<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0">
    <channel>
        <title><![CDATA[terdege.nl]]></title>
        <description><![CDATA[De website www.terdege.nl is een digitale productie van het Terdege Magazine, een landelijk christelijk dagblad van bevindelijk gereformeerde signatuur. Het Terdege Magazine is onderdeel van de Erdee Media Groep.]]></description>
        <link>https://www.terdege.nl</link>
        <generator>RSS for Node</generator>
        <lastBuildDate>Mon, 19 Oct 2026 21:40:55 GMT</lastBuildDate>
        <atom:link href="https://www.terdege.nl/rss-feed" rel="self" type="application/rss+xml"/>
        <item>
            <title><![CDATA[Laura’s iPhone verandert in een explosief]]></title>
            <description><![CDATA[Het lukt me vanavond niet mijn aandacht bij m’n borduurwerk te houden. Achterdochtig gaat mijn blik telkens naar de telefoon op de bank tegenover me. „Hij knetterde!” heeft Laura me verschrikt verteld, terwijl ze hem ter plekke uit haar handen liet glijden. „Ik zag een vonk, echt waar! Voorlopig raak ik ’m niet aan, hoor.” 

Ze heeft sowieso weinig plezier van haar refurbished iPhone. Telkens is er wat mee. Maar nu er ook nog eens vocht in de lens is gekomen, vertoont het ding wel heel enge symptomen. „Straks ontploft-ie!” zegt Laura nog, voordat ze verdwijnt, om zich deze avond niet meer te laten zien.

Alle huisgenoten slapen al, het wordt ook voor mij bedtijd. Ik ruim mijn borduurwerk op en staar peinzend naar de telefoon. Wat nu? Ik kan toch zeker niet naar boven gaan, terwijl dat probleemgeval hier achterblijft in de ”Stube” van ons houten huis? Behoedzaam stap ik op de bank af. Alsof het een tikkende tijdbom betreft, neem ik de telefoon tussen duim en wijsvinger, houd hem zo ver mogelijk van me af en deponeer hem op het terras. Met een zucht van opluchting sluit ik de buitendeur achter me. 

De volgende dag staan Laura en Mart met hondje Ollie bij een telefoonwinkel in Klagenfurt. Meewarig schudt de verkoper zijn hoofd. De vochtige Phone valt niet meer te redden. 

Met een gloednieuw toestel stapt het tweetal een tijdje later de zaak uit. Laura besluit haar dag niet te laten verknoeien, maar ondanks deze strop te gaan genieten van een uitstapje naar Italië met Mart.

Samen dwalen ze op deze stralende nazomerdag door een mooie, oude stad net over de grens. Totdat ze – bij de auto teruggekomen – een waterfles uit een tas halen. „Hij is loeiheet!” zegt Laura verbaasd. „Hoe kan dat?” Ze graait opnieuw in haar tas en … brandt bijna haar vinger aan haar oude iPhone, die daar nog in zit. Verschrikt staren ze beiden naar het apparaat. Het lijkt uitgeschakeld, maar is kennelijk toch actief. 

„De hele auto had wel in de fik kunnen vliegen”, stelt Mart fronsend vast. 

„Hier gaan we niet mee rijden”,  besluit Laura. 

Het ‘explosief’ in de parkeergarage achterlaten, is echter ook geen optie. Ze bellen naar de Klagenfurter telefoonzaak waar ze die morgen waren, en de enige oplossing die de verkoper kan bedenken, is dat ze wachten tot de accu helemaal leeg is. „Maar wie weet hoelang dat gaat duren …” kreunt Laura. „En we hadden al zo’n honger”, zucht Mart. 

Via internet vindt hij een telefoonwinkel in de Italiaanse stad waar ze zijn. Met het enge apparaat in een papieren zakje op armlengte van zich af, sjouwen ze moe en met rammelende magen door de steile straten, Ollie sjokkend in hun kielzog. 

De Italiaan biedt aan de telefoon voor zijn rekening te nemen. Moeten ze wel drie tientjes dokken … Gaar van al het gedoe, doen ze dat dan maar. Eindelijk is het probleem opgelost en kunnen ze naar de auto terug om op weg te gaan naar de populaire pizzaria net buiten de stad. Toch duurt het nog even voordat ze daar zijn, want Ollie is niet vooruit te branden. De anders altijd dartelende pup sleept zich voort. Het Italiaanse avontuur lijkt hem totaal te hebben uitgeput. Of … is er iets anders aan de hand? 

_Volgende keer: Onrust om Ollie_

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/laura-s-i-phone-verandert-in-een-explosief</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/laura-s-i-phone-verandert-in-een-explosief</guid>
            <pubDate>Fri, 16 Oct 2026 17:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Koets benadrukt continuïteit van de monarchie]]></title>
            <description><![CDATA[Wie in Den Haag of Amsterdam trappelende paardenhoeven hoort, moet opletten. Grote kans dat hij de koninklijke familie tegenkomt. Hoewel we tegenwoordig gebruik kunnen maken van de meest comfortabele fietsen en auto’s, stappen de Oranjes op belangrijke momenten in een koets. Bij een inhuldiging bijvoorbeeld, een bruiloft of een begrafenis. Het gehobbel mag dan een bedreiging zijn voor de zwakke maag, geen enkel rijtuig benadrukt zó krachtig de continuïteit van de monarchie als een koets. Als Willem-Alexander op Prinsjesdag in een galaberliner van koning Willem I rondrijdt, lijkt het net alsof hij wil zeggen: mijn positie is gestoeld op historie, ik zit hier niet zomaar. 

## Glazen Koets

De meest bijzondere koets van de Oranjes brengt ons terug naar de beginjaren van de Nederlandse monarchie. Toen koning Willem I in 1815 op de troon terechtkwam, moest hij van A tot Z een hof optuigen. Naast paleizen met lakeien en kroonluchters had hij een koets nodig. In 1821 bestelde hij een glazen galaberliner, die we inmiddels kennen als de Glazen Koets.

Het vervoersmiddel is niet alleen voorzien van vergulde laurier- en eikenbladeren, maar ook het koninklijk wapen en een kroon. Tijdens de Belgische Revolutie in 1830 werd dit rijtuig in beslag genomen door de Belgen. Gelukkig kon het negen jaar later worden teruggekocht, waardoor koning Willem-Alexander nu op Prinsjesdag kan rondrijden in een ‘geschiedenisboek’ van ruim 200 jaar oud.  

## Gouden Koets

Het is overigens geen vanzelfsprekendheid dat we op de derde dinsdag van september de Glazen Koets te zien krijgen. Tot 2015 viel de keuze meestal op de Gouden Koets. Die stamt uit de tijd van koningin Wilhelmina. Een dag na haar inhuldiging kreeg zij hem cadeau van de stad Amsterdam. 

Een gegeven paard mag je eigenlijk niet in de bek kijken, maar heel blij was de jonge koningin er niet mee. Al dat goud, dat vond ze veel te protserig. Toch groeide hij uit tot een vertrouwd decorstuk van de monarchie. Voor het staatshoofd en de troonopvolger althans, want voor hen is het rijtuig bedoeld. Staan er acht paarden voor, dan zit de koning(in) erin. Staan er zes paarden voor, dan zit de troonopvolger erin. 

Omdat er rond 2011 commotie ontstond over de schilderingen op de panelen, die verwijzen naar het koloniale verleden van ons land, staat de Gouden Koets inmiddels werkloos in de stal. 

## Galaglasberliner

Op Prinsjesdag komen er ook altijd enkele galaberliners in beeld. Dit zijn gesloten rijtuigen, bedoeld voor vier personen. De naam verwijst naar de stad waar ze oorspronkelijk gemaakt werden: Berlijn. 

De galaberliners worden gebruikt voor prinsen en prinsessen, ambassadeurs, kamerheren en hooggeplaatst hofpersoneel. Voor de bruiloft van Margriet en Pieter werd één exemplaar voorzien van grotere ramen. Dit rijtuig noemen we de galaglasberliner. Op Prinsjesdag 2026 is dit het rijtuig van Constantijn en Laurentien, Alexia en Ariane. 

 

## Crème Calèche.

En dan is er nog het snoepje van de collectie: de Crème Calèche. Zoals de naam al wel verklapt is dit een crèmekleurige koets. Emma bestelde hem in 1898 voor haar dochter Wilhelmina. Het open model heeft geen bok, waardoor hij gereden moet worden door twee koetsiers te paard. In de tijd van koningin Beatrix verdween het rijtuig helaas grotendeels buiten beeld, maar er gloort weer hoop aan de horizon. Deze zomer nam Amalia de koets mee naar Duitsland voor een hippische bijeenkomst. Met veel grandeur werd ze naar haar zitplaats gereden. Naar eigen zeggen wil de prinses in de toekomst ook trouwen in de Crème Calèche. Laat de prins op het witte paard maar komen! 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/koets-benadrukt-continuiteit-van-de-monarchie</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/koets-benadrukt-continuiteit-van-de-monarchie</guid>
            <pubDate>Fri, 16 Oct 2026 12:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wat als je kind een homoseksuele relatie aangaat]]></title>
            <description><![CDATA[Dat is een vraag die veel ouders – of andere familieleden – in zo’n situatie bezighoudt. Je kind – of: broer of zus – is een relatie aangegaan met iemand van hetzelfde geslacht. De zoektocht van de ouders is dan: wat betekent dit voor het omgaan met elkaar in onze familiekring? Enkele gedachten over dit familiedilemma. 

Allereerst: een homoseksuele relatie is een zondige weg. De Bijbel spreekt daar op meerdere plaatsen helder over. Lees bijvoorbeeld wat Paulus schrijft aan de Korinthiërs; dat degenen die in de zonde leven het Koninkrijk van God niet zullen binnengaan (1 Kor. 6: 10). Hij schrijft daar overigens over homoseksuele én heteroseksuele zonden!

Ouders wier kind een homoseksuele relatie aangaat, willen vasthouden aan de waarheid van Gods Woord en zien op basis daarvan de keuze van hun kind als zondig. Maar je hebt tegelijk je kind hartelijk lief en wilt ver gaan om de band goed te houden. Dat is voor veel ouders een hele zoektocht.  

 

## Onvoorwaardelijke liefde

Ouders die van hun kind horen dat hij of zij een homoseksuele gerichtheid heeft, moeten allereerst ruimte geven aan de emoties van hun kind. Soms hebben kinderen jarenlang eenzaam geworsteld met vragen over hun seksuele gerichtheid. Kom dan niet gelijk met een Bijbelse ‘confrontatie’, maar sta naast uw kind. Bedank het kind voor de openheid. Benadruk op zulke momenten je onvoorwaardelijke liefde. Houd elkaar vast, letterlijk en figuurlijk. 

Op het moment dat een kind keuzes maakt die je op grond van Gods Woord afwijst, vraagt dat om uitleg. Ga er niet te snel van uit dat je kind wel weet hoe het zit. Vraag om ruimte om hierover echt het gesprek aan te gaan. Waaróm zie je een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht als zonde? Wat zegt de Bijbel daarover? Wat moet je kind dan met zijn of haar gevoelens? Daarover moet echt het gesprek worden gevoerd. Allereerst in contact tussen ouders en het betrokken kind, maar wellicht ook richting de familie en de andere kinderen in het gezin. 

## Relatie

En als je kind vervolgens toch de keuze maakt om een homoseksuele relatie aan te gaan? 

Een duidelijk Bijbels standpunt betekent niet dat je vervolgens je kind de deur moet wijzen. De Heere Jezus zat Zelf aan één tafel met hoeren en tollenaren. De Farizeeën en Schriftgeleerden hebben Hem daarover hevig aangevallen, maar dat gaf Hem juist aanleiding om duidelijk te maken dat de Zoon des mensen gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Zie bijvoorbeeld Zijn ontmoeting met Levi (Lukas 5: 27-32) of Zacheüs (Lukas 19:1- 10). 

Uit het optreden van de Heere Jezus leren wij dat het afwijzen van de zonde niet hoeft te betekenen dat we geen contact mogen hebben met iemand die openlijk in de zonde leeft. Integendeel, het was voor Hem reden te meer om deze mensen juist op te zoeken en met hen aan één tafel te zitten. 

 

## Aarzeling

Maak je jezelf niet medeschuldig aan de zonde van je kind als je een homoseksuele partner ontvangt in de familiekring? 

In de praktijk liggen hier best dilemma’s. Uit het omgaan van de Heere Jezus met mensen die in zonde leven, leren we dat Hij zondaars beslist niet bevestigt in hun zondige levenswandel. Integendeel: Zijn onderwijs was gericht op waarachtige bekering. Laat ons contact met kinderen die in zonde leven ook daarop gericht zijn. 

Dat is moeilijk, dat vraagt om heel veel wijsheid. Maar blijf bidden voor uw kind, blijf hem of haar liefhebben, blijf spreken over God en Zijn Woord. 

Naar mijn overtuiging mag je gerust investeren in de goede band met een kind, broer of zus die een homoseksuele relatie heeft. En je mag ook openstaan voor het contact met diens vriend of vriendin. Het is daarin belangrijk om te zoeken naar een heldere dialoog waarin je probeert eerlijk woorden te geven aan hoe de Heere in Zijn Woord spreekt over homoseksuele relaties. Vraag ook ruimte voor je eigen aarzeling in dit alles. Doorgaans zal zo’n gesprek er alleen zijn als er een band is waarin er open contact is en onderling respect. 

 

## Ondertitelen

Daarbij kunnen er wel grenzen zijn. Je kind dat in zonde leeft in je huis ontvangen, en diens homoseksuele levenspartner ook, betekent niet dat je al je principes overboord gooit. Je mag je kind vragen om openbare liefdesuitingen achterwege te laten. Of uitleggen dat het jullie als ouders een brug te ver gaat wanneer je kind en zijn homoseksuele partner blijven overnachten en in hetzelfde bed slapen. 

Dergelijke grenzen zullen ouders ook trekken bij een kind dat in een heteroseksuele zonde leeft, bijvoorbeeld door ongehuwd samen te wonen. 

Sommige ouders kunnen voor hun eigen geweten niet de stap zetten om de homoseksuele partner van hun zoon of dochter thuis te ontvangen. Dat is begrijpelijk. Als ze hun keuze maar maken vanuit een liefdevol hart en in bewogenheid voor hun zoon of dochter. Het is belangrijk naar de andere kinderen in het gezin deze keuzes goed te ‘ondertitelen’, zodat ze begrijpen waarom je als ouders tot deze keuzes komt. 

Het omgaan met een kind dat on-Bijbelse keuzes maakt, vraagt om veel ouderlijke wijsheid. Niet altijd zijn pasklare antwoorden voorhanden. Blijf als ouders altijd bedenken dat je kinderen ten diepste aan de Heere toebehoren. Laat dat altijd reden geven om veel te verkeren aan Gods genadetroon om te smeken om de vervulling van Gods beloften voor ons kind. Want Hij gedenkt aan Zijn verbond. 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wat-als-je-kind-een-homoseksuele-relatie-aangaat</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wat-als-je-kind-een-homoseksuele-relatie-aangaat</guid>
            <pubDate>Thu, 15 Oct 2026 12:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Hoe voorkom je dat een kind niet meer naar het ziekenhuis durft? Liesbeth Segers zocht het uit]]></title>
            <description><![CDATA[Anne, een tienjarig meisje met jeugdreuma, moet elke twee maanden naar het ziekenhuis voor een infuus. Een dokter in witte jas plaatst dan een naald in haar arm met een slang eraan. Door de slang gaat een kleurloze vloeistof, waar haar medicijn in zit. Anne (niet haar echte naam) weet het: het medicijn heeft ze nodig. Maar ze vindt het vreselijk eng. 

Ze heeft echter een tactiek bedacht waardoor ze zich minder angstig voelt. Ze gaat bij haar moeder op schoot zitten, zucht een paar keer en zegt het alfabet op – net zolang tot het infuus erin zit. 

Prachtig als een kind zo’n strategie heeft bedacht, vindt Liesbeth Segers (58), verpleegkundig onderzoeker bij het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht. „Maar dan moet je dat als verpleegkundige wel weten en daar rekening mee houden.”

De christelijke kinderverpleegkundige uit Gouda deed de afgelopen zes jaar promotieonderzoek naar de vraag wat kinderen helpt om angst en pijn te verminderen rond een medische handeling. Begin juli promoveerde ze.

 

## Prikangst

Het gebeurt nogal eens dat zorgverleners niet nadenken over de wensen van een patiënt en wat al die medische handelingen voor hem of haar betekenen. „Ze denken bijvoorbeeld: een infuus zetten, dat doe ik wel even. Maar dan blijkt dat een kind het heel spannend vindt. Als je dan toch doorzet en bij een kind over zijn grenzen heen gaat, kun je psychische schade berokkenen.”

De gevolgen daarvan zijn groot. „Zo’n kind is het vertrouwen in zorgverleners kwijt. Je merkt dan dat een kind blokkeert en niet meer wil meewerken aan een behandeling.” Ook op latere leeftijd kan een geschaad vertrouwen gevolgen hebben. „Mensen mijden bijvoorbeeld de huisarts of hebben prikangst, met alle gevolgen van dien.”

Kinderen die in het ziekenhuis zijn opgenomen, ondergaan binnen een periode van 24 uur gemiddeld vijf tot zes pijnlijke medische handelingen, blijkt uit onderzoek. Maar niet alleen behandelingen die zeer doen, kunnen een kind stress bezorgen, zegt Segers. „Ook het verwijderen van een pleister of het meten van de temperatuur in je oor kan spannend zijn. Vooral peuters en kleuters hebben vaak angst. Ze begrijpen niet altijd wat zorgverleners komen doen. Dat geldt ook voor patiënten met een verstandelijke beperking.”

 

## Persoonlijke aandacht

Een belangrijke uitkomst van haar onderzoek is dat persoonlijke aandacht en een goede vertrouwensrelatie cruciaal zijn. „Als je als zorgverlener investeert in zowel het kind als zijn ouders, door persoonlijke aandacht en interesse voor wat belangrijk voor hen is, voorkomt dat veel problemen.”

Een goede vertrouwensband is echter niet vanzelfsprekend. Zeker niet omdat bij de zorg voor een patiënt meestal meerdere professionals zijn betrokken. „Een collega vóór je kan het verknald hebben, waarna het veel tijd kost om het vertrouwen te herstellen.”

Als er vertrouwen is ontstaan, zijn kinderen minder angstig voor ingrepen, durven ze meer te zeggen en nemen ze actiever deel aan hun behandeling, vertelt de pleegkundige.

Wat volgens Segers ook helpt om angst en pijn – twee zaken die elkaar versterken – te verminderen, is om een kind een gevoel van controle te geven. „Je kunt het bijvoorbeeld laten kiezen: wil je op schoot of op een stoel zitten? Vind je het fijn als we samen een boek lezen?”

 

## VR-brillen

Daarnaast is afleiding erg belangrijk. „Ook als volwassenen maken wij daar intuïtief gebruik van. Als we bijvoorbeeld in de stoel bij de tandarts zitten, gaan we tellen of kijken we naar een striptekening.”

Het WKZ heeft veel verschillende afleidingsmiddelen, zegt Segers. Voorbeelden zijn kijkboeken en VR-brillen. Met zo’n VR-bril kunnen kinderen vanuit hun bed in een virtuele speeltuin spelen en van een glijbaan glijden, een toren beklimmen of overgooien met een bal. 

Als onderdeel van haar promotieonderzoek heeft Segers gekeken naar de ervaringen van patiënten en zorgverleners met de app Mijn Ziekenhuispaspoort, die is ontwikkeld door het UMC Utrecht. „In deze app kun je zien wat wij als ziekenhuis bieden qua afleiding. Ook kunnen kinderen hun wensen aangeven: bijvoorbeeld dat ze tijdens een medische handeling graag bij mama op schoot zitten of een filmpje kijken.” Verder kunnen kinderen in de app leren hoe een medische handeling, zoals een infuus aanbrengen, eraan toegaat.

Kan een kind niet gewoon aan een zorgverlener vertellen wat het fijn vindt? Jawel, zegt Segers. „Dat gebeurt ook. Maar het mooie van de app is dat een kind thuis op de bank al rustig kan nadenken over zijn wensen. In het ziekenhuis, net voor de behandeling, is daar niet altijd de mentale ruimte voor.”

## Academische Werkplaats

De gratis app, die voor patiënten in het WKZ is ontwikkeld, is al enkele honderden keren gedownload. Alleen kijken zorgverleners er nog weinig naar, constateert ze tot haar spijt. „Iedereen is het er wel over eens dat de input van een patiënt belangrijk is. Maar in de praktijk hebben zorgverleners daar lang niet altijd tijd en aandacht voor. Het operatieschema moet immers wel doorgaan, zeggen ze bijvoorbeeld. Maar tijdgebrek vind ik in veel gevallen een uitvlucht. Uiteindelijk kan het je ook tijd besparen als een patiënt je vertrouwt, minder angstig is en gewillig meewerkt aan de behandeling.”

Segers is als verpleegkundig onderzoeker betrokken bij de Academische Werkplaats in het UMC Utrecht. „Hierin werken we als zorgverleners en onderzoekers gezamenlijk aan het verbeteren van de zorg door praktijkvragen te beantwoorden. Soms doen we dat aan de hand van literatuuronderzoek, soms ook door zelf onderzoek op te zetten, zoals wat ik heb gedaan.”

 

De meest uiteenlopende vragen komen langs, zegt ze. „We hebben bijvoorbeeld uitgezocht hoelang verdovende zalf op de huid van een kind mag blijven zitten. Ook hebben we bekeken of een nieuwe manier van het bevestigen van een neus-maagsonde bij kinderen meer comfort geeft dan de ouderwetse manier, met pleisters.”

Momenteel doet een collega van Segers onderzoek naar het verbeteren van de slaapkwaliteit van patiënten. In het ziekenhuis zijn er nogal wat factoren die de slaap kunnen verstoren, zoals piepende apparatuur en zoete inval van zorgpersoneel op de kamer. „Als verpleegkundigen vinden we het belangrijk dat patiënten goed slapen. Dat is zelfs een van onze speerpunten, naast gezonde voeding en het verminderen van angst en pijn.”

 

## Ruggenprik

Segers is blij dat er in de zorg in toenemende mate aandacht is voor het mentale welzijn van patiënten. Deze trend heeft volgens haar te maken met een veranderd pedagogisch klimaat. „Lang was het zo dat bij een behandeling werd gezegd: Even doorbijten, je moet flink zijn. Nu is er veel meer begrip voor de angst die kinderen kunnen hebben.”

De groeiende aandacht voor angstklachten vindt de verpleegkundige terecht. „Angst rond een ingreep is in feite een keerzijde van wat we allemaal kunnen op medisch gebied.” 

Als voorbeeld noemt ze de erfelijke spierziekte spinale musculaire atrofie (SMA). „Daar is nu een medicijn voor ontwikkeld, dat via een ruggenprik in het ziekenhuis wordt toegediend. Het kan voor een kind heel spannend zijn om regelmatig naar het ziekenhuis te moeten voor een ruggenprik, ook al vindt de ingreep plaats onder verdoving. Als je niet uitkijkt, wordt een kind met elk bezoek steeds banger.”

