuele synesthesie: ze zien kleuren wanneer ze geluiden horen. Anderen zien kleuren wanneer ze over letters of cijfers lezen, horen of nadenken. Dit staat bekend als grafeem-kleursynesthesie. Een ander voorbeeld is spiegel-aanrakingsynesthesie, waarbij iemand sensaties aan het eigen lichaam voelt wanneer hij ziet dat iemand anders wordt aangeraakt. Mensen met synesthesie hebben er geen controle over hoe hun zintuigen interfereren. Het is nog onbekend wat synesthesie veroorzaakt. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/woorden-proeven-en-kleuren-horen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/woorden-proeven-en-kleuren-horen</guid>
            <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 10:45:26 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Sabayon: traditioneel Italiaans nagerecht ]]></title>
            <description><![CDATA[Wie deze zomer naar Italië op vakantie gaat, komt het vast tegen op een dessertkaart: romige sabayon, of zoals de Italianen zeggen, zabaglione. Dit luchtige dessert wordt traditioneel gemaakt met eidooiers, suiker en zoete marsala. 

In dit recept zorgen de krokante amaretti en stukjes pure chocolade voor extra smaak en bite. 

Sabayon is heerlijk als feestelijk nagerecht op een zomeravond, maar ook perfect om thuis alvast in vakantiesfeer te komen. 

De sabayon is eenvoudig te maken en kan direct gegeten worden. Je kunt hem ook na bereiding eerst even laten opstijven in de koelkast. 

Ben je geen fan van amaretti of pure chocolade? Doe er dan wat vers fruit doorheen: nectarine met kokosrasp bijvoorbeeld, of frambozen met pistache. 

## Ingrediënten

- 6 eidooiers
- 100 g suiker
- 100 g zoete marsala
- 350 g slagroom 
- 75 g pure chocoladecallets
- 20 amarettikoekjes
- cacaopoeder (voor decoratie)

 

 

## Bereiding

- Doe de dooiers, suiker en marsala in een vuurvaste kom en zet die boven een pan met een laag kokend water (zorg dat de kom het water niet raakt).
- Roer met een garde alle ingrediënten door elkaar, maar klop ze niet luchtig.
- Blijf roeren; na een tijdje wordt het mengsel dikker. Als het de dikte heeft van vla, kan de kom van het vuur.
- Giet het mengsel op een bord en dek dit af met plasticfolie. Laat het helemaal afkoelen.
- Klop de slagroom stijf en roer de sabayon erdoorheen.
- Breek de amarettikoekjes en meng ze, samen met de pure chocoladecallets, door de sabayon.
- Verdeel de sabayon over een grote schaal of over kleine glaasjes en decoreer met cacaopoeder.
- Je kunt de sabayon gelijk eten of eerst even laten opstijven in de koelkast.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/sabayon-traditioneel-italiaans-nagerecht</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/sabayon-traditioneel-italiaans-nagerecht</guid>
            <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 08:08:36 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Jaap Janse, bestuurder van Lelie zorggroep, werd als 50-jarige opnieuw vader]]></title>
            <description><![CDATA[Het was voor Jaap Janse (53) een wonderlijke ervaring. Op jaren met overvolle werkweken volgde een sabbatsperiode. Die is nu ten einde. Wat hij op ministeries en in Rotterdam leerde, kan hij gaan praktiseren bij Lelie zorggroep, een organisatie die negentien verpleeghuizen en de thuiszorgonderdelen Agathos en Curadomi omvat, in totaal goed voor ruim 5000 medewerkers.

### _Wat bracht u op het terrein van de zorg?_

„Ik ben opgeleid als econoom en kwam in Den Haag terecht. Daar hield ik me eerst bezig met het financieel-economische beleid van het kabinet. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport speelde daarbij een grote rol, want er worden enorme bedragen aan zorg uitgegeven. Dat vond ik een interessant en relevant onderwerp. Vandaar mijn overstap naar dit ministerie.”

### _U noemt uzelf hulpvaardig en zorgzaam. Op basis waarvan?_

„Het kwam naar voren uit assessments. Als een collega vraagt om te helpen, dan ga ik aan de slag. Werden mijn medewerkers belaagd, dan nam ik het voor hen op.”

### _Kreeg u die houding van thuis mee?_

„Dat kun je wel zeggen. Als er een beroep op je wordt gedaan, moet je er zijn. Die mentaliteit werd ons bijgebracht en praktiseerden mijn ouders ook. Wanneer we als kinderen mijn vader voor iets nodig hadden, was hij er altijd. Daar maakte hij tijd voor.”

### _In uw cv typeert u uzelf als: „autonoom type, staat stevig, kiest zelfstandig positie op basis van het belang van het geheel.” Was het lastig om dat als reformatorisch mens op papier te zetten?_

Lachend. „Ja, dat is lastig. Daarom heb ik de typering uit het verslag van een assessment overgenomen. Ze klopt volgens mij wel. Ik luister eerst goed naar wat mensen zeggen. Op een gegeven moment kies ik positie en hak ik knopen door.”

### _Wat leerde het werk op het ministerie van VWS u over de zorg?_

„Dat er iets onbeheersbaars in zit. De vraag is oneindig, de financiën zijn beperkt. Dat vraagt om begrenzing. Je hoort vaak spreken over bezuinigingen in de zorg. De werkelijkheid is dat de mate van groei wordt afgeremd.”

### _Hoe doen we het als Nederland in vergelijking met andere landen?_

„Met ons zorgstelsel staan we op eenzame hoogte. Zie de uitkomsten van onderzoek naar de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, levensverwachting, patiëntenrechten, wachttijden, de eigen bijdrage… Ik zeg niet dat ons stelsel perfect is, maar vergeleken met elders is het ongelooflijk goed.”

 

### _Waaraan hebben we dat te danken?_

„Helpend is dat we niet het bureaucratische Engelse model van nationale gezondheidszorg hebben en evenmin het commerciële Amerikaanse model, maar een slimme combinatie van beide. Ondernemers in de zorg krijgen een behoorlijke vrijheid, zij het binnen duidelijke kaders. Dat leidt alsnog wel tot veel regelgeving en dat is natuurlijk niet fijn.”

### _In 2007 maakte u binnen VWS de overstap naar de jeugdzorg. Waarom?_

„Na zeven jaar was ik wel een beetje klaar met het maken van economische analyses. En de maatschappelijke relevantie van jeugdhulp is groot. Jongeren die tussen wal en schip raken, ouders die het niet redden… Het leek me mooi om vanuit het ministerie iets bij te dragen aan het lenigen van die nood. Ik ben nog meer gaan beseffen hoe groot de waarde van een stabiele thuissituatie is. Kort na mijn overstap kregen we een ministerie voor Jeugd en Gezin, onder leiding van André Rouvoet. Tot dan toe stond jeugdhulp op het ministerie van VWS wat in de schaduw. Met de komst van Rouvoet ging het licht aan en knipperde iedereen met zijn ogen door alle politieke aandacht die er kwam.”

### _Voor buitenstaanders is het een terrein waarop vooral veel fout gaat._

„Dat wordt vaak geweten aan de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten. Je kunt je afvragen of de situatie beter zou zijn als dat niet was gebeurd. De individualisering van de maatschappij was dezelfde gebleven. Het grote probleem is de kwetsbaarheid van jongeren in onze hectische samenleving en ouders die met weinig netwerk kinderen moeten opvoeden. In 2015 deed 1 op de 27 jongeren een beroep op jeugdhulp, nu 1 op de 7.”

 

### _Zegt dat iets over de ouders, over onze maatschappij of over de jeugdzorg?_

„Ik denk over allemaal. Er zijn jongeren die met minder jeugdhulp toe kunnen en er is een groep die er eerder naartoe zou moeten. Ouders hebben de neiging hun onmacht in het opvoeden te projecteren op het kind in plaats van opvoedondersteuning aan te vragen. De onmacht wordt vaak gevoed door maatschappelijke omstandigheden, zoals armoede, schulden, slechte huisvesting of het ontbreken van passend onderwijs voor de kinderen. Probeer in concrete situaties eerst deze factoren aan te pakken, anders is jeugdhulp dweilen met de kraan open.

Je kunt ook vragen stellen bij de wet- en regelgeving. We willen af van gedwongen opname van jongeren met ernstige problematiek. Dat is een nobel streven, maar het gevolg is dat er nu jongeren zijn die permanent twee begeleiders om zich heen hebben: een voor de pedagogische begeleiding en een om ze in bedwang te houden als het misgaat. De kosten kunnen oplopen tot een miljoen euro per jaar per kind. Een miljoén euro! Daar krijgen gemeenten grijze haren van.”

### _U was betrokken bij het onderzoek naar seksueel misbruik van kinderen in de jeugdzorg. Wat deed dat met u?_

„Ik zat bij bijeenkomsten waar slachtoffers uitlegden wat het misbruik bij hen had veroorzaakt. Nóg zie ik de tranen in de ogen van collega’s die elkaar sprakeloos aankeken. Het gebeurde onder de ogen van een overheid die deze kinderen veiligheid zou bieden. In plaats daarvan werden ze volledig kapotgemaakt. Vréselijk, in één woord. Die verhalen gingen me door merg en been. 

 

Ik vond het mooi om mee te kunnen werken aan een uitspraak van de overheid die recht deed aan wat er was misgegaan. Wat deze periode voor mij persoonlijk bijzonder maakte, was de hulp van God die ik daarin heb ervaren. Vanuit het ministerie van VWS werd mij gevraagd om samen met collega’s van Justitie de brief voor de Kamer op te stellen, met daarin de kabinetsreactie op het rapport over misbruik van kinderen in de jeugdzorg. Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten wilde dat ik de pen zou vasthouden. Het rapport verscheen in de loop van de week; we kregen tot maandag om de reactie te schrijven. 

De staatssecretaris besefte dat het ingewikkeld zou worden: Jaap wil niet op zondag werken; ik wil dat hij de regie heeft, maar we gaan wel een tijdrovende discussie met Justitie in. Ze verordonneerde dat de brief zaterdagavond klaar moest zijn. Op zaterdag liet Justitie weten er niet uit te komen en een overleg op zondag te gaan plannen. Ik heb altijd veel respect voor mijn geloofsovertuiging ervaren, maar het wordt spannend als die wat vraagt van de ander. In dit geval de staatssecretaris en de collega’s van Justitie. Ik heb de secretaris-generaal gebeld om hem te melden dat ik er aan het eind van de zaterdag mee zou stoppen. ’s Avonds om tien uur waren we eruit. Dat vond ik echt een wonder.”

### _U ervoer het niet als werk van noodzakelijkheid?_

„Nee, het betrof een politieke kwestie. Ze hadden ons ook tot dinsdag de tijd kunnen geven. Na de uitbraak van corona heb ik voor het eerst wel op zondag gewerkt. Ik was inmiddels actief in Rotterdam en we realiseerden ons bij de eerste lockdown dat veel kwetsbare Rotterdammers geen enkel netwerk hadden. Toen ben ik op zondag achter mijn computer gekropen en hebben we met spoed een hulpdienst opgezet.”

### _In Rotterdam kreeg u te maken met de concrete praktijk van de zorg. Hoe was dat?_

„Beleid op een ministerie heeft altijd een bepaalde vrijblijvendheid in zich. Die viel in Rotterdam weg. Je voelt het meteen als er iets misgaat. Een maand na mijn komst brak corona uit, dat maakte de start lastig. Tegelijk was het een heel fascinerende tijd. Nadat een crisisorganisatie was opgetuigd, ontdekten ze dat er voor iedere leidinggevende een vervanger was, behalve voor de directeur van de GGD. Die taak kreeg ik erbij. Ik raakte enorm onder de indruk van het vermogen van Rotterdammers om op te schalen. Ongekend. Toen ik binnenkwam bestond de afdeling voor de bestrijding van infectieziekten uit zo’n 25 man. Na een paar maanden was het aantal toegenomen tot 2000 mensen. Twééduizend! Het een na het ander werd uit de grond gestampt.”

### _Werd u niet door een paniekgevoel bevangen?_

„Nee, zo’n hele gemeentelijke organisatie gaat zich bij een crisis focussen. Dan merk je hoeveel deskundigheid en leiderschapskwaliteit er zit. Je staat er niet alleen voor. Er zijn mensen die goed overzicht kunnen houden, anderen zijn een ster in praktisch werk of het uitwisselen van informatie. Ahmed Aboutaleb, destijds de burgemeester van Rotterdam, is een bestuurder op wie je in zo’n situatie kunt bouwen. Hij bleef rustig, legde verbinding met mensen die zwaar werden geraakt door de crisis en wist tegelijkertijd de afstand te bewaren die nodig is om bestuurlijke keuzes te kunnen maken.”

### _Ging u in uw nieuwe positie anders naar ministeriële besluiten kijken?_

„Je ontdekt dat besluiten die op zichzelf logisch lijken, in de praktijk anders kunnen uitpakken. Ik heb zelf meegeholpen aan het wetsvoorstel ter professionalisering van de jeugdhulp. De gedachte was dat we de professionals meer beslissingsruimte moesten geven, zoals ook een arts zelfstandig beslissingen neemt. Zo nodig verantwoordt hij achteraf waarom hij de richtlijn niet heeft gevolgd. De praktijk wees uit dat je zo’n cultuurverandering niet door een wet kunt afdwingen. We zagen zelfs een averechts effect. Vanuit de vrees aangeklaagd te worden voor onjuiste beslissingen, werden jeugdwerkers soms veel te voorzichtig.”

### _Wat is u het meest bijgebleven uit uw Rotterdamse jaren?_

„Naast de coronacrisis de crisis in het leerlingenvervoer. Als een vervoersbedrijf het niet meer redt, krijg je een kettingreactie. Kinderen worden niet opgehaald van school, ouders kunnen niet naar hun werk, werkgevers worden het zat dat mensen voortdurend te laat komen. Dat geeft een heel ander gevoel dan op een ministerie, waar je denkt: ik hoop dat ze het probleem oplossen.  Nu moet jíj aan de bak, om het zélf op te lossen.”

### _Wat betekent het om een post waar je het zo naar je zin hebt te moeten verlaten?_

„Vanaf dag één wist ik dat mijn werk in Rotterdam na zes jaar zou eindigen. Dat is het beleid bij deze functie. Ik moet wel zeggen dat zes jaar snel voorbij zijn als je je werk met plezier doet. In het laatste jaar ging ik op zoek naar iets anders, maar dat valt niet mee naast een drukke baan. Het vraagt om ruimte in je agenda en in je hoofd. Beide ontbraken. Van de gedachte om eind 2025 sowieso iets anders te hebben, ben ik teruggekomen. Zo werkt het niet.

 

Ook geestelijk ervoer ik het als een zoektocht. Wat wil de Heere dat ik doen zal? Op een gegeven moment zat ik op een bankje te wachten voor een gesprek. Ik pakte mijn mobiel en las Psalm 127. Het is tevergeefs dat men vroeg opstaat en laat opblijft… Dat raakte me. Jongen, waar ben je mee bezig? Geef het over in Gods hand. Niet dat je passief moet afwachten, maar je hoeft het niet zelf te regelen. Hij geeft het Zijn beminde als in de slaap. Dat gaf rust. Het komt goed, al is het niet op jouw tijd. 

Niet lang daarna vertelde Hendrik Jan van den Berg me dat hij ging stoppen bij Lelie. Ik leerde hem kennen toen ik bij het ministerie van VWS werkte. In Rotterdam ontmoette ik hem opnieuw. Daar was hij op een gegeven moment voorzitter van ConForte, de branchevereniging van zorgondernemers op het terrein van verpleging, verzorging en thuiszorg in de regio. Lelie leek me een prachtige plek. Ik heb dertig jaar in de seculiere wereld gewerkt. Met veel arbeidsvreugde, maar de verbinding met de dingen van Gods Koninkrijk ontbrak. Ik vind het bijzonder dat ik nu bij een christelijke organisatie aan de slag kan. Als je merkt dat de Heere waarmaakt wat Hij beloofde, voel je je een heel klein mens worden.”

 

### _Wat gaat er onder uw bewind veranderen?_

„Vooropgesteld: ik bestuur samen met Andra Kranendonk, die heel veel ervaring heeft in de zorg. En ik ben niet het type bestuurder dat een plan heeft gelezen of een praktijk heeft gezien en die wil gaan uitrollen. Zo werkt het niet. Je moet een organisatie eerst leren kennen en weten wat mensen bezighoudt, waar ze last van hebben en welke kansen ze zien. Op basis daarvan kun je gezamenlijk een concreet plan maken. Belangrijk daarbij vind ik samenwerking met de regio’s waar we werken.”

### _De zorgvraag neemt toe, het aantal zorgmedewerkers niet. Dat wordt lastig._

„De medewerkers zijn het fundament van de zorg. We mogen niet van hen vragen dat zij het probleem oplossen, dus er moet iets in de samenleving veranderen. Het aantal tachtigplussers zal de komende twintig jaar verdubbelen; het potentieel aan mantelzorgers dat per tachtigplusser beschikbaar is, halveert. Dan is duidelijk dat er een groter beroep op de omgeving zal worden gedaan. De tijd is voorbij dat je je moeder naar het verpleeghuis brengt, waarna het zorgpersoneel vanzelfsprekend alles overneemt, behalve het bezoek. De vraag bij verhuizing naar het verpleeghuis wordt: hoe gaan we het sámen doen? Die vraag dient nú al te worden gesteld. Het moet normaal worden dat familie een helpende hand biedt. 

