<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0">
    <channel>
        <title><![CDATA[terdege.nl]]></title>
        <description><![CDATA[De website www.terdege.nl is een digitale productie van het Terdege Magazine, een landelijk christelijk dagblad van bevindelijk gereformeerde signatuur. Het Terdege Magazine is onderdeel van de Erdee Media Groep.]]></description>
        <link>https://www.terdege.nl</link>
        <generator>RSS for Node</generator>
        <lastBuildDate>Mon, 20 Jul 2026 12:02:42 GMT</lastBuildDate>
        <atom:link href="https://www.terdege.nl/rss-feed" rel="self" type="application/rss+xml"/>
        <item>
            <title><![CDATA[Bliksemschichten uit een boom]]></title>
            <description><![CDATA[Onweerswolken ontwikkelen zich tot een gigantische batterij, met grote ladingsverschillen tussen de top en de onderkant. Als het ladingsverschil tussen de wolk en de aarde groot genoeg is, ontstaat bliksem. Maar niet altijd. Soms zorgt een ladingsverschil tussen de wolk en een boom voor een minder spectaculaire uitbarsting. Dat bouwt zich in de toppen van de bladeren van de boom een elektrische lading op, die vervolgens een vage corona van ultraviolet licht uitzendt. „In het laboratorium, als je alle lichten uitdoet, de deur sluit en de ramen blokkeert, kun je het schijnsel net zien. Het lijkt op een blauwe gloed”, zegt McFarland. De lichtflitsen duren tussen 0,1 en 3 seconden. Als mensen UV-licht kunnen zien, zou een boom tijdens een onweersbui „een behoorlijk gave lichtshow geven, alsof duizenden flitsende vuurvliegjes op de boomtoppen neerdalen”.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/bliksemschichten-uit-een-boom</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/bliksemschichten-uit-een-boom</guid>
            <pubDate>Mon, 20 Jul 2026 07:51:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Gunnende liefde voorkomt jaloezie ]]></title>
            <description><![CDATA[U kent jaloerse mensen. Misschien bent u het zelf. Een kereltje is jaloers als zijn vriendje een mooie voetbal heeft. „Die wil ik ook hebben, mama!” Een ander kind gaat zich vreemd gedragen als het een zusje gekregen heeft. „Hij is jaloers. Hij krijgt niet meer alle aandacht!” Het pubermeisje voelt zich alleen, omdat andere meiden vriendinnen hebben. Ze kijkt daar met jaloerse ogen naar. Ze begint te roddelen over het meest populaire meisje van de klas. 

Een moeder keurt de aanstaande schoondochter af en maakt het haar zoon moeilijk. Ze kan het niet hebben dat ze niet meer de eerste is in het leven van haar zoon. Schoonzussen zijn jaloers op elkaar zijn omdat de één meer gewaardeerd wordt in de schoonfamilie dan de ander. Een man vermijdt het contact met zijn broer, omdat diens eigen bedrijf beter loopt dan het bedrijf van hemzelf. 

Grootouders zijn jaloers omdat hun kleinkinderen vaker bij de andere opa en oma komen. Een predikant spreekt vernederend over een collega die vollere kerken trekt dan hij. Dit gaat door tot in het zorgcentrum waar de ene bewoner jaloers is op de andere omdat die meer bezoek ontvangt.

## Ontwrichtend

Afgunst is een aanscherping van jaloezie. Bij jaloezie wil een jongetje óók de voetbal hebben die zijn vriendje heeft. Hij gaat daar thuis om zeuren. Jaloezie is een krachtig gevoel. Bij afgunst wordt dat erger. Hij is dan ook nog nijdig op het vriendje dat die zo’n  mooie bal heeft. Hij gunt de ander niet wat voor hemzelf onbereikbaar is. In een kwade bui kan hij dan de bal van zijn vriendje kapot maken. „Zo, dan heeft hij tenminste ook niet, wat ik niet heb!”

Kijk nu eens goed om u heen. U ziet dan dat jaloezie en afgunst  spelen bij veel familieruzies, in huwelijken, op de werkvloer. Zelfs oorlogen en burgeroorlogen worden erdoor gevoed. Het begon al bij Kaïn en Abel. De zonde van jaloezie en afgunst ontwikkelt zich in veel relaties, met ontwrichtende gevolgen.

## Kaïn

Een voorbeeld. In de instelling waar u werkt, heerst enige rivaliteit tussen twee collega’s, een man en een vrouw. Allebei bemoeien zich graag met het uitzetten van beleid. Op een gegeven moment is er een nieuwe directeur nodig. Beiden solliciteren. De vrouw wordt benoemd. 

De man kan dat niet verwerken. Hij heeft allerlei argumenten waarom deze vrouw de baan niet had mogen krijgen. Zij is later bij de instelling komen werken dan hij, ze is vijftien jaar jonger. Ze heeft een man met een fantastische baan, dus het hogere inkomen heeft ze niet nodig. Voor hem was het, gezien zijn leeftijd, de laatste kans om deze carrièrestap te maken. Hij heeft altijd goede functioneringsgesprekken gehad. Hij had graag een hoger salaris gekregen vanwege zijn niet afgeloste hypotheek en hij is kostwinner. 

Het zit hem allemaal zo dwars. Hij ziet groen van jaloezie en besluit om voortaan geen stap harder meer te zetten dan nodig is voor de organisatie. „Ze kunnen de boom in!” In de wandelgangen spreekt hij negatief over de nieuwe directeur. Over het bestuur spuwt hij zijn gal. „Die lui weten niet wat de organisatie nodig heeft.” De zonde van Kaïn woekert zo voort in een schoolteam of team van een zorginstelling of bedrijf!

## Prikkel

Jaloezie is een lastige emotie. Afgunst maakt dat nog erger. Is jaloezie alleen maar fout? Nee, jaloezie kan ook een prikkel zijn om je ergens voor in te zetten. Een jongeman kijkt jaloers naar zijn vrienden die in het hbo of op de universiteit hebben gestudeerd. Hij heeft mbo gedaan. Hij besluit daarom om ook een hbo-studie te gaan volgen. Zijn jaloezie maakt van hem een ijverige student. 

Het goede is: onder jaloezie zitten verlangens. Als iemand zich daarvan bewust is, kan hij ermee aan de slag gaan. Dat jochie dat die bal wil hebben, kan ook met klusjes geld gaan verdienen om de bal zelf te kunnen kopen. Grootouders kunnen hun best doen om het bij hen net zo leuk te maken voor de kleinkinderen als bij de andere grootouders waar ze al graag komen. 

Succes is echter niet gegarandeerd en mislukken kan de jaloezie verder aanwakkeren. Als de HBO-studie nou niet lukt? Wat doet dat met het zelfbeeld van de jaloerse student? Wordt hij dan niet afgunstig op zijn vrienden die waarschijnlijk ook nog eens beter betaalde banen hebben, waardoor de vriendschap onder druk komt te staan?

 

## Vergelijken

Wat is de oorzaak van jaloezie? Vergelijken. Kaïn vergelijkt zich met Abel en voelt dat hij zelf slechter af is. Alle mensen vergelijken zich met anderen. In onze tijd door de sociale media nog meer dan vroeger. Mensen vergelijken hun leven zelfs met onbekende, populaire anderen. 

Er komt een persoonlijk aspect bij. Dat is het karakter van iemand.  Bij de ene mens leidt vergelijken tot jaloezie en bij de andere niet. Hoe zelfbewuster een persoon is, hoe positiever zijn zelfbeeld, des te minder last heeft hij van jaloezie. 

Dan hebben we direct een mogelijk punt om aan te werken: zorg voor versterking van je zelfbeeld als je niet verteerd wilt worden door jaloezie. Daar is geloof voor nodig en mogelijk ook therapie. 

Een ander persoonlijk aspect is dit: mensen kunnen verschrikkelijke dingen meemaken waardoor het bijna onmogelijk is om niet jaloers te worden. Mag een kind dat jong beide ouders verloren heeft jaloers zijn op leeftijdgenoten die wel eigen ouders hebben? Als stille jaloezie kan dat levenslang meegaan.

Wat is het tegenovergestelde van jaloezie en afgunst? Gunnende liefde. Blij zijn met de voorspoed van de ander of de eer die een ander ten deel valt. Dat houdt relaties goed. In het groot en in het klein. Huwelijksproblemen en oorlogen worden ermee voorkomen. Kun je een gunnend leven leren? Jazeker, maar dat vergt wel een weg van bekering en navolging achter Christus, de tweede Abel.

_Nico van der Voet (1958) studeerde theologie en werkte vóór zijn pensionering onder meer als studentenpastor. Hij is vader en opa en woont met zijn vrouw in Veenendaal._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/gunnende-liefde-voorkomt-jaloezie</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/gunnende-liefde-voorkomt-jaloezie</guid>
            <pubDate>Sat, 18 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Naai zelf deze prachtige shopper]]></title>
            <description><![CDATA[## Dit heb je nodig (I)

- 120 cm buitenstof: Steppedstof, canvas, denim, linnenlook, half-panama, corduroy, kunstleer of jacquard (of als je zelf wilt watteren: poplin)
- 120 cm binnenstof
- 120 cm vlieseline H640 (als je de buitenstof zelf wilt watteren)
- 60 cm stof om zelf biaisband te maken (of gebruik 6 m bestaand biaisband)
- rits Zipperzoo 1 m
- ritsschuiver Zipperzoo
- garen

## Dit heb je nodig (II)

Deze patronen en werkbeschrijvingen zijn te downloaden op **terdege.nl/patronen**. Ze zijn beschikbaar tot 28 juli 2026 en alleen voor Terdege-abonnees:

- naaipatroon ”shopper yara”
- werkwijze ”zelf biaisband maken”
- werkwijze ”biaisband aan tas zetten”

## Patroon printen

Print het patroon op A4-formaat en meet het testvierkant op de eerste pagina. Plak de patroonbladen aan elkaar zoals hier voorgesteld en knip de patroondelen uit.

## Stof watteren

 

**Stap 1.** Strijk plakbaar volumevlies op de achterkant van de stof. Het volumevlies is 90 cm breed en de stof is 110 of 130 cm breed. Je kunt dus niet de hele stof voorzien van vlies, maar dat is niet erg. Laat aan één kant de resterende cm over. Wil je de stof niet watteren, sla dan deze stap over en ga verder bij stap 3.

**Stap 2.** Stik de stof door in banen van 2,5 cm breed. Je kunt de lijnen uittekenen op de stof met kleermakerskrijt. Of gebruik de kantliniaal bij boventransportvoet #50 van Bernina.

## Patroon op stof leggen

 

**Stap 3.** Knip de patroondelen uit en leg ze op de stof. Op de patroondelen staat of je de delen met of zonder naadwaarde moet knippen.

Let op: Het voor- en achterpand en de hengsels moeten aan de stofvouw gelegd worden. Wanneer je deze patroondelen uit de stof knipt, leg je de stof dubbel van onder naar boven, niet van zelfkant naar zelfkant.

Bij het bovendeel kun je de stof wel van zelfkant naar zelfkant vouwen.

Knip de patroondelen ook uit de voeringstof.

## Biaisband maken

Zelf biaisband maken is een secuur werkje, maar de moeite waard. Zie de werkbeschrijving op terdege.nl/shopper.

Je kunt ook bestaand biaisband gebruiken. Ga dan verder bij ”Hengsels naaien”.

 

## Hengsels naaien

 

**Stap 4.** Leg de korte kant van de hengseldelen met de goede kanten op elkaar en stik vast. 

 

**Stap 5.** Stik het uiteinde van het laatste hengseldeel aan het begin van het eerste hengseldeel, zodat alle delen helemaal aan elkaar zitten. Let op dat er geen draai in het hengsel zit wanneer je hem dichtstikt. Strijk de naden plat.

 

**Stap 6.** Doe hetzelfde met de voeringstof.

 

**Stap 7.** Speld het voeringdeel van het hengsel op de buitenstof met de verkeerde kanten op elkaar. Zorg dat de naden van de voering en de buitenstof gelijk zitten. 

Stik beide zijkanten op elkaar met een zigzagsteek.

## Biaisband aan hengsel zetten

 

**Stap 8.** Zet de biaisband aan het hengsel. Stik de biaisband niet helemaal vanaf het begin vast, maar laat 2 cm loshangen voor je begint met stikken. 

Stikken kan met een bandapparaat of handmatig: zie de werkbeschrijving op terdege.nl/shopper.

Voor de afwerking aan het einde kun je evt. ook de volgende stappen volgen.

 

**Stap 9.** Stop een paar centimeter voordat je helemaal rond bent en knip de biaisband af, zodat hij ongeveer 4 cm overlap heeft met het begin. 

Vouw het uiteinde van de biaisband 2 cm terug. 

 

**Stap 10.** Zet de biaisband vast met spelden en stik dit gedeelte met de naaimachine vast. 

Let op: als je de biaisband een beetje zuinig afknipt, heb je precies genoeg om het hengsel en de zak aan de binnenzijde af te werken.     

## Hengsel aan tas zetten

 

**Stap 11.** Speld het hengsel op de tas op de plek van de merktekens. Zorg dat het hengsel aan beide kanten precies even ver uitsteekt. 

Stik het hengsel vast op de tas over het stiksel waarmee je de biaisband vastgestikt hebt. Let op: stik tot 4 cm onder de bovenzijde van de tas en niet verder.

 

**Stap 12.** Geef een stiksel van links naar rechts op 4 cm van de bovenzijde van de tas. Voor de stevigheid kun je meerdere keren over het stiksel heen gaan. 

## Tas in elkaar zetten

 

**Stap 13.** Vouw de tas met de goede kanten op elkaar. Speld en stik de zijnaden. Let op dat de merktekens van de bodem op elkaar liggen. 

## Bodem maken

 

**Stap 14.** Vouw een hoek in de bodem en zet, met een verdwijnpen of kleermakerskrijt, een lijn van 10 cm ter hoogte van de merktekens. Stik over de lijn.

 

**Stap 15.** Knip de hoek weg.

 

**Stap 16.** Herhaal deze stappen voor de andere zijde. Je hebt nu een bodem in de tas.

## Rits in bovendeel zetten

 

**Stap 17.** Bevestig de schuiver aan de rits. Bekijk hiervoor evt. een filmpje op Instagram: @aliedruijff. 

Zet het ritsvoetje op de naaimachine. 

Leg de voeringstof met de goede kant naar boven voor je neer. Leg de rits, met de goede kant naar boven, erbovenop. Leg de buitenstof, met de goede kant naar beneden, op de rits. Speld en stik deze aan elkaar vast op 0,7 mm van de kant.

 

**Stap 18.** Doe hetzelfde met de andere ritszijde. 

## Bovendeel in tas zetten

 

**Stap 19.** Keer de tas binnenstebuiten en speld het bovendeel rondom aan de tas met de goede kanten op elkaar. Speld ook het voeringdeel mee. Speld de rits precies op de zijnaad van de tas. 

De vier hoeken van het bovendeel komen precies 1 cm over de markeringsdelen heen. Het stiksel komt straks precies op de plek van de markeringstekens in de tas.

Let op: laat de rits een stukje open, zodat je de tas straks nog kunt keren.

 

**Stap 20.** Past het bovendeel goed in de tas? Stik dan de korte zijde. Haal een paar spelden op de lange zijde los om goed bij de korte zijde te kunnen voor je begint te stikken.

Speld van markeringsteken tot het volgende markeringsteken. Begin dus op 1 cm van de kant en stik tot 1 cm voor het einde van de korte zijde.

 

**Stap 21**. Geef een knipje in de hoek tot het stiksel.

**Stap 22.** Speld en stik de lange zijde. Start in de punt waar je gestopt bent en stop 1 cm voor het einde. Geef weer een knipje in de hoek. Stik zo door tot je rond bent.

Knip de rits af op 1 cm van de naad.

## Binnenzak naaien

 

**Stap 23 A:** Leg de voering van de zak en de buitenstof van de zak met de goede kanten op elkaar en stik 1 korte zijde vast.

 

**Stap 23 B:** Strijk de naad plat en vouw de stof naar de goede kant. Stik de stof door op 1 cm vanaf de naad.

 

**Stap 24:** Stik beide stoffen aan elkaar met een zigzagsteek. 

 

**Stap 25:** Leg de biaisband met de goede kant op de voeringstof en stik rondom vast. Laat het begin 1 cm boven de zak uitsteken. 

Geef een knipje als je bij de hoek van de zak bent en stik verder tot het einde.

Laat de biasband aan het einde weer 1 cm boven de zak uitsteken en knip de resterende biaisband af.

 

**Stap 26.** Vouw het uiteinde van de biasband over de zak en zet vast met een speld. Doe dit bij beide uiteindes.  Vouw de biasband om naar de goede kant van de stof en stik vast.

 

**Stap 27.** Speld de zak op de goede kant van de voeringstof in het midden, ongeveer 9 cm vanaf de bovenzijde, en stik vast over het stiksel waarmee je de biaisband hebt vastgestikt.

## Voering naaien

 

**Stap 28.** Vouw het voor- en achterpand van de voering met de goede kanten op elkaar en stik de zijnaden. Let op: laat een opening in 1 zijnaad om straks de tas te kunnen keren.

 

**Stap 29.** Vouw een driehoek in de bodem en zet, met een verdwijnpen of kleermakerskrijt, ter hoogte van de merktekens een lijn van 10 cm. Stik over de lijn. Knip dan de hoek weg.

Herhaal deze stappen voor de andere zijde. Je hebt nu een bodem in de voeringtas.

## Voering in de tas zetten

 

**Stap 30.** Keer de voeringstof en de buitenstof binnenstebuiten. Speld de voering aan de naad van de buitenstof en het bovendeel. 

Stik de voering op dezelfde manier aan de stof als je het bovendeel aan de buitenstof stikte. 

Begin met de korte zijde, waarbij de naad precies op de rits komt. Stik over het bestaande stiksel heen.

Aan het einde van de korte zijde geef je een knipje in de hoek van het stiksel. Stik zo verder tot je weer rond bent.        

 

**Stap 31.** Keer de tas door de keeropening in de voering. Druk de hoekjes mooi uit. Stik de keeropening dicht met de hand of met een stiksel vlak langs de rand.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/naai-zelf-deze-prachtige-shopper</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/naai-zelf-deze-prachtige-shopper</guid>
            <pubDate>Fri, 17 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[„Mijn vrouw stapte met een autodashboard de trein in”]]></title>
            <description><![CDATA[Gebroederlijk staan ze in de showroom naast elkaar: Tesla’s, Volvo’s, Fords, Renaults en allerlei andere merken. Stuk voor stuk glimmend en blinkend – de banden pikzwart en met een piekfijn profiel.

Gert van Leeuwen (73) zet zich neer op een bankje in de showroom. De plek is vertrouwd terrein voor hem. Nog steeds komt de oprichter van Van Leeuwen Auto’s zeker twee keer per week langs. Zoon Johan: „Hij blijft graag op de hoogte.”

Het bedrijf is zijn kindje. Hij had in 1974 nog een paar jaar werkervaring als monteur toen hij op zijn 21e besloot dat het tijd werd om voor zichzelf te beginnen.

Waarom hij graag een eigen bedrijf wilde? „Geen idee. Eigenwijsheid, denk ik. Ik begon met niks. Eerst zat ik in een schuurtje in Dodewaard en daarna in de voormalige bakkerij van mijn schoonvader in Opheusden. Maar dat maakte niet uit: ik was eigen baas en had zin in het werk.”

Voor het opstarten was geld nodig, wat er nauwelijks was. „Een eigen auto had ik bijvoorbeeld niet. Mijn vrouw ging met de trein naar Arnhem om onderdelen te halen.” Lachend: „Zo is ze eens met een dashboard in de trein gestapt.”

Johan: „Die dashboards waren wat kleiner dan nu, natuurlijk.” Mathijs: „Maar je staat er toch van te kijken als een vrouw met zo’n ding onder haar arm de trein binnenkomt.”

 

## Gunning

Hij moest het de eerste tijd vooral hebben van mond-tot-mondreclame en gunning in Dodewaard. „Want een dorp verderop kenden ze me niet.”

Beetje bij beetje bouwde hij zijn bedrijf uit. Reparaties, onderhoud, schadeherstel en autoverkoop: niets is hem te gek. Of het altijd van een leien dakje ging? Lachend: „Ik heb legio fouten gemaakt. Ik herinner me dat er iemand kwam met een heel jong Opel Kadettje, met maar 2000 kilometer op de teller. Ik weet niet waarom, maar ik kreeg de koplampen van die auto niet helemaal recht. Telkens als ik die wagen zag rijden, viel het me weer op.”

 

Johan: „Je hebt toch ook ooit eens een auto uit Apeldoorn moeten slepen naar Kesteren?” Gert: „Daar zat een flink gat in. Het was winter en ik weet nog dat ik helemaal verkleumd was toen ik thuiskwam.”

Zijn eigen eerste auto was een oude Volvo, die hij kocht van een handelaartje. De auto was van een arts uit Wageningen geweest. Gert: „De handelaar vroeg er 1500 gulden voor. Zo’n bedrag had ik niet, maar dat vertelde ik hem natuurlijk niet. De wagen stond in Elst, dik onder het stof. De handelaar had ’m geruild voor een grasmaaier. Ik bood 500 gulden. Dat accepteerde de man niet, dus ik ging weer naar huis. Enkele weken later had ik een klant die z’n auto in elkaar had gereden, dus ik had onderdelen nodig. Ik heb de Volvo uiteindelijk voor 600 gulden kunnen kopen. Hij liep niet meer zo goed, dus ik heb de auto in Elst eerst aan de praat gekregen en ben er toen mee naar Dodewaard gereden. Gedurende de rit begon de motor steeds beter te lopen. IToen ik thuiskwam, dacht ik: die ga ik niet slopen.”

De wagen reed een tijd heerlijk. Totdat Gert er twee jaar later een ongeluk mee kreeg. Hij kwam er zelf goed vanaf, maar dat was het einde van de Volvo.

## Strak naast elkaar

De zeven kinderen van Gert en zijn vrouw groeiden op naast en met het bedrijf van hun ouders. Mathijs, Johan en hun drie broers hielpen van jongs af aan mee. De vloer aanvegen, auto’s wassen en op zaterdagmiddag de auto’s naar binnen rijden.  Mathijs: „Ze moesten strak naast elkaar staan.” Gert: „Zodat we ze, in geval van brand, snel de werkplaats uit zouden kunnen rijden.” Mathijs: „Inparkeren en exact rijden konden we als de beste, ook al hadden we nog geen rijbewijs. Aan het verkeer deelnemen is wat anders.” Johan: „Dat deden we ook, jij meer dan ik.” Gert, met een knipoog: „Daar weet ik niets van.”

Als er in 1995 een overstroming dreigt te komen in Kesteren, worden de jongens ingeschakeld om de auto’s in veiligheid te brengen, de Rijn over. Johan: „Ik was toen veertien.” Gert: „De politie stond bij de brug al het verkeer te regelen. Komen er van die jochies aanrijden in auto’s. Er werd niets van gezegd, maar spannend was het wel.” 

Of er weleens iets misging door dat autorijden op jonge leeftijd? Gert tegen Mathijs: „Weet je nog die keer dat je een auto netjes onder de luifel had gezet? Hij stond alleen niet op de handrem en rolde zo naar een andere auto toe.” Johan, lachend: „Maar technisch gezien reed Mathijs toen niet.”

 

Gert tegen Johan: „En jij dan. Toen je drie jaar oud was, hadden we een splinternieuwe auto klaarstaan voor een klant. Het was ’s morgens, rond koffietijd. Ineens hoorden we een knal. We zijn de werkplaats ingelopen. Ik zag gelijk dat de nieuwe auto van zijn plek stond. Wat bleek? Jij had ’m gestart, waarna hij was gaan rijden en tegen de muur van de showroom botste. De hele voorkant van die gloednieuwe auto zat in elkaar.”

Johan: „Jullie hebben mij toen toch bij de buren gevonden?” Gert: „Ja, je was op de vlucht.” 

## Boer

Het was geen vanzelfsprekendheid dat beide broers de zaak van hun ouders zouden overnemen. Mathijs: „Ik wilde tot mijn tienertijd boer worden.” Johan: „En ik vond vrachtwagens mooi en wilde op een afsleepwagen rijden.”

Toen ze op de middelbare school een keuze moesten maken, kroop het bloed waar het niet gaan kan. Ze kozen, evenals hun drie broers, voor autotechniek, om daarna in Driebergen de studie automotive management te gaan doen. Mathijs: „Inmiddels zijn Johan en ik de enige twee die nog in deze branche werken.”

 

Waarom ze toch in hun vaders voetsporen zijn getreden? Mathijs, met een ernstig gezicht: „Dat vond ik mijn verantwoordelijkheid als oudste.” Zijn vader en broer barsten in lachen uit. Gert: „Stop maar met kletsen.”

Mathijs, gemeend dit keer: „Ik groeide met het bedrijf op en vond het werk leuk. Vooral het stukje bedrijfsvoering, ondernemerschap en de omgang met personeel en klanten. Het gaat me minder om de auto’s.” Johan: „We hebben weleens gezegd: Als pa een restaurant had gehad, hadden we het net zo goed leuk gevonden om dat over te nemen. Het gaat ons vooral om de mensen.”

## Obama

De broers kwamen rond de eeuwwisseling bij hun vader in dienst. Mathijs als eerste, Johan een aantal jaar later. 

Eerst waren ze manusje-van-alles, later kwamen ze op een vaste plek in het bedrijf terecht. Gert: „Ze moesten van mij na hun opleiding drie jaar bij een ander werken en daarna drie jaar bij mij, voordat ze mochten instappen als aandeelhouder. Dat was een stukje bescherming richting het bedrijf en de andere kinderen. Als ze na die zes jaar nog steeds met elkaar en met mij door een deur konden, waren ze welkom.” 

De twee werden door die zes proefjaren niet afgeschrikt en vonden al snel een plek in het bedrijf van pa en ma. In de jaren die volgden, maakten ze de nodige grote ontwikkelingen mee. Mathijs: „De komst van internet, bijvoorbeeld. Voor die tijd waren we een dorpsgarage. Door internet gingen onze klanten zich landelijk oriënteren. Andersom kwamen er mensen vanuit het hele land bij ons. Dat was een verschuiving waar we aan moesten wennen. Zo zijn er meer ontwikkelingen geweest die een bedreiging leken, maar ook kansen boden.”

 

Gert: „De komst van elektrische auto’s was ook een verandering. We hadden hier in 2009 een open dag georganiseerd met twee elektrische auto’s: een Mini en een Thor. De burgemeester en zijn vrouw deden de openingsrit. Hij in de Thor, zij in de Mini. Vanaf hier zouden de auto’s vervolgens naar Amerika gaan, de Mini zelfs naar president Obama. Ik zei tegen de vrouw van de burgemeester: „U bent Obama vóór geweest.”

## Tesla

Als in 2012 de eerste Tesla’s aangekocht kunnen worden, springen Gert en zijn zoons daarop in, waardoor ze in 2013 als eerste autobedrijf in Nederland Tesla’s op voorraad hebben staan. Dat blijkt een gouden greep. „Ze gingen als warme broodjes over de toonbank.”

 

Tesla Nederland neemt contact op met de Van Leeuwens. Of ze interesse hebben in een aantal Tesla’s die na reservering niet zijn opgehaald door de geïnteresseerden? Dat is geen vraag. Mathijs: „In totaal hebben we er dat jaar 46 verkocht.”

Johan: „Het jaar erna belde een collega: iemand wilde zijn Tesla inruilen, maar het bedrijf wist niet wat het ermee aan moest. Of wij er wat mee konden?” Mathijs: „Dat laat zien hoe terughoudend de markt die eerste periode was als het ging om elektrische auto’s.” Johan: „Zelfs autoveilingen wilden er niets mee. Deze auto’s waren nog onbekend terrein.”

In 2015 herhalen ze hetzelfde trucje als in 2013, door 146 hybride Volkswagen Passats aan te schaffen, die eveneens zo verkocht zijn.

 

## Overname

In 2020 namen de broers de aandelen in het bedrijf over van hun ouders. Gert: „Ik was altijd bezig met de zaak. Maar in 2019 kreeg ik een longontsteking en moest ik gedwongen rust nemen. Toen vroeg ik me af: werk ik om te leven, of leef ik om te werken? Daarna kreeg ik de rust om de zaak over te dragen aan de jongens. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Alleen toen corona uitbrak, kreeg ik even buikpijn. Ik dacht: wat heb ik de kinderen aangedaan?”

Het bedrijf is sindsdien verder gegroeid. In 2021 zetten Johan en Mathijs een brancheopleiding op in Huissen en begonnen ze met een schadeherstelbedrijf in Emmen en een botenshowroom pal naast hun autobedrijf.  Mathijs: „Dat laatste hebben we gedaan als verbreding van onze activiteiten en spreiding van de risio’s.”

Hoe de mannen het vinden om het bedrijf van hun ouders voort te zetten? Mathijs: „Het feit dat je het met elkaar doet, maakt het leuk. Successen vieren we met z’n allen. Spanningen delen we; je weet dat je er dan niet alleen van wakker ligt.” Johan: „Dat we een familiebedrijf zijn, merken we ook aan de band met het personeel.” Mathijs: „Hier lopen medewerkers rond die al net zo lang in dienst zijn als wij. We zijn met hen opgegroeid en hebben hen zien trouwen.”

 

Gert blijft op de achtergrond betrokken bij het bedrijf. Johan: „Hij haalt bijvoorbeeld de auto’s op die ik voor onze klanten in Duitsland koop.”

Of er na hen ook weer een generatie Van Leeuwens aan het roer van het autobedrijf zal staan? Dat is nog onbekend. Mathijs: „Ik sta er heel rationeel in. Bij mijn ouders was er meer emotionele betrokkenheid bij het bedrijf dan bij ons. Natuurlijk ligt ons hart hier ook, maar voor een tweede generatie is dat toch anders dan voor de eerste.” 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/mijn-vrouw-stapte-met-een-autodashboard-de-trein-in</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/mijn-vrouw-stapte-met-een-autodashboard-de-trein-in</guid>
            <pubDate>Tue, 14 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Woorden proeven en kleuren horen]]></title>
            <description><![CDATA[Bij synesthesie veroorzaakt de activatie van één zintuig, bijvoorbeeld het gehoor, de activatie van een ander zintuig dat er verder geen relatie mee heeft, zoals het gezicht. Mensen met synesthesie ervaren daardoor meer sensaties dan mensen zonder deze eigenschap. Sommige mensen hebben auditief-visuele synesthesie: ze zien kleuren wanneer ze geluiden horen. Anderen zien kleuren wanneer ze over letters of cijfers lezen, horen of nadenken. Dit staat bekend als grafeem-kleursynesthesie. Een ander voorbeeld is spiegel-aanrakingsynesthesie, waarbij iemand sensaties aan het eigen lichaam voelt wanneer hij ziet dat iemand anders wordt aangeraakt. Mensen met synesthesie hebben er geen controle over hoe hun zintuigen interfereren. Het is nog onbekend wat synesthesie veroorzaakt. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/woorden-proeven-en-kleuren-horen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/woorden-proeven-en-kleuren-horen</guid>
            <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 10:45:26 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Sabayon: traditioneel Italiaans nagerecht ]]></title>
            <description><![CDATA[Wie deze zomer naar Italië op vakantie gaat, komt het vast tegen op een dessertkaart: romige sabayon, of zoals de Italianen zeggen, zabaglione. Dit luchtige dessert wordt traditioneel gemaakt met eidooiers, suiker en zoete marsala. 

In dit recept zorgen de krokante amaretti en stukjes pure chocolade voor extra smaak en bite. 

Sabayon is heerlijk als feestelijk nagerecht op een zomeravond, maar ook perfect om thuis alvast in vakantiesfeer te komen. 

De sabayon is eenvoudig te maken en kan direct gegeten worden. Je kunt hem ook na bereiding eerst even laten opstijven in de koelkast. 

Ben je geen fan van amaretti of pure chocolade? Doe er dan wat vers fruit doorheen: nectarine met kokosrasp bijvoorbeeld, of frambozen met pistache. 

## Ingrediënten

- 6 eidooiers
- 100 g suiker
- 100 g zoete marsala
- 350 g slagroom 
- 75 g pure chocoladecallets
- 20 amarettikoekjes
- cacaopoeder (voor decoratie)

 

 

## Bereiding

- Doe de dooiers, suiker en marsala in een vuurvaste kom en zet die boven een pan met een laag kokend water (zorg dat de kom het water niet raakt).
- Roer met een garde alle ingrediënten door elkaar, maar klop ze niet luchtig.
- Blijf roeren; na een tijdje wordt het mengsel dikker. Als het de dikte heeft van vla, kan de kom van het vuur.
- Giet het mengsel op een bord en dek dit af met plasticfolie. Laat het helemaal afkoelen.
- Klop de slagroom stijf en roer de sabayon erdoorheen.
- Breek de amarettikoekjes en meng ze, samen met de pure chocoladecallets, door de sabayon.
- Verdeel de sabayon over een grote schaal of over kleine glaasjes en decoreer met cacaopoeder.
- Je kunt de sabayon gelijk eten of eerst even laten opstijven in de koelkast.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/sabayon-traditioneel-italiaans-nagerecht</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/sabayon-traditioneel-italiaans-nagerecht</guid>
            <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 08:08:36 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Jaap Janse, bestuurder van Lelie zorggroep, werd als 50-jarige opnieuw vader]]></title>
            <description><![CDATA[Het was voor Jaap Janse (53) een wonderlijke ervaring. Op jaren met overvolle werkweken volgde een sabbatsperiode. Die is nu ten einde. Wat hij op ministeries en in Rotterdam leerde, kan hij gaan praktiseren bij Lelie zorggroep, een organisatie die negentien verpleeghuizen en de thuiszorgonderdelen Agathos en Curadomi omvat, in totaal goed voor ruim 5000 medewerkers.

### _Wat bracht u op het terrein van de zorg?_

„Ik ben opgeleid als econoom en kwam in Den Haag terecht. Daar hield ik me eerst bezig met het financieel-economische beleid van het kabinet. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport speelde daarbij een grote rol, want er worden enorme bedragen aan zorg uitgegeven. Dat vond ik een interessant en relevant onderwerp. Vandaar mijn overstap naar dit ministerie.”

### _U noemt uzelf hulpvaardig en zorgzaam. Op basis waarvan?_

„Het kwam naar voren uit assessments. Als een collega vraagt om te helpen, dan ga ik aan de slag. Werden mijn medewerkers belaagd, dan nam ik het voor hen op.”

### _Kreeg u die houding van thuis mee?_

„Dat kun je wel zeggen. Als er een beroep op je wordt gedaan, moet je er zijn. Die mentaliteit werd ons bijgebracht en praktiseerden mijn ouders ook. Wanneer we als kinderen mijn vader voor iets nodig hadden, was hij er altijd. Daar maakte hij tijd voor.”

### _In uw cv typeert u uzelf als: „autonoom type, staat stevig, kiest zelfstandig positie op basis van het belang van het geheel.” Was het lastig om dat als reformatorisch mens op papier te zetten?_

Lachend. „Ja, dat is lastig. Daarom heb ik de typering uit het verslag van een assessment overgenomen. Ze klopt volgens mij wel. Ik luister eerst goed naar wat mensen zeggen. Op een gegeven moment kies ik positie en hak ik knopen door.”

### _Wat leerde het werk op het ministerie van VWS u over de zorg?_

„Dat er iets onbeheersbaars in zit. De vraag is oneindig, de financiën zijn beperkt. Dat vraagt om begrenzing. Je hoort vaak spreken over bezuinigingen in de zorg. De werkelijkheid is dat de mate van groei wordt afgeremd.”

### _Hoe doen we het als Nederland in vergelijking met andere landen?_

„Met ons zorgstelsel staan we op eenzame hoogte. Zie de uitkomsten van onderzoek naar de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, levensverwachting, patiëntenrechten, wachttijden, de eigen bijdrage… Ik zeg niet dat ons stelsel perfect is, maar vergeleken met elders is het ongelooflijk goed.”

 

### _Waaraan hebben we dat te danken?_

„Helpend is dat we niet het bureaucratische Engelse model van nationale gezondheidszorg hebben en evenmin het commerciële Amerikaanse model, maar een slimme combinatie van beide. Ondernemers in de zorg krijgen een behoorlijke vrijheid, zij het binnen duidelijke kaders. Dat leidt alsnog wel tot veel regelgeving en dat is natuurlijk niet fijn.”

### _In 2007 maakte u binnen VWS de overstap naar de jeugdzorg. Waarom?_

„Na zeven jaar was ik wel een beetje klaar met het maken van economische analyses. En de maatschappelijke relevantie van jeugdhulp is groot. Jongeren die tussen wal en schip raken, ouders die het niet redden… Het leek me mooi om vanuit het ministerie iets bij te dragen aan het lenigen van die nood. Ik ben nog meer gaan beseffen hoe groot de waarde van een stabiele thuissituatie is. Kort na mijn overstap kregen we een ministerie voor Jeugd en Gezin, onder leiding van André Rouvoet. Tot dan toe stond jeugdhulp op het ministerie van VWS wat in de schaduw. Met de komst van Rouvoet ging het licht aan en knipperde iedereen met zijn ogen door alle politieke aandacht die er kwam.”

### _Voor buitenstaanders is het een terrein waarop vooral veel fout gaat._

„Dat wordt vaak geweten aan de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten. Je kunt je afvragen of de situatie beter zou zijn als dat niet was gebeurd. De individualisering van de maatschappij was dezelfde gebleven. Het grote probleem is de kwetsbaarheid van jongeren in onze hectische samenleving en ouders die met weinig netwerk kinderen moeten opvoeden. In 2015 deed 1 op de 27 jongeren een beroep op jeugdhulp, nu 1 op de 7.”

 

### _Zegt dat iets over de ouders, over onze maatschappij of over de jeugdzorg?_

„Ik denk over allemaal. Er zijn jongeren die met minder jeugdhulp toe kunnen en er is een groep die er eerder naartoe zou moeten. Ouders hebben de neiging hun onmacht in het opvoeden te projecteren op het kind in plaats van opvoedondersteuning aan te vragen. De onmacht wordt vaak gevoed door maatschappelijke omstandigheden, zoals armoede, schulden, slechte huisvesting of het ontbreken van passend onderwijs voor de kinderen. Probeer in concrete situaties eerst deze factoren aan te pakken, anders is jeugdhulp dweilen met de kraan open.

Je kunt ook vragen stellen bij de wet- en regelgeving. We willen af van gedwongen opname van jongeren met ernstige problematiek. Dat is een nobel streven, maar het gevolg is dat er nu jongeren zijn die permanent twee begeleiders om zich heen hebben: een voor de pedagogische begeleiding en een om ze in bedwang te houden als het misgaat. De kosten kunnen oplopen tot een miljoen euro per jaar per kind. Een miljoén euro! Daar krijgen gemeenten grijze haren van.”