Ook voor volwassenen is een ruggenprik geen pretje. „Wij richten ons in het onderzoek op kinderen. Maar ook in de volwassenenzorg zou het goed zijn om aandacht te hebben voor angst.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/hoe-voorkom-je-dat-een-kind-niet-meer-naar-het-ziekenhuis-durft-liesbeth-segers-zocht-het-uit</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/hoe-voorkom-je-dat-een-kind-niet-meer-naar-het-ziekenhuis-durft-liesbeth-segers-zocht-het-uit</guid>
            <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 17:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De baarmoeder als black box ]]></title>
            <description><![CDATA[Een veehouder belt tijdens diensten namelijk alleen als hij er echt zelf niet uitkomt. Gewone koeien bevallen gewoon zelf, soms helpt de boer een handje en dan komt een kalf alsnog op natuurlijke wijze ter wereld. 

Als de bevalling bij een gewone koe niet vlot, is er dus iets ongewoons aan de hand. Een tweeling misschien? Een kalf dat achterstevoren ligt? Normaal gesproken komen eerst de voorpootjes naar buiten, met daarop de snoet van het kalf. Maar soms liggen de kop of een van de poten er niet recht voor en moet ik die er met de hand bij halen.

Je moet een aardig voorstellingsvermogen hebben bij wat er zich binnen de koe afspeelt. Ik doe dat zonder echo, met gewoon mijn arm ver in de baarmoeder van het dier. Vaak schiet dan het Gentse examenrijtje nog door m’n hoofd: „Verwondingen? Ontsluiting? Ligging? Leven? Kan het eruit?” 

Deze week komt er op een nacht een oproep vanuit een natuurgebied aan de Maas. Een koe is voor de eigenaar onverwacht aan het kalven en er is alleen een kop zichtbaar.

Bij aankomst vertelt m’n neus meteen een belangrijk deel van het verhaal. Een kalf dat al enkele dagen dood is, terwijl de baarmoeder open is, verspreidt een vreselijke geur. Dit kalf blijkt veel te groot en de koe veel te nauw om te verlossen. Zelfs voor de draadzaag is er te weinig ruimte in de baarmoeder.

 

Samen met de eigenaar besluit ik tot een liggende keizersnee, overigens na de risico’s goed besproken te hebben. De inhoud van de baarmoeder zit bij een dergelijk geval namelijk boordevol bacteriën, die niet in de buik of in de wond mogen komen.

Met jerrycans vol water en een lamp in de boom verloopt de operatie naar tevredenheid. Na de nodige antibiotica en adviezen hoop ik vervolgens op een goede afloop. 

De foto’s van een grazende koe, die me de volgende dag via WhattsApp bereikten, geven in elk geval goede moed!

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-baarmoeder-als-black-box</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-baarmoeder-als-black-box</guid>
            <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 11:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wat jouw geur vertelt]]></title>
            <description><![CDATA[Iedereen produceert doorlopend geurtjes. Micro-organismen breken zweet, vetachtige stoffen en andere huidafscheidingen af, en maken daar geuren van die van persoon tot persoon verschillen. Een aantal daarvan zijn vluchtige organische stoffen die zich als een wolk om het lichaam verspreiden. Stress, voeding en ziekte kunnen bepaalde geuren versterken. Ten slotte is de zeep of het parfum dat iemand gebruikt bepalend voor het geurprofiel. Onderzoekers bestuderen al meer dan dertig jaar de menselijke geur. Op basis van de handgeur kunnen ze met 96 procent nauwkeurigheid voorspellen of iemand man of vrouw is. Geur vertelt ook iets over ziekten die mensen onder de leden kunnen hebben, zoals epilepsie, diabetes en kanker.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wat-jouw-geur-vertelt</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wat-jouw-geur-vertelt</guid>
            <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 09:27:55 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Jacqueline van de Veense Wolhandel: We droomden ervan om met het gezin een webshop te runnen]]></title>
            <description><![CDATA[De Veense Wolhandel verkoopt sloffen, dekbedden, kussens en meer – alles gemaakt van schapenwol. Ook huidverzorgingsproducten zoals shampoo, bodymilk en crème op basis van lanoline (schapenwolvet) maken deel uit van het assortiment.

Het hele gezin is bij de zaak betrokken. „Maar het is niet zo dat onze broodwinning ervan afhangt”, zegt Gerrit. Hij verdient de kost als it-ondernemer; Jacqueline werkte eerder in het onderwijs en is nu fulltime thuis. In hun woonkamer vertellen ze, samen met oudste dochter Janneke, wat meer over hun „hobby.” 

## „Voordat we met de wolhandel begonnen …

… hadden we het er aan tafel weleens over hoe leuk het zou zijn om als gezin iets te ondernemen”, vertelt Jacqueline. „We dachten aan een webshop of iets dergelijks.” Nee, heel standaard is het niet om als gezin een webwinkel te willen beginnen, erkent ze. Lachend: „Het zit in ons bloed, denk ik.” 

„Voor mijn dagelijks werk ben ik vooral op de computer bezig”, zegt Gerrit. „Het leek me leuk om daarnaast iets met m’n handen te doen, en met het gezin. Het ondernemerschap zit wel een beetje in m’n opvoeding, denk ik; mijn vader heeft een autobedrijf.”

Door contacten met een zakenrelatie op Texel kwam Gerrit op het idee om online wolproducten aan de man te brengen. Die handelswaar leek hem ideaal: Je hebt er geen sores van; de kussens, sloffen en dergelijke zijn niet bederfelijk en niet onderhevig aan het sterk wisselende modebeeld. „En het zijn goede spullen: je hebt niet te maken met Chinese rommel die weer teruggestuurd moet worden.”

Zo gebeurde het dat Gerrit op een dag in 2022 tegen vrouw en kinderen zei: „Nou, begin maar met die webshop, want morgen komt het spul binnen.” Twee dagen later stond de ouderslaapkamer vol met dozen, vertelt Janneke. Dat was het begin van de Veense Wolhandel. Gerrit: „Later zijn we mijn kantoor op zolder als opslag gaan gebruiken en na verloop van tijd hebben we de garage naast het huis omgebouwd tot afhaal- en voorraadpunt.”

 

## „De drijvende krachten achter de onderneming …

… zijn vooral Janneke en Jacqueline”, vertelt Gerrit. „De andere meiden zijn nog volle bak aan de studie of druk met hun baan”, vertelt Gerrit. En Louis? Die doet ook al een beetje mee, vertelt zijn moeder. Hij mag soms stickers plakken op de dozen waarin de bestellingen de deur uitgaan. En scannen bij het pakketpunt; dat is natuurlijk ook superleuk om te doen. 

Oudste dochter Janneke rondde kortgeleden de studie bedrijfskunde af in Ede. Ze vond een baan voor vier dagen per week; daarnaast werkt ze voor de Veense Wolhandel, waarvoor ze onder meer de marketing doet. 

„Verder doen mijn moeder en ik van alles”, zegt ze. „M’n moeder regelt de bestellingen en als klanten op afspraak langskomen, is een van ons tweeën thuis. Mijn vader regelt de financiën en mijn ouders doen samen de inkoop. Verder maakt mijn moeder zelf wollen producten, zoals  gehaakte babyslofjes. En bodywarmers, die ze naait van wollen stof.”

## „Als je als gezin samenwerkt …

… is vooral de saamhorigheid mooi”, vindt Jacqueline. „Je doet iets met elkaar, je staat met z’n allen achter de producten.” 

Hoe vaak ze aan tafel over het bedrijf praten, wisselt een beetje, zegt Gerrit. „De ene keer hebben we het erover, de andere keer niet. Soms zijn we onder het eten plannen aan het maken, soms moeten er nog wat praktische dingen geregeld worden. En zo nu en dan denken we na over een nieuw product; of we dat willen gaan verkopen.” 

Geregeld staan ze met hun handel op markten en evenementen. Op schaapscheerdersfeesten in Elburg en Ede bijvoorbeeld – „die passen goed bij ons bedrijf”, vindt Gerrit. Jacqueline: „Afgelopen winter stonden we voor het eerst op de Elburgse Vestingdagen.” Dat was een succes. „Er komt veel volk op af. En de sfeer … die is zo gezellig.” Aanpoten is het wel: „Je staat daar tot tien uur ’s avonds.”

Gerrit: „Ook op verkopingen van kerken of van bijvoorbeeld Adullam zijn we vaak te vinden. We zien de reformatorische kring als onze doelgroep. Onder meer vanuit gunning: we hebben goede spullen.”

„Op markten staan is leuk en gezellig”, vindt Janneke. „Ja, en je doet een keer wat samen”, zegt Gerrit. Janneke schiet in de lach. „Klopt, de samenwerking is fijn.”

 

## „De wol van de producten …

… komt uit Europa”, zegt Gerrit. „En is vaak afkomstig van het Texelse schapenras. Het is niet zo dat we van alles wat we verkopen precies weten waar de schapen gegraasd hebben: hier vlakbij op de Ginkelse Heide, of ergens anders. In ieder geval willen we geen producten van schapen buiten Europa.”

## Zoek je naar wollen sokken …

… dan vind je die niet in de webshop van de Veense Wolhandel. Gerrit: „Honderd procent schapenwol slijt te snel voor sokken, en kriebelt ook. Geitenwollen sokken zouden een optie zijn, maar wij verkopen alleen spullen van schapenwol.” Je ziet wel schapenwollen sokken voor een prikkie bij bijvoorbeeld Zeeman, weten ze. „Maar die bevatten maar een heel klein beetje wol”, zegt Jacqueline. „Vaak is er polyester en zo toegevoegd; dat willen we niet.”

 

## „In de toekomst …

… willen we het bedrijf graag verder laten groeien”, vertelt Gerrit. „Het aantal producten in de webhop kan nog wel omhoog. Ook willen we graag op markten blijven staan, onder meer omdat ze naamsbekendheid opleveren.” 

In de opslagruimte naast het huis worden niet alleen de voorraden bewaard, maar kunnen klanten eventueel ook hun bestelling afhalen. En de spullen vooraf komen passen of bekijken. Een officiële winkel is het niet, en die zouden ze in de toekomst ook niet willen hebben, vertellen de Valkenburgjes.

Jacqueline: „In een winkel moet je de hele dag aanwezig zijn. Nu, met het verkooppunt vlak naast ons huis, kan het huishouden gewoon doorgaan. Tussendoor kan ik af en toe een klant helpen of andere dingen voor het bedrijf doen.”

„Een pop-upstore, misschien is dat ooit nog eens wat”, mijmert Janneke.

## „Verder dromen we …

… vooral onder de wol”, geint Jacqueline. 

Janneke: „En van verdere uitbreiding van het assortiment. We denken weleens na over de verkoop van wollen kleding.”

Nog meer bekendheid in reformatorische kring is ook een wens, vertelt Jacqueline. „En in België”, vult Janneke aan. „Daar komen ook bestellingen vandaan. En verder uit heel Nederland: van Zeeland tot Groningen. Als er een nieuwe webshopbestelling is, kijken we altijd even waar die vandaan komt. Soms zie je dan plaatsnamen waar je nog nooit van gehoord hebt.”

 

## „Uitdagingen …

… zijn er best wel”, zegt Jacqueline lachend. „Voor mij zijn dat vooral de naaiopdrachten.” Janneke: „Dan denk ik: leuk, ik heb weer wat bodywarmers verkocht! Maar m’n moeder moet ze dan snel genaaid zien te hebben, want we maken ze op bestelling. 

„Dat zelf maken vind ik het allerleukst om te doen”, zegt Jacqueline. „Maar ik ben ook best precies. Als ik een bodywarmer maak, moet die wel echt netjes genaaid zijn, vind ik. Ik moet het gevoel hebben: deze zou ik zelf ook willen kopen.”  

## Jong geleerd is oud gedaan 

Dat weten ze wel, daar in Veenendaal. Louis, die tijdens het gesprek op de achtergrond aanwezig was, heeft vlak bij de bank twee eetkamerstoelen naast elkaar gezet. Op de zittingen ligt de bovenkant van een poef, en die heeft hij volgezet met speelgoedtrekkers en -auto’s. Op een stoel achter de ‘kraam’ heeft de koopman-in-de-dop zelf plaatsgenomen. „Kijk nou”, zegt z’n moeder. „Hij gaat verkopen …”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/jacqueline-van-de-veense-wolhandel-we-droomden-ervan-om-met-het-gezin-een-webshop-te-runnen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/jacqueline-van-de-veense-wolhandel-we-droomden-ervan-om-met-het-gezin-een-webshop-te-runnen</guid>
            <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Ziekenhuis is alert op signalen van huiselijk geweld]]></title>
            <description><![CDATA[### _Wat spreekt u zo aan in uw werk?_

„Ik kan veel betekenen voor soms heel kwetsbare mensen. Daarnaast geef ik scholingen aan artsen, verpleegkundigen en studenten en heb ik veel contact met ketenpartners. Die combinatie van patiëntenzorg, beleid, onderwijs en samenwerking maakt mijn werk heel gevarieerd.”

### _Wanneer komt u in beeld bij mogelijk huiselijk geweld?_

„Als een passend verhaal ontbreekt, doet een arts of verpleegkundige altijd navraag over het ontstaan van een verwonding. In ons ziekenhuis wordt dan gericht doorgevraagd. Wanneer uit die gesprekken signalen van mogelijk huiselijk geweld of mishandeling naar voren komen, wordt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gevolgd. Soms vertellen patiënten zelf dat het thuis niet veilig is of durven ze niet meer naar huis. Gemiddeld komt er in ons ziekenhuis ongeveer één melding per dag binnen.”

 

### _Is daarin een trend zichtbaar?_

„Dat is lastig te zeggen. Geweld van partners of ex-partners komt relatief vaak voor. Daarnaast zien we situaties van kindermishandeling, maar ook ouderenmishandeling en andere vormen van geweld binnen de huiselijke of relationele sfeer. Het is belangrijk om huiselijk geweld niet te beperken tot één specifieke groep. Het kan iedereen raken.”

### _Hoe gaan jullie in gesprek met ouders?_

„Als we doorvragen, omdat er bij een baby of kind letsel is dat we niet direct kunnen plaatsen, schrikken ouders soms wel. Ik probeer ze dan echt gerust te stellen. In veruit de meeste gevallen is er niks aan de hand. Maar dat ene geval waar wel iets aan de hand is, daar gaat het ons om.”

### _Kunt u een voorbeeld geven van een situatie waarin verder onderzoek noodzakelijk was?_

„Ik herinner mij een baby die met een fractuur werd opgenomen. Bij nader onderzoek werden nog negen oudere ribbreuken vastgesteld. Toen ik met de moeder in gesprek ging, barstte ze in huilen uit. Ze vertelde dat ze de baby hard heen en weer had geschud. Ze was enorm overbelast. Haar man had een drukke baan en de zorg voor de baby kwam volledig op haar terecht. ’s Nachts huilde het kindje langdurig. De baby is tijdelijk elders ondergebracht. Tegelijkertijd is gekeken wat er nodig was om de situatie structureel te verbeteren. De vader ging minder werken en er is een netwerk rondom het gezin gevormd zodat niet alle zorg op moeder terechtkwam. Als we die eerste fractuur niet serieus hadden onderzocht, had het kind mogelijk ernstig hersenletsel kunnen oplopen of zelfs kunnen overlijden.” 

## Hoe zit dat bij volwassenen?

„Bij volwassen slachtoffers speelt zelfbeschikking een grote rol. Als iemand geen hulp wil, kunnen we weinig voor die persoon doen. Tenzij iemand echt in levensgevaar is of er kinderen betrokken zijn. Een van de grootste problemen is dat slachtoffers niet altijd in staat zijn om uit een gewelddadige relatie te stappen. Weggaan betekent vaak dat iemand een compleet onbekende wereld betreedt. Er kan angst zijn voor de gevolgen, voor verlies van de woning, voor de kinderen of voor verdere escalatie. Hoewel vrouwen vaker het slachtoffer zijn van partnergeweld, zijn er zeker ook mannen die dit overkomt.” 

### _Hoe probeert u slachtoffers toch in beweging te krijgen?_

„Door zonder oordeel het gesprek aan te gaan. Het is niet aan mij om iemand te vertellen wat hij of zij moet doen. Soms is één gesprek voldoende om iemand aan het denken te zetten. Ik herinner me een vrouw bij wie duidelijk sporen van geweld rond de hals te zien waren. Dat zijn zeer zorgwekkende signalen. In zulke situaties kan de angst voor escalatie en uiteindelijk zelfs dodelijk geweld een rol spelen. We konden haar op dat moment niet tegen haar wil in het ziekenhuis houden. Twee dagen later meldde zij zich alsnog bij Veilig Thuis. Dan heeft zo’n gesprek toch zin gehad.”

 

### _Welke omstandigheden spelen een rol bij huiselijk geweld?_

„Dan kan alcohol of drugs zijn, maar je kunt ook denken aan overbelasting, bijvoorbeeld bij mantelzorgers. Vaak is er niet één oorzaak. Huiselijk geweld is complex en kent meestal meerdere oorzaken en omstandigheden. Het komt voor in alle lagen van de samenleving. Opleidingsniveau, inkomen of culturele achtergrond doen er niet toe. Het is belangrijk om vooroordelen te voorkomen. Juist omdat mensen soms denken dat dit alleen voorkomt in bepaalde gezinnen, kunnen signalen worden gemist.”

### _Hoe vaak hebt u te maken met ouderenmishandeling?_

„Dat onderwerp krijgt nog onvoldoende aandacht. Ik heb weleens een scholing over ouderenmishandeling gegeven aan geriatrieverpleegkundigen. Aan het begin zeiden bijna alle deelnemers: „Daar heb ik eigenlijk nooit mee te maken gehad.” Maar toen we vervolgens verschillende vormen van ouderenmishandeling bespraken, zoals financiële uitbuiting, lichamelijk geweld, ontspoorde mantelzorg en het onthouden van noodzakelijke zorg, kwamen er steeds meer voorbeelden naar boven.”

 

### _Wat wordt verstaan onder financiële uitbuiting?_

„Dat kan verschillende vormen aannemen en bijvoorbeeld gebeuren door familieleden, maar ook door mensen buiten de familie. Zo was er een alleenstaande oudere man, zonder kinderen, die op driehoog in een flat woonde. Een buurman hielp hem regelmatig met praktische zaken. Dat leek in eerste instantie heel vriendelijk en behulpzaam, maar voor vrijwel iedere handeling vroeg hij geld. Voor het ophalen van post moest de man bijvoorbeeld 25 euro per week betalen en voor een boodschap kwam daar nog een bedrag bovenop. Via het wijkteam konden we ervoor zorgen dat de ondersteuning op een veilige en passende manier werd georganiseerd.”

### _Heeft ieder ziekenhuis iemand met uw functie?_

„Enkele. Veel andere kennen alleen een aandachtsfunctionaris. Hoe wij onze functie hier invullen en naast de verpleegkundigen staan, is best uniek.”  

### _Waar ligt het belangrijkste verbeterpunt?_

„Bij scholing. Toekomstige verpleegkundigen, artsen en andere zorgprofessionals moeten al tijdens hun opleiding leren hoe ze signalen van huiselijk geweld kunnen herkennen en hoe ze daarover het gesprek kunnen voeren. Onlangs gaf ik hierover een lezing op het Hoornbeeck College. Daar was ik erg blij mee, want eigenlijk vind ik dat dit onderwerp structureel onderdeel zou moeten zijn van het lesprogramma van alle mbo- en hbo-zorgopleidingen.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ziekenhuis-is-alert-op-signalen-van-huiselijk-geweld</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ziekenhuis-is-alert-op-signalen-van-huiselijk-geweld</guid>
            <pubDate>Tue, 13 Oct 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De familie Colijn weet het zeker: geen mooier vak dan de zorg]]></title>
            <description><![CDATA[Gezellig is het wel, zo met z’n allen op de bank in het huis van Jaap Colijn. Ze passen precies rondom de salontafel, met een beetje inschikken hier en daar. Ze, dat zijn: Jaap (36), zijn broer Hendrik-Jan (53), zijn schoonzus Lianne (50) en zijn zussen Willemieke (50) en Jacomien (41). Ook aanwezig zijn Job (26) en Jet (16), de kinderen van Hendrik-Jan en Lianne. En Anne-Co (18), de dochter van Willemieke. De meesten van hen werken op diverse afdelingen in het ziekenhuis. Behalve Job, die een baan heeft in de gehandicaptenzorg, Hendrik-Jan, die bestuurder is van verpleeghuis Salem en Jet, die nog in opleiding is en als bijbaan in de ouderenzorg werkt.

### _Waarom hebben jullie allemaal voor de zorg gekozen?_

Jacomien: „Het is ons met de paplepel ingegoten.”

Hendrik-Jan: „Mijn vader werkte bij een medisch laboratorium, mijn moeder heeft in het ziekenhuis gewerkt. Het zit dus in de familie.”

Jaap: „Ik was nog heel jong toen Hendrik-Jan en Willemieke al verpleegkundige werden. Ik weet niet beter dan dat zij aan tafel over hun belevenissen vertelden. Toch dacht ik toen ik een jaar of 16 was: ik ga lekker wat anders doen. Ik ben een paar jaar timmerman geweest. Maar daar haalde ik geen voldoening uit, dus toen heb ik me alsnog laten omscholen tot verpleegkundige.”

Hendrik-Jan: „Ik ben 24 jaar verpleegkundige geweest. Het is het mooiste vak dat er is. Waarom? Omdat het heel breed is en je jezelf op allerlei manieren kunt ontwikkelen.”

Willemieke: „Het is nooit saai.”

Hendrik-Jan: „We hebben naast Jet en Job nog twee kinderen. Die werken ook allebei in de zorg. Een van hen zei altijd: „Ik word geen zuster, echt niet.” Uiteindelijk heeft hij toch hbov gedaan en werkt hij nu ook in het ziekenhuis.”

Job: „Net als bij mijn vader thuis ging het bij ons vaak over de zorg. Dat helpt als je een vak moet kiezen. Ik heb niks met wondzorg, maar toen ik via mijn vader bij de gehandicaptenzorg terechtkwam, ben ik daar blijven hangen.”

 

### _Wat is er zo mooi aan de zorg?_

Job: „Van belang zijn voor een ander.”

Jaap: „Je maakt verschil voor een patiënt. Je voelt vaak dankbaarheid van mensen.”

Jet: „De oude mensen zitten soms op mij te mopperen. Maar aan het eind zeggen ze vaak: „Ik vertrouw je wel, hoor.” Ik vind het fijn als ze dat zeggen.”

Hendrik-Jan: „Het is misschien een beetje cliché, maar er is soms al dankbaarheid voor een glas koud water.”

Jet: „Ik vind het vooral mooi om bij mensen te zijn in de kwetsbare momenten van hun leven.”

Willemieke: „En soms heb je mooie gesprekken, bijvoorbeeld als je de patiënt wast of naar de operatietafel brengt. Mensen storten vaak hun hart bij je uit. En ze knappen op door de aandacht en zorg die je hen geeft. Zeker als ze eenzaam zijn.”

Lianne: „We maken ook bijzondere dingen mee. Zo had ik dienst, toen Amalia in ons ziekenhuis werd geboren. Het nieuws ging als een lopend vuurtje over de afdelingen.”