Als verpleeghuis moet je ook de omgeving zien te betrekken bij de gang van zaken. Zo krijg je een vorm van mede-eigenaarschap. Daarbij kan een gedeelde identiteit een sterke binding opleveren. Dat is een groot voordeel van christelijke organisaties ten opzichte van seculiere instellingen.”

### _Moet de hulp een verplicht karakter krijgen?_

„Daar geloof ik niet in. Probeer mensen te motiveren. Laten we ook de mogelijkheden van de technologie gebruiken, om administratieve lasten te verminderen en zorg op afstand te bieden. Noem dat niet te snel koude technologie die de plaats van warme zorg inneemt.”

### _Op vijftigjarige leeftijd werd u weer vader, zestien jaar na de geboorte van de vierde dochter. Hoe was dat?_

„Tegen mijn collega’s zei ik: „We zien Sam als een toegift van de Schepper.” Zo hebben we het echt beleefd. Laura was al 48. Toen het ook nog een jongen bleek te zijn, ervoeren we het als dubbel bijzonder. Ik heb drie zussen, vier schoonzussen en vier dochters. Allemaal vrouwen. Pas zei ik tegen Laura: „Als straks de laatste dochter het huis uit is, krijgen we een mannenhuishouden. Dan ga je nog wat beleven.” Sam is typisch een jongen. Als we hem uit de kinderbijbel voorlezen, hoort hij het liefst verhalen met geweld. Simson, Goliath, Petrus die het oor van Malchus eraf slaat... Voor ons is dat nieuw.”

 

### _U ziet niet op tegen wéér de kleuterschool, zwemles, de puberteit…?_

 

„Nee. We hebben nu alleen dat jochie en een volwassen dochter thuis. Dat is een wereld van verschil met vier opgroeiende meiden. Ik sta er ook relaxter in. Je weet dat alles tijdelijk is. Sam slaat butsen in de tafel. Vroeger zou ik  dat erg hebben gevonden. Nu denk ik: over een paar jaar haal ik de schuurmachine erover. Het is prachtig om zijn ontwikkeling te zien en jongensdingen met hem te doen. Samen in de schuur een vogelhuisje maken. Zijn ogen glanzen als hij de accuboor aan mag zetten. Het is ook geweldig om die kinderlijke vragen weer te horen. Vanmorgen lazen we over de opwekking van het overleden zoontje van de weduwe van Zarfath. „Hoe doet de Heere dat, papa?” „Door te spreken, jongen. Alleen door te spreken.” Dat is tegelijk een les voor jezelf.”

### _Behalve dat u een drukke baan heeft, bent u ook nog ouderling en tweede voorzitter van de gereformeerde gemeente in Boskoop. Hoe redt u dat?_

„Voor mijn geestelijk leven is de oma van vaders kant van grote betekenis geweest. Van zichzelf durfde ze niet te zeggen dat ze een kind van God was; voor haar omgeving was dat overduidelijk. Het lampje op haar rug gaf heel veel licht. Haar hele leven draaide om de dingen van God en Zijn Koninkrijk. Heel mooi vond ik dat ze op een natuurlijke manier over de geestelijke dingen sprak en omgekeerd. Ik vind het een voorrecht om in het ambt te mogen dienen, maar heb wel geleerd om grenzen te stellen: op het werk én binnen de kerkenraad. Je krijgt het heel zwaar als je denkt dat de dingen van jou afhangen. Dat is niet het geval; in de maatschappij niet en in de kerk nog minder.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/jaap-janse-bestuurder-van-lelie-zorggroep-werd-als-50-jarige-opnieuw-vader</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/jaap-janse-bestuurder-van-lelie-zorggroep-werd-als-50-jarige-opnieuw-vader</guid>
            <pubDate>Wed, 08 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Waarom zelf het haar van je kind knippen qualitytime is]]></title>
            <description><![CDATA[Ze maakt van moeders geen kapsters. Wel leert ze hun – in een twee uur durende workshop – om het haar van hun eigen kind(eren) te knippen. Het tuinhuis achter haar woning is omgebouwd tot salon. Daar geeft ze workshops en ze knipt er haar eigen klanten: „Mensen van nul tot honderd.” Angeline is ook pedicure, dus sommigen boeken twee behandelingen achter elkaar. Nieuwe ”knip-patiënten” neemt ze niet aan. „Ik zou wel dag en nacht kunnen werken.” Het gekke is dat Angeline zelf nog nooit in de spiegel van de kapper heeft gekeken. Tenminste, dat schrijft ze op haar site. 

### _Ben je zelf echt nog nooit in een kapsalon geweest?_

„Ik ben opgegroeid in een gezin met vijf kinderen. Mijn moeder, een boerendochter die van aanpakken weet, knipte ons altijd zelf. Alleen voor bijvoorbeeld een bruiloft mocht ik naar de kapper, om mijn haar in te laten vlechten. 

Als klein meisje hield ik al van lang haar. Ik maakte vlechten en staartjes bij m’n poppen, en op m’n vijfde wist ik dat ik later kapster wilde worden. Op straat en op feestjes was ik altijd naar kapsels aan het kijken. 

Toen ik wat ouder was en mijn ouders beseften dat ik echt kapper wilde worden, zeiden ze dat ik dan ook een goede opleiding moest volgen. Dus ging ik naar de Nederlandse Kappersakademie in Rotterdam; een particuliere opleiding. Je wordt daar streng beoordeeld en er heerst veel discipline. Zo moest ik altijd een uniform aan en een naambordje op. Ik vond het er fantastisch. M’n haar werd vanaf dat moment niet meer thuis geknipt, maar op de academie.

Nadat ik m’n diploma had gehaald, heb ik even in een kapsalon gewerkt. Al snel ging ik, op m’n achttiende, voor mezelf werken. Mijn ouders hebben ook een eigen zaak en zij maakten een plekje in hun huis, waar ik kon knippen. Zelf werd ik in die tijd geknipt door een oud-klasgenoot, en zij doet dat nog steeds.

Nu werk ik alweer bijna twintig jaar als zelfstandig kapster. Ik heb dus weinig kapsalonervaring, maar wel veel knipervaring.”

 

### _En je geeft workshops._

„Op een gegeven moment zocht ik wat extra uitdaging. Met alle ervaring die ik heb, leek het me mooi om de passie voor het vak door te geven. Lesgeven aan pubers – niet allemaal even gemotiveerd – zag ik alleen niet zo zitten. 

Met een vrouw van een paar straten verderop raakte ik aan de praat over het knippen van kinderen. Ik vertelde haar dat ik geen nieuwe klanten aanneem, en zeker geen kinderen – want dat is voor mij gewoon minder rendabel. Ze reageerde dat ze haar kinderen best zelf zou willen knippen, maar niet goed wist waar ze zou moeten beginnen. Toen dacht ik: dít is het, dit is wat ik moet gaan doen. Ik wil mensen gaan leren om zelf het haar van hun kinderen te knippen.”

 

### _Hoe ziet zo’n workshop eruit?_

„Veel deelnemers schaffen ook de onlinecursus aan. Daardoor kunnen ze vooraf al thuis oefenen, aan de hand van instructiefilmpjes. De filmpjes staan in de onlineomgeving van Mama Knipt, waar de deelnemers foto’s kunnen plaatsen, vragen aan mij kunnen stellen en op elkaar kunnen reageren. 

Ik geef de workshops aan maximaal drie vaders of moeders tegelijk. Het is de bedoeling dat ze hun eigen kinderen meenemen – één of twee. Als ze thuis geoefend hebben, weten ze al enkele basisdingen, zoals hoe ze de schaar moeten vasthouden, en de kam. 

Tijdens de workshop bekijk ik eerst samen met hen het haar van hun kind. Zit er slag in? Is het veel of weinig haar…? Daarna maken we een plannetje en dan beginnen ze met knippen. Ik blijf er de hele tijd bij en ondertussen krijg ik allerlei vragen, zoals: „Hoe zou jij de voorkant doen?” „Wat moet ik met de kruin?”

 

Ik zeg altijd dat het niet erg is om fouten te maken, ook al heb je dat natuurlijk liever niet. Je kind leert ook niet in één keer de tafels. 

Uiteindelijk leer ik de deelnemers om het haar van hun éigen kinderen te knippen. En dat lukt iedereen. Ik heb inmiddels aan ongeveer vijftig mensen een workshop gegeven, en ik heb nooit gedacht: hier komt niets van terecht. Er zitten zelfs natuurtalenten tussen. 

Als ze binnenkomen, zijn de meeste cursisten onzeker; sommigen hebben er gewoon slecht van geslapen. Toch gaan ze na afloop allemaal naar huis met een gevoel van: ik kan dit. Na de workshop kunnen ze altijd de filmpjes terugkijken, foto’s opsturen en mij om advies vragen. 

Met het zelf knippen van je kinderen bespaar je veel geld. Zeker als je jongens hebt – die regelmatig een knipbeurt nodig hebben – of een groot gezin. 

Het fijne aan zelf knippen is ook dat je dat kunt doen op een moment dat voor jou en voor je kind goed uitkomt. Zaterdags, bijvoorbeeld. Als je een afspraak bij de kapper hebt staan, kan het zijn dat je kind op dat moment net met z’n verkeerde been uit bed gestapt is. Dat kan best stress opleveren. Dus zelf knippen is echt een win-winsituatie.”

 

### _Het zou mij juist stress geven als ik zelf mijn kind zou moeten knippen._

„Degenen die een workshop volgen, zijn heel gemotiveerd. Over het algemeen zijn het vrij ijverige moeders, een beetje van het oude stempel, die het knippen graag willen leren. 

Het is een beetje zoals met zelf kleding maken. Dat zou niets voor mij zijn, maar anderen zeggen: mijn moeder en mijn oma konden dat; ik wil het ook kunnen. 

De moeders vinden het knippen ook heel leuk. Alleen denken hun kinderen daar niet altijd zo over. Dan moet zo’n moeder gewoon tegen hen zeggen: „Jij gaat even lekker zitten, want ik wil dit graag leren.”

 

### _Even kritisch: zelfgeknipte kapsels, die zien er toch niet uit?_

„Die associatie snap ik wel. Mijn moeder deed vroeger de jongens met een tondeuse. Nu denk ik: als zij wat tips had gekregen en een paar dingen had geleerd, dan had ze hun een leuk kapsel kunnen geven.

Ik leid moeders natuurlijk niet op tot kapsters. Het is de bedoeling dat ze hun eigen kinderen goed kunnen knippen. In ieder geval tot die een jaar of tien, twaalf zijn; want op een gegeven moment willen tieners liever naar de kapper. Het is dus belangrijk dat de vrouwen hun kinderen meenemen, zodat ik mee kan kijken naar het soort haar, de kruin en dergelijke. Maar ik geef dus geen complete cursus waarin je allerlei soorten haar leert knippen, of een dameskapsel in laagjes. Wel bied ik sinds kort ook de cursus ”papa knippen” aan.

De leeromgeving van Mama Knipt is echt een community geworden. Moeders die de workshop gevolgd hebben, plaatsen er foto’s van hun knipresultaten. Dat is superleuk en ik kan dan nog wat adviezen geven.

Soms zie ik een foto waarvan ik denk: oh… die moeder is er met de tondeuse langsgegaan, maar het klopt niet helemaal. Dan geef ik wat tips, zoals: „Ga er nog even overheen op stand 3.” Vaak reageert iemand dan met: „Ik wist niet meer hoe ik verder moest, maar dit is net wat ik nodig had.” Zulke dingen vind ik het allerleukst aan mijn werk.”

 

### _Hoe kan het knippen van je kind qualitytime zijn?_

„Iedereen is druk, maar als je kind in de stoel zit, heb je echt even tijd samen. Als ik mijn eigen kinderen knip, heb ik op dat moment honderd procent aandacht voor hen. Ik vraag naar school, naar vriendjes, naar wat hen bezighoudt. Vaak ontstaan er dan onwijs fijne gesprekken. 

Nu knip ik natuurlijk op de automatische piloot. Ik snap dat moeders die net beginnen, hun aandacht vooral bij het knippen zelf hebben. En dat ze denken: hoe houd ik mijn kind rustig; hoe blijf ik zelf rustig? Vooral dat laatste is belangrijk. Ik zeg altijd: haar groeit weer aan en als er iets misgaat, kun je dat meestal wel wegwerken, eventueel met een beetje gel. 

Ik leer de moeders dat het goed is om het moment na het knippen te vieren. Met een compliment voor hun kind, bijvoorbeeld. Ze kunnen zeggen: „Ik vind het heel fijn dat je even stil wilde zitten, want ik wil graag beter leren knippen.” Dan geef je je kind mee dat jij ook weleens iets nieuws moet leren. En dat leren niet klaar is wanneer je van school af bent. 

Sowieso zijn complimentjes belangrijk, ook voor de moeders zelf. Voor hen is het superspannend om hun kind te knippen. Voor degenen die hun kinderen knippen om geld te besparen, is een compliment zeker op z’n plaats. Er zijn er echt wel die moeilijk rond kunnen komen. Speciaal tegen hen zeg ik altijd: „Doe de helft van het geld dat je anders bij de kapper kwijt zou zijn in een potje, en gebruik het voor jezelf. Haal er een keer een gebakje van, of ga er iets leuks van doen.”

Uiteindelijk zijn de deelnemers allemaal megatrots op zichzelf. Ik vind het altijd fijn als ik ze aan het einde van de workshop hoor zeggen: „Het ziet er helemaal niet gek uit!” 

_Angeline geeft workshops op de Terdege Zomerfair; terdegezomerfair.nl/workshops._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-zelf-het-haar-van-je-kind-knippen-qualitytime-is</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-zelf-het-haar-van-je-kind-knippen-qualitytime-is</guid>
            <pubDate>Tue, 07 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Gezellig samen weg! Kortingscode voor de Terdege Zomerfair]]></title>
            <description><![CDATA[Op de website [www.terdegezomerfair.nl](https://terdegezomerfair.nl/) lees je alles over het programma, de workshops die je bij je tickets kunt boeken, de activiteiten en de standhouders. Ben jij er dit jaar ook (weer) bij? 

Abonnees kregen bij de Terdege van 30 juni een persoonlijke kortingscode. Niet-abonnees kunnen de code **TDZ2026A** gebruiken voor 20% korting op één dagkaart voor volwassenen. 

En wist je dat je maar voor maximaal twee kinderen (4-14 jaar) betaalt?  We hopen je in Baarn te ontmoeten! 



 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/gezellig-samen-weg-bestel-alvast-je-tickets-voor-de-terdege-zomerfair</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/gezellig-samen-weg-bestel-alvast-je-tickets-voor-de-terdege-zomerfair</guid>
            <pubDate>Mon, 06 Jul 2026 06:37:16 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Israël beëindigt vliegtuigkaping met een list]]></title>
            <description><![CDATA[## Dag 1 (zondag 27 juni)

Om 12.15 uur op zondagmiddag 27 juni 1976 wordt Air France-vlucht 139 omgeroepen op het vliegveld in Athene. Het toestel is afkomstig uit Israël en onderweg naar Parijs. De Griekse hoofdstad is een tussenstop, waar 38 passagiers uitstappen en 56 nieuwe passagiers instappen.

Na de korte stop vertrekt de airbus richting het noorden, op weg naar Frankrijk. Maar nog geen tien minuten na het opstijgen, springen in de eerste klas twee passagiers op, een man en een vrouw, die allebei een pistool en een handgranaat vasthouden. De gijzelnemers zijn twee Duitsers, die Wilfried Böse en Brigitte Kuhlmann heten. Het tweetal is lid van Revolutionäre Zellen, een linkse, Duitse terreurgroep.

Iets verder naar achter in het toestel komen twee Arabische mannen in actie; ook zij zijn gewapend met een pistool en een granaat. „Niet bewegen! Handen op je hoofd!”

Kort daarna klinkt het door de intercom: „Dit vliegtuig is gekaapt door het Basil al-Kubaisicommando van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina. Ik ben uw nieuwe kapitein. Als u precies doet wat wij zeggen, zal u niets overkomen.”

De gijzelnemers  fouilleren alle passagiers. Zakmessen en andere ‘wapens’ worden afgepakt. Ook paspoorten moeten ingeleverd.

Nog geen halfuur later wordt de Israëlische regering ingelicht over de gijzeling.

Die middag landt het vliegtuig in Libië, waar wordt getankt. Eén passagier wordt vrijgelaten: een Engelse verpleegkundige die doet alsof zij een miskraam krijgt, mag het vliegtuig uit. Rond een uur of tien ’s avonds stijgt het toestel weer op. Een van de passagiers noteert: „Waar vliegen we heen? Damascus? Bagdad? Beiroet? Tel Aviv? Of Parijs?” 

## Dag 2 (maandag 28 juni)

Het wordt geen van die steden. Midden in de nacht landt het vliegtuig in Oeganda. In dat Afrikaanse land is dictator Idi Amin Dada Oumee aan de macht, een man met de bijnaam ”de slachter van Afrika”, die zijn tegenstanders voor de krokodillen gooide. 

Rond de middag mogen de 253 passagiers het vliegtuig verlaten. Zij krijgen een plaats in de oude terminal van vliegveld Entebbe. Het gebouw wordt bewaakt door Oegandese soldaten, en de vier terroristen krijgen versterking van nog eens drie Arabische mannen.

Later die middag arriveert er een bus met eten. Voor de Joden die zich aan de voedselwetten houden, is dat een probleem: het vlees is niet kosjer. Daarom krijgen zij bananen bij de rijstmaaltijd.