### _U was betrokken bij het onderzoek naar seksueel misbruik van kinderen in de jeugdzorg. Wat deed dat met u?_

„Ik zat bij bijeenkomsten waar slachtoffers uitlegden wat het misbruik bij hen had veroorzaakt. Nóg zie ik de tranen in de ogen van collega’s die elkaar sprakeloos aankeken. Het gebeurde onder de ogen van een overheid die deze kinderen veiligheid zou bieden. In plaats daarvan werden ze volledig kapotgemaakt. Vréselijk, in één woord. Die verhalen gingen me door merg en been. 

 

Ik vond het mooi om mee te kunnen werken aan een uitspraak van de overheid die recht deed aan wat er was misgegaan. Wat deze periode voor mij persoonlijk bijzonder maakte, was de hulp van God die ik daarin heb ervaren. Vanuit het ministerie van VWS werd mij gevraagd om samen met collega’s van Justitie de brief voor de Kamer op te stellen, met daarin de kabinetsreactie op het rapport over misbruik van kinderen in de jeugdzorg. Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten wilde dat ik de pen zou vasthouden. Het rapport verscheen in de loop van de week; we kregen tot maandag om de reactie te schrijven. 

De staatssecretaris besefte dat het ingewikkeld zou worden: Jaap wil niet op zondag werken; ik wil dat hij de regie heeft, maar we gaan wel een tijdrovende discussie met Justitie in. Ze verordonneerde dat de brief zaterdagavond klaar moest zijn. Op zaterdag liet Justitie weten er niet uit te komen en een overleg op zondag te gaan plannen. Ik heb altijd veel respect voor mijn geloofsovertuiging ervaren, maar het wordt spannend als die wat vraagt van de ander. In dit geval de staatssecretaris en de collega’s van Justitie. Ik heb de secretaris-generaal gebeld om hem te melden dat ik er aan het eind van de zaterdag mee zou stoppen. ’s Avonds om tien uur waren we eruit. Dat vond ik echt een wonder.”

### _U ervoer het niet als werk van noodzakelijkheid?_

„Nee, het betrof een politieke kwestie. Ze hadden ons ook tot dinsdag de tijd kunnen geven. Na de uitbraak van corona heb ik voor het eerst wel op zondag gewerkt. Ik was inmiddels actief in Rotterdam en we realiseerden ons bij de eerste lockdown dat veel kwetsbare Rotterdammers geen enkel netwerk hadden. Toen ben ik op zondag achter mijn computer gekropen en hebben we met spoed een hulpdienst opgezet.”

### _In Rotterdam kreeg u te maken met de concrete praktijk van de zorg. Hoe was dat?_

„Beleid op een ministerie heeft altijd een bepaalde vrijblijvendheid in zich. Die viel in Rotterdam weg. Je voelt het meteen als er iets misgaat. Een maand na mijn komst brak corona uit, dat maakte de start lastig. Tegelijk was het een heel fascinerende tijd. Nadat een crisisorganisatie was opgetuigd, ontdekten ze dat er voor iedere leidinggevende een vervanger was, behalve voor de directeur van de GGD. Die taak kreeg ik erbij. Ik raakte enorm onder de indruk van het vermogen van Rotterdammers om op te schalen. Ongekend. Toen ik binnenkwam bestond de afdeling voor de bestrijding van infectieziekten uit zo’n 25 man. Na een paar maanden was het aantal toegenomen tot 2000 mensen. Twééduizend! Het een na het ander werd uit de grond gestampt.”

### _Werd u niet door een paniekgevoel bevangen?_

„Nee, zo’n hele gemeentelijke organisatie gaat zich bij een crisis focussen. Dan merk je hoeveel deskundigheid en leiderschapskwaliteit er zit. Je staat er niet alleen voor. Er zijn mensen die goed overzicht kunnen houden, anderen zijn een ster in praktisch werk of het uitwisselen van informatie. Ahmed Aboutaleb, destijds de burgemeester van Rotterdam, is een bestuurder op wie je in zo’n situatie kunt bouwen. Hij bleef rustig, legde verbinding met mensen die zwaar werden geraakt door de crisis en wist tegelijkertijd de afstand te bewaren die nodig is om bestuurlijke keuzes te kunnen maken.”

### _Ging u in uw nieuwe positie anders naar ministeriële besluiten kijken?_

„Je ontdekt dat besluiten die op zichzelf logisch lijken, in de praktijk anders kunnen uitpakken. Ik heb zelf meegeholpen aan het wetsvoorstel ter professionalisering van de jeugdhulp. De gedachte was dat we de professionals meer beslissingsruimte moesten geven, zoals ook een arts zelfstandig beslissingen neemt. Zo nodig verantwoordt hij achteraf waarom hij de richtlijn niet heeft gevolgd. De praktijk wees uit dat je zo’n cultuurverandering niet door een wet kunt afdwingen. We zagen zelfs een averechts effect. Vanuit de vrees aangeklaagd te worden voor onjuiste beslissingen, werden jeugdwerkers soms veel te voorzichtig.”

### _Wat is u het meest bijgebleven uit uw Rotterdamse jaren?_

„Naast de coronacrisis de crisis in het leerlingenvervoer. Als een vervoersbedrijf het niet meer redt, krijg je een kettingreactie. Kinderen worden niet opgehaald van school, ouders kunnen niet naar hun werk, werkgevers worden het zat dat mensen voortdurend te laat komen. Dat geeft een heel ander gevoel dan op een ministerie, waar je denkt: ik hoop dat ze het probleem oplossen.  Nu moet jíj aan de bak, om het zélf op te lossen.”

### _Wat betekent het om een post waar je het zo naar je zin hebt te moeten verlaten?_

„Vanaf dag één wist ik dat mijn werk in Rotterdam na zes jaar zou eindigen. Dat is het beleid bij deze functie. Ik moet wel zeggen dat zes jaar snel voorbij zijn als je je werk met plezier doet. In het laatste jaar ging ik op zoek naar iets anders, maar dat valt niet mee naast een drukke baan. Het vraagt om ruimte in je agenda en in je hoofd. Beide ontbraken. Van de gedachte om eind 2025 sowieso iets anders te hebben, ben ik teruggekomen. Zo werkt het niet.

 

Ook geestelijk ervoer ik het als een zoektocht. Wat wil de Heere dat ik doen zal? Op een gegeven moment zat ik op een bankje te wachten voor een gesprek. Ik pakte mijn mobiel en las Psalm 127. Het is tevergeefs dat men vroeg opstaat en laat opblijft… Dat raakte me. Jongen, waar ben je mee bezig? Geef het over in Gods hand. Niet dat je passief moet afwachten, maar je hoeft het niet zelf te regelen. Hij geeft het Zijn beminde als in de slaap. Dat gaf rust. Het komt goed, al is het niet op jouw tijd. 

Niet lang daarna vertelde Hendrik Jan van den Berg me dat hij ging stoppen bij Lelie. Ik leerde hem kennen toen ik bij het ministerie van VWS werkte. In Rotterdam ontmoette ik hem opnieuw. Daar was hij op een gegeven moment voorzitter van ConForte, de branchevereniging van zorgondernemers op het terrein van verpleging, verzorging en thuiszorg in de regio. Lelie leek me een prachtige plek. Ik heb dertig jaar in de seculiere wereld gewerkt. Met veel arbeidsvreugde, maar de verbinding met de dingen van Gods Koninkrijk ontbrak. Ik vind het bijzonder dat ik nu bij een christelijke organisatie aan de slag kan. Als je merkt dat de Heere waarmaakt wat Hij beloofde, voel je je een heel klein mens worden.”

 

### _Wat gaat er onder uw bewind veranderen?_

„Vooropgesteld: ik bestuur samen met Andra Kranendonk, die heel veel ervaring heeft in de zorg. En ik ben niet het type bestuurder dat een plan heeft gelezen of een praktijk heeft gezien en die wil gaan uitrollen. Zo werkt het niet. Je moet een organisatie eerst leren kennen en weten wat mensen bezighoudt, waar ze last van hebben en welke kansen ze zien. Op basis daarvan kun je gezamenlijk een concreet plan maken. Belangrijk daarbij vind ik samenwerking met de regio’s waar we werken.”

### _De zorgvraag neemt toe, het aantal zorgmedewerkers niet. Dat wordt lastig._

„De medewerkers zijn het fundament van de zorg. We mogen niet van hen vragen dat zij het probleem oplossen, dus er moet iets in de samenleving veranderen. Het aantal tachtigplussers zal de komende twintig jaar verdubbelen; het potentieel aan mantelzorgers dat per tachtigplusser beschikbaar is, halveert. Dan is duidelijk dat er een groter beroep op de omgeving zal worden gedaan. De tijd is voorbij dat je je moeder naar het verpleeghuis brengt, waarna het zorgpersoneel vanzelfsprekend alles overneemt, behalve het bezoek. De vraag bij verhuizing naar het verpleeghuis wordt: hoe gaan we het sámen doen? Die vraag dient nú al te worden gesteld. Het moet normaal worden dat familie een helpende hand biedt. 

Als verpleeghuis moet je ook de omgeving zien te betrekken bij de gang van zaken. Zo krijg je een vorm van mede-eigenaarschap. Daarbij kan een gedeelde identiteit een sterke binding opleveren. Dat is een groot voordeel van christelijke organisaties ten opzichte van seculiere instellingen.”

### _Moet de hulp een verplicht karakter krijgen?_

„Daar geloof ik niet in. Probeer mensen te motiveren. Laten we ook de mogelijkheden van de technologie gebruiken, om administratieve lasten te verminderen en zorg op afstand te bieden. Noem dat niet te snel koude technologie die de plaats van warme zorg inneemt.”

### _Op vijftigjarige leeftijd werd u weer vader, zestien jaar na de geboorte van de vierde dochter. Hoe was dat?_

„Tegen mijn collega’s zei ik: „We zien Sam als een toegift van de Schepper.” Zo hebben we het echt beleefd. Laura was al 48. Toen het ook nog een jongen bleek te zijn, ervoeren we het als dubbel bijzonder. Ik heb drie zussen, vier schoonzussen en vier dochters. Allemaal vrouwen. Pas zei ik tegen Laura: „Als straks de laatste dochter het huis uit is, krijgen we een mannenhuishouden. Dan ga je nog wat beleven.” Sam is typisch een jongen. Als we hem uit de kinderbijbel voorlezen, hoort hij het liefst verhalen met geweld. Simson, Goliath, Petrus die het oor van Malchus eraf slaat... Voor ons is dat nieuw.”

 

### _U ziet niet op tegen wéér de kleuterschool, zwemles, de puberteit…?_

 

„Nee. We hebben nu alleen dat jochie en een volwassen dochter thuis. Dat is een wereld van verschil met vier opgroeiende meiden. Ik sta er ook relaxter in. Je weet dat alles tijdelijk is. Sam slaat butsen in de tafel. Vroeger zou ik  dat erg hebben gevonden. Nu denk ik: over een paar jaar haal ik de schuurmachine erover. Het is prachtig om zijn ontwikkeling te zien en jongensdingen met hem te doen. Samen in de schuur een vogelhuisje maken. Zijn ogen glanzen als hij de accuboor aan mag zetten. Het is ook geweldig om die kinderlijke vragen weer te horen. Vanmorgen lazen we over de opwekking van het overleden zoontje van de weduwe van Zarfath. „Hoe doet de Heere dat, papa?” „Door te spreken, jongen. Alleen door te spreken.” Dat is tegelijk een les voor jezelf.”

### _Behalve dat u een drukke baan heeft, bent u ook nog ouderling en tweede voorzitter van de gereformeerde gemeente in Boskoop. Hoe redt u dat?_

„Voor mijn geestelijk leven is de oma van vaders kant van grote betekenis geweest. Van zichzelf durfde ze niet te zeggen dat ze een kind van God was; voor haar omgeving was dat overduidelijk. Het lampje op haar rug gaf heel veel licht. Haar hele leven draaide om de dingen van God en Zijn Koninkrijk. Heel mooi vond ik dat ze op een natuurlijke manier over de geestelijke dingen sprak en omgekeerd. Ik vind het een voorrecht om in het ambt te mogen dienen, maar heb wel geleerd om grenzen te stellen: op het werk én binnen de kerkenraad. Je krijgt het heel zwaar als je denkt dat de dingen van jou afhangen. Dat is niet het geval; in de maatschappij niet en in de kerk nog minder.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/jaap-janse-bestuurder-van-lelie-zorggroep-werd-als-50-jarige-opnieuw-vader</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/jaap-janse-bestuurder-van-lelie-zorggroep-werd-als-50-jarige-opnieuw-vader</guid>
            <pubDate>Wed, 08 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Waarom zelf het haar van je kind knippen qualitytime is]]></title>
            <description><![CDATA[Ze maakt van moeders geen kapsters. Wel leert ze hun – in een twee uur durende workshop – om het haar van hun eigen kind(eren) te knippen. Het tuinhuis achter haar woning is omgebouwd tot salon. Daar geeft ze workshops en ze knipt er haar eigen klanten: „Mensen van nul tot honderd.” Angeline is ook pedicure, dus sommigen boeken twee behandelingen achter elkaar. Nieuwe ”knip-patiënten” neemt ze niet aan. „Ik zou wel dag en nacht kunnen werken.” Het gekke is dat Angeline zelf nog nooit in de spiegel van de kapper heeft gekeken. Tenminste, dat schrijft ze op haar site. 

### _Ben je zelf echt nog nooit in een kapsalon geweest?_

„Ik ben opgegroeid in een gezin met vijf kinderen. Mijn moeder, een boerendochter die van aanpakken weet, knipte ons altijd zelf. Alleen voor bijvoorbeeld een bruiloft mocht ik naar de kapper, om mijn haar in te laten vlechten. 

Als klein meisje hield ik al van lang haar. Ik maakte vlechten en staartjes bij m’n poppen, en op m’n vijfde wist ik dat ik later kapster wilde worden. Op straat en op feestjes was ik altijd naar kapsels aan het kijken. 

Toen ik wat ouder was en mijn ouders beseften dat ik echt kapper wilde worden, zeiden ze dat ik dan ook een goede opleiding moest volgen. Dus ging ik naar de Nederlandse Kappersakademie in Rotterdam; een particuliere opleiding. Je wordt daar streng beoordeeld en er heerst veel discipline. Zo moest ik altijd een uniform aan en een naambordje op. Ik vond het er fantastisch. M’n haar werd vanaf dat moment niet meer thuis geknipt, maar op de academie.

Nadat ik m’n diploma had gehaald, heb ik even in een kapsalon gewerkt. Al snel ging ik, op m’n achttiende, voor mezelf werken. Mijn ouders hebben ook een eigen zaak en zij maakten een plekje in hun huis, waar ik kon knippen. Zelf werd ik in die tijd geknipt door een oud-klasgenoot, en zij doet dat nog steeds.

Nu werk ik alweer bijna twintig jaar als zelfstandig kapster. Ik heb dus weinig kapsalonervaring, maar wel veel knipervaring.”

 

### _En je geeft workshops._

„Op een gegeven moment zocht ik wat extra uitdaging. Met alle ervaring die ik heb, leek het me mooi om de passie voor het vak door te geven. Lesgeven aan pubers – niet allemaal even gemotiveerd – zag ik alleen niet zo zitten. 

Met een vrouw van een paar straten verderop raakte ik aan de praat over het knippen van kinderen. Ik vertelde haar dat ik geen nieuwe klanten aanneem, en zeker geen kinderen – want dat is voor mij gewoon minder rendabel. Ze reageerde dat ze haar kinderen best zelf zou willen knippen, maar niet goed wist waar ze zou moeten beginnen. Toen dacht ik: dít is het, dit is wat ik moet gaan doen. Ik wil mensen gaan leren om zelf het haar van hun kinderen te knippen.”

 

### _Hoe ziet zo’n workshop eruit?_

„Veel deelnemers schaffen ook de onlinecursus aan. Daardoor kunnen ze vooraf al thuis oefenen, aan de hand van instructiefilmpjes. De filmpjes staan in de onlineomgeving van Mama Knipt, waar de deelnemers foto’s kunnen plaatsen, vragen aan mij kunnen stellen en op elkaar kunnen reageren. 

Ik geef de workshops aan maximaal drie vaders of moeders tegelijk. Het is de bedoeling dat ze hun eigen kinderen meenemen – één of twee. Als ze thuis geoefend hebben, weten ze al enkele basisdingen, zoals hoe ze de schaar moeten vasthouden, en de kam. 

Tijdens de workshop bekijk ik eerst samen met hen het haar van hun kind. Zit er slag in? Is het veel of weinig haar…? Daarna maken we een plannetje en dan beginnen ze met knippen. Ik blijf er de hele tijd bij en ondertussen krijg ik allerlei vragen, zoals: „Hoe zou jij de voorkant doen?” „Wat moet ik met de kruin?”

 

Ik zeg altijd dat het niet erg is om fouten te maken, ook al heb je dat natuurlijk liever niet. Je kind leert ook niet in één keer de tafels. 

Uiteindelijk leer ik de deelnemers om het haar van hun éigen kinderen te knippen. En dat lukt iedereen. Ik heb inmiddels aan ongeveer vijftig mensen een workshop gegeven, en ik heb nooit gedacht: hier komt niets van terecht. Er zitten zelfs natuurtalenten tussen. 

Als ze binnenkomen, zijn de meeste cursisten onzeker; sommigen hebben er gewoon slecht van geslapen. Toch gaan ze na afloop allemaal naar huis met een gevoel van: ik kan dit. Na de workshop kunnen ze altijd de filmpjes terugkijken, foto’s opsturen en mij om advies vragen. 

Met het zelf knippen van je kinderen bespaar je veel geld. Zeker als je jongens hebt – die regelmatig een knipbeurt nodig hebben – of een groot gezin. 

Het fijne aan zelf knippen is ook dat je dat kunt doen op een moment dat voor jou en voor je kind goed uitkomt. Zaterdags, bijvoorbeeld. Als je een afspraak bij de kapper hebt staan, kan het zijn dat je kind op dat moment net met z’n verkeerde been uit bed gestapt is. Dat kan best stress opleveren. Dus zelf knippen is echt een win-winsituatie.”

 

### _Het zou mij juist stress geven als ik zelf mijn kind zou moeten knippen._

„Degenen die een workshop volgen, zijn heel gemotiveerd. Over het algemeen zijn het vrij ijverige moeders, een beetje van het oude stempel, die het knippen graag willen leren. 

Het is een beetje zoals met zelf kleding maken. Dat zou niets voor mij zijn, maar anderen zeggen: mijn moeder en mijn oma konden dat; ik wil het ook kunnen. 

De moeders vinden het knippen ook heel leuk. Alleen denken hun kinderen daar niet altijd zo over. Dan moet zo’n moeder gewoon tegen hen zeggen: „Jij gaat even lekker zitten, want ik wil dit graag leren.”

 

### _Even kritisch: zelfgeknipte kapsels, die zien er toch niet uit?_

„Die associatie snap ik wel. Mijn moeder deed vroeger de jongens met een tondeuse. Nu denk ik: als zij wat tips had gekregen en een paar dingen had geleerd, dan had ze hun een leuk kapsel kunnen geven.

Ik leid moeders natuurlijk niet op tot kapsters. Het is de bedoeling dat ze hun eigen kinderen goed kunnen knippen. In ieder geval tot die een jaar of tien, twaalf zijn; want op een gegeven moment willen tieners liever naar de kapper. Het is dus belangrijk dat de vrouwen hun kinderen meenemen, zodat ik mee kan kijken naar het soort haar, de kruin en dergelijke. Maar ik geef dus geen complete cursus waarin je allerlei soorten haar leert knippen, of een dameskapsel in laagjes. Wel bied ik sinds kort ook de cursus ”papa knippen” aan.

De leeromgeving van Mama Knipt is echt een community geworden. Moeders die de workshop gevolgd hebben, plaatsen er foto’s van hun knipresultaten. Dat is superleuk en ik kan dan nog wat adviezen geven.

Soms zie ik een foto waarvan ik denk: oh… die moeder is er met de tondeuse langsgegaan, maar het klopt niet helemaal. Dan geef ik wat tips, zoals: „Ga er nog even overheen op stand 3.” Vaak reageert iemand dan met: „Ik wist niet meer hoe ik verder moest, maar dit is net wat ik nodig had.” Zulke dingen vind ik het allerleukst aan mijn werk.”

 

### _Hoe kan het knippen van je kind qualitytime zijn?_

„Iedereen is druk, maar als je kind in de stoel zit, heb je echt even tijd samen. Als ik mijn eigen kinderen knip, heb ik op dat moment honderd procent aandacht voor hen. Ik vraag naar school, naar vriendjes, naar wat hen bezighoudt. Vaak ontstaan er dan onwijs fijne gesprekken. 

Nu knip ik natuurlijk op de automatische piloot. Ik snap dat moeders die net beginnen, hun aandacht vooral bij het knippen zelf hebben. En dat ze denken: hoe houd ik mijn kind rustig; hoe blijf ik zelf rustig? Vooral dat laatste is belangrijk. Ik zeg altijd: haar groeit weer aan en als er iets misgaat, kun je dat meestal wel wegwerken, eventueel met een beetje gel. 

Ik leer de moeders dat het goed is om het moment na het knippen te vieren. Met een compliment voor hun kind, bijvoorbeeld. Ze kunnen zeggen: „Ik vind het heel fijn dat je even stil wilde zitten, want ik wil graag beter leren knippen.” Dan geef je je kind mee dat jij ook weleens iets nieuws moet leren. En dat leren niet klaar is wanneer je van school af bent. 

Sowieso zijn complimentjes belangrijk, ook voor de moeders zelf. Voor hen is het superspannend om hun kind te knippen. Voor degenen die hun kinderen knippen om geld te besparen, is een compliment zeker op z’n plaats. Er zijn er echt wel die moeilijk rond kunnen komen. Speciaal tegen hen zeg ik altijd: „Doe de helft van het geld dat je anders bij de kapper kwijt zou zijn in een potje, en gebruik het voor jezelf. Haal er een keer een gebakje van, of ga er iets leuks van doen.”

Uiteindelijk zijn de deelnemers allemaal megatrots op zichzelf. Ik vind het altijd fijn als ik ze aan het einde van de workshop hoor zeggen: „Het ziet er helemaal niet gek uit!” 

_Angeline geeft workshops op de Terdege Zomerfair; terdegezomerfair.nl/workshops._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-zelf-het-haar-van-je-kind-knippen-qualitytime-is</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-zelf-het-haar-van-je-kind-knippen-qualitytime-is</guid>
            <pubDate>Tue, 07 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Gezellig samen weg! Kortingscode voor de Terdege Zomerfair]]></title>
            <description><![CDATA[Op de website [www.terdegezomerfair.nl](https://terdegezomerfair.nl/) lees je alles over het programma, de workshops die je bij je tickets kunt boeken, de activiteiten en de standhouders. Ben jij er dit jaar ook (weer) bij? 

Abonnees kregen bij de Terdege van 30 juni een persoonlijke kortingscode. Niet-abonnees kunnen de code **TDZ2026A** gebruiken voor 20% korting op één dagkaart voor volwassenen. 

En wist je dat je maar voor maximaal twee kinderen (4-14 jaar) betaalt?  We hopen je in Baarn te ontmoeten! 



 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/gezellig-samen-weg-bestel-alvast-je-tickets-voor-de-terdege-zomerfair</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/gezellig-samen-weg-bestel-alvast-je-tickets-voor-de-terdege-zomerfair</guid>
            <pubDate>Mon, 06 Jul 2026 06:37:16 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Israël beëindigt vliegtuigkaping met een list]]></title>
            <description><![CDATA[## Dag 1 (zondag 27 juni)

Om 12.15 uur op zondagmiddag 27 juni 1976 wordt Air France-vlucht 139 omgeroepen op het vliegveld in Athene. Het toestel is afkomstig uit Israël en onderweg naar Parijs. De Griekse hoofdstad is een tussenstop, waar 38 passagiers uitstappen en 56 nieuwe passagiers instappen.

Na de korte stop vertrekt de airbus richting het noorden, op weg naar Frankrijk. Maar nog geen tien minuten na het opstijgen, springen in de eerste klas twee passagiers op, een man en een vrouw, die allebei een pistool en een handgranaat vasthouden. De gijzelnemers zijn twee Duitsers, die Wilfried Böse en Brigitte Kuhlmann heten. Het tweetal is lid van Revolutionäre Zellen, een linkse, Duitse terreurgroep.

Iets verder naar achter in het toestel komen twee Arabische mannen in actie; ook zij zijn gewapend met een pistool en een granaat. „Niet bewegen! Handen op je hoofd!”

Kort daarna klinkt het door de intercom: „Dit vliegtuig is gekaapt door het Basil al-Kubaisicommando van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina. Ik ben uw nieuwe kapitein. Als u precies doet wat wij zeggen, zal u niets overkomen.”

De gijzelnemers  fouilleren alle passagiers. Zakmessen en andere ‘wapens’ worden afgepakt. Ook paspoorten moeten ingeleverd.

Nog geen halfuur later wordt de Israëlische regering ingelicht over de gijzeling.

Die middag landt het vliegtuig in Libië, waar wordt getankt. Eén passagier wordt vrijgelaten: een Engelse verpleegkundige die doet alsof zij een miskraam krijgt, mag het vliegtuig uit. Rond een uur of tien ’s avonds stijgt het toestel weer op. Een van de passagiers noteert: „Waar vliegen we heen? Damascus? Bagdad? Beiroet? Tel Aviv? Of Parijs?” 

## Dag 2 (maandag 28 juni)

Het wordt geen van die steden. Midden in de nacht landt het vliegtuig in Oeganda. In dat Afrikaanse land is dictator Idi Amin Dada Oumee aan de macht, een man met de bijnaam ”de slachter van Afrika”, die zijn tegenstanders voor de krokodillen gooide. 

Rond de middag mogen de 253 passagiers het vliegtuig verlaten. Zij krijgen een plaats in de oude terminal van vliegveld Entebbe. Het gebouw wordt bewaakt door Oegandese soldaten, en de vier terroristen krijgen versterking van nog eens drie Arabische mannen.

Later die middag arriveert er een bus met eten. Voor de Joden die zich aan de voedselwetten houden, is dat een probleem: het vlees is niet kosjer. Daarom krijgen zij bananen bij de rijstmaaltijd.

’s Avonds komt de Oegandese president op bezoek, die de gegijzelden begroet met een Hebreeuws ”shalom”. De ‘veldmaarschalk’ van Oeganda vertelt de gijzelaars dat hij het Volksfront steunt. „Ik denk dat Israël en het zionisme verkeerd zijn. Ik weet dat jullie onschuldig zijn, maar jullie regering is schuldig. Ik beloof jullie dat ik mijn best doe om jullie zo snel mogelijk vrij te krijgen.” Met die belofte moeten de passagiers de nacht in.

In Israël rekenen officieren zes uur lang uit hoe en waarmee Oeganda vanuit Israël bereikt kan worden. Een Hercules C130 blijkt het enige toestel te zijn dat het Afrikaanse land kan bereiken, maar terugvliegen wordt een probleem.

 

## Dag 3 (dinsdag 29 juni)

Op het vliegveld spelen kinderen de volgende morgen tikkertje, terwijl sommige gijzelaars helpen met het uitdelen van eten. Maar de dreiging blijft: De kapers eisen dat Israël en andere landen in totaal 53 gevangen terroristen vrijlaten. Gebeurt dat niet, dan zullen de gijzelaars worden gedood.

Later op de dag krijgen de gegijzelden iets meer ruimte in de oude terminal. Tegelijkertijd scheiden de terroristen de passagiers in twee groepen: Ongeveer tachtig Joodse en Israëlische gijzelaars worden apart gezet in een afgesloten ruimte, de voormalige winkel van het vliegveld.

In Jeruzalem vergadert de Israëlische regering ondertussen over wat er moet gebeuren. Premier Yitzhak Rabin wil tijd winnen door te onderhandelen, maar minister van Defensie Shimon Peres voelt niets voor gesprekken met terroristen. Ondertussen werkt de Israëlische luchtmacht aan een gewaagd plan om de gijzelaars bevrijden.

## Dag 4 (woensdag 30 juni)

In de terminal proberen de gijzelaars het leven zo dragelijk mogelijk te maken. Een van hen raakt zelfs in discussie met de Duitse terrorist Böse en klaagt over de omstandigheden waarin de passagiers moeten leven. Met succes, want ’s avonds worden matrassen, lakens en handdoeken gebracht.

Ook Idi Amin verschijnt opnieuw in Entebbe. De president zegt aan te dringen op vrijlating van een deel van de passagiers. Later op de dag deelt Böse – via een megafoon – inderdaad mee: „Wij gaan veertig mensen vrijlaten, plus vijf mensen met gezondheidsklachten.”  Uiteindelijk mogen 47 passagiers vertrekken, onder wie twee Nederlanders. Joodse en Israëlische passagiers moeten blijven.

In Israël groeit de druk op de regering. Familieleden van gijzelaars dringen aan op onderhandelingen, terwijl premier Rabin tijd wil winnen. Hij probeert zelfs de paus in te schakelen. Tegelijk werkt het leger aan verschillende reddingsplannen. Er wordt gedacht aan commando’s die met rubberboten via het Victoriameer naar Entebbe trekken, maar ook aan een directe landing op het vliegveld zelf.

## Dag 5 (donderdag 1 juli)

In Jeruzalem vergaderen ministers en legerofficieren. Premier Rabin vraagt uiteindelijk: „Wie is er voor onderhandelen?” Een meerderheid van de vergadering stemt daarmee in; later keurt ook het kabinet dat plan goed.

Ondertussen werken militaire planners verder aan reddingsscenario’s. Het is een race tegen de klok tot er onverwacht goed nieuws komt: de terroristen verschuiven hun ultimatum naar zondagmiddag 4 juli. De dag brengt nog meer goed nieuws: er komt opnieuw een groep gijzelaars vrij.

Achter de schermen krijgt het militaire plan steeds meer vorm. Muki Betser, een commandant van de Israëlische antiterreureenheid Sayeret Matkal, stelt voor om met een kleine groep commando’s op Entebbe te landen. Van daaruit moeten zij in een Mercedes van de nieuwe naar de oude terminal rijden. „Generaals rijden in zulke auto’s, dus de Oegandese soldaten zullen salueren, niet schieten,” meent Betser. In het hoofdkwartier van het Israëlische leger krijgt de reddingsactie de codenaam Thunderbolt — Engels voor ”donderslag”. 

De bestorming zelf komt onder leiding te staan van Yonatan Netanyahu – de broer van de huidige Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Zijn mannen moeten de terminal binnendringen, terwijl andere Israëlische militairen de Oegandese soldaten op afstand houden.

Minister van Defensie Peres schrijft in zijn dagboek: „Vandaag was de moeilijkste dag van mijn leven.”

 

## Dag 6 (vrijdag 2 juli)

In Entebbe komt president Idi Amin weer langs. Hij vertelt de gijzelaars dat de Israëlische regering wil onderhandelen met de kapers. Tijdens de lunch verslikt gijzelaar Dora Bloch zich in haar eten. Zij wordt naar een ziekenhuis in de Oegandese hoofdstad gebracht. Ondertussen proberen de achterblijvende gijzelaars de moed erin te houden. Sommigen discussiëren zelfs over de kansen van wielrenner Joop Zoetemelk om de Tour de France te winnen.

In Israël draait de voorbereiding van de reddingsactie dag en nacht door. Militairen vinden een Mercedes die moet lijken op de auto van Idi Amin, maar het voertuig is grijs in plaats van zwart en bovendien oud en beschadigd. Daarom wordt de wagen haastig opgeknapt, zwart geverfd en voorzien van een Oegandese nummerplaat en vlaggetje. Piloten oefenen met landen en commando’s trainen de bestorming van de terminal, bestuderen plattegronden en pakken munitie en granaten in. 

In het geheim maken Israëlische officieren in Kenia afspraken over het bijtanken van de vliegtuigen. Het Israëlische leger krijgt zelf toestemming een Boeing met medische apparatuur klaar te zetten op een vliegveld in Kenia. Voor het geval dat.

## Dag 7 (zaterdag 3 juli)

Zaterdagochtend vertelt premier Rabin het Israëlische kabinet dat het leger klaar is voor een reddingsactie. „Zelfs als de prijs hoog is, moeten we die uitvoeren, want dat is beter dan toegeven aan terroristen”, zegt hij. Terwijl ministers nog discussiëren, stijgen rond twee uur ’s middags vier Hercules-transportvliegtuigen vanaf vliegveld Lod op. Om niet op vijandelijke radar te verschijnen, vliegen de toestellen laag boven de Rode Zee en Afrika. Een uur later krijgen de militairen onderweg groen licht voor de operatie. Later die middag vertrekt ook een Boeing met een vliegend veldhospitaal aan boord. De legerleiding houdt rekening met veel slachtoffers. 

In Entebbe merken de gijzelaars intussen niets van de naderende aanval. Aan het begin van de avond verschijnt Idi Amin opnieuw in de terminal. „De onderhandelingen verlopen goed en ik denk dat jullie zondag vertrokken zijn”, zegt hij optimistisch. „Welterusten.”

Rond middernacht landt de eerste Hercules op vliegveld Entebbe. Via de laadklep rijden een zwarte Mercedes en enkele Land Rovers naar buiten. „Rijden!” beveelt Netanyahu. In de verte is de oude terminal zichtbaar, waar de gijzelaars worden vastgehouden.

Onderweg richt een Oegandese wachtpost zijn geweer op de naderende auto’s. Netanyahu beveetlt direct te schieten. Met pistolen met geluiddempers openen de commando’s het vuur, maar de soldaat weet terug te schieten. Daarna barst een luid vuurgevecht los. De terroristen zijn gewaarschuwd en de commando’s besluiten uit de auto’s te stappen.

De ongeveer 50 meter afstand naar de terminal moeten de mannen rennen. De eerste ingang blijkt geblokkeerd en terwijl Betser een tweede ingang zoekt, blijft Netanyahu even staan voor die eerste deur. Vanuit de verkeerstoren raakt een Oegandese soldaat hem dodelijk in de borst. 

Binnen drie minuten schakelen de commando’s vier terroristen uit. Geschrokken liggen de gijzelaars op de grond. Tot een vrouw beseft wie het zijn en dan klinkt door de terminal een opgeluchte kreet: „Het zijn onze soldaten!”

Van de 106 gijzelaars zijn er 102 gered; alleen Yonatan Netanyahu komt om.

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/israel-beeindigt-vliegtuigkaping-met-een-list</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/israel-beeindigt-vliegtuigkaping-met-een-list</guid>
            <pubDate>Fri, 03 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Vezelmaxxing is de trend van 2026]]></title>
            <description><![CDATA[De eiwithype loopt langzaamaan op zijn einde. Vezelmaxxing is de trend van 2026 bij influencers op sociale media. Wie zich dus afvraagt waarom zoon- of dochterlief van de overmaat aan vlees, eieren, noten en zuivel is afgestapt en nu dagelijks een portie chiazaad en haver naar binnen werkt: ziehier de verklaring. Zelfs grote concerns springen in het gat: PepsiCo en Nestlé vestigen de aandacht op het vezelgehalte in hun prebiotische frisdranken of chips. Ongeveer de helft van Gen Z en millennials doet mee aan deze trends, blijkt uit onderzoek van marketingbureaus. Samantha Snashall, diëtist bij Ohio State University, is „blij” dat vezels weer in de schijnwerpers staan. Vezelrijke voedingsmiddelen worden in verband gebracht met lagere percentages van bepaalde kankers en kunnen helpen cholesterol en bloedsuiker onder controle te houden. Maar, waarschuwt ze, ineens overstappen op vezelmaxxing is geen goed idee. „Je darmen kunnen er goed van streek van raken.” En vezels zijn „evenmin een wondermiddel”.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/vezelmaxxing-is-de-trend-van-2026</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/vezelmaxxing-is-de-trend-van-2026</guid>
            <pubDate>Thu, 02 Jul 2026 12:24:40 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Deze 10 iconische merken en producten komen uit de VS]]></title>
            <description><![CDATA[ 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/deze-10-iconische-merken-en-producten-komen-uit-de-vs</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/deze-10-iconische-merken-en-producten-komen-uit-de-vs</guid>
            <pubDate>Thu, 02 Jul 2026 11:27:48 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo voorkom je teleurstellingen op vakantie ]]></title>
            <description><![CDATA[Zomer 2025. We hebben een lange autorit naar Zuid-Frankrijk voor de boeg. Drie dagen van tevoren ben ik begonnen met pakken voor zeven personen. In het holst van de nacht maken we de kinderen wakker. Met een kussen onder de arm staan de kleintjes bibberend in hun pyjamaatjes op de stoep. Man loopt om de auto heen. Gaat onder de aanhanger – ook afgeladen vol – liggen. Knippert wat met de lampen. Zegt niets meer. 

Na een halfuur liggen de kinderen weer in hun eigen bedden. De volgende ochtend zoeven we niet door Frankrijk, maar komt de ANWB voorrijden. In de stromende regen concludeert de man dat er een onderdeel besteld moet worden „en dat kan in de vakantietijd wel drie weken duren.” Een buurvrouw bemoedigt ons monter: „Je zult zien, dit is niet voor niets.”

Tijd voor een nieuw plan van aanpak. We besluiten alles uit de kar te halen en zo licht mogelijk te reizen. We hebben nog nooit zo weinig meegenomen. En maandagnacht, dán vertrekken we alsnog. Die zondag krijgt middelste zoon buikpijn. Het valt wel mee, zegt hij dapper. Maar mijn onderbuikgevoel zegt dat er iets niet pluis is. De volgende ochtend zoeven we niet door Frankrijk, maar brengen we in het ziekenhuis door. Blindedarmontsteking. 

Ons idyllische vakantieadresje in Frankrijk besluiten we maar te vergeten.

 

## Roet in het eten

Onderzoek toont aan dat op vakantie gaan goed voor je is. Je voelt je gelukkiger, avontuurlijker, energieker, tevredener en meer ontspannen. Psychologe Jessica de Bloom promoveerde op het effect van vakantievieren en schreef daar het toegankelijke boek ”De kunst van het vakantievieren” over. Een langere periode van herstel doet mensen aantoonbaar goed. Net als het buiten-zijn, de vrijheid om de dag in te vullen zoals jij wilt en de hechtere verbondenheid met de mensen om je heen.

Maar kleine teleurstellingen zijn er bijna altijd wel. Sommige mensen worden de eerste vakantiedagen steevast ziek. Het regent. De kinderen maken ruzie. Het vakantiehuisje is vies. Om maar niet te spreken over grotere tegenslagen als ongelukken of serieuze autopech langs de Route Soleil. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de helft van de vakantiegangers een vervelend incident meemaakt tijdens de zomervakantie, variërend van ruzie met reisgenoten, noodweer tot ziekte. Soms ligt het niet eens aan de omstandigheden, maar lúkt het gewoon niet om mentaal afstand te nemen van de drukte en de verplichtingen van alledag. 