Jacomien: „Daarnaast heb ik een vakinhoudelijke interesse voor wat de patiënt mankeert. Als mensen de SEH binnekomen ben ik benieuwd wat ze hebben.”

 

### _Jullie zien ook veel nare dingen. Nemen jullie die weleens mee naar huis?_

Jacomien: „Ik vergeet nooit meer dat er op een zaterdagmorgen een Bulgaarse moeder met een zes weken oude baby de SEH binnen kwam rennen. Ik zag het hoofdje van de baby schudden en dacht: dat kindje leeft niet meer. Ik krijg er weer kippenvel van als ik eraan denk, dat moment vergeet ik never nooit meer. Ik scheeuwde: ,,Reanimatie baby!” en uit alle hoeken en gaten van de SEH kwamen collega’s aanrennen. We hebben er alles aan gedaan om het kindje te redden, maar tevergeefs. De hele afdeling was een beetje van het padje en is al om elf uur ’s morgens vervangen door een nieuw team. We zien heel veel, maar dode baby’tjes eigenlijk nooit. Toen ik thuiskwam, heb ik mijn eigen kinderen even flink geknuffeld. „Gelukkig zijn jullie er nog.””

Willemieke: „Na zoiets ben je dubbel dankbaar voor de gezondheid van je gezin.”

Jaap: „Al denk ik dat wij de meeste voorvallen wel makkelijker van ons af kunnen zetten dan de gemiddelde niet-verpleegkundige.”

Hendrik-Jan: „Dat is geen onverschilligheid. Maar als je je alles aantrekt, dan trek je het zelf niet meer.” 

Lianne: „Als we op ons werk komen, stappen we in onze rol.”

Willemieke: „Heftige dingen bespreken we met ons team en verwerken we al op ons werk. Als ik thuis ben, denk ik vrijwel nooit aan mijn werk en andersom.”

Jaap: „Maar als ik iets leuks heb meegemaakt, vertel ik dat wel weer aan mijn vrouw Lisanne.”

### _Wat heb je eigenlijk nodig om in de zorg te kunnen werken?_

Jacomien: „Je moet sociaal zijn.”

Jaap, met een uitgestreken gezicht: „En intelligent en knap.”

Hendrik-Jan: „Je moet niet snel ergens vies van zijn. En met mensen kunnen omgaan.”

Job: „Maar ik ben juist snel ergens vies van. Daarom werk ik ook niet in het ziekenhuis.”

Hendrik-Jan: „Er is voor iedereen wel plaats in de zorg. Maar niet iedereen kan aan het bed van een patiënt staan.”

Lianne: „Interesse in je medemens is een pré. Heb je dat niet, dan vind je er waarschijnlijk niets aan om in de zorg te werken.”

Job: „Je moet de wil hebben om voor iemand te zorgen.”

 

### _En geduld?_

Job: „Ik ben helemaal niet geduldig.”

Jet: „Ik normaal ook niet.”

Lianne: „Geduld hebben leer je wel als je aan het werk bent.”

Jaap: „Ik moet op de SEH meer tegen bloed kunnen dan geduld hebben.”

Lianne: „Zelf werk ik op de cardiologie, een afdeling waar veel kan gebeuren. Ik heb collega’s die houden van reanimaties en gaan met die banaan. Zelf ben ik meer een verpleegkundige op sokken, die houdt van het begeleiden van mensen. Maar met elkaar zijn we een compleet team.”

### _Merken jullie iets van de tekorten in de zorg?_

Job: „In de gehandicaptenzorg wel. Soms staan we met een mannetje minder op de groep, maar eigenlijk gaat dat ten koste van de cliënten.”

Jet: „Ik word in de ouderenzorg af en toe gevraagd voor diensten die ik als leerling nog niet mag doen, omdat er geen anderen beschikbaar zijn. Die doe ik dan natuurlijk niet.”

Jaap: „Op de SEH merk ik er niet echt iets van.”

Jacomien: „Maar er zijn in het ziekenhuis wel afdelingen waarop bedden zijn gesloten vanwege personeelstekort.”

Hendrik-Jan: „We zullen er allemaal mee te maken gaan krijgen. Er is berekend dat een op de drie Nederlanders in de zorg zou moeten gaan werken om die in de toekomst voor iedereen te kunnen waarborgen.”

Job, grijnzend: „Wij zijn dan wel een topgezin.”

Jet: „Wij compenseren de niet-zorggezinnen een beetje.”

Willemieke: „We zouden wel een bonus mogen ontvangen.”

 

### _Wat maakt dat jongeren nog te vaak wegblijven van een zorgberoep, denken jullie?_

Jet: „Er wordt vaak gedacht dat we vooral billen moeten wassen. Dat doen we ook wel, maar het is veel meer dan dat.”

Anne-Co: „De verpleegkundigenopleiding staat bekend als moeilijk. Daardoor haken studenten misschien sneller af.”

Jet: „Of ze vinden de werktijden niet fijn: te vroeg beginnen en te laat doorwerken.”

Jacomien: „Het salaris is niet altijd lokkend.”

Hendrik-Jan: „Nou … Dat is de afgelopen jaren fors omhooggegaan.” Wijzend naar zijn dochter Jet: „Weet je wel wat zij verdient? Bruto 16 euro per uur, in het weekend 20. En dat voor een 16-jarige.”

Lianne: „De zorg is ook een superleuk vak voor jongens. Het is zo belangrijk dat die blijven komen. Voor een team is het heel gezond als er ook mannen in zitten. Die zijn wat nuchterder.”

Jet: „Jongens hebben vaak ook een voorsprong bij de ouderen, merk ik. Ze kunnen veel bij hen maken.”

Lianne: „Je kunt in de zorg alle kanten op, ook als jongen. Kijk maar naar ons gezin: Hendrik-Jan is inmiddels bestuurder, Jaap heeft bij defensie gezeten en bij de SEH, een van onze zoons zit op de ambulance.”

### _Hebben de vooroordelen over de zorg jullie ooit dwarsgezeten?_

Job: „Vroeger dacht ik dat gehandicapten veel kwijlden en leek het werk me vies. Maar dat was een heel fout vooroordeel, merkte ik toen ik aan mijn werk begon. Ik ga lekker buiten met ze fietsen en andere leuke dingen met hen doen.”

Anne-Co: „Wat bij mij gewerkt heeft, is dat mijn moeder me meenam naar het ziekenhuis.”

Willemieke: „Ze was toen een jaar of 11, 12 en kreeg een uniformjasje aan. Heel schattig. De patiënten vonden het ook ontzettend leuk.”

Anne-Co: „Ik was daarna meteen om. Voor die tijd wilde ik kapper worden, sindsdien alleen nog maar verpleegkundige.”

Jaap: „Ik had helemaal geen vooroordelen over de zorg. Waarschijnlijk ook door de verhalen die ik thuis al had gehoord. Als kind wilde ik overigens graag miljonair worden. Maar dan moet je niet in de zorg gaan werken, werd me verteld.”

 

### _En de onregelmatige diensten, moet je daar nog en beetje tegen kunnen?_

Job: „Dat wel.”

Jacomien: „Ik neem een slaappil om overdag te kunnen slapen, anders lig ik de halve dag klaarwakker.”

Job: „Ik ga na een nachtdienst eerst sporten, dan eten en dan slapen. Rond 12 uur ben ik dan weer wakker.”

Jaap: „Het voordeel van de onregelmatige diensten is dat je doordeweeks soms vrij bent. Dat is echt heel lekker, zo’n dagje voor jezelf.”

Lianne: „Ik merk wel dat nachtdiensten pittiger worden naarmate je ouder wordt. Het is ook niet goed voor je lijf …”

Jaap: „ …en je leden.”

### _Krijgen jullie op je werk weleens te maken met geweld?_

Jacomien: „Ik word tijdens nachtdiensten weleens uitgemaakt voor heel lelijke dingen. Dat blijft soms hangen.”

Jet: „Ik krijg soms door demente mensen allemaal dingen naar mijn hoofd geslingerd. Vooral omdat ik nog jong ben.”

Lianne: „Je staat als verpleegkundige soms voor hete vuren. Jij moet een stap naar voren zetten als anderen een stap naar achter doen. Bij agressie bijvoorbeeld, maar ook als mensen neervallen. Jij bent degene die door moet blijven draaien.”

Willemieke: „Daarnaast ben je een soort tussenpersoon voor allerlei mensen: artsen, familie, therapeuten. Als er iets mis gaat, gaan de ogen eerst naar jou, als verpleegkundige.”

Job: „Ik heb op mijn werk veel te maken met agressie. Ik heb er littekens van. Het gaafst is het om escalatie te kunnen  voorkomen, om te zoeken naar de juiste activiteiten die de spanning in een groep kunnen wegnemen.”

Anne-Co: „Ik merk dat cultuurverschillen soms van invloed zijn op agressie. Mensen uit andere culturen zijn bijvoorbeeld gewend om met veel mensen naar het ziekenhuis te komen om de patiënt te supporten. Maar dat is tegen de regelgeving, waardoor het weleens uitloopt op een confrontatie.”

Hendrik-Jan: „Sowieso is de assertiviteit toegenomen. Mensen hebben vaak al van alles online opgezocht en gaan sneller dan vroeger op hun strepen staan. En we hebben vaker te maken met gebroken gezinnen, die hun strijd uitspelen op de afdelingen.”

Jaap: „Bij ons op de SEH in Den Haag zijn er weer veel patiënten met middelengebruik en psychiatrische klachten.”

Jacomien: „Daklozen bijvoorbeeld, die van alles gebruiken. Ik krijg vaak te maken met schreeuwende mensen.”

Jaap: „Gelukkig hebben we goede beveiliging in het ziekenhuis. Pas escaleerde een situatie rondom iemand die al agressief binnenkwam. Binnen een mum van tijd stonden er zes agenten met schilden en knuppels binnen. Ik heb onlangs ook gehad dat twee gezinnen met elkaar op de vuist gingen in de wachtkamer. Een vrouwelijke dokter ging tussen de ruziënde familie staan. Dan ga ik ook de wachtkamer in, want zo’n vrouwelijke arts laat je niet alleen. Gelukkig kwamen er binnen twee minuten een hoop agenten binnen. Zoiets gebeurt niet dagelijks, maar wel een paar keer per jaar.”

Jacomien: „Ik heb ook eens gehad dat een traumapatiënt in een onbewaakt ogenblik van de ct-scan afstapte, een grote traumaschaar pakte en daarmee achter een verpleegkundige aanging. Een arts die dat zag. beukte de patiënt opzij, waardoor die op de grond knalde. Anders had de verpleegkundige een schaar in haar rug gehad.”

 

Willemieke: „Een collega van mij trok een keer het laatje van een nachtkastje van een patiënt open en zag een pistool liggen. Ze heeft het laatje zachtjes weer dichtgedaan en de beveiliging gebeld.”

Anne-Co: „Wij hebben eens te maken gehad met cocaïnesmokkel op de afdeling. Een patiënt had wat plafondtegels opzij geduwd en daar een zakje cocaïne neergelegd dat iemand anders daar op kon halen.”

Jacomien: „We krijgen ook weleens gevangen in het ziekenhuis. Ik moest zo’n gevangene eens bloed afnemen. Er stond vier man bewaking bij. Ik dacht: dat zal dan wel een lekker boefje zijn. Hij zei de ranzigste dingen tegen mij.”

Willemieke: „Dan moet je bluffen.”

Jacomien: „Ik negeerde hem grotendeels, maar intussen deed ik het bijna in m’n broek.”

### _Noem eens wat voorbeelden die wat jullie betreft een goed beeld geven van het werken in de zorg?_

Job: „Ik vind het altijd mooi om te zien dat mijn cliënten met een grote grijns naar me toe komen als ik terug ben van vakantie. Alleen maar omdat ik er weer ben.”

Jet: „Dat heb ik ook met de demente mensen in het verpleeghuis. Ze zouden mijn naam niet kunnen noemen, maar herkennen me wel.”

Lianne: „Ik vergeet nooit meer dat ik ’s nachts een patiënt had die de volgende dag euthanasie zou ondergaan. Ik heb met haar gesproken en zelfs een stukje uit de Bijbel  gelezen. Ik dacht: ik heb toch wel een heel bijzondere baan.”

Anne-Co: „k vind het leuk als ik raakvlakken kan ontdekken met patiënten en dan even lekker met ze kan kletsen. Even een lach op iemands gezicht kunnen halen, is wel wat waard.”

Lianne: „We maken zo veel mee. Ik kan bijna geen afwisselender beroep bedenken dan het onze.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-familie-colijn-weet-het-zeker-geen-mooier-vak-dan-de-zorg</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-familie-colijn-weet-het-zeker-geen-mooier-vak-dan-de-zorg</guid>
            <pubDate>Mon, 12 Oct 2026 11:13:18 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Écht gezien worden resulteert in dankbaarheid]]></title>
            <description><![CDATA[Laatst liep ik in Amersfoort. Ik had niet zo veel tijd, want ik was op weg naar een afspraak. Op de stoep voor een woning stond een Marokkaanse vrouw bedrukt naar haar fiets te kijken. Ik groette haar en vroeg of er iets aan de hand was. „Ja, de band is kapot”, was haar reactie. De achterband was inderdaad helemaal plat. „Nu moet ik twee uur naar huis lopen.” 

Ik draaide het achterwiel rond en ontdekte al gauw de boosdoener: een stukje glas. Ik bood haar aan om de band te plakken, waarna ze meteen naar de Action liep om bandenplakspullen te halen. Na tien minuutjes was de band geplakt en kon ze opgelucht op de fiets naar huis. Zij dankbaar, ik dankbaar …

„Dankbaarheid is een bloem die in weinig tuinen groeit”, luid een gezegde. We groeien op in een wereld waarin we al jong leren om vooruit te kijken. Naar wat beter kan. Naar wat je nog wilt bereiken. Naar wat je nog niet hebt. Dat maakt ons ambitieus. Maar soms ook blind voor wat er al is.

 

Ik zie dat veel terug in mijn werk met jongeren. Ze verlangen ernaar om echt gezien te worden. Dat iemand zegt: „Ik zie je, kan ik je ergens mee helpen?” Vanuit dat ”gezien worden” groeit iets bijzonders. Verbinding. En uiteindelijk ook dankbaarheid.

Daar begint opvoeding volgens mij ook. Niet met regels of prestaties, maar met de vraag: voelt een kind zich gezien? Voelt het zich geliefd, ook als het faalt? Dankbaarheid groeit in de tuin van verbinding. Waar mensen tijd maken voor elkaar. Waar gelachen wordt. Waar verdriet er ook mag zijn. Waar niet alles perfect hoeft te zijn.

Misschien is dat wel de reden dat die bloem in zo weinig tuinen groeit. Niet omdat de bloem zeldzaam is, maar omdat we soms vergeten onze tuin te verzorgen. We zijn druk. Afgeleid. 

En toch ... iedere keer als iemand een ander ziet, zie ik die bloem weer opkomen.

Dankbaarheid is besmettelijk. Wie zich gezien weet, gaat zelf ook beter kijken. Wie ontvangt, leert uitdelen. Misschien is dat wel de mooiste opdracht die we elkaar kunnen geven: een tuin creëren waarin dankbaarheid kan groeien. 

_Ook een vraag over omgaan met pubers of (seksuele) opvoeding? Stel hem aan Matthijs via: [redactie@terdege.nl](mailto:redactie@terdege.nl)._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/echt-gezien-worden-resulteert-in-dankbaarheid</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/echt-gezien-worden-resulteert-in-dankbaarheid</guid>
            <pubDate>Sat, 10 Oct 2026 07:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Een briesje in het klaslokaal]]></title>
            <description><![CDATA[Waar september nog vol zit van nieuwe indrukken en routines aanleren, is dat de maand later gesneden koek. Zeker voor onze tweedeklassers. Waar ze ook allemaal doorheen moeten, is de wind van van de ”rangorde”. Daarin ervaart de één tegenwind, terwijl de ander rustig meewaait.

Kortom, er wordt bepaald wie waar zijn plekje heeft. We zien onze leerlingen groeien. Inmiddels zoeken ze moeiteloos in hun biologieboek naar de juiste opdracht. We horen steeds minder vaak „Mevrouw, wat moet ik doen?”

Er wordt gewerkt, maar ook rust genomen. En inmiddels weten ze allemaal de weg naar de antwoordmodellen om hun werk na te kijken. Dat heeft overigens wel wat voeten in de aarde en een opfrisbeurt voor klas 2 is dan ook geen overbodige luxe. Want het gebruíken van die boeken levert nog weleens een windvlaag op. „Mevrouw, moet dat écht?” 

Dat er af en toe nog een briesje te voelen is, is heus niet gek. Daar staan wij ook niet van te kijken als docenten. Juist dat maakt ons werk zo interessant. Want het moge duidelijk zijn dat wij in onze klas soms voor uitdagingen staan. Een leerling met een overstroomd hoofd na een les regulier. Of iemand met een lege batterij, die zijn hoofd helemaal niet naar werken heeft staan. 

Dat er enkel nog een briesje waait, betekent overigens niet dat de wind helemaal is gaan liggen. 

 

Soms komt er onverwacht een flinke windvlaag. Een opmerking die verkeerd valt, een les die anders loopt dan verwacht of simpelweg een dag waarop de accu sneller leeg is dan gehoopt. Dan is het aan ons om te kijken waar die wind vandaan komt. Misschien is dat wel een van de dingen die we in september zelf ook weer even moeten leren. Niet iedere windvlaag vraagt om ingrijpen. Soms moet je gewoon meewaaien en soms moet je beschutting zoeken.

Zo komen we langzaam de herfst door. De grootste stormen lijken achter de rug, de wind wordt voorspelbaarder en ondertussen leren wij onze leerlingen steeds beter kennen. En eerlijk gezegd? Dat maakt dat ik alweer uitkijk naar de volgende maand. Al hoop ik dat die vooral een beetje briesjes brengt.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/een-briesje-in-het-klaslokaal</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/een-briesje-in-het-klaslokaal</guid>
            <pubDate>Fri, 09 Oct 2026 12:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Terdege Live 29 oktober]]></title>
            <description><![CDATA[Kits Live start om 19.00 uur, Terdege Live om 20.00 uur. Er zijn weer interessante gasten, er is een quiz, een belsnelspel en natuurlijk muziek. Om mee te kijken en mee te doen met de quiz moet je inloggen met je EMG-account. Hier lees je meer over het <a href="https://www.terdege.nl/artikelen/inloggen-op-terdege-nl-hoe-werkt-dat" target="_blank">inloggen op de website.</a> Lukt inloggen niet? Mail onze collega Marc via live@terdege.nl. 

## Gasten Kits Live
“Ontmoet” de broers Tyma en Elisey die vijf jaar geleden vanuit Oekraïne naar Nederland vluchten. Luister naar hun verhaal, stel al je vragen … én maak kans op mooie prijzen bij de KitsQuiz!

## Prijzen Kits Live
1e prijs: bordspel Risk, beschikbaar gesteld door [de Boekenkamer](https://www.deboekenkamer.nl)
2e prijs: bordspel Mens-erger-je-niet, beschikbaar gesteld door [De Boekenkamer](https://www.deboekenkamer.nl)
3e prijs: boek “De hut van oom Tom”, beschikbaar gesteld door [Uitgeverij De Banier](https://www.debanier.nl/)

## Gasten Terdege Live
- Ds. J. Joppe
- Brandweerman Ad Molenaar
- Carolien van Meerten, die we interviewden voor [dit artikel](https://www.terdege.nl/artikelen/henrike-carolien-en-marieke-zijn-moeders-met-een-bloedend-hart)

## Muzikale intermezzo's
Jonathan Brugge (orgel) en Nynke Fahner (dwarsfluit) verzorgen de muziek. 

## Quiz
De quiz gaat over het nummer van 20 oktober. Win jij een van deze leuke prijzen? 
1e prijs: Een overnachting voor zes personen in het rustige en vrijgelegen vakantiehuis '[De Ketellapper](https://www.deketellapper.nl/)' in Aagtekerke t.w.v. € 250,- 
2e prijs: € 200,- tegoed voor jouw bruiloft, feest of evenement bij verhuurbedrijf [Skippy-Rent](https://www.skippy-rent.nl/)
3e prijs: Een bon t.w.v. € 75,- te besteden bij [November Store](https://www.novemberstore.nl/)]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/terdege-live-29-oktober</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/terdege-live-29-oktober</guid>
            <pubDate>Thu, 08 Oct 2026 11:37:33 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Een beetje suiker kan gezond zijn]]></title>
            <description><![CDATA[Suiker veroorzaakt diabetes, alzheimer en tal van andere aandoeningen. Een suikervrij dieet zou dus heel gezond kunnen zijn. Maar pas op, waarschuwen onderzoekers van het Dasman Diabetes Instituut in Koeweit, je kunt ook te weinig suiker binnenkrijgen. Een ultrasuikervrij dieet blijkt ook ongezond, zeker in combinatie met een vetarm dieet. De onderzoekers ontdekten bij muizen die een vetarm en suikerarm dieet volgden, een verstoring van de darmflora. Deze dieren hadden aan het einde van het onderzoek minder nuttige bacteriestammen en meer ontstekingsbevorderende micro-organismen. Ze kregen vetophoping in de lever, ontstekingen in de darmen, een verstoorde glucosehuishouding, insulineresistentie en ontwikkelden diabetes type 2. „Ons onderzoek benadrukt het belang van een evenwichtige inname van koolhydraten via de voeding ter ondersteuning van de darmflora en de immuunbalans”, concludeert immunoloog Rasheed Ahmad van het instituut. Een kanttekening is wel dat er bij het onderzoek geen gewone controlegroep zonder beperkend dieet is meegenomen, en dat de proefomvang beperkt was. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/een-beetje-suiker-kan-gezond-zijn</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/een-beetje-suiker-kan-gezond-zijn</guid>
            <pubDate>Thu, 08 Oct 2026 10:43:39 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Binnenstappen in vroeger eeuwen: Delft en Museum Paul Tetar van Elven]]></title>
            <description><![CDATA[Korenmolen De Roos draait in hoog tempo. De zomer aarzelt om afscheid te nemen, langs de grachten en aan de reling van bruggetjes bloeien geraniums. Een hardloper vangt de zonnestralen van de fraaie septemberochtend. Boven monumentale gevels en oranje pannendaken: een wolkenhemel als op een schilderij van Johannes Vermeer.

Met een korte riedel markeren de klokken van de Nieuwe Kerk het kwartier. Lindes aan de Oude Delft, al een tikje geel, werpen schaduwen over de gracht. Aan de zonzijde, op de stoep voor de lichtblauwe pui van het Stads-Koffyhuis, is het terras goed bezet. Kolossaal zijn de lantaarns aan de gevel van een voornaam achttiende-eeuws huis.

## Wilhelmus

De bakstenen toren van de Oude Kerk helt ietwat. Boven de galmgaten torsen oranjerode leeuwen een sierlijke wijzerplaat. Wie vanaf de Kaakbrug over de Voldersgracht naar het stadhuis kijkt, waant zich in vroeger eeuwen. Het raadhuis werd in 1619-1620 gebouwd rond een toren uit 1300. Een man met hoge hoed heeft een opdracht voor een groepje jongeren: twee regels van het Wilhelmus declameren. Het blijkt geen sinecure.