’s Avonds komt de Oegandese president op bezoek, die de gegijzelden begroet met een Hebreeuws ”shalom”. De ‘veldmaarschalk’ van Oeganda vertelt de gijzelaars dat hij het Volksfront steunt. „Ik denk dat Israël en het zionisme verkeerd zijn. Ik weet dat jullie onschuldig zijn, maar jullie regering is schuldig. Ik beloof jullie dat ik mijn best doe om jullie zo snel mogelijk vrij te krijgen.” Met die belofte moeten de passagiers de nacht in.

In Israël rekenen officieren zes uur lang uit hoe en waarmee Oeganda vanuit Israël bereikt kan worden. Een Hercules C130 blijkt het enige toestel te zijn dat het Afrikaanse land kan bereiken, maar terugvliegen wordt een probleem.

 

## Dag 3 (dinsdag 29 juni)

Op het vliegveld spelen kinderen de volgende morgen tikkertje, terwijl sommige gijzelaars helpen met het uitdelen van eten. Maar de dreiging blijft: De kapers eisen dat Israël en andere landen in totaal 53 gevangen terroristen vrijlaten. Gebeurt dat niet, dan zullen de gijzelaars worden gedood.

Later op de dag krijgen de gegijzelden iets meer ruimte in de oude terminal. Tegelijkertijd scheiden de terroristen de passagiers in twee groepen: Ongeveer tachtig Joodse en Israëlische gijzelaars worden apart gezet in een afgesloten ruimte, de voormalige winkel van het vliegveld.

In Jeruzalem vergadert de Israëlische regering ondertussen over wat er moet gebeuren. Premier Yitzhak Rabin wil tijd winnen door te onderhandelen, maar minister van Defensie Shimon Peres voelt niets voor gesprekken met terroristen. Ondertussen werkt de Israëlische luchtmacht aan een gewaagd plan om de gijzelaars bevrijden.

## Dag 4 (woensdag 30 juni)

In de terminal proberen de gijzelaars het leven zo dragelijk mogelijk te maken. Een van hen raakt zelfs in discussie met de Duitse terrorist Böse en klaagt over de omstandigheden waarin de passagiers moeten leven. Met succes, want ’s avonds worden matrassen, lakens en handdoeken gebracht.

Ook Idi Amin verschijnt opnieuw in Entebbe. De president zegt aan te dringen op vrijlating van een deel van de passagiers. Later op de dag deelt Böse – via een megafoon – inderdaad mee: „Wij gaan veertig mensen vrijlaten, plus vijf mensen met gezondheidsklachten.”  Uiteindelijk mogen 47 passagiers vertrekken, onder wie twee Nederlanders. Joodse en Israëlische passagiers moeten blijven.

In Israël groeit de druk op de regering. Familieleden van gijzelaars dringen aan op onderhandelingen, terwijl premier Rabin tijd wil winnen. Hij probeert zelfs de paus in te schakelen. Tegelijk werkt het leger aan verschillende reddingsplannen. Er wordt gedacht aan commando’s die met rubberboten via het Victoriameer naar Entebbe trekken, maar ook aan een directe landing op het vliegveld zelf.

## Dag 5 (donderdag 1 juli)

In Jeruzalem vergaderen ministers en legerofficieren. Premier Rabin vraagt uiteindelijk: „Wie is er voor onderhandelen?” Een meerderheid van de vergadering stemt daarmee in; later keurt ook het kabinet dat plan goed.

Ondertussen werken militaire planners verder aan reddingsscenario’s. Het is een race tegen de klok tot er onverwacht goed nieuws komt: de terroristen verschuiven hun ultimatum naar zondagmiddag 4 juli. De dag brengt nog meer goed nieuws: er komt opnieuw een groep gijzelaars vrij.

Achter de schermen krijgt het militaire plan steeds meer vorm. Muki Betser, een commandant van de Israëlische antiterreureenheid Sayeret Matkal, stelt voor om met een kleine groep commando’s op Entebbe te landen. Van daaruit moeten zij in een Mercedes van de nieuwe naar de oude terminal rijden. „Generaals rijden in zulke auto’s, dus de Oegandese soldaten zullen salueren, niet schieten,” meent Betser. In het hoofdkwartier van het Israëlische leger krijgt de reddingsactie de codenaam Thunderbolt — Engels voor ”donderslag”. 

De bestorming zelf komt onder leiding te staan van Yonatan Netanyahu – de broer van de huidige Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Zijn mannen moeten de terminal binnendringen, terwijl andere Israëlische militairen de Oegandese soldaten op afstand houden.

Minister van Defensie Peres schrijft in zijn dagboek: „Vandaag was de moeilijkste dag van mijn leven.”

 

## Dag 6 (vrijdag 2 juli)

In Entebbe komt president Idi Amin weer langs. Hij vertelt de gijzelaars dat de Israëlische regering wil onderhandelen met de kapers. Tijdens de lunch verslikt gijzelaar Dora Bloch zich in haar eten. Zij wordt naar een ziekenhuis in de Oegandese hoofdstad gebracht. Ondertussen proberen de achterblijvende gijzelaars de moed erin te houden. Sommigen discussiëren zelfs over de kansen van wielrenner Joop Zoetemelk om de Tour de France te winnen.

In Israël draait de voorbereiding van de reddingsactie dag en nacht door. Militairen vinden een Mercedes die moet lijken op de auto van Idi Amin, maar het voertuig is grijs in plaats van zwart en bovendien oud en beschadigd. Daarom wordt de wagen haastig opgeknapt, zwart geverfd en voorzien van een Oegandese nummerplaat en vlaggetje. Piloten oefenen met landen en commando’s trainen de bestorming van de terminal, bestuderen plattegronden en pakken munitie en granaten in. 

In het geheim maken Israëlische officieren in Kenia afspraken over het bijtanken van de vliegtuigen. Het Israëlische leger krijgt zelf toestemming een Boeing met medische apparatuur klaar te zetten op een vliegveld in Kenia. Voor het geval dat.

## Dag 7 (zaterdag 3 juli)

Zaterdagochtend vertelt premier Rabin het Israëlische kabinet dat het leger klaar is voor een reddingsactie. „Zelfs als de prijs hoog is, moeten we die uitvoeren, want dat is beter dan toegeven aan terroristen”, zegt hij. Terwijl ministers nog discussiëren, stijgen rond twee uur ’s middags vier Hercules-transportvliegtuigen vanaf vliegveld Lod op. Om niet op vijandelijke radar te verschijnen, vliegen de toestellen laag boven de Rode Zee en Afrika. Een uur later krijgen de militairen onderweg groen licht voor de operatie. Later die middag vertrekt ook een Boeing met een vliegend veldhospitaal aan boord. De legerleiding houdt rekening met veel slachtoffers. 

In Entebbe merken de gijzelaars intussen niets van de naderende aanval. Aan het begin van de avond verschijnt Idi Amin opnieuw in de terminal. „De onderhandelingen verlopen goed en ik denk dat jullie zondag vertrokken zijn”, zegt hij optimistisch. „Welterusten.”

Rond middernacht landt de eerste Hercules op vliegveld Entebbe. Via de laadklep rijden een zwarte Mercedes en enkele Land Rovers naar buiten. „Rijden!” beveelt Netanyahu. In de verte is de oude terminal zichtbaar, waar de gijzelaars worden vastgehouden.

Onderweg richt een Oegandese wachtpost zijn geweer op de naderende auto’s. Netanyahu beveetlt direct te schieten. Met pistolen met geluiddempers openen de commando’s het vuur, maar de soldaat weet terug te schieten. Daarna barst een luid vuurgevecht los. De terroristen zijn gewaarschuwd en de commando’s besluiten uit de auto’s te stappen.

De ongeveer 50 meter afstand naar de terminal moeten de mannen rennen. De eerste ingang blijkt geblokkeerd en terwijl Betser een tweede ingang zoekt, blijft Netanyahu even staan voor die eerste deur. Vanuit de verkeerstoren raakt een Oegandese soldaat hem dodelijk in de borst. 

Binnen drie minuten schakelen de commando’s vier terroristen uit. Geschrokken liggen de gijzelaars op de grond. Tot een vrouw beseft wie het zijn en dan klinkt door de terminal een opgeluchte kreet: „Het zijn onze soldaten!”

Van de 106 gijzelaars zijn er 102 gered; alleen Yonatan Netanyahu komt om.

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/israel-beeindigt-vliegtuigkaping-met-een-list</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/israel-beeindigt-vliegtuigkaping-met-een-list</guid>
            <pubDate>Fri, 03 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Vezelmaxxing is de trend van 2026]]></title>
            <description><![CDATA[De eiwithype loopt langzaamaan op zijn einde. Vezelmaxxing is de trend van 2026 bij influencers op sociale media. Wie zich dus afvraagt waarom zoon- of dochterlief van de overmaat aan vlees, eieren, noten en zuivel is afgestapt en nu dagelijks een portie chiazaad en haver naar binnen werkt: ziehier de verklaring. Zelfs grote concerns springen in het gat: PepsiCo en Nestlé vestigen de aandacht op het vezelgehalte in hun prebiotische frisdranken of chips. Ongeveer de helft van Gen Z en millennials doet mee aan deze trends, blijkt uit onderzoek van marketingbureaus. Samantha Snashall, diëtist bij Ohio State University, is „blij” dat vezels weer in de schijnwerpers staan. Vezelrijke voedingsmiddelen worden in verband gebracht met lagere percentages van bepaalde kankers en kunnen helpen cholesterol en bloedsuiker onder controle te houden. Maar, waarschuwt ze, ineens overstappen op vezelmaxxing is geen goed idee. „Je darmen kunnen er goed van streek van raken.” En vezels zijn „evenmin een wondermiddel”.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/vezelmaxxing-is-de-trend-van-2026</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/vezelmaxxing-is-de-trend-van-2026</guid>
            <pubDate>Thu, 02 Jul 2026 12:24:40 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Deze 10 iconische merken en producten komen uit de VS]]></title>
            <description><![CDATA[ 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/deze-10-iconische-merken-en-producten-komen-uit-de-vs</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/deze-10-iconische-merken-en-producten-komen-uit-de-vs</guid>
            <pubDate>Thu, 02 Jul 2026 11:27:48 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo voorkom je teleurstellingen op vakantie ]]></title>
            <description><![CDATA[Zomer 2025. We hebben een lange autorit naar Zuid-Frankrijk voor de boeg. Drie dagen van tevoren ben ik begonnen met pakken voor zeven personen. In het holst van de nacht maken we de kinderen wakker. Met een kussen onder de arm staan de kleintjes bibberend in hun pyjamaatjes op de stoep. Man loopt om de auto heen. Gaat onder de aanhanger – ook afgeladen vol – liggen. Knippert wat met de lampen. Zegt niets meer. 

Na een halfuur liggen de kinderen weer in hun eigen bedden. De volgende ochtend zoeven we niet door Frankrijk, maar komt de ANWB voorrijden. In de stromende regen concludeert de man dat er een onderdeel besteld moet worden „en dat kan in de vakantietijd wel drie weken duren.” Een buurvrouw bemoedigt ons monter: „Je zult zien, dit is niet voor niets.”

Tijd voor een nieuw plan van aanpak. We besluiten alles uit de kar te halen en zo licht mogelijk te reizen. We hebben nog nooit zo weinig meegenomen. En maandagnacht, dán vertrekken we alsnog. Die zondag krijgt middelste zoon buikpijn. Het valt wel mee, zegt hij dapper. Maar mijn onderbuikgevoel zegt dat er iets niet pluis is. De volgende ochtend zoeven we niet door Frankrijk, maar brengen we in het ziekenhuis door. Blindedarmontsteking. 

Ons idyllische vakantieadresje in Frankrijk besluiten we maar te vergeten.

 

## Roet in het eten

Onderzoek toont aan dat op vakantie gaan goed voor je is. Je voelt je gelukkiger, avontuurlijker, energieker, tevredener en meer ontspannen. Psychologe Jessica de Bloom promoveerde op het effect van vakantievieren en schreef daar het toegankelijke boek ”De kunst van het vakantievieren” over. Een langere periode van herstel doet mensen aantoonbaar goed. Net als het buiten-zijn, de vrijheid om de dag in te vullen zoals jij wilt en de hechtere verbondenheid met de mensen om je heen.

Maar kleine teleurstellingen zijn er bijna altijd wel. Sommige mensen worden de eerste vakantiedagen steevast ziek. Het regent. De kinderen maken ruzie. Het vakantiehuisje is vies. Om maar niet te spreken over grotere tegenslagen als ongelukken of serieuze autopech langs de Route Soleil. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de helft van de vakantiegangers een vervelend incident meemaakt tijdens de zomervakantie, variërend van ruzie met reisgenoten, noodweer tot ziekte. Soms ligt het niet eens aan de omstandigheden, maar lúkt het gewoon niet om mentaal afstand te nemen van de drukte en de verplichtingen van alledag. 

 

## Verwachtingen

Dat valt tegen, vooral als je droomde van ijsjes eten in het zonnetje, eindelijk toekomen aan je stapel leesvoer, mooie stadjes bezoeken of mountainbiken door de bossen. En daar zit hem de crux. Teleurstellingen vloeien namelijk altijd voort uit verwachtingen. 

Relatietherapeut Cocky Drost erkent dat. Zij schrijft in een column: „Veel stellen zien de zomervakantie als hét moment om even lekker te investeren in hun relatie. Een welverdiende rust na drukke tijden en even helemaal niets moeten. Maar daar gaat het eigenlijk al mis: als je verwachtingen hebt, kun je namelijk teleurgesteld worden. En teleurstellingen zijn nare dingen, die de vakantievreugde en relatiekwaliteit meestal niet ten goede komen.” Drost trekt teleurstelling breder dan niet al te romantische verwachtingen hebben en geeft kordaat advies: „Verwacht dat het tegenvalt. Als je gewoon verwacht dat het elke dag regent, dan valt elke zonnestraal mee. Als je verwacht dat je kinderen de hele vakantie ruziemaken, dan valt elk moment van vrede als een verkoelende deken over je heen.”

 

Ik neem mijn eigen verwachtingen van de vakantie onder de loep. Ik kijk altijd uit naar rust, gezellig samenzijn, mooie natuur, prachtige wandelingen, toekomen aan mijn stapel leesvoer en heerlijk luieren. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het misschien geen realistische verwachtingen zijn voor een moeder van vijf. Ten minste: niet allemaal. En zeker niet allemaal tegelijk. Maar om nu aan de andere kant te gaan hangen en te verwachten dat ik geen letter lees, de kinderen elkaar de tent uitvechten en ik mijn enkel verstuik op de eerste de beste wandeling lijkt me ook weer tamelijk rigide. Oók de voorpret hoort immers bij vakantieplezier. Uit onderzoek blijkt zelfs dat alleen voorpret ons al gelukkiger maakt. 

 

## Behoeftes

Misschien zit de sleutel tot omgaan met vakantieverdriet niet in het uitbannen van voorpret, maar in het eens goed onder de loep nemen van je verwachtingen. Als ik hoop op lange wandelingen, welke behoefte zit daar dan onder? Die van tijd doorbrengen in de natuur om op te laden. Misschien is een lange wandeling met kinderen niet haalbaar op een gezinsvakantie (en is het al helemaal niet realistisch om te verwachten dat die gezellig uitpakt), maar kan ik wel regelmatig alleen een ochtendwandeling van een uurtje maken vanaf de camping. 

De Bloom ziet de gezinsvakantie trouwens als een aparte en bovendien uitdagende categorie. „Ieder gezinslid heeft eigen behoeften en wensen, die soms moeilijk met die van anderen te combineren zijn.” Zeker als je met jonge kinderen reist, is het goed om als ouders je verwachtingen en wensen uit te spreken, zodat je elkaar kunt helpen om tot rust te komen. Laat de gedachte los dat je op vakantie alles samen moet doen. Reis je met pubers die dol zijn op sportieve activiteiten, maar zijn die niet geschikt voor de hele groep? Splitst de groep gerust op. Zo heb je elkaar ’s avonds ook nog eens wat te vertellen.

 

## Wees realistisch

Deels kun je teleurstelling dus voorkomen door je van tevoren af te vragen wat je zoekt op vakantie en je plannen en verwachtingen daarop aan te passen. Maar vakantie lijkt op het gewone leven. Je pakt niet alleen je halve huishouden in, maar je neemt ook jezelf mee. En je zoon met zijn ochtendhumeur. Plus de hond die ’s ochtends vroeg moet worden uitgelaten. De Bloom is er nuchter onder: „Irritaties horen nu eenmaal bij het leven, ook tijdens de vakantie. Juist de dingen die misgaan, leveren later de meest hilarische verhalen op.”