 

## Verwachtingen

Dat valt tegen, vooral als je droomde van ijsjes eten in het zonnetje, eindelijk toekomen aan je stapel leesvoer, mooie stadjes bezoeken of mountainbiken door de bossen. En daar zit hem de crux. Teleurstellingen vloeien namelijk altijd voort uit verwachtingen. 

Relatietherapeut Cocky Drost erkent dat. Zij schrijft in een column: „Veel stellen zien de zomervakantie als hét moment om even lekker te investeren in hun relatie. Een welverdiende rust na drukke tijden en even helemaal niets moeten. Maar daar gaat het eigenlijk al mis: als je verwachtingen hebt, kun je namelijk teleurgesteld worden. En teleurstellingen zijn nare dingen, die de vakantievreugde en relatiekwaliteit meestal niet ten goede komen.” Drost trekt teleurstelling breder dan niet al te romantische verwachtingen hebben en geeft kordaat advies: „Verwacht dat het tegenvalt. Als je gewoon verwacht dat het elke dag regent, dan valt elke zonnestraal mee. Als je verwacht dat je kinderen de hele vakantie ruziemaken, dan valt elk moment van vrede als een verkoelende deken over je heen.”

 

Ik neem mijn eigen verwachtingen van de vakantie onder de loep. Ik kijk altijd uit naar rust, gezellig samenzijn, mooie natuur, prachtige wandelingen, toekomen aan mijn stapel leesvoer en heerlijk luieren. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het misschien geen realistische verwachtingen zijn voor een moeder van vijf. Ten minste: niet allemaal. En zeker niet allemaal tegelijk. Maar om nu aan de andere kant te gaan hangen en te verwachten dat ik geen letter lees, de kinderen elkaar de tent uitvechten en ik mijn enkel verstuik op de eerste de beste wandeling lijkt me ook weer tamelijk rigide. Oók de voorpret hoort immers bij vakantieplezier. Uit onderzoek blijkt zelfs dat alleen voorpret ons al gelukkiger maakt. 

 

## Behoeftes

Misschien zit de sleutel tot omgaan met vakantieverdriet niet in het uitbannen van voorpret, maar in het eens goed onder de loep nemen van je verwachtingen. Als ik hoop op lange wandelingen, welke behoefte zit daar dan onder? Die van tijd doorbrengen in de natuur om op te laden. Misschien is een lange wandeling met kinderen niet haalbaar op een gezinsvakantie (en is het al helemaal niet realistisch om te verwachten dat die gezellig uitpakt), maar kan ik wel regelmatig alleen een ochtendwandeling van een uurtje maken vanaf de camping. 

De Bloom ziet de gezinsvakantie trouwens als een aparte en bovendien uitdagende categorie. „Ieder gezinslid heeft eigen behoeften en wensen, die soms moeilijk met die van anderen te combineren zijn.” Zeker als je met jonge kinderen reist, is het goed om als ouders je verwachtingen en wensen uit te spreken, zodat je elkaar kunt helpen om tot rust te komen. Laat de gedachte los dat je op vakantie alles samen moet doen. Reis je met pubers die dol zijn op sportieve activiteiten, maar zijn die niet geschikt voor de hele groep? Splitst de groep gerust op. Zo heb je elkaar ’s avonds ook nog eens wat te vertellen.

 

## Wees realistisch

Deels kun je teleurstelling dus voorkomen door je van tevoren af te vragen wat je zoekt op vakantie en je plannen en verwachtingen daarop aan te passen. Maar vakantie lijkt op het gewone leven. Je pakt niet alleen je halve huishouden in, maar je neemt ook jezelf mee. En je zoon met zijn ochtendhumeur. Plus de hond die ’s ochtends vroeg moet worden uitgelaten. De Bloom is er nuchter onder: „Irritaties horen nu eenmaal bij het leven, ook tijdens de vakantie. Juist de dingen die misgaan, leveren later de meest hilarische verhalen op.”

De zogenoemde rosy view bias helpt daar ook bij, legt De Bloom uit. We kijken door een roze bril uit naar de vakantie en vaak ook door een roze bril terug op de vakantie. Zijn we op vakantie, dan vermaken we ons over het algemeen best, maar vinden we het meestal niet gewéldig. Terugkijkend beoordelen we alles weer een stuk rooskleuriger en worden zelfs de teleurstellingen onderdeel van de vakantie-ervaring. En laat napret nu net een belangrijk onderdeel van vakantieplezier zijn. Zijn die tegenvallers toch nog ergens goed voor. 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-voorkom-je-teleurstellingen-op-vakantie</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-voorkom-je-teleurstellingen-op-vakantie</guid>
            <pubDate>Wed, 01 Jul 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Het plotselinge overlijden van haar vader zette een blijvend stempel op Tineke van den Herik-Catsburg]]></title>
            <description><![CDATA[Als een burcht staat de eeuwenoude dorpskerk van Opheusden aan de binnenzijde van de Rijnbandijk. Hier diende ooit ds. Adrianus van Herwaarden, totdat tijdens een dienst in 1855 een bliksemstraal hem trof en hij van de kansel werd bevorderd tot hoger heerlijkheid. Een gedenksteen in de muur naast de preekstoel houdt de herinnering aan de dramatische gebeurtenis levend. Ruim een eeuw later kwam ds. Jan Catsburg van Genderen naar Opheusden. Onder zijn bediening kwam de gemeente, die vele jaren vacant was geweest, weer tot bloei. Het imposante bord met de namen van predikanten die hier dienden, illustreert dat ook hij een voorbijganger was. 

Tineke van den Herik-Catsburg (61) en echtgenoot Krijn wonen wat verderop in het dorp. Ze was drie jaar toen haar vader het beroep naar het Zeeuwse Sint-Maartensdijk aannam. Aan haar vroege jeugd in Opheusden heeft ze slechts een paar vage herinneringen. „Vanuit onze achtertuin kon je via een paadje naar de Ooievaarstraat lopen. Daar woonde de koster. Het huisje zie ik nog voor me. Ik herinner me ook dat ik met mijn moeder mijn twee oudere broers naar de kleuterschool bracht en ze ’s middags weer ging ophalen.”

Aan Sint-Maartensdijk bewaart ze veel meer herinneringen. „Het was een klein dorp met een hechte gemeenschap, dat voelde je als kind al. Ik zat daar op de kleuterschool en in de eerste klas van de lagere school. Halverwege dat jaar verhuisden we naar Katwijk aan Zee. Daar maakte ik de lagere school af en volgde ik een halfjaar voortgezet onderwijs.”

## Verhuizen

 

Haar vader zette zich in voor de realisatie van voortgezet reformatorisch onderwijs in de voormalige vissersplaats. „Hij kreeg dat toen niet voor elkaar. Daarom ging ik met een groep leeftijdsgenoten naar De Driestar in Gouda, anderhalf uur met het openbaar vervoer. Daaraan kwam voor mij een einde door de verhuizing naar Garderen.”

Voor de kinderen Catsburg gaf de aanwezigheid van onbekende mannen met zwarte pakken in de kerk steevast spanning. „Dan dachten we: oei, hoorders! Na de dienst kwamen ze naar de pastorie voor een gesprek. Als mijn moeder in de keuken het tweede kopje koffie inschonk, vroegen we: „Ma, waar komen ze vandaan?” We merkten als kinderen dat mijn vader elk beroep serieus nam, maar hij sprak er met ons niet over. Pas als hij een beroep had aangenomen, hoorden we dat we gingen vertrekken.”

Door het gestage verkassen wortelde de domineesdochter in geen enkele plaats. „Ik heb daar niet onder geleden, want het gezin was de constante factor. Pa en ma, m’n broers en m’n zus en de vertrouwde huisraad gingen mee. Die mentaliteit behield ik. Zou Krijn willen verhuizen, dan pak ik mijn spullen en we gaan. Niet een bepaalde plaats, maar het gezin bepaalt voor mij waar ik me thuis weet.” 

## Verandering

Aan haar ouderlijk gezin denkt ze met dankbaarheid terug. „Mijn moeder was altijd thuis. Mijn vader veel minder, maar áls hij er was, had hij alle aandacht voor ons. ’s Avonds aten we meestal vroeg, zodat we in alle rust de maaltijd konden nuttigen voordat hij weer op pad ging. Zaterdagmorgen dronken we uitgebreid koffie met een broodje erbij. Die traditie hebben we in ons eigen gezin voortgezet.”

De zaterdagmiddag bracht haar vader steevast in de studeerkamer door. „De zondag was echt een gezinsdag. Dan werd er veel gezongen, onder begeleiding van mijn oudste broer. Daar genoot mijn vader enorm van. Hij bespeelde zelf geen instrument, maar beluisterde wel graag muziek. Samenzang, orgelspel en af en toe klassieke muziek. Hij groeide op in een confessioneel gezin in Zunderdorp, bij Amsterdam. Door het contact met zijn schoonvader is hij tot verandering gekomen.”

## Sterk en sociaal

Als ze haar vader moet typeren, doet ze dat met de woorden: ”een sterke, sociale persoonlijkheid”. „Hij was open, joviaal en betrokken op mensen. Wanneer ik als kind met een vraag zat, kon ik altijd zijn studeerkamer binnenlopen en legde hij meteen de pen neer. We hadden in hem écht een vader. Door zijn afkomst behield hij iets van de Amsterdamse humor. En van het Amsterdamse accent, als hij in vuur raakte.”

 

Na de jaren bij de openhartige Katwijkers moest de hervormde predikant in Garderen even acclimatiseren. „Daar lieten de mensen niet direct het achterste van hun tong zien. Toch ging hij zich ook daar thuis voelen. Door zijn openheid kwám er openheid. Mijn moeder leefde wat in zijn schaduw, maar niet op een onderdanige manier. Het dienen zat in haar karakter en ze deed het met liefde. Ik ben ervan overtuigd dat ze door haar stille aanwezigheid en haar gebed veel voor mijn vader betekende. Hij kon altijd op haar terugvallen en besprak veel met haar. Het was een heel goed huwelijk.”

## Mild

Zelf kwam ze al jong tot persoonlijk geloof, in een weg van geleidelijkheid. „De Heere heeft daarvoor de woorden van mijn ouders willen gebruiken en niet minder hun leven. Ze waren allebei oprecht, godvrezend, mild en gastvrij. Onze deur stond te allen tijde voor iedereen open. Ik moet een jaar of veertien zijn geweest toen een kennis van mijn ouders op bezoek kwam met een jongen die verslaafd was geweest aan drugs. Hij was opgegroeid in een onkerkelijk gezin. Na hun vertrek vroeg ik aan mijn vader: „Als die jongen overlijdt, is het toch oneerlijk als hij niet in de hemel komt? Hij is helemaal niet met het christelijk geloof opgevoed.” 

Mijn vader gaf op een eerlijke, begrijpelijke manier antwoord en besloot ermee dat we God God moeten laten. „Papa heeft ook niet op alle vragen een antwoord.” Dat ben ik nooit vergeten. Hij besefte zijn beperktheid. Over zijn eigen geestelijk leven sprak hij weinig. Ik heb hem nooit horen vertellen over de ommekeer in zijn leven. Daarover hoorden we pas later, van anderen. Zijn preken en zijn leven maakten duidelijk hoe zijn innerlijk was. In alles voelde je zijn liefde tot de Heere en tot de gemeente.”

## Ziekenbezoek

 

Ook de kinderen werden betrokken bij zorgen die de predikant mee naar huis nam. „Na het Bijbellezen liet hij weten wie er ernstig ziek waren, of waar iemand was overleden. Die mensen of families werden aan tafel opgedragen in het gebed. Dat vonden we als kinderen heel gewoon.”

Als hij op ziekenbezoek ging, nam de predikant zijn intussen al wat oudere dochters geregeld mee. „We gingen dan op bezoek bij een jonger iemand wanneer hij een ouder gemeentelid bezocht. Ik ben ook weleens bij een mevrouw zonder familie een bloemetje wezen brengen. Niet ter vervanging van zijn eigen ziekenbezoek, maar als extraatje. Wanneer we op vakantie gingen, nam hij een stapeltje kaarten en de adressenlijst mee. Mijn zus en ik schreven vanaf het vakantieadres de kaarten voor alleenstaande gemeenteleden en mensen die het moeilijk hadden. Zo betrok hij ons bij het gemeenteleven en leerde hij tegelijk hoe je als christen met je medemensen dient om te gaan.”

Eén keer liet de hervormde predikant zich door zijn kinderen verleiden tot een buitenlandse vakantie, in Frankrijk. „Op zondag zaten we bij de caravan een preek te beluisteren. Na afloop zei hij: „Jongens, dit was eens en nooit meer.” Een zondag zonder te preken was voor hem geen zondag. Als we in Nederland vakantie hielden, ging hij op zaterdagavond terug. Dat kamperen deed hij trouwens puur voor ons; van hem hoefde het niet.”

## Opleving

Kenmerkend voor de prediking van haar vader was voor Tineke van den Herik de eenvoud, de bewogenheid en de bemoediging van aangevochten zielen. „Het was zijn verlangen dat onverschillige mensen honger zouden krijgen en hongerigen verzadigd zouden worden. De vervlakking die hij binnen de breedte van de Hervormde Kerk signaleerde, maakte hem tot een van de initiatiefnemers van het blad Het Gekrookte Riet, samen met ds. J. van der Haar. Hij benadrukte de noodzaak van een schriftuurlijk-bevindelijke prediking.”

 

Binnen de beweging die rond het blad ontstond, bleef de predikant uit Garderen een prominente plaats innemen. Hij kreeg er wel zijn zorgen over. „Mijn vader stond met twee benen in de Hervormde Kerk, die was hem echt lief. Hij bleef ook lid van de Gereformeerde Bond. Andere collega’s trokken zich terug in het eigen kringetje. Van die houding was mijn vader wars. Hij verlangde naar een geestelijke opleving binnen de breedte van de vaderlandse kerk.”

De predikant was ook op politiek terrein actief. In Genderen, de eerste plaats waar hij diende, richtte hij een SGP-kiesvereniging op. Later hield hij geregeld spreekbeurten voor deze partij. „Mijn vader was niet alleen op zondag, thuis en in de gemeente predikant, maar wilde ook in de maatschappij het Bijbelse geluid laten horen. In een stukje dat hij schreef noemde hij verkiezingen een geloofszaak en het uitbrengen van je stem een vorm van geloofsbelijdenis. Hij was theocraat in hart en nieren. Als hij tijd had, volgde hij via een klein radiootje de politieke debatten. Kort voor zijn sterven kreeg hij het verzoek om toe te treden tot het hoofdbestuur van de SGP. Dat heeft hij niet gedaan, want de gemeente bleef hij als zijn eerste roeping zien.”

## Hartinfarct

 

Het onverwachte overlijden van de actieve predikant veroorzaakte een enorme schok in de familiekring en de gemeente. „Hij was nooit ziek en altijd bezig. De avond voor zijn overlijden kwam mijn oudste broer op bezoek. Die was een halfjaar eerder getrouwd, woonde in Houten en studeerde in Utrecht. Mijn vader en ik moesten naar het verenigingsgebouw, daar kregen alle vrijwilligers een boek. Ik gaf leiding aan de zondagsschool.

„We houden het kort”, zei mijn vader tegen mijn broer. „Dan kunnen we daarna nog gezellig wat drinken.” Dat hebben we gedaan, waarna we naar bed gingen. Rond kwart over twaalf kwam mijn moeder me roepen. „Kom gauw, pa is niet goed.” Ik heb meteen de huisarts gebeld, die een hartinfarct vaststelde. Eer de ambulance er was, volgde een tweede infarct en stierf hij voor onze ogen. Dat heeft me geleerd hoe kwetsbaar het leven is.”

 

De vrijdag na zijn overlijden verscheen in de Kerkbode voor de Veluwe de meditatie die de predikant van Garderen voor dat nummer had geschreven. „Als hij aan de beurt was, liet hij zijn bijdrage altijd even door mijn moeder lezen. Dat had ze die week niet gedaan. De meditatie ging over Elia’s laatste gang. Hij schreef onder meer: „Wij moeten allen eens onze laatste gang maken, vandaag of morgen. Maak u gereed voor uw laatste gang. Weldra is de strijd gestreden. Nog enkele stappen en wij zijn Thuis.” We ervoeren die meditatie als een soort afscheidsbrief.”

## Begrafenis

Haar vader stond thuis opgebaard, in de voorkamer. Familie, vrienden en gemeenteleden kwamen daar condoleren, in een gestage stroom. „De voordeur stond de hele dag open, tot ’s avonds negen uur. Dan kwam de kerkenraad om de dag af te sluiten. We beleefden die dagen in een roes. In de nacht van dinsdag op woensdag is hij overleden, de begrafenis was op zaterdag. Ds. Pieters leidde de uitvaartdienst, waarna we lopend naar de begraafplaats gingen. De eerste mensen waren daar al aangekomen toen het achterste deel van de rij nog bij de kerk stond.”

Pas na de begrafenis kreeg het gezin de tijd om te rouwen over het zo onverwachte verlies van een markante man en vader. „Het was heel onwezenlijk dat hij er niet meer was. De eerste tijd pakte ik bij het tafeldekken soms een bord te veel. Als er ’s avonds laat een auto over het grindpad voor het huis reed, was mijn eerste gedachte: daar is pa. Dat heeft lang geduurd, maar zijn verlangen om God volkomen te dienen hielp ons bij het loslaten. Wanneer het verdriet in alle hevigheid naar boven kwam, hielpen we elkaar daarmee.”

Als ze nu een preek van haar vader beluistert, overheerst niet de pijn, maar de dankbaarheid. Zijn stem klinkt na al die jaren nog vertrouwd. „We bewaarden een cassetterecorder om de preken op cassettebandjes te kunnen beluisteren. Op een ervan hoor je hem heel duidelijk zingen, omdat de koster vergat zijn microfoon te dempen. Dat bandje bewaar ik extra zuinig. Als ik het fotolijstje met zijn portret afstof, denk ik geregeld: och pa, kon ik dit of dat maar aan u vragen.”

## Geen onderscheid

 

Ouderen in de gemeenten die hij diende spreken nog altijd met grote waardering over ds. Catsburg. „Vanwege zijn ernst en zijn hartelijkheid, zonder onderscheid te maken. Hij was ongevoelig voor maatschappelijke standen.” De weduwe van de jonggestorven predikant verhuisde na verloop van tijd van Garderen naar Opheusden. „Ze woonde iets verderop. Tijdens zijn opleiding tot predikant zat onze zoon Paul vaak bij haar te studeren, want thuis was het met zeven kinderen vol en druk. Ze schonk hem de theologische bibliotheek van zijn opa; die kreeg een plek in zijn studeerkamer.”

Sinds dit jaar staat de jonge predikant in Garderen. „We mogen daarin echt zien dat de Heere de Getrouwe is en doorgaat. Paul lijkt niet in alles op zijn opa, maar heeft wel dezelfde rust en nuchterheid. Ook in zijn gedrevenheid en grondslag is hij voluit een leerling van zijn grootvader. En net als mijn vader had hij als kind al het verlangen om zijn leven in dienst van de Heere te stellen.”

Bij zichzelf herkent ze van haar vader belangstelling voor de mensen om haar heen. „En het verlangen om het belangrijkste door te geven. In Garderen en Opheusden deed ik de zondagsschool, nu leid ik met veel genoegen de vrouwenvereniging.”

Als Bijbeltekst voor de rouwkaart van de predikant koos de familie: „Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege... laat u met God verzoenen.” „Daarmee was zijn leven getypeerd. Hij bracht overal dezelfde boodschap: in de gemeenten die hij diende, de evangelisaties waar hij werkzaam was en zijn eigen gezin. Met een leven dat overeenkwam met zijn woorden. Dat zette misschien nog wel het meest een stempel.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/het-plotselinge-overlijden-van-haar-vader-zette-een-blijvend-stempel-op-tineke-van-den-herik-catsburg</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/het-plotselinge-overlijden-van-haar-vader-zette-een-blijvend-stempel-op-tineke-van-den-herik-catsburg</guid>
            <pubDate>Sat, 27 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Eén seconde laden, elf dagen stroom]]></title>
            <description><![CDATA[De wetenschappers presenteerden onlangs het eerste prototype ter wereld van een kwantumbatterij. Het ding kan draadloos met een laser worden opgeladen. Echt bruikbaar is hij nog niet. Het prototype laadde in enkele biljoensten van een seconde op en bewaarde de energie enkele nanoseconden. De batterij ging een miljoen keer langer mee dan de oplaadtijd, alsof een telefoon na 30 minuten laden meer dan 100 jaar meegaat. Op een batterij die één seconde oplaadt en daarna elf dagen meegaat. De techniek werkt, maar staat nog in de kinderschoenen. De onderzoekers noemen de kwantumaccu veelbelovend. Ze willen drones in de lucht met lasers kunnen opladen; en elektrische auto’s kunnen straks sneller laden dan een benzineauto kan tanken. Hoofdonderzoeker James Quach denkt zelfs dat elektrische auto’s straks rijdend kunnen laden.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/een-seconde-laden-elf-dagen-stroom</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/een-seconde-laden-elf-dagen-stroom</guid>
            <pubDate>Thu, 25 Jun 2026 07:49:48 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wandelen door tuindorp ’t Lansink in oude industriestad Hengelo]]></title>
            <description><![CDATA[Oude fabrieksgebouwen staan ingeklemd tussen twee spoorlijnen. Op een torentje prijkt het logo van Hazemeijer Hengelo, in de vorige eeuw fabrikant van elektrotechniek. Onderaan de toren is nu de ingang van Lust. De bistro vormt het startpunt van een tocht met Yolande Emmelot (72) en Sjoerd Karsten (77), auteurs van de wandelgids ”Dwalen door een ideaal. Wandelen langs tuin- en fabrieksdorpen”.

Na een cappuccino bij de gezellige horecazaak wenkt het verleden van de Twentse industriestad. Emmelot en Karsten zijn ervoor uit hun woonplaats Amsterdam gekomen. Beiden waren werkzaam in onderwijs en wetenschap, Emmelot als onderzoeker, Karsten als hoogleraar. Hengelo is een van de twaalf plaatsen waar het tweetal een route uitzette door tuindorpen en omliggend groen. Karsten nam Hengelo voor zijn rekening.

 

## Speels

De wandelroute gaat door een spoortunneltje, waarna het tuindorp verschijnt. Langs de stoep bloeit de rododendron. Karsten: „De architecten van ’t Lansink waren gecharmeerd van een klassieke bouwstijl. Het stratenpatroon is een beetje dorpsachtig, kronkelig. Je ziet veel verschillende huizen en de gevels verspringen.” Emmelot: „Het is speels. Wat ook meteen opvalt: er zijn plantsoentjes.” Karsten: „Je hebt echt het gevoel: ik loop in een dorp, de stad is ver weg.”

 

Veel arbeiders verhuisden begin twintigste eeuw naar de stad, om te gaan werken in de fabrieken. „Tuindorpen dienden als een overgang van platteland naar stad. Je kon er het dorpse gevoel vasthouden.” Emmelot: „In alle vroege tuindorpen zie je de Engelse landschapsstijl, de huizen zijn cottage-achtig. Binnen die cottagestijl is er hier een grote diversiteit: pleisterwerk, houtwerk, baksteen, van alles.”

Bij een hofje aan de Lansinkweg houden de auteurs even de pas in. Rond een tuin staan knusse arbeiderswoningen met rood-witte luiken. Emmelot: „De huizen zijn vaak heel ondiep. Soms denk je dat ze best groot zijn, tot je naar binnen kijkt. De panden hebben iets monumentaals, maar zijn toch klein.”

 

## Plein

Aan het centrale plein van ’t Lansink staat een chic hotel. Knoestige eikenbomen werpen hun schaduw over de kinderkopjes. Op een gedenkteken is in kopergroen de beeltenis van een vriendelijke heer te zien, met daaronder: „C.F. Stork (1865-1934)”. Karsten: „’t Lansink is het initiatief van deze vooruitstrevende ondernemer. Kenmerkend voor dit tuindorp is dat de bevolking gemengd was: het was niet alleen voor de arbeiders, er woonden ook leraren en hoger personeel.”

>„Het idee was om de arbeiders te verheffen”

Emmelot: „Opvallend is hoeveel aandacht er werd besteed aan decoratie, boogjes, veranda’s. Trapgevels, boerderijachtige woningen: je komt hier van alles tegen. De variatie is ongekend.” Naast het hotel waren winkels gevestigd, zoals die van de kruidenier en de groenteboer. „Die zijn er allemaal niet meer.” Het tuindorp had ook kroegen, maar alcohol werd er niet geschonken. Karsten: „Het idee was om de arbeiders te verheffen.”

Een kerk is verderop langs de wandelroute te vinden. „Hengelo was van oorsprong een katholieke enclave, waar ook veel protestanten kwamen. Dus moest er een protestantse kerk komen.” Aan de rand van ’t Lansink staat de Bethlehemkerk uit 1934, nu in gebruik als kantoor. „Het is duidelijk geen katholieke kerk. Het gebouw is heel sober.”

## Zwembad

Het ideaal achter de tuindorpen werd niet altijd meteen bereikt, weet Emmelot. „Voor het Agnetapark in Delft, hoe mooi ook, was er eerst weinig animo. Arbeiders woonden er vlak bij de fabrieksdirecteur, dat gaf hen een onvrij gevoel. Alsof ze in de gaten werden gehouden. Later veranderde dat wel.”

De wandelroute vervolgt langs een grote vijver, het Tuindorpbad. Dit natuurbad bestaat al sinds 1923. Het blauwgroene zwembadgebouw – een rijksmonument – heeft zachtgele vensters. Een grote fontein spuit hoog en breed, aan de overkant is een man aan het hengelen. Op deze lentedag is het zwembad nog gesloten, maar spoedig zullen er weer kinderen van de duikplank springen. Emmelot: „De vijver vind ik toch wel heel uniek. Je ziet hier ook hoe enorm groen het tuindorp is.”

>„De oprichter van de machinefabriek had zelf ook nooit doorgeleerd. Het gymnasium vond hij niks”

In en om het tuindorp stonden verschillende scholen. Karsten: „Stork had een grote bedrijfsschool, dat was heel bijzonder. Arbeiders leerden in die tijd na de lagere school niet verder door. De oprichter van de machinefabriek, Coenraads vader Charles Theodorus Stork, had zelf ook nooit doorgeleerd. Het gymnasium vond hij niks, hij ging al op zijn dertiende werken. Stork zag al snel het nut in van een beroepsopleiding. Op de bedrijfsschool konden arbeiders een vak leren.”

 

## Pakketjes

In ’t Lansink, grotendeels gebouwd voor de crisis van de jaren 1930, was de sociale droom van Stork een zichtbaar succes. De idealen van verheffing en gemeenschapsvorming werden gerealiseerd, al was de praktijk soms weerbarstig. Emmelot: „Hoewel alcohol ontmoedigd werd of zelfs verboden was, ontstonden er weleens illegale cafés.”

Karsten en Emmelot laten het tuindorp achter zich, voor het laatste deel van de route. Via de voormalige fabrieksgebouwen van Stork en de naar koningin Wilhelmina vernoemde bedrijfsschool wandelen ze terug naar het stationsgebied. In de Willem de Clerqstraat valt het oog van Karsten op een A4’tje achter de ruit van een woning. Hij leest voor: „Pakketjes voor de buren worden niet aangenomen.” Emmelot, lachend: „Dat is óók niet volgens het ideaal.”


 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wandelen-door-tuindorp-t-lansink-in-oude-industriestad-hengelo</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wandelen-door-tuindorp-t-lansink-in-oude-industriestad-hengelo</guid>
            <pubDate>Thu, 25 Jun 2026 07:16:29 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De Flierefluiter: verhitte hoofden en fonkelende ogen]]></title>
            <description><![CDATA[Dat de Flierefluiter leuk zou moeten zijn, hadden we al gehoord. Maar of onze kinderen dat ook vinden? We nemen de proef op de som op een zaterdagmorgen aan het einde van de meivakantie. De hoofdparkeerplaats staat vol auto’s. Toch valt de drukte in de speeltuin mee.

De zon lokt naar buiten toe, voorbij de ook heel aantrekkelijke binnenspeeltuin. Het eerste wat de kinderen (7, 10 en 11 jaar oud) opvalt, zijn vier trampolines. Ze rennen er meteen naartoe. Even wat trucjes uithalen. Een paar front- en backflips later komen ze hijgend van de toestellen af. Geen slecht begin.

 

Naast de trampolines is een trekkerweitje. Dat laten we even links liggen. Ouders met jonge kinderen aan de hand lopen naar het peuterpretplein. Daar staan een nestschommel, een kleine trampoline en een glijbaantje. Er is zelfs een duoschommel, met een zitje voor een ukkie én de ouder.

Ook niet slecht: overal op het terrein van de Flierefluiter staan (picknick)tafels waaraan ouders kunnen gaan zitten, terwijl hun kinderen zich uitleven.

We lopen verder het terrein op. Dat blijkt veel groter dan we ons in eerste instantie hadden voorgesteld. De zevenjarige vergaapt zich aan de grote konijnen. Die hebben een heerlijk ruim hok waarin ze kunnen rondhuppelen, maar slapen deze zaterdagmorgen liever uit. Ze liggen voor pampus tegen het hek, beschenen door een zonnetje.

Twee jongens van een jaar of zeven zoeken hun weg door een doolhof van hekken en paaltjes. Goed voorbeeld doet volgen, want ook onze kinderen proberen de uitgang te vinden. Dat is nog minder makkelijk dan je denkt.

 

## Springen

Wie van springen houdt, zoals ons drieste drietal, komt goed aan zijn trekken in de Flierefluiter. Niet alleen zijn er trampolines, verderop staat ook een gigantisch springkussen. Nog helemaal zonder kind erop: aantrekkelijker kan niet. Op een holletje zet ons kroost zich in beweging, schopt de schoenen uit en laat zich lachend achterover in het enorme, luchtgevulde kussen vallen. Ook een leuk spelletje: de oudste twee springen omhoog en laten zich vervolgens met een plof neervallen, waarop de jongste een stukje in de lucht wordt gelanceerd. Ze gieren het uit van de pret.

Langs ons heen lopen ouders met een overvloedige hoeveelheid kinderen in hun kielzog. Vast een feestje. Ze hebben tassen vol eten en drinken bij zich. Zo te zien zijn ze van plan om hier de komende uren niet weg te gaan. 

Hoe verder we door het park lopen, hoe meer we de keuze van die ouders begrijpen. Want telkens als we denken alles wel gezien te hebben, ontdekken we opnieuw een leuke plek om te spelen.

 

Zo wordt er omgeroepen dat er een spelletje gedaan kan worden op de speelzolder, waarbij leuke prijzen te winnen zijn. De oudste twee willen niet mee om te gaan kijken en de jongste vindt het te spannend. Maar de kinderen die wel meedoen, rennen enthousiast over de stormbaan in de binnenspeeltuin, om even later voldaan een cadeautje uit een ton te vissen.

Onze kinderen raken steeds verhitter en drinken gulzig een beker water leeg. Wat verlangend kijken ze naar het zwembad dat naast de speeltuin ligt. Maar helaas, zwemkleding hebben we niet bij ons. 

## Glijden

De zevenarige neemt me mee naar een toren waarvandaan drie glijbanen naar beneden lopen. „Dat lijkt me superleuk, mama”, wijst ze enthousiast. Bij een van de glijbanen, een rode, blijft ze aarzelend bovenaan zitten. De baan loopt zo’n anderhalve meter loodrecht naar beneden. Dat ziet er eng uit. Ondanks de aanmoedigingen van haar broers gaat ze niet overstag. En dus rennen de jongens even naar boven, om het voor te doen. Nu kan ze niet achterblijven. Ze geeft zichzelf een zetje en daar gaat ze. „Waaaah.”  Haar enthousiaste kreten waaieren uit over het terrein. Met blij fonkelende ogen rent ze nog eens het trapje op naar boven. „Ik ga nog een keer”, roept ze ten overvloede over haar schouder.

 

Als we buiten bijna alles gehad hebben, gaan we naar binnen toe. Daar, op de speelzolder, is opnieuw genoeg te doen. De kids laten zich via een spinnenweb naar beneden zakken en glijden opgetogen van een van de verrassend snelle glijbanen af. De trampolines binnen moeten natuurlijk ook even getest worden. Dan zijn er nog de stormbaan, een fietsjesbaan, een blokkenzolder en een voetbalkooi. Vooral die laatste kan op de goedkeuring van de twee jongens rekenen. Ze verdwijnen door een deurtje met een gehuurde bal van de Flierefluiter, om daar voorlopig niet meer uit te komen.

## Schminken

Als na ruim twee  uur de tijd nadert om te vertrekken, is er eigenlijk nog steeds genoeg wat we niet gedaan hebben. De kabelbaan bijvoorbeeld, en de adventure golfbaan. 

We lopen daarom nog snel even een rondje. Langs de babykonijntjes, naar de schattigste kleine geitjes die er maar zijn. Daar laten de drie zich op hun knieën zakken. Even aaien.

 

Een pauw die verderop in zijn hok staat, zet speciaal voor ons zijn prachtige veren op. De pony’s die in een weitje naast meneer pauw staan, zouden geborsteld en zelfs bereden mogen worden. Maar voor zover we kunnen zien, is dat nu even niet aan de orde. Jammer, vindt de zevenjarige, maar ze trekt me al snel mee naar een andere plek. „Kijk, er zijn kinderen die geschminkt worden. Kunnen we even kijken waar dat is? Ik wil dat ook.”

We lopen een rondje, en juist als we het willen opgeven, zien we dat er een medewerker naar een overdekt plekje toeloopt. Meteen vormt zich een rij met meisjes. Daar moeten we dus zijn! We sluiten ons achter in de rij aan. Met een meisje met bruin kattenhoofd naast ons laten we even later de speeltuin achter ons. Dit was een goed bestede morgen!

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-flierefluiter-verhitte-hoofden-en-fonkelende-ogen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-flierefluiter-verhitte-hoofden-en-fonkelende-ogen</guid>
            <pubDate>Wed, 24 Jun 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[”Ome Jan” deelt het Evangelie in de trein]]></title>
            <description><![CDATA[De klanken van Psalm 75 rollen door de stationshal. Tussen gehaaste reizigers en anonieme voorbijgangers zit Jan Vermeer (72) achter de piano alsof hij thuis is. Een jonge vrouw gaat zichtbaar genietend op het bankje naast de piano zitten. „Wilde je meezingen?” vraagt Vermeer na het slotakkoord. „O nee, zeker niet hoor”, haast de vrouw zich te zeggen. „Het was een psalm, uit de Bijbel”, reageert Vermeer, niet uit het veld geslagen. „Ken je de Bijbel, of heb je er misschien zelf een?” 

 

Als Jan Vermeer nieuwe mensen ontmoet, dan móét hij met hen over de Bijbel praten. „Het gaat om Gods Woord, hè? Ik ben niet zomaar met wat prul onderweg. Je kunt niet helder genoeg uitroepen hoe dierbaar en heilzaam dat Woord is. Dus dat probeer ik een beetje te doen.” 

 

Gemiddeld drie keer per week reist de vroegere postbode met de trein. Vaste routes op dinsdag en zaterdag, op donderdag een reis naar de uithoeken van Nederland. „De verspreiding van het Woord is zo hard nodig. De generatie grootouders die de Bijbel nog leest, is aan het verdwijnen. Hoe moeten mensen de Bijbel dan nog kennen? Als ik met iemand over de Bijbel praat, dan zeg ik altijd: „Dit is het meestgelezen en het duurste Boek ter wereld, wist je dat? Het is met bloed betaald.” Dan gaan er wenkbrauwen omhoog, maar de aandacht is gewekt. Nou, dan is het gesprek er al.”

## Vloeken

Het idee van het treinreizen is geleidelijk ontstaan, vertelt Jan Vermeer – of ome Jan, zoals veel mensen hem onderweg noemen. „Ik weet nog dat ik in het jaar 2000 op een ochtend wakker werd met de woorden: „Doe het werk van een evangelist; tijdig en ontijdig”, uit 2 Timotheüs 4. Dat klonk zo helder, alsof er iemand naast mijn bed stond om dat te zeggen. Maar vanuit mijn kerkverband werden geen evangelisten uitgezonden, dus ik wist niet wat het te betekenen had. Naast mijn werk bij de post werd ik twaalf jaar lang fractielid van de SGP in Veenendaal. Misschien bedoelde de Heere dit ermee, dacht ik.”

Vooral als postbode kwam Jan Vermeer veel vloekers tegen. Hij probeerde altijd met hen in gesprek te gaan. „Velen bedankten me, omdat ik hen wees op taalgebruik waar ze niet eens erg in hadden. En als mijn vragen eens weerstand opriepen, dan zei ik: „Maar wacht even, wie begon hier nu over God te praten?” Soms ontstonden dan alsnog mooie gesprekken.” Na een stilte: „Nu denk ik: die gesprekken waren een voorbereiding op wat ik nu mag doen. Toen het idee van het treinreizen ontstond, dacht ik: dit wordt nooit wat. Maar het bleek toch een manier te zijn om anderen in aanraking te brengen met de Bijbel.” 

## Wonderlijk

Thuis in Veenendaal heeft Jan Vermeer dozen vol Bijbels staan, in allerlei talen. Ze komen allemaal van de GBS en in elke Bijbel schrijft ome Jan een persoonlijke boodschap. „Met Google Translate zoek ik de juiste woorden op. „Beste vriend of vriendin, deze Bijbel is speciaal voor jou”, schrijf ik dan. En meestal schrijf ik op wat ze vooral moeten lezen en ik geef een wens mee. Als laatste zet ik mijn mailadres eronder, voor als mensen vragen hebben. Regelmatig krijg ik dan een reactie. Niet dat dat belangrijk is hoor, want ook zonder mij gaat Gods werk door. Maar zag je de mail die ik je gisteravond doorstuurde? Ik was juist wat mismoedig. „Heeft het allemaal wel zin, Heere?” vroeg ik. En toen was daar de mail van Mariane uit Venezuela. Ze had wel een Engelse Bijbel, maar ze wilde het Woord graag dieper bestuderen, in haar eigen taal. Slechts enkele dagen later vond ze de Spaanse Bijbel die ik in een boekenkast op Utrecht Centraal had gezet. Ja, dan moet ik zwijgen met mijn twijfels.”

 

Heel vaak staat Jan Vermeer aan het eind van een treindag bewust stil bij wat er die dag allemaal gebeurde. „Dan blijkt steeds weer hoe wonderlijk de Heere werkt. Het loopt zoals het gaat, maar zo moet het ook lopen. Vanmorgen nog stond ik halverwege het perron op de trein te wachten. Juist toen de trein binnenreed, besefte ik dat ik totaal vergeten was om in te checken. Dat gebeurt me nooit. Ik rende naar de paal, checkte in en kon nog net instappen in de voorste coupé. En wat denk je? Ik kom daar te zitten bij twee meiden vol met levensvragen. Ze waren christelijk en lazen elke dag de Bijbel, maar waren ook zoekend. Nu heb ik hun mailadres en hoop ik hun nog wat toe te sturen. Wie weet waarvoor dat nodig was.” 