 

Tijd om de bordjes te volgen naar Museum Paul Tetar van Elven aan de Koornmarkt. Het statige pand heeft een groene voordeur, met erboven een verguld venster. De deurbel klingelt door een marmeren hal, directeur Alexandra Oostdijk (64) doet open. Binnen geeft een staand uurwerk feilloos dag, tijd en maanstand aan. De maan – bolle wangen, grote ogen – kijkt melancholisch.

>Door hoge vensters en vitrage valt versluierd licht op het fijne houtsnijwerk van een antieke kast

In een lichte, hoge ruimte met negentiende-eeuwse schilderijen vertelt Oostdijk over het museum en zijn naamgever, Paul Tétar van Elven (1823-1896). Deze vrij onbekende kunstschilder (zie: ”Geen armlastige kunstenaar”) bleef kinderloos. Zijn tweede echtgenote realiseerde de laatste wens van haar man: zij liet het grachtenpand en de inboedel na aan een stichting. In 1927 werd het huis een museum. 

## Woonhuis

Bijna een eeuw later trekt het museum ruim 10.000 bezoekers per jaar. Er werken zo’n vijftig vrijwilligers, die verhalen over het huis vertellen. Het pand dateert van begin zestiende eeuw, de keldergewelven zijn nog ouder. Oostdijk: „Het is ingericht zoals we denken dat het was in de tijd van Paul Tétar van Elven en zijn eerste en tweede echtgenote, Louise en Helena. Maar we weten het niet precies. Tussen 1894 en 1925 was het huis verhuurd. Daarna is het heringericht en verbouwd. Zo kwam er een beheerderswoninkje op de plaats van de keuken.”

 

Toch is het nog steeds alsof je het negentiende-eeuwse woonhuis van een kunstenaar binnenkomt, ervaart Oostdijk. „De salon is in authentieke stijl gebleven. Heel bijzonder is de plafondschildering.” Tussen decoraties zijn de namen van beroemde kunstschilders te zien. „Rubens, Hals, Michelangelo. Als een eerbetoon.” Op de schouw staan Delfts blauwe vazen en Mingporselein. Door hoge vensters en vitrage valt versluierd licht op het fijne houtsnijwerk van een antieke kast. Aan de wand hangen familieportretten en landschappen – vooral werk van Paul Tétar van Elven zelf.

## Goudleer

Vanaf 13.00 uur staat de voordeur open voor museumbezoekers. Deze dag is vrijwilliger Ron van der Horst gids. Op de eerste verdieping laat hij het atelier zien, met ernaast de bibliotheek. Daar is een van de wanden bedekt met goudleer uit de zeventiende eeuw. „Het is gemaakt van kalfshuid, die werd ingesmeerd met vloeibaar zilver. Daaroverheen kwam goudkleurig vernis. Met houten mallen werden er patronen in het leer geperst, die met olieverf zijn ingekleurd.”

 

In het atelier hangen historiestukken en kopieën van werken zoals De Nachtwacht en De Staalmeesters van Rembrandt en De Stier van Paulus Potter. Een enorme stookplaats is opgesierd met wapentuig en kandelaars. Voor het venster, op een tafel, ligt een doos met schildersbenodigdheden. „Dit is pastelkrijt dat Paul Tétar van Elven zelf nog gemaakt heeft, het is 160 jaar oud. Er ligt nog een palet van hem, met tubetjes uit de negentiende eeuw. Het is allemaal bewaard gebleven.”

Als de kunstenaar op pad ging om ergens een schets te maken, nam hij de doos met krijtjes mee in zijn tas. „Dat ging rammelen, en dan kon het krijt breken. Daarom vulde hij de doos op met watten.”

## Bakkerij

Het huis aan de Koornmarkt is een goede plek om te vertoeven. Tegelijk lonken Delft en de nazomer. In een steegje waar de blauwe regen nog bloeit, staat een groene Gazelle die betere tijden heeft gekend. Rimpelend water wordt weerkaatst in de boog van een stenen brug.

Stadsbakkerij De Diamanten Ring verkoopt Delftse gebakjes, waarop het Meisje met de parel prijkt. Onder een Delfts blauwe afwerking schuilt witte chocolademousse, met heerlijke bosbessen. Je kunt het gebak nuttigen op een bankje in de Papenstraat, waar een bedaarde tortelduif net niet eindigt onder de banden van een stapvoets rijdende auto.

 

Voor de Oude Kerk herinnert stevige wind aan de herfst. Binnen is de Bijbel opengeslagen bij Psalm 8: „Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest.” In het middenschip zit gastheer Aad van der Meer (85), vrijwilliger sinds zijn pensioen. Een tafel is gevuld met informatie over de geschiedenis van kerk en orgel, vooraan ligt een knipsel uit het Reformatorisch Dagblad.

## Weeskinderen

Middaglicht valt door een gebrandschilderd raam. Het toont de verspieders Jozua en Kaleb, Mozes in het biezen kistje, en allerlei vormen van techniek. Van der Meer: „De vrijvrouwe van Renswoude liet een fortuin na. Haar enige kind, jonggestorven, is begraven in deze kerk. Op kosten van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude mochten intelligente wezen studeren: wiskunde, tekenen, schilderen, weg- en waterbouw, beeldhouwen, sterrenkunde, scheepvaart en chirurgie. Zoals Mozes geadopteerd werd door de Egyptische prinses en later veel voor zijn volk kon betekenen. Dit is allemaal te zien in het raam.”

>Stadsbakkerij De Diamanten Ring verkoopt Delftse gebakjes, waarop het Meisje met de parel prijkt

De geschiedenis van de weeskinderen komt voor Van der Meer dichtbij. Hij toont een zwart-witfoto uit 1928, met een groep kinderen voor het Meisjeshuis in Delft. Hij wijst: „Dit is mijn moeder, elf jaar, en dit is haar zus. Toen hun moeder overleed, werden zij tijdelijk afgestaan aan het meisjeshuis.”

Wie van de Oude Kerk via de Papenstraat naar de Nieuwe Kerk wandelt, komt langs een keramieken kaart van Delft in de zeventiende eeuw. Die is het waard om uitgebreid in je op te nemen. Even verder, aan de Markt, verheft zich majestueus de toren van de Nieuwe Kerk. Hij reikt naar de witte wolken. Aan de voet van het standbeeld van Hugo de Groot zit schooljeugd in de zon. De meiden kijken naar hun telefoons, de jongens eten een stroopwafel. Een tafereel voor een kunstenaar met een doos pastelkrijtjes, een schilderspalet en tubes verf.


 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/binnenstappen-in-vroeger-eeuwen-delft-en-museum-paul-tetar-van-elven</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/binnenstappen-in-vroeger-eeuwen-delft-en-museum-paul-tetar-van-elven</guid>
            <pubDate>Thu, 08 Oct 2026 07:06:41 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Chris Stoffer mijmert over transformaties]]></title>
            <description><![CDATA[ Van woensdagavond tot vrijdagmiddag zijn we met elkaar op een plaats in Nederland waarbij we het parlementaire jaar beginnen. 

De fractiedagen, zoals wij ze noemen, houden we ieder jaar op een andere locatie. Twee mensen uit ons fractieteam doen de voorbereiding. Binnen budgettaire kaders zijn ze vrij om een locatie te kiezen. Dit jaar zitten we in Goirle, vlak bij de Belgische grens. Een omgeving waar ik niet eerder ben geweest. 

De fractiedagen mogen dan telkens op een andere locatie zijn, ze verlopen min of meer volgens een vast stramien. Als er al aanpassingen zijn, dan zijn dat kleine, voor ons te behappen wijzigingen. Zo hebben we enkele jaren geleden de slaapzalen vervangen voor een sober privévertrek voor een ieder. Een aanpassing waar niemand bezwaar tegen heeft.

Op donderdagochtend verzorgt een externe lector een lezing om ons te inspireren, een spiegel voor te houden of ons op te scherpen.

 

Dit jaar is dat Martin Sommer, een gerenommeerd journalist. Na jarenlang de Volkskrant te hebben gediend, schrijft hij tegenwoordig voor Elsevier. Onlangs heeft hij een nieuw boek uitgebracht, ”De nieuwe standenstaat”. Hierin schrijft hij onder andere over alle grote transformaties die ons, door de overheid, als onvermijdelijke morele plichten worden opgelegd. Deze plichten negeren de menselijke behoefte aan geleidelijkheid en inspraak. Sommer pleit voor een terugkeer naar traditionele politiek: het wegen van belangen in plaats van opleggen van grootschalige, bureaucratische transities.

Als ik ergens ben geweest of ergens tijd en energie in gestoken heb, dan stel ik mezelf de vraag: Wat zou hier over een jaar nog aan herinneringen van over zijn? Van deze fractiedagen denk ik dat dit deze uitspraak van Martin Sommer is: „Een mens is niet gemaakt voor transformaties”.

Herkenbaarheid, voorspelbaarheid gepaard met een mooie omgeving en vooruit, af en toe een kleine aanpassing, maken dat onze fractiedagen voor nagenoeg een ieder dagen zijn waar we lang naar uit kijken. En waar we achteraf nog geregeld over napraten. 

Alleen al onze fractiedagen zijn voor mij zijn voor mij een reden om de uitspraak van Martin Sommer te omarmen:„Een mens is niet gemaakt voor transformaties”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/chris-stoffer-mijmert-over-transformaties</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/chris-stoffer-mijmert-over-transformaties</guid>
            <pubDate>Wed, 07 Oct 2026 12:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Worstelen met de vape]]></title>
            <description><![CDATA[## #1 Wat is het probleem?

Vapes zouden volwassenen van het roken moeten afhelpen, was het idee, toen de Chinese apotheker Hon Lik het eerste prototype in 2003 op de markt bracht. Maar de tabaksindustrie begon er langzaamaan allerlei smaakjes aan toe te voegen die vooral voor jongeren aantrekkelijk zijn, zoals fruit- en (fris)dranksmaken.  Met als resultaat dat inmiddels ruim 20 procent van de jongeren weleens vapet of gevapet heeft; 4 procent doet dat dagelijks. (Onderzoek Universiteit Utrecht en Trimbos Instituut, 21 september 2026) Was er in het begin nog onzekerheid over de effecten van vapen op het lichaam, inmiddels is wel duidelijk dat het voor gezondheidsschade zorgt.

## #2 Wat doet vapen met je lichaam?

Het is nog niet helemaal bekend welke effecten vapen op de lange termijn op de gezondheid heeft. Dat komt onder andere doordat fabrikanten niet duidelijk op de vapes zetten welke stoffen erin zitten en vrijkomen bij het roken. 

Veelvoorkomende klachten zijn inmiddels wel bekend: hartkloppingen, concentratieproblemen, verminderde conditie en longklachten.

Onderzoekers hebben een scala aan schadelijke stoffen in vapes gevonden. Bloeddrukverlagers bijvoorbeeld, en fenantreen, een stof die hartritmestoornissen kan veroorzaken. Maar ook stoffen als propyleenglycol en glycerol, die gebruikt worden in schoonmaakmiddelen.

Daarnaast komen bij het vapen vaak zware metalen vrij, zoals nikkel, ijzer, chroom, tin en lood. Deze kunnen kanker veroorzaken.

In een vapes zitten bovendien hoge doses nicotine. In een gewone vape, goed voor 600 trekjes, zit evenveel nicotine als in twee pakjes sigaretten. Een illegale grote vape, met 9000 trekjes of meer, is het equivalent van ruim tien pakjes sigaretten en meer.

De smaakstoffen in vapes zorgen verder voor een plakkerig laagje in je longen, dat niet meer weggaat en jongeren een slechtere conditie geeft. 

## #3 Wat is slechter: een sigaret of een vape?

Volgens het Trimbosinstituut en de RIVM zijn zowel roken als vapen heel slecht voor je gezondheid. Het verschil is dat de gezondheidsschade van sigaretten inmiddels bekend is, omdat er jarenlang uitgebreid onderzoek naar gedaan is. Zo weten we inmiddels dat de kans op longkanker flink hoger is voor rokers dan voor niet-rokers. 

Ook vapen is slecht voor de gezondheid. Onderzoekers hebben veel verschillende soorten giftige stoffen ontdekt in vapes (zie kader 2). Genoeg om te weten dat dit op de lange termijn schadelijke effecten kan hebben. Maar omdat vapes nog maar zo’n twintig jaar te koop zijn, bestaan er nog geen statistieken die het verband kunnen laten zien tussen (long)kanker en vapen. De zorgen zijn echter groot. Vandaar dat de overheid steeds strengere maatregelen neemt om het vapen in te dammen.

## #4 Wat is de oplossing?

Het Trimbosinstituut pleit onder meer voor prijsverhoging van de vapes, waardoor ze voor veel jongeren financieel onbereikbaar worden. Ook meer toezicht op illegale handel via sociale media is gewenst. 

Overigens behoort Nederland tot de weinige Europese landen die stevig  optreden tegen vapes. Zo zijn smaakjesvapes hier al enkele jaren verboden. Bovendien zijn de boetes op illegale verkoop van vapes en sigaretten per 1 juli dit jaar flink verhoogd.

Een echte oplossing kan zich pas voordoen als ook omliggende landen overgaan tot strenge maatregelen tegen vapen. De meeste illegaal verhandelde vapes zijn namelijk afkomstig uit landen als België en Duitsland, al wil ook België smaakjesvapes vanaf 2028 gaan verbieden. 

## #5 Hoe stop je met vapen?

Stoppen met vapen kan moeilijk zijn. Het Trimbosinstituut heeft een Stopplan Vapen dat gratis gedownload kan worden om daarbij te helpen. Het plan laat zien hoe je kunt beginnen met stoppen, welke stappen je kunnen helpen en wat je kunt doen als je per ongeluk toch weer vapet.

Wil je coaching bij het stoppen? Dan kan ook. Coaching wordt meestal helemaal vergoed door de zorgverzekering. 

Het is daarnaast handig om te weten dat stoppers last kunt krijgen van ontwenningsverschijnselen als hoofdpijn, boosheid, verminderde concentratie en slechte nachtrust. Dat komt doordat het lichaam eraan moet wennen dat het geen nicotine meer krijgt. Vaak zijn de ontwenningsverschijnselen de eerste twee tot vier dagen her ergst, daarna zwakken ze af. 

_Bron: Stopplan Vapen van het Trimbos-instituut_

## #Wat vinden jongeren?

Noah, Jaco, Jasmijn en Milou* zijn alle vier bovenbouwers van Driestar Gouda, onderdeel van de Driestar-Wartburg Scholengroep. 

 

### _Vapen jullie?_

Drie van hen schudden hun hoofd. Jasmijn: „Ik heb het weleens geprobeerd.”

### _Hoe zeg je nee tegen een aangeboden vape?_

Milou: „Ik heb er niet echt interesse in, want ik weet dat het slecht voor me is. En met mijn ouders heb ik afgesproken dat ze mijn rijbewijs betalen als ik niet rook, drink of drugs gebruik voor mijn achttiende.”

De andere drie knikken. Zij hebben die afspraak met hun ouders eveneens.

Noah: „Ik heb me weleens afgevraagd hoe vapes smaken, maar heb het nooit gedaan. Ik sport veel en wil graag gezond blijven.”

Jaco: „Ergens ben ik er wel nieuwsgierig naar, maar ik doe het niet. Ik heb een ziekte waardoor roken extra slecht voor me is.”

Jasmijn: „Ik heb het dus weleens gedaan. Het was lekker, maar ik heb nooit zelf een vape gekocht en ben niet verslaafd. Ik vind het niet erg om iets te proberen, maar vind het een stap te ver om er geld aan uit te geven.”

Noah: „Zo lekker is het volgens mij niet. Je voelt toch dat het slecht voor je is als je de rook inhaleert?”

Jasmijn: „Dat inhaleren maakt het juist zo lekker. Al moest ik er de eerste paar keer van hoesten. Maar je weet inderdaad dat het slecht is. Ik heb gehoord dat als je de vloeistof hebt opgerookt, je de vapebatterij begint op te roken.”

### _Vinden jullie dat een afspraak tussen jongeren en hun ouders helpt?_

Noah: „Dat ligt eraan hoe eerlijk je zelf bent. Ik ken genoeg jongeren die zo’n afspraak hebben, maar toch veel alcohol drinken.”

Jasmijn: „Mij hielp het wel. Sinds ik deze afspraak heb, vape ik niet meer. Ik vond het lekker om het af en toe te doen en het had voor mijn gevoel geen consequenties. Die zijn er nu wel.”

Milou: „De afspraak die ik met mijn ouders heb, neem ik heel serieus. Als ik de regels overtreed, wil ik ze dat eerlijk zeggen. Liever dat, dan dat ze er achteraf achter komen en ik mijn rijbewijs niet meer betaald krijg.”

### _Stelling: Een paar trekjes zijn zo slecht nog niet._

Noah: „Het punt is: als ik eraan begin, is de kans groter dat ik eraan verslaafd raak. Ik hoor vrienden weleens zeggen: ik geniet nu van het leven, maar als ik ouder ben stop ik met vapen. Dan denk ik: Lukt dat dan nog?”

Jaco: „Het roken van drugs lijkt me erger dan het roken van vapes.”

Jasmijn: „Maar vapen doe je als jongere weer makkelijker. En je raakt sneller verslaafd aan een vape dan aan een sigaret, omdat je met zo’n vape eerder telkens een trekje tussendoor neemt.”

Noah: „Ik weet dat er tieners zijn die ’s nachts wakker worden om even te vapen. Er zit nicotine in, dat is verslavend. Daarnaast bevat een vape nog veel meer andere stoffen dan je denkt.”

### _Krijgen jullie op school voorlichtingslessen over vapen?_

Noah: „Niet zo veel.”

Milou: „Op onze leeftijd is vapen toch vooral je eigen keus.”

Jasmijn: „Die voorlichting moet je dan bijvoorbeeld in de brugklas krijgen, niet in de bovenbouw.”

### _Zien jullie om je heen leeftijdsgenoten die verslaafd zijn aan vapen?_

Milou: „Ik ken leeftijdsgenoten die bij elke gezellige gelegenheid hun vape erbij moeten pakken. Of bij een uitje telkens even willen vapen.”

Jasmijn: „Ik ken ook iemand die verslaafd was aan vapen en blowen. Toen hij ermee stopte, kreeg hij allemaal nachtmerries waarna hij bezweet wakker werd. Hij was er echt ziek van.”

Noah: „Een vriend van mij begon slijm op te hoesten. Hij is daar zo van geschrokken, dat hij is gestopt.”

_*De namen van de geïnterviewde tieners zijn om privacyredenen gefingeerd. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend._

## #Wat vindt de school?

Ernst Adam, adjunct-directeur 4 en 5 havo bij Driestar Gouda, onderdeel van Scholengroep Driestar-Wartburg:

„Jongeren hebben eind vorig jaar in de vierde klas voorlichting gehad over vapen. Een huisarts kwam op school een presentatie geven over de gevolgen van vapen. Leerlingen lijken vapen onschuldiger te vinden dan roken. Vanwege alle vapes met smaakjes is het een laagdrempelige manier om aan roken te beginnen. 

De presentatie ging erover wat je nu eigenlijk inhaleert als je vapet. Het is een stukje feitelijke informatie. Want jongeren willen vaak niet alleen horen hoe slecht het is, maar waarom dan.

Het probleem van vapen op school is dat het vaak buiten gebeurt, uit het zicht van de docenten en conciërges. Daardoor is het soms lastig om hier direct op te reageren.

Soms merken we dat er ook in de toiletten wordt gevapet. Als we dat signaleren, proberen we te achterhalen wie erbij betrokken zijn. Waren vapes vroeger vrij geurloos en kwam je er als tiener ook mee weg als je achter in de bus rookte, nu is dat niet meer zo. Jongeren kiezen voor minder neutrale smaken. Vanille is bijvoorbeeld een populaire, met een duidelijke geur.

Als we jongeren betrappen met een vape, wordt die afgepakt. Ze kunnen die dan samen met hun ouders komen ophalen. Maar dat gebeurt zelden. Vaak gooien we ze uiteindelijk zelf weg.

Of we ons zorgen maken over het vapen? Ja, eigenlijk wel. Vooral omdat het zo laagdrempelig is. Leerlingen kunnen er heel gemakkelijk aan komen. Onderling wordt erin gehandeld. Ik heb weleens gehoord dat een handelaar met een auto tussen de flats bij onze school stopt om zijn vapes af te leveren bij een tussenhandelaar. Wordt er buiten het schoolplein gevapet, dan zijn ze uit ons zicht en kunnen we er weinig aan doen. Dat is frustrerend, omdat we weten dat vapes slecht en verslavend zijn voor de leerlingen. Dat is niet het enige probleem: we willen graag dat de school een plek is waar leerlingen veilig zijn. Dat wordt naar mijn idee minder als ze telkens vapes krijgen aangeboden. We vragen daarom ook aan ouders of ze willen opletten. Al diverse jaren sturen we als school een brief naar huis, waarin we dit punt aankaarten.

Niet alle leerlingen die vapen kopen overigens zelf vapes. Ik denk dat er een flinke club meevapers is. Tieners zijn overal vies van en drinken zeker niet uit elkaars bekers, maar ze nemen gerust om de beurt een hijs van dezelfde vape. Alsof het een vredespijp is. Het vapen lijkt wel voor verbroedering te zorgen; je laat ermee zien dat je bij hetzelfde groepje hoort.” 

## #Wat vindt de ouder?

## „De ongezonde gewoonten zijn niet beperkt tot vapen”

Christel*, moeder van tieners die naar een reformatorische middelbare school gaan/gingen:

,,Onze tweede puber (16) hebben we eens betrapt met een vape in bed. Mijn man zag rook kringelen boven zijn dekbed. We hebben de vape ingenomen en weggegooid. Maar kort daarna vonden we er opnieuw één. Hoe hij eraan komt? Via leeftijdsgenoten op school. Daar vinden allerlei handeltjes plaats, onder meer via SnapChat. Iedereen heeft wel vrienden of kennissen die vapes verhandelen.

Toen ik de tweede vape vond, heb ik die niet weggegooid. Wel ga ik met hem in gesprek. ,,Je weet dat het slecht voor je is”, zeg ik dan. „Doe het nu gewoon niet.” 

Pas zag ik een artikel op de NOS over vapen. Dan kopieer ik dat en stuur ik dat naar hem door. ,,Zie je, het is echt niet goed voor je”, zeg ik dan. Zo probeer ik het gesprek met hem aan te gaan. Maar ik ga niet zoeken naar zijn vapes. En kom ik ze bijvoorbeeld tegen in een jas die ik wil wassen, dan gooi ik die niet meer weg. Hij koopt toch weer een nieuwe. Het besluit om te stoppen moet uit hemzelf komen. Ik stop er soms wel een briefje bij: „Doe maar niet”. Met een hartje erop. 

Vapen is in ons huis maar een stukje van het hele pubergebeuren. Er zijn meer ongezonde gewoonten. Blikjes Monster zijn bijvoorbeeld ook verschrikkelijk slecht; daar zit echt troep in. Daarvan zeg ik ook dat ze het niet moeten drinken, maar dat doen ze toch. 