De zogenoemde rosy view bias helpt daar ook bij, legt De Bloom uit. We kijken door een roze bril uit naar de vakantie en vaak ook door een roze bril terug op de vakantie. Zijn we op vakantie, dan vermaken we ons over het algemeen best, maar vinden we het meestal niet gewéldig. Terugkijkend beoordelen we alles weer een stuk rooskleuriger en worden zelfs de teleurstellingen onderdeel van de vakantie-ervaring. En laat napret nu net een belangrijk onderdeel van vakantieplezier zijn. Zijn die tegenvallers toch nog ergens goed voor. 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-voorkom-je-teleurstellingen-op-vakantie</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-voorkom-je-teleurstellingen-op-vakantie</guid>
            <pubDate>Wed, 01 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Het plotselinge overlijden van haar vader zette een blijvend stempel op Tineke van den Herik-Catsburg]]></title>
            <description><![CDATA[Als een burcht staat de eeuwenoude dorpskerk van Opheusden aan de binnenzijde van de Rijnbandijk. Hier diende ooit ds. Adrianus van Herwaarden, totdat tijdens een dienst in 1855 een bliksemstraal hem trof en hij van de kansel werd bevorderd tot hoger heerlijkheid. Een gedenksteen in de muur naast de preekstoel houdt de herinnering aan de dramatische gebeurtenis levend. Ruim een eeuw later kwam ds. Jan Catsburg van Genderen naar Opheusden. Onder zijn bediening kwam de gemeente, die vele jaren vacant was geweest, weer tot bloei. Het imposante bord met de namen van predikanten die hier dienden, illustreert dat ook hij een voorbijganger was. 

Tineke van den Herik-Catsburg (61) en echtgenoot Krijn wonen wat verderop in het dorp. Ze was drie jaar toen haar vader het beroep naar het Zeeuwse Sint-Maartensdijk aannam. Aan haar vroege jeugd in Opheusden heeft ze slechts een paar vage herinneringen. „Vanuit onze achtertuin kon je via een paadje naar de Ooievaarstraat lopen. Daar woonde de koster. Het huisje zie ik nog voor me. Ik herinner me ook dat ik met mijn moeder mijn twee oudere broers naar de kleuterschool bracht en ze ’s middags weer ging ophalen.”

Aan Sint-Maartensdijk bewaart ze veel meer herinneringen. „Het was een klein dorp met een hechte gemeenschap, dat voelde je als kind al. Ik zat daar op de kleuterschool en in de eerste klas van de lagere school. Halverwege dat jaar verhuisden we naar Katwijk aan Zee. Daar maakte ik de lagere school af en volgde ik een halfjaar voortgezet onderwijs.”

## Verhuizen

 

Haar vader zette zich in voor de realisatie van voortgezet reformatorisch onderwijs in de voormalige vissersplaats. „Hij kreeg dat toen niet voor elkaar. Daarom ging ik met een groep leeftijdsgenoten naar De Driestar in Gouda, anderhalf uur met het openbaar vervoer. Daaraan kwam voor mij een einde door de verhuizing naar Garderen.”

Voor de kinderen Catsburg gaf de aanwezigheid van onbekende mannen met zwarte pakken in de kerk steevast spanning. „Dan dachten we: oei, hoorders! Na de dienst kwamen ze naar de pastorie voor een gesprek. Als mijn moeder in de keuken het tweede kopje koffie inschonk, vroegen we: „Ma, waar komen ze vandaan?” We merkten als kinderen dat mijn vader elk beroep serieus nam, maar hij sprak er met ons niet over. Pas als hij een beroep had aangenomen, hoorden we dat we gingen vertrekken.”

Door het gestage verkassen wortelde de domineesdochter in geen enkele plaats. „Ik heb daar niet onder geleden, want het gezin was de constante factor. Pa en ma, m’n broers en m’n zus en de vertrouwde huisraad gingen mee. Die mentaliteit behield ik. Zou Krijn willen verhuizen, dan pak ik mijn spullen en we gaan. Niet een bepaalde plaats, maar het gezin bepaalt voor mij waar ik me thuis weet.” 

## Verandering

Aan haar ouderlijk gezin denkt ze met dankbaarheid terug. „Mijn moeder was altijd thuis. Mijn vader veel minder, maar áls hij er was, had hij alle aandacht voor ons. ’s Avonds aten we meestal vroeg, zodat we in alle rust de maaltijd konden nuttigen voordat hij weer op pad ging. Zaterdagmorgen dronken we uitgebreid koffie met een broodje erbij. Die traditie hebben we in ons eigen gezin voortgezet.”

De zaterdagmiddag bracht haar vader steevast in de studeerkamer door. „De zondag was echt een gezinsdag. Dan werd er veel gezongen, onder begeleiding van mijn oudste broer. Daar genoot mijn vader enorm van. Hij bespeelde zelf geen instrument, maar beluisterde wel graag muziek. Samenzang, orgelspel en af en toe klassieke muziek. Hij groeide op in een confessioneel gezin in Zunderdorp, bij Amsterdam. Door het contact met zijn schoonvader is hij tot verandering gekomen.”

## Sterk en sociaal

Als ze haar vader moet typeren, doet ze dat met de woorden: ”een sterke, sociale persoonlijkheid”. „Hij was open, joviaal en betrokken op mensen. Wanneer ik als kind met een vraag zat, kon ik altijd zijn studeerkamer binnenlopen en legde hij meteen de pen neer. We hadden in hem écht een vader. Door zijn afkomst behield hij iets van de Amsterdamse humor. En van het Amsterdamse accent, als hij in vuur raakte.”

 

Na de jaren bij de openhartige Katwijkers moest de hervormde predikant in Garderen even acclimatiseren. „Daar lieten de mensen niet direct het achterste van hun tong zien. Toch ging hij zich ook daar thuis voelen. Door zijn openheid kwám er openheid. Mijn moeder leefde wat in zijn schaduw, maar niet op een onderdanige manier. Het dienen zat in haar karakter en ze deed het met liefde. Ik ben ervan overtuigd dat ze door haar stille aanwezigheid en haar gebed veel voor mijn vader betekende. Hij kon altijd op haar terugvallen en besprak veel met haar. Het was een heel goed huwelijk.”

## Mild

Zelf kwam ze al jong tot persoonlijk geloof, in een weg van geleidelijkheid. „De Heere heeft daarvoor de woorden van mijn ouders willen gebruiken en niet minder hun leven. Ze waren allebei oprecht, godvrezend, mild en gastvrij. Onze deur stond te allen tijde voor iedereen open. Ik moet een jaar of veertien zijn geweest toen een kennis van mijn ouders op bezoek kwam met een jongen die verslaafd was geweest aan drugs. Hij was opgegroeid in een onkerkelijk gezin. Na hun vertrek vroeg ik aan mijn vader: „Als die jongen overlijdt, is het toch oneerlijk als hij niet in de hemel komt? Hij is helemaal niet met het christelijk geloof opgevoed.” 

Mijn vader gaf op een eerlijke, begrijpelijke manier antwoord en besloot ermee dat we God God moeten laten. „Papa heeft ook niet op alle vragen een antwoord.” Dat ben ik nooit vergeten. Hij besefte zijn beperktheid. Over zijn eigen geestelijk leven sprak hij weinig. Ik heb hem nooit horen vertellen over de ommekeer in zijn leven. Daarover hoorden we pas later, van anderen. Zijn preken en zijn leven maakten duidelijk hoe zijn innerlijk was. In alles voelde je zijn liefde tot de Heere en tot de gemeente.”

## Ziekenbezoek

 

Ook de kinderen werden betrokken bij zorgen die de predikant mee naar huis nam. „Na het Bijbellezen liet hij weten wie er ernstig ziek waren, of waar iemand was overleden. Die mensen of families werden aan tafel opgedragen in het gebed. Dat vonden we als kinderen heel gewoon.”

Als hij op ziekenbezoek ging, nam de predikant zijn intussen al wat oudere dochters geregeld mee. „We gingen dan op bezoek bij een jonger iemand wanneer hij een ouder gemeentelid bezocht. Ik ben ook weleens bij een mevrouw zonder familie een bloemetje wezen brengen. Niet ter vervanging van zijn eigen ziekenbezoek, maar als extraatje. Wanneer we op vakantie gingen, nam hij een stapeltje kaarten en de adressenlijst mee. Mijn zus en ik schreven vanaf het vakantieadres de kaarten voor alleenstaande gemeenteleden en mensen die het moeilijk hadden. Zo betrok hij ons bij het gemeenteleven en leerde hij tegelijk hoe je als christen met je medemensen dient om te gaan.”

Eén keer liet de hervormde predikant zich door zijn kinderen verleiden tot een buitenlandse vakantie, in Frankrijk. „Op zondag zaten we bij de caravan een preek te beluisteren. Na afloop zei hij: „Jongens, dit was eens en nooit meer.” Een zondag zonder te preken was voor hem geen zondag. Als we in Nederland vakantie hielden, ging hij op zaterdagavond terug. Dat kamperen deed hij trouwens puur voor ons; van hem hoefde het niet.”

## Opleving

Kenmerkend voor de prediking van haar vader was voor Tineke van den Herik de eenvoud, de bewogenheid en de bemoediging van aangevochten zielen. „Het was zijn verlangen dat onverschillige mensen honger zouden krijgen en hongerigen verzadigd zouden worden. De vervlakking die hij binnen de breedte van de Hervormde Kerk signaleerde, maakte hem tot een van de initiatiefnemers van het blad Het Gekrookte Riet, samen met ds. J. van der Haar. Hij benadrukte de noodzaak van een schriftuurlijk-bevindelijke prediking.”

 

Binnen de beweging die rond het blad ontstond, bleef de predikant uit Garderen een prominente plaats innemen. Hij kreeg er wel zijn zorgen over. „Mijn vader stond met twee benen in de Hervormde Kerk, die was hem echt lief. Hij bleef ook lid van de Gereformeerde Bond. Andere collega’s trokken zich terug in het eigen kringetje. Van die houding was mijn vader wars. Hij verlangde naar een geestelijke opleving binnen de breedte van de vaderlandse kerk.”

De predikant was ook op politiek terrein actief. In Genderen, de eerste plaats waar hij diende, richtte hij een SGP-kiesvereniging op. Later hield hij geregeld spreekbeurten voor deze partij. „Mijn vader was niet alleen op zondag, thuis en in de gemeente predikant, maar wilde ook in de maatschappij het Bijbelse geluid laten horen. In een stukje dat hij schreef noemde hij verkiezingen een geloofszaak en het uitbrengen van je stem een vorm van geloofsbelijdenis. Hij was theocraat in hart en nieren. Als hij tijd had, volgde hij via een klein radiootje de politieke debatten. Kort voor zijn sterven kreeg hij het verzoek om toe te treden tot het hoofdbestuur van de SGP. Dat heeft hij niet gedaan, want de gemeente bleef hij als zijn eerste roeping zien.”

## Hartinfarct

 

Het onverwachte overlijden van de actieve predikant veroorzaakte een enorme schok in de familiekring en de gemeente. „Hij was nooit ziek en altijd bezig. De avond voor zijn overlijden kwam mijn oudste broer op bezoek. Die was een halfjaar eerder getrouwd, woonde in Houten en studeerde in Utrecht. Mijn vader en ik moesten naar het verenigingsgebouw, daar kregen alle vrijwilligers een boek. Ik gaf leiding aan de zondagsschool.

„We houden het kort”, zei mijn vader tegen mijn broer. „Dan kunnen we daarna nog gezellig wat drinken.” Dat hebben we gedaan, waarna we naar bed gingen. Rond kwart over twaalf kwam mijn moeder me roepen. „Kom gauw, pa is niet goed.” Ik heb meteen de huisarts gebeld, die een hartinfarct vaststelde. Eer de ambulance er was, volgde een tweede infarct en stierf hij voor onze ogen. Dat heeft me geleerd hoe kwetsbaar het leven is.”

 

De vrijdag na zijn overlijden verscheen in de Kerkbode voor de Veluwe de meditatie die de predikant van Garderen voor dat nummer had geschreven. „Als hij aan de beurt was, liet hij zijn bijdrage altijd even door mijn moeder lezen. Dat had ze die week niet gedaan. De meditatie ging over Elia’s laatste gang. Hij schreef onder meer: „Wij moeten allen eens onze laatste gang maken, vandaag of morgen. Maak u gereed voor uw laatste gang. Weldra is de strijd gestreden. Nog enkele stappen en wij zijn Thuis.” We ervoeren die meditatie als een soort afscheidsbrief.”

## Begrafenis

Haar vader stond thuis opgebaard, in de voorkamer. Familie, vrienden en gemeenteleden kwamen daar condoleren, in een gestage stroom. „De voordeur stond de hele dag open, tot ’s avonds negen uur. Dan kwam de kerkenraad om de dag af te sluiten. We beleefden die dagen in een roes. In de nacht van dinsdag op woensdag is hij overleden, de begrafenis was op zaterdag. Ds. Pieters leidde de uitvaartdienst, waarna we lopend naar de begraafplaats gingen. De eerste mensen waren daar al aangekomen toen het achterste deel van de rij nog bij de kerk stond.”

Pas na de begrafenis kreeg het gezin de tijd om te rouwen over het zo onverwachte verlies van een markante man en vader. „Het was heel onwezenlijk dat hij er niet meer was. De eerste tijd pakte ik bij het tafeldekken soms een bord te veel. Als er ’s avonds laat een auto over het grindpad voor het huis reed, was mijn eerste gedachte: daar is pa. Dat heeft lang geduurd, maar zijn verlangen om God volkomen te dienen hielp ons bij het loslaten. Wanneer het verdriet in alle hevigheid naar boven kwam, hielpen we elkaar daarmee.”

Als ze nu een preek van haar vader beluistert, overheerst niet de pijn, maar de dankbaarheid. Zijn stem klinkt na al die jaren nog vertrouwd. „We bewaarden een cassetterecorder om de preken op cassettebandjes te kunnen beluisteren. Op een ervan hoor je hem heel duidelijk zingen, omdat de koster vergat zijn microfoon te dempen. Dat bandje bewaar ik extra zuinig. Als ik het fotolijstje met zijn portret afstof, denk ik geregeld: och pa, kon ik dit of dat maar aan u vragen.”

## Geen onderscheid

 

Ouderen in de gemeenten die hij diende spreken nog altijd met grote waardering over ds. Catsburg. „Vanwege zijn ernst en zijn hartelijkheid, zonder onderscheid te maken. Hij was ongevoelig voor maatschappelijke standen.” De weduwe van de jonggestorven predikant verhuisde na verloop van tijd van Garderen naar Opheusden. „Ze woonde iets verderop. Tijdens zijn opleiding tot predikant zat onze zoon Paul vaak bij haar te studeren, want thuis was het met zeven kinderen vol en druk. Ze schonk hem de theologische bibliotheek van zijn opa; die kreeg een plek in zijn studeerkamer.”

Sinds dit jaar staat de jonge predikant in Garderen. „We mogen daarin echt zien dat de Heere de Getrouwe is en doorgaat. Paul lijkt niet in alles op zijn opa, maar heeft wel dezelfde rust en nuchterheid. Ook in zijn gedrevenheid en grondslag is hij voluit een leerling van zijn grootvader. En net als mijn vader had hij als kind al het verlangen om zijn leven in dienst van de Heere te stellen.”

Bij zichzelf herkent ze van haar vader belangstelling voor de mensen om haar heen. „En het verlangen om het belangrijkste door te geven. In Garderen en Opheusden deed ik de zondagsschool, nu leid ik met veel genoegen de vrouwenvereniging.”

Als Bijbeltekst voor de rouwkaart van de predikant koos de familie: „Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege... laat u met God verzoenen.” „Daarmee was zijn leven getypeerd. Hij bracht overal dezelfde boodschap: in de gemeenten die hij diende, de evangelisaties waar hij werkzaam was en zijn eigen gezin. Met een leven dat overeenkwam met zijn woorden. Dat zette misschien nog wel het meest een stempel.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/het-plotselinge-overlijden-van-haar-vader-zette-een-blijvend-stempel-op-tineke-van-den-herik-catsburg</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/het-plotselinge-overlijden-van-haar-vader-zette-een-blijvend-stempel-op-tineke-van-den-herik-catsburg</guid>
            <pubDate>Sat, 27 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Eén seconde laden, elf dagen stroom]]></title>
            <description><![CDATA[De wetenschappers presenteerden onlangs het eerste prototype ter wereld van een kwantumbatterij. Het ding kan draadloos met een laser worden opgeladen. Echt bruikbaar is hij nog niet. Het prototype laadde in enkele biljoensten van een seconde op en bewaarde de energie enkele nanoseconden. De batterij ging een miljoen keer langer mee dan de oplaadtijd, alsof een telefoon na 30 minuten laden meer dan 100 jaar meegaat. Op een batterij die één seconde oplaadt en daarna elf dagen meegaat. De techniek werkt, maar staat nog in de kinderschoenen. De onderzoekers noemen de kwantumaccu veelbelovend. Ze willen drones in de lucht met lasers kunnen opladen; en elektrische auto’s kunnen straks sneller laden dan een benzineauto kan tanken. Hoofdonderzoeker James Quach denkt zelfs dat elektrische auto’s straks rijdend kunnen laden.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/een-seconde-laden-elf-dagen-stroom</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/een-seconde-laden-elf-dagen-stroom</guid>
            <pubDate>Thu, 25 Jun 2026 07:49:48 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wandelen door tuindorp ’t Lansink in oude industriestad Hengelo]]></title>
            <description><![CDATA[Oude fabrieksgebouwen staan ingeklemd tussen twee spoorlijnen. Op een torentje prijkt het logo van Hazemeijer Hengelo, in de vorige eeuw fabrikant van elektrotechniek. Onderaan de toren is nu de ingang van Lust. De bistro vormt het startpunt van een tocht met Yolande Emmelot (72) en Sjoerd Karsten (77), auteurs van de wandelgids ”Dwalen door een ideaal. Wandelen langs tuin- en fabrieksdorpen”.

Na een cappuccino bij de gezellige horecazaak wenkt het verleden van de Twentse industriestad. Emmelot en Karsten zijn ervoor uit hun woonplaats Amsterdam gekomen. Beiden waren werkzaam in onderwijs en wetenschap, Emmelot als onderzoeker, Karsten als hoogleraar. Hengelo is een van de twaalf plaatsen waar het tweetal een route uitzette door tuindorpen en omliggend groen. Karsten nam Hengelo voor zijn rekening.