 

## Afhankelijkheid

Om het gesprek aan te gaan, hoef je niet bijzonder vaardig te zijn, vindt Jan Vermeer. „Kijk vooral wat meer om je heen. Als ik mensen radeloos naar reisborden zie kijken, vraag ik altijd even of ze hulp nodig hebben. Zo simpel kan het beginnen. Pas tilde ik de fiets van een jonge studente de trein in. „Dank u wel, meneer”, zei ze zichtbaar opgelucht. Van Utrecht naar Den Bosch zat ik tegenover haar en we maakten een praatje. Vierentwintig minuten duurde de reis nog maar, en toen had ze al een Bijbel in haar hand. Maar dan moet ík er weer tussenuit, hè”, haast de oud-postbode zich te zeggen. „Het is allemaal Gods bestuur. Later vroeg de studente: „Kan het ook zijn dat ik vanmorgen mijn bus móést missen?” En toen vertelde ze dat ze in deze trein terechtgekomen was, doordat ze thuis de bus had gemist. Zij begreep hoe God werkt. En ik had mijn les ook weer geleerd.” 

 

Sommige ontmoetingen leiden tot een langer contact. Tegelijk is Jan Vermeer er voorzichtig mee. „Mensen moeten niet afhankelijk worden van een persoon hier op aarde. En als ik nog eens afspreek met iemand, doe ik dat altijd in een openbare ruimte. Soms hoor ik dan dingen die me blij maken; op andere momenten krijg ik vooral vragen. Dat mag ook.” Altijd gebruikt ome Jan de gelegenheid om nieuwe boekenkastjes te ontdekken, waarin een Bijbel gelegd kan worden. „Inmiddels heb ik een heel netwerk aan kastjes dat ik naloop. In ziekenhuizen en universiteiten, maar ook bij stations en in woonwijken. Ik laat er soms een, soms meerdere Bijbels achter en bijna altijd zijn ze weg als ik later eens terugkom. Er is zeker wel behoefte bij mensen aan het levende Woord.”

 

## Homostel

Zelden komt het voor dat mensen negatief reageren op de gesprekjes die hij aanknoopt. Soms krijgt ome Jan een resoluut ”nee” op de vraag of iemand een Bijbel wil, en dat respecteert hij. Maar bijtende reacties zijn er niet. „Wel maakte ik pas een benauwde situatie mee, die de Heere wonderlijk veranderde. Op station Nijmegen kwam ik in gesprek met een jongeman. „Ik wil zo nog wat Bijbels in een boekenkastje leggen”, zei ik. „Ken je de Bijbel? Wil jij er anders ook een hebben?” Zo kwam hij aan een Bijbel. Maar hij wachtte duidelijk op iemand. Later kwam er nog een jongen bij staan en ook hij nam er een aan. 

Toen ik thuis was, kwam er een e-mail binnen. „Op het station heeft u gezegd dat wij behouden kunnen worden, maar in de Bijbel die u ons gaf, staat het tegenovergestelde. Wij zijn een homostel.” „O Heere, help”, bad ik. „Het gaat om Uw Naam, geef toch wijsheid.” Diezelfde middag nog heb ik een reactie gegeven. Op anderhalf kantje schreef ik over Gods bedoeling met man en vrouw, over de zondeval en dat Christus juist gekomen is voor mensen die van het pad af zijn. Biddend heb ik het bericht weggestuurd. 

Nog diezelfde dag kreeg ik een mail terug. „Lieve Jan”, stond erboven. Ik ontspande helemaal. „Wat u schrijft komt overeen met wat u zei. Wij hebben er vrede mee. Van harte welkom voor een kopje koffie.” Wat bijzonder, hè. En wat een les. Wij moeten in elke andere zondaar onszelf herkennen. En dan kun je niet meer zwijgen over God en Zijn Woord.”  

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ome-jan-deelt-het-evangelie-in-de-trein</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ome-jan-deelt-het-evangelie-in-de-trein</guid>
            <pubDate>Tue, 23 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Dit viertal verkoopt 3000 bolussen per week]]></title>
            <description><![CDATA[De bakkers ruiken zelf niet meer hoe heerlijk de geur van versgebakken brood en banket is. „Daar zijn we aan gewend geraakt.” Voor bezoekers is die onweerstaanbaar.

Ook zonder die geur is de bakkerij geen verkeerde plek om te werken, vinden Jan de Muijnck (29), Carlo Pannekoek (29) en hun schoongrootvader Henk ten Hove (75). De eerste twee zijn sinds een aantal jaar de nieuwe eigenaars van de familiebakkerij, als vierde generatie van de familie Ten Hove.

Een tijdje was er sprake van dat de bakkerij verkocht zou worden. Maar Henk ten Hove is blij dat zijn aangetrouwde kleinzoons nu het stokje hebben overgenomen. „Mijn eigen vader heeft dit nog net meegemaakt, voordat hij vier jaar geleden overleed. Hij was in 1950 de eerste van onze familie die deze bakkerij runde en hij vond het prachtig dat er weer een nieuwe generatie aan het roer zou staan.”

 

## Trouwe klandizie

Henks vader, ook een Henk, was afkomstig uit een bakkersfamilie in Dirksland. Hij en zijn twee broers waren alle drie geïnteresseerd in de bakkerij van hun vader, maar slechts één kon die voortzetten. Daarop besloot Henk in 1950 een kruidenierswinkel in Nieuwerkerk over te nemen van een weduwe. Na verloop van tijd maakte hij hier een bakkerij van en werd hij een van de vijf bakkers in het relatief kleine dorp.

De vijf bakkers hadden stuk voor stuk trouwe klandizie. Kocht je in die tijd eenmaal bij een bakker, dan bleef je daar in principe je hele leven kopen. Henk: „Kwamen er nieuwelingen in het dorp wonen, dan renden we soms achter de verhuiswagen aan om maar de eerste te zijn die vroeg of ze bij ons klant wilden worden. De snelste bakker kreeg namelijk de nieuwe klant.”

Het viel bakker Ten Hove driekwart eeuw geleden niet mee om zijn bedrijf draaiende te houden. Niet alleen was er in 1953 de Watersnood, waardoor zijn zaak volledig onder water kwam te staan. Een jaar later brak er brand uit die voor forse schade zorgde. Toch lukte het hem om door te gaan.

In de decennia die volgden, gooide de ene na de andere Nieuwerkerkse bakker de handdoek in de ring. Totdat alleen bakkerij Ten Hove overbleef. Inmiddels is de zaak, inclusief de winkel, zeker drie keer zo groot als toen de eerste Henk er kort na de oorlog mee begon. Jan, wijzend naar het naastgelegen huis waar hij nu met zijn vrouw woont: „Dat was in 1950 nog een woonhuis, een winkel en een bakkerij ineen. Ik kan me dat niet meer voorstellen.”

 

## Meehelpen

Van de eerste Henk ging de zaak in 1973 over naar de tweede Henk. Die hoefde daar niet om te vechten. „Mijn broer en zussen hadden geen belangstelling voor het vak. Mijn broer is huisarts geworden. Die wilde als kind al niet in de bakkerij werken.” Lachend: „Daar moest mijn vader bijna met de zweep achteraan. Het bezorgen van het brood en gebak deed mijn broer samen met een vriend. Maar regelmatig kwamen er dan telefoontjes van klanten die geen brood hadden besteld, maar dat wel hadden gekregen, of andersom.”

De broer en zussen van Henk ontkwamen echter niet aan het werk, evenmin als hijzelf. „Iedereen had een taak. We moesten allemaal helpen met bezorgen. Dat deden we al vanaf de lagere school. Dan was ik om kwart voor twaalf thuis en moest ik bijvoorbeeld nog snel drie adressen langs voor twaalf uur. Ik deed het graag en probeerde klanten dan vaak ook een rol beschuit of een pak koekjes aan te smeren.”

Rozijnen wassen hoorde ook bij de taken die Henk al jong oppakte. „Daar zaten vroeger steentjes en stokjes in, die moest ik eruit halen. En ik moest ’s middags briketten klaarleggen, zodat mijn vader hiermee de volgende morgen de oven kon opstoken.”

Na de basisschool begon Henk met een bakkersopleiding. Dat was een vanzelfsprekende keuze. „Voor dit werk ben ik geboren.”

Eenmaal klaar met school, kwam hij gelijk bij zijn vader in dienst. „Ik was hard nodig. Bij een andere bakker heb ik dan ook nooit gewerkt. Toen ik een jaar of veertien was, begon ik nieuwe dingen uit te proberen. Krentenbollen maken, en kadetjes (bolletjes of puntjes, red.). Die waren toen nog amper te koop. Ik bakte van een kilo meel dertig kadetten. Dat liep best. Ook begonnen we met bolussen. Inmiddels verkopen we er daar 3000 van per week.”

 

## Meelstofallergie

Na Henk nam diens zoon – opnieuw een Henk – de bakkerszaak van zijn vader over. Henk senior: „Ik help nu alleen nog maar mee waar nodig. We wonen hierachter, dus ik kan elke dag even naar de zaak lopen. Ik draai bijvoorbeeld twee keer in de week bolussen, of help bij het bezorgen van de producten. Maar er moet niets. Tegelijkertijd vind ik het lastig om in mijn stoel te blijven zitten als ik zie dat er van alles te doen is.”

Henk junior heeft twee dochters en een zoon. De dochters zijn getrouwd met Jan en Carlo. 

De jongens komen niet uit een bakkersfamilie, maar rolden spontaan het vak in. Carlo: „Ik heb hier eens een dagje meegelopen en genoot van het werk. Je kunt met een paar losse grondstoffen een mooi en lekker product maken. Later ben ik daarom de bakkersopleiding gaan doen. Vervolgens ben ik bij een andere bakker aan de slag gegaan en heb ik mijn vrouw ontmoet, de oudste dochter van Henk.” Jan: „Carlo en ik kennen elkaar via de bakkersschool. Ik ben hier gaan werken en kreeg op den duur verkering met de tweede dochter.”

Beide bakkersdochters blijken dus per ongeluk een bakker aan de haak te hebben geslagen. Dat is achteraf gezien een uitkomst voor de bakkerij. Carlo: „Henk, mijn schoonvader, heeft namelijk een meelstofallergie opgebouwd. Hij kan niet tegen bloem en meel en moest van de dokter met het werk stoppen. Daarom begon de familie erover na te denken de zaak te verkopen.” Henk senior: „Dat verkopen lukte nog niet zo. Dus hebben we de jongens gepeild of ze er brood in zagen om de zaak samen met mijn zoon voort te zetten.” Carlo: „Sinds 2021 is bakkerij Ten Hove officieel van ons drieën: mijn schoonvader, Jan en mij.”

Hoe het mede-eigenaarschap hen bevalt? Carlo: „Het is een grote stap. Je bent ineens van werknemer werkgever.” Jan: „We hebben nu de verantwoording voor zo’n dertig man personeel.” 

De twee hebben de eerste tijd veel hulp gekregen van hun schoonvader. Zo ontdekten ze waar hun sterke kanten liggen. Henk: „Ze kregen twee A4’tjes met dingen die moeten gebeuren en konden aankruisen wat ze het liefst doen. Jan: „Ik doe de broodkant, regel de recepten en bestel de grondstoffen.” Carlo: „Ik doe de banketkant en houd me bezig met onder meer personeelszaken en roosters. Mijn schoonvader doet de financiële administratie.”

 

## Portemonnee

Ze vinden het alle drie mooi dat ze voor een familiebedrijf werken. Jan: „We kunnen zeggen dat deze bakkerij al vier generaties bestaat. Al 76 jaar inmiddels.” Carlo: „Je borduurt verder op een zaak die er al een hele tijd is. Het is veel moeilijker om bij nul te beginnen.”

Of het ook wennen is om met familie samen te werken? Henk senior, nuchter: „Je moet altijd even wennen. Dat had ik vroeger ook toen mijn zoon erbij kwam. In de jaren dat ik nog alleen verantwoordelijk was voor de bakkerij, stak ik het verdiende geld bijvoorbeeld gewoon in mijn portemonnee. Maar nadat mijn zoon erbij kwam, kon dat natuurlijk niet meer.” Carlo: „Het werken met familie heeft ook voordelen. Jan en ik vinden het fijn om met onze schoonvader te kunnen overleggen. Hij heeft veel ervaring. Wij zijn allebei niet opgegroeid in een ondernemersfamilie; onze schoonvader wel.”

## Korte nachten

Hoe zijn de nachten van de bakkers? Henk, lachend: „Kort.” Jan: „Inderdaad vooral kort, ja. Doordeweeks beginnen we rond een uur of vier.” Carlo: „Dan zijn we klaar rond zes uur ’s middags.” Jan: „Het vroege opstaan valt eigenlijk nog mee; veel bakkers beginnen nog eerder. Wij kunnen later starten, doordat we werken met remrijskasten, die het vooraf gemaakte deeg eerst koelen en ervoor zorgen dat het in de loop van de ochtend gaat rijzen, zodat het gelijk de oven in kan als we op de zaak verschijnen.” Henk: „Doordat het deeg een langer proces doormaakt, smaakt het ook beter, vinden wij.” Carlo: „Niet elke bakker heeft dit; het is nogal een investering.”

Op vrijdagochtend staan de bakkers een uur eerder op. Carlo: „We willen dan op tijd klaar zijn, omdat we ’s middags moeten slapen. Vrijdagavond gaan we namelijk weer vanaf negen uur aan de slag om de hele nacht door te werken, want zaterdag is de drukste dag van de week.”

 

## Boluskoekjes

Wat de toekomst van de bakkerij betreft, hebben Jan, Carlo en hun schoonvader geen spectaculaire ideeën. Carlo: „We denken eraan om iets uit te bouwen. De ruimte blijft een probleem. Maar hier zijn nog geen concrete plannen voor.”

 

Nieuwe producten zitten er voorlopig ook niet aan te komen. Carlo: „Je kunt als bakkerij je assortiment heel breed maken door er telkens iets aan toe te voegen, maar dat is voor ons niet rendabel. Dan is het beter om kleiner te blijven, maar wel goede dingen te maken.” Henk: „Soms lukt het wel om iets nieuws te maken dat groot wordt. Zo heeft mijn zoon, Henk junior, ooit boluskoekjes verzonnen; die zijn inmiddels door veel bakkers nagemaakt.” Carlo: „Ons bolusgebak loopt ook goed.” Jan: „Maar het hoofddoel is vooral: kwaliteit blijven leveren.” Carlo: „Zodat we onze klanten kunnen blijven voorzien van heerlijke producten.” 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/dit-drietal-verkoopt-3000-bolussen-per-week</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/dit-drietal-verkoopt-3000-bolussen-per-week</guid>
            <pubDate>Mon, 22 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[10 tips en 6 recepten: zomerse picknick zonder gedoe]]></title>
            <description><![CDATA[## Tien tips
1. Zin in een picknick? Nodig familie of vrienden uit en vraag iedereen iets lekkers mee te nemen. Zo maak je er samen een gezellige middag of avond van.
2. Vier je verjaardag eens met een picknick. Iedereen neemt een stoel of kleed mee en de jarige zorgt voor de drankjes en hapjes. Je zult zien dat je gasten het waarderen. Misschien vinden ze het zelfs wel fijn om niet op een rijtje in de woonkamer te zitten, maar lekker in de natuur te zijn.
3. Een picknick hoeft niet veel te kosten. Wees creatief en maak vooraf een planning van wat je gaat bereiden en wanneer. Zo blijft alles overzichtelijk en kun je zelf ook ontspannen genieten.
4. Zoek voor de picknick een mooie plek in de natuur. Het is handig als je de auto dichtbij kunt parkeren.
5. Heb je lekkere broodjes gemaakt? Pak ze dan per persoon in met bakpapier. Een touwtje eromheen en een kaartje met de inhoud erop maken het helemaal af.
6. Vries vooraf flesjes water in en leg ze vóór gebruik in de koeltas. Zo heb je direct een handig koelelement.
7. Leuk voor de kinderen: vul flesjes met ranja en wat stukjes fruit en doe er een vrolijk rietje in.
8. Bewaar van tevoren lege flesjes van sausjes of sapjes; die komen bij een picknick goed van pas.
9. Een alcoholvrije mojito met munt en limoen is heerlijk verfrissend. Serveer deze in leuke flesjes.
10. Vergeet niet mee te nemen: servetten, vochtige doekjes en een afvalzak. 

## Recept 1: kaasstengels, verdraaid lekker 

 

### Ingrediënten
- 1 rol vers bladerdeeg 
- 4 el fijnggehakte hazelnoten 
- 2 el Italiaanse kruiden 
- 90 g pesto 
- 75 g geraspte Parmezaanse kaas (naar smaak) 
- 1 ei, om te bestrijken 

### Bereiding
1. Rol het bladerdeeg uit en bestrijk het met de pesto. 
2. Strooi de fijnggehakte hazelnoten en de Italiaanse kruiden erover. 
3. Verdeel de geraspte kaas erover. 
4. Snijd verticale repen (hoe breder, hoe groter), richtlijn: ong. 3 cm. 
5. Pak een reep deeg op bij beide uiteindes en draai ze in tegenovergestelde richting in elkaar. Probeer de vulling zo veel mogelijk te laten zitten. 
6. Leg de stroken op een met bakpapier beklede bakplaat. 
7. Verwarm de oven voor op 225 graden (boven- en onderwarmte). 
8. Klop het ei goed los en bestrijk de stengels met ei. 
9. Herhaal dit na 10 minuten. Laat even rusten.  
10. Tip: probeer koel te werken, of zet de stengels even in de koelkast.  
11. Bak de stengels 10 min op 225 graden, daarna nog 15 min op 200 graden. 

## Recept 2: salade in een potje
- Pak een aantal (weck)potjes en vul ze laag voor laag met bijv. sla, radijs, wortel, bonen, paprika, tomaat en komkommer. 
- Begin met een dressing onder in het potje en vul vervolgens met de groenten. 
- Houd, vlak voordat je gaat eten, het potje even ondersteboven, zodat de dressing zich goed door de salade verspreidt.

## Recept 3: zelfgemaakte icetea
- Vul een fles met water en voeg een zakje met losse thee toe, bijv. groene thee met sinaasappel.
- Laat een paar uur trekken en haal daarna het zakje eruit.
- Voeg evt. schijfjes sinaasappel, verse munt en ijsklontjes toe. 

## Recept 4: fruitsalade

 

## Ingrediënten
- Zomerfruit (bijv. bessen, aardbeien, nectarines, perziken, druiven, granaatappels, ananas) – 100 tot 150 g per persoon
- Evt: limoensap, muntblaadjes, eetbare bloemen

## Bereiding
1. Maak het fruit van tevoren schoon en snijd het in stukjes. 
2. Sprenkel er evt. wat limoensap over.
3. Neem het mee in een afgesloten trommel. Doe het bij de picknick in een mooie schaal, glaasjes, kommetjes, of papieren bekers.
4. Decoreer evt. met muntblaadjes en wat bloemetjes.

## Recept 5: zomers toetje

 

## Ingrediënten (voor 8 pers.)
**Bodem:**
- 200 g speculooskoekjes 
- 75 g roomboter 
- rasp van een halve citroen 

**Vulling:**
- 250 ml slagroom 
- 200 g monchou (20 min uit de koelkast) 
- 75 g fijne suiker
- 1 à 2 tl vanille-extract (of een half vanillestokje, geschraapt)
- 4 blaadjes gelatine 
- rasp van een halve citroen 

**Passiegelei:**
- 200 ml passiepuree (diepvries) 
- 4 g gelatine 
- 100 g fijne suiker 

**Garnering:**
- 1 mango, in kleine blokjes 
- verse munt 
- handje blauwe bessen 
- fruit naar keuze 

**Verder nodig:**
- 8 glazen (weck)potjes 150-200 ml

## Bereiding
**Bodem**
1. Maal de koekjes fijn en doe de citroenrasp erdoor. 
2. Smelt de boter en meng met de koekkruimels. 
3. Verdeel de koekkruimels over de potjes en druk stevig aan. 
4. Zet de potjes in de koelkast. 

**Vulling**
5. Week de gelatine in koud water (min. 15 min). 
6. Klop de slagroom met de suiker net niet stijf. 
7. Doe de monchou, het vanille-extract en de citroenrasp in een andere kom en klop glad. 
8. Spatel de slagroom in delen door de monchou. 
9. Knijp de gelatineblaadjes uit en verwarm ze, met twee eetlepels water, heel kort, tot ze opgelost zijn (niet koken). Laat 5 min staan en spatel de gelatine door de vulling. (Niet te lang spatelen; wel goed mengen.) 
10. Haal de potjes uit de koelkast en verdeel de vulling over de koekjesbodem. Strijk glad. Laat een paar uur opstijven in de koelkast. 

**Passiegelei**
11. Week de gelatine (min. 15 min). 
12. Verwarm de passiepuree met de suiker. Haal van het vuur zodra de suiker goed is opgelost. 
13. Knijp de gelatine uit en roer door het passievruchtmengsel. 
14. Laat afkoelen tot kamertemperatuur (het mengsel moet nog vloeibaar zijn). Verdeel het over de potjes en zet die in de koelkast (min. 2 uur). 

**Afwerking**
15. Garneer de potjes met bijv. fruit of munt.
Tip: neem het fruit gesneden mee in een bakje en verdeel het ter plaatse over de potjes.

 

## Recept 6: gevuld broodje 

 

## Ingrediënten (voor 8 pers.)

- 2 pinsa-afbakbroden
- 2 bakjes kip-kerriesalade
- sla naar keuze
- 200 g gebraden kipfilet
- 4 tomaten (in plakjes)
- halve komkommer (in plakjes)
- evt.: uitgebakken plakjes bacon/spek 
- naturelchips
- prikkers
- evt.: fruit 

## Bereiding

1. Bak de pinsa’s af en snijd ze horizontaal door.
2. Besmeer de onderste helft met kip-kerriesalade en leg hier een handvol sla op.
3. Verdeel de kipfilet over de broden.
4. Leg daarop de plakjes tomaat en daarna de komkommer.
5. Voeg eventueel uitgebakken spek toe.
6. Leg nog een handvol sla erbovenop.
7. Besmeer de binnenkant van de bovenste helft met kip-kerriesalade.
8. Druk de bovenkant op het belegde brood.
9. Snijd de pinsa eerst doormidden en daarna schuin door, zodat je 16 stukjes krijgt.
10. Zet de stukjes vast met prikkers en garneer ze eventueel met fruit of tomaatjes.
11. Leg wat stukjes chips over de broodjes.
Tip: in plaats van pinsa-afbakbroden kun je ook stokbrood, focaccia of sneetjes brood gebruiken. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/10-tips-6-recepten-zomerse-picknick-zonder-gedoe</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/10-tips-6-recepten-zomerse-picknick-zonder-gedoe</guid>
            <pubDate>Fri, 19 Jun 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo maak je een verticale kruidentuin]]></title>
            <description><![CDATA[## Dit heb je nodig

- 1 terracottapot, doorsnee ong. 26 cm
- evt. onderzetter voor de pot
- 2 terracottapotten, doorsnee ong. 13 cm
- 3 terracottapotten, doorsnee ong. 11,5 cm
- klein afdekpotje, doorsnee ong. 8 cm
- grind of andere steentjes
- bamboeplantenstok (doorsnee ong. 10 mm, 120 cm lang) die door de gaten van de potjes past
- potgrond
- kruidenplantjes 
- evt. restje verf, kwast, onderzetter, plantenlabels

## Stap 1

 

Optioneel: Breng met een droge kwast en een restje muurverf lichte, onregelmatige vegen aan op de potten.

## Stap 2

 

Vul de grootste terracottapot voor ongeveer een kwart met grind. Steek de bamboestok ertussen en zet deze in het midden, zodat hij stevig staat.

## Stap 3

 

Vul de pot verder met potgrond en beplant ongeveer de helft van de pot met kruidenplantjes.

## Stap 4

 

Schuif de tweede bloempot (doorsnee 13 cm) schuin op de stok, zodat deze deels boven de onderste pot hangt. Vul met potgrond en plant ook hierin kruiden.

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-maak-je-een-verticale-kruidentuin</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-maak-je-een-verticale-kruidentuin</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 09:08:48 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Gezondheid naar de maan?]]></title>
            <description><![CDATA[Met de nieuwe vluchten naar de maan is het actueler dan ooit: wat doet wonen op de maan met het menselijk lichaam? Niet veel goeds. De zwaartekracht op de maan, die een zesde van de aardse aantrekkingskracht is, kan de aanvoer van bloed, zuurstof en glucose naar de hersenen verstoren, waardoor de kans op zenuwaandoeningen en problemen met de bloedsomloop toeneemt. Maanastronauten staan chronisch bloot aan kosmische straling die DNA kan beschadigen, de immuunfunctie en de werking van de hersenen en het hart- en vaatsysteem kan verstoren. Ze hebben te maken met extreme temperatuurschommelingen, giftig maanstof, afzondering en een verstoorde dag-nachtcyclus. Een kleine verstoring heeft soms grote gevolgen voor het hele lichaam. Wat is de oplossing? „Lichaamsbeweging”, zegt Damian Bailey , hoogleraar fysiologie en biochemie aan de Universiteit van Zuid-Wales. „Op het internationale ruimtestation besteden astronauten ongeveer twee uur per dag aan lichaamsbeweging om hun spiermassa, botdichtheid en hart- en vaatfunctie te beschermen.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/gezondheid-naar-de-maan</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/gezondheid-naar-de-maan</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 09:00:28 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Hendrik Brons uit Rotterdam: Ga dichterbij op vakantie”]]></title>
            <description><![CDATA[- Wie: Hendrik Brons (27) uit Rotterdam, getrouwd, vader, fiscalist
- Reiziger: Maakt bewuste keuzes bij het reizen; vanuit rentmeesterschap

„Er zijn allerlei manieren om je ecologische voetafdruk te verkleinen. Zelf probeer ik op diverse gebieden matig te leven, maar helemaal stoppen met vlees eten lukt me niet. Wel vind ik het vanzelfsprekend dat je in ieder geval op je reisgedrag let. Je kunt vrij eenvoudig je CO₂-uitstoot verminderen als je keuzes maakt in hoe je reist en in welke bestemmingen je kiest.

 

Ik vlieg bewust niet. Als wij als gezin op vakantie gaan, kiezen we een bestemming die redelijk in de buurt is. In het verleden ben ik wel een keer met het vliegtuig naar de Verenigde Staten geweest. Ik was nog jong en dacht er eigenlijk niet over na hoe vervuilend dat was. Maar Amerika viel tegen. Ik had er grote verwachtingen van, maar ik zag ook daar de treurigheid van het bestaan langskomen. Gek genoeg ging ik juist daardoor nadenken over waarom ik eigenlijk de hele wereld zou overvliegen om vakantie te vieren. 

 

Het vliegtuig verruilde ik daarna voor de trein. Naar Marseille of Berlijn, dat zijn prima trajecten. Treinreizen is ook heel prettig, omdat je reis al begint op het moment dat je instapt. Je kunt meteen tot rust komen en ziet het landschap om je heen veranderen. Tegelijk moet ik eerlijk zijn: het kost wel wat. Treinreizen in Europa is duur en kost tijd. Toen ik anderhalf jaar geleden met een bedrijfsuitje naar Barcelona ging, moest ik een extra dag vrij nemen en een deel van de ticketprijs zelf betalen, omdat ik er met de trein heen wilde. Maar dat kunnen ook weer redenen zijn om dichterbij op vakantie te gaan. 

Met een jong gezinnetje is het moeilijker om aan zo’n levensstijl vast te houden, merk ik. Er zit een kloof tussen wat ik graag zou willen en wat inmiddels de praktijk is van ons leven. Dat komt ook wel doordat we nu een leaseauto hebben vanuit mijn werk. De kosten daarvan zijn al verrekend met mijn salaris en de extra kilometers zijn gratis. De financiële prikkel om de auto te pakken is dus heel groot. Zelfs al zou ik een dag lang parkeren aan de Amsterdamse grachten, dan nog is de auto goedkoper dan de trein, voor ons gezin. Naar het werk pak ik als het even kan wel de fiets of de trein. 

Het is belangrijk om te beseffen dat je keuzes er echt toe doen. Ik zie dat als een christenplicht. En daarmee ben je echt niet meteen een klimaatdrammer.” Grijnzend: „Ik houd er ook van om met de auto stevig door te rijden. Dat moet ik eerlijk bekennen, ik ben echt niet perfect. Het is ook niet in beton gegoten wat je precies wel en niet moet doen; als je maar blijft nadenken over je gedrag. 

 

Mensen kunnen zeggen dat ze meer van de wereld willen zien om Gods schepping te bewonderen. Maar ik begrijp niet waarom ze daarvoor zover moeten reizen. De natuur in Nederland is ook heel divers en Europa is een prachtig continent. Als je Nieuw-Zeeland met Schotland vergelijkt, is het verschil tussen beide niet groot in delen van het land. Waarom zou je zo ver reizen als je Gods schepping en Zijn aanwezigheid overal kunt ervaren? 

Soms krijg ik het gevoel dat mensen bepaalde bestemmingen kiezen puur om een verre reis te maken. Als ik een collega hoor vertellen dat hij naar Japan gaat, zijn de reacties veel enthousiaster dan wanneer iemand vertelt dat hij naar Duitsland gaat. Ver weg en onbekend is altijd interessanter. 

Misschien kunnen we ermee starten om daar wat minder lovend over te zijn. Natuurlijk is dat moeilijk, want door sociale media weten we hoe mooi het op verre bestemmingen kan zijn. Maar maak jezelf dan nieuwsgierig naar de natuur en cultuur in je eigen werelddeel.” 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ga-dichterbij-op-vakantie-vindt-hendrik-brons-uit-rotterdam</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ga-dichterbij-op-vakantie-vindt-hendrik-brons-uit-rotterdam</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 07:41:51 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Niet duur, wel gedurfd. Hoe Heidi haar huis inricht]]></title>
            <description><![CDATA[Wie bij de Kuipers over de drempel stapt, kan het niet ontgaan: hier wonen mensen die geen doorsneesmaak hebben. De grootste muur in de woonkamer heeft een in het oog springend blauw-wit behang. Overal zijn kleurige details te zien: op schilderijen, kussens, kaarsjes, mokken en vazen. Zelfs Heidi’s kleding en bril zijn opvallend fleurig.

Kleur heeft Heidi altijd al kunnen waarderen, vertelt ze. Als kind al. Toen ze op zichzelf ging wonen, was dat niet anders. „Mijn huis was toen wat eenzijdiger roze, dat wel. Met bloemetjes. Vrienden zeiden: „Je gaat nooit een man vinden met dat huis van jou.”” Lachend: „Maar mijn echtgenoot, Bert, kon erdoorheen kijken.”

Ondanks dat haar huis getuigt van een creatieve geest, houdt ze haar scheppingsdrang beperkt tot haar vrije tijd. „Ik ben jeugdhulpwerker op scholen. Als hobby ben ik jaren bezig geweest met fotografie, maar nu doe ik dat minder. Ik ben in plaats daarvan gaan naaien, dat vind ik ontzettend leuk.”

 

## Gele gordijnen

Sinds zes jaar wonen Bert en Heidi met hun drie dochters in hun huidige woning. Hun oude, zeker zo kleurrijke huis, verkochten ze. Dat was nog best een dingetje, vertelt Heidi. „De makelaar zei: „Ik vind het leuk, hoor, al die kleuren, maar er zijn mensen die er niets mee hebben. De meesten willen toch een strak en neutraal huis.” Toen het huis iets langer te koop stond dan gemiddeld, hebben we uiteindelijk het vintagebehang van de woonkamermuur gehaald en die wand beige geverfd. Ik vond het zo stom, maar alles voor het goede doel. Gelukkig duurde het toen niet lang voordat het huis verkocht was, want ik werd gewoon niet blij van dat beige.”

 

De nieuwe woning richtten Bert en Heidi samen in. „We begonnen in de woonkamer met rustig behang: crème met een gouden tintje. En gele gordijnen. Langzaam kwam er steeds meer kleur bij.”

Als het om de stijlkeuzes gaat, is Heidi vooral van de ideeën en Bert van de uitvoering. Wijzend naar een butlertray, een blikvanger in de keuken: „Die komt van de kringloop. Hij was eerst wit. Bert verfde hem en deed er een nieuw blad op. Nu doet hij dienst als koffiecorner.” 

 

Veel geld spenderen ze niet aan hun huis. „Ik ben ontzettend van het kringlopen. Meubelwinkels trekken me niet. Loop ik ergens tegenaan, dan neem ik het mee, en regelmatig breng ik ook weer iets terug. Zo wissel ik mijn spullen af.”

Het zijn echter zelden donkere tinten die hun weg naar haar huis vinden. Of ze moet een item kunnen verven. „Ik ben namelijk vooral van het groen en roze. Ook oker vind ik mooi, en blauw is daar dan weer een goede tegenhanger van.”

## Persoonlijke uitstraling

Qua stijlen haalt Heidi van alles door elkaar, vindt ze. Een grote, landelijke servieskast staat naast een wat kleiner Scandinavisch kastje op dunne pootjes. „Ik gebruik veel oude spullen, maar het geheel moet wel fris blijven.”

Met modehypes heeft ze weinig. „Als ik bij een ander bijvoorbeeld een minimalistisch interieur met veel beige zie, vind ik dat best mooi. Maar voor mezelf werkt het niet.”

Zo veel is duidelijk. In de vensterbank achter de eettafel liggen boeken. Op de planken in een nis naast de haard staan doosjes en stenen huisjes. Op een kastje pronkt een bonte verzameling kaarsen.

Toch wordt het huis niet rommelig door al die tierelantijntjes. „Dat komt ook doordat ik makkelijk spullen wegdoe. En ben ik kritischer dan vroeger in wat ik aanschaf. Iets moet speciaal zijn, anders neem ik het niet mee.”

 

Of ze weleens opmerkingen krijgt van mensen die over de drempel stappen? „De meesten kennen me en vinden mijn stijl helemaal bij me passen. „Wat gedurfd”, hoor ik soms. Bezoek vindt het vaak een gezellig huis, merk ik. Dat is ook wat ik wil: een warme plek creëren waar gasten zich welkom voelen. De kraamverzorgsters die hier vroeger waren, zeiden bijvoorbeeld: „Wat leuk, ik kwam daar en daar ineens iets bijzonders tegen.” Of: „Ik zag boven een mooie spreuk aan de muur hangen.” Dat vind ik leuk. Het is mooi als een huis een persoonlijke uitstraling heeft.”

 

Er zijn weinig dingen in het interieur waar Heidi écht aan hecht. „Dat zijn vooral spullen waaraan een verhaal zit, of die ik van familie heb gekregen. Oud servies van mijn oma, bijvoorbeeld. Boven staat een kast die van Berts opa en oma is geweest. Hij is meer dan honderd jaar oud. Ik vind het geweldig dat die een plek bij ons heeft gekregen.”

 

## Roze

Ondanks het feit dat Heidi een hekel aan meubelwinkels heeft, ontkwam ze er pas niet aan om daarheen te gaan. Zij en Bert waren op zoek naar een bank met specifieke afmetingen, die tweedehands nauwelijks te vinden was. Op de aankoop die ze deden is ze straks extra zuinig. Met een lach: „Ik zei tegen onze meiden: „Ik ga straks heel irritant doen over die bank. Je kunt daar echt niet meer met je blote voeten op zitten als je net in de tuin hebt gelopen.””

Even kwam ze in de verleiding om een roze exemplaar uit te zoeken. „Toen ik dat tegen onze meiden zei, antwoordden die geschrokken: „Nee, dat kunnen we papa echt niet aandoen.” Grinnikend: „Hij is heel makkelijk, maar roze of bloemig behang komt beneden niet op de muren.” 

 

Niet alleen Bert, maar ook hun dochters krijgt ze niet altijd meer aan boord. „De oudste zegt soms: „Mama, jij altijd met je kleur; ik ben meer van het beige.” Dus toen ze pas een nieuwe kast nodig had, heb ik niet gekeken naar zo’n oude, schattige, krakkemikkige, maar naar een neutraler exemplaar. Natuurlijk heb ik die wel voorzien van leuke roetjes en een zacht kleurtje.” Een tikje schuldbewust: „Ze kennen ook niet anders van me.”

Is het niet een flinke klus, om alles zo te stylen dat het ‘klopt’? „Voor mijn gevoel helemaal niet. Ik ben sfeergevoelig en houd van afwisseling, maar als iets op een goede plek staat, kan het er tijden blijven. Het nieuwe blauw-witte behang beneden zit er bijvoorbeeld echt wel even op. En zou dat niet zo zijn, dan trapt Bert wel op de rem.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/niet-duur-wel-gedurfd-hoe-heidi-haar-huis-inricht</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/niet-duur-wel-gedurfd-hoe-heidi-haar-huis-inricht</guid>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 07:30:03 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Rieke Schreuder verloor plotseling haar man ]]></title>
            <description><![CDATA[De twee jongste kinderen (16 en 14) zijn naar school. De oudste, pabostudent Joas (20), heeft vakantie.

Het leven lijkt weer zijn gewone gang te gaan voor het gezin. Al wordt het nooit meer zoals het was.

In januari 2024 woonden de Schreuders een maand in hun nieuwe woning, midden in Zelhem, toen het ondenkbare gebeurde. Rieke (45): „Cees en ik waren net 21 jaar getrouwd. Cees had al lange tijd een eigen bedrijf in boomverzorging. Daarvoor heeft hij vaak op hoogte moeten werken. Maar hij zei altijd: „Als je veilig werkt, is er niet meer gevaar dan bij een ander vak.” Hij kon heel goed risico’s inschatten. Dat maakt het ook zo bizar dat hij juist tijdens zijn werk is omgekomen.

Cees stond de laatste jaren niet zo vaak meer in een hoogwerker te zagen, want hij was altijd bezig met de aansturing van het bedrijf.  Maar zo af en toe ging hij nog „een dagje buiten spelen”, zoals hij dat noemde. De klus waar hij die dag mee bezig was, was een grote. Daarom hielp hij mee. Hij moest populieren zagen. Dat is onbetrouwbaar hout, daar staan deze bomen om bekend.

Die middag is Cees, tijdens zijn werkzaamheden, door een afscheurende tak uit de hoogwerker gevallen en overleden.”

 

## Politie

„Ik was net thuis van mijn werk als intern begeleider op een basisschool in Doetichem en was in de achtertuin aanmaakhoutjes voor de kachel aan het kloven. Ineens hoorde ik iemand roepen. „Hallo?” Ik liep naar voren, met het bijltje nog in mijn hand. Het was een politieagent. Ik lachte naar hem: „Sorry dat ik u niet hoorde, ik was hout aan het kloven.” Maar hij lachte niet terug. Ik dacht: dit is niet goed. Op hetzelfde moment werd mijn hoofd helemaal blanco. 