Ze beamen ook dat we gelijk hebben, dat het slechte gewoonten zijn. „We gaan proberen om het niet meer te doen”, is het dan. Maar ja.

Als ouders willen we niet elke keer een hoop ruzie over vapes of energiedrankjes. En we weten dat er vanzelf een periode komt dat ze beseffen dat er meer in het leven is dan dat. Ik denk dat het tot die tijd beter werkt om met hen in gesprek te blijven dan telkens de confrontatie aan te gaan.

Onze oudste twee zijn inmiddels van de middelbare school af. Maar ook op het (niet-reformatorische) mbo wordt flink gerookt, merken we. En niet alleen sigaretten en vapes: leerlingen zitten gerust stoned in de klas, als ik een van mijn zoons mag geloven. Dan ben ik blij dat hij alleen maar vapet.”

_De naam van Christel is om privacyredenen gefingeerd. Haar naam is bekend bij de redactie._

## Wat vindt de expert?

Kinderlongarts Sophie Cohen van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht:

,,Ik heb erg te doen met jongeren die door vapes slachtoffer worden gemaakt van een heel grote en boosaardige industrie. Elke puber wil dingen uitproberen, en de tabaksindustrie speelt daar vals op in door al heel jong een zeer verslavende stof bij hen te introduceren. Want hoe vroeger ze iemand vangen, hoe groter de kans dat diegene zijn leven lang klant blijft. 

 

Daarom houd ik me sinds een jaar of vier veel bezig met voorlichting rondom vapegebruik. In de hoop dat kinderen en jongeren vapen gaan zien als iets heel stoms wat ze echt niet willen proberen, omdat ze weten dat ze nog een hele tijd met hun lichaam moeten doen.

Wat er gebeurt als je vapet, is dat de vette vloeistof in de vape wordt verhit. Daar komt damp vanaf, die je inhaleert. Is het een smaakjesvape, dan zitten er in die damp ook allerlei chemicaliën, die niet bedoeld zijn om in te ademen. De damp komt in de luchtpijp terecht, waarna die naar de longblaasjes gaat. Vanaf daar wordt deze opgenomen in het bloed. Het duurt ongeveer zeven seconden voordat de stof in je brein zit en je de roes voelt. 

De nicotine, maar ook de chemicaliën, zijn slecht voor je lichaam. Vape je verspreid over de dag, dan is je lichaam heel de dag bezig met het opruimen van ingeademde vetcellen, waardoor het geen tijd heeft om zich te richten op dingen als zuurstof opnemen of virussen en bacteriën opruimen. Dat zorgt voor een kwetsbare gezondheid.

Daarnaast zorgt nicotineverslaving voor klachten als slecht slapen, altijd wakker worden met het gevoel te moeten vapen, trillen, zweten, somberheid en verminderde concentratie. Het zijn de klachten van een junk. 

In het ziekenhuis zien we soms jongeren met ernstig zuurstoftekort, een klaplong of longbloedingen. Dat is het topje van de ijsberg. Want er zijn veel meer jongeren met klachten. Hoesten bijvoorbeeld, vaker te maken krijgen met ontstekingen, of toenemende virusinfecties. Soms braken ze of krijgen ze neurologische klachten, wat kan duiden op nicotine-intoxicatie. 

Het punt is dat wij als artsen wel voorlichting kunnen geven, maar daarmee bereiken we niet alle jongeren. Daarom moeten we zorgen dat vapes zo moeilijk mogelijk te verkrijgen zijn. Door bijvoorbeeld te eisen dat tabakszaken over een vergunning beschikken en zich niet mogen vestigen in de omgeving van een middelbare school. Verder moet er meer toezicht komen op tabakszaken, want er worden nog te vaak vapes onder de toonbank verkocht. Ook sociale media moeten harder optreden tegen illegale vapehandel. Op dit moment is er een rechtszaak gaande tegen het onlineplatform Snapchat, onder meer vanwege de illegale vapehandel die daar plaatsvindt. Door sociale media te dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen, kan de verkoop van vapes misschien verder ingedamd worden."

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/worstelen-met-de-vape</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/worstelen-met-de-vape</guid>
            <pubDate>Wed, 07 Oct 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Terdege Kerstconcert 2026 - ticketverkoop gestart]]></title>
            <description><![CDATA[## Datum en locatie
Dinsdag 15 december, 20.00-22.15 uur
Sint-Jan Gouda

## Musici
- Kleinkoor Cantilene o.l.v. Leander van der Steen
- Solist Jacomina van der Plas
- Solist Annejaap Soldaat
- Christelijk ensemble Parlando o.l.v. Leander van der Steen, Martien van der Zwan, vleugel
- Een koperkwartet met Henk-Jan Drost (trompet), Joost Keizer (trompet), Maurits Willemsen (trombone) en Pier de Jong (hoorn)

## Meditaties en toelichting
Tussen de muzikale bijdragen door verzorgt ds. Joppe meditaties over Titus 2 vers 11: ‘Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.’

## Tickets 
Abonnees: € 18,50
Niet-abonnees: € 26,-
Kinderen t/m 14 jaar: € 7,-



]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/terdege-kerstconcert-2026</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/terdege-kerstconcert-2026</guid>
            <pubDate>Tue, 06 Oct 2026 14:09:29 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Met Terdege op reis naar Schotland]]></title>
            <description><![CDATA[We bezoeken onder meer St. Giles’ Cathedral in Edinburgh (waar John Knox preekte), het John Knox House en de M’Cheyne Memorial Church. St. Andrews heeft een bijzondere plaats in de Schotse kerkgeschiedenis. In het kasteel, dat nu een ruïne is, verbleef John Knox. Geniet van de ruige Hooglanden, met hoogtepunten als Ben Nevis, Loch Ness, Loch Lomond en de spectaculaire bergvallei van Glencoe. Een bezoek aan Balmoral Castle geeft de reis een koninklijk tintje. 
Steekt u met ons de Noordzee over?

De reis in 2026 is gewaardeerd met een 9,3!

**Datum: 12 t/m 21 april 2027**

## Reisleiding
Ds. C.P. de Boer, Christelijk Gereformeerd predikant te Renswoude, docent aan het HHS en scribent van Terdege en Girtruud Harbers, bladmanager Terdege.

 

## Prijzen
**Terdege-abonnees** betalen € 2099,- p.p. **RD-abonnees** € 2149,- p.p. en **niet-abonnees** € 2199,- p.p. Toeslag eenpersoonskamer/hut € 550,-.

Bij de prijs inbegrepen: vervoer per luxe touringcar, koffie met lekkers voor we aan boord gaan, overtocht met boot, overnachtingen op basis van halfpension (ontbijt en diner), genoemde excursies en entreegelden.

## Opstapplaatsen
Heinenoord, Meerkerk en Barneveld (A1 bij de Goudreinet)

## Aanmelden
Vóór 1 februari 2027. Vol is vol! U dient in het bezit te zijn van een ETA (digitaal visum kosten circa £ 20,00 p.p.) en een geldig paspoort.



Terdege heeft het reisprogramma bepaald en de reisleiding gekozen. U gaat de reisovereenkomst aan en boekt rechtstreeks via terdege.nl bij de reisorganisator Brabant Expres Reizen. Het minimumaantal personen voor deze reis is 30. Als u geen internet heeft, kunt u zich telefonisch aanmelden bij Brabant Expres Reizen via 088-5060310.

**NB:** Deze reis is niet geschikt als u met lopen afhankelijk bent van een rollator i.v.m. oneffen terrein en hoogteverschillen.


 
Bekijk [hier](https://prod1-plate-attachments.s3.amazonaws.com/attachments/d2b5118cd4/Bijlage%202%20Brabant%20Expres%20Reizen-14892.docx) de basisrechten voor pakketreisovereenkomsten krachtens EU-richtlijn.]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/met-terdege-op-reis-naar-schotland</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/met-terdege-op-reis-naar-schotland</guid>
            <pubDate>Tue, 06 Oct 2026 07:15:43 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Rapportcijfers Spaans koningshuis tonen stijgende lijn]]></title>
            <description><![CDATA[De angst staat in zijn ogen, als koning Felipe op 3 november 2024 Valencia bezoekt. Modder suist langs zijn oren, maar nog erger zijn de woedende kreten van de menigte. Toch houdt de koning zijn rug recht. Enkele dagen eerder heeft de regio Valencia te maken gehad met een grote overstroming, met 238 doden tot gevolg. Dat dit heel anders had kunnen aflopen als de politiek eerder had ingegrepen, maakt de inwoners woest. 

Terwijl de modder door de lucht vliegt, probeert de koning het gesprek aan te gaan. Met succes. Na afloop van het veelbewogen bezoek wordt hij gezien als de man die wél de waarheid onder ogen durft te komen, in tegenstelling tot de politiek. 

Het is niet de eerste keer dat Felipe bewijst dat hij onder grote druk kan presteren. Als in 2017 de regio Catalonië zelfstandig wil worden en een referendum beraamt, treedt hij ferm op. In een televisietoespraak laat Felipe weten dat de grondwet het fundament is van Spanje. Als partijen via een andere weg aan de macht willen komen, zullen alle mogelijke middelen daartegen worden ingezet. De daadkracht van Felipe wordt gewaardeerd, behalve door de kritische Catalanen. Anno 2026 ligt een koninklijk bezoek aan Catalonië nog steeds heel gevoelig.  

## ‘Stofwolk’

Het ferme optreden van Felipe is niet de enige verklaring voor de stijgende rapportcijfers van de Spaanse monarchie. De dikke onvoldoende is inmiddels een 6,6 geworden. Deze stijging hangt ook nauw samen met een grondige ‘schoonmaakbeurt’. Toen Felipe in 2014 op de Spaanse troon kwam, lag er in iedere hoek van het paleis een spreekwoordelijke stofwolk. Corruptie, minnaressen, geheime bankrekeningen, een olifantenjacht: Juan Carlos had er een ware puinhoop van gemaakt. En dat terwijl hij in de jaren 70 zijn land nog redde van een dictatuur.   

Felipe besloot een nieuwe start te maken, door af te zien van de toekomstige erfenis van zijn vader. Ook maakte hij zijn bankrekening openbaar. Daar stond ‘slechts’ 2,2 miljoen euro op. Voor koninklijke begrippen toch wel een schijntje. Ter vergelijking: alleen de speedboot van koning Willem-Alexander kost al zo’n 2 miljoen euro. Om nieuwe problemen te voorkomen, stelde Felipe ook gedragsregels op. Familieleden mochten voortaan geen grote geldbedragen of geschenken meer aannemen. De cadeaus die via de officiële weg de Spaanse monarchie bereiken, worden ieder jaar keurig openbaar gemaakt. Per persoon, per gelegenheid. 

 

Transparantie en daadkracht zou je dus de codewoorden van de Spaanse koning kunnen noemen. Maar er is nóg iets wat meespeelt. Samen met zijn vrouw Letizia is Felipe hard aan het werk gegaan. Iedere dag heeft hij meerdere ontvangsten in zijn agenda staan. Media zijn daarbij welkom, zodat zichtbaar wordt wat hij doet. Ook het aantal bezoeken is opgeschroefd. De Spanjaarden krijgen zo een belangrijke boodschap binnen: Felipe mag dan in een paleis wonen, hij werkt even hard als de rest van de bevolking.

## Stoere kroonprinses

Wie steeds meer aanhaakt bij het koninklijke werk, is Leonor. Na de middelbare school schreef de kroonprinses zich in voor een loodzware, militaire opleiding van maar liefst drie jaar. Leonor leerde vliegen, tijgeren en voer met een zeilschip van Spanje naar Amerika. 

Tijdens de opleiding kreeg ze beslist geen andere behandeling dan de rest van de militairen. De beelden van de stoere prinses gingen de hele wereld over. Inmiddels heeft Leonor de militaire opleiding achter de rug. De komende tijd zal ze betrokken blijven bij het leger. Daarnaast volgt ze nu een pittige studie politicologie in Madrid. Waar veel van haar koninklijke leeftijdsgenootjes de vleugels uitslaan in het buitenland, laat Leonor zo zien dat ze vol voor Spanje gaat. En met succes. Waar de Spaanse monarchie al een mooie 6,6 krijgt, wijzen onderzoeken uit dat de cijfers van Leonor nog hoger zijn: tussen de 7,7 en de 8,2. Er gloort dus hoop aan de horizon voor de Spaanse monarchie. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/rapportcijfers-spaans-koningshuis-tonen-stijgende-lijn</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/rapportcijfers-spaans-koningshuis-tonen-stijgende-lijn</guid>
            <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 12:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De meester krijgt een bordje ganzenvlees]]></title>
            <description><![CDATA[Het vlees kwam uit groep 8. De meester, die in zijn vrije tijd jager is, had een gans meegenomen naar school. In de klas werd het wildbraad met grote belangstelling gefileerd en later gebakken. De kinderen hadden er al dagen naar uitgekeken en vanaf vandaag weet bijna de hele groep hoe gans smaakt.

„Meester, mijn moeder gelooft nooit dat ik wilde gans heb gegeten!”

Ik geniet ervan als ik zoiets hoor en zie. Een juf of meester die iets meeneemt naar de klas, waardoor kinderen zich verwonderen. Een kuikentje dat uit het ei kruipt, een vlinder die uit zijn cocon komt …

Het doet me goed om kinderen zo bezig te zien. Ze zijn nieuwsgierig en willen ontdekken. Dit zijn ook de dingen die je als kind vaak een leven lang onthoudt.

 

Ik weet nog dat mijn meester in klas 3 ons leerde hoe je planten kon stekken. Een blaadje van het kindje-op-moeders-schoot ging in de potgrond, daarna in een potje, een boterhamzakje eromheen en klaar. Huiswerk opgeven was niet nodig. Binnen de kortste keren was mijn slaapkamer veranderd in een kleine plantenkas. Zo’n leerkracht kan iets in een kind wakker maken. Verwondering. Nieuwsgierigheid. Enthousiasme.

En misschien is dat wel een van de mooiste dingen van onderwijs: dat je kinderen ergens bij kunt brengen waar ze nog niets van weten en dat je vervolgens samen met hen verwonderd mag zijn.

Wat maakt het dan uit dat de taalles een kwartiertje later begint of helemaal niet doorgaat? Een goede juf of meester weet er toch wel een les uit te halen. Hoeveel kuikentjes zijn er inmiddels uit het ei? Hoe schrijf je cocon? Het groot is een stukje ganzenvlees van 10 gram?

Ik kijk nog eens naar mijn bordje. Vijf stukjes van 10 gram. Het water loopt me in de mond.

_School en schrijven horen voor Rijk Arends bij elkaar. Behalve echtgenoot en vader is hij locatiedirecteur van een basisschool en kinderboekenauteur.­_

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-meester-krijgt-een-bordje-ganzenvlees</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-meester-krijgt-een-bordje-ganzenvlees</guid>
            <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 10:05:23 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De woonkamer van de familie Verheij]]></title>
            <description><![CDATA[**HUIS:** „Dit huis aan de Lekdijk is ooit gebouwd door de vader van Derrick, dus hij is hier vrijwel helemaal opgegroeid. Acht jaar geleden hebben we het huis overgekocht en compleet verbouwd. We hebben daarbij wel kleine dingen als aandenken intact gelaten: in de woonkamer hebben we bijvoorbeeld nog een deel van de oude, stenen muur laten staan. En de geveltekst ”Anno 1991” van opa Verheij is natuurlijk ook gebleven, die maakt het huis voor ons extra speciaal.”

**BIJZONDER:** „Door de familiegeschiedenis zit dit huis vol met warme herinneringen. Vooral voor Derrick komen er regelmatig oude herinneringen omhoog. Laatst bracht hij onze twee jongste meiden naar bed en besefte toen hij dat hij vroeger samen met zijn broer in precies dezelfde kamer sliep. Vanuit het slaapkamerraam keek hij ook toen al graag naar de boten op de Lek en naar het dorp Lekkerkerk aan de overkant. Van dat uitzicht genieten wij nu samen nog steeds.”

 

**FAVORIET:** ..Zonder twijfel de salontafel die ik samen met Derrick heb gemaakt. Ik hou namelijk erg van interieur en styling. Ik vind het enorm leuk om doe-het-zelfprojectjes te bedenken en geef soms interieuradvies. En al komt er door de drukte niet altijd van, juist daarom is het zo leuk dat dit er staat: een meubelstuk met ons eigen verhaal samen. Maar ook de keukentafel is fijn: de gezellige centrale plek in ons huis. Lekker dicht bij het koffiezetapparaat en de koelkast, haha. Verder verzamelen we graag de leuke kringloop parels die links en recht te vinden zijn.”

**LEUK VOORVAL:** „Onze gouden wandlamp heeft ooit voor de nodige spanning gezorgd. Want onze Roze dacht waarschijnlijk dat het een soort klimrek was en besloot heel enthousiast eraan te gaan hangen. Gelukkig liep het goed af, maar we zullen dat moment niet snel vergeten! Ook loopt er in de winter weleens een muisje rond: dat heeft ook al voor heel wat taferelen gezorgd. Zo vond ik op een avond een muis in de kast en zat ik daarna op de bank te wachten tot Derrick thuiskwam om hem te vangen, haha.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-woonkamer-van-de-familie-verheij</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-woonkamer-van-de-familie-verheij</guid>
            <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 10:01:02 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Berlijnse Muur moest leegloop van Oost-Duitsland tegengaan]]></title>
            <description><![CDATA[Het jaar 1961 was een een onrustig jaar. De Koude Oorlog – de grote spanning tussen het kapitalistische Westen en het communistische Oosten – duurde op dat moment zo’n vijftien jaar. In Amerika trad een nieuwe president aan: John F. Kennedy werd in januari beëdigd en hij zou het zwaar krijgen. Alleen 1962 zou nog spannender worden, met de Cubacrisis, die de wereld aan de rand van een kernoorlog bracht.

De Koude Oorlog was ook in Europa voelbaar, vooral in Duitsland. Dat land was na de Tweede Wereldoorlog in vieren gedeeld. Zo hoopten de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en Frankrijk te voorkomen dat het land weer machtig en gevaarlijk kon worden. De Duitse hoofdstad vormde een geval apart: Berlijn lag midden in het Sovjetdeel, maar de andere Geallieerden wilden die stad niet in Sovjethanden geven. Daarom spraken zij af dat de stad, net als het land, in vier bezettingszones verdeeld zou worden.

Dat vrije, westerse stukje Berlijn was een doorn in het oog van de Sovjets en de Oost-Duitse regering. De Sovjets probeerden in 1948 West-Berlijn af te knijpen, door alle aanvoerwegen af te sluiten, maar een Amerikaanse ‘luchtbrug’ dwarsboomde dat plan. West-Berlijn bleef vrij. 

## Etalages

En dat was te merken ook. Een Amerikaanse historicus noemde West-Berlijn een „permanente reclame voor het kapitalisme”. Mensen uit Oost-Duitsland die in West-Berlijn werkten – zo’n vijftigduizend – zagen etalages vol kleding en luxeproducten die in de DDR nauwelijks verkrijgbaar waren. Belangrijker nog: in het westen gold vrijheid van meningsuiting, terwijl in het oosten alles werd gecensureerd.

„Je hoefde maar in een metro of trein te stappen en dan was je zo in een andere wereld”, vertelde iemand uit Oost-Berlijn. „Je kon in twee minuten van het socialisme naar het kapitalisme reizen.” 

Wie eenmaal in West-Berlijn was, kon zonder problemen naar West-Duitsland vertrekken. In 1961 bleek dat sinds 1949 2,7 miljoen Oost-Duitsers hun communistische ‘heilstaat’ waren ontvlucht. Alleen in juli – de maand voor de bouw van de muur – waren dat meer dan 30.000 mensen geweest. 

Dit was niet alleen slechte reclame voor het communisme, het vormde ook een praktisch probleem, omdat vooral hoogopgeleide mensen de benen namen.

Geen wonder dat de regering van Oost-Duitsland – en daarachter de regering van de Sovjet-Unie – worstelde met de kwestie Berlijn. De Oost-Duitse leider Ulbricht wilde al in de jaren vijftig sluiting van de grens, maar Moskou hield hem steeds tegen. De Sovjetleiding was bang dat een muur het failliet van het communisme zou tonen. Uiteindelijk was het de Sovjetleider Chroesjtsjov die de knoop doorhakte. Later zei hij dat de muur „een onaangenaam ding” was, maar ook de „enige mogelijkheid die restte”.

 

## Spookstations

Dus werd midden in augustus in de nacht van zaterdag op zondag begonnen met de bouw. Grenswachten stuntelden met rollen prikkeldraad en kniptangen, maar de muur kwam er. Uiteindelijk zou hij ruim 156 kilometer lang worden; daarvan liep iets meer dan 43 kilometer door stadsgebied. Om de halve kilometer stond een bewakingstoren, in totaal telde de muur 302 van die ”Beobachtungstürme”.

Hoewel ”de” Berlijnse muur klonk alsof het om één muur ging, bestond de afscheiding uit meerdere muren. Vanuit de Oost-Duitse kant gezien, was de eerste versperring een betonnen muur met prikkeldraad. Achter die muur stond een hekwerk van metalen draden. Werd zo’n draad aangeraakt, dan ging er een alarm af. 

Bewakers patrouilleerden  – soms met honden – over een weg direct achter het elektrische hek. Langs de rand van die weg liep greppel om te voorkomen dat vrachtwagens de grens zouden passeren. Daarna volgde de echte grensmuur, die eerst van bakstenen en later van hoge betonnen delen was gemaakt. Die muur was witgeverfd, zodat bewakers eventuele vluchtelingen ook ’s nachts goed konden zien en neerschieten.

Omdat de muur dwars door de stad liep, werden ook ramen die aan West-Berlijn  grensden, dichtgemetseld. Grenswachten sloten riolen af, metro's reden zonder te stoppen door verlaten ‘spookstations’, zodat passagiers niet konden uitstappen.

## Brandweerwagen

De muur rukte families en vrienden uiteen. Sommige mensen keken met een verrekijker over de muur, in de hoop familieleden aan de andere kant te kunnen zien. Twee zussen, die een paar huizen van elkaar woonden, konden elkaar niet meer bereiken door de afscheiding. Acht dagen na de bouw van de muur sprong de Oost-Duitse zus uit het raam van de derde verdieping in een poging West-Berlijn te bereiken. Ze viel op de stoep en overleed, een dag voor haar verjaardag. 

Zo probeerden meer mensen alsnog te vluchten. Een vrouw van tachtig sprong ook en kwam om. Bijna zestig mensen ontsnapten via een tunnel. Twee families vluchtten met een zelfgemaakte heteluchtballon. 

Een ooggetuige in West-Berlijn zag hoe ’s morgens rond een uur of zeven een brandweerwagen zonder zwaailichten of sirenes over de Harzer Straße richting de Lohmühlenbrug reed en stopte naast een van de appartementengebouwen in Oost-Berlijn. „De brandweerlieden waren blijkbaar geïnformeerd dat mensen van plan waren uit het raam te springen. Het veiligheidsnet werd uitgerold en de mensen sprongen een voor een naar de vrijheid.” 