 

## Speels

De wandelroute gaat door een spoortunneltje, waarna het tuindorp verschijnt. Langs de stoep bloeit de rododendron. Karsten: „De architecten van ’t Lansink waren gecharmeerd van een klassieke bouwstijl. Het stratenpatroon is een beetje dorpsachtig, kronkelig. Je ziet veel verschillende huizen en de gevels verspringen.” Emmelot: „Het is speels. Wat ook meteen opvalt: er zijn plantsoentjes.” Karsten: „Je hebt echt het gevoel: ik loop in een dorp, de stad is ver weg.”

 

Veel arbeiders verhuisden begin twintigste eeuw naar de stad, om te gaan werken in de fabrieken. „Tuindorpen dienden als een overgang van platteland naar stad. Je kon er het dorpse gevoel vasthouden.” Emmelot: „In alle vroege tuindorpen zie je de Engelse landschapsstijl, de huizen zijn cottage-achtig. Binnen die cottagestijl is er hier een grote diversiteit: pleisterwerk, houtwerk, baksteen, van alles.”

Bij een hofje aan de Lansinkweg houden de auteurs even de pas in. Rond een tuin staan knusse arbeiderswoningen met rood-witte luiken. Emmelot: „De huizen zijn vaak heel ondiep. Soms denk je dat ze best groot zijn, tot je naar binnen kijkt. De panden hebben iets monumentaals, maar zijn toch klein.”

 

## Plein

Aan het centrale plein van ’t Lansink staat een chic hotel. Knoestige eikenbomen werpen hun schaduw over de kinderkopjes. Op een gedenkteken is in kopergroen de beeltenis van een vriendelijke heer te zien, met daaronder: „C.F. Stork (1865-1934)”. Karsten: „’t Lansink is het initiatief van deze vooruitstrevende ondernemer. Kenmerkend voor dit tuindorp is dat de bevolking gemengd was: het was niet alleen voor de arbeiders, er woonden ook leraren en hoger personeel.”

>„Het idee was om de arbeiders te verheffen”

Emmelot: „Opvallend is hoeveel aandacht er werd besteed aan decoratie, boogjes, veranda’s. Trapgevels, boerderijachtige woningen: je komt hier van alles tegen. De variatie is ongekend.” Naast het hotel waren winkels gevestigd, zoals die van de kruidenier en de groenteboer. „Die zijn er allemaal niet meer.” Het tuindorp had ook kroegen, maar alcohol werd er niet geschonken. Karsten: „Het idee was om de arbeiders te verheffen.”

Een kerk is verderop langs de wandelroute te vinden. „Hengelo was van oorsprong een katholieke enclave, waar ook veel protestanten kwamen. Dus moest er een protestantse kerk komen.” Aan de rand van ’t Lansink staat de Bethlehemkerk uit 1934, nu in gebruik als kantoor. „Het is duidelijk geen katholieke kerk. Het gebouw is heel sober.”

## Zwembad

Het ideaal achter de tuindorpen werd niet altijd meteen bereikt, weet Emmelot. „Voor het Agnetapark in Delft, hoe mooi ook, was er eerst weinig animo. Arbeiders woonden er vlak bij de fabrieksdirecteur, dat gaf hen een onvrij gevoel. Alsof ze in de gaten werden gehouden. Later veranderde dat wel.”

De wandelroute vervolgt langs een grote vijver, het Tuindorpbad. Dit natuurbad bestaat al sinds 1923. Het blauwgroene zwembadgebouw – een rijksmonument – heeft zachtgele vensters. Een grote fontein spuit hoog en breed, aan de overkant is een man aan het hengelen. Op deze lentedag is het zwembad nog gesloten, maar spoedig zullen er weer kinderen van de duikplank springen. Emmelot: „De vijver vind ik toch wel heel uniek. Je ziet hier ook hoe enorm groen het tuindorp is.”

>„De oprichter van de machinefabriek had zelf ook nooit doorgeleerd. Het gymnasium vond hij niks”

In en om het tuindorp stonden verschillende scholen. Karsten: „Stork had een grote bedrijfsschool, dat was heel bijzonder. Arbeiders leerden in die tijd na de lagere school niet verder door. De oprichter van de machinefabriek, Coenraads vader Charles Theodorus Stork, had zelf ook nooit doorgeleerd. Het gymnasium vond hij niks, hij ging al op zijn dertiende werken. Stork zag al snel het nut in van een beroepsopleiding. Op de bedrijfsschool konden arbeiders een vak leren.”

 

## Pakketjes

In ’t Lansink, grotendeels gebouwd voor de crisis van de jaren 1930, was de sociale droom van Stork een zichtbaar succes. De idealen van verheffing en gemeenschapsvorming werden gerealiseerd, al was de praktijk soms weerbarstig. Emmelot: „Hoewel alcohol ontmoedigd werd of zelfs verboden was, ontstonden er weleens illegale cafés.”

Karsten en Emmelot laten het tuindorp achter zich, voor het laatste deel van de route. Via de voormalige fabrieksgebouwen van Stork en de naar koningin Wilhelmina vernoemde bedrijfsschool wandelen ze terug naar het stationsgebied. In de Willem de Clerqstraat valt het oog van Karsten op een A4’tje achter de ruit van een woning. Hij leest voor: „Pakketjes voor de buren worden niet aangenomen.” Emmelot, lachend: „Dat is óók niet volgens het ideaal.”


 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wandelen-door-tuindorp-t-lansink-in-oude-industriestad-hengelo</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wandelen-door-tuindorp-t-lansink-in-oude-industriestad-hengelo</guid>
            <pubDate>Thu, 25 Jun 2026 07:16:29 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De Flierefluiter: verhitte hoofden en fonkelende ogen]]></title>
            <description><![CDATA[Dat de Flierefluiter leuk zou moeten zijn, hadden we al gehoord. Maar of onze kinderen dat ook vinden? We nemen de proef op de som op een zaterdagmorgen aan het einde van de meivakantie. De hoofdparkeerplaats staat vol auto’s. Toch valt de drukte in de speeltuin mee.

De zon lokt naar buiten toe, voorbij de ook heel aantrekkelijke binnenspeeltuin. Het eerste wat de kinderen (7, 10 en 11 jaar oud) opvalt, zijn vier trampolines. Ze rennen er meteen naartoe. Even wat trucjes uithalen. Een paar front- en backflips later komen ze hijgend van de toestellen af. Geen slecht begin.

 

Naast de trampolines is een trekkerweitje. Dat laten we even links liggen. Ouders met jonge kinderen aan de hand lopen naar het peuterpretplein. Daar staan een nestschommel, een kleine trampoline en een glijbaantje. Er is zelfs een duoschommel, met een zitje voor een ukkie én de ouder.

Ook niet slecht: overal op het terrein van de Flierefluiter staan (picknick)tafels waaraan ouders kunnen gaan zitten, terwijl hun kinderen zich uitleven.

We lopen verder het terrein op. Dat blijkt veel groter dan we ons in eerste instantie hadden voorgesteld. De zevenjarige vergaapt zich aan de grote konijnen. Die hebben een heerlijk ruim hok waarin ze kunnen rondhuppelen, maar slapen deze zaterdagmorgen liever uit. Ze liggen voor pampus tegen het hek, beschenen door een zonnetje.

Twee jongens van een jaar of zeven zoeken hun weg door een doolhof van hekken en paaltjes. Goed voorbeeld doet volgen, want ook onze kinderen proberen de uitgang te vinden. Dat is nog minder makkelijk dan je denkt.

 

## Springen

Wie van springen houdt, zoals ons drieste drietal, komt goed aan zijn trekken in de Flierefluiter. Niet alleen zijn er trampolines, verderop staat ook een gigantisch springkussen. Nog helemaal zonder kind erop: aantrekkelijker kan niet. Op een holletje zet ons kroost zich in beweging, schopt de schoenen uit en laat zich lachend achterover in het enorme, luchtgevulde kussen vallen. Ook een leuk spelletje: de oudste twee springen omhoog en laten zich vervolgens met een plof neervallen, waarop de jongste een stukje in de lucht wordt gelanceerd. Ze gieren het uit van de pret.

Langs ons heen lopen ouders met een overvloedige hoeveelheid kinderen in hun kielzog. Vast een feestje. Ze hebben tassen vol eten en drinken bij zich. Zo te zien zijn ze van plan om hier de komende uren niet weg te gaan. 

Hoe verder we door het park lopen, hoe meer we de keuze van die ouders begrijpen. Want telkens als we denken alles wel gezien te hebben, ontdekken we opnieuw een leuke plek om te spelen.

 

Zo wordt er omgeroepen dat er een spelletje gedaan kan worden op de speelzolder, waarbij leuke prijzen te winnen zijn. De oudste twee willen niet mee om te gaan kijken en de jongste vindt het te spannend. Maar de kinderen die wel meedoen, rennen enthousiast over de stormbaan in de binnenspeeltuin, om even later voldaan een cadeautje uit een ton te vissen.

Onze kinderen raken steeds verhitter en drinken gulzig een beker water leeg. Wat verlangend kijken ze naar het zwembad dat naast de speeltuin ligt. Maar helaas, zwemkleding hebben we niet bij ons. 

## Glijden

De zevenarige neemt me mee naar een toren waarvandaan drie glijbanen naar beneden lopen. „Dat lijkt me superleuk, mama”, wijst ze enthousiast. Bij een van de glijbanen, een rode, blijft ze aarzelend bovenaan zitten. De baan loopt zo’n anderhalve meter loodrecht naar beneden. Dat ziet er eng uit. Ondanks de aanmoedigingen van haar broers gaat ze niet overstag. En dus rennen de jongens even naar boven, om het voor te doen. Nu kan ze niet achterblijven. Ze geeft zichzelf een zetje en daar gaat ze. „Waaaah.”  Haar enthousiaste kreten waaieren uit over het terrein. Met blij fonkelende ogen rent ze nog eens het trapje op naar boven. „Ik ga nog een keer”, roept ze ten overvloede over haar schouder.

 

Als we buiten bijna alles gehad hebben, gaan we naar binnen toe. Daar, op de speelzolder, is opnieuw genoeg te doen. De kids laten zich via een spinnenweb naar beneden zakken en glijden opgetogen van een van de verrassend snelle glijbanen af. De trampolines binnen moeten natuurlijk ook even getest worden. Dan zijn er nog de stormbaan, een fietsjesbaan, een blokkenzolder en een voetbalkooi. Vooral die laatste kan op de goedkeuring van de twee jongens rekenen. Ze verdwijnen door een deurtje met een gehuurde bal van de Flierefluiter, om daar voorlopig niet meer uit te komen.

## Schminken

Als na ruim twee  uur de tijd nadert om te vertrekken, is er eigenlijk nog steeds genoeg wat we niet gedaan hebben. De kabelbaan bijvoorbeeld, en de adventure golfbaan. 

We lopen daarom nog snel even een rondje. Langs de babykonijntjes, naar de schattigste kleine geitjes die er maar zijn. Daar laten de drie zich op hun knieën zakken. Even aaien.

 

Een pauw die verderop in zijn hok staat, zet speciaal voor ons zijn prachtige veren op. De pony’s die in een weitje naast meneer pauw staan, zouden geborsteld en zelfs bereden mogen worden. Maar voor zover we kunnen zien, is dat nu even niet aan de orde. Jammer, vindt de zevenjarige, maar ze trekt me al snel mee naar een andere plek. „Kijk, er zijn kinderen die geschminkt worden. Kunnen we even kijken waar dat is? Ik wil dat ook.”

We lopen een rondje, en juist als we het willen opgeven, zien we dat er een medewerker naar een overdekt plekje toeloopt. Meteen vormt zich een rij met meisjes. Daar moeten we dus zijn! We sluiten ons achter in de rij aan. Met een meisje met bruin kattenhoofd naast ons laten we even later de speeltuin achter ons. Dit was een goed bestede morgen!

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-flierefluiter-verhitte-hoofden-en-fonkelende-ogen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-flierefluiter-verhitte-hoofden-en-fonkelende-ogen</guid>
            <pubDate>Wed, 24 Jun 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[”Ome Jan” deelt het Evangelie in de trein]]></title>
            <description><![CDATA[De klanken van Psalm 75 rollen door de stationshal. Tussen gehaaste reizigers en anonieme voorbijgangers zit Jan Vermeer (72) achter de piano alsof hij thuis is. Een jonge vrouw gaat zichtbaar genietend op het bankje naast de piano zitten. „Wilde je meezingen?” vraagt Vermeer na het slotakkoord. „O nee, zeker niet hoor”, haast de vrouw zich te zeggen. „Het was een psalm, uit de Bijbel”, reageert Vermeer, niet uit het veld geslagen. „Ken je de Bijbel, of heb je er misschien zelf een?” 

 

Als Jan Vermeer nieuwe mensen ontmoet, dan móét hij met hen over de Bijbel praten. „Het gaat om Gods Woord, hè? Ik ben niet zomaar met wat prul onderweg. Je kunt niet helder genoeg uitroepen hoe dierbaar en heilzaam dat Woord is. Dus dat probeer ik een beetje te doen.” 

 

Gemiddeld drie keer per week reist de vroegere postbode met de trein. Vaste routes op dinsdag en zaterdag, op donderdag een reis naar de uithoeken van Nederland. „De verspreiding van het Woord is zo hard nodig. De generatie grootouders die de Bijbel nog leest, is aan het verdwijnen. Hoe moeten mensen de Bijbel dan nog kennen? Als ik met iemand over de Bijbel praat, dan zeg ik altijd: „Dit is het meestgelezen en het duurste Boek ter wereld, wist je dat? Het is met bloed betaald.” Dan gaan er wenkbrauwen omhoog, maar de aandacht is gewekt. Nou, dan is het gesprek er al.”

## Vloeken

Het idee van het treinreizen is geleidelijk ontstaan, vertelt Jan Vermeer – of ome Jan, zoals veel mensen hem onderweg noemen. „Ik weet nog dat ik in het jaar 2000 op een ochtend wakker werd met de woorden: „Doe het werk van een evangelist; tijdig en ontijdig”, uit 2 Timotheüs 4. Dat klonk zo helder, alsof er iemand naast mijn bed stond om dat te zeggen. Maar vanuit mijn kerkverband werden geen evangelisten uitgezonden, dus ik wist niet wat het te betekenen had. Naast mijn werk bij de post werd ik twaalf jaar lang fractielid van de SGP in Veenendaal. Misschien bedoelde de Heere dit ermee, dacht ik.”

Vooral als postbode kwam Jan Vermeer veel vloekers tegen. Hij probeerde altijd met hen in gesprek te gaan. „Velen bedankten me, omdat ik hen wees op taalgebruik waar ze niet eens erg in hadden. En als mijn vragen eens weerstand opriepen, dan zei ik: „Maar wacht even, wie begon hier nu over God te praten?” Soms ontstonden dan alsnog mooie gesprekken.” Na een stilte: „Nu denk ik: die gesprekken waren een voorbereiding op wat ik nu mag doen. Toen het idee van het treinreizen ontstond, dacht ik: dit wordt nooit wat. Maar het bleek toch een manier te zijn om anderen in aanraking te brengen met de Bijbel.” 

## Wonderlijk

Thuis in Veenendaal heeft Jan Vermeer dozen vol Bijbels staan, in allerlei talen. Ze komen allemaal van de GBS en in elke Bijbel schrijft ome Jan een persoonlijke boodschap. „Met Google Translate zoek ik de juiste woorden op. „Beste vriend of vriendin, deze Bijbel is speciaal voor jou”, schrijf ik dan. En meestal schrijf ik op wat ze vooral moeten lezen en ik geef een wens mee. Als laatste zet ik mijn mailadres eronder, voor als mensen vragen hebben. Regelmatig krijg ik dan een reactie. Niet dat dat belangrijk is hoor, want ook zonder mij gaat Gods werk door. Maar zag je de mail die ik je gisteravond doorstuurde? Ik was juist wat mismoedig. „Heeft het allemaal wel zin, Heere?” vroeg ik. En toen was daar de mail van Mariane uit Venezuela. Ze had wel een Engelse Bijbel, maar ze wilde het Woord graag dieper bestuderen, in haar eigen taal. Slechts enkele dagen later vond ze de Spaanse Bijbel die ik in een boekenkast op Utrecht Centraal had gezet. Ja, dan moet ik zwijgen met mijn twijfels.”

 

Heel vaak staat Jan Vermeer aan het eind van een treindag bewust stil bij wat er die dag allemaal gebeurde. „Dan blijkt steeds weer hoe wonderlijk de Heere werkt. Het loopt zoals het gaat, maar zo moet het ook lopen. Vanmorgen nog stond ik halverwege het perron op de trein te wachten. Juist toen de trein binnenreed, besefte ik dat ik totaal vergeten was om in te checken. Dat gebeurt me nooit. Ik rende naar de paal, checkte in en kon nog net instappen in de voorste coupé. En wat denk je? Ik kom daar te zitten bij twee meiden vol met levensvragen. Ze waren christelijk en lazen elke dag de Bijbel, maar waren ook zoekend. Nu heb ik hun mailadres en hoop ik hun nog wat toe te sturen. Wie weet waarvoor dat nodig was.” 