Er kwam nog een tweede agent aangelopen. „Mogen we binnenkomen?” vroegen ze. „Ja, natuurlijk”, antwoordde ik. Eenmaal in huis wonden ze er geen doekjes om. „Er is een ernstig ongeluk gebeurd binnen het bedrijf van uw man en hij is daarbij omgekomen.”

Ik denk dat ik wel tien of twintig keer heb gezegd: „Ik kan het niet geloven.” Daarna vroeg ik of ik mijn ouders en schoonouders mocht bellen. Mijn schoonvader moest ik door de telefoon vertellen dat zijn zoon is overleden. Hoe je dat doet? Dat doe je gewoon. Ook al realiseerde ik me nog steeds niet volledig wat er gebeurd was.

De agenten zeiden: „We weten dat jullie een zoon in Gouda hebben, en twee thuiswonende kinderen. Wat ga je tegen hen zeggen?” Ik moest me daarop voorbereiden.

Marte, de middelste, kwam als eerste thuis. Ik ben haar buiten tegemoet gegaan, omdat ik niet wilde dat ze meteen met de aanwezigheid van de politie werd geconfronteerd. Ik zei: „Papa is gestorven bij een ongeluk.” Ook voor haar was dit niet te begrijpen. Jelte, de jongste, zei toen hij het hoorde: „Is dit een droom?”

Mijn ouders en schoonouders, die inmiddels waren gearriveerd, drongen erop aan dat ik de begrafenisondernemer belde. Dat was ook zo onwerkelijk: dat ik die moest bellen, terwijl ik Cees nog niet eens had gezien. In verband met het onderzoek van de arbeidsinspectie kon ik pas om kwart voor tien ’s avonds bij hem komen, terwijl het ongeluk al om drie uur was gebeurd.”

 

## Gedragen

„De dagen erna voelde ik me doorlopend een soort verdoofd. Ik denk dat die verdoving de bescherming is die de Heere in een rouwproces geeft.

In de eerste week merkte ik aan alles dat de Heere dichtbij was. Mijn schoonvader las op een avond aan tafel Psalm 93: De Heere regeert. Er kunnen golven over je heen gaan, maar Hij staat erboven. Dat kon ik beamen. Wat er ook gebeurt, de Heere is erbij. 

Een voorbeeld: We woonden hier nog maar net. De verbouwing was klaar. Wat als Cees het ongeluk had gekregen terwijl we nog midden in die verbouwing zaten? Of als we kort na zijn overlijden hadden moeten verhuizen? Nog een voorbeeld: Cees had net een contract afgesloten waar grote financiële verplichtingen bij kwamen kijken. In de week na zijn overlijden belde de notaris. „Sorry mevrouw, ik wil u nu liever niet lastigvallen, maar u kunt nog een paar dagen van dit contract af.” 

Tegelijkertijd vond ik mijn rust en vertrouwen soms verwarrend. Hoe kon ik zo kalm zijn? Iemand zei tegen me: „Rouw is als de golven. Ze kunnen je overspoelen, maar je kunt ook op een rustig punt tussen de golven in zitten.”

 

Soms was ik heel verdrietig, bijvoorbeeld als we geconfronteerd werden met de kleine dingen waarin Cees altijd zo aanwezig was. Maar ik vind het niet erg om verdrietig te zijn. Dat is de omgekeerde kant van liefde: rouwen om degene die je verloor.”

## Meeleven

„Na Cees’ overlijden waren we heel druk met alles regelen en met bezoek. Het bericht van het ongeluk verspreidde zich als een lopend vuurtje. Mensen appten en belden. 

Van alle kanten kreeg ik hulp aangeboden. Dat was een erfenis van Cees; hij hielp anderen altijd graag en was enthousiast, gedreven en zorgzaam. Zo kwamen er verschillende vrienden en kennissen van hem langs die zeiden: „Als mijn vrouw plotseling was overleden, had Cees mij zeker geholpen. Nu doen we hetzelfde voor jou.”

Langzaam maar zeker groeiden we in die week toe naar de begrafenis. We merkten: Hij is er niet meer, het is alleen nog zijn lichaam. Dan is het ook goed dat hij begraven wordt.

Op de begrafenis van Cees zei dominee Visser, onze consulent: „Hij houdt de weduwen staande.” Ik heb daar later nog vaak aan teruggedacht. Mijn schoonvader zei bij het graf: „Jezus weende over Lazarus, Jezus huilt met je mee.” Ook die uitspraak is me bijgebleven. Op een kaart die we kregen, stond een tekst uit Mattheüs: „Ik ben met U, alle dagen.” Daaronder was toegevoegd: „Dus ook vandaag.” Dat kwam bij me binnen. Ik dacht: dat is zo – als het moeilijk is, mag ik erop vertrouwen dat de Heere nabij is. 

De begrafenis werd massaal bijgewoond. Cees was relatief jong toen hij overleed: 44. Hij zat in de kerkenraad en had allerlei contacten. We wisten dus van tevoren dat er veel mensen zouden komen. Gelukkig kreeg ik genoeg hulp van de begrafenisondernemer. 

Over veel praktische zaken rondom zijn overlijden hoefde ik me niet druk te maken Zo kreeg ik meteen na het overlijden ANW en ging de studiefinanciering van Joas omhoog. Zulke dingen gaan in Nederland automatisch. 

De afwikkeling van de zaken rondom het bedrijf van Cees werd grotendeels intern geregeld. Alien, onze administratief medewerker, zei meteen: „Daar hoef jij je niet druk om te maken.” Cees’ rechterhand, André, was voldoende bekend met het bedrijf om de zaak te kunnen leiden.”

## Kinderen

„Ik merkte dat de kinderen totaal verschillend op het verlies van hun vader reageerden. De een huilde veel; de ander liet minder emoties zien. Ze waren vaak thuis, maar gingen soms ook even naar een vriend of vriendin. Er was genoeg aandacht voor hen, wat goed was. Als er ’s avonds mensen in huis waren, deed iemand van de familie bijvoorbeeld even een spelletje met de kinderen in de keuken.

Ze rouwden ook in de weken die volgden op hun eigen manier. In het begin pushte ik ze nog weleens om het over papa te hebben. Of ik vroeg te vaak door: „Hoe voel je je? Mis je papa? Ben je verdrietig?” Maar kinderen zijn veerkrachtig. Ze willen het liefst zo snel mogelijk terug naar hun gewone leven, zonder al die aandacht, zonder al die gedwongen gesprekken over hun vader. 

 

Soms vonden ze het lastig dat er in de kerk vaak voor ons gebeden werd. De kinderen wilden die uitzonderingspositie niet; ze voelden zich niet zielig en wilden ook niet op zulke onverwachte momenten herinnerd worden aan het overlijden van hun vader. Zelf heb ik dat minder. Ik ben mijn maatje kwijt en vind het best fijn als mensen daarnaar vragen of er aandacht voor hebben.”

## Vragen

„Boos op God ben ik niet vaak geweest. Er zijn wel momenten geweest waarop ik worstelde met het overlijden van Cees, waarop ik heb uitgeroepen naar de Heere: „Denkt U dat ik dit aankan? Waarom denkt U dat?” En telkens weer kwam ik met dezelfde klacht: „Heere, ik ben verdrietig, ik weet niet meer hoe het moet.” Maar ik denk niet dat Hij daarvan schrikt.

 

Je hoort vaak mensen zeggen:„Vraag niet waarom, maar waartoe.” Maar in de Bijbel staan zo veel waaromvragen. In Psalm 55, bijvoorbeeld, lees je: ’s morgens, ’s middags en ’s avonds „zal ik klagen en getier maken en Hij zal mijn stem horen.” Als ik dan wéér met mijn vragen bij de Heere kom, vind ik die tekst zo vertroostend. 

 

Al vrij snel na het overlijden van Cees was het Bijbelboek Job in mijn stille tijd aan de beurt. Een bekende tekst is Jobs uitspraak: „De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen …” Wat we vaak vergeten, is dat er daarna nog heel veel klachten over Jobs lippen komen. Dat mag dus. De Heilige Geest heeft het nodig gevonden dat die in de Bijbel terechtkwamen. 

Ik ervaar het als de goedheid van de Heere dat ik verdrietig mag zijn. Niet dat je de hele tijd met gebalde vuisten hoeft te staan, maar je mag wel de minder mooie dingen bij Hem neerleggen. We hebben namelijk nogal eens de neiging om onze vragen en klachten in te slikken, maar daar kun je letterlijk ziek van worden. Mijn klachten mogen er zijn, zoals die van Job er mochten zijn. 

In Hebreeën 12 staat dat Hij kastijdt degenen die Hij liefheeft. Ik weet niet waarom Hij dat doet, en of je van dat kastijden iets speciaals moet leren. Maar ik weet wel dat het geen teken is dat de Heere zich van me afkeert. Ik worstel soms met Hem, maar niet tegen Hem. Hij draagt me, mét mijn lege plek in mijn hart.” 

## Gemis

Hoe het nu met me gaat? Ik ben iemand die vrolijk oogt. Maar ook iemand die van het negatieve kan uitgaan. Dat vind ik weleens moeilijk. Zo deden Cees en ik de opvoeding altijd samen. Hij was daar wat nuchterder in dan ik. Ik blijf weleens hangen in angsten: dit kan misgaan, dat kan misgaan. Nu zeg ik hardop tegen de Heere: „Ik wentel mijn zorgen op U, ik vertrouw op U, U zult het maken.” Dat maakt me niet altijd rustig vanbinnen, maar het troost me wel. 

Ik geloof niet dat het een foutje was, wat Cees is overkomen. God weet wat hij doet. Dus ik heb ook het vertrouwen dat Hij zal geven wat nodig is. De ene keer ervaar ik dat meer dan de andere keer, maar het blijft waar voor mij. 

Tegelijkertijd mis ik Cees. Hij was mijn maatje, degene met wie ik alles deelde; ook de kleine frustraties van het leven. Als ik nu iets wil delen, moet ik dat veel bewuster doen. Wie ga ik daarvoor bellen? Stel dat er iets kleins is gebeurd en ik bel mijn moeder of een vriendin, dan wordt het meteen zo groot. Dat is wat ik het meest mis: iemand die heel dicht bij je staat, die jouw gelijke is, die je in het voorbijgaan even snel iets kunt vertellen. Het kleine, het simpele, met daarbij de vanzelfsprekendheid dat het tussen jullie tweeën blijft. 

 

Wat ik me ook niet had gerealiseerd, is dat ik mezelf na het overlijden van Cees weer opnieuw moet uitvinden. Je raakt in al die jaren huwelijk met elkaar vergroeid; Cees kende me door en door en hield van me. Nu hij is weggevallen, voel ik me soms kwetsbaar. Alsof er een soort bodem onder mijn bestaan weg is.

Ook ben ik verdrietig om het gemis van Cees als vader. Hij had onze kinderen nog zo veel kunnen bijbrengen. Ik vond hem zo’n leuke man. Voor Marte heb ik een poster gemaakt en voor de jongens een fotoboekje met daarbij de dingen waarin ze op Cees lijken. Dat is mooi om te hebben voor later, zodat ze weten: hierin ben ik typisch papa.”

## Toekomst

„In het begin zocht ik naar betekenis in het overlijden van Cees. Dat er naar aanleiding daarvan veel mensen tot bekering zouden komen, bijvoorbeeld. Als ik nu hoor dat Cees’ sterven iets uitgewerkt heeft, vind ik dat echt wel mooi, maar soms gaat er dan door me heen: maar moest hij daarom overlijden? Of als mensen zeggen: „Hij mag nu voor eeuwig bij de Heere zijn”, dan denk ik: ja, maar ik wil hem ook hier. Ik bedoel: pleisters helpen niet als je verdrietig bent.

 

Ergens in mijn achterhoofd zat altijd het ideaal dat ik samen met Cees oud zou worden; dat we samen gezellig rimpelig zouden zijn. Het raakt me altijd als ik hoor dat mensen 25 jaar of langer getrouwd zijn. Of als ik een ouder stel lief tegen elkaar zie doen. Niet dat ik dan meteen heel verdrietig ben, maar ik zal dat nooit met Cees meemaken.

Gelukkig ben ik niet zo van het vooruitdenken; ik leef bij de dag. En dat is maar goed ook. Het leven, en ook rouwen, gaat stap voor stap.

Ik vind het mooi als anderen herinneringen aan Cees delen. Zo kreeg ik een tijdje geleden een kaart van een collega van hem, die zei dat Cees een voorbeeld voor hem was als het ging om zijn leven met de Heere. Ik vond het bijzonder dat hij de moeite nam om dit te laten weten. 

Eerlijk gezegd verbaas ik me er sowieso over hoe trouw mensen zijn in hun meeleven. Pas deelde een oudere dame een herinnering aan Cees. Toen hij een keer bij haar en haar man op huisbezoek was, hadden ze hem verteld dat ze graag puzzelden. De volgende dag bracht hij hun een puzzel van de brede en de smalle weg. Dat was echt Cees. 

Tegelijkertijd is het ook goed dat het leven langzaam normaliseert. Ik wil soms weer even gewoon zijn, niet altijd over het gemis hoeven praten. Aan tafel, met de kinderen, gaat het vaak spontaan even over Cees. Met een lach en een traan. Zo herinneren we ons hem het liefst.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/rieke-schreuder-verloor-plotseling-haar-man</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/rieke-schreuder-verloor-plotseling-haar-man</guid>
            <pubDate>Wed, 17 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Rietdekkersfamilie Van Dijk: „Elk hoekje moet chic de friemel zijn”]]></title>
            <description><![CDATA[Ze bewonen een ruime woonboerderij in Driebruggen met – hoe kan het ook anders – een rieten dak. In de ruime keuken zitten ze aan tafel, drie generaties Van Dijk: Wim, zijn zoon Wim (54) en kleinzoon William (29).

Vooral Wim senior weet nog veel te vertellen over de start van het bedrijf in 1928. Dat heeft hij gehoord van zijn vader, Teunis, die de onderneming begonnen is. ,,Mijn vader is geboren in augustus 1906. Vroeger ging je niet zo lang naar school, dus na de lagere school is hij bij een rietdekker gaan werken, Klaas Prosman. Ik heb weleens aan hem gevraagd hoe hij daar verzeild is geraakt. Hij zei: „Dat bracht toen het meeste op, meer dan het dagloon op een boerderij.” Toen Klaas Prosman er in 1928 mee ophield, is mijn vader voor zichzelf begonnen. In het begin ging het prima, want Prosman had een goedlopend bedrijf. Maar in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog heeft mijn vader het niet breed gehad. Hij heeft weleens verteld dat hij in een zomer bij een boer een stuk dak had gelegd. Het was voor een heel scherpe prijs; hij had er een dubbeltje per uur aan verdiend. Toen hij klaar was met het dak zei de boer: ,,Je moet wachten met de rekening sturen tot nieuwjaar, want ik heb nu geen geld.” Maar mijn vader zat ook hard om geld verlegen.”

### _Hoe heeft hij het dan toch gered?_

Wim junior: ,,Hij had ook twee koeien en verbouwde bieten.” Wim senior: ,,Mijn ouders voorzagen in hun eigen behoefte door hun moestuin, waaruit ze het hele jaar aten.”

Wim junior: „Wat het extra moeilijk maakte, is dat een rietdekker vroeger ’s winters geen werk had.”

Senior: ,,Dan mocht je bij een boerderij het dak er niet afgooien, want anders werden de koeien koud. Gelukkig hebben we als gezin nooit hongergeleden. Als vader een klus had bij een boer, vroeg hij naast betaling ook om een paar kazen, of een stuk vlees. En na de oorlog krabbelde alles langzaam een beetje op.”

### _Waarom bent u in de voetsporen van uw vader getreden?_

„Op mijn elfde was ik klaar met de lagere school. Ik ging niet graag naar school. Maar ik mocht ook niet zomaar thuisblijven; je moest toen wel een vervolgschool doen. Ik kwam op het idee om naar de landbouwschool te gaan. Puur om de reden dan je dan maar veertig dagen per jaar school had. Dat deed ik vier jaar lang. 

Kort na het afronden van mijn opleiding moest ik in militaire dienst. Vader had daar geen goed woord voor over. Hij zat het nut er niet van in. Toen ik drie maanden in de dienst was, kreeg mijn vader trammelant aan zijn arm. Hij kon die niet goed meer gebruiken. Hij is naar de burgemeester gegaan en zei: ,,Ik red het niet meer in mijn eentje. Die jongen van mij zit in dienst en doet daar toch niet veel. Mag hij me niet komen helpen?” De burgemeester heeft wat rondgebeld en zo ben ik naar huis gekomen. Eerst voor een paar maanden. Maar vaders arm werd niet beter. Daarom heeft de burgemeester afstel van dienst aangevraagd en dat is gebeurd. Ik ben nooit meer militair geweest.”

 

## Stofallergie

Het bedrijf groeit. Er komt steeds meer werk voor een rietdekker in Nederland. Wim senior besluit daarom bij zijn leest te blijven. ,,Ik had het naar mijn zin, en heb het ook altijd goed met mijn vader kunnen vinden. Wij hebben de tijd meegehad, Gods zegen gekregen en altijd de gezondheid gehad om te werken. Zoiets kun je niet kopen.”

### _Na verloop van tijd kwam ook uw zoon Wim bij het bedrijf. Hoe is dat gelopen?_

Wim junior: ,,Net als mijn vader hielp ik als kind van tien of elf al een beetje mee bij het rietdekken. Toch was het voor mij niet vanzelfsprekend dat ik bij mijn vader ging werken. Ik was namelijk enorm allergisch voor stof. Op de lts wilde ik timmerman worden, maar zodra ik een timmerlokaal binnenkwam, kon ik niet meer uit mijn ogen kijken door al het stof. Daarom heb ik voor elektra gekozen. Dat ging prima. In mijn puberteit overgroeide ik mijn allergie en hielp ik mijn vader in mijn vrije tijd met rietdekken, zodat ik nog wat bijverdiende. Toen ik op school een beetje vastliep, besloot ik vervolgens bij pa te gaan werken.”

 

Senior: „Ik weet nog dat een van je leraren mij ’s avonds belde, nadat jij had gezegd dat je niet meer terug zou komen. De leraar zei: ,,Een knul met zulke goede cijfers, en dan komt hij niet meer. Wat is er aan de hand?”

Junior: ,,Ik moest bij energietechniek digitaal leren rekenen. Ik kon dat niet. Alles ging goed, behalve dat. Toen heb ik besloten: ik stop ermee.”

Een nieuwe bloeitijd voor het bedrijf breekt aan. Senior: ,,Er was vaak meer werk dan we aankonden.” Tegen zijn zoon: ,,Weet je nog van die barre storm die we in januari 1990 hadden? Vroeger werden rieten daken gebonden met latten en tenen. Die waren losgekomen. Er was overal schade, overal.”

Soms is het flink aanpoten om alle klanten te kunnen helpen. Senior: ,,We waren eens met meerdere opdrachten tegelijk bezig toen er een spoedopdracht voor een schaapskooi in België binnenkwam. Om die op tijd af te kunnen krijgen, ben ik op donderdagavond een ”karrechie” gaan laaien en zo rommelden wij naar België toe. Ik ben het nooit meer vergeten, Ik was enorm aan het slingeren in de tunnel bij Antwerpen, en dacht: Wim komt nooit meer thuis. De kar was veel te zwaar, maar gelukkig kreeg ik hem toch weer op de rit. Ik heb de hele dag en nacht doorgewerkt. Zaterdag eind de middag was de schaapskooi klaar en sukkelden we weer op huis aan. Maar goed, je bent jong en het kon allemaal.”

 

## Uitdagingen

Er komt meer personeel in dienst. Op een gegeven moment, begin deze eeuw, zijn ze met zes man sterk. Twee zzp’ers helpen op de achtergrond mee.

Junior: ,,Toen we personeel kregen, werd het bedrijf gestructureerder. Want als er personeel bij komt, heb je met meer regelgeving te maken.”

### _Hoe groot is jullie bedrijf nu?_

Wim junior: „We hebben nu één man vast in dienst. We hebben werk voor meer, maar het is moeilijk om meer personeel te vinden.”

Het grote omslagpunt in de afgelopen jaren was de bouwcrisis van 2012/2013. Wim junior: „We moesten personeel laten gaan. Ik weet nog dat ik soms ’s  morgens niet wist wat onze jongens de volgende ochtend zouden kunnen doen. Dat was een spannende tijd. Al is het ook goed geweest voor ons, want je leert dat je niet alles zelf in de hand hebt.”

Inmiddels heeft de markt zich hersteld. Wim junior: „Nu lijkt er geen rem meer op te zitten. We hebben altijd gebrek aan personeel.”

William: „Coronatijd was ook een uitdaging, maar op een andere manier. We hadden werk genoeg, maar waren afhankelijk van het riet uit China. De containerprijzen verdubbelden, terwijl we al klussen hadden aangenomen voor een bepaald bedrag. Nog steeds is het een uitdaging om de juiste prijzen te rekenen, nu weer omdat de dieselprijzen van de schepen omhoog zijn gegaan. We moeten offertes maken voor volgend jaar, maar als je kijkt wat er soms in twee weken tijd met de prijzen gebeurt, is dat moeilijk.”

Wim senior: „Zulke uitdagingen kende ik niet toen ik nog rietdekker was.”

Junior: „Een vracht kon in coronatijd binnen een week 20 tot 30 procent duurder uitvallen. Dan heb je lastige gesprekken met je opdrachtgever. En je moet een veer laten.”

William: „Toen de oorlog met Iran begon, waren we er denk ik op tijd bij en hebben we extra riet en andere materialen ingekocht.”

Wim junior: „Zo probeer je de onzekerheid een beetje af te vlakken.”

## Personeel

Die onzekerheid zit ‘m niet alleen in de onrustige wereldeconomie, maar ook in het gebrek aan enthousiaste jonge rietdekkers. Junior: „Twee jongens die we in dienst hadden, hebben we denk ik te goed opgeleid, want die zijn voor zichzelf begonnen.”

Senior: „De concurrentie tussen de rietdekkers onderling is niet meer zo groot als vroeger.” Tegen zijn zoon: „Jij zegt vaak als een andere rietdekker een opdracht aanneemt: „Hij moet ook eten.””

Junior: „Dat komt omdat er zat werk is.”

Senior: „Ik weet nog dat mijn vader er echt wakker van lag als een andere rietdekker op het dak van een klant van hem zat. De tijd is wat dat betreft zo veranderd.”

### _Inmiddels werkt ook William als rietdekker mee in het bedrijf. Hoe is dat zo gekomen?_

William: „Ook ik ging als kind al met mijn vader mee. Al heb ik na de middelbare school de opleiding voor automonteur gedaan. Maar ik werd daar niet heel gelukkig van. Je zit in een garage en komt nooit ergens. En je bent de hele dag aan het sleutelen onder de motorkap, maar niemand ziet wat je gedaan hebt. En niemand is er blij mee, want de klant moet er alleen maar flink voor betalen. Als rietdekker maak ik altijd wat moois. Je komt overal. En de klanten zijn blij met het moois dat je maakt.”

 

### _Is het werk veranderd in de afgelopen jaren?_

Wim junior: „Er is dertig jaar geleden een techniek ontwikkeld die rieten daken brandveilig maakt. Ook is er spraymateriaal ontwikkeld om zo’n dak schoon te houden. Daardoor heeft het werk een enorme vlucht genomen. Veel nieuwbouwhuizen worden voorzien van rieten daken. Vroeger was een rieten dak een teken van armoede, en dakpannen stonden voor rijkdom. Dat is veranderd.”

Senior: „In mijn tijd was een rieten dak veel te duur voor de verzekering. Dat is inmiddels niet meer zo.”

Junior: „Het werk wordt ook steeds uitdagender. Soms is het gewoon te gek wat er allemaal kan. Rieten daken op villa’s worden gebouwd met zo veel hoeken, vlakken en capriolen. Bij een collega zag ik een rieten dak dat onderaan begon en als een ei omhoogliep.”

Senior: „Ik zag in Gouderak een helemaal rond rieten dak. Dat is vakwerk, hoor.”

Junior: „Er worden heel mooie dingen gemaakt. Daar word je opgewonden van als vakmens.”

William: „Vroeger moest een dak vooral waterdicht zijn. Nu moet elk hoekje chic de friemel zijn.”

 

Wim junior: „Nederland is wat rietdekken betreft toonaangevend in de wereld. Onze vakfederatie doet het geweldig.”

William: „Het is alleen jammer dat er zo weinig jongeren voor dit vak kiezen. Dat zouden er wel meer mogen zijn.”

### _Hebben jullie een specialisme?_

William: „Niet qua techniek. We willen gewoon het mooiste dak maken.”

Wim junior: „We leggen de lat hoog als het gaat om zorgvuldigheid en oplevering. Liever poetsen we een dag langer dan dat we te vroeg weglopen.”

William: „Ik denk dat dat ook de reden is dat we al bijna honderd jaar bestaan. Je redt het niet als je prutswerk aflevert of te snel tevreden bent. Dat kan alleen als je kwaliteit maakt. Ik kom nog op daken waar mijn opa op heeft gezeten. Dat zegt ook wel wat.”

Zijn vader: „Ik heb zelfs nog op een dak gezeten waarop _míjn_ opa heeft gewerkt.”

William: „Zonder arrogant te willen zijn: dan gaat er blijkbaar toch iets goed.”

### _Jullie bestaan bijna honderd jaar. Gaat dat nog gevierd worden?_

William: „Dat kunnen we natuurlijk niet voorbij laten gaan.”

Zijn vader: „William staat daar heel principieel in. Maar ik weet nog van ons 75-jarig bestaan dat er een vreselijke partij werk zit in zo’n feest. Daar krijg ik nog de rillingen van.”

Senior: „Op mijn leeftijd zeg ik: Ik hoop dat ik het nog beleven mag.”

Junior: „Dat geldt voor ons ook.”

 

 

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/rietdekkersfamilie-van-dijk-elk-hoekje-moet-chic-de-friemel-zijn</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/rietdekkersfamilie-van-dijk-elk-hoekje-moet-chic-de-friemel-zijn</guid>
            <pubDate>Wed, 10 Jun 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De Verhoefs geven hun koopmansbloed aan elkaar door]]></title>
            <description><![CDATA[De eerste twee dagen van de werkweek gaat de wekker wat minder vroeg. Maar op woensdag begint het marktleven weer en moeten ze om halfzes paraat zijn op de zaak in Ermelo. Philip senior: „Je went aan die tijden. Vroeger stond ik, vaste prik, elke dag om kwart over vijf op. Nu ga ik alleen nog op woensdagmiddag en een keer in de twee weken op vrijdag naar de markt.”

Hij begon zijn zaak in 1974. Toen werkte hij nog bij een slachterij die zaterdags op een markt kipproducten verkocht. Het werk inspireerde hem om zelf met kip langs de deuren te gaan. Een flinke klus. „Bij de flats liep ik tig keer per dag de trappen op en af. Ik dacht: dat moet makkelijker kunnen. Zo ontstond het idee om naar de markt te gaan en niet langer te venten.”

Het duurde even voordat hij een aantal markten had gevonden waar hij met zijn wagen mocht staan. „Het was taai werk. Zo stond ik in Staphorst, waar het moeite kostte om klanten te trekken. Totdat de marktmeester zei: „Je moet een meisje in Staphorster klederdracht aannemen.” Dat hielp. En het leuke is: dat meisje van toen werkt nog steeds bij ons, maar allang niet meer in klederdracht.”

## Rekenen

Gert-Jan weet niet beter dan dat het marktleven onderdeel is van het gezin. „Toen ik een jaar of acht was, hielp ik al weleens een klant, om daarna weer verder te gaan spelen. Later, toen ik twaalf was, draaide ik met mijn vader een markt in Olst. We hadden toen nog geen weegschaal waarmee we alles op konden tellen, dus we moesten alle bedragen achter op de zak met kipproducten schrijven. Na een dag werken met z’n tweeën waren we dan knap versleten.”

Of de klanten dat vertrouwden, de rekensommen van een jongen van twaalf? Gert-Jan, lachend: „Vaak keken ze wel even op de zak of het klopte. Meestal namen mijn vader en moeder de sommen voor hun rekening.”

Ook in de vakanties was Gert-Jan altijd van de partij. „Maar ik heb nooit de droom gehad om in de zaak te gaan. Na de middelbare school heb ik geleerd voor automonteur. Pas toen ik vanwege mijn onmisbaarheid in mijn vaders bedrijf de verplichte militaire dienst kon overslaan, ben ik echt bij mijn vader gaan werken. Dat beviel me zo goed, dat we na een paar jaar een vof zijn begonnen.”

 

## Contacten

Ergens had Philip senior altijd wel gehoopt dat Gert-Jan interesse voor de zaak zou krijgen. Maar gepusht heeft hij hem nooit. Senior: „Je moet doen wat je leuk lijkt. En gaandeweg kroop het bloed waar het niet gaan kan.”

Sinds vier jaar is het familieaandeel in de zaak nog verder uitgebreid met de komst van Philip junior. Gert-Jan: „En sinds begin dit jaar hebben we een bv. Dat is belastingtechnisch ook gunstiger.”

Heeft Philip junior nooit getwijfeld of hij bij de zaak wilde? „Ik wilde ook een tijdje autoverkoper worden. Maar ik ben toch de opleiding manager retail gaan doen. Het is honderd procent mijn eigen keus om nu hier te werken.”

Natuurlijk is het vroege opstaan niet altijd fijn, net zo min als extreme hitte of kou. Maar de voordelen van het marktkoopmanschap zijn groter, vinden de drie generaties Verhoef. 

Philip senior: „Het is geweldig mooi werk. Vooral vanwege het helpen van de klanten en de sociale contacten. Ik sta nu al vijftig jaar op de markt in Olst en ken daar inmiddels zo veel mensen.” Gert-Jan: „Je ziet hele generaties opgroeien.” 

Zijn vader: „We staan inmiddels met meerdere mensen op de markt te verkopen. Ons personeel selecteren we op vriendelijkheid.” „De klanten moeten echt bediend worden”, geeft Gert-Jan aan. „Ook al staan ze in Urk soms drie of vier rijen dik voor de wagen, je moet je werk niet gaan afraffelen, maar aan elke klant aandacht besteden. Marktkoopman zijn is een geweldig beroep. We waarderen het enorm dat onze klanten elke week terugkomen.”

 

## Meningsverschillen

De drie hebben onderling nooit mot. En als er wel iets is, spreken ze dat uit. Philip senior: „Ik voel me rijk gezegend met deze mannen. En met mijn vrouw, die ook altijd meegewerkt heeft.”

Gert-Jan: „Dat ons bedrijf met de komst van Philip ook weer een generatie verdergaat, is fantastisch.” Zijn vader: „Ik vind het mooi om te zien hoe hij met de klanten omgaat en hun net even dat extra stukje aandacht geeft.” „Ik vind het bijzonder dat ik nog met u kan samenwerken”, reageert Philip junior. „Dat is niet iedereen gegeven.”

Soms moeten ze wel opletten dat ze het niet altijd over hun bedrijf hebben. Philip senior: „Bij een familiebijeenkomst wordt er weleens geroepen: „Hallo, even een ander onderwerp graag.” Gert-Jan: „Philip gaat met Laura trouwen. Zij is daar gelukkig heel strikt in en leert ons om het niet te vaak over het poeliersbedrijf te hebben. Dan zegt ze: „We moeten de zaak en privé scheiden.” Maar het is ook weer niet helemaal te vermijden.” Tegen zijn zoon: „Jij bent opgegroeid met het personeel.” Philip: „Klaas-Jan, onze bedrijfsleider, heeft mijn luier nog verschoond.”

 

## Relaxter

Met de groei van het bedrijf breken er ook makkelijkere tijden aan. Philip junior hoeft niet meer, net als zijn opa, met griep op de markt te staan, maar kan zich zo nodig ziekmelden. Ook vakantie opnemen gaat makkelijker. Senior: „Het was vroeger weleens te gek, hoor. Het gebeurde wel dat ik ’s morgens de deur uit was voordat mijn kinderen wakker werden en pas thuiskwam als ze alweer op bed lagen. Dat is niet zoals het moet wezen.” Gert-Jan: „Nu verdelen we het werk over veel meer mensen.” 

Wat ze bewonderen in elkaar? Gert-Jan: „Ik bewonder mijn vaders doorzettingsvermogen en positiviteit.” Philip senior: „En ik heb respect voor Gert-Jans capaciteit om de zaak uit te breiden. De jongens maken elke keer weer nieuwe specialiteiten. Soms denk ik: hoe kom je op het idee?” 

Gert-Jan: „Mijn zoon heeft goed inzicht in cijfers en doet veel voor ons op het gebied van AI en sociale media.” 

Zijn zoon: „Ik ben blij dat mijn vader de zaak zo goed draaiend heeft gehouden en dat er wat meer lucht in zit nu ik erbij kom. En wat opa betreft: dat u hier nog steeds rondloopt op 78-jarige leeftijd en nooit klaagt, vind ik heel bijzonder.” 

„Aan ’Heeren zegen is alles gelegen”, reageert zijn opa. „Zo voelen we dat alle drie.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-verhoefs-geven-hun-koopmansbloed-aan-elkaar-door</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-verhoefs-geven-hun-koopmansbloed-aan-elkaar-door</guid>
            <pubDate>Tue, 09 Jun 2026 12:39:47 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Een houten kist, een radiotafeltje en een melkkrukje – Marjan is gek op oude spullen]]></title>
            <description><![CDATA[**Huis:** „Sinds eind 2024 heb ik dit mooie plekje gekregen, op de derde verdieping van een appartementencomplex. Mijn moeder woont in hetzelfde pand op de eerste verdieping. Ze is 88 jaar en zo kunnen we elkaar een beetje in de gaten houden en er voor elkaar zijn. Het leuke van deze woonhoogte is: als ik in het hoekje van de bank m’n theetje drink, kan ik precies door de balkondeur op de straat kijken. En als het een beetje lekker weer is, zit ik meteen op het balkon.”

 

 

**Bijzonder:** „De houten kist die ik als tafeltje gebruik, stond eind jaren vijftig bij mijn vader in de klas. Hij was onderwijzer en in deze kist zaten lesboeken. Ik heb hem een beetje opgeknapt en gebruik hem nu al jaren als koffietafel. Ook het radiotafeltje van mijn ouders uit dezelfde tijd is bijzonder. Onze radio stond er vroeger op en de elpees lagen in het rekje. Ik hou van die nostalgische dingen van vroeger. Mensen vragen vaak hoe ik alles bij elkaar zoek, maar dat is het leuke: dat doe ik niet. Of ik iets nou heb meegenomen van een reis naar een ver land of van de rommelmarkt, of dat ik het van mijn (groot)ouders heb gekregen: alles past gewoon.”

 

**Favoriet:** „Meerdere dingen in huis heb ik al heel lang. Behalve de kist en het radiotafeltje is dat ook een oud melkkrukje dat al tien keer van kleur is veranderd. Ook heb ik snuisterijen die van mijn oma of moeder zijn geweest. Op mijn wensenlijstje heb ik niet veel staan, want wat ik wel heb, maakt me enorm dankbaar. Maar als ik echt iets zou moeten noemen: als ik later groot ben –haha– dan zou ik graag in een gezellig dijkhuisje in de polder willen wonen.”

**Leuk voorval:** „Als ik hier met familie of vriendinnen een gezellig avondje heb, valt dat bij mij onder een heel leuk en fijn voorval. Ook zulke dingen zijn namelijk niet vanzelfsprekend en maken me dankbaar.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/een-houten-kist-een-radiotafeltje-en-een-melkkrukje-marjan-is-gek-op-oude-spullen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/een-houten-kist-een-radiotafeltje-en-een-melkkrukje-marjan-is-gek-op-oude-spullen</guid>
            <pubDate>Tue, 09 Jun 2026 12:13:29 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Ziekmakende ‘oortjes’]]></title>
            <description><![CDATA[Daarom adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie om het volume onder 60 procent van het maximum te houden. Maar oordopjes brengen ook viezigheid en bacteriën in de gehoorgang naar binnen. Gezonde gehoorgangen herbergen een reeks niet-schadelijke bacteriën, schimmels en virussen. Deze maken het moeilijker voor potentiële ziekteverwekkers om zich in de gehoorgang te vestigen. Oordopjes kunnen de balans tussen goede en slechte bacteriën verstoren. Wie ze vaak draagt, loopt een groter risico op oorontsteking, vooral als mensen oordopjes samen delen. Het langdurig dragen van in-ear-apparaten kan ook de zelfreinigende functie van het oor door oorsmeer verstoren, waardoor het oor verstopt kan raken. Om problemen te voorkomen, is het verstandig om de oordopjes na gebruik te reinigen, adviseert oorarts Rina Wong van de Curtin University (VS). 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ziekmakende-oortjes</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ziekmakende-oortjes</guid>
            <pubDate>Tue, 09 Jun 2026 11:25:10 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Alexander Russelman weet zich geroepen als hoeder van Kasteel Ter Horst]]></title>
            <description><![CDATA[De klok in het torentje van huis Ter Horst klinkt lieflijk, maar op de brug over de slotgracht staat een jonge Duitse herdershond vervaarlijk te blaffen. Kwaadwillend is hij niet, laat Alexander Russelman (57) weten. Kwispelend volgt het dier zijn meester naar het kantoor van de kasteelheer en houthandelaar, een voornaam vertrek met uitzicht op de brug en de voormalige koetshuizen.

Voor de hoge ramen staan twee bureaus met beeldschermen. Tussen de beide vensters hangt het geschilderde portret van vader Henk Russelman op jonge leeftijd. Zijn zoon neemt plaats aan de door hemzelf gemaakte tafel van perenhout, waarop een nummer van ”De Landeigenaar” ligt. Hét vakblad over beheer van het buitengebied. Op de boekenkast staat een opgezette fazant. Tegen de achterwand van de voormalige eetkamer hangt de huid van een krokodil, inclusief kop. „Die kocht mijn opa op een veiling. Op het dak van zijn auto heeft hij hem naar huis vervoerd, de kop van het dier op de voorruit. M’n oma vond het niks, dus hij moest naar de zolder. Ik vind hem wel mooi.”

 

Een schilderij uit de achttiende eeuw toont een voorname dame, telg van de familie Hackfort, die het huis jarenlang in bezit had. Het werd in 1557 gebouwd in opdracht van Wijnand Hacfort, destijds burgemeester van Arnhem. Op het timpaan in de voorgevel prijkt nog altijd het wapen van de familie. Het zijraam van het kantoor biedt zicht op de voormalige oranjerie met trapgevel uit de vijftiende eeuw, het oudste pand van de gemeente Apeldoorn.

## Hartaanval

Op de vraag wat deze plek voor hem betekent, antwoordt de eigenaar van Ter Horst kort en bondig: „Alles! Het werk hier is mijn hobby, mijn leven. Er zijn weken dat ik nauwelijks het terrein af kom. Ik ben altijd bezig met de houthandel, het in stand houden van het landgoed, de natuur hierachter. Dat is mijn passie.” Weilanden die noodgedwongen van de hand werden gedaan, kocht hij terug om er bos of natuurterrein van te maken. Het landgoed omvat inmiddels weer 37 hectare bos en weiland. „De boerderij iets verderop kon ik in 2008 kopen. Dat is nu een zorgboerderij voor jongeren met problemen.”