## Berliner

De Berlijnse Muur kostte minstens 140 mensen het leven. Ruim honderd vluchtelingen werden tijdens een ontsnappingspoging doodgeschoten of verdronken of verongelukten. Nog eens 31 mensen zonder vluchtplannen kwamen om het leven, zoals spelende kinderen, voorbijgangers en één Sovjetsoldaat. Acht Oost-Duitse grenswachten verloren het leven: gedood door vluchtelingen of door kogels van collega's.

Het aantal slachtoffers nam na de eerste jaren sterk af. Niet omdat de DDR milder werd, maar omdat de grens steeds beter werd bewaakt. Vluchtpogingen werden daardoor veel moeilijker. Overigens kregen familieleden meestal een onjuiste doodsoorzaak te horen: een verdrinking, een verkeersongeluk of zelfs zelfmoord. Pas na het einde van de Koude Oorlog, toen de archieven van de geheime politie opengingen, ontdekten veel families wat er werkelijk was gebeurd.

Twee jaar na de bouw van de muur hield president Kennedy een toespraak in West-Berlijn: „Alle vrije mensen, waar ze ook leven, zijn burgers van Berlijn, en dus ben ik, als vrij man, er trots op te kunnen zeggen „Ich bin ein Berliner”!” Maar het zou tot de val van de muur in november 1989 duren, voordat alle mensen in Berlijn konden zeggen dat zij vrij waren.

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/berlijnse-muur-moest-leegloop-van-oost-duitsland-tegengaan</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/berlijnse-muur-moest-leegloop-van-oost-duitsland-tegengaan</guid>
            <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 09:59:09 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Ineens stond mijn leven stil]]></title>
            <description><![CDATA[Op het moment dat de dagen zich aaneenregen en herstel op zich liet wachten, ging mijn bovenkamer wel wat overuren draaien. Stel dat ik dag in, dag uit bedlegerig zou zijn? En niet de kracht zou hebben om voor de kinderen te zorgen, het huishouden te doen, boodschappen te halen, eten te koken en nog een scala meer van activiteiten die op de schouders van een moeder rusten? 

Het is niet verkeerd om stilgezet te worden in de sneltreinvaart van het leven. De dagen, weken en maanden snellen voort. Is gezondheid voor mij eigenlijk een vanzelfsprekendheid? Alsof alles zomaar gaat? Ik moest diep het hoofd buigen. 

Wat is het een bijzondere zegen om gezond te mogen zijn. Om iedere dag opnieuw kracht te krijgen. Om erbij stil te staan dat niet alles normaal is. Onverdiend. 

 

Terwijl ik ziek op de bank lag, las ik een verhaal van een jonge meid die dag in, dag uit op bed ligt. Dit is één verhaal. Maar hoeveel meer verhalen zijn er niet geschreven of zouden er geschreven kunnen worden? Van kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen, door lichamelijke of psychische ziektes of zwaktes aan bed gekluisterd. Dan is gezondheid niet zomaar iets. 

Een paar weken later las ik in een psychologisch blad een paar korte interviews met ouders die vertelden over hun kind dat euthanasie had gepleegd, omdat het leven te zwaar was geworden. Jongeren in de kracht van hun leven.

Mijn ziek-zijn bracht me op de knieën. Het maakte me heel stil. Ik mocht herstellen. De Heere gaf onderscheid waar het niet is. Verwondering bleef over. „Heere, mag ik blijven buigen onder al Uw onverdiende goedertierenheden? Dat ik dit mag blijven beseffen. En wilt U in genade in tijden van lijden een ander geven wat nodig is. Zodat het dragelijk mag blijven.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ineens-stond-mijn-leven-stil</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ineens-stond-mijn-leven-stil</guid>
            <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 09:55:23 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Bandanaketting: zo maak je hem ]]></title>
            <description><![CDATA[## Dit heb je nodig

 

- Restje soepele, lichte stof zonder rek
- Bedel, goud
- Buigring ø12 mm, goud
- 2 kralen ø 9 mm, goud 
- Karabijnslot, goud
- 2 buigringen ø 8 mm, goud
- 2 eindkapjes met oog voor 5 mm koord 
- Verlengketting druppel, goud
- Sieradenlijm (of secondelijm)
- Platbektang

## Waar vind je het?

## Stap 1

 

Knip een lapje stof van 6 x 55 cm. (Voor kinderen: 50 cm.)

## Stap 2

 

Vouw de stof met de lange zijdes naar elkaar toe en de goede kanten op elkaar. Stik de lange zijde dicht. 

## Stap 3

 

Keer de stof naar de goede kant. Dit kun je doen door een veiligheidsspeld bij de ene opening door de stof te halen. 

 

## Stap 4

 

Vervolgens duw je die door de tunnel naar de andere zijde en zo keer je de stof met de goede kant naar buiten. 

## Stap 5

 

Vouw de grote buigring open met het tangetje en haal de bedel erdoor.

## Stap 6

 

Hang de bedel aan de stoffen ketting en maak aan beide zijden een knoopje op de door jou gewenste afstand.

## Stap 7

 

Rijg nu de kralen aan beide zijden van de ketting, tot aan de knopen. 

## Stap 8

 

Knip de ketting door op de gewenste lengte. Kun je niet passen, reken dan voor een kind een totale lengte van ongeveer 37 cm. Voor een volwassene kun je 45-50 cm rekenen. (Hier komt straks nog de lengte van de sluiting van de ketting bovenop.) Dit wordt de kortste lengte  van de ketting. Door de verlengketting kun je hem uiteindelijk nog langer maken.

## Stap 9

 

Vouw de stof aan het uiteinde van de ketting naar elkaar toe en draai er een stukje garen omheen. Hierdoor krijg je de stof straks makkelijker in het eindkapje

## Stap 10

 

Doe wat lijm in het eindkapje en op het uiteinde van de ketting. Stop het uiteinde van de ketting in het eindkapje en houd even vast. Wanneer je de stof er niet goed in krijgt, kun je hem met een speld verder drukken.

## Stap 11

 

Buig de buigring van 8 mm open en haal hem door het oog van het karabijnslot en het eindkapje. Buig de buigring weer dicht.

## Stap 12

 

Herhaal stap 9-11 voor de andere kant, maar hang hieraan de verlengketting in plaats van de karabijnsluiting.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/bandanaketting-zo-maak-je-hem</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/bandanaketting-zo-maak-je-hem</guid>
            <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 09:18:56 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Extreem gericht op gezond eten]]></title>
            <description><![CDATA[Influencers op sociale mediakanalen, waaronder Instagram, Snapchat en TikTok, doen ook een duit in het zakje. Zij zijn niet ter zake kundig, maar propageren zogeheten ”schone voeding”. Gemma Sharp, hoogleraar lichaamsbeeld, eet- en gewichtsstoornissen van de Adelaide University in Australië, is bezorgd dat de aandacht hierdoor verschuift van evenwichtige voeding naar een beperkend dieet. Als vervolgens iemands eigenwaarde afhangt van het mijden van ‘onzuivere’ voedingsmiddelen, kan de aandacht voor voedsel ontaarden in een intense obsessie: mensen voelen zich angstig of schuldig als ze niet aan het ideaal van ”schone voeding” voldoen. Deze aandoening wordt orthorexia nervosa genoemd, een overmatige fixatie op gezond eten. Hieronder lijden hun gezondheid, sociale relaties en algehele levenskwaliteit.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/extreem-gericht-op-gezond-eten</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/extreem-gericht-op-gezond-eten</guid>
            <pubDate>Thu, 01 Oct 2026 07:04:08 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Heerlijk slenteren door zeven straatjes in Arnhem]]></title>
            <description><![CDATA[Om te beginnen kun je bij Craft Coffee & Pastry volop genieten van glutenvrije produkten. Wij proeven de boterkoek en cinnamon roll –  echt heerlijk! En terwijl jij daar van al het lekkers zit te smullen, bakken ze gewoon door.

 

Schuin tegenover de glutenvrije bakkerij staat de Eusebiuskerk of Grote Kerk. Al in 1452 werd begonnen met de bouw ervan. In 1944 is het bedehuis zwaar beschadigd geraakt bij de Slag om Arnhem, maar daarna werd de historische kerk hersteld. Het gebouw is een rijksmonument. Binnen valt er veel te zien, en als je geen hoogtevrees hebt, ga dan naar boven om te geniet van de vergezichten vanaf de glazen balkons aan de toren.

## ‘Snoepwinkel’

Wij stappen ook Oud & R-style binnen, aan de Bakkerstraat. Wat een prachtige zaak. Hier toveren ze onder andere vazen en beelden om tot unieke lampen met handgemaakte kappen. Er is enorm veel keus aan stoffen, je komt ogen tekort. Wat een genot om hier rond te lopen. Ook poefen en kussens worden hier gemaakt. En dan al die mooie storytiles, de handgemaakte, keramische tegeltjes waarop unieke miniatuurverhalen en kunstwerkjes zijn afgebeeld! Echt een snoepwinkel. Vanaf oktober opent Oud & R-style  in een historisch pandje bovendien een kleurrijke stoffenwinkel, die ook raambekleding en stofferen gaat aanbieden.

Dille en Kamille, eveneens in de Bakkerstraat, nodigt altijd uit om rond te snuffelen. De dames hier zijn al ijverig bezig voor de herfsttafel. Bij het zien van al die appels, peren en paddenstoelen krijg je meteen zin in koken en bakken.  Dit is ook echt een winkel waar je goed terecht kunt voor mooie cadeautjes.

## Vintage

 

En natuurlijk: kleding shoppen kan ook in de zeven straatjes, keus genoeg van vintage tot leuke boetiekjes. Elke zaak heeft een eigen verhaal en passie. We voelen ons welkom in de winkels en worden erg gastvrij ontvangen.

Tijdens of na het winkelen kun je ook verderop genoeg genieten van culinaire specialiteiten. Of je nu zin hebt in koffie met iets huisgemaakts, thee, lunch of een diner: er is ook in dit opzicht voor ieder wat wils. Wij strijken neer bij koffiebar Frenkie. Een goede keus!

En dan nemen we de tijd om bij Tout Petits rond te kijken. Hier wil je weer kind zijn. Ze hebben er de mooiste, liefste en schattigste kindercadeautjes.

Een prachtige plek om deze mooie dag af te sluit blijkt Park Sonsbeek te zijn, twintig minuten lopen vanaf het centrum. Na de mooie wandeling door het park drinken we in de Stadsvilla Sonsbeek nog een koffie, met uitzicht op de stad.

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/heerlijk-slenteren-door-zeven-straatjes-in-arnhem</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/heerlijk-slenteren-door-zeven-straatjes-in-arnhem</guid>
            <pubDate>Thu, 01 Oct 2026 06:39:06 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Drones zijn overal]]></title>
            <description><![CDATA[Augustus 2026. Op de luchthaven van Leipzig wordt bij toeval een drone ontdekt die bij een Oekraïens vrachtvliegtuig van vliegtuigbouwer en luchtvaartmaatschappij Antonov vliegt. Na onderzoek blijkt dat het vliegende object is voorzien van een explosief. Dat explosief gaat niet af, vermoedelijk doordat de ontsteking niet goed werkt. Niet veel later vliegt een vrachtvliegtuig vlakbij Leipzig tegen een onbekend vliegend object aan. Het vliegtuig van pakketbezorger DHL loopt lichte schade op, maar kan veilig landen in Hannover.

November 2025. België registreert binnen één week tien aparte incidenten die het vliegverkeer op Belgische luchthavens verstoren. Duitsland zag in 2025 een toename van meer dan 30 procent in luchtverkeersverstoringen door drones ten opzichte van het jaar ervoor.

September 2025. Kopenhagen Airport moet bijna vier uur het luchtruim sluiten, nadat meerdere grote drones herhaaldelijk worden waargenomen. Ook het vliegveld in Oslo sluit die avond tijdelijk het luchtruim. De verstoring treft meer dan 20.000 reizigers. Het is de grootste drone gerelateerde verstoring van heel 2025.

## Kazerne

Ook in eigen land neemt het aantal meldingen met drones toe. Begin april 2026 werden er onbekende drones gesignaleerd boven beveiligde en gevoelige locaties, waaronder de omgeving van Drakensteyn – het woonhuis van prinses Beatrix – , een kazerne van de Koninklijke Marechaussee en de goudkluis van De Nederlandsche Bank in Huis ter Heide. Daar liggen voorraden bankbiljetten, munten en goudstaven die bij elkaar zeker 15 miljard euro waard zijn.

In november en december 2025 waren er meerdere mysterieuze drone-incidenten boven de militaire Vliegbasis Volkel in Noord-Brabant. De basis geldt als een extra gevoelig doelwit, vanwege de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens en operationeel inzetbare F-35-gevechtstoestellen.

Het vliegen met drones in de omgeving van vliegvelden is streng verboden. Het leidt tot onveilige situaties. Het ministerie van Defensie neemt hiertegen maatregelen, maar doet om „operationele en veiligheidsredenen” geen uitspraken over de soort inzet en welke middelen worden ingezet.

## Wapens

Drones lijken onschuldig, maar kunnen meer dan alleen filmen. Ze kunnen ook wapens of explosieven dragen, en vormen daarmee een reëel veiligheidsrisico. De eenvoudigste manier om in te grijpen, is de bestuurder opsporen en de drone laten landen. Maar dat lukt niet altijd: drones kunnen op grote afstand of zelfs volledig geprogrammeerd vliegen. De bestuurder is dan niet in de buurt.

Voordat een drone kan worden neergehaald of onderschept, moet hij eerst herkend en gevolgd worden. En daar gaat het nog vaak mis. Drones vliegen laag en worden op radars van vliegvelden vaak niet goed gezien.

Een drone uitschakelen, kan met wapens, luchtdoelkanonnen of helikopters, maar dat is duur en riskant. Je kunt bovendien niet overal afweersystemen neerzetten. Kogels of raketten die drones uit de lucht moeten halen, kunnen ook ergens anders terechtkomen. In Polen ging het onlangs mis: een raket die een Russische drone moest raken, miste doel en sloeg in, in het dak van een huis.

 

## Ontwikkeling 

Drones spelen een steeds belangrijkere rol binnen de Nederlandse krijgsmacht. Waar onbemande systemen vroeger vooral als hulpmiddelen voor verkenning werden gezien, worden ze tegenwoordig ingezet voor het verzamelen van inlichtingen, observatie en ondersteuning van militaire operaties. De ontwikkeling van de oorlogvoering in onder meer Oekraïne heeft bovendien duidelijk gemaakt hoe belangrijk drones zijn geworden op het moderne slagveld.

Een belangrijk Nederlands dronesysteem is de MQ-9 Reaper van de Koninklijke Luchtmacht. Dit onbemande vliegtuig kan langdurig in de lucht blijven en is uitgerust met verschillende sensoren, waaronder camera's voor dag- en nachtzicht en radar. Een vlieger en sensoroperator besturen het toestel vanuit een grondstation.

Eind augustus maakte de Koninklijke Luchtmacht bekend ook te oefenen met bommen en raketten onder de onbemande Reaper. Het daadwerkelijk schieten met scherp op oefendoelen, moet nog voor het einde van dit jaar plaatsvinden. Defensie is sinds begin 2024 met twee Reapers actief in Roemenië om inlichtingen te verzamelen aan de oostflank van het NAVO-grondgebied en de Zwarte Zee. Een Reaper kan pakweg 27 uur onafgebroken in de lucht blijven. Met zware bewapening slinkt de vliegduur naar zo’n 14 uur.

## Voorsprong

Hoe drones de defensiemarkt veroveren, was afgelopen juni duidelijk zichtbaar op Eurosatory in Parijs, de grootste defensiebeurs van Europa. Als er een land is dat noodgedwongen een voorsprong heeft wat betreft drones is het Oekraïne. Maar liefst 80 bedrijven uit dat land waren present, tegen vijf op de vorige editie van Eurosatory in 2024.

Het conflict tussen Rusland en Oekraïne is heftig, over en weer. Er worden nog wel tanks en gevechtsvliegtuigen ingezet, maar drones voeren de boventoon. En creëren de meeste slachtoffers. Volgens schattingen van militaire analisten lanceerde Rusland dit jaar tot wel 6500 drones per maand. Oekraïne slaat terug en heeft een enorme productiecapaciteit opgebouwd. Jaarlijks zou het land goed zijn voor de productie van ruim 8 miljoen drones.

 

De hele defensiewereld wil weten hoe de Oekraïners dat toch presteren. Arunis Kumpis, vrijwilliger in het Oekraïense leger, sprak van de ”eeuw van drones”. Waar in 2022 artillerie de kansen op het slagveld bepaalde, zijn het nu onbemande vliegtuigen, bootjes en voertuigen. Die kunnen aanvallen en verdedigen. En elektronisch oorlog voeren. „Wie controle over de signalen heeft, heeft een voorsprong.” Volgens Kumpis valt aan beide zijden van het conflict 80 procent van de slachtoffers door drones.

Bedrijven pikken graag een graantje mee op de dronemarkt. Zoals de Nederlandse startup Hyllus, gevestigd in Enschede. Pronkstuk van Hyllus (motto ”spaar mensen, stuur robots”) bestaat alleen nog op papier: de HS-SuperSpeed 700, bijgenaamde ”Nederlandse bliksem”. Een drone die met een snelheid van 700 kilometer per uur met een 2 kilo zwaar explosief tot 30 kilometer ver kan aanvallen.

Hyllus levert aan én leert van Oekraïne, aldus directeur Albin Sela. „Ons team opereert direct aan de frontlinie met Oekraïense brigades. Eenheden gebruiken onze systemen in het gevecht. Aanpassingen gaan heel snel. Het slagveld is ons ontwikkellab. De software in combinatie met de dronepiloot bepaalt het succes.”

 

## Loopgraven

De Nederlandse staatssecretaris van Defensie, Derk Boswijk, zag met eigen ogen dat het op Eurosatory een en al drones is wat de klok slaat. Vechten straks robots tegen elkaar? „Niemand weet hoe de wereld er over vijf jaar uitziet. Misschien is er dan wel de opvolger van onbemande systemen. Niemand had vijf jaar geleden gedacht dat de loopgraven ooit zouden terugkeren. Nu zie je ze. En er zitten niet alleen militairen in. Ook mensen in polo’s, die vanuit hun bedrijven de nieuwste techniek inbrengen. Ik snap dat het schuurt, maar we moeten én én doen: en drones en tanks en onderzeeboten.”

 

Dat het menens kan zijn, bleek eerder dit jaar uit de actie van een Oekraïense dronepiloot die tijdens een oefening in het Zweedse Gotland binnen een paar minuten een hele NAVO-eenheid in de pan hakte. Het is koren op de molen van defensie-expert Rob de Wijk. In een column in Trouw stelde hij dat niet langer Amerika, maar Oekraïne de wapenleverancier van het westen zal zijn.

Op de Noordzee hield de Koninklijke Marine eind juni de eerste versie van de oefening MUST (Maritime Uncrewed Sea Trials, onbemande oefeningen op zee), die jaarlijks zal worden gehouden. Drones scheren dan door de lucht en onbemande bootjes varen zelfstandig naar een locatie. De bedoeling is om onbemande systemen te testen en ermee te oefenen.

Volgens de Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten generaal-majoor der mariniers Rob de Wit verschuift maritieme oorlogsvoering steeds nadrukkelijker richting onbemande capaciteiten. „In een tijd van toegenomen dreiging en snelle technologische ontwikkelingen, is een snelle koppeling tussen innovatie en operationele toepassing essentieel. We moeten van volledig bemande platformen naar een vloot van lichter bemande platformen, met daaromheen onbemande en autonome systemen. Bovenal moeten we een systeem inrichten waarbij wij ons snel aan de nieuwe realiteit kunnen aanpassen. In ieder geval sneller dan de tegenstander.”

Ook in de eind juni door de bewindslieden van Defensie gepresenteerde Defensienota 2026 staan onbemande systemen centraal. Te lezen valt dat „over vijf jaar zeker de helft van de militaire slagkracht moet komen van onbemande systemen, ingegeven door de lessen uit de oorlog in Oekraïne.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/drones-zijn-overal</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/drones-zijn-overal</guid>
            <pubDate>Wed, 30 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Brandweerman Ad Molenaar: Als de pieper gaat, ben je weg]]></title>
            <description><![CDATA[De brandweerkazerne aan de oostelijke rand van Goes is langgerekt, met een vuurrode dakrand. Achter glazen garagedeuren staan voertuigen paraat. Gaan de piepers af, dan zullen brandweerlieden in een oogwenk toesnellen. Deze zomermiddag verschijnt Ad Molenaar (42) kalm op het terrein voor de kazerne, in werktenue. Hij woont met zijn gezin vlakbij, drie minuten met de fiets.

Rechts is de remise, waar medewerkers geschoold worden en de jeugdbrandweer zijn plek heeft. Links is de uitrukgarage. Ertussenin bevinden zich kantoren. Molenaar gaat voor naar de garage, de grootste ruimte. Langs de achterwand hangen beige pakken met reflecterende strepen, daarboven liggen gele helmen klaar. „Iedereen heeft zijn eigen pak, alles staat op naam. Dit is mijn pak, helemaal op maat. Als je een uitruk hebt, kom je binnenrennen en spring je in je pak. Binnen dertig seconden heb ik het aan. Ik neem mijn helm mee en ga naar de wagen.”

Molenaar klimt in de cabine van een tankautospuit, het basisvoertuig. „Als ik manschap ben, zit ik hier. Dan trek ik het ademluchttoestel aan en pak het masker. Beide worden na elke inzet schoongemaakt in een speciale wasserette. Als ik de ademlucht aan heb, ben ik klaar voor de brandinzet. Ik pak nog een zaklamp en portofoon, en dat is het. Binnen deze wagen bekleed ik elke functie: chauffeur, bevelvoerder en manschap.”

 

Links van de tankautospuit staat een autoladder, met een werkhoogte van ruim 30 meter. Het voertuig, waarop Molenaar bijrijder en chauffeur is, draagt het stadswapen van Goes – met gans. „Daarnaast: het haakarmvoertuig, daar rijd ik ook op.” De wagen kan verschillende containers vervoeren, zoals een ontsmettingseenheid, watertransportsysteem of mobiel kantoor.

 

In de garage ruikt het fris. „Na een brand kleden we ons uit en maken onszelf helemaal schoon. Pakken en helmen worden gewassen, álles wordt schoongemaakt. Een aantal jaren geleden kwam er veel aandacht voor schoon werken, beroepsziekte was de aanleiding. Bij een brand loop je door de giftigste stoffen die er maar zijn. Zelf ben ik al vanaf het begin van mijn carrière tegen een vieze helm, vieze schoenen, een vies pak. Dat vond ik gewoon smerig. Ik hoef niet te stinken.”

### _Die carrière begon 22 jaar geleden, bij de vrijwillige brandweer. Hoe ging dat?_

„Ik zat achter de computer, verveelde me een beetje en kwam op de website van de brandweer. Toen zag ik staan: brandweermensen gezocht in Goes. Uniformberoepen hebben me altijd getrokken. Ik zei tegen m’n vader: „Dat ga ik doen.” Hij keek me verbaasd aan en zei: „Dan moet je naar de haven gaan, daar zijn ze aan het oefenen.” Ik ging naar de kade. Daar zeiden ze: „Kom morgenavond naar de kazerne, dan hebben we oefenavond.” September, oktober 2004 kwam ik hier binnenstappen, via deur 1. Zo is het begonnen, ik ben nooit meer weggegaan.” 