 

## Afhankelijkheid

Om het gesprek aan te gaan, hoef je niet bijzonder vaardig te zijn, vindt Jan Vermeer. „Kijk vooral wat meer om je heen. Als ik mensen radeloos naar reisborden zie kijken, vraag ik altijd even of ze hulp nodig hebben. Zo simpel kan het beginnen. Pas tilde ik de fiets van een jonge studente de trein in. „Dank u wel, meneer”, zei ze zichtbaar opgelucht. Van Utrecht naar Den Bosch zat ik tegenover haar en we maakten een praatje. Vierentwintig minuten duurde de reis nog maar, en toen had ze al een Bijbel in haar hand. Maar dan moet ík er weer tussenuit, hè”, haast de oud-postbode zich te zeggen. „Het is allemaal Gods bestuur. Later vroeg de studente: „Kan het ook zijn dat ik vanmorgen mijn bus móést missen?” En toen vertelde ze dat ze in deze trein terechtgekomen was, doordat ze thuis de bus had gemist. Zij begreep hoe God werkt. En ik had mijn les ook weer geleerd.” 

 

Sommige ontmoetingen leiden tot een langer contact. Tegelijk is Jan Vermeer er voorzichtig mee. „Mensen moeten niet afhankelijk worden van een persoon hier op aarde. En als ik nog eens afspreek met iemand, doe ik dat altijd in een openbare ruimte. Soms hoor ik dan dingen die me blij maken; op andere momenten krijg ik vooral vragen. Dat mag ook.” Altijd gebruikt ome Jan de gelegenheid om nieuwe boekenkastjes te ontdekken, waarin een Bijbel gelegd kan worden. „Inmiddels heb ik een heel netwerk aan kastjes dat ik naloop. In ziekenhuizen en universiteiten, maar ook bij stations en in woonwijken. Ik laat er soms een, soms meerdere Bijbels achter en bijna altijd zijn ze weg als ik later eens terugkom. Er is zeker wel behoefte bij mensen aan het levende Woord.”

 

## Homostel

Zelden komt het voor dat mensen negatief reageren op de gesprekjes die hij aanknoopt. Soms krijgt ome Jan een resoluut ”nee” op de vraag of iemand een Bijbel wil, en dat respecteert hij. Maar bijtende reacties zijn er niet. „Wel maakte ik pas een benauwde situatie mee, die de Heere wonderlijk veranderde. Op station Nijmegen kwam ik in gesprek met een jongeman. „Ik wil zo nog wat Bijbels in een boekenkastje leggen”, zei ik. „Ken je de Bijbel? Wil jij er anders ook een hebben?” Zo kwam hij aan een Bijbel. Maar hij wachtte duidelijk op iemand. Later kwam er nog een jongen bij staan en ook hij nam er een aan. 

Toen ik thuis was, kwam er een e-mail binnen. „Op het station heeft u gezegd dat wij behouden kunnen worden, maar in de Bijbel die u ons gaf, staat het tegenovergestelde. Wij zijn een homostel.” „O Heere, help”, bad ik. „Het gaat om Uw Naam, geef toch wijsheid.” Diezelfde middag nog heb ik een reactie gegeven. Op anderhalf kantje schreef ik over Gods bedoeling met man en vrouw, over de zondeval en dat Christus juist gekomen is voor mensen die van het pad af zijn. Biddend heb ik het bericht weggestuurd. 

Nog diezelfde dag kreeg ik een mail terug. „Lieve Jan”, stond erboven. Ik ontspande helemaal. „Wat u schrijft komt overeen met wat u zei. Wij hebben er vrede mee. Van harte welkom voor een kopje koffie.” Wat bijzonder, hè. En wat een les. Wij moeten in elke andere zondaar onszelf herkennen. En dan kun je niet meer zwijgen over God en Zijn Woord.”  

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ome-jan-deelt-het-evangelie-in-de-trein</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ome-jan-deelt-het-evangelie-in-de-trein</guid>
            <pubDate>Tue, 23 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Dit viertal verkoopt 3000 bolussen per week]]></title>
            <description><![CDATA[De bakkers ruiken zelf niet meer hoe heerlijk de geur van versgebakken brood en banket is. „Daar zijn we aan gewend geraakt.” Voor bezoekers is die onweerstaanbaar.

Ook zonder die geur is de bakkerij geen verkeerde plek om te werken, vinden Jan de Muijnck (29), Carlo Pannekoek (29) en hun schoongrootvader Henk ten Hove (75). De eerste twee zijn sinds een aantal jaar de nieuwe eigenaars van de familiebakkerij, als vierde generatie van de familie Ten Hove.

Een tijdje was er sprake van dat de bakkerij verkocht zou worden. Maar Henk ten Hove is blij dat zijn aangetrouwde kleinzoons nu het stokje hebben overgenomen. „Mijn eigen vader heeft dit nog net meegemaakt, voordat hij vier jaar geleden overleed. Hij was in 1950 de eerste van onze familie die deze bakkerij runde en hij vond het prachtig dat er weer een nieuwe generatie aan het roer zou staan.”

 

## Trouwe klandizie

Henks vader, ook een Henk, was afkomstig uit een bakkersfamilie in Dirksland. Hij en zijn twee broers waren alle drie geïnteresseerd in de bakkerij van hun vader, maar slechts één kon die voortzetten. Daarop besloot Henk in 1950 een kruidenierswinkel in Nieuwerkerk over te nemen van een weduwe. Na verloop van tijd maakte hij hier een bakkerij van en werd hij een van de vijf bakkers in het relatief kleine dorp.

De vijf bakkers hadden stuk voor stuk trouwe klandizie. Kocht je in die tijd eenmaal bij een bakker, dan bleef je daar in principe je hele leven kopen. Henk: „Kwamen er nieuwelingen in het dorp wonen, dan renden we soms achter de verhuiswagen aan om maar de eerste te zijn die vroeg of ze bij ons klant wilden worden. De snelste bakker kreeg namelijk de nieuwe klant.”

Het viel bakker Ten Hove driekwart eeuw geleden niet mee om zijn bedrijf draaiende te houden. Niet alleen was er in 1953 de Watersnood, waardoor zijn zaak volledig onder water kwam te staan. Een jaar later brak er brand uit die voor forse schade zorgde. Toch lukte het hem om door te gaan.

In de decennia die volgden, gooide de ene na de andere Nieuwerkerkse bakker de handdoek in de ring. Totdat alleen bakkerij Ten Hove overbleef. Inmiddels is de zaak, inclusief de winkel, zeker drie keer zo groot als toen de eerste Henk er kort na de oorlog mee begon. Jan, wijzend naar het naastgelegen huis waar hij nu met zijn vrouw woont: „Dat was in 1950 nog een woonhuis, een winkel en een bakkerij ineen. Ik kan me dat niet meer voorstellen.”

 

## Meehelpen

Van de eerste Henk ging de zaak in 1973 over naar de tweede Henk. Die hoefde daar niet om te vechten. „Mijn broer en zussen hadden geen belangstelling voor het vak. Mijn broer is huisarts geworden. Die wilde als kind al niet in de bakkerij werken.” Lachend: „Daar moest mijn vader bijna met de zweep achteraan. Het bezorgen van het brood en gebak deed mijn broer samen met een vriend. Maar regelmatig kwamen er dan telefoontjes van klanten die geen brood hadden besteld, maar dat wel hadden gekregen, of andersom.”

De broer en zussen van Henk ontkwamen echter niet aan het werk, evenmin als hijzelf. „Iedereen had een taak. We moesten allemaal helpen met bezorgen. Dat deden we al vanaf de lagere school. Dan was ik om kwart voor twaalf thuis en moest ik bijvoorbeeld nog snel drie adressen langs voor twaalf uur. Ik deed het graag en probeerde klanten dan vaak ook een rol beschuit of een pak koekjes aan te smeren.”

Rozijnen wassen hoorde ook bij de taken die Henk al jong oppakte. „Daar zaten vroeger steentjes en stokjes in, die moest ik eruit halen. En ik moest ’s middags briketten klaarleggen, zodat mijn vader hiermee de volgende morgen de oven kon opstoken.”

Na de basisschool begon Henk met een bakkersopleiding. Dat was een vanzelfsprekende keuze. „Voor dit werk ben ik geboren.”

Eenmaal klaar met school, kwam hij gelijk bij zijn vader in dienst. „Ik was hard nodig. Bij een andere bakker heb ik dan ook nooit gewerkt. Toen ik een jaar of veertien was, begon ik nieuwe dingen uit te proberen. Krentenbollen maken, en kadetjes (bolletjes of puntjes, red.). Die waren toen nog amper te koop. Ik bakte van een kilo meel dertig kadetten. Dat liep best. Ook begonnen we met bolussen. Inmiddels verkopen we er daar 3000 van per week.”

 

## Meelstofallergie

Na Henk nam diens zoon – opnieuw een Henk – de bakkerszaak van zijn vader over. Henk senior: „Ik help nu alleen nog maar mee waar nodig. We wonen hierachter, dus ik kan elke dag even naar de zaak lopen. Ik draai bijvoorbeeld twee keer in de week bolussen, of help bij het bezorgen van de producten. Maar er moet niets. Tegelijkertijd vind ik het lastig om in mijn stoel te blijven zitten als ik zie dat er van alles te doen is.”

Henk junior heeft twee dochters en een zoon. De dochters zijn getrouwd met Jan en Carlo. 

De jongens komen niet uit een bakkersfamilie, maar rolden spontaan het vak in. Carlo: „Ik heb hier eens een dagje meegelopen en genoot van het werk. Je kunt met een paar losse grondstoffen een mooi en lekker product maken. Later ben ik daarom de bakkersopleiding gaan doen. Vervolgens ben ik bij een andere bakker aan de slag gegaan en heb ik mijn vrouw ontmoet, de oudste dochter van Henk.” Jan: „Carlo en ik kennen elkaar via de bakkersschool. Ik ben hier gaan werken en kreeg op den duur verkering met de tweede dochter.”

Beide bakkersdochters blijken dus per ongeluk een bakker aan de haak te hebben geslagen. Dat is achteraf gezien een uitkomst voor de bakkerij. Carlo: „Henk, mijn schoonvader, heeft namelijk een meelstofallergie opgebouwd. Hij kan niet tegen bloem en meel en moest van de dokter met het werk stoppen. Daarom begon de familie erover na te denken de zaak te verkopen.” Henk senior: „Dat verkopen lukte nog niet zo. Dus hebben we de jongens gepeild of ze er brood in zagen om de zaak samen met mijn zoon voort te zetten.” Carlo: „Sinds 2021 is bakkerij Ten Hove officieel van ons drieën: mijn schoonvader, Jan en mij.”

Hoe het mede-eigenaarschap hen bevalt? Carlo: „Het is een grote stap. Je bent ineens van werknemer werkgever.” Jan: „We hebben nu de verantwoording voor zo’n dertig man personeel.” 

De twee hebben de eerste tijd veel hulp gekregen van hun schoonvader. Zo ontdekten ze waar hun sterke kanten liggen. Henk: „Ze kregen twee A4’tjes met dingen die moeten gebeuren en konden aankruisen wat ze het liefst doen. Jan: „Ik doe de broodkant, regel de recepten en bestel de grondstoffen.” Carlo: „Ik doe de banketkant en houd me bezig met onder meer personeelszaken en roosters. Mijn schoonvader doet de financiële administratie.”

 

## Portemonnee

Ze vinden het alle drie mooi dat ze voor een familiebedrijf werken. Jan: „We kunnen zeggen dat deze bakkerij al vier generaties bestaat. Al 76 jaar inmiddels.” Carlo: „Je borduurt verder op een zaak die er al een hele tijd is. Het is veel moeilijker om bij nul te beginnen.”

Of het ook wennen is om met familie samen te werken? Henk senior, nuchter: „Je moet altijd even wennen. Dat had ik vroeger ook toen mijn zoon erbij kwam. In de jaren dat ik nog alleen verantwoordelijk was voor de bakkerij, stak ik het verdiende geld bijvoorbeeld gewoon in mijn portemonnee. Maar nadat mijn zoon erbij kwam, kon dat natuurlijk niet meer.” Carlo: „Het werken met familie heeft ook voordelen. Jan en ik vinden het fijn om met onze schoonvader te kunnen overleggen. Hij heeft veel ervaring. Wij zijn allebei niet opgegroeid in een ondernemersfamilie; onze schoonvader wel.”

## Korte nachten

Hoe zijn de nachten van de bakkers? Henk, lachend: „Kort.” Jan: „Inderdaad vooral kort, ja. Doordeweeks beginnen we rond een uur of vier.” Carlo: „Dan zijn we klaar rond zes uur ’s middags.” Jan: „Het vroege opstaan valt eigenlijk nog mee; veel bakkers beginnen nog eerder. Wij kunnen later starten, doordat we werken met remrijskasten, die het vooraf gemaakte deeg eerst koelen en ervoor zorgen dat het in de loop van de ochtend gaat rijzen, zodat het gelijk de oven in kan als we op de zaak verschijnen.” Henk: „Doordat het deeg een langer proces doormaakt, smaakt het ook beter, vinden wij.” Carlo: „Niet elke bakker heeft dit; het is nogal een investering.”

Op vrijdagochtend staan de bakkers een uur eerder op. Carlo: „We willen dan op tijd klaar zijn, omdat we ’s middags moeten slapen. Vrijdagavond gaan we namelijk weer vanaf negen uur aan de slag om de hele nacht door te werken, want zaterdag is de drukste dag van de week.”

 

## Boluskoekjes

Wat de toekomst van de bakkerij betreft, hebben Jan, Carlo en hun schoonvader geen spectaculaire ideeën. Carlo: „We denken eraan om iets uit te bouwen. De ruimte blijft een probleem. Maar hier zijn nog geen concrete plannen voor.”

 

Nieuwe producten zitten er voorlopig ook niet aan te komen. Carlo: „Je kunt als bakkerij je assortiment heel breed maken door er telkens iets aan toe te voegen, maar dat is voor ons niet rendabel. Dan is het beter om kleiner te blijven, maar wel goede dingen te maken.” Henk: „Soms lukt het wel om iets nieuws te maken dat groot wordt. Zo heeft mijn zoon, Henk junior, ooit boluskoekjes verzonnen; die zijn inmiddels door veel bakkers nagemaakt.” Carlo: „Ons bolusgebak loopt ook goed.” Jan: „Maar het hoofddoel is vooral: kwaliteit blijven leveren.” Carlo: „Zodat we onze klanten kunnen blijven voorzien van heerlijke producten.” 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/dit-drietal-verkoopt-3000-bolussen-per-week</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/dit-drietal-verkoopt-3000-bolussen-per-week</guid>
            <pubDate>Mon, 22 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[10 tips en 6 recepten: zomerse picknick zonder gedoe]]></title>
            <description><![CDATA[## Tien tips
1. Zin in een picknick? Nodig familie of vrienden uit en vraag iedereen iets lekkers mee te nemen. Zo maak je er samen een gezellige middag of avond van.
2. Vier je verjaardag eens met een picknick. Iedereen neemt een stoel of kleed mee en de jarige zorgt voor de drankjes en hapjes. Je zult zien dat je gasten het waarderen. Misschien vinden ze het zelfs wel fijn om niet op een rijtje in de woonkamer te zitten, maar lekker in de natuur te zijn.
3. Een picknick hoeft niet veel te kosten. Wees creatief en maak vooraf een planning van wat je gaat bereiden en wanneer. Zo blijft alles overzichtelijk en kun je zelf ook ontspannen genieten.
4. Zoek voor de picknick een mooie plek in de natuur. Het is handig als je de auto dichtbij kunt parkeren.
5. Heb je lekkere broodjes gemaakt? Pak ze dan per persoon in met bakpapier. Een touwtje eromheen en een kaartje met de inhoud erop maken het helemaal af.
6. Vries vooraf flesjes water in en leg ze vóór gebruik in de koeltas. Zo heb je direct een handig koelelement.
7. Leuk voor de kinderen: vul flesjes met ranja en wat stukjes fruit en doe er een vrolijk rietje in.
8. Bewaar van tevoren lege flesjes van sausjes of sapjes; die komen bij een picknick goed van pas.
9. Een alcoholvrije mojito met munt en limoen is heerlijk verfrissend. Serveer deze in leuke flesjes.
10. Vergeet niet mee te nemen: servetten, vochtige doekjes en een afvalzak. 

## Recept 1: kaasstengels, verdraaid lekker 

 

### Ingrediënten
- 1 rol vers bladerdeeg 
- 4 el fijnggehakte hazelnoten 
- 2 el Italiaanse kruiden 
- 90 g pesto 
- 75 g geraspte Parmezaanse kaas (naar smaak) 
- 1 ei, om te bestrijken 

### Bereiding
1. Rol het bladerdeeg uit en bestrijk het met de pesto. 
2. Strooi de fijnggehakte hazelnoten en de Italiaanse kruiden erover. 
3. Verdeel de geraspte kaas erover. 
4. Snijd verticale repen (hoe breder, hoe groter), richtlijn: ong. 3 cm. 
5. Pak een reep deeg op bij beide uiteindes en draai ze in tegenovergestelde richting in elkaar. Probeer de vulling zo veel mogelijk te laten zitten. 
6. Leg de stroken op een met bakpapier beklede bakplaat. 
7. Verwarm de oven voor op 225 graden (boven- en onderwarmte). 
8. Klop het ei goed los en bestrijk de stengels met ei. 
9. Herhaal dit na 10 minuten. Laat even rusten.  
10. Tip: probeer koel te werken, of zet de stengels even in de koelkast.  
11. Bak de stengels 10 min op 225 graden, daarna nog 15 min op 200 graden. 