 

In 1933 kwam het landgoed in handen van opa Hendrik Russelman, houthandelaar in Zaandam. „Hij zocht iets in het buitengebied met een vijver waarin hij het hout kon wateren. Ter Horst stond al jaren leeg en was behoorlijk vervallen, dus hij kon het voor niet al te veel geld kopen. Loenen ligt aardig centraal en Ter Horst had een mooie bosopstand en een geschikte vijver.”

De houthandelaar had het landgoed weer aardig op orde, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De bezetter betrok het kasteel; de familie Russelman mocht per gratie in de kelder bivakkeren. Een groot deel van het archief ging verloren. „Gelukkig bleef het oorlogsdagboek van mijn opa behouden. Van dag tot dag hield hij bij wat hier gebeurde. De officieren liepen dronken en met modderpoten door het huis en nodigden voor de avond hoertjes uit. Dat vond mijn opa verschrikkelijk. Bij de bevrijding zag het er hier vreselijk uit. Tot zijn dood was mijn grootvader bezig om de zwaarste schade te herstellen. In 1947 is hij op 51-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval, door alle stress.”

##  Oregon

Zijn weduwe zette de houthandel voort met zoon Henk, die in het huwelijk trad met Justina Hillegonda (Justa) van Voorst van Beest, een patriciërsdochter uit Gorinchem. In de oorlogsjaren had ze vaak op Kasteel Ter Horst gelogeerd. Het paar betrok de eerste verdieping van het landhuis. Moeder Russelman bewoonde de begane grond. Achter de schermen regeerde zij alles, ontdekte Alexander bij het ouder worden. „Als kind had ik dat niet in de gaten.”

Zijn vader hield van rust en sprak niet meer dan nodig was. Moeder Justa, extravert en ondernemend, was zijn tegenpool. „De bevolking van Loenen keek destijds wel wat tegen ons op. Ik was de jongste van de drie zonen en voelde me in het dorp een buitenbeentje. Gelukkig is dat voorbij. De mensen beseffen nu dat hier net als overal gewerkt moet worden, en niet te weinig ook.”

Als tiener was hij heel bleu. „Met mijn meao-diploma op zak ging ik mijn vader helpen. Ik was zijn hulpje. Mijn moeder had dat wel in de gaten en vond dat ik wat van de wereld moest zien. Van mij hoefde dat niet, maar ze regelde werk voor me op een boomkwekerij in de Amerikaanse staat Oregon. In dat jaar heb ik meer geleerd dan in al de jaren ervoor. Ik werd in het diepe gegooid en moest me zien te redden. Dat was heel goed voor me.” 

## Ondenkbaar

In 1995 overleed oma Russelman op bijna 100-jarige leeftijd, vader Russelman het jaar daarop. „Ik heb hem gevonden in de tuin, helemaal verstijfd. Dat was wel dramatisch, ja. De laatste jaren van zijn leven was hij gebrekkig en zwaar op de hand. De inkomsten uit de houthandel waren ontoereikend om huis en landgoed in stand te houden, dus het was hier weer een behoorlijk vervallen toestand. Na zijn overlijden waren er interessante kopers en werden we onder druk gezet door advocaten. Ook de accountant van de houthandel adviseerde het hele spul te verkopen, maar ik wilde hier niet weg. In 1998 hebben mijn moeder en ik twee ooms en mijn twee broers uitgekocht.”

 

Ze sloten de deal via de directeur van de Rabobank in Loenen. „Hij zat aan deze tafel en zei: „Alexander, je krijgt de financiering onder voorwaarde dat je over een jaar hebt aangetoond dat het lukt. Anders moet je alles alsnog verkopen. Ik hoefde geen plan te schrijven; er is niets op papier gezet. Na het gesprek gaven we elkaar een hand en dat was het. Vandaag ondenkbaar. Ik begon met een grote schuld, een vervallen kasteel en een houthandel die bijna failliet was.”

 

Direct na het sluiten van de overeenkomst nam de nieuwe kasteeleigenaar contact op met de gemeente Apeldoorn. „De zondagse salon op de begane grond bood ik aan als trouwlocatie. Daar was belangstelling voor. Ik heb die kamer opgeknapt en een halfjaar later is daar voor het eerst een huwelijk gesloten.” Blikvanger in de trouwzaal is de originele zandstenen schouw met figuren en motieven in renaissancestijl. Voor kenners een parel.

##  Schuilkapel

De tweede verdieping, door de jaren heen in gebruik als opslagruimte, verbouwde hij, met het idee die particulier te gaan verhuren. Een klant van de houthandel attendeerde hem op een ict-bedrijf dat kantoorruimte zocht. „Dat werd mijn eerste huurder. Momenteel huist er een bedrijf voor opleidingen. De koetshuizen stonden leeg; ook die heb ik verbouwd tot kantoorruimte. Zo is het gaan rollen. We hebben nu als huurders een advocatenkantoor, een ingenieursbureau en een bedrijf dat locaties voor vergaderingen en bijeenkomsten aanbiedt. Ik heb er weinig last van. Overdag ben ik aan het werk in de houthandel. Als ik naar huis kom, is het personeel van die bedrijven al vertrokken. Ook in de weekenden heb ik alle rust. Ideaal!” 

De onderneming die de voormalige oranjerie huurde, ging failliet. „Ik wilde een nieuwe huurder zoeken, maar mijn vrouw stelde voor er een gastenverblijf van te maken. Ik heb erin toegestemd onder voorwaarde dat zij alles regelt. Ze vindt het contact met de mensen prachtig en het loopt als een tierelier. De huurders komen overal vandaan, van Amsterdam tot Litouwen.”

 

In het rechter koetshuis liet de rooms-katholieke familie Hackfort een schuilkapel bouwen, met een kunstig barokaltaar. Deze kapel wordt een enkele keer nog gebruikt voor een kerkelijk huwelijk, laat Russelman weten. „Dat komt hier weinig meer voor. Hij is vooral interessant voor de rondleidingen door vrijwilligers van de Stichting Wijnand Hackfort.”  

## Niet verduurzamen

Samen met zijn moeder, die optrad als het gezicht van het kasteel en de marketing en publiciteit voor haar rekening nam, ging hij ook beurzen, feesten en partijen, wijnproeverijen en concerten organiseren. „Daar zijn we later mee gestopt. Het gaf heel veel werk en drukte, terwijl het onder de streep bijna niks opleverde. Zo nu en dan had ik aardig strijd met mijn moeder, wel een positieve strijd. Zij had soms wat andere ideeën dan ik, maar zonder haar was het me niet gelukt. Ze deed alles voor me en was ook in de dorpsgemeenschap heel actief. Dat heb ik niet.”

Na het overlijden van zijn moeder, in 2014, kocht hij zijn enige nog levende broer uit. Nu is hij de enige eigenaar van Ter Horst. Zes jaar geleden kocht hij de campingboerderij aan de achterzijde van het landgoed. „Het werd me daar te druk. Een deel van de grond heb ik beplant met bomen. De camping verhuur ik en is nu een extra bron van inkomsten voor het landgoed.”

 

Na twintig jaar sparen liet Russelman eerst de koetshuizen uit 1792 volledig renoveren. Daarna volgde het kasteel. „Dat heeft een jaar in de steigers gestaan. Vooral de restauratie van het dak kostte een vermogen. Alle materialen stonden op een noodbrug. Een deel van de renovatie is bekostigd door de provincie; het overgrote deel moet je zelf betalen. Alles wat aan huur en inkomsten uit de houthandel  binnenkomt, gaat op aan onderhoud van het huis. Met respect voor de historie. Ik ga niet verduurzamen. Daarmee tast je het oorspronkelijke karakter aan.” 

## Vleugel

 

De kamer van zijn moeder, op de begane grond, liet hij volledig intact. Naast een rek met Delfts blauwe borden hangt het portret van overgrootvader Van Voorst van Beest. De vleugel, een Bechstein, wordt al jaren niet meer bespeeld. „Ik heb vroeger piano leren spelen, maar nu ontbreekt het me aan tijd ervoor.”

Zelf bewoont hij de eerste verdieping van het kasteel. „Het enige wat ik daar doe, is slapen en eten. De rest van de tijd zit ik in mijn kantoor of ben ik buiten bezig.” Ondanks alle werkzaamheden en uitgaven voor het landgoed ervaart hij het niet als een blok aan zijn been. „Dan kun je beter vertrekken. Bij mijn vader en grootvader is het beheren van Ter Horst hun dood geworden. Ik heb er nog steeds plezier in. Anderen zal ik het niet aanbevelen. „Je moet geen perfectionist zijn, dan word je hier gek.”

Op termijn wil hij landgoed en huis onderbrengen in een constructie waarmee hij versnippering door vererving kan voorkomen. „Mijn twee dochters krijgen een vinger in de pap; het werk zal door mensen van elders moeten gebeuren. Bij mijn overlijden wil ik alles geregeld hebben. Oma had niks geregeld, dat drama wil ik mijn dochters niet aandoen. Ik blijf hier wonen zolang het kan. Leven op een andere plek kan ik me niet indenken.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/alexander-russelman-weet-zich-geroepen-als-hoeder-van-kasteel-ter-horst</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/alexander-russelman-weet-zich-geroepen-als-hoeder-van-kasteel-ter-horst</guid>
            <pubDate>Tue, 09 Jun 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Deze monchoutaartjes zijn bij iedereen favoriet]]></title>
            <description><![CDATA[## Ingrediënten

Voor 4 personen:

- 150 g bastogne- of digestivekoekjes
- 200 g monchou of andere roomkaas
- 200 g slagroom
- 30 g suiker
- 1 el citroensap (evt.)
- 1 blikje kersenvlaaivulling

 

## Bereiding

- Verkruimel de koekjes en verdeel ze over de bodem van de glaasjes.
- Klop de slagroom op, samen met de suiker. Voeg daarna de roomkaas toe. Eventueel kun je nog een eetlepel citroensap toevoegen. Klop alles op tot een stevige massa.
- Verdeel de crème over de koekjesbodem en laat het geheel minimaal 1 uur opstijven in de koelkast.
- Haal de glaasjes weer uit de koelkast en doe er 1 of 2 eetlepels kersenvlaaivulling in, boven op de koekjesbodem.
- Decoreer de taartjes eventueel met wat koekkruimels, een takje munt of een verse kers.

 

## Klassieker

Monchoutaart is voor mij een echte thuisbakklassieker. Hij kan niet mislukken en tijdens elke verjaardag, of het nu voor familie is of voor vrienden, staat hij op tafel. 

Het leuke aan monchoutaart is dat je er volop mee kunt variëren. Mijn favoriet blijft de versie met een dikke bodem van bastognekoeken en een dunne laag kersen. 

Een paar weken geleden was ik op de verjaardag van een vriendin. Zij had dunne plakjes banaan tussen de laag monchou gedaan. Heel verrassend, en een echte aanrader. 

Je kunt de taart ook maken met een havermoutbodem of met stukjes pure chocolade. Chocola en kersen vormen een geweldige combinatie. 

Dit keer maken we deze klassieke taart in kleine glaasjes; dat is ook weer eens wat anders. Je hebt deze feestelijke traktatie zo klaar. En: de laagjes zien er net zo feestelijk uit als ze smaken. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/deze-monchoutaartjes-zijn-bij-iedereen-favoriet</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/deze-monchoutaartjes-zijn-bij-iedereen-favoriet</guid>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 11:19:18 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Eric en Sander Ebbers zijn geboeid door geneeskunde en oude auto’s]]></title>
            <description><![CDATA[Allebei arts

Artsen waren er niet in de familie van Eric Ebbers (62). Zijn keuze voor geneeskunde werd bepaald door ingrijpende gebeurtenissen binnen het ouderlijk gezin. „Mijn moeder is op 53-jarige leeftijd overleden aan alvleesklierkanker. Ik was toen dertien. De laatste vijf weken was ze opgenomen in het academisch ziekenhuis in Utrecht. Ik kwam daar regelmatig. Toen ontstond het idee om arts te worden.”

Omdat hij werd uitgeloot, deed hij een jaar medische biologie. Het jaar daarop kon hij wel beginnen. Zijn vader maakte dat niet meer mee. „Kort ervoor overleed hij aan een acute hartstilstand. Ik vond hem in de badkamer. Die ervaringen hebben me wel gevormd, als mens en als dokter.”

Hij startte de studie met het idee chirurg te worden. Tijdens de opleiding kwam hij tot de ontdekking dat huisartsgeneeskunde beter bij hem paste. „In dat vak kijk je veel breder naar patiënten, je volgt ze jarenlang, soms met hun hele gezin, je bent zelfstandig en werkt met een klein team. Dat ligt me.” Hij was niet de enige die tot deze conclusie kwam. „Er waren destijds jaarlijks 280 opleidingsplekken op drieduizend kandidaten.” 

Twee jaar werkte hij als arts-assistent in het Apeldoornse Gelre Ziekenhuis op de afdelingen cardiologie en chirurgie. Om psychosociale ervaring op te doen was hij aansluitend een jaar werkzaam bij het Gliagg, een christelijke ggz-organisatie die opging in Eleos. „Met deze bagage ben ik toegelaten tot de driejarige huisartsenopleiding aan de Vrije Universiteit.”

## Meeloopdagen

Sander (34), de oudste van de vier kinderen Ebbers, werd er door klasgenoten meer dan eens aan herinnerd dat zijn vader dokter was. „Dat vonden ze bijzonder. Voor mij was het gewoon. Ik heb lang gedacht dat ik iets in de technische hoek zou gaan doen.” Door meeloopdagen op de Technische Universiteit Twente kantelde het beeld. „De studie was minder boeiend dan ik verwachtte. Ik miste het menselijke aspect en interactie. Daarom liep ik ook een dag mee met een student geneeskunde die ik kende. Die opleiding sprak me veel meer aan.”

 

In tegenstelling tot zijn vader werd hij direct ingeloot. „Nee, pa heeft geen enkele invloed gehad op mijn beslissing. Het was volledig mijn eigen keuze.” De eerste dag werd hij wel door zijn vader vergezeld. De oude opleidingsgebouwen in de binnenstad van Utrecht waren ingewisseld voor een modern pand aan de Uithof. ”Willie’s winkeltje”, waar medische boeken aangeschaft kunnen worden, had er tot genoegen van Eric weer een plek gekregen. „Willie beweerde zelfs dat ze me nog kende.”

## Interessante casussen

De medische studie was thuis geregeld onderwerp van gesprek, vooral tijdens de coschappen van Sander. „Dan bespraken we interessante casussen.” De stages boden hem de gelegenheid om te ontdekken waar zijn interesse lag. „Ik heb een extra coschap voor huisartsgeneeskunde gedaan, maar die kant is het toch niet geworden. Als huisarts zie je veel kleine kwaaltjes. Ik vind het leuk om aan grotere dingen te werken. Het werd radiologie. In dat vak komen veel ziektebeelden langs en werk je samen met alle mogelijke specialisten.”

Momenteel is hij in het Gelre Ziekenhuis bezig met de specialisatie tot interventieradioloog, een arts die beeldgestuurde behandelingen uitvoert via slagaders. „Zo komt mijn technische interesse toch van pas. Ik vind het leuk om met mijn handen bezig te zijn en technische snufjes te gebruiken. In Apeldoorn doen we vooral dotterbehandelingen bij vaatpatiënten. We plaatsen ook drains, bijvoorbeeld om pus te verwijderen.”

 

Zijn vader vindt het een prima keuze. „We zijn allemaal wat technisch aangelegd en klussen graag aan oldtimers. Sander en ik hebben een oude motor opgeknapt. Onze Jonathan, die als basisarts nu promotieonderzoek verricht, is in z’n vrije tijd bezig met het restaureren van een stokoude Volvo Amazon.”

## Dissertatie

Sander wijde zijn dissertatie aan twee nucleaire behandelingen via de bloedvaten. In 2028 hoopt hij de specialisatie tot interventieradioloog af te ronden. Daarna wil hij twee jaar aan het werk als fellow, om nog meer ervaring op te doen. „Het is tegenwoordig een eindeloos traject als je specialist wilt worden”, verzucht Eric. 

Een fors deel van de patiënten van een radioloog is verwezen door een huisarts. Daar ligt een duidelijke link tussen het specialisme van vader en zoon Ebbers. „De opmerkingen van de huisarts neem je mee in het beoordelen van foto’s of scans.” Ook karakterologisch hebben ze veel gemeen. „We zijn allebei binnenvetters en hebben dezelfde soort humor”, concretiseert Sander. „Volgens mijn vrouw een beetje flauw, maar wij kunnen erom lachen.”

Esther Ebbers is bezig met de opleiding tot anesthesioloog. „De beroepskeuze is bij ons wat eenzijdig”, stelt Eric vast. „In Esther zag ik wel een huisarts of een specialist ouderengeneeskunde, maar zij bleek zich op de intensive care en bij acuut zieke patiënten als een vis in het water te voelen.”

## Oude auto’s

Op verjaardagen zijn medische kwesties een terugkerend onderwerp van gesprek. „En onder de mannen oude auto’s”, lacht Sander. „Sinds de geboorte van onze Noor gaat het ook vaak over haar. Zij is het derde belangrijke gesprekspunt geworden.” Eric knikt. „Noor is ons eerste kleinkind. „De tweede is op komst bij onze Elise, kinderpsycholoog van beroep. We zijn een nieuwe levensfase ingegaan en daar genieten we enorm van.”

 

Ook het sleutelen met zijn zoons blijft een vreugdevolle bezigheid. „Wij zijn meer doeners dan denkers. Ik lees drie kranten, maar dat is vooral koppen snellen. Verder blijft het bij vakliteratuur.” Sander zit net zo in elkaar. „Romans zijn aan mij niet besteed. Als ik buiten mijn vakgebied iets lees, is het non-fictie over technische onderwerpen, onder meer kunstmatige intelligentie.”

Daar heeft ook Eric in toenemende mate mee te maken. „Patiënten kunnen een app van onze praktijk downloaden. Daarop zit een knop: Praat met de dokter. Zo kun je als patiënt je vraag stellen aan een AI-tool. Het levert een advies op dat door een assistente of de dokter wordt beoordeeld. Zelfs de huisarts gaat mee in die technische ontwikkeling.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/eric-en-sander-ebbers-zijn-geboeid-door-geneeskunde-en-oude-auto-s</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/eric-en-sander-ebbers-zijn-geboeid-door-geneeskunde-en-oude-auto-s</guid>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 07:48:56 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Meester Mosterd: een begrip in Harskamp]]></title>
            <description><![CDATA[Ze hebben afgesproken in de personeelskamer van de School met de Bijbel in Harskamp, de plek waar zowel Evert Mosterd (68) als zijn zoon Cornelis werkt.

De Mosterds vormen een heuse onderwijsfamilie. De drie broers hebben namelijk ook nog twee zussen met een onderwijsachtergrond.

Hoe dat zo gekomen is? School nam thuis altijd een positieve plek in, zeggen de drie. Evert: ,,Ik vond het wel stoer dat mijn vader de baas van de school was.” Jan: ,,Ik heb zelfs mijn broer Cornelis nog als meester gehad. Hij woonde toen nog thuis. ’s Ochtends maakte ik hem vaak wakker om naar school te gaan.” Cornelis, lachend: ,,Dat kwam omdat ik vaak nog tot laat in de avond bezig was met de gemeenteraad. Maar inderdaad, een halfuur later moest hij dan meester tegen me zeggen.” Jan: ,,Dat vond ik leuk. Hij was een geliefde meester hier op school, dat scheelt.” 

Evert: ,,Dat was mijn vader ook. Ik kan me maar één keer herinneren dat ik het niet leuk vond dat hij op de school rondliep waarop ik zat. Dat was toen ik iemand had gepest. Dat is de enige keer dat ik thuis werd aangesproken op mijn gedrag op school. Voor de rest heb ik prima herinneringen aan mijn schooltijd.” 

Cornelis: ,,Ik weet nog dat ik een keer op de gang ben gezet door een meester. Mijn pa liep toen juist een rondje over de gang en zag mij staan. Hij zei niks, maar zijn blik zei genoeg.” 

Of de jongens thuis ook weleens lekker konden klagen over school? Evert: ,,Dat deden we bij mama.” Jan: ,,Dan dronken we wat en hadden we het over school.” Evert senior: ,,Daar waren Cornelis en ik bewust niet bij. We vermeden het sowieso om het thuis over ons werk te hebben.”

 

## Twijfel

Voor de drie broers was het niet van kinds af aan een droom om in de voetsporen van hun vader te treden. Cornelis: ,,Ik wilde liefst hovenier worden, toen ik op de mavo een beroep moest kiezen.” Tegen zijn vader: „Maar jij wilde dat ik eerst een diploma zou halen, want om hovenier te worden had ik niet per se een opleiding nodig. Daarom ben ik gaan leren voor onderwijsassistent en heb ik vervolgens de pabo gedaan.” 

Evert junior: ,,Ik weet soms nog steeds niet waarom ik voor deze richting heb gekozen. Ik denk dat ik een goed voorbeeld heb gehad aan pa. Vooral bij bijzondere momenten, zoals op Koninginnedag, kwam hij vaak blij thuis. ,,Wat is dit gaaf”, zei hij dan. Zoiets is wel een factor geweest. Ik had een positief beeld van het werk dat hij deed.” 

Jan: “Toen ik op de havo zat, stond ik voor de keuze om te blijven zitten of de overstap naar het mbo te maken. Ik wist op dat moment nog niet goed welke richting bij mij paste. Er speelde ergens al wel een gedachte richting het onderwijs, maar ik wist nooit zeker of dat echt was wat ik wilde. Daarom koos ik voor de opleiding onderwijsassistent, met het idee dat ik altijd nog iets anders kon doen als het niet zou bevallen. Uiteindelijk bleek het juist heel goed bij mij te passen.”

 

## Stimulans

Dat de Mosterds onderwijzers zijn geworden, kunnen ze met terugwerkende kracht beter verklaren. Evert junior.: ,,Het onderwijs was deel van ons gezin, zonder dat dat nu zo vaak onderwerp van gesprek was. En wat we ook altijd van huis uit hebben meegekregen, is dat je een taak in de wereld hebt. Als meester ben je op een heel mooie manier van betekenis. Dat wordt vaak onderschat.” 

Zijn vader knikt bevestigend: ,,Volledig onderschat.” Met een kwinkslag: ,,Daarom doen we dit interview ook.” Serieuzer: ,,Dat is wel een beetje zo.”

Zijn zoon en naamgenoot: ,,Als je verschil wilt maken, moet je in het onderwijs zijn, waar kinderen zich aan je kunnen spiegelen. Niet alleen aan jouw persoonlijkheid, maar ook aan je leven met de Heere. Door wat je ze meegeeft in de lessen, open je de wereld voor hen.”

Cornelis: ,,Mijn opa zei altijd: als je de capaciteiten hebt, moet je meester worden of dominee. Daar spreekt waardering uit voor het werk in het onderwijs als hoogstaand beroep waarin je Gods Woord kan doorgeven. Je kunt als onderwijzer kinderen brengen onder de invloed van het christelijk geloof. Ik heb er weleens aan gedacht om pastoraal werk te gaan doen. Mijn opa zei: ,,Dan heb je drie gesprekken op een ochtend, maar in het onderwijs ben je er voor maar liefst 25 kinderen tegelijk, elke dag.”

## Plek

Inmiddels hebben de broers alle drie hun plek gevonden. Cornelis als leerkracht en ib’er op zijn oude school. Evert als teamleider op het speciaal onderwijs in Barneveld. En Jan als meester in Wekerom.

Nog steeds is hun vader hun voorbeeld. Cornelis: „Als ik zie hoe pa lesgeeft, vind ik dat heel inspirerend. Hij ziet het kind zoals het is. Dat is zo belangrijk. We komen al snel met tabelletjes, staafjes of grafiekjes, als we het hebben over een kind. Die zijn ook nodig, maar kinderen zijn meer dan dat. We moeten kijken naar wat kinderen persoonlijk nodig hebben om te kunnen groeien.”

 

Evert junior: „Dat is denk ik de reden dat ik met hart en ziel aan het gespecialiseerd onderwijs verbonden ben. Kwetsbare kinderen zien en zoeken naar wat goed is voor hen.”

Jan: „Ik zag bij jullie de liefde voor het onderwijs en voor kinderen. Dat heeft mij geholpen in mijn keuze voor het onderwijs.”

Hoe is het voor Evert senior om te zien dat drie zoons zijn voorbeeld hebben gevolgd? ,,Ik vind het geweldig. Soms ben ik er gewoon een beetje stil van. Dat ik toch iets hebt mogen overdragen.” Hij zwijgt even. ,,Toen ik vanmiddag wegging voor dit interview, vroeg ik aan mijn vrouw: Wat moet ik eigenlijk zeggen?” Ze zei: ,,Geef God de eer.” Daar heeft ze gelijk in.” Zijn drie zoons glimlachen. ,,Echt wat voor ma, om dat zo te zeggen.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/meester-mosterd-een-begrip-in-harskamp</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/meester-mosterd-een-begrip-in-harskamp</guid>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 07:34:21 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Onmisbare neus]]></title>
            <description><![CDATA[Weleens gehoord van de neuscyclus? Zonder dat we het merken, wisselen de neusgaten het in- en uitademen en aanzuigen van verse lucht af. En de frequentie wordt geregeld door de hypothalamus. Deze neuscyclus is heel belangrijk voor de gezondheid van de neusslijmvliezen. Dagelijks passeert minstens 12.000 liter lucht de neusgaten. Een van beide neusgaten zal gedurende de cyclus van twee uur verstopt raken, terwijl door de andere meer lucht stroomt. In deze fase droogt het geopende neusgat uit, waardoor ziektekiemen gemakkelijker zouden kunnen toeslaan. Daarom is het van belang dat dit neusgat zich weer vult met slijm en het andere verder opengaat. Dit wisselt gemiddeld eens per twee uur en dat volautomatisch. Ingrijpen in dit proces door langdurig neussprays te gebruiken, is niet verstandig. Dat kan ”rhinitis medicamentosa” veroorzaken: een chronische verstopping door zwellingen van het neusgatweefsel. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/onmisbare-neus</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/onmisbare-neus</guid>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 07:24:07 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Supersonisch plakband]]></title>
            <description><![CDATA[Wetenschappers van de University of Science and Technology of China hebben onlangs ontdekt waar dat geluid vandaan komt. Ze legden de beweging en het geluid vast met ultrasnelle camera’s. Het plakband laat de onderliggende laag niet in een vloeiende beweging los, maar doet dat met schokjes. De lijm plakt een fractie van een seconde hardnekkig aan het oppervlak. Wanneer de trekkracht uiteindelijk de plakbinding van de lijm overwint, geeft het plakband plotseling mee. 

Dat proces herhaalt zich talloze malen achter elkaar. De lijmlaag laat het onderliggende tape los via zijwaartse breuken. Daarbij ontstaat plaatselijk een vacuümgetrokken ruimte. Wanneer die openbarst, vult lucht de ontstane ruimte razendsnel, met een snelheid van ruim 2000 kilometer per uur – veel sneller dan het geluid (1278 kilometer per uur). Hierdoor ontstaat een reeks minuscule schokgolven, zogeheten supersonische knallen. Net als bij een straaljager die door de geluidsbarrière gaat. 



]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/supersonisch-plakband</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/supersonisch-plakband</guid>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 11:03:14 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Kip en champignons in een jasje van spek]]></title>
            <description><![CDATA[## Goede combi

Met deze vleespakketjes kun je alle kanten op. Ze zijn een heerlijk onderdeel van een avg’tje, bijvoorbeeld met krieltjes en sla. Of met gekookte aardappelen en bloemkool. Eigenlijk passen ze overal goed bij.

Zo’n pakketje kun je ook goed eten als lunch, bijvoorbeeld met een groene salade. Je kunt ze gerust meenemen naar je werk of voor onderweg, want de vleespakketjes smaken koud ook heerlijk. Je mist dan alleen de warme, zachte kaas bovenin, want die is dan uiteraard gestold. 

Ook met patat kun je deze vleespakketjes goed combineren. Ze zijn dan een variatie op de standaard-snacks, zoals frikandel, kroket of bamihapje. 

Let op: om goede ‘zakjes’ te kunnen maken, heb je wel echt lange plakjes spek (of bacon) nodig.

## Ingrediënten

Voor 4 stuks:

- 8 lange plakjes ontbijtspek
- 1 ui
- 125 g kastanjechampignons
- 1 appel
- 2 el olijfolie
- peper, zout
- 350 g kipfilet in blokjes
- kipkruiden
- 4 blokjes kaas

 

## Bereiding

- Pel de ui en snijd hem in ringen. 
- Kies vier mooie, niet te grote ringen en houd die apart. Snijd de rest van de ringen tot snippers. 
- Snijd de champignons in kwarten en de appel in blokjes. 
- Bak de uiensnippers met de champignons en de appelblokjes vijf minuten in 2 eetlepels olijfolie op vrij hoog vuur. Schep regelmatig om. Kruid naar smaak met peper en zout. Schep uit de pan. 
- Kruid de kipfiletblokjes met de kipkruiden en bak de blokjes in een paar minuten gaar. 
- Verwarm de oven voor op 200 graden.
- Leg steeds twee plakjes spek kruislings op het werkblad. Schep de kip erop en daarna ook het champignonmengsel. Neem de uiteinden van de spekreepjes bij elkaar en schuif er een uienring over. Je krijgt dan 4 ‘zakjes’. 
- Vouw het spek over de uienring en leg een kaasblokje in de ‘mond’ van het zakje. 
- Zet de vleespakketjes in een ingevette schaal en bak ze in 30 minuten in het midden van de oven gaar en bruin.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/kip-en-champignons-in-een-jasje-van-spek</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/kip-en-champignons-in-een-jasje-van-spek</guid>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 10:51:57 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Waarom landgoed Staverden een oase op de Veluwe is]]></title>
            <description><![CDATA[Op een heuveltje naast de gracht staat een prieel, dat baadt in het ochtendlicht. Ernaast priemt een mammoetboom naar de zeldzaam blauwe hemel. Bij de vroegere serre en orangerie – nu Brasserie Staverden – overziet een vink vanaf een twijg het park. Zijn roestbruine borst steekt af tegen de lucht. Aan de overkant van een vijver schittert, hoog op een sokkel, een beeld van twee sierlijke pauwen. 

Voor de veranda van Kasteel Staverden wacht Martin de Jong (56), projectleider bouwkunde bij Geldersch Landschap & Kasteelen. Even later voegt zijn collega zich bij hem. Patrick Smits (47) is teamleider beheer. Een twee jaar durende restauratie van het kasteelinterieur is juist afgerond, deze ochtend wordt er gepoetst en geboend. De buitenzijde werd in voorgaande jaren al aangepakt. 

 

Het kasteel kreeg zijn huidige vorm in 1905, toen het in bezit was van de Rotterdamse burgemeester Frederik Bernhard s’Jacob. Verschillende bouwstijlen uit die tijd zijn terug te zien: neorenaissance, neoclassicisme en jugendstil. Via een lichte hal met marmeren vloer gaat De Jong voor naar de biljartkamer. „Dit is een van de meest originele ruimtes van het kasteel. De tegels van de lambrisering komen van Villeroy & Boch, uit 1905. De fabriek bestaat nog steeds, net als de mallen waarin de tegels zijn gemaakt. Voor de serre, die nog niet klaar is, bestellen we precies dezelfde.”

 

De kamer heeft een terrazzovloer, fraaie schouw en hoge vensters met zicht op de tuin. De diepgroene lambrisering is gedecoreerd met gestileerde planten. Daarboven heeft de muur een warme, gele tint. Met behulp van sjablonen is er een motief op geschilderd, zoals men dat begin vorige eeuw deed. Tot de restauratie waren muren en plafond wit gesausd; na kleuronderzoek kregen ze hun oude aanzien terug.

## Zeeslag

In de salon wijst De Jong op het ornament aan het plafond. „In 1905 bestelden ze dat uit een catalogus van de Amsterdamse firma Silberling. Dat was toen gebruikelijk.” Smits: „Heel modern, hè? Wij doen hetzelfde, maar dan via internet.” Aan de salon grenst de eetzaal, waar de wanden bespannen zijn met stof. Het patroon toont pauwenveren. Witte pauwen zijn al sinds 1298 met Staverden verbonden.

>„Het ornament aan het plafond werd in 1905 besteld uit een catalogus. Dat was gebruikelijk”

Op een houten schouw in de bibliotheek memoreert een tekst de tocht naar Chatham. De Jong: „Die schouw is geplaatst in de tijd dat het pand werd verhuurd aan de Stoomvaart-Maatschappij Nederland. In 1667 voer Michiel de Ruyter de Theems op en hakte hij de Engelse vloot bij Chatham in de pan. We hebben achter de spiegel gekeken; we hoopten op een schildering van de zeeslag. Maar helaas...” 

Beheerder Smits blikt door de vensters en ziet dat de waterval aan de overkant van de gracht is drooggevallen. „Tjonge, dat gebeurt in dit seizoen eigenlijk nooit.” Op de stenen van de waterval ontwaart De Jong feilloos een grote gele kwikstaart. Een scherp oog komt van pas. „Kijk, daar, iets boven die eenden.”

 

## Moeras

Smits: „De ligging van Kasteel Staverden is uniek, met al het water eromheen. En dat midden op de Veluwe, 22 meter boven NAP. Het kasteel ligt hier omdat er vocht aanwezig was, dat maakte landbouw mogelijk. Een kleilaag in de ondergrond houdt het water vast. Dat stroomt van de hellingen van de Veluwe naar de Staverdense Beek.” Tot in de middeleeuwen was de omgeving een groot moeras. Op hogere plekken werd gebouwd. Er kwamen watermolens, het gebied werd ontgonnen, er verrees een burcht met verdedigingswerken eromheen.

>„Ik vind het supermooi om het kasteel te zien in het donker, op een winterochtend”

Tijdens de renovatie van Kasteel Staverden stuitten werklui op een gemetselde boog uit de veertiende eeuw. De Jong: „Dat hadden we niet verwacht. We kwamen de boog tegen doordat de riolering vervangen moest worden. We hadden het idee dat het kasteel oorspronkelijk op een andere plek was gebouwd. Maar als je dan veertiende-eeuws metselwerk ontdekt, wordt het toch wel waarschijnlijk dat het oude hof ook op deze plek heeft gestaan.”

Smits: „Er zijn op het landgoed heel veel overblijfselen, tot grafheuvels aan toe, die laten zien dat mensen hier hebben gewoond en door dit gebied zijn gereisd.” 

 

## Vuurtoren

Langs een glas-in-loodraam, met pauw, voert een statige trap naar de bovenverdiepingen. Er volgt een lichte gang, aan weerskanten komen kantoorruimtes. Door een grote opening in het plafond, langs een balustrade, valt overvloedig daglicht naar binnen. 

De Jong: „Als je omhoog kijkt, zie je de lantaarn (glazen koepel, MdH) van de verdieping hierboven.” Smits: „Ik vind het supermooi om het kasteel te zien in het donker, in de winter, vooral ’s ochtends. Hierbinnen staan dan de lichten aan. Vanaf de weg lijkt het kasteel dan net een vuurtoren.” De Jong: „Van een afstand is het bijna futuristisch.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-landgoed-staverden-een-oase-op-de-veluwe-is</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-landgoed-staverden-een-oase-op-de-veluwe-is</guid>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 10:48:54 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Jeanet Willems: Geknipt portret ontroert mensen]]></title>
            <description><![CDATA[„Ik zie soms tranen in iemands ogen, wanneer ik diegene geportretteerd heb. Een geknipt portret is dan ook heel anders dan een foto: je ziet geen rimpels, geen vlekjes. En wanneer zie je jezelf nu van de zijkant? Terwijl die heel specifiek en uniek is.”

 

## Verwondering

Sinds 1984 verdient Jeanet haar brood als zelfstandig silhouetknipster. Onder de naam Jeanette Silhouette knipt ze zowel realistische portretten als karikaturen. Ze wordt ingehuurd voor bedrijfs- en familiefeesten en evenementen. Daar is ze meestal mobiel aanwezig; soms richt ze een hoekje in met een tafel, een kruk en natuurlijk papier en een schaar.

„Ik ben niet alleen aan het knippen, maar zet een sfeer neer. Met het model en de omstanders ontstaat er een wisselwerking, en die zet ik bewust in. Iemand uit het publiek roept bijvoorbeeld: „Voor hem heb je geen papier genoeg!” Als ik in reactie daarop een heel grote schaar tevoorschijn trek, heb ik de lachers op m’n hand.” 

Tijdens zo’n ‘optreden’ kleedt Jeanet zich in een artistiek kostuum; bijvoorbeeld als Française, compleet met baret en mooie jurk. „Ik pas me aan bij de sfeer van het gezelschap en de doelgroep. Bij techneuten maak ik andere opmerkingen dan in een groep ouderen.” Ook de achterban van Terdege ontmoet ze zo nu en dan. „Ik word geregeld ingehuurd door bedrijven uit Urk; op dat soort bijeenkomsten wordt er altijd gebeden.

Ik merk dat mensen het portretknippen over het algemeen niet kennen. Als ik op een feest of evenement een paar bezoekers heb geknipt, heeft dat een aanzuigend effect. En komen steeds meer mensen naar me toe, en die reageren verrast: „O, wat mooi, wat bijzonder… en zo snel! Kijk eens, ik heb precies de neus van mijn vader…””

 

 

## Typetjes

Als kind en tiener was Jeanet „altijd aan het tekenen, tekenen, tekenen. Na schooltijd en… ik moet zeggen… ook onder schooltijd.”

Haar ouders stimuleerden haar om zich hierin te ontwikkelen. „Met mijn vader ging ik af en toe buiten tekenen. Zelf had hij er weinig tijd voor, maar dit deden we samen. Als puber begon ik typetjes te tekenen, en figuurtjes met van die grote neuzen. Ik deed ook aan pentekenen en kalligrafie.”

Een beslissend moment in Jeanets leven was een bezoekje aan het Museum van Papierknipkunst in Westerbork toen ze zeventien jaar oud was. „Daar ontdekte ik dat ik alles wat ik tekende, ook kon knippen. Thuis heb ik het kromme nagelschaartje gepakt – niet handig natuurlijk, krom – en maakte ik mijn eerste knipsels, gewoon uit een wit A4’tje. Ik knipte twee zwanen met blaadjes eromheen en meer van dat soort dingen. 

Toen ik jarig was, kreeg ik een echt silhouetschaartje van mijn ouders. En volgens mij ook een boekje: ”Leer knippende zien”. Daarna ben ik steeds meer gaan knippen, vooral dingen uit de natuur.”