### _In Rotterdam ben je beroepsbrandweerman. Ook werk je freelance. Is er veel verschil met de vrijwillige brandweer?_

„Nee. Alleen word je bij de vrijwillige brandweer vanaf thuis opgeroepen. Je hebt een nulurencontract. Vrijwillig is zeker niet vrijblijvend, je moet aan je oefentijd komen. In Rotterdam ben ik 24 uur op de post, de kazerne aan de Frobenstraat. Daar ben je met acht man, een soort tweede gezin. Zodra de pieper gaat, ben je weg. Naast de uitrukken is het: sporten, schoonmaken, oefenen en het materieel up-to-date houden.

Als freelance brandweerman vorm ik een aanvulling op een bestaande ploeg. Daar neem ik voor een dag de taak over van een bevelvoerder, chauffeur of manschap. Dat doe ik in Nederland en België.

Ook verhuur ik mezelf aan bedrijven en instellingen die mankracht of kennis van incidenten tekortkomen. Als hoogteredder beveilig ik mensen die werken op moeilijk bereikbare plaatsen of in besloten ruimtes. Denk aan een toren van 70 meter hoog. Er kan een alarm afgaan, of iemand wordt onwel. Als het nodig is, halen we mensen naar beneden.”

### _Wat spreekt je aan in het werk van een brandweerman?_

„Ik vind hulpverlening interessant, in de breedste zin van het woord. De techniek die bij dit vak komt kijken, is een jongensdroom. Die combinatie vind ik prachtig.

In de vlammen zie je de natuurverschijnselen. Bij een brand ben je altijd te laat, want het brandt al. Het ligt aan jezelf hoe je handelt. Dat doe je op basis van je kennis, de instructies die je meekrijgt en je ervaring. Ik ben steeds op zoek naar: hoe kan ik dit of dat verbeteren?

Een reanimatie bekijk ik plastisch. De techniek erachter en het multidisciplinaire werken vind ik mooi. Als de reanimatie mag slagen, zijn we dankbaar.”

 

### _Hoe ziet een dag op de kazerne in Rotterdam eruit?_

„Ik vertrek om zes uur ’s ochtends met de trein uit Goes. We beginnen om acht uur. Ik leg mijn pak klaar en alles wat ik mogelijk nodig heb. Je wordt ingedeeld op een bepaalde plek, die verschilt per dag. Er is tijd om schoon te maken en kleine reparaties uit te voeren. Om halftien ontbijten we, drinken we koffie en nemen we de dag door.” Doelend op een uitruk: „Gaat de fluit, dan knijpen we ertussenuit.”

>„Enthousiast als een kind: zo zit ik in m’n vak”

„Tussen tien en twaalf sporten we, daarna is het douchen en eten. In de middag oefenen we en doen we wat nog moet gebeuren. We koken en gaan om zes uur eten. Na het schoonmaken heb je de avond voor jezelf. Om acht uur is er koffie en zodra je naar bed wilt, ga je naar bed. De volgende ochtend ga ik om acht uur weer naar huis.” 

### _Wat maakt jou een allround brandweerman?_

„Je begint als standaard brandweerman achter in de wagen. Dan leer je door voor chauffeur of bevelvoerder, of bijrijder of chauffeur van de autoladder. Voor elke functie is er een specifieke opleiding, elke auto werkt anders.

Voordat ik bij de brandweer kwam, was ik elektricien en storingsmonteur. Dat komt me nog gigantisch van pas. Heel mijn leven is een opleiding geweest voor wat ik nu ben en doe. Toen ik in Rotterdam solliciteerde, zei ik tegen mijn vrouw: „Dit moet het worden.” Ik ben in één keer aangenomen.

Het was eerder zo dat je bij de beroepsbrandweer na twintig jaar moest stoppen. Dat is veranderd in: zolang je kunt. Ik zal proberen er zo lang mogelijk bij te blijven, tot 62 jaar.”

### _Wat geeft je de meeste voldoening?_

„In dit vak komt alles bijeen: mijn kennis, kunde en wat ik graag doe. Ik kan me geen leven zonder dit vak voorstellen. Mijn gezin is erop ingericht, de kinderen zijn niet anders gewend, mijn vrouw steunt me volledig. Zonder haar zou ik dit werk niet kunnen doen.

Onze drie zoons van zes, negen en twaalf zijn zeer enthousiast over de brandweer. M’n vrouw zegt al: „Over een paar jaar zit ik hier alleen als de pieper gaat.” De oudste wil bij de jeugdbrandweer, dat mag vanaf twaalf jaar. De jongens tonen interesse, stellen vragen. Als ik een filmpje laat zien, hangen er drie van die apen aan m’n nek. Enthousiast als een kind: zo zit ik ook in m’n vak.”

### _Welke opmerkelijke gebeurtenis vergeet je niet snel?_

„Een gasexplosie in een bedrijfspand. Er waren al collega’s ter plaatse, ik zat in het zogenoemde ”tweede aanvalsteam”. In de brandweerauto zeiden we voor de grap: „We doen onze helm alvast op, dadelijk klapt de boel uit elkaar.” Toen heb ik een kláp gezien, een dak zien vliegen, al golvend, anderhalve meter omhoog… 

Het pand stortte voor een groot deel in, terwijl er nog collega’s binnen waren. Die kwamen als Speedy Gonzales naar buiten, ze hadden echt heel veel haast. Er hing gas in het pand en er was kortsluiting in de meterkast. Toen de deur van de meterkast openging, kwam er zuurstof bij en was het: kaboem. Buiten zagen we de stenen vliegen en de muren omvallen. Er is niemand gewond geraakt, maar het was wel een heftige klap.

>„We zeiden voor de grap: we doen de helm alvast op, dadelijk klapt de boel uit elkaar. Toen heb ik een kláp gezien…”

Bijzonder was ook de nacht waarin mijn eerste kind werd geboren. De volgende ochtend reed ik om kwart voor acht langs de kazerne, op weg naar mijn vrouw en zoontje in het ziekenhuis. Er kwam een melding binnen over een ongeval op de A58, in de mist. Voor het hulpverleningsvoertuig ontbrak een chauffeur. Ik belde Lieneke, mijn vrouw. Ze zei: „Ga maar, ik lig hier goed.” Even na acht uur was ik op de snelweg, waar twee mensen waren verongelukt. In de file stond een vrouw die onderweg was naar het ziekenhuis om te bevallen. Haar heb ik over de vangrail geholpen.”

 

### _Wat is de grootste uitdaging?_

Het blijft even stil. Dan: „Je rust bewaren. Op dat punt leer ik nog steeds. Als je goed nadenkt over dingen, verlies je misschien een minuut, maar aan het eind win je er minuten mee. Bij een brand vraag je: waar zit de brand, heb ik genoeg koelend vermogen (bluswater, MdH), is de brand bereikbaar? Intussen stuur je mensen rond het pand om openingen te dichten, zodat je de zuurstof wegneemt. Maar: als je door zo’n raam of deur direct zicht hebt op de vuurhaard, kun je ook van buiten op het vuur spuiten. Dat noemen we een transitional attack (TA), een overgangsaanval. Die begint buiten, vervolgens maak je het binnen af. Het is lastig om te bepalen: wanneer doe je iets goed?”

### _Welke eigenschappen heb je nodig als je bij de brandweer wilt?_

„Je moet een beetje stressbestendig zijn en meerdere dingen tegelijk kunnen doen. Technische kennis vind ik zelf belangrijk, daar draait mijn carrière op. Beslissingen durven nemen is ook handig. Als jij vindt dat je rechtsaf moet, dan moet je naar rechts, al roept de hele wereld: linksaf. Dat heb ik moeten leren.”

## Hoe ga je om met heftige gebeurtenissen?

„Er is veel meer aandacht gekomen voor nazorg. In mijn werk heb ik de meest bizarre dingen meegemaakt. Dat heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik ben dankbaar voor wat we hebben kunnen doen.

Er zijn drie dingen waaraan ik me vasthoud. Ik stel mezelf na een incident altijd deze drie vragen: ken ik de persoon, kan ik iets doen aan wat er gebeurd is, en: heb ik m’n best gedaan om mensen uit de situatie te halen waarin ze zaten?

Of je iemand persoonlijk kent, maakt veel verschil. Toen mijn eigen vader overleed, stond ik bij zijn bed in het ziekenhuis. Hij keek naar me, zijn ogen zeiden: help me. Maar ik kon niets. Daar heb ik lang mee gezeten.

Drie maanden later hielp ik een ernstig zieke man met de autoladder naar beneden. Hij wilde graag in de woonkamer overlijden. Zijn kinderen stonden er nog bij te lachen, maar ik wist uit ervaring wat hen te wachten stond. Dat was confronterend. Wat zeg je op zo’n moment? Niet: tot ziens, fijne dag. Je gaat elk woord afwegen. Zo ruw als we kunnen zijn, zo zacht zijn we soms.”


]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/brandweerman-ad-molenaar-als-de-pieper-gaat-ben-je-weg</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/brandweerman-ad-molenaar-als-de-pieper-gaat-ben-je-weg</guid>
            <pubDate>Mon, 28 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Allergisch voor bewegen]]></title>
            <description><![CDATA[Het klinkt als een grap: een allergie voor lichaamsbeweging. Maar zo’n 5 procent van de wereldbevolking (400 miljoen mensen) krijgt echt een allergische reactie op matige inspanning, waaronder joggen, voetballen, en tuinieren. Deze aandoening heet inspanningsgeïnduceerde anafylaxie (EIA). In de jaren 70 stelden artsen in Colorado (VS) de aandoening voor het eerst vast bij een dertigjarige hardloper. EIA kan intense jeuk over het hele lichaam veroorzaken, zwellende lippen, een tintelende mond, braken en op den duur zelfs ernstige ademhalingsproblemen. Voedselafhankelijke EIA ontwikkelt zich na het eten van bepaald voedsel, zoals schaaldieren, noten, eieren, melk en tarwe. Andere vormen ontstaan door het gebruik van medicijnen, alcohol, door infecties, hormonale veranderingen of pollen. In sommige gevallen veroorzaakt alleen lichaamsbeweging een anafylactische reactie. Bij symptomen moet de inspanning direct worden afgebroken.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/allergisch-voor-bewegen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/allergisch-voor-bewegen</guid>
            <pubDate>Thu, 24 Sep 2026 08:17:36 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Henrieke woont met haar gezin in hartje Gouda ]]></title>
            <description><![CDATA[Vlak voor het huis ligt een plantsoen; daarachter een kruispunt en een singel. Voorbij de brug begint de Lange Tiendeweg, een bekende winkelstraat. Pieter en Henrieke kunnen er zo inkijken. „We vinden het leuk om af en toe verhaaltjes te verzinnen bij wat we allemaal zien. Op een zaterdagochtend loopt er bijvoorbeeld een gezinnetje langs ons huis richting de stad, met een man die achteraan sjokt. Dan zeggen we tegen elkaar: „Kijk, die mensen gaan winkelen, maar die man heeft er helemaal geen zin in …” 

Henrieke (34), Pieter (33) en hun kinderen – Jelte (8), Hielke (7) en Jitske (2) – staan op de drempel van een nieuw leven. Binnenkort verruilen ze de monumentale woning in het centrum van Gouda voor een twee-onder-een-kapper in het nabijgelegen Haastrecht. Weer een oud huis, dat wel. Voordat ze erin kunnen gaan wonen, moet er nog het nodige geklust worden. Maar het staat niet vlak bij winkels, kerk, station en school. Eromheen geen stadse drukte, maar de charme van het platteland. Voordat het zover is, kijken we nog even bij hen binnen. Een Goudse beleving aan de hand van de vijf zintuigen: zien, horen, ruiken, voelen en proeven. 

 

 

 

 

 

_Benieuwd hoe het Henrieke en haar gezin vergaat in Haastrecht? Ze schrijft erover in haar column; zie pag. […] voor aflevering 1._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/henrieke-woont-met-haar-gezin-in-hartje-gouda</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/henrieke-woont-met-haar-gezin-in-hartje-gouda</guid>
            <pubDate>Wed, 23 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Henrike, Carolien en Marieke zijn moeders met een bloedend hart]]></title>
            <description><![CDATA[Niemand kan op het oog bevroeden dat de idyllische omgeving waar de familie Graveland woont ook de plek is waar vijf jaar geleden een hartverscheurend ongeval plaatsvond. 

Het landschap aan de rand van Kesteren oogt vredig. Struiken werpen hun schaduwen op het gazon. Een wesp vliegt plagerig rond, terwijl de kat van de Gravelands zich lui uitrekt op één van de tuinstoelen.

En toch. Op deze plek verloren Henrike en haar man, Reinder, in 2021 hun zoon David. Hij werd maar tien jaar.

In hun huis tussen de boomgaarden hebben ze het uitgeschreeuwd. Niet begrijpend, niet aanvaardend. Totdat de werkelijkheid hen langzaam inhaalde. Want David kwam niet meer terug. Nooit meer.

Het is dit verdriet dat Henrike er in 2024 toe zette om een dag te organiseren voor andere rouwende ouders. Daar ontmoette ze Carolien en Marieke, eveneens moeders met een bloedend hart. Want Carolien verloor in 2022 haar zoon Jarco (7), Marieke in 2012 haar peuter Ruben (3). 

### _Waarom ben jij, Henrike, met het organiseren van momenten voor rouwenden begonnen?_

Henrike: „Omdat ik me heel eenzaam voelde in mijn verdriet. Ik zocht verbinding met anderen. Wij hebben hier een kleinschalig vakantiepark en daardoor had ik de plek om iets te organiseren. Dat werd een rouwlunch voor ouders met een gemis. In totaal kwamen er 25 mensen, onder wie Carolien en Marieke.”

### _Wat maakt rouwen zo eenzaam?_

Henrike: „Mensen kunnen niet met je meelopen. Secundair verlies, noem je dat, als je ook de connectie met je omgeving kwijtraakt.”

Carolien: „Bijna niemand in mijn omgeving begreep echt hoe het is om een kind te verliezen. Bij jou, Henrieke, vond ik zo veel herkenning. En dat doet enorm goed, omdat je dus niet de enige bent die zich zo voelt. Dat kan helend zijn.”

Marieke: „Mensen praten graag over koetjes en kalfjes. Maar in ons eigen leven is iets gebeurd waardoor je niet meer aan de oppervlakte kunt blijven. Met jullie kan ik mijn gemis delen.”

 

### _Zijn er dan geen mensen in jullie directe omgeving die ook rouwen en bij wie jullie die herkenning vinden?_

Marieke: „Bij ons in de kerk zijn echtparen die kinderen hebben verloren. Maar ik stap toch niet zo snel op hen af, want ik ken hen niet.”

Henrike: „Je weet niet of de ander op je toenadering zit te wachten en of ze samen met jou de diepte in willen.”

Carolien: „Bij een bijeenkomst rondom rouw is er echt ruimte voor gesprek, omdat je allemaal om die reden komt.”

Marieke: „Soms kan ik overigens wel praten met mensen in mijn omgeving. Mijn zusje en een paar vriendinnen hebben een stilgeboorte meegemaakt. Met hen ervaar ik daardoor een diepere verbinding rondom verlies. Tegelijkertijd merk ik dat onze behoeften in het omgaan met rouw behoorlijk van elkaar kunnen verschillen.”

Henrike: „Als mensen zelf iets hebben meegemaakt in hun leven, worden de gesprekken vaak anders. Toch blijft zo’n rouwbijeenkomst bijzonder. Nadien zijn we vaak heel moe en zit ons hoofd vol, maar het is een goede moeheid, want je laadt er ook van op. Gek hè, want we zijn met zo veel zwarigheid bezig.”

Marieke: „Die eerste keer gingen de emoties sky high, maar er ontstond ook al snel een band tussen de deelnemers. We wisten gelijk: we hebben hier allemaal mee te maken. Ik heb het daardoor ook als enorm fijn ervaren.”

 

### _Wat hebben jullie inmiddels geleerd wat je ook aan anderen mee wilt geven?_

Carolien: „Ik leer nog steeds veel, maar weet inmiddels wel meer dan toen. Eén ding dat ik anderen graag meegeef, is hoe belangrijk zelfzorg is in rouw. Dat deed ik zelf in het begin niet goed genoeg. Kort na het overlijden van Jarco werd mijn man ook heel ziek. Rouwen is hard werken, lichamelijk en mentaal. Juist toen ontdekte ik hoe belangrijk het is om de stilte op te zoeken. Om tijd te maken voor wat je nodig hebt om het vol te houden, met Gods hulp."

### _Jullie delen het rouwproces met jullie mannen. Wat maakt het delen van rouw in zo’n rouwbijeenkomst anders?_

Henrike: „Misschien is het delen van verdriet met moeders anders dan met vaders. Vrouwen rouwen vaak intuïtief, op gevoel; mannen meer instrumentaal, door te doen.”

Marieke: „Je voelt allemaal dezelfde angel.”

Henrike, kloppend op haar borst: „Hier hè, op je hart.”

Marieke: „Je weet het van elkaar. Het verdriet mag er zijn.”

Henrike: „En je voelt dat er altijd ruimte is om de naam van je overleden kind te noemen. Terwijl ik in veel andere settingen moet overwegen: mag ik hem noemen? Wanneer wel en wanneer niet? Praat ik niet te veel over hem?”

Caroline: „Je hoeft bovendien niet bang te zijn dat de ander schrikt van de heftigheid van je verhaal.”

 

### _Willen jullie iets meer vertellen over hoe jullie je kinderen hebben verloren?_

Marieke: „Het was bijna etenstijd. Ik moest nog even naar de winkel en wilde Ruben meenemen. Toen ik hem niet kon vinden, raakte ik in paniek. We hebben hem gezocht en uiteindelijk gevonden in de sloot voor ons huis. Er is aan de slootkant en later in het ziekenhuis gevochten voor zijn leven. We doorleefden écht hoe het is om te leven tussen hoop en vrees. Diezelfde nacht is hij in mijn armen overleden. Van mijn armen naar die van Jezus. Ik heb lang in de overlevingsstand gestaan, waardoor het rouwproces stilstond. Pas een aantal jaar geleden voelde ik dat het tijd was om mijn verdriet meer ruimte te geven.”

Carolien: „Jarco was eind mei 2022 aan het spelen bij een vriendje toen het misging. Hij was misselijk, had hoofdpijn en had flink overgegeven. Er heerste buikgriep, dus ik ging ervan uit dat dat het was. Maar toen ik hem ophaalde, was hij een beetje sloom en helemaal bezweet. Eenmaal thuis op de bank wilde hij alleen maar slapen. Opeens schreeuwde hij het uit van de hoofdpijn. De huisarts stuurde ons door naar het ziekenhuis. Onderweg raakte hij bewusteloos. 

Kort erna is hij per ambulance van het ene naar het andere ziekenhuis vervoerd, waar hij geopereerd werd en weer bij mocht komen. Hij bleek een hersenbloeding te hebben gehad door een zeldzame vaatafwijking in zijn hoofd. De afwijking kon niet verholpen worden, want die zat in een te kwetsbaar gebied. De artsen verwachtten niet dat het nog eens zou gebeuren. 

Een paar weken later, in de zomervakantie, was hij aan het spelen in de achtertuin toen hij ineens riep: „Au, au, mijn hoofd!” Binnen een paar minuten was hij niet meer goed aanspreekbaar. In het ziekenhuis bleek de schade deze keer zo groot dat hij niet meer kon blijven leven. Een paar dagen later is hij overleden.”

 

Henrike: „Wij woonden net op deze plek in Kesteren. We hadden in februari 2021 dit bedrijf overgenomen. Bij het bedrijf hoorden golfkarretjes, waar onze drie jongens op mochten rijden. Het was voorjaarsvakantie en prachtig weer. We wilden gaan eten en riepen onze kinderen, maar David was nergens te bekennen. Uiteindelijk hebben we hem op ons erf gevonden, bewusteloos naast een golfkarretje. Wat er precies gebeurd is, weten we eigenlijk niet. David is nog met gillende sirenes naar het Radboud Medisch Centrum vervoerd. Daar zeiden de artsen al gelijk: „Dit is heel ernstig.” Ze hebben geprobeerd de zwelling in zijn hoofd te laten afnemen, maar na drie dagen bleek dat hij geen hersenactiviteit meer had. Dan moet je afscheid nemen.” Ze zwijgt even. „Als ik erover praat, denk ik nog steeds: is dit míj́n leven? Het lijkt soms wel alsof ik het over een ander heb. Ik vind het nog altijd heel onwerkelijk.”

### _Wat voor gevolgen had het sterven van jullie kinderen voor jullie?_

Carolien: „Met het verlies van je kind raak je ook een deel van jezelf kwijt.”

Marieke: „De glans is van het leven af.”

Carolien: „Op hoogtijdagen is er wel blijdschap, maar we missen ook altijd Jarco.”

Henrike: „Wij gaan na het overlijden van David bijvoorbeeld naar bijna geen enkele verjaardag meer. Maar rouw is zo veel meer dan dat. Vrijwel alles is veranderd. Wie we zijn, onze energie, onze relaties, onze doelen       in het leven. Echt alles.”

Carolien: „Toen we 12,5 jaar getrouwd waren, droegen we als gezin alle vier een zwart bandje. Het liefst wilden we soms onder een kleed kruipen, maar in de tijd dat Jan ernstig ziek was, dacht ik: misschien is dit de laatste Kerst met hem. Daarom zijn we bijzondere momenten blijven vieren.”

Marieke: „Ik had nog een tweeling van toen anderhalf. Ik moest wel door. In juli is Ruben overleden, in augustus zat ik met de tweeling op het strand. Dat doe je dan gewoon allemaal, maar wel in een soort roes.”

 

### _Jullie hebben je geloof niet verloren in het diepste verdriet. Hoe kan dat?_

Marieke: „Toen Ruben net overleden was, wist ik me gedragen en was God heel nabij. Een jaar later ben ik gescheiden en toen is ook mijn worsteling met God begonnen. Ik dacht: Wat gebeurt er allemaal in mijn leven? Waar is God dan? Pas jaren later is Hij daar weer op teruggekomen in mijn leven. Ik ontdekte dat Hij, ondanks alles wat ik meemaakte, Degene is die nooit verandert en altijd trouw is. Hij is mijn houvast. Ik was boos en teleurgesteld en had heel veel vragen, maar ik kon Hem niet de schuld geven van wat er was gebeurd.”

Carolien: „Ik heb altijd de Bodem onder mijn bestaan mogen voelen. Dat komt misschien ook doordat we in de weken en maanden voor Jarco’s eerste hersenbloeding merkten dat hij de Heere echt liefhad. En toen hij die bloeding kreeg, gebeurden er zo veel wonderen dat ik soms stilletjes aan zijn bed zat. Zo wilde hij na de eerste bloeding zingen: ”Ik lag gekneld in banden van de dood”. En: ”Ik zal met vreugd’ in ’t huis des Heeren gaan”. Ik wilde hem niet kwijt, zelfs niet aan God, maar ik voelde heel diep vanbinnen dat het wel kón. Die weken waren achteraf een soort gouden weken, omdat er zo veel parels waren. Drie dagen na de begrafenis belandde mijn man, Jan, op de eerste harthulp en verloor ik hem ook bijna. Toch voelde ik me niet alleen. Ik heb weleens waaromvragen, maar boos ben ik nooit geweest. Ik denk dat dat genade is. Ik mag zien dat Jarco het nu heel goed heeft, ook al wil ik hem natuurlijk het liefst nog steeds hier hebben. Dat is het dubbele van het verlies.”