## Recept 2: salade in een potje
- Pak een aantal (weck)potjes en vul ze laag voor laag met bijv. sla, radijs, wortel, bonen, paprika, tomaat en komkommer. 
- Begin met een dressing onder in het potje en vul vervolgens met de groenten. 
- Houd, vlak voordat je gaat eten, het potje even ondersteboven, zodat de dressing zich goed door de salade verspreidt.

## Recept 3: zelfgemaakte icetea
- Vul een fles met water en voeg een zakje met losse thee toe, bijv. groene thee met sinaasappel.
- Laat een paar uur trekken en haal daarna het zakje eruit.
- Voeg evt. schijfjes sinaasappel, verse munt en ijsklontjes toe. 

## Recept 4: fruitsalade

 

## Ingrediënten
- Zomerfruit (bijv. bessen, aardbeien, nectarines, perziken, druiven, granaatappels, ananas) – 100 tot 150 g per persoon
- Evt: limoensap, muntblaadjes, eetbare bloemen

## Bereiding
1. Maak het fruit van tevoren schoon en snijd het in stukjes. 
2. Sprenkel er evt. wat limoensap over.
3. Neem het mee in een afgesloten trommel. Doe het bij de picknick in een mooie schaal, glaasjes, kommetjes, of papieren bekers.
4. Decoreer evt. met muntblaadjes en wat bloemetjes.

## Recept 5: zomers toetje

 

## Ingrediënten (voor 8 pers.)
**Bodem:**
- 200 g speculooskoekjes 
- 75 g roomboter 
- rasp van een halve citroen 

**Vulling:**
- 250 ml slagroom 
- 200 g monchou (20 min uit de koelkast) 
- 75 g fijne suiker
- 1 à 2 tl vanille-extract (of een half vanillestokje, geschraapt)
- 4 blaadjes gelatine 
- rasp van een halve citroen 

**Passiegelei:**
- 200 ml passiepuree (diepvries) 
- 4 g gelatine 
- 100 g fijne suiker 

**Garnering:**
- 1 mango, in kleine blokjes 
- verse munt 
- handje blauwe bessen 
- fruit naar keuze 

**Verder nodig:**
- 8 glazen (weck)potjes 150-200 ml

## Bereiding
**Bodem**
1. Maal de koekjes fijn en doe de citroenrasp erdoor. 
2. Smelt de boter en meng met de koekkruimels. 
3. Verdeel de koekkruimels over de potjes en druk stevig aan. 
4. Zet de potjes in de koelkast. 

**Vulling**
5. Week de gelatine in koud water (min. 15 min). 
6. Klop de slagroom met de suiker net niet stijf. 
7. Doe de monchou, het vanille-extract en de citroenrasp in een andere kom en klop glad. 
8. Spatel de slagroom in delen door de monchou. 
9. Knijp de gelatineblaadjes uit en verwarm ze, met twee eetlepels water, heel kort, tot ze opgelost zijn (niet koken). Laat 5 min staan en spatel de gelatine door de vulling. (Niet te lang spatelen; wel goed mengen.) 
10. Haal de potjes uit de koelkast en verdeel de vulling over de koekjesbodem. Strijk glad. Laat een paar uur opstijven in de koelkast. 

**Passiegelei**
11. Week de gelatine (min. 15 min). 
12. Verwarm de passiepuree met de suiker. Haal van het vuur zodra de suiker goed is opgelost. 
13. Knijp de gelatine uit en roer door het passievruchtmengsel. 
14. Laat afkoelen tot kamertemperatuur (het mengsel moet nog vloeibaar zijn). Verdeel het over de potjes en zet die in de koelkast (min. 2 uur). 

**Afwerking**
15. Garneer de potjes met bijv. fruit of munt.
Tip: neem het fruit gesneden mee in een bakje en verdeel het ter plaatse over de potjes.

 

## Recept 6: gevuld broodje 

 

## Ingrediënten (voor 8 pers.)

- 2 pinsa-afbakbroden
- 2 bakjes kip-kerriesalade
- sla naar keuze
- 200 g gebraden kipfilet
- 4 tomaten (in plakjes)
- halve komkommer (in plakjes)
- evt.: uitgebakken plakjes bacon/spek 
- naturelchips
- prikkers
- evt.: fruit 

## Bereiding

1. Bak de pinsa’s af en snijd ze horizontaal door.
2. Besmeer de onderste helft met kip-kerriesalade en leg hier een handvol sla op.
3. Verdeel de kipfilet over de broden.
4. Leg daarop de plakjes tomaat en daarna de komkommer.
5. Voeg eventueel uitgebakken spek toe.
6. Leg nog een handvol sla erbovenop.
7. Besmeer de binnenkant van de bovenste helft met kip-kerriesalade.
8. Druk de bovenkant op het belegde brood.
9. Snijd de pinsa eerst doormidden en daarna schuin door, zodat je 16 stukjes krijgt.
10. Zet de stukjes vast met prikkers en garneer ze eventueel met fruit of tomaatjes.
11. Leg wat stukjes chips over de broodjes.
Tip: in plaats van pinsa-afbakbroden kun je ook stokbrood, focaccia of sneetjes brood gebruiken. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/10-tips-6-recepten-zomerse-picknick-zonder-gedoe</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/10-tips-6-recepten-zomerse-picknick-zonder-gedoe</guid>
            <pubDate>Fri, 19 Jun 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo maak je een verticale kruidentuin]]></title>
            <description><![CDATA[## Dit heb je nodig

- 1 terracottapot, doorsnee ong. 26 cm
- evt. onderzetter voor de pot
- 2 terracottapotten, doorsnee ong. 13 cm
- 3 terracottapotten, doorsnee ong. 11,5 cm
- klein afdekpotje, doorsnee ong. 8 cm
- grind of andere steentjes
- bamboeplantenstok (doorsnee ong. 10 mm, 120 cm lang) die door de gaten van de potjes past
- potgrond
- kruidenplantjes 
- evt. restje verf, kwast, onderzetter, plantenlabels

## Stap 1

 

Optioneel: Breng met een droge kwast en een restje muurverf lichte, onregelmatige vegen aan op de potten.

## Stap 2

 

Vul de grootste terracottapot voor ongeveer een kwart met grind. Steek de bamboestok ertussen en zet deze in het midden, zodat hij stevig staat.

## Stap 3

 

Vul de pot verder met potgrond en beplant ongeveer de helft van de pot met kruidenplantjes.

## Stap 4

 

Schuif de tweede bloempot (doorsnee 13 cm) schuin op de stok, zodat deze deels boven de onderste pot hangt. Vul met potgrond en plant ook hierin kruiden.

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-maak-je-een-verticale-kruidentuin</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-maak-je-een-verticale-kruidentuin</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 09:08:48 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Gezondheid naar de maan?]]></title>
            <description><![CDATA[Met de nieuwe vluchten naar de maan is het actueler dan ooit: wat doet wonen op de maan met het menselijk lichaam? Niet veel goeds. De zwaartekracht op de maan, die een zesde van de aardse aantrekkingskracht is, kan de aanvoer van bloed, zuurstof en glucose naar de hersenen verstoren, waardoor de kans op zenuwaandoeningen en problemen met de bloedsomloop toeneemt. Maanastronauten staan chronisch bloot aan kosmische straling die DNA kan beschadigen, de immuunfunctie en de werking van de hersenen en het hart- en vaatsysteem kan verstoren. Ze hebben te maken met extreme temperatuurschommelingen, giftig maanstof, afzondering en een verstoorde dag-nachtcyclus. Een kleine verstoring heeft soms grote gevolgen voor het hele lichaam. Wat is de oplossing? „Lichaamsbeweging”, zegt Damian Bailey , hoogleraar fysiologie en biochemie aan de Universiteit van Zuid-Wales. „Op het internationale ruimtestation besteden astronauten ongeveer twee uur per dag aan lichaamsbeweging om hun spiermassa, botdichtheid en hart- en vaatfunctie te beschermen.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/gezondheid-naar-de-maan</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/gezondheid-naar-de-maan</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 09:00:28 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Hendrik Brons uit Rotterdam: Ga dichterbij op vakantie”]]></title>
            <description><![CDATA[- Wie: Hendrik Brons (27) uit Rotterdam, getrouwd, vader, fiscalist
- Reiziger: Maakt bewuste keuzes bij het reizen; vanuit rentmeesterschap

„Er zijn allerlei manieren om je ecologische voetafdruk te verkleinen. Zelf probeer ik op diverse gebieden matig te leven, maar helemaal stoppen met vlees eten lukt me niet. Wel vind ik het vanzelfsprekend dat je in ieder geval op je reisgedrag let. Je kunt vrij eenvoudig je CO₂-uitstoot verminderen als je keuzes maakt in hoe je reist en in welke bestemmingen je kiest.

 

Ik vlieg bewust niet. Als wij als gezin op vakantie gaan, kiezen we een bestemming die redelijk in de buurt is. In het verleden ben ik wel een keer met het vliegtuig naar de Verenigde Staten geweest. Ik was nog jong en dacht er eigenlijk niet over na hoe vervuilend dat was. Maar Amerika viel tegen. Ik had er grote verwachtingen van, maar ik zag ook daar de treurigheid van het bestaan langskomen. Gek genoeg ging ik juist daardoor nadenken over waarom ik eigenlijk de hele wereld zou overvliegen om vakantie te vieren. 

 

Het vliegtuig verruilde ik daarna voor de trein. Naar Marseille of Berlijn, dat zijn prima trajecten. Treinreizen is ook heel prettig, omdat je reis al begint op het moment dat je instapt. Je kunt meteen tot rust komen en ziet het landschap om je heen veranderen. Tegelijk moet ik eerlijk zijn: het kost wel wat. Treinreizen in Europa is duur en kost tijd. Toen ik anderhalf jaar geleden met een bedrijfsuitje naar Barcelona ging, moest ik een extra dag vrij nemen en een deel van de ticketprijs zelf betalen, omdat ik er met de trein heen wilde. Maar dat kunnen ook weer redenen zijn om dichterbij op vakantie te gaan. 

Met een jong gezinnetje is het moeilijker om aan zo’n levensstijl vast te houden, merk ik. Er zit een kloof tussen wat ik graag zou willen en wat inmiddels de praktijk is van ons leven. Dat komt ook wel doordat we nu een leaseauto hebben vanuit mijn werk. De kosten daarvan zijn al verrekend met mijn salaris en de extra kilometers zijn gratis. De financiële prikkel om de auto te pakken is dus heel groot. Zelfs al zou ik een dag lang parkeren aan de Amsterdamse grachten, dan nog is de auto goedkoper dan de trein, voor ons gezin. Naar het werk pak ik als het even kan wel de fiets of de trein. 

Het is belangrijk om te beseffen dat je keuzes er echt toe doen. Ik zie dat als een christenplicht. En daarmee ben je echt niet meteen een klimaatdrammer.” Grijnzend: „Ik houd er ook van om met de auto stevig door te rijden. Dat moet ik eerlijk bekennen, ik ben echt niet perfect. Het is ook niet in beton gegoten wat je precies wel en niet moet doen; als je maar blijft nadenken over je gedrag. 

 

Mensen kunnen zeggen dat ze meer van de wereld willen zien om Gods schepping te bewonderen. Maar ik begrijp niet waarom ze daarvoor zover moeten reizen. De natuur in Nederland is ook heel divers en Europa is een prachtig continent. Als je Nieuw-Zeeland met Schotland vergelijkt, is het verschil tussen beide niet groot in delen van het land. Waarom zou je zo ver reizen als je Gods schepping en Zijn aanwezigheid overal kunt ervaren? 

Soms krijg ik het gevoel dat mensen bepaalde bestemmingen kiezen puur om een verre reis te maken. Als ik een collega hoor vertellen dat hij naar Japan gaat, zijn de reacties veel enthousiaster dan wanneer iemand vertelt dat hij naar Duitsland gaat. Ver weg en onbekend is altijd interessanter. 

Misschien kunnen we ermee starten om daar wat minder lovend over te zijn. Natuurlijk is dat moeilijk, want door sociale media weten we hoe mooi het op verre bestemmingen kan zijn. Maar maak jezelf dan nieuwsgierig naar de natuur en cultuur in je eigen werelddeel.” 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ga-dichterbij-op-vakantie-vindt-hendrik-brons-uit-rotterdam</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ga-dichterbij-op-vakantie-vindt-hendrik-brons-uit-rotterdam</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 07:41:51 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Niet duur, wel gedurfd. Hoe Heidi haar huis inricht]]></title>
            <description><![CDATA[Wie bij de Kuipers over de drempel stapt, kan het niet ontgaan: hier wonen mensen die geen doorsneesmaak hebben. De grootste muur in de woonkamer heeft een in het oog springend blauw-wit behang. Overal zijn kleurige details te zien: op schilderijen, kussens, kaarsjes, mokken en vazen. Zelfs Heidi’s kleding en bril zijn opvallend fleurig.

Kleur heeft Heidi altijd al kunnen waarderen, vertelt ze. Als kind al. Toen ze op zichzelf ging wonen, was dat niet anders. „Mijn huis was toen wat eenzijdiger roze, dat wel. Met bloemetjes. Vrienden zeiden: „Je gaat nooit een man vinden met dat huis van jou.”” Lachend: „Maar mijn echtgenoot, Bert, kon erdoorheen kijken.”

Ondanks dat haar huis getuigt van een creatieve geest, houdt ze haar scheppingsdrang beperkt tot haar vrije tijd. „Ik ben jeugdhulpwerker op scholen. Als hobby ben ik jaren bezig geweest met fotografie, maar nu doe ik dat minder. Ik ben in plaats daarvan gaan naaien, dat vind ik ontzettend leuk.”

 

## Gele gordijnen

Sinds zes jaar wonen Bert en Heidi met hun drie dochters in hun huidige woning. Hun oude, zeker zo kleurrijke huis, verkochten ze. Dat was nog best een dingetje, vertelt Heidi. „De makelaar zei: „Ik vind het leuk, hoor, al die kleuren, maar er zijn mensen die er niets mee hebben. De meesten willen toch een strak en neutraal huis.” Toen het huis iets langer te koop stond dan gemiddeld, hebben we uiteindelijk het vintagebehang van de woonkamermuur gehaald en die wand beige geverfd. Ik vond het zo stom, maar alles voor het goede doel. Gelukkig duurde het toen niet lang voordat het huis verkocht was, want ik werd gewoon niet blij van dat beige.”

 

De nieuwe woning richtten Bert en Heidi samen in. „We begonnen in de woonkamer met rustig behang: crème met een gouden tintje. En gele gordijnen. Langzaam kwam er steeds meer kleur bij.”

Als het om de stijlkeuzes gaat, is Heidi vooral van de ideeën en Bert van de uitvoering. Wijzend naar een butlertray, een blikvanger in de keuken: „Die komt van de kringloop. Hij was eerst wit. Bert verfde hem en deed er een nieuw blad op. Nu doet hij dienst als koffiecorner.” 

 

Veel geld spenderen ze niet aan hun huis. „Ik ben ontzettend van het kringlopen. Meubelwinkels trekken me niet. Loop ik ergens tegenaan, dan neem ik het mee, en regelmatig breng ik ook weer iets terug. Zo wissel ik mijn spullen af.”

Het zijn echter zelden donkere tinten die hun weg naar haar huis vinden. Of ze moet een item kunnen verven. „Ik ben namelijk vooral van het groen en roze. Ook oker vind ik mooi, en blauw is daar dan weer een goede tegenhanger van.”

## Persoonlijke uitstraling

Qua stijlen haalt Heidi van alles door elkaar, vindt ze. Een grote, landelijke servieskast staat naast een wat kleiner Scandinavisch kastje op dunne pootjes. „Ik gebruik veel oude spullen, maar het geheel moet wel fris blijven.”

Met modehypes heeft ze weinig. „Als ik bij een ander bijvoorbeeld een minimalistisch interieur met veel beige zie, vind ik dat best mooi. Maar voor mezelf werkt het niet.”

Zo veel is duidelijk. In de vensterbank achter de eettafel liggen boeken. Op de planken in een nis naast de haard staan doosjes en stenen huisjes. Op een kastje pronkt een bonte verzameling kaarsen.

Toch wordt het huis niet rommelig door al die tierelantijntjes. „Dat komt ook doordat ik makkelijk spullen wegdoe. En ben ik kritischer dan vroeger in wat ik aanschaf. Iets moet speciaal zijn, anders neem ik het niet mee.”

 

Of ze weleens opmerkingen krijgt van mensen die over de drempel stappen? „De meesten kennen me en vinden mijn stijl helemaal bij me passen. „Wat gedurfd”, hoor ik soms. Bezoek vindt het vaak een gezellig huis, merk ik. Dat is ook wat ik wil: een warme plek creëren waar gasten zich welkom voelen. De kraamverzorgsters die hier vroeger waren, zeiden bijvoorbeeld: „Wat leuk, ik kwam daar en daar ineens iets bijzonders tegen.” Of: „Ik zag boven een mooie spreuk aan de muur hangen.” Dat vind ik leuk. Het is mooi als een huis een persoonlijke uitstraling heeft.”

 

Er zijn weinig dingen in het interieur waar Heidi écht aan hecht. „Dat zijn vooral spullen waaraan een verhaal zit, of die ik van familie heb gekregen. Oud servies van mijn oma, bijvoorbeeld. Boven staat een kast die van Berts opa en oma is geweest. Hij is meer dan honderd jaar oud. Ik vind het geweldig dat die een plek bij ons heeft gekregen.”