 

## Expositie

Hoe hard haar creatieve hart ook klopte; na de middelbare school startte Jeanet met een opleiding fysiotherapie. Die sloot ze na het derde jaar af met een getuigschrift, aangezien er in die tijd alleen uitzicht was op werk buiten Nederland, en dat zag ze niet zitten.

Toen ze drie jaar op een ontwerpbureau werkte, kon ze zich helemaal op de papierknipkunst storten. Ze knipte er zelfontworpen ansichtkaarten en een verjaardagskalender over de seizoenen.

Daarna ging ze verder als zelfstandig knipkunstenaar. „Ik probeerde steeds meer opdrachten te krijgen; voor huwelijks- en geboorteknipsels, voor verjaardagen en jubilea. M’n inkomen was magertjes; ik kon er net van leven. 

Een portret had ze ook weleens geknipt, maar alleen door het eerst te tekenen en nooit live. Dat veranderde toen ze in 1984 exposeerde, en een van de bezoekers een silhouetknipper bleek te willen inhuren. „Ze vroeg: „Doe jij ook aan portretknippen?” Ik weet niet wat er bij me gebeurde, maar ik antwoordde: „Ja, voor wanneer is het?” In de hoop dat ze mijn onzekerheid niet zou opmerken, want ik had het nog nooit live gedaan.” 

En zo knipte Jeanet in september van dat jaar portretten van de bewoners van zorginstelling Het Dorp, bij Arnhem. „Het was zweten, maar het lukte. Na twee uur kreeg ik de verlossende reactie: „Iedereen is zo blij, wil je over twee weken nog een keer komen?” Met een lach: „„Oh… ja”, zei ik. Toen kreeg ik het gevoel: dit kan ik dus.”

Het portretknippen bleek Jeanet te passen als een maatwerkjas. „Ik ging op creabeurzen staan, kreeg contact met reclame- en evenementenbureaus en zo kwamen er steeds meer opdrachten binnen.”

Eind jaren tachtig startte ze met een opleiding aan de kunstacademie, die ze begin jaren negentig afrondde. „Ik leerde er onder meer om vrijer te denken, maar de portretknipkunst werd er niet gewaardeerd. Een tijdlang vond ik m’n werk als silhouetknipster op feesten zelfs wat ongemakkelijk. Maar op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: hiermee kan ik mijn geld verdienen en hier wil ik voor gaan.” 

 

## Krachtige lijn

„Het mooie aan silhouetknippen vind ik onder meer de techniek: het knippen en draaien en iets uit het papier toveren. Dat proces wekt verwondering bij omstanders. 

Een silhouet is eigenlijk een schaduwbeeld. Ook dat is intrigerend: je ziet alleen de omtrek, en dat heeft een beperking. Een omtrek geeft niet alles prijs en is daardoor interessant om naar te kijken. Je suggereert met alleen de omtrekken een hele wereld; wat ontbreekt, vult je oog zelf in. Nu kun je natuurlijk heel precies gaan knippen, zodat je zo veel mogelijk laat zien, maar je kunt ook juist de kracht van de schaduw benadrukken.

Een verschil met een getekend portret is, dat een knipsel in silhouetvorm één geheel is. In een tekening zet je een lijntje hier, een lijntje daar. In een knipsel zit alles aan elkaar vast, en die beperking is de kracht. 

Als ik een portret knip, houd ik de schaar vrij recht en draai ik met het papier. Dat betekent dat je moet leren om op de kop te kijken en te knippen. Ik start met een leeg vel origamipapier en op dat moment moet ik in feite al weten: daar wil ik naartoe. Knippen is heel definitief: weg is weg. Je kunt het vergelijken met beeldhouwen: je haalt dingen weg, en wat je overhoudt is je kunstwerk. 

Doordat de snede zo resoluut is, en ook scherp, is hij heel krachtig. Een geknipte lijn is veelzeggend; die moet goed zijn. Met tekenen kun je nog een beetje bijwerken of verdoezelen, maar als je knipt, werk je letterlijk op het scherp van de snede. Je hebt een heel goede en krachtige lijn, of niet.” 

 

## Zeldzaam beroep

Met het silhouetknippen staat Jeanet in een lange traditie. „Voordat de fotografie bestond, was knippen een snelle en goedkope manier om een portret te laten maken. Het verhaal gaat dat in de achttiende eeuw de Franse minister van Financiën, Etienne de Silhouette, de portretknipkunst propageerde bij de adel. Zo zou het woord silhouetknippen zijn ontstaan. 

Het heeft me altijd bevreemd dat er niet meer beroepssilhouetknippers zijn. Nederland telt er drie en ook in Duitsland, Engeland en België zijn er maar een handvol. Anderen doen het portretknippen voor de hobby; er bestaat ook een heel actieve vereniging voor papierknipkunst. Ik heb dus een zeldzaam beroep, en ik vind het leuk om zo’n oude traditie voort te zetten.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/jeanet-willems-geknipt-portret-ontroert-mensen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/jeanet-willems-geknipt-portret-ontroert-mensen</guid>
            <pubDate>Tue, 26 May 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[En ja: de Oranjes binden de schaatsen onder]]></title>
            <description><![CDATA[In de beide werkkamers van koning Willem-Alexander hangt een portret van Willem van Oranje. Het geeft de ruimtes een koninklijke ambiance, maar in feite is ons staatshoofd geen directe afstammeling van de Vader des Vaderlands. 

118 jaar nadat Willem wordt vermoord in Delft, blaast de laatste mannelijke afstammeling van de prins zijn laatste adem uit. Het regeerambt wordt doorgegeven aan de Friese tak van de Nassaus, waar Johan Willem Friso aan het roer staat. Via deze lijn komt koning Willem-Alexander uiteindelijk op de Nederlandse troon terecht. Dat hij een zwak heeft voor Friesland, valt dus goed te begrijpen. 

Op Koningsdag 2026 begint de verjaardag van de koning met het Friese volkslied. Geen van de Oranjes zingt mee, maar die achterstand wordt gelijk ingehaald bij de programmaonderdelen die volgen. Een prinses gooit een kaatsbal, een prins klimt in een polsstok, en de koning laat op zijn beurt zien dat hij weet hoe een zeilboot werkt. Met ferme bewegingen hijst hij een zeil. 

## Fanatiek

Na een ontmoeting met medejarigen is het vervolgens tijd voor een quiz. Door de jaren heen is dit onderdeel uitgegroeid tot een vast element van Koningsdag. Niet zo gek, want een quiz is leuk en leerzaam voor televisiekijkend Nederland. Daarnaast wordt ook de familiedynamiek op een speelse manier zichtbaar. Zo zien we Amalia ferm aan de bel rammelen als zij het antwoord op een vraag weet. Als Máxima’s bel het niet blijkt te doen, vraagt ze om bemiddeling van een scheidsrechter. Het laat wel zien hoe fanatiek de familie Van Oranje is. Uiteindelijk gaat het team van prinses Amalia er met de prijs vandoor; onze toekomstige koningin blijkt de uitspraak van de Friese taal het beste te beheersen. 

 

Op de quiz volgt het hoogtepunt van de dag. Een mogelijk hoogtepunt althans, want niemand weet of een Oranje de schaatsen onder gaat binden. Onder luid applaus stapt de koning het ijs op, gevolgd door koningin Máxima en prinses Ariane. Het rood-witte jack dat de koning gewillig aantrekt, verwijst naar het Marlboro-jasje dat hij veertig jaar eerder in Dokkum droeg tijdens de Elfstedentocht. Zodra de klanken van het dweilorkest aanzwellen, grijpt de koning de hand van zijn vrouw. Zwierend, dicht tegen elkaar aan, zorgen ze voor een onvergetelijk Oranjemoment.  

## Elfstedentocht

Na diverse ontmoetingen in het kader van muziek, natuur en geschiedenis wandelt de koninklijke familie via twee bruggen naar het eindpodium. De laatste brug is versierd met honderden oranje linten, waarop scholieren wensen hebben genoteerd. Het woord vrede komt opvallend voorbij. 

Op het podium klinken het Wilhelmus en een bedankwoordje. Natuurlijk komt de Elfstedentocht daarbij ten sprake. Grappend zegt de koning dat hij veertig jaar geleden niet wist hoe snel hij Dokkum uit moest komen, maar dat hij er nu graag nog wat langer zou willen blijven. Hij heeft het zelfs over de meest onvergetelijke Koningsdag die mogelijk was. En dan wordt de toespraak, tot groot genoegen van de Friezen, in de Friese taal afgesloten: Friesland boppe! Oftewel: Friesland boven!  

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/en-ja-de-oranjes-binden-de-schaatsen-onder</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/en-ja-de-oranjes-binden-de-schaatsen-onder</guid>
            <pubDate>Fri, 22 May 2026 17:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Prijswinnend museum in Buren toont tal van oldtimers]]></title>
            <description><![CDATA[Iedere bezoeker krijgt uitleg, voordat hij of zij het museum binnengaat. Van Visscher (68) zelf of van een van de zestig vrijwilligers, afkomstig uit het hele land. Dat gebeurt in de passage, de gang richting het museum. Daar staat een lange tijdlijn op de wand. Die geeft een indrukwekkend beeld van de auto door de jaren heen. Het meest opvallende getal is dat van de verkeersslachtoffers: 100 in 1906, toen er in Nederland nog maar 2000 auto ’s rondreden; 3200 ten tijde van 2,4 miljoen auto’s; en tussen de 600 en de 700 vorig jaar met meer dan 10 miljoen vierwielers op de weg.

## Museum

Peugeot, Simca, Citroën en Opel vormen de hoofdmoot van de omvangrijke collectie. Geen wonder, want in de bedrijven die Visscher bezat, waren vooral Franse merken in ruime mate aanwezig. Ooit was hij directeur van Visscher Peugeot en Citroën, met vestigingen in Culemborg, Tiel, Gorinchem en het Groene Hart. De autoliefhebber verzamelde vanaf zijn veertigste levensjaar naar hartenlust old- en youngtimers. 

Toen hij met een museum in het Oranjestadje begon, bezat hij er zelf een kleine zeventig. De collectie Franse auto’s is aangevuld met Opelmodellen van particulieren. Nu zijn er wel 170 automobielen te bewonderen. Op de bovenverdieping heeft zijn broer Chris een onderkomen. Hij handelt in klassieke Datsuns en showt er een bijzondere collectie, die vanuit het museum kan worden bezocht.

Hoewel het museum nog geen vier jaar oud is, gaat de geschiedenis van de collectie veel verder terug. In feite werd de basis ervoor al in 1951 gelegd, in Tricht. Visscher groeide er op tussen de auto’s in de garage van zijn vader. Henk en zijn broers namen het stokje geleidelijk over. In 1982 verwierf verwierf hij het dealerschap van een aantal Franse automerken. „Mijn bedrijven heb ik vier jaar geleden van de hand gedaan. In de jaren daarna heb ik gezocht naar een geschikte locatie voor mijn verzameling. Die vond ik in deze plaats. Buren is een uitstekende plek, ook door de historie van het stadje en de aanwezigheid van het Oranjemuseum.” 

Hij kocht de 4000 vierkante meter via bergingsbedrijf Joh. van der Zande. De ruimtes zijn aangepast en ingericht als museum. Van dit bergingsbedrijf is in het museum ook een oude takelwagen te bewonderen. 

## ANWB

De auto’s van Visscher Classique dateren uit de periode tussen 1926 en het jaar 2000. „Omdat ook steeds meer jongeren het museum bezoeken, heb ik de tijdlijn laten doortrekken tot 2020. De decennia vóór 2000 zijn voor hen al echt onderdeel van de historie.” 

 

Behalve Peugeot, Citroën, Simca, Panhard en Opel worden er wisselend andere automerken tentoongesteld. Op dit moment staan er enkele bijzondere BMW’s. „Kijk, dit is de duurste, een BMW 507 uit 1957. De waarde van deze auto wordt geschat op 1,75 miljoen euro. De komst van deze auto’s is geregeld via de klassiekerclub van dit merk. Dat geeft iedere keer weer een hele papierwinkel met overeenkomsten en zekerheden, ook voor de verzekering. Eerder hadden we VW/Porsche. In de maand mei krijgen we een expositie van 80 jaar ANWB. Dan komt al het oude materieel van deze vereniging hiernaartoe. Prachtig. En vanaf 1 november staan hier klassieke Volvo’s.”

Visscher won in november 2023 de internationale Historic Motoring Award voor ”Museum van het jaar”. „Ik werd onverwacht gebeld dat ik naar Londen moest gaan. Dit museum was genomineerd voor een prijsuitreiking. Ik stond daar tussen vertegenwoordigers van indrukwekkende collecties oldtimers. Toch kregen wij de prijs. Dat komt doordat we vooral ook ‘gewone’ auto’s uit het verleden laten zien. Die zijn in feite unieker dan veel kostbare exemplaren die vaker bewaard zijn. De doorsnee auto is na verloop van tijd meestal geshredderd. Verder speelde persoonlijk aandacht met uitleg bij binnenkomst een rol bij het verkrijgen van de award.” Glimlachend: „Er werd me gevraagd wat ik de volgende dag zou gaan doen. De wc’s schoonmaken, heb ik gezegd…”

Het Burense museum is inmiddels ook erkend door de Bond Van Automobielhandelaren en Garagehouders (BOVAG) en er is een boek over Visscher Classique verschenen. „Hier hangen foto’s van Erwin Olaf, de bekende fotograaf. Zijn foto’s zijn eveneens in het boek opgenomen.”

## Krasje

Voor de liefhebber van de Franse automobielgeschiedenis is het in het museum een feest, met tal van glimmende Peugeots, Citroëns en Simca’s. Er staan ook twee Panhards, een in 1886 opgericht automerk dat opging in Citroën, en waarvan de productie in 1967 definitief werd stopgezet. Een andere opvallende auto is een Maserati Bora.

Het museum heeft de beschikking over een eigen werkplaats, onder meer voor restauratiewerkzaamheden. „Overigens worden lang niet alle auto’s gerestaureerd”, zegt Visscher. „Als ik een mooie onverprutste auto koop die nog nooit gerestaureerd is, dan blijft dat ook zo. Een krasje spuit ik niet weg. Niet elke auto hoeft in concourstaat te zijn. Je mag best zien dat een auto een leven achter de rug heeft.”

Bijzonder is ook de uitgebreide collectie miniaturen. Er zijn er zeker 10.000 in vitrines ondergebracht. Visscher kreeg de afgelopen jaren verschillende verzamelingen aangereikt. Die worden uitgezocht en de unieke exemplaren krijgen een plekje in de tentoonstelling. De exemplaren die dubbel zijn worden verkocht, ook aan bezoekers.  

 

Hoe het met die bezoekersaantallen gaat? „We hebben er nu circa 12.000 per jaar. We mikken op een groei naar circa 25.000, liefst 30.000. Dat is belangrijk om de collectie zonder schulden te behouden voor het nageslacht. Overigens komen we nu al aardig uit de kosten, dankzij tal van evenementen, zeker 150 per jaar.  Er is hier, los van de openingstijden, soms wel vijf keer per week wat te doen. We verhuren auto’s voor plezierritten, trouwerijen en zelfs voor begrafenissen. Er is een Franse autodag, er zijn huwelijksjubilea, verjaardagen en recepties, bijvoorbeeld van de Jaguar-Daimlerclub. Echt van alles. Daarnaast hebben we al verschillende bijeenkomsten en bezoeken van auto-importeurs gehad. Het museum draait op vrijwilligers uit het hele land. Er is maar één betaalde kracht, voor een paar dagen per week.”

Zijn museum is er niet speciaal voor mannen, vindt Visscher. „Er komen veel vrouwen mee. Pas had ik hier iemand die op drempel tegen haar man zei liever Buren in te gaan, omdat ze niet van auto’s hield. In de hal zag ze in de tijdlijn dat er ooit 3500 verkeersslachtoffers per jaar waren. Daar sloeg ze op aan. Ze bleek operatiezuster te zijn geweest. Toen haar man in tranen in de ogen bij een Simca stond, was ze helemaal om.

Voor Visscher zelf zijn de mooiste exemplaren een Citroën DS uit 1972 en een Peugeot 404 cabriolet uit 1967. „Met die laatste toeren mijn vrouw en ik door heel Europa. Die verkoop ik echt niet. Daarbij is Frankrijk een favoriete vakantiebestemming. De tweede auto op het lijstje is de Peugeot 404 cabrio. Die rijdt toch zo lekker. Hij zweeft gewoon over de weg. Als ik door Zuid-Frankrijk rijd, met het dak open en mijn vrouw naast me, voel ik me intens gelukkig. Ik heb thuis nog een stuk of zeven oldtimers staan. Gedeeltelijk voor de verkoop. Dat geldt trouwens ook voor de museumcollectie. Zodra er een exemplaar wordt aangeboden dat we al hebben, houden we de mooiste en verkopen we de andere. Soms zijn er ook andere exemplaren te koop. Ik heb in het verleden goed geboerd, maar kan niet onbeperkt doen wat ik wil.”

 **** Wat betekent zijn museum voor hem persoonlijk betekent? „Vorig jaar is het bezit van het museum ondergebracht in een stichting. Ik ben nu voorzitter. In de praktijk ben ik hier drie dagen per week, ik ben medeconservator en letterlijk overal bij geweest, tot aan het ophangen van de affiches. Alles staat nu vol. Hiernaast heb ik nog een hal in de verhuur, maar uitbreidingsplannen zijn er niet. Eerst moet het museum zichzelf kunnen bedruipen. De collectie is nog bij de stichting in bruikleen. Die moet ook haar eigendom worden. Daarom is een nog groter bezoekersaantal belangrijk. Gaandeweg draag ik dat over aan de stichting. Ik zie het museum als mijn kind, dat ik naar de toekomst moet leiden en kunnen loslaten. Het is mijn droom dat Visscher Classique helemaal klaar is voor opvolgers.”  

_Visscher Classique is geopend op donderdag, vrijdag en zaterdag van 10.00 – 17.00 uur. Toegangsprijs voor volwassenen: € 16,-; jeugd € 8,-; kinderen t/m 4 jaar gratis._

_Abonnees van 8 tot 18 jaar ontvangen € 3,- korting; vanaf 18 jaar € 5,- korting.  Download de kortingsbon via beleefenontmoet.rd.nl_

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/prijswinnend-museum-in-buren-toont-tal-van-oldtimers</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/prijswinnend-museum-in-buren-toont-tal-van-oldtimers</guid>
            <pubDate>Fri, 22 May 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Babyboom op afdeling verloskunde in Dirksland]]></title>
            <description><![CDATA[Emma Kardux (26) tilt haar dochtertje Mabel uit de kinderwagen. Het kindje, haar eerste, is acht weken oud. Collega’s Marlies van der Wielen (43) en Klasine van Zielst (37) buigen zich verliefd over het meisje heen. Als dank krijgen ze een lachje van haar.

Emma knuffelt haar zachtjes. Tegen Klasine, die hoogzwanger is van de vierde: „Weet jij of het een jongen of meisje wordt? Nee? Heb je ook nog geen namen bedacht? Ik weet nog dat je ooit tegen me zei dat je een heel lijstje met namen had klaarliggen voor als je weer zwanger zou worden.”

De dames zijn alle drie werkzaam bij Verloskundig centrum CuraVita van Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland. Klasine als klinisch verloskundige, Emma en Marlies als obstetrieverpleegkundigen. 

Marlies moet alweer bijna aan de slag. Haar baby, Willem, is inmiddels al ruim vier maanden oud. Hij is het negende kindje voor Marlies en haar man. „Deze keer geef ik flesvoeding in plaats van borstvoeding”, vertelt ze haar collega’s. „Dat is een heerlijkheid.”

De drie horen op hun werk bij de elf dames (binnen een team van zo’n vijftig vrouwen) die het afgelopen jaar aankondigden in verwachting te zijn. Klasine: „Er is op onze afdeling een lijst opgehangen met de namen van de zwangere collega’s. Met roze of blauw is aangegeven of er een jongetje of een meisje verwacht wordt – als dat bekend is. Collega’s kunnen de naam van de baby raden en erachter schrijven.”

Emma tegen Marlies: „Vond jij het moeilijk om een naam uit te zoeken?” Die: „We hadden nog een paar namen in gedachten. Maar sommige vielen af, omdat mijn man die niet mooi vond.” Emma, met een knipoog: „Toch jammer dat je bij het geven van namen rekening moet houden met die mannen.” Marlies, nuchter: „Ach, dat scheelt weer keuzestress. Anders blijf je zelf toch ook maar twijfelen.” Emma: „Ik had een lijst met wel zestig namen. De enige die mijn man daarvan leuk vond, was Mabel.” 

### _Hoe uniek is de situatie op jullie afdeling, met elf zwangeren in negen maanden tijd?_

Klasine: „Best uniek.” Marlies, die al 23 jaar op de verloskundeafdeling in Dirksland werkt: „Ik heb ook niet eerder zo veel zwangere collega’s gehad.”

Emma, die Mabel net een fles heeft gegeven, houdt haar een beetje omhoog en klopt zachtjes op haar rugje. Een boertje volgt. „Goed zo”, complimenteert de verpleegkundige haar dochter.

 

### _Zijn de gesprekken door al die zwangerschappen anders geworden?_

Klasine lacht. „Sowieso gaat het op de afdeling meestal over onze mannen, baby’s en bevallingen.” Emma: „Maar doordat er meerdere collega’s zwanger waren van hun eerste kindje, is de onderlinge band wel versterkt.” Marlies: „Ik was op controle geweest bij Klasine, maar we waren zo druk met praten over onze andere kinderen dat we ons er niet van bewust waren of we echt alle controles hadden gedaan. Dat bleek wel zo te zijn, maar alleen al die verwarring was grappig. We hadden in elk geval genoeg gespreksstof.”

 

Klasine: „We hebben het vaak over hoe ver we al zijn met de voorbereidingen voor de komst van het kindje. Daarin zie je verschil tussen collega’s die hun eerste krijgen en degenen die al meer kinderen hebben. Ik was nog vloeren aan het leggen met 37 weken. Een collega die op datzelfde moment nog veel minder ver was in de zwangerschap, had alles al klaar. En Emma wil alles mooi hebben. Zij heeft bijvoorbeeld een crème kinderwagen gekocht. Terwijl ik na drie kids liever een donkere wagen heb, want crème wordt veel te snel vies met al die kinderhandjes.” Marlies: „Wij waren ook in de laatste weken de kamer nog aan het opknappen. Ik was blij toen mijn verlof begon, want dan krijg je wat meer ruimte in je hoofd voor de voorbereidingen.” Emma, met een tikje ontzag: „Ik ben al zo druk met één kindje. Ik kan me niet voorstellen hoe jullie een baby combineren met een heel gezin.”

### _Vonden jullie het lastig om op je werk te vertellen dat jullie zwanger waren, als zoveelste in het team?_

Klasine: „Nee, onze teamleider is elke keer weer even blij voor een zwangere collega. De meesten zitten nu eenmaal in de vruchtbare leeftijd.” Emma: „En de roosteraar zei: „Het komt helemaal goed hoor, geen zorgen.” Klasine: „De vervanging tijdens onze afwezigheid is heel goed geregeld.” 

Marlies: „Al werd het op de afdeling op den duur wel grappig, als er weer iemand vertelde zwanger te zijn. En soms moest ik stiekem lachen als bevallende vrouwen naar mijn buik wezen en zeiden: „Jij moet nog.” Ik vertelde dan maar niet dat dit onze negende baby was. Of collega’s verrast waren dat ik in verwachting was van onze negende?” Ze haalt haar schouders op. „Daar heb ik niets over gehoord. Jullie?” Emma schudt haar hoofd. „Als het over Marlies gaat, is bijvoorbeeld als er iets speciaals gedaan moet worden. Op de afdeling zeggen we dan altijd: „Als iemand het kan, is Marlies het. Ze is een duizendpoot. Echt waar, ze gaat gerust om halfvijf uit bed om nog voor haar dagdienst de badkamer te poetsen en de broodtrommels van haar kinderen klaar te maken. Als we samen op de afdeling aankomen, ben ik net wakker en snak ik naar een bak koffie, maar zij heeft dan al een hele morgen achter de rug.” Marlies lacht even, een tikje in verlegenheid gebracht.

### _Hoe is het om zwanger te zijn als zwangerschappen en bevallingen begeleiden jullie werk is?_

Emma: „Ik denk dat we beter dan anderen de gevaren kennen van het bevallen. Daardoor was ik tijdens mijn zwangerschap soms bang dat er iets mis zou gaan. Als ik zie hoe onbezorgd sommige vriendinnen zwanger zijn, zonder te veel besef dat er van alles kan gebeuren, dan merk ik dat ik toch te veel gezien heb.” Klasine en Marlies knikken.

Klasine: „Omdat je met zo’n grote groep collega’s tegelijk zwanger bent, hoop je ook dat het met iedereen goed gaat. Je bent echt met elkaar zwanger. We informeren na een bevalling ook altijd bij elkaar of er nog bijzonderheden waren.” 

 

Marlies: „Ik was zelf ook elke keer weer blij als ons kindje goed en wel geboren was. Je weet nooit van tevoren hoe een bevalling loopt en er kan heel veel misgaan. Klasine: „Vrouwen doen daar soms best makkelijk over, maar bevallen is een hele klus, ook al gaat het nog zo vlot en weet je er heel veel over.” Marlies: „Moeders overlijden soms bij een bevalling, of de kindjes redden het niet.” Klasine: „Er is ook best vaak sprake van hevig bloedverlies. Wij kunnen heel veel doen als verloskundigen, de gynaecoloog ook, maar je hebt het nooit helemaal in de hand.” Nuancerend: „Het is wel zo dat wij alleen medische bevallingen doen, die allemaal als hoog risico aangemerkt zijn. Dat vertekent je beeld van bevallen.”

### _Jullie zijn alle drie in het ziekenhuis bevallen. Kozen jullie daarbij bewust voor Het Van Weel Bethesda, en dus voor jullie eigen afdeling?_

Klasine: „Ja, ik vind dat vooral voordelen hebben. Bij andere ziekenhuizen weet ik niet wat de protocollen zijn. Hier ken ik ze en weet ik hoe collega’s werken.” Marlies: „Het voelt in ons ziekenhuis eigen, gezellig.” Emma: „We hebben een leuk team. Ik had twee collega’s gevraagd erbij te komen als ik zou gaan bevallen, als ze tijd hadden. Dat wilden ze met liefde doen. Ik vind het heel bijzonder dat ze dat voor me overhebben.”

### _Is dat niet heel kwetsbaar, bevallen met collega’s om je bed?_

Klasine: „Je kunt juist jezelf zijn. Ik heb het idee dat ik in een ander ziekenhuis, waar ze op de papieren zien dat ik klinisch verloskundige ben, heel erg mijn best moet doen. Dan zou ik bijvoorbeeld een belemmering voelen om naar pijnstilling te vragen. Bij eigen collega’s durf ik meer mezelf te zijn.”

Emma: „Ik heb ervaren dat collega’s je juist het vertrouwen geven dat je het kunt.” Marlies: „Al hoop je natuurlijk wel dat je je al bevallend een beetje gedraagt.” Klasine: „Bevallende vrouwen kunnen soms heel anders zijn. Angstig worden, bijvoorbeeld, of bozig. Of zich juist terugtrekken.”

### _Jullie gaan later dit jaar weer aan de slag. Kijken jullie daarnaar uit?_

Klasine: „Ik vond het wel een feestje om met verlof te mogen gaan. Onze jongste vraagt nu elke dag: „Ben je nu echt heel lang thuis? Hoef je niet te gaan werken?” Ik vind mijn werk echt superleuk, maar het is ook lekker om er even niet aan te hoeven denken. Als klinisch verloskundige weet ik nooit zeker hoe laat ik thuis ben en wat voor dag ik ga hebben. Vaak is mijn hoofd ’s avonds nog vol van mijn werk.”

Marlies: „Als ik verlof heb, denk ik: heerlijk, nog even thuis. Maar als ik eenmaal weer aan het werk ben, vind ik dat ook weer leuk. Die hobbel moet je gewoon even over.”

 

Emma: „Het is een goed teken toch, dat we onze baby’s zo leuk vinden dat we nog wel wat langer bij hen thuis zouden willen blijven?”

Marlies: „Maar straks weer met collega’s kunnen kletsen is ook weer fijn.”

Klasine: „Ik denk altijd als ik na een lang verlof weer begin: kan ik het nog wel, verloskundige zijn? Ik ben al vijftien jaar aan het werk en ik weet dat ik het kan. Maar toch twijfel ik na een zwangerschapsverlof weer.”

Marlies haalt baby Willem uit zijn bedje. De slaapkop heeft de hele morgen nog niet van zich laten horen. Met zijn donkere haartjes hangt hij relaxt tegen de schouder van zijn moeder aan. Haar twee collega’s buigen zich enthousiast over het jongetje heen en bewonderen zijn donkere oogjes en stevige lijfje.

### _Is jullie werk anders nadat jullie bevallen zijn, omdat je sinds die tijd weet hoe het dat is?_

Emma: „Ik vind van wel. Niet dat je dit werk niet kunt doen als je geen kinderen hebt gekregen. Maar je weet nu beter waar een vrouw doorheen moet. Wij zeggen bijvoorbeeld vaak als een vrouw moet persen: „Kom op, je moet even door de pijn heen. Je bent er bijna.” Toen ik ging bevallen en iemand dat tegen mij zei, dacht ik: schiet op met je door die pijn heen gaan. Nu snap ik pas wat dat betekent.”

Klasine: „Vrouwen willen soms alleen maar horen dat je hen begrijpt. Dat je snapt dat ze niet meer verder willen, maar dat ze nu eenmaal door moeten. In plaats van gelijk over het gevoel van een vrouw heen te gaan en haar te vertellen dat ze het goed doet, mogen we haar best vertellen dat het ook echt heel pittig is.” Emma: „Dat stukje inlevingsvermogen wordt groter als je zelf hebt ervaren hoe het is om te bevallen.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/babyboom-op-afdeling-verloskunde-in-dirksland</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/babyboom-op-afdeling-verloskunde-in-dirksland</guid>
            <pubDate>Thu, 21 May 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wiskunde moeilijk? Dat ligt aan je hersenen]]></title>
            <description><![CDATA[Waarom vindt de een wiskunde simpel, en krijgt een ander het maar niet onder de knie? Het blijkt te liggen aan enkele specifieke denkprocessen en hersengebieden. Het lijkt erop dat het probleem zit bij de Arabische symbolen voor getallen. Wanneer de getallen worden vervangen door aantallen stippen, is het probleem voorbij, ontdekte Bert De Smedt, onderwijsneurowetenschapper aan de KU Leuven. 

Hij beschreef zijn bevindingen in het Journal of Neuroscience. Het identificeren van de betrokken hersengebieden suggereert dat verschillen in wiskundige vaardigheden zich uitstrekken over meerdere hersengebieden. Vooral die hersenregio’s die informatie verwerken en fouten opmerken.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wiskunde-moeilijk-dat-ligt-aan-je-hersenen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wiskunde-moeilijk-dat-ligt-aan-je-hersenen</guid>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 19:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Is kopen op Shein of Temu nu echt zo’n probleem?]]></title>
            <description><![CDATA[Om eerlijk te zijn heb een hele preek in gedachten, terwijl ik dit schrijf. Lekker zwart-wit, over het najagen van materiële dingen die gemaakt zijn onder twijfelachtige omstandigheden en voor exorbitant lage lonen.

Maar, eerlijk is eerlijk, dit schrijf ik terwijl ik volgende week honderden milieuvervuilende kilometers ga rijden voor een vakantie. En op de tafel voor me liggen een haarborstel en stiften, gekocht bij een van de minst groene prijsvechters van het land. 

Wat ik maar wil zeggen is: preken is makkelijk, maar de praktijk weerbarstig.

Dat herkent ook Jeannette van Klinken (61) uit Hendrik-Ido-Ambacht. Zij heeft het gevoel dat ze toch nooit zeker kan weten dat ze duurzame producten koopt, al betaalt ze er nog zo veel voor. „In Nederland word je overal bedrogen. Toen ik last van mijn knie had, wilde ik een brace aanschaffen met trilfunctie. Op advies van een vriendin kocht ik die voor 80 euro bij een website van een dokter. Toen ik het ding eenmaal had, besloot ik ook even op Temu te kijken. Die site bood exact dezelfde brace aan, maar dan veel goedkoper.”

 

## Gevolgen

Toch loont het de moeite om onderzoek te doen voordat we ons schouderophalend op Temu storten, denkt Theanne Boer. De schrijfster is voorzitter van de Martine Vonkstichting, die christelijk ecologisch denken en handelen wil stimuleren. 

Ons shopgedrag heeft gevolgen, daar is ze van overtuigd. „Neem een shirt van 5 euro van de Wibra of de C&A. Daar staat vaak op: Made in Bangladesh, India of Cambodja. Dat zijn de landen waar de werkomstandigheden het ergst zijn. Katoenboeren krijgen er zo weinig betaald, dat het suïcidepercentage onder hen heel hoog is. Niet alleen de mensen lijden daar onder de productie van onze T-shirts, maar ook de natuur. Katoen wordt er verbouwd met gebruik van heel veel gif, waardoor de boeren vanwege ziektes gemiddeld tien jaar korter leven. Bij het verven van zo’n shirt, komen de afvalstoffen in de rivieren terecht, waar mensen weer van drinken. Zulke afvalstoffen hebben een enorme impact op de natuur.”

Niet alleen de katoenboeren, maar ook miljoenen arbeiders wereldwijd lijden onder oneerlijke lonen voor onze goedkope spullen. „Veel mensen moeten te lang en te hard werken en zelfs hun kinderen inschakelen om genoeg betaald te krijgen voor een kamertje op het terrein van de fabriek. Daar komen ze nooit bovenuit. Pas als wij bereid zijn te betalen voor spullen die eerlijk geproduceerd zijn, krijgen zij een kans op een beter leven.”

 

## Misdadigers

De grootste misdadigers zijn echter niet de consumenten, vindt Theanne. Dat zijn de mensen die rijk worden over de ruggen van de armen. De tussenhandelaren bijvoorbeeld, die voor C&A of H&M deals sluiten met kledingfabrieken. En de fabrikanten die hun spullen bewust zo maken dat ze al snel weer kapotgaan. „Ik heb nog een handmixer die van mijn oudtante is geweest. Ik denk dat hij dateert van 1950. Zo lang gaan de nieuwe handmixers niet meer mee.”

Toch zijn ook wij verantwoordelijk, vindt ze. „Als je shopt bijwinkels die geen rekening houden met milieu- en leefomstandigheden, werk je mee aan het in stand houden van die keten. Heb je de foto’s gezien van die grote schepen die vastliggen in de Straat van Hormuz? Dat is onze kooplust, die daar ligt. Schepen vol producten die wij denken nodig te hebben. Webwinkels als Action, Temu en AliExpress werken in op ons gevoel van serendipiteit: het vinden van iets onverwacht bruikbaars terwijl we eigenlijk op zoek waren naar iets anders.”

Hoe kun je dan wel verantwoord spullen kopen? Theanne: „Wat ik zelf doe, is drie stappen langsgaan. De eerste vraag die ik mezelf stel, is: Heb ik het echt nodig? Heel vaak is dat niet zo. Daarna ga ik kijken of ik het tweedehands kan krijgen. Is dat niet zo, dan volgt de derde stap: kijken of ik het van iemand kan lenen. Wij hebben hier in de schuur bijvoorbeeld een fietsendrager staan. Ik heb met onze buurvrouw afgesproken dat zij die kan lenen wanneer ze die nodig heeft. Andersom mag ik haar grasmaaier uit haar schuur pakken. Met samen delen kom je ontzettend ver. Vooral als het om gereedschap gaat. Dat ligt maar liefst 95 procent van de tijd in de schuur, blijkt uit onderzoek.”

O ja, en nog een tip: „Als je toch iets nieuws koopt, zorg er dan voor dat je zeker weet dat je kwaliteit koopt. Goede producten kunnen ook uit China komen; er komen niet alleen maar slechte spullen daarvandaan.”

## Bouwen en bewaren

Het klinkt eenvoudig. Maar even een stapje terug naar die weerbarstige praktijk. Want stel dat je broeken nodig hebt voor je peuter die er tijdens het spelen om de haverklap een gat in valt of kruipt. Moet je dan echt voor broeken van 20 euro gaan? En wat te doen met al die producten waarvan we niet zeker weten waar ze vandaan komen? 

Theanne: „Je kunt heel veel uitzoeken, daar zijn inmiddels genoeg websites voor. Wat de broeken betreft: weet dat een winkel als Zeeman veel hoger op de lijst van duurzame winkels staat dan H&M. Maar je kunt niet alles goed doen. Op een gegeven moment houdt het op wat je vanuit je huis kunt opzoeken. Een voorbeeld: wij hebben ooit bewust zonnepanelen uit Europa aangeschaft. Maar je weet niet of de Europese fabriek haar metalen voor de panelen niet ergens anders vandaan haalt. Dat vind ik dan ook niet meer mijn verantwoordelijkheid.”

 

Het gaat erom dat je aandacht besteedt aan je koopgedrag en er moeite voor doet om daarin verschil te maken, vindt ze. „Dat is volgens mij Gods opdracht in de Bijbel. In de Statenvertaling staat dat we de aarde moeten bouwen en bewaren. In het Hebreeuws staat er voor die woorden in Genesis 2: ”abad” en ”shamar”. Dat wil zeggen: tot bloei brengen en beschermen. Breng je iets tot bloei als je bij Temu shopt? Volgens mij niks; alleen de portemonnee van de eigenaar. Tachtig procent van wat je daar kunt kopen, is binnen een jaar opgebruikt. Ik vind dat het onze taak als christenen is om te zorgen voor alles wat leeft. Voor de natuur, maar ook voor de mensen ver weg.”

## Verantwoordelijkheid

Kunnen we de wereld veranderen door een paar pakketjes minder te kopen? „Consumenten hebben meer macht in handen dan producenten”, denkt Theanne. „Als wij met z’n allen iets niet willen, gebeurt het niet meer. Dan kun je wel zeggen: „Ik ben maar een van de miljoenen consumenten”, maar je bent er wel een. Zelf denk ik altijd: het moet niet aan mij liggen dat een moeder ergens anders op de wereld haar kinderen alleen thuis moet laten, of ook naar de fabriek moet sturen, of vroeg sterft aan stoflongen. Het moet niet aan mij liggen dat al die dieren en insecten doodgaan. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen. Duurzaamheidsdeskundige Marieke Eyskoot heeft daarover een mooi citaat: „Als iets goedkoop is, betekent het niet dat het weinig kost, maar dat iemand anders de prijs ervoor betaalt.”

Weet je niet hoe je moet beginnen met verschil maken, begin dan met het onderwerp dat je het meeste raakt, is Theannes advies. „Anders maak je het jezelf veel te moeilijk. Zijn het de leggings van je dochter of de spijkerbroeken van je zoon? Kijk daar dan eens naar. Of naar de koffie die je ’s morgens drinkt. Of naar de stofzuiger die nodig vervangen moet worden.”