 

## Roze

Ondanks het feit dat Heidi een hekel aan meubelwinkels heeft, ontkwam ze er pas niet aan om daarheen te gaan. Zij en Bert waren op zoek naar een bank met specifieke afmetingen, die tweedehands nauwelijks te vinden was. Op de aankoop die ze deden is ze straks extra zuinig. Met een lach: „Ik zei tegen onze meiden: „Ik ga straks heel irritant doen over die bank. Je kunt daar echt niet meer met je blote voeten op zitten als je net in de tuin hebt gelopen.””

Even kwam ze in de verleiding om een roze exemplaar uit te zoeken. „Toen ik dat tegen onze meiden zei, antwoordden die geschrokken: „Nee, dat kunnen we papa echt niet aandoen.” Grinnikend: „Hij is heel makkelijk, maar roze of bloemig behang komt beneden niet op de muren.” 

 

Niet alleen Bert, maar ook hun dochters krijgt ze niet altijd meer aan boord. „De oudste zegt soms: „Mama, jij altijd met je kleur; ik ben meer van het beige.” Dus toen ze pas een nieuwe kast nodig had, heb ik niet gekeken naar zo’n oude, schattige, krakkemikkige, maar naar een neutraler exemplaar. Natuurlijk heb ik die wel voorzien van leuke roetjes en een zacht kleurtje.” Een tikje schuldbewust: „Ze kennen ook niet anders van me.”

Is het niet een flinke klus, om alles zo te stylen dat het ‘klopt’? „Voor mijn gevoel helemaal niet. Ik ben sfeergevoelig en houd van afwisseling, maar als iets op een goede plek staat, kan het er tijden blijven. Het nieuwe blauw-witte behang beneden zit er bijvoorbeeld echt wel even op. En zou dat niet zo zijn, dan trapt Bert wel op de rem.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/niet-duur-wel-gedurfd-hoe-heidi-haar-huis-inricht</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/niet-duur-wel-gedurfd-hoe-heidi-haar-huis-inricht</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 07:30:03 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Rieke Schreuder verloor plotseling haar man ]]></title>
            <description><![CDATA[De twee jongste kinderen (16 en 14) zijn naar school. De oudste, pabostudent Joas (20), heeft vakantie.

Het leven lijkt weer zijn gewone gang te gaan voor het gezin. Al wordt het nooit meer zoals het was.

In januari 2024 woonden de Schreuders een maand in hun nieuwe woning, midden in Zelhem, toen het ondenkbare gebeurde. Rieke (45): „Cees en ik waren net 21 jaar getrouwd. Cees had al lange tijd een eigen bedrijf in boomverzorging. Daarvoor heeft hij vaak op hoogte moeten werken. Maar hij zei altijd: „Als je veilig werkt, is er niet meer gevaar dan bij een ander vak.” Hij kon heel goed risico’s inschatten. Dat maakt het ook zo bizar dat hij juist tijdens zijn werk is omgekomen.

Cees stond de laatste jaren niet zo vaak meer in een hoogwerker te zagen, want hij was altijd bezig met de aansturing van het bedrijf.  Maar zo af en toe ging hij nog „een dagje buiten spelen”, zoals hij dat noemde. De klus waar hij die dag mee bezig was, was een grote. Daarom hielp hij mee. Hij moest populieren zagen. Dat is onbetrouwbaar hout, daar staan deze bomen om bekend.

Die middag is Cees, tijdens zijn werkzaamheden, door een afscheurende tak uit de hoogwerker gevallen en overleden.”

 

## Politie

„Ik was net thuis van mijn werk als intern begeleider op een basisschool in Doetichem en was in de achtertuin aanmaakhoutjes voor de kachel aan het kloven. Ineens hoorde ik iemand roepen. „Hallo?” Ik liep naar voren, met het bijltje nog in mijn hand. Het was een politieagent. Ik lachte naar hem: „Sorry dat ik u niet hoorde, ik was hout aan het kloven.” Maar hij lachte niet terug. Ik dacht: dit is niet goed. Op hetzelfde moment werd mijn hoofd helemaal blanco. 

Er kwam nog een tweede agent aangelopen. „Mogen we binnenkomen?” vroegen ze. „Ja, natuurlijk”, antwoordde ik. Eenmaal in huis wonden ze er geen doekjes om. „Er is een ernstig ongeluk gebeurd binnen het bedrijf van uw man en hij is daarbij omgekomen.”

Ik denk dat ik wel tien of twintig keer heb gezegd: „Ik kan het niet geloven.” Daarna vroeg ik of ik mijn ouders en schoonouders mocht bellen. Mijn schoonvader moest ik door de telefoon vertellen dat zijn zoon is overleden. Hoe je dat doet? Dat doe je gewoon. Ook al realiseerde ik me nog steeds niet volledig wat er gebeurd was.

De agenten zeiden: „We weten dat jullie een zoon in Gouda hebben, en twee thuiswonende kinderen. Wat ga je tegen hen zeggen?” Ik moest me daarop voorbereiden.

Marte, de middelste, kwam als eerste thuis. Ik ben haar buiten tegemoet gegaan, omdat ik niet wilde dat ze meteen met de aanwezigheid van de politie werd geconfronteerd. Ik zei: „Papa is gestorven bij een ongeluk.” Ook voor haar was dit niet te begrijpen. Jelte, de jongste, zei toen hij het hoorde: „Is dit een droom?”

Mijn ouders en schoonouders, die inmiddels waren gearriveerd, drongen erop aan dat ik de begrafenisondernemer belde. Dat was ook zo onwerkelijk: dat ik die moest bellen, terwijl ik Cees nog niet eens had gezien. In verband met het onderzoek van de arbeidsinspectie kon ik pas om kwart voor tien ’s avonds bij hem komen, terwijl het ongeluk al om drie uur was gebeurd.”

 

## Gedragen

„De dagen erna voelde ik me doorlopend een soort verdoofd. Ik denk dat die verdoving de bescherming is die de Heere in een rouwproces geeft.

In de eerste week merkte ik aan alles dat de Heere dichtbij was. Mijn schoonvader las op een avond aan tafel Psalm 93: De Heere regeert. Er kunnen golven over je heen gaan, maar Hij staat erboven. Dat kon ik beamen. Wat er ook gebeurt, de Heere is erbij. 

Een voorbeeld: We woonden hier nog maar net. De verbouwing was klaar. Wat als Cees het ongeluk had gekregen terwijl we nog midden in die verbouwing zaten? Of als we kort na zijn overlijden hadden moeten verhuizen? Nog een voorbeeld: Cees had net een contract afgesloten waar grote financiële verplichtingen bij kwamen kijken. In de week na zijn overlijden belde de notaris. „Sorry mevrouw, ik wil u nu liever niet lastigvallen, maar u kunt nog een paar dagen van dit contract af.” 

Tegelijkertijd vond ik mijn rust en vertrouwen soms verwarrend. Hoe kon ik zo kalm zijn? Iemand zei tegen me: „Rouw is als de golven. Ze kunnen je overspoelen, maar je kunt ook op een rustig punt tussen de golven in zitten.”

 

Soms was ik heel verdrietig, bijvoorbeeld als we geconfronteerd werden met de kleine dingen waarin Cees altijd zo aanwezig was. Maar ik vind het niet erg om verdrietig te zijn. Dat is de omgekeerde kant van liefde: rouwen om degene die je verloor.”

## Meeleven

„Na Cees’ overlijden waren we heel druk met alles regelen en met bezoek. Het bericht van het ongeluk verspreidde zich als een lopend vuurtje. Mensen appten en belden. 

Van alle kanten kreeg ik hulp aangeboden. Dat was een erfenis van Cees; hij hielp anderen altijd graag en was enthousiast, gedreven en zorgzaam. Zo kwamen er verschillende vrienden en kennissen van hem langs die zeiden: „Als mijn vrouw plotseling was overleden, had Cees mij zeker geholpen. Nu doen we hetzelfde voor jou.”

Langzaam maar zeker groeiden we in die week toe naar de begrafenis. We merkten: Hij is er niet meer, het is alleen nog zijn lichaam. Dan is het ook goed dat hij begraven wordt.

Op de begrafenis van Cees zei dominee Visser, onze consulent: „Hij houdt de weduwen staande.” Ik heb daar later nog vaak aan teruggedacht. Mijn schoonvader zei bij het graf: „Jezus weende over Lazarus, Jezus huilt met je mee.” Ook die uitspraak is me bijgebleven. Op een kaart die we kregen, stond een tekst uit Mattheüs: „Ik ben met U, alle dagen.” Daaronder was toegevoegd: „Dus ook vandaag.” Dat kwam bij me binnen. Ik dacht: dat is zo – als het moeilijk is, mag ik erop vertrouwen dat de Heere nabij is. 

De begrafenis werd massaal bijgewoond. Cees was relatief jong toen hij overleed: 44. Hij zat in de kerkenraad en had allerlei contacten. We wisten dus van tevoren dat er veel mensen zouden komen. Gelukkig kreeg ik genoeg hulp van de begrafenisondernemer. 

Over veel praktische zaken rondom zijn overlijden hoefde ik me niet druk te maken Zo kreeg ik meteen na het overlijden ANW en ging de studiefinanciering van Joas omhoog. Zulke dingen gaan in Nederland automatisch. 

De afwikkeling van de zaken rondom het bedrijf van Cees werd grotendeels intern geregeld. Alien, onze administratief medewerker, zei meteen: „Daar hoef jij je niet druk om te maken.” Cees’ rechterhand, André, was voldoende bekend met het bedrijf om de zaak te kunnen leiden.”

## Kinderen

„Ik merkte dat de kinderen totaal verschillend op het verlies van hun vader reageerden. De een huilde veel; de ander liet minder emoties zien. Ze waren vaak thuis, maar gingen soms ook even naar een vriend of vriendin. Er was genoeg aandacht voor hen, wat goed was. Als er ’s avonds mensen in huis waren, deed iemand van de familie bijvoorbeeld even een spelletje met de kinderen in de keuken.

Ze rouwden ook in de weken die volgden op hun eigen manier. In het begin pushte ik ze nog weleens om het over papa te hebben. Of ik vroeg te vaak door: „Hoe voel je je? Mis je papa? Ben je verdrietig?” Maar kinderen zijn veerkrachtig. Ze willen het liefst zo snel mogelijk terug naar hun gewone leven, zonder al die aandacht, zonder al die gedwongen gesprekken over hun vader. 

 

Soms vonden ze het lastig dat er in de kerk vaak voor ons gebeden werd. De kinderen wilden die uitzonderingspositie niet; ze voelden zich niet zielig en wilden ook niet op zulke onverwachte momenten herinnerd worden aan het overlijden van hun vader. Zelf heb ik dat minder. Ik ben mijn maatje kwijt en vind het best fijn als mensen daarnaar vragen of er aandacht voor hebben.”

## Vragen

„Boos op God ben ik niet vaak geweest. Er zijn wel momenten geweest waarop ik worstelde met het overlijden van Cees, waarop ik heb uitgeroepen naar de Heere: „Denkt U dat ik dit aankan? Waarom denkt U dat?” En telkens weer kwam ik met dezelfde klacht: „Heere, ik ben verdrietig, ik weet niet meer hoe het moet.” Maar ik denk niet dat Hij daarvan schrikt.

 

Je hoort vaak mensen zeggen:„Vraag niet waarom, maar waartoe.” Maar in de Bijbel staan zo veel waaromvragen. In Psalm 55, bijvoorbeeld, lees je: ’s morgens, ’s middags en ’s avonds „zal ik klagen en getier maken en Hij zal mijn stem horen.” Als ik dan wéér met mijn vragen bij de Heere kom, vind ik die tekst zo vertroostend. 

 

Al vrij snel na het overlijden van Cees was het Bijbelboek Job in mijn stille tijd aan de beurt. Een bekende tekst is Jobs uitspraak: „De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen …” Wat we vaak vergeten, is dat er daarna nog heel veel klachten over Jobs lippen komen. Dat mag dus. De Heilige Geest heeft het nodig gevonden dat die in de Bijbel terechtkwamen. 

Ik ervaar het als de goedheid van de Heere dat ik verdrietig mag zijn. Niet dat je de hele tijd met gebalde vuisten hoeft te staan, maar je mag wel de minder mooie dingen bij Hem neerleggen. We hebben namelijk nogal eens de neiging om onze vragen en klachten in te slikken, maar daar kun je letterlijk ziek van worden. Mijn klachten mogen er zijn, zoals die van Job er mochten zijn. 

In Hebreeën 12 staat dat Hij kastijdt degenen die Hij liefheeft. Ik weet niet waarom Hij dat doet, en of je van dat kastijden iets speciaals moet leren. Maar ik weet wel dat het geen teken is dat de Heere zich van me afkeert. Ik worstel soms met Hem, maar niet tegen Hem. Hij draagt me, mét mijn lege plek in mijn hart.” 

## Gemis

Hoe het nu met me gaat? Ik ben iemand die vrolijk oogt. Maar ook iemand die van het negatieve kan uitgaan. Dat vind ik weleens moeilijk. Zo deden Cees en ik de opvoeding altijd samen. Hij was daar wat nuchterder in dan ik. Ik blijf weleens hangen in angsten: dit kan misgaan, dat kan misgaan. Nu zeg ik hardop tegen de Heere: „Ik wentel mijn zorgen op U, ik vertrouw op U, U zult het maken.” Dat maakt me niet altijd rustig vanbinnen, maar het troost me wel. 

Ik geloof niet dat het een foutje was, wat Cees is overkomen. God weet wat hij doet. Dus ik heb ook het vertrouwen dat Hij zal geven wat nodig is. De ene keer ervaar ik dat meer dan de andere keer, maar het blijft waar voor mij. 

Tegelijkertijd mis ik Cees. Hij was mijn maatje, degene met wie ik alles deelde; ook de kleine frustraties van het leven. Als ik nu iets wil delen, moet ik dat veel bewuster doen. Wie ga ik daarvoor bellen? Stel dat er iets kleins is gebeurd en ik bel mijn moeder of een vriendin, dan wordt het meteen zo groot. Dat is wat ik het meest mis: iemand die heel dicht bij je staat, die jouw gelijke is, die je in het voorbijgaan even snel iets kunt vertellen. Het kleine, het simpele, met daarbij de vanzelfsprekendheid dat het tussen jullie tweeën blijft. 

 

Wat ik me ook niet had gerealiseerd, is dat ik mezelf na het overlijden van Cees weer opnieuw moet uitvinden. Je raakt in al die jaren huwelijk met elkaar vergroeid; Cees kende me door en door en hield van me. Nu hij is weggevallen, voel ik me soms kwetsbaar. Alsof er een soort bodem onder mijn bestaan weg is.

Ook ben ik verdrietig om het gemis van Cees als vader. Hij had onze kinderen nog zo veel kunnen bijbrengen. Ik vond hem zo’n leuke man. Voor Marte heb ik een poster gemaakt en voor de jongens een fotoboekje met daarbij de dingen waarin ze op Cees lijken. Dat is mooi om te hebben voor later, zodat ze weten: hierin ben ik typisch papa.”

## Toekomst

„In het begin zocht ik naar betekenis in het overlijden van Cees. Dat er naar aanleiding daarvan veel mensen tot bekering zouden komen, bijvoorbeeld. Als ik nu hoor dat Cees’ sterven iets uitgewerkt heeft, vind ik dat echt wel mooi, maar soms gaat er dan door me heen: maar moest hij daarom overlijden? Of als mensen zeggen: „Hij mag nu voor eeuwig bij de Heere zijn”, dan denk ik: ja, maar ik wil hem ook hier. Ik bedoel: pleisters helpen niet als je verdrietig bent.

 

Ergens in mijn achterhoofd zat altijd het ideaal dat ik samen met Cees oud zou worden; dat we samen gezellig rimpelig zouden zijn. Het raakt me altijd als ik hoor dat mensen 25 jaar of langer getrouwd zijn. Of als ik een ouder stel lief tegen elkaar zie doen. Niet dat ik dan meteen heel verdrietig ben, maar ik zal dat nooit met Cees meemaken.

Gelukkig ben ik niet zo van het vooruitdenken; ik leef bij de dag. En dat is maar goed ook. Het leven, en ook rouwen, gaat stap voor stap.

Ik vind het mooi als anderen herinneringen aan Cees delen. Zo kreeg ik een tijdje geleden een kaart van een collega van hem, die zei dat Cees een voorbeeld voor hem was als het ging om zijn leven met de Heere. Ik vond het bijzonder dat hij de moeite nam om dit te laten weten. 

Eerlijk gezegd verbaas ik me er sowieso over hoe trouw mensen zijn in hun meeleven. Pas deelde een oudere dame een herinnering aan Cees. Toen hij een keer bij haar en haar man op huisbezoek was, hadden ze hem verteld dat ze graag puzzelden. De volgende dag bracht hij hun een puzzel van de brede en de smalle weg. Dat was echt Cees. 

Tegelijkertijd is het ook goed dat het leven langzaam normaliseert. Ik wil soms weer even gewoon zijn, niet altijd over het gemis hoeven praten. Aan tafel, met de kinderen, gaat het vaak spontaan even over Cees. Met een lach en een traan. Zo herinneren we ons hem het liefst.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/rieke-schreuder-verloor-plotseling-haar-man</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/rieke-schreuder-verloor-plotseling-haar-man</guid>
            <pubDate>Wed, 17 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
    </channel>
</rss>