En besef: alles maakt verschil. „De reformatorische lezers van Terdege zeggen vaak: De schepping zingt Gods lof. Maar dat loflied klinkt steeds zachter, want er is steeds minder schepping over. Daarom is elke bewuste stap die je zet een goede stap.” 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/is-kopen-op-shein-of-temu-nu-echt-zo-n-probleem</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/is-kopen-op-shein-of-temu-nu-echt-zo-n-probleem</guid>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Vriendinnenreis Antwerpen 18-19 september=VOL]]></title>
            <description><![CDATA[In Antwerpen maak je onder leiding van een gids te voet kennis met het Joodse leven. Ook is er voldoende vrije tijd om als groep of zelf het bruisende centrum te ontdekken. 
We verblijven in een viersterrenhotel in het centrum van Antwerpen. Op zaterdag verkennen we Mechelen vanaf het water in een open fluisterboot. Het uitje wordt afgesloten met een bezoek aan Bijbelpost De Bron in Merksem waar evangelist Van Setten over zijn werk in dit deel van Antwerpen vertelt. 

## Reisleiding

Gisette van Dalen, chef-redacteur, en Girtruud Harbers, bladmanager

## Datum

D.V. 18 en 19 september 2026

## Prijs
Terdege-abonneeprijs: € 339,- p.p. op basis van een gedeelde tweepersoonskamer met gescheiden bedden. Niet-abonnees betalen € 379,- p.p. 
Toeslag eenpersoonskamer € 80,- (beperkt aantal beschikbaar). 
De abonneeprijs geldt alleen voor inwonende gezinsleden van de abonnee.

Bij de reissom is o.a. inbegrepen: koffie/thee met iets lekkers in Antwerpen, diner op dag 1 in het centrum, ontbijtbuffet, programma en excursies zoals beschreven. Het bezoek in Merksem wordt afgesloten met een soep, broodjes, salade en een nagerechtje.

## Hotel

Je verblijft in het viersterrenhotel NH Collection Antwerp Centre, op loopafstand van het centrum.

## Opstapplaatsen

Goudreinet Barneveld, Terschuur), Meerkerk (carpoolplaats A27) en Bergen op Zoom (carpoolplaats A58).

## Aanmelden

Let op: deelnemers dienen goed ter been te zijn. 

Aanmelden kan tot 17 juli. 

Deze reis is volgeboekt. Bel 088-5060310 voor een plek op de reservelijst





Terdege heeft het reisprogramma en de reisleiding bepaald. Je gaat de reisovereenkomst aan en boekt rechtstreeks bij de reisorganisator, Brabant Expres Reizen in Zevenbergen. Het minimum aantal personen voor deze reis is 41. Voor vragen over de boeking bel Brabant Expres Reizen 088 – 50 60 310. [Bekijk hier de informatie voor pakketreisovereenkomsten.](https://terdege-prod-s3-001.ams3.digitaloceanspaces.com/Bijlage_2_Brabant_Expres_Reizen_dd70b8d40d.pdf) 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/vriendinnenreis-antwerpen-18-19-september</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/vriendinnenreis-antwerpen-18-19-september</guid>
            <pubDate>Mon, 18 May 2026 06:48:12 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Anne-Lotte Verhoeve: Ik haal graag hoge cijfers]]></title>
            <description><![CDATA[„Op dit moment studeer ik rechtsgeleerdheid in Leiden. Ik zit in het laatste jaar van mijn bachelor en ben bezig met mijn scriptie _over de weerbare democratie en het partijverbod._ Hierna wil ik de master staats- en bestuursrecht gaan doen en mogelijk ook de master Encyclopedie van de Rechtswetenschap. Dit zijn beide eenjarige masters, maar ik zal ze spreiden over twee jaar, omdat ik tegelijkertijd een bestuursfunctie vervul binnen studentenvereniging Panoplia, onderdeel van de C.S.F.R.. 

Na het gymnasium in Gouda heb ik voor rechtsgeleerdheid gekozen, omdat ik houd van onderzoeken en doordenken. Het leuke aan mijn studie vind ik zowel het taalkundige aspect als het analytisch en stapsgewijs denken. 

Ik vind het onwijs interessant om te bedenken dat alles in mijn studie met de maatschappij te maken heeft. Het recht omvat zo veel terreinen. Recht gaat zelfs over dingen in het dagelijks leven waaraan je niet meteen denkt. Juridische kennis is overal bij nodig, van parfum maken tot een bedrijf opbouwen. Na mijn studie kan ik er alle kanten mee op.

Vooral de manier waarop de staat is ingericht vind ik boeiend. Hoe is onze regering opgedeeld, hoe is dat in andere landen en waarom is dit zo ontwikkeld? Ik houd van het vak bestuursrecht. De theorie van het vak bestuursrecht is daarentegen vrij saai, maar de praktijk is weer heel gaaf. Je bevindt je als bestuursrechtjurist tussen overheid en burger. 

Om alvast wat ervaring op te doen in mijn vak heb ik momenteel een bijbaantje bij een van de vier hoogste bestuursrechters. Dat is een mooie kans, zeker omdat stagelopen op de universiteit geen onderdeel is van het curriculum. De meeste medestudenten hebben een bijbaantje in de horeca; dat heb ik zelf ook vier jaar gehad. Toen deze vacature vrijkwam, heb ik meteen gesolliciteerd. Er waren veel belangstellenden; ik ben dankbaar dat ik werd uitgekozen.

Nu ben ik twaalf uur per week zittingsgriffier voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Dat houdt in dat ik meega naar zittingen om die te notuleren. Ik type mee met alles wat de rechters zeggen en werk mijn zittingsaantekeningen vervolgens uit. Ook neem ik altijd opnameapparatuur mee, zodat ik de zitting terug kan luisteren. Het spreektempo ligt soms hoog. Dan schrijf ik bijvoorbeeld op dat ik minuut vijftig nog even moet terugluisteren om te horen welk wetsartikel er genoemd werd.

Ik mag ook mee naar de raadskamer; de plek waar de rechters hun beslissing nemen. Ik maak ook van die bijeenkomst een verslag, maar alleen als de rechters dat willen. Dat is met name zo als er sprake is van een uitgebreide, lastige zaak. Meestal is dit echter niet zo.

Ik vind mijn bijbaan supervet. Daar komt het recht tot leven en zie je hoe de wet in de praktijk toegepast wordt. Op papier lijkt alles relatief eenvoudig en zwart-wit, maar in de praktijk is het recht regelmatig heel lastig. Altijd weer komen er nieuwe dingen naar boven. Wanneer maak je bijvoorbeeld een uitzondering op een regel en wat zijn de grenzen daaraan? Dat vind ik uitdagend.”

## Gedisciplineerd

„Of ik ambitieus ben? Dat wordt wel over mij gezegd. Zelf vind ik het meevallen. Ik haal graag hoge cijfers, maar werk daarvoor heel hard. Voor een tentamenweek leer ik gerust van acht uur ’s morgens tot één uur ’s nachts. Vooral omdat ik gemotiveerd en gedisciplineerd ben. Zo zit ik gewoon in elkaar. 

Mijn ouders hebben nooit gezegd dat ik hogere cijfers moet halen, eerder dat ik een keer moet stoppen met leren. Het is mijn natuur om m’n best te willen doen; dat had ik als kind al. Ik ben niet snel tevreden met een zeven. Aan het einde van de basisschool kreeg ik als advies havo-vmbo, omdat ik slecht was in rekenen. Maar theorie leren kan ik goed. Na veel getouwtrek mocht ik toch het gymnasium gaan doen. Toen wilde ik ook graag laten zien dat ik het kon.

 

Dat ik ervoor kies om naast mijn studie een bijbaan en een bestuursfunctie te hebben, is dan ook niet uit ambitie, maar omdat ik het waardevol vind en je er veel van leert. Beide zijn een unieke kans, en heel leuk.

 

Wel zal het volgend studiejaar vast druk worden. Ik word dan een beetje geleefd, verwacht ik. Voor hobby’s heb ik waarschijnlijk minder tijd. Maar dat geeft niet. Ik doe wat ik kan en pak op wat op mijn pad komt.

Mijn ouders vinden het leuk om te horen wat ik allemaal doe. Mijn vader, Pieter Verhoeve, heeft ook rechten gestudeerd, en mijn zusje doet deze studie ook. Daardoor hebben we soms thuis van die standaard-rechtengesprekjes, waarvan anderen denken: waar gaat dit over? 

Ze zijn thuis trots op me, maar dat zouden ze ook zijn als ik vijf dagen per week ramen waste. Ze vinden het vooral leuk dat ik geniet van wat ik doe en op mijn plek zit. Al kom ik nu natuurlijk wel veel minder vaak thuis dan voorheen. Dat is vooral voor mijn jongste zusje van zes wennen. Als ik een keer in het weekend thuis ben, krijg ik altijd tekeningen mee, en strijkkraalwerkjes. 

Het leuke is dat mijn moeder en ik dit jaar misschien tegelijkertijd onze bachelor afronden. Ik vind het tof dat ik een moeder heb die nog studeert. Ze doet psychologie aan de Open Universiteit en is waanzinnig slim. Soms krijg ik een appje van haar dat ze een hoog cijfer heeft gehaald voor een bepaald vak. Bizar, wat die vrouw doet.

Wat ik ook belangrijk vind om te zeggen, is dat ik weet dat het niet vanzelfsprekend is dat ik dit allemaal kan doen. Dat maakt dat ik heel dankbaar ben voor alles wat er op mijn pad komt.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/anne-lotte-verhoeve-ik-haal-graag-hoge-cijfers</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/anne-lotte-verhoeve-ik-haal-graag-hoge-cijfers</guid>
            <pubDate>Fri, 15 May 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Jolanda van Eyk houdt van de reuring van het onderwijs]]></title>
            <description><![CDATA[„Op de middelbare school wist ik lange tijd niet wat ik wilde gaan doen. Uiteindelijk heb ik de stap naar de pabo gemaakt. De eerste dertien jaar daarna heb ik in het basisonderwijs gewerkt.

Ik ben altijd blijven werken. Ook toen onze oudste, die nu 25 is, geboren werd. Dat was toen nog helemaal niet vanzelfsprekend. Ik was op de school waar ik toen in dienst was een van de eerste vrouwelijke leerkrachten die na het krijgen van een kind eindverantwoordelijk bleef voor een klas. Op een gegeven moment ben ik wel minder gaan werken. 

Als kind leerden mijn ouders me al dat het goed is om je verantwoordelijkheid te nemen en je capaciteiten in te zetten voor je werk. Daarom wilde ik na mijn opleiding iets terugdoen voor de maatschappij door een bepaald aantal uur per week professioneel aan de slag te zijn en mezelf te ontwikkelen, naast mijn rol als moeder. Ook al heb ik altijd enorm genoten van de tijd met de kinderen. 

Wat mij daarnaast motiveerde, is dat ik altijd ontwikkelingsgericht ben geweest. Ik pak graag nieuwe kansen aan, dat zit in mij. Welke rol ik ook heb.

In 2008 ben ik aan de Driestar begonnen als docent praktijkonderwijs. Ik had toen nog geen bevoegdheid om aan de middelbare school les te geven, die heb ik pas later gehaald. 

Ik bleek het lesgeven aan tieners heel leuk te vinden. Betrokken zijn bij hun vorming, hen voorbereiden op de maatschappij en vaardigheden bijbrengen geeft me veel voldoening. Dat was al zo toen ik nog voor de klas stond, en dat is nog steeds zo, nu ik adjunct-directeur voor havo en vwo ben."

 

## Reuring

„Of ik na al die jaren als docent het voor de klas staan mis? Niet echt." Wijzend naar de gang voor haar kantoor, waarover groepjes tieners voorbijlopen: „Ik zit nog midden in de reuring en heb veel contact met leerlingen. Maar de relatie met hen is wel anders dan toen ik nog voor de klas stond. Toen kon ik directer verschil maken in het leven van leerlingen. In deze rol ook." Ze lacht. „Alleen zien ze dat zelf niet. Mijn betrokkenheid bij hen is wat meer op afstand en minder persoonlijk dan voorheen. Ik ben meer gericht op de organisatie van het onderwijs. Met mijn team bespreek ik regelmatig de voortgang die leerlingen maken. En soms pak ik nog weleens een les op, maar niet structureel. Toch blijft het onderwijs ook in mijn huidige functie heel dynamisch. 

Het mooie aan mijn werk vind ik het idee dat ik van betekenis kan zijn door bijvoorbeeld doelen te stellen in het onderwijs. Hoe vormen we onze leerlingen zo dat ze hun plek kunnen innemen in de maatschappij? Wat is daarvoor nodig? Het is ontzettend belangrijk daarover het gesprek te blijven voeren. Ik vind het heel leuk om aan dat soort processen deel te nemen, om mijn steentje bij te dragen aan de vorming en ontwikkeling van de leerlingen.

 

Of leerlingen wezenlijk veranderd zijn in de achterliggende dertig jaar dat ik in het onderwijs zit? In sommige aspecten wel. Kijk concreet naar digitale vaardigheden. Leerlingen weten denk ik beter dan voorheen wat er in de wereld speelt, ook al zitten ze op een reformatorische school. Ze zien alles. Daar heb je als school ook mee te maken. Want hoe verhouden we ons daartoe? Tegelijkertijd zijn we zelf onderdeel van die verandering.

Ook een uitdaging is de afgenomen focus van leerlingen. Hoe zorg je in een tijd van vluchtige informatie dat ze zich ergens in verdiepen, echt een onderwerp induiken? Veel leerlingen hebben daar moeite mee. Echt focussen op huiswerk is een uitdaging.

Belangrijk is dan om te laten zien dat je als docenten hoge verwachtingen van ze hebt, en ze het vertrouwen geeft dat ze daaraan kunnen voldoen. Want het is onze taak om ze voor te bereiden op een vervolgopleiding."

 

## Warmte

„Ik heb altijd gewerkt in het christelijk onderwijs. Een school met een andere identiteit had ook gekund, maar ik voel me hier thuis.

Wel heb ik van 2012 tot 2014 met ons gezin in Tunesië gewoond vanwege het werk van mijn man. Onze kinderen volgden daar internationaal onderwijs. Het mooie is dat je dan even buiten je eigen context kijkt, in een andere cultuur. Dat is heel verfrissend, want je gaat anders naar jezelf en je omgeving kijken. Je probeert verbinding te zoeken met mensen, welke achtergrond ze ook hebben, zonder ze in hokjes te stoppen. Dat is verrijkend.

Tegelijkertijd was het ook goed om terug te zijn en weer aan de slag te gaan bij de Driestar in Gouda.  Onze school biedt de warmte die ontstaat door de waarden die je deelt. Het is heel bijzonder dat alle jongeren hier dezelfde waarden van huis uit hebben meegekregen. Onze kinderen hebben hier vrienden voor het leven gemaakt, juist door die gemeenschappelijke deler.

 

Zelf heb ik hier mooie uitdagingen en fijne collega’s. Ik ben er trots op hoe we het onderwijs neerzetten. We kunnen onze leerlingen een hoop aanbieden, doordat we veel kennis in huis hebben.”

Wordt het nu ze zelf geen jonge kinderen meer heeft, moeilijker om in verbinding te blijven staan met nieuwe generaties? Haar ogen gaan stralen. „Nee, dat vind ik juist zo mooi en leuk aan het onderwijs. Je hoort elke dag wat de leerlingen met elkaar delen en waar ze mee bezig zijn. Je blijft vanzelf op de hoogte van hun leefwereld."

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/jolanda-van-eyk-houdt-van-de-reuring-van-het-onderwijs</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/jolanda-van-eyk-houdt-van-de-reuring-van-het-onderwijs</guid>
            <pubDate>Fri, 15 May 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[10 x huishouden in de jaren 50 ]]></title>
            <description><![CDATA[Ze had het vast niet kunnen bevroeden, de deugdelijke huisvrouw die in de jaren 50 voor opvoedingsadviezen, breipatronen en de nieuwste huishoudelijke snufjes te rade ging bij het tijdschrift Moeder. Dat zo’n 75 jaar later een jaargang van dit ”vakblad voor moeders” voor 75 euro te koop zou staan op boekwinkeltjes.nl. Werkelijk, er worden hier en daar woekerprijzen voor gevraagd. Toch is het – met een klein beetje geluk en wat zoekwerk – mogelijk om voor een klein bedrag een ingebonden jaargang van Moeder op de kop te tikken. 

Het tijdschrift, bedoeld voor een protestants publiek, verscheen tussen 1934 en 1957 en stond onder leiding van de bekende pedagoog prof. dr. J. Waterink. In elk nummer schreef hij een bijdrage. Daarnaast bevat het blad recepten, handwerkpatronen, vragenrubrieken, (voorlees)verhalen en artikelen over gezondheid, huishouden, mode en opvoeding. 

Ook al is het papier vergeeld, zijn de lettertjes klein en is de inhoud haast antiek – toch is er blijkbaar nog belangstelling voor het blad. Wellicht groeide de interesse nadat schrijfster Gerjanne van Lagen Waterinks opvoedingswijsheid flink afstofte en – onder meer onder de titel ”Robbedoezen” – in menig reformatorische boekenkast liet belanden.

Wie een duik neemt in de jaargang van 1950, ontdekt hoeveel er in de afgelopen driekwart eeuw is veranderd. Maar als je goed de kleine lettertjes leest, ontwaar je ook dingen van alle tijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/10-x-huishouden-in-de-jaren-50</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/10-x-huishouden-in-de-jaren-50</guid>
            <pubDate>Wed, 13 May 2026 13:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Waarom museumdirecteur Femke Haijtema gek is op haar werk]]></title>
            <description><![CDATA[Haar werkkamer achter in Museum Gouda is een van de weinige ruimtes waar het zonlicht vrij spel heeft. Haijtema’s bureau ligt vol paperassen. Een boekenkast is van boven tot onder gevuld met publicaties over kunst, cultuur en Goudse historie.

Haar dagen zijn goed gevuld, bleek al toen er een gaatje voor een interviewafspraak gezocht moest worden. Waarmee ze dan zo druk is? Haijtema: „Iemand die niet zo bekend is met musea vroeg mij laatst: „Kijk je dan de hele dag of de schilderijen wel recht hangen?”” Met een grote glimlach: „Dat lijkt me heerlijk. Maar nee.”

Serieuzer: „Ik ben bezig met de tentoonstellingen die nu spelen, maar ook met de plannen die we hebben voor de toekomst en met bijvoorbeeld de jaarrekening. Als directeur schaak ik op allerlei borden tegelijk. Ik ben verantwoordelijk voor zowel de artistieke kant als het zakelijke deel. Het werk is heel uiteenlopend. Dat komt ook doordat we een heel kleine organisatie zijn, met zeventien mensen in totaal. Iedereen doet van alles en nog wat.”

 

Een of twee keer per jaar heeft het museum een nieuwe grote tentoonstelling. „Het organiseren daarvan is vaak een traject van jaren. We proberen kunst te lenen van bijvoorbeeld het Rijksmuseum, of van internationale musea. Dan moet je goed nadenken welk verhaal je daarbij wilt vertellen. En je begint elke tentoonstelling weer bij nul: met een lege muur en een heel nieuw verhaal. Het mooie is om te proberen elke keer weer relevant te zijn.”

Het is best bijzonder datHaijtema op deze post is terechtgekomen. „Ik ben namelijk socioloog. Na mijn studie werkte ik als onderzoeker bij het ministerie van Sociale Zaken. Ik vond het werk vreselijk, ook al was het precies waarvoor ik was opgeleid. Maar ja, wat wilde ik dan met mijn leven? Ik besloot te solliciteren naar de baan van secretaresse bij het Rembrandthuis. Na een week ontdekte ik dat ik het werk daar heel leuk vond. Vervolgens ben ik de marketing gaan doen voor het museum. Nog weer later ging ik bij Boijmans Van Beuningen in Rotterdam gaan werken. Daarna werd ik hoofd tentoonstellingen bij het Fries Museum en Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Tot ik bedacht dat ik het liefst zelf de baas over een museum zou willen zijn. Toen heb ik gesolliciteerd in Gouda.”

 

Een studie kunstgeschiedenis heeft ze nooit gevolgd. Dat hoeft ook niet, zegt ze. „Ik leer elke dag bij in het museum. En ik ben een generalist; ik heb verstand van publiek en mensen. Dat is best handig als je als museum verhalen wilt vertellen.”

## Polarisatie

In haar zoektocht naar een museum waar ze leiding aan zou kunnen geven, kwam ze bij Gouda uit. Waarom? „Dit is een interessante plek. Er woont een vrij grote orthodox-gereformeerde groep en Gouda is de meest Marokkaanse stad van Nederland. Die combinatie intrigeert. Ik had meteen allemaal ideeën voor het museum, zoals aandacht besteden aan de migratiegeschiedenis van Gouda. Iedereen komt ergens vandaan en heeft migranten onder zijn voorouders. Ik geloof dat het goed is om onze geschiedenis van migratie in historisch perspectief te plaatsen. Dat helpt tegen polarisatie.

Een ander thema dat steeds terugkomt, is de positie van vrouwen. Ik sta zelf als directeur op de roemruchte schouders van mijn voorganger, Josine de Bruyn Kops. Zij was in de jaren zeventig een van de eerste vrouwelijke museumdirecteuren. In die functie probeerde ze vrouwelijke kunstenaars een podium te geven. Die lijn probeer ik door te zetten. 

Daarbij vind ik het heel belangrijk om bezoekers verder te laten kijken dan de aannames die we hebben over het verleden. Over de zeventiende eeuw denken we, geïnspireerd door Vadertje Cats, dat elke vrouw braaf de hele dag achter een borduurwerk zat. Maar vrouwen deden toen van alles en nog wat. Alleen lieten zij minder sporen na, doordat ze minder rechten hadden. Vertel je hun verhalen, dan kun je de nuance terugbrengen in het beeld dat we over vrouwen uit het verleden hebben.”

## Enthousiasme

Wat haar betreft is er geen mooiere functie dan die ze nu heeft, zegt ze, terwijl het enthousiasme uit haar ogen spat. „Ik kom uit een familie van kleine middenstanders. Voor mij voelt het aansturen van een museum alsof ik een winkel heb. De bezoekers zijn de klanten, onze tentoonstellingen zijn onze producten. We hebben een jaaromzet, een kasboekje. Het is allemaal heel tastbaar en concreet. En toch gaat het ook over iets hogers. Voor mij is kunst een essentiële menselijke behoefte waar het leven beter van wordt. Daar dragen we met dit museum aan bij. Niet omdat we rijk willen worden, maar omdat we impact willen hebben.”

Die impact heeft het Museum Gouda, daarvan is ze overtuigd. „Vorig jaar hadden we een tentoonstelling over Edith, een Joods meisje uit Gouda dat vermoord is in Auschwitz. Een gewoon Gouds meisje uit een gewoon Gouds gezin dat door Gouwenaars verraden werd. De tentoonstelling liet zien: dit kan dus zomaar gebeuren als je over een groep praat als over buitenstaanders. Naar aanleiding daarvan gingen ambtenaren van de gemeente in gesprek over wat je doet als er regels zijn die tegen je geweten indruisen. Dan denk ik: yes! Dit is een voorbeeld van hoe je als museum effect kunt hebben. Want het is mooi om veel bezoekers te krijgen, maar het gaat niet alleen om de kwantiteit. Elke bezoeker die geraakt wordt door een tentoonstelling, is er één.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-museumdirecteur-femke-haijtema-gek-is-op-haar-werk</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/waarom-museumdirecteur-femke-haijtema-gek-is-op-haar-werk</guid>
            <pubDate>Tue, 12 May 2026 14:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Word je egoïstisch van psychologische hulp?]]></title>
            <description><![CDATA[Er gaat een hele geschiedenis schuil achter deze vraag. Je schoonzus heeft de stap naar therapie gezet, terwijl het naar jouw idee toen beter met haar ging. Ze was meegaand, vriendelijk en veroorzaakte geen onrust. Ik kan uit je vraag niet opmaken of je bij je schoonzus geïnformeerd hebt waarom zij de stap naar therapie gezet heeft. 

Het is fijn wanneer er in een familie een groot gevoel van saamhorigheid is. Wanneer saamhorigheid ontstaan is vanuit onderlinge liefde, respect en waardering, is ze een belangrijk kenmerk van een gezonde gemeenschap. Het is goed dat we als familie, zo veel als mogelijk is, de onderlinge liefde nastreven. Mooi dat jij je wilt inzetten om die saamhorigheid te bewaren. 

Vriendelijkheid is een mooie karaktereigenschap, kunnen meebewegen met anderen eveneens. Er zijn waarschijnlijk nog veel meer eigenschappen bij je schoonzus te vinden die jij voorheen kon waarderen. Het zou zomaar kunnen dat je eigenschappen herkent, zoals inlevend vermogen, oplossingsgericht denken, creativiteit, flexibiliteit. Eigenschappen die helpen om anderen lief te hebben.

 

## Conflictmijding

De stap van je schoonzus zou een aanleiding kunnen zijn om met elkaar na te denken over de vraag: wat is liefhebben? Geven jullie allemaal dezelfde betekenis aan dit woord? Zou het kunnen zijn dat je schoonzus bij zichzelf gemerkt heeft dat ze wel heel meegaand en vriendelijk kan zijn, maar dat dit meer voortkomt uit conflictmijding dan uit oprechte liefde? Heeft ze al jong aangevoeld dat het in de familie niet geaccepteerd wordt wanneer je anders denkt of doet dan men gewend is? Kan het zijn dat ze therapie gezocht heeft om samen met iemand anders te kijken naar het pad dat ze tot nu toe gelopen heeft en dat ze tot de ontdekking is gekomen dat ze zich zo sterk aan de verlangens van de familie heeft aangepast, dat ze zichzelf helemaal kwijtgeraakt is? In dat geval zou je kunnen zeggen dat het heel dapper is dat ze nu op zoek gaat naar wat ze zelf wil. 

Om de deining in de familie op te kunnen vangen, is luisteren naar de ander een eerste begin. Je zou je schoonzus in haar zoektocht kunnen helpen door te informeren naar wat ze over zichzelf ontdekt. Luister zonder oordeel naar wat ze dan vertelt. 

Luister ook naar de stemmen in jezelf. Dat is minstens zo belangrijk. Je zult ontdekken dat luisteren een moeilijke vaardigheid is wanneer er sprake is van spanning in een relatie. Het kan overweldigend zijn om te horen wat je schoonzus vertelt. Er kunnen in jou allerlei emoties en gedachten naar boven komen. Laat je niet verleiden om direct alles uit te spreken. Dwing jezelf om te luisteren. 

Ons brein is zo geschapen dat we, als we dingen horen of zien die ons persoonlijk raken, snel overgaan op oude patronen. Patronen die als het ware door de jaren heen ingesleten zijn. We hoeven er niet bij na te denken. Als we niet gewend zijn om eerst naar elkaar te luisteren, dan moeten we gaan oefenen. Net zolang totdat dit nieuwe patroon ingegrift is.

## Verwachtingen

Een ander punt dat je kan helpen om de deining in de familie tot rust te brengen, is om bij jezelf te onderzoeken welke verwachtingen je van je schoonzus en de andere familieleden hebt. Is het mogelijk om met elkaar na te denken over de vraag hoe realistisch die verwachtingen zijn? Ook jouw eigen verlangens mogen benoemd worden. Het kan heel goed kloppen dat je opmerkt dat je schoonzus nu alleen maar kan denken in termen van wat zij nodig heeft. 

God roept op om alle dingen die je wilt dat de mensen jou doen juist naar de ander te doen (Lukas 7:12). Je moet kunnen stilstaan bij je eigen verlangens en behoeften. Door erover na te denken en er met anderen over te spreken, leer je anderen goed te doen. 

 

Zoek daarom ook naar een moment waarin je jouw behoeften met je schoonzus kunt bespreken. Als je merkt dat het nog te vroeg in de tijd is, omdat je schoonzus nog volop bezig is met haar therapie, heb dan geduld. Wees zelf een voorbeeld. Bemoedig haar, steun haar, toon je liefde. Bid voor haar. En als er zaken zijn waarvoor je vergeving moet vragen, omdat je ontdekt dat je onterechte verwachtingen had; vraag haar om vergeving.  Waak ervoor dat je met de anderen over je schoonzus praat. Kies geen partij. Ga anderen niet voorschrijven hoe zij zich moeten gedragen tegenover je schoonzus. Voor je het weet ontstaan er ”bondjes” in de familie. 

Het familieleven is dé plek waar we leren wat een gezonde samenleving is. Tegelijk is het de plek waar we geconfronteerd worden met de neiging om zelfgericht te leven. Hoe wijs is het daarom dat God van ons vraagt om Hem eerst lief te hebben en dan de naaste als onszelf. C.S. Lewis zegt: „Wanneer ik geleerd heb God meer lief te hebben dan mijn aardse dierbaren, zal ik mijn aardse dierbaren meer liefhebben dan ik nu doe.” 

_Wilma Trouwborst is psychosociaal therapeut in haar eigen praktijk: praktijkremonte.nl._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/word-je-egoistisch-van-psychologische-hulp</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/word-je-egoistisch-van-psychologische-hulp</guid>
            <pubDate>Tue, 12 May 2026 10:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Pieter Verhoeve: Geschiedenis is naastenliefde voor mensen die overleden zijn]]></title>
            <description><![CDATA[In een waterrijke buurt aan de rand van Gouda staat de woning van de burgemeester. Binnen, naast een moderne haard, contrasteren lichte, perkamenten boekomslagen met het zwart van de boekenkast. Het meubel reikt van de vloer tot het plafond, de flanken zijn voor hedendaagse uitgaven. Pieter Verhoeve (44) schenkt koffie en serveert paaseitjes op een schaaltje van Gouds keramiek, fraai beschilderd. Als hij in zijn draaifauteuil zit, zijn de antieke boeken onder handbereik.

„Ik ben als historicus afgestudeerd op wat toen nog onverbloemd de gouden eeuw werd genoemd. Mijn onderzoek richtte zich op de hofpredikers; in hen kwamen kerk en staat samen.” Op een plateau naast de haard staat een kloeke Statenbijbel, daarboven prijkt aan de muur houtsnijwerk. Beide uit de zeventiende eeuw. „Daarvoor heb ik een mateloze fascinatie.”

>„In Terdege had je de stripverhalen van P. Boer. Prachtig, prachtig”

Verhoeve staat op om de voorstelling toe te lichten. „Het werkje is gesneden uit één stuk buxushout en toont Jezus die de zondares vrijspreekt. Wat ik er mooi aan vind, is dat het heel fijn is. Er zit een hondje bij – teken van trouw. Je ziet de farizeeën, die de vrouw willen stenigen. En dan zegt Jezus: „Ga heen en zondig niet meer.””

## Verbeelding

„Als kind schijn ik gezegd te hebben dat ik burgemeester of professor in de geschiedenis wilde worden – dat laatste is het niet geworden. Boeken over Michiel de Ruyter en zo, die verslond ik. Ze spraken enorm tot mijn verbeelding. Ik groeide op in de jaren tachtig en negentig, een tijd zonder internet en televisie, met heel veel boeken. In Terdege had je de stripverhalen van P. Boer. Prachtig, prachtig.”

De burgemeester schetst een klein landje aan de Noordzee, rond 1572, waar „de watergeuzen door een windvlaag naar Den Briel worden geblazen en het stadje innemen. Grote steden kiezen in een paar maanden tijd voor Oranje, voor de vrijheid van geweten. Het protestantisme vindt ingang. Hoe kon dat gebeuren?” Tijdens zijn studie doorvorst Verhoeve de Nadere Reformatie in de Alblasserwaard, waar hij vandaan komt. „Ik kwam erachter dat het destijds niet zo’n orthodoxe streek was, maar meer gemiddeld.”

Als reformatorische, oud gereformeerde jongen krijgt Verhoeve veel liefde en waardering mee voor de zeventiende eeuw. „Een bloeitijd, economisch en spiritueel. Ik heb als tiener veel leespreken gehoord van oudvaders: Smijtegelt, Hellenbroek. Het heeft me taal en metaforen gegeven, ik ben er heel erg door gevormd en geïnspireerd.” Wijzend naar de kast: „Dus ben ik deze boeken gaan verzamelen.” 

## Kruistriomf

De antieke boeken hebben een omslag van leer of perkament, het laatste crème van kleur. Verhoeve pakt enkele exemplaren uit de kast. „Hellenbroek, over het Hooglied. En hier, ”De kruistriomf van Vorst Messias” en ”De evangelische Jesaja”.” Ook werk van Jacobus Lydius (1610-1679) hoort tot de verzameling. „Hij was predikant in Bleskensgraaf, de plaats waar ik ben opgegroeid. Ik verdiep me graag in de geestelijke sfeer die daar hing. Zoals Erasmus zei: „Haast je naar de bronnen waar je zelf uit dronk.””

Verhoeve begon met verzamelen toen hij een jaar of zeventien was. In een van zijn eerste aankopen, ”De godvruchtige avondmaalganger”, staat de prijs nog vermeld – in guldens. „Kijk, 45 piek. Er werden in die tijd ook wel woekerprijzen gevraagd. Ik heb werken die heel zeldzaam zijn, maar ook die vrij toegankelijk zijn.” In het boek van Petrus Immens steekt een foto van een jeugdige Pieter, bij een predikantsbord in Middelburg. Daarop wijst hij de naam van de auteur aan.

>„Het boek heeft een eigen geurtje. Je ruikt de zeventiende eeuw”

Petrus van der Hagen (1641-1671) is de favoriete oude schrijver van Verhoeve. „Hij was predikant in Amsterdam en is jong gestorven. Van der Hagen heeft prachtige avondmaalspreken geschreven. Willekeurig citaat: „Kom dan, omhels Hem door het geloof. Zoek hier de vergeving van uw zonden. Zie niet op brood en wijn, maar op Jezus.” Heel warm, heel Bijbels. Het boek is gebruikt in leesdiensten, het gaat al generaties mee. Van der Hagen is heel fris.”

## Synode

Antieke boeken herken je aan het perkament, de goudsnede, het lettertype of handschrift. Het onderscheid met moderne boeken is groot. „Het is een heel andere sfeer.” Verhoeve wijst op de ”Institutie” van Calvijn, een exemplaar uit de zeventiende eeuw. Hij tilt de Acta van de Synode van Dordrecht uit de kast. „Een gigantisch groot ding, uit 1621.” Verhoeve slaat het werk open. „Hier zie je de beroemde plaat van de Dordtse synode. Het boek heeft ook een eigen geurtje. Je ruikt de zeventiende eeuw.”

 

De Bijbel naast de haard is een Rammazeynbijbel, een verjaardagscadeau. „In de zeventiende eeuw was de Statenvertaling de nieuwe vertaling, en die was heel populair. Ravesteyn in Leiden kreeg voor vijftien jaar de exclusieve rechten om de Bijbel te drukken. Maar er waren veel meer mensen die graag een Statenbijbel wilden kopen. Wat gebeurde er? In allerlei grote steden zijn er roofdrukken gemaakt, met lokale toestemming. De Rammazeynbijbel is daar een voorbeeld van.”

>„Hier: een plaat van de zendingsreizen van Paulus. Dit is toch bijzonder? Bijna 400 jaar oud” 

Bijna had Verhoeve een grote kanselbijbel gekocht. „Maar de hoeken waren helemaal afgesleten, doordat dominees er met hun toga’s overheen zwiepten.” Hij opent de Rammazeynbijbel uit 1647, een Statenvertaling met kanttekeningen. „Moet je eens kijken, er staan prachtige platen in. Hier: de zendingsreizen van Paulus. Dit is toch bijzonder? Wat je ziet is bijna 400 jaar oud.”  

## Comrie

Verhoeve zoekt in de kast naar werk van Alexander Comrie. „Ja, hier, naast ”De Heidelbergse Catechismus” van Smijtegelt. Dit is ”Eigenschappen van het zaligmakend geloof”, een bekend boek van Comrie, uit de achttiende eeuw. In de vroege zeventiende eeuw was de theologie gericht op de praktijk van de vroomheid. Hoe laat je in je dagelijks leven zien dat je bij Jezus hoort? In de achttiende eeuw raakt de theologie meer verinnerlijkt. Dan klinkt de vraag: maar is het wel voor mij?”

In het boek staat een handtekening van Comrie zelf. Verhoeve: „Huizinga (bekend historicus, MdH) noemt dat een historische sensatie. Recent kocht ik een verzameling preken van Comrie uit 1751, daar stond ook zijn handtekening in. Dat deed hij dus vaker. Het was een soort bewijs van authenticiteit. Kennelijk werden er ook weleens boeken nagedrukt.” 

 

Pas kocht Verhoeve een originele druk van de ”Redelijke godsdienst”, met een handtekening van Wilhelmus à Brakel. „Dat vond ik wel heel gaaf. Brakel is een van mijn favorieten. Als je dan ziet dat hij het boek zelf getekend heeft, in prachtig, sierlijk handschrift: dat is mooi. Het geeft een verbinding met het voorgeslacht. Geschiedenis is ergens een vorm van naastenliefde voor mensen die overleden zijn.”

## Vonk

Verhoeve citeert uit ”De trappen des genadethroons van Jesus Christus”, van Tileman. „„Ik vrees, rechtvaardige God, dat de onreinheid van mijn hart u mag mishagen.” En dan zegt Christus, in een tweespraak: „Ik ben heilig, dierbare ziel, maar niet verschrikkelijk. Ik belast u dat u zich beproeft, maar u zult zich zeer in Mij vertroosten.” Ja! Het gebeurt dan zomaar dat er een vonk van vroomheid overschiet, uit zo’n warme en ernstige tekst. Honderden jaren oud en toch fris.”

Schuin tegenover haard en boekenkast tikt een statige klok, waarvan het mechaniek nog even nauwgezet zijn werk doet als in 1688. „Als je hem opwindt, doet hij het een week.” Tik – tik – tik. Pling! „Met een mooi, zacht klokje.” Het belletje galmt nog secondenlang na. „Dit gaat al honderden jaren mee. Het is heel kunstig gemaakt. Je ziet de raderen, echt geweldig.” 

 

Het nieuwste verzamelobject, aangeschaft via een veilingsite, is juist gearriveerd en staat in een doos op de eettafel. Geen boek, maar Gouds plateel uit het begin van de twintigste eeuw. Tijd om de doos te openen. Er komt een rokersstel tevoorschijn, met tabakspot, luciferhouder en asbak van handbeschilderd aardewerk. „Plateelschilders hadden een afgeknipte kwast, met één draad in het midden. Via dat draadje droop de verf naar beneden. Zo konden ze heel precies puntjes en lijntjes schilderen. Dat is toch waanzinnig?”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/pieter-verhoeve-geschiedenis-is-naastenliefde-voor-mensen-die-overleden-zijn</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/pieter-verhoeve-geschiedenis-is-naastenliefde-voor-mensen-die-overleden-zijn</guid>
            <pubDate>Tue, 12 May 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
    </channel>
</rss>