 

Henrike: „Dat herken ik. Ook rondom het sterven van David zijn er zo veel bijzondere dingen gebeurd. Bijbelteksten die terugkwamen bijvoorbeeld, waardoor ik wist: als ik dit toeval noem, verloochen ik God en het werk dat Hij doet in ons leven. Hij heeft steeds laten zien dat Hij erbij is. Dat wil niet zeggen dat ik geen vragen had. Want waarom mocht David maar tien jaar op aarde hebben? Het worstelen en het getroost worden stonden bij mij naast elkaar. Heel lang heb ik gezegd: Ik weet gewoon dat God erbij is, ik geloof dat Hij alles in Zijn hand heeft. Maar ik voelde daar niets van. Ik voelde alleen verdriet en pijn. En toch was Zijn Woord heel rijk en vast. Pas nu komt dat langzaam wat meer, dat ik ook gevoel bij het geloof mag ervaren.”

Carolien: „Dat is die golfbeweging die rouw maakt. Je kunt niet altijd voelen wat je gelooft.”

Henrike: „In de rouwactiviteiten die we organiseren, willen we deze dingen ook naast elkaar laten staan: de pijn van het verlies, het klagen, maar ook de wetenschap dat Hij er is.”

### _Is het geloof belangrijk in jullie rouwactiviteiten?_

Carolien: „Ik denk dat het de leidraad is.”

Henrike: „De bijeenkomsten zijn open voor iedereen, ook voor niet-christenen. Maar we kunnen God niet uit de basis halen, dan gaat alles onderuit. Want Hij leidt alles en heeft uiteindelijk het leven in Zijn handen.”

Marieke: „Niet alleen dat van onze kinderen, maar ook ons eigen leven. Hij heeft de leiding. Zonder Hem hebben we geen houvast.”

Carolien: „Dat fundament is de diepste laag onder onze rouw.”

 

### _Voelen jullie je schuldig dat het leven weer doorgaat?_

Marieke: „Soms wel. Dan had ik op een verjaardag ergens om gelachten en dacht ik thuis: kan ik nog wel plezier hebben, of is dat oneerlijk naar Ruben toe? Je weet ergens dat je nog mag genieten van het leven, tegelijkertijd kan het schuldgevoel je bekruipen.”

Carolien: „De eerste keer na Jarco’s overlijden dat ik ergens hard om moest lachen, schrok ik van mezelf.”

Henrike: „Bij mij is het zo dat ik nog maar sinds heel kort weer wat kleine momentjes voel dat ik ergens blij om kan zijn. Genieten vind ik nog een te groot woord. ”Microjoy” noemen we dit als gezin.”

 

### _Zijn jullie angstiger geworden na zo’n groot verlies?_

Marieke: „Na het overlijden van Ruben was angst lange tijd een dagelijkse realiteit in mijn leven. Ik was voortdurend bang dat ik ook een van mijn andere kinderen zou verliezen en controleerde hen obsessief en dwangmatig. Inmiddels is dat gelukkig anders. Ik heb hiervoor hulp gezocht bij een psycholoog en door de jaren heen is ook mijn vertrouwen in de Heere gegroeid. Daardoor ervaar ik geen dagelijkse angst meer. Daar ben ik echt uit bevrijd. Wel ben ik alerter dan een gemiddelde ouder en vind ik het soms nog moeilijk om mijn kinderen los te laten. Af en toe kan er nog een paniekgolf door me heen gaan, maar ik heb geleerd daarmee om te gaan en ermee te leven.”

Carolien: „Als ik de kinderen een tijdje niet meer heb gezien, ga ik toch even checken waar ze zijn.”

Henrike: „Sirenes maken me meteen alert. Dan denk ik bijvoorbeeld: deze kan niet voor onze zoon Joas zijn, want die zit nog op school. Reinder en ik hebben geleerd dat we onze kinderen niet kunnen beschermen en dat ze nooit veilig zijn. Dat zijn ze alleen in Gods handen. De rest is schijnveiligheid.”

Carolien: „Die kwetsbaarheid maakt dat ik nu veel bewuster leef dan voorheen.”

 

Henrike: „Een quote die ik heel mooi vind, is: ”Micro joys is how you survive macro grief”: Kleine vreugdes maken dat je groot verdriet beter kan verdragen. Een mooie bos bloemen, bijvoorbeeld, een katje dat even met je komt kroelen, een bijzondere lucht, de lavendel die bloeit.”

Marieke: „Mijn pubers die uit school even bij me komen zitten voor een kopje thee.”

Carolien: „En mijn slapende kinderen. Ik sta graag een poosje naar hen te kijken.”

Marieke: „Maar het gewone aardse heeft zijn waarde verloren. Alles wat ik voorheen volop deed, zoals shoppen, doet er voor mij niet meer zo toe. We zijn op doorreis, dat zet ons leven in een ander perspectief.”

Carolien: „Onze pinnen staan niet meer zo vast in deze wereld.”

### _Jullie hebben in juni een rouwbijeenkomst gehad; deze maand volgt er weer een. Wie vormen deze keer jullie doelgroep?_

Henrike: „Vrouwen met gemis. Het maakt niet uit wie ze verloren hebben: een kind, een ouder, een partner. Wie ingrijpende rouw heeft ervaren, kon zich aanmelden. Ook vrouwen die treuren om levend verlies.”

Marieke: „Mensen vroegen namelijk of ze ook mochten komen bij andere vormen van rouw dan het verlies van een kind.”

Carolien: „Daarom hebben we de doelgroep breder gemaakt.”

 

### _Zien jullie het als jullie taak om andere vrouwen te helpen in hun rouw?_

Marieke: „Ik voel dat wel zo, al is het echt Henrikes concept.”

Henrike, tegen de andere twee: „Ik vind het fijn om deze taak met jullie te delen. We versterken elkaar. Bovendien zijn we alle drie ondernemer; dat zorgt ervoor dat we op dezelfde golflengte zitten. Heel bijzonder om te merken.”

Marieke: „Op sociale media hebben we het zo verwoord: „We weten ons verbonden door verlies, gedragen door Hem en in liefde verbonden”.”

Carolien: „We helpen anderen hopelijk met deze bijeenkomsten, maar we organiseren ze ook voor onszelf. Want wij hebben ook veel aan het contact en de inhoud van de rouwmomenten.”

Henrieke: „Op de dag zelf geeft Marieke bijvoorbeeld workshops.”

Marieke: „En ik kan tijdens Caroliens verhaal weer even gaan zitten.”

Henrieke: „Carolien leidt de vrouwen naar binnen, Marieke zorgt voor de koffie. Het gaat heel natuurlijk zo.” met een knipoog: „De meiden weten het nog niet, maar voor volgend jaar heb ik al allerlei dingen voor ons gepland staan.”

De drie grinniken.

Henrike, serieuzer: „We leren ook bij. Zo liet ik de eerste keer de vrouwen meteen bij de kennismaking vertellen wie ze verloren hadden, waardoor bijna iedereen aan het huilen was. Dat doen we nu niet meer.”

Carolien: „We laten de deelnemers van tevoren online een enquête invullen, zodat we weten welke achtergrond de vrouwen hebben en we hen in groepjes aan elkaar kunnen koppelen. De moeders die een kind verloren bij elkaar, de vrouwen die hun man verloren …”

Henrike: „De vorige keer, in juni, verliep de dag op een heel natuurlijke manier.”

 

### _Jullie zijn actief op sociale media onder de naam ”Hoopvol in rouw” en ”Hoopvast”. Wat is dat, hoopvol zijn in rouw?_

Marieke: „Ik geloof dat rouw er mag zijn en dat hoop niet betekent dat je verdriet voorbij is. Hoop kan juist midden in het verdriet bestaan. De hoop die ik bedoel is niet de hoop dat het leven weer wordt zoals het was. Het is de levende Hoop, Jezus Christus. Juist als alles wankelt, is Hij mijn houvast.”

Henrike: „We mogen door het offer en het bloed van de Heere Jezus weten dat de dood overwonnen is. En dat Hij de weg heeft vrijgemaakt tot de Vader en naar een hoopvolle toekomst. Dát is echte hoop.”

Carolien: „Ook de psalmen in de Bijbel zijn me heel dierbaar geworden, door hun diepte en eerbied.”

Marieke: „Daar staat zo veel troostrijks in. Soms kwamen er verzen in mijn hart op, juist als ik het even niet meer wist. Ze verwoorden vaak precies wat ik ervaarde.”

Henrike: „Wij hebben als gezin de eerste drie, vier jaar alleen maar uit dit Bijbelboek gelezen. De psalmen zijn zo rauw en eerlijk. Soms lazen we wel tien keer per week dezelfde. We klampten ons vast aan Zijn Woord.”

Marieke: „In de psalmen mogen alle gevoelens er zijn.”

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/henrike-carolien-en-marieke-zijn-moeders-met-een-bloedend-hart</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/henrike-carolien-en-marieke-zijn-moeders-met-een-bloedend-hart</guid>
            <pubDate>Wed, 23 Sep 2026 08:36:43 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Maaltijdsoep met witte bonen]]></title>
            <description><![CDATA[## Ingrediënten

- 400 g gedroogde witte bonen
- 1 prei
- 1 ui
- 2 teentjes knoflook
- 3 el olijfolie
- 1 klein blikje tomatenpuree
- 1 blikje tomatenblokjes, 400 g
- 1 l groentenbouillon
- 1 tl paprikapoeder
- 1 tl gedroogde tijm
- ½ bosje peterselie
- peper en zout

 

## Bereiding

- Spoel de bonen en laat ze een nacht weken in ruim water. 
- Spoel de bonen opnieuw en kook ze in ruim water in 40 tot 60 minuten zachtjes gaar. Giet af en zet apart. 
- Snijd de prei in ringetjes, snipper de ui fijn en hak de knoflook. 
- Fruit prei, ui en knoflook in 3 el olijfolie op matig vuur, totdat de ui glazig is. 
- Voeg de tomatenpuree toe en bak die een paar minuten mee, zodat de puree ontzuurt. 
- Voeg de tomatenblokjes, de bouillon en de gekookte witte bonen toe en verwarm tot tegen het kookpunt. 
- Voeg de paprikapoeder en de tijm toe. 
- Hak de peterselie fijn. Voeg toe, maar houd wat apart voor de garnering. 
- Laat de soep nog zo’n 20 minuten zachtjes pruttelen. Garneer met de achtergehouden peterselie en serveer met boerenbrood.

 

## Reuzenbonen

Voor soep mag je mij gerust wakker maken. Ik vind soep áltijd lekker, of het nu buiten 30 graden is of vriest. Ook het tijdstip maakt me niet uit. Ik lust soep zelfs als ontbijt. 

Deze mediterraanse wittebonensoep maakte ik met gedroogde witte bonen. Ik vind het fijn om allerlei soorten gedroogde peulvruchten op voorraad te hebben. Sommige mensen vinden gedroogde peulvruchten bewerkelijk. Maar hoeveel werk is het om bonen in de week te zetten? En hoe erg is het dat gedroogde bonen wat langer moeten koken? Je hoeft er niet naast te gaan zitten, hè. 

Het is een goed idee om wat vaker peulvruchten op het menu te zetten. Ze zijn lekker, voordelig en gezond. Niet voor niets zijn ze in de vernieuwde Schijf van Vijf opgenomen. 

Voor deze soep gebruikte ik Griekse reuzenbonen, die nog in mijn kelder lagen. Je kunt ook gewoon kleine witte boontjes gebruiken. Ik denk zelfs dat ik die nog lekkerder vind.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/maaltijdsoep-met-witte-bonen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/maaltijdsoep-met-witte-bonen</guid>
            <pubDate>Wed, 23 Sep 2026 08:17:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Dit is het verschil tussen een wegwerpcamera en een galerij vol perfecte plaatjes]]></title>
            <description><![CDATA[Ik zit met een biertje in m’n hand op het strand en kijk naar twee kinderen in een kuil. Hun vader wil ze op de foto zetten. Lief glimlachend. Zoals het hoort. Maar zij hebben maling aan perfecte plaatjes. Het meisje steekt haar tong uit. Haar broertje knijpt zijn ogen dicht. „Ah toe nou, jongens”, zegt de vader. Maar ze laten zich niet vermurwen. Dus grijpt hij naar zijn laatste machtsmiddel. „Oké, dan gaan we. Nu.” Rare wereld, denk ik. 

 

Honderden foto’s schieten we tijdens onze vakantie. We maken ze om onze herinneringen te voorzien van beeld. Maar misschien nog wel meer om ze te delen met de buitenwereld. Dus ensceneren we. Omdat het plaatje er dan nog aangenamer uitziet. En omdat ons telefoongeheugen schier oneindig is, klikken we voor de zekerheid vijf keer. Zodat je kunt kiezen tussen mooi, heel mooi en het allermooist. 

Nee, dan vroeger. Toen fotorolletjes nog de dienst uitmaakten. Een stuk of dertig foto’s had je en dat was het. Op vakantie in Zwitserland kreeg ik als klein jochie een wegwerpcamera. Niet een besneeuwde bergtop, maar het zwembad bij het huisje maakte de grootste indruk. Dus gingen daaraan de meeste foto’s op. De helft van de plaatjes bleek achteraf trouwens mislukt te zijn. Maar dat maakte eigenlijk niet uit. Het schieten van de foto en de spanning van het lange wachten waren toch het leukst.

Tegenwoordig is het eerder omgedraaid. Foto’s overstijgen de werkelijkheid. Iedereen op z’n mooist en leukst. Dat is steeds meer het doel.  Dat je eigenlijk anderhalve week moest loskomen van je werk, ziet niemand aan de foto’s af. En die vakantieruzie is ook nergens in je galerij terug te vinden. 

Bovendien schieten we zo veel plaatjes dat de drempel te hoog wordt om ooit aan een fotoboek te beginnen. Terabytes aan afbeeldingen staan op onze computers. Gemaakt, geüpload en onbekeken. Met de intentie om er iets mee te doen. Ooit. 

De mooiste vakantie-ervaringen zijn echter niet te vangen in foto’s. Omdat het herinneringen zijn aan momenten waarop je domweg gelukkig was. Aan zwemmen bij zonsondergang in een koude zee, een fijn gesprek tijdens een regenachtige wandeling. Opgeslagen. In het geheugen van je brein. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/dit-is-het-verschil-tussen-een-wegwerpcamera-en-een-galerij-vol-perfecte-plaatjes</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/dit-is-het-verschil-tussen-een-wegwerpcamera-en-een-galerij-vol-perfecte-plaatjes</guid>
            <pubDate>Mon, 21 Sep 2026 07:46:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Hoe verder na zonde van overspel?]]></title>
            <description><![CDATA[Onze familieleden hebben grote moeite met de situatie; we voelen ons buitengesloten op feestjes en verjaardagen. Beiden verlangen we naar een (betere) band met onze (schoon)familie. We vragen niet om dikke vrienden met elkaar te worden, maar wel om een vriendelijk woord en om niet afgewezen te worden. Allebei beseffen we dat we veel mensen verdriet hebben gedaan en dat ze het moeilijk vinden ons samen te zien, omdat ze onze zonden afkeuren.  

 

## Schok

In de situatie die jullie beschrijven zijn de pijn en het verdriet – van alle betrokkenen – bijna voelbaar. Jullie melden daarbij dat er weinig pastorale zorg geweest is en dat de ambtsdragers zelf ook met de handen in het haar zitten. Dit vraagt om een zorgvuldig overwogen reactie, waarbij oog is voor alle betrokkenen. 

De mededeling dat jullie besloten hebben om jullie eerste huwelijk te beëindigen, en om vervolgens samen verder te gaan, zal voor de omstanders een schok teweeggebracht hebben. Jullie benoemen jullie daden zelf al als zonde. Juist daarom zullen gevoelens van verdriet, boosheid, verbazing, ongeloof, of juist een bevestiging van wat al vermoed werd, bij anderen om voorrang strijden. Het vraagt van iedereen wijsheid om deze gevoelens te reguleren. Iedereen wordt geroepen om zijn gedachten en gevoelens onder ogen te zien en ze een voor een te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus. (2 Kor. 10:5). 

Ik weet niet wat de oorzaak is, waardoor jullie de liefde bij elkaar gezocht en gevonden hebben. Ik neem aan dat er sprake was van moeite en verdriet in jullie eerdere huwelijk. Hebben jullie dit in een vroeg stadium met betrouwbare mensen kunnen bespreken? Hebben jullie anderen gevraagd om in gebed met jullie mee te strijden om staande te kunnen blijven te midden van de aanvallen op jullie huwelijk? Hoe zijn jullie omgegaan met de eerste schok, toen je ontdekte dat iemand buiten je huwelijk aantrekkingskracht had? Heb je de moed gehad om de hulp van anderen in te roepen om te strijden tegen deze eerste gevoelens, om de zonden aan je familie te belijden? Kon er pastorale zorg zijn, om je de weg te wijzen naar God, om je te leren over Zijn karakter (Ex. 34:6-7)? Heeft jullie familie toen met jullie mee kunnen strijden? 

Ik weet het: spreken over wat er in je hart is, is niet gemakkelijk. Het lijkt de beste weg om je strijd achter de voordeur in je eentje te voeren. Bedenk: isolement is een machtig wapen van satan om zijn plannen uit te voeren. De Bijbel wijst een andere weg: elkaar de zonde te belijden en voor elkaar te bidden. Zodat het contact gezond kan worden (Jak. 5:16). Het gaat hier niet alleen om de zonde tegen het zevende gebod. Ook om die tegen het zesde gebod: elkaar negeren, buitensluiten, woede, roddel.

We vergeten vaak dat het Gods gebod is om elkaars lasten te dragen (Gal. 6:2). Zwijgen heeft als gevolg dat we niet meer in staat zijn om Gods gebod te vervullen: God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf.

 

## Verwarrend

Een echtscheiding brengt voor alle partijen verliezen met zich mee. En een verlies vraagt om rouw. Dat kost tijd. Rouwen is hard werken. Een nieuwe relatie door overspel is voor alle partijen verwarrend. Zelf ervaren jullie blijdschap, ondanks een gevoel van spijt. Jullie omgeving voelt zich mogelijk gedwongen om zowel de echtscheiding als de nieuwe relatie te accepteren. 

Misschien was er hoop dat hun gebeden verhoord zouden worden, dat de problemen in jullie eerdere huwelijk weggenomen zouden worden of dat jullie kracht zouden hebben om te volharden in de strijd. En dat jullie tot berouw zouden komen over de zonde van overspel. Maar jullie hebben geen mogelijkheden gezien de zonde en de gevolgen terug te draaien. 

Zodra mensen jullie ontmoeten, worden ze ermee geconfronteerd dat er geen hoop meer is, dat het verlies door de echtscheiding echt definitief is. Het kan zijn dat ze oprecht verdriet hebben, vanwege het overtreden van Gods geboden. Het kan zijn dat ze geen weet hebben van de persoonlijke strijd die jullie in jullie vorige huwelijk hadden. Mensen reageren – helaas – vaak op dat wat zichtbaar is. Luister naar de pijn van de anderen; misschien komt er dan ruimte bij hen om iets over jullie pijn te horen.

## Zonden belijden

Het is heel gemakkelijk om het gedrag van anderen te beoordelen. We vergeten dat de veroordeling alleen aan God toekomt. En dat wij allen geroepen zijn om de ander lief te hebben en te vergeven. Dat betekent niet dat zonden goedgekeurd worden. Het helpt om in te zien hoe geduldig God met ons is. Hij veroordeelt niet direct definitief wanneer we tegen zijn geboden ingaan. Hij roept om tot Hem te komen en concreet onze zonden, moeiten, verdriet te benoemen en vervolgens naar de mensen te gaan om de zonden te belijden. Dat geldt voor alle partijen.

Wanneer je Galaten 5:19-21 leest, zie je dat er geen verschil gemaakt wordt tussen grote of kleine zonden. Overspel staat in hetzelfde rijtje als ruzie, twist, vijandschappen, woede-uitbarstingen en egoïsme. Wanneer er consequent gereageerd wordt, zou ook een familielid dat gemakkelijk ruzie maakt niet op een verjaardagsfeestje uitgenodigd moeten worden.

 

## Pijn

Jullie schrijven dat God de laatste jaren veel meer een plaats in jullie denken heeft gekregen. Dat jullie persoonlijk mogen ervaren dat er bij God, door Christus’ offer,  genade en barmhartigheid is. Dit geeft een nieuw perspectief. Er is in de pijn en het verdriet van de afwijzing en het buitensluiten een Rots om in te wonen. Breng je zonden en pijn heel concreet bij God. En vraag Hem om Zijn Heilige Geest, zodat je wijsheid en geduld ontvangt zodra je je familie ontmoet. Leer goed te doen. Dat betekent niet dat er niet over de pijn gesproken mag worden. Heb oog voor de ander in zijn omstandigheden. Bid heel concreet voor de pijn die je in hun leven ziet, voor hun moeite om jullie lief te hebben. 

David belooft God, na persoonlijke belijdenis van schuld, dat hij anderen van Gods wegen wil leren, wanneer hij de vreugde van God in zijn eigen hart mag ervaren. Zodat zondaren zich zullen bekeren. Of we nu tegen het zevende gebod of tegen het zesde gebod (hoe we met elkaar omgaan) zondigen. Allen hebben we vergeving nodig, van God en van elkaar, om met elkaar samen te kunnen leven.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/hoe-verder-na-zonde-van-overspel</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/hoe-verder-na-zonde-van-overspel</guid>
            <pubDate>Fri, 18 Sep 2026 07:50:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Accu recyclen? Niet meer nodig]]></title>
            <description><![CDATA[Tijdens het laden en ontladen groeit op de elektroden een laag afzettingen. Hierdoor werkt de accu steeds minder goed. De onderzoekers ontwikkelden een regeneratietechniek voor de elektroden. Ze halen deze uit de accu en lossen de aangroeide laag op. De elektroden zijn dan weer schoon. De wetenschappers waarderen afgedankte accu’s zo op tot een capaciteit van 95 procent. Batterijen kunnen straks eenvoudig worden gerepareerd, zonder dat nieuwe nodig zijn. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/accu-recyclen-niet-meer-nodig</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/accu-recyclen-niet-meer-nodig</guid>
            <pubDate>Thu, 17 Sep 2026 09:38:04 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Paul Groen bouwt zijn eigen molen: „Een droom, een doldwaas project”]]></title>
            <description><![CDATA[Tussen Maarssen en Vleuten ligt de Haarrijnseplas, ontstaan door zandwinning voor de Vinex-wijk Leidsche Rijn. Aan het door rietkragen omzoomde water verrijst een molen, al van ver te zien. De achtkanten houtconstructie staat er sinds een klein jaar. Aan het eind van de zomer wordt de omloop om de romp gehangen. Later komt het bouwwerk, met kap bijna 20 meter hoog, op een 3 meter hoge heuvel te staan.

Het is een hete dag op de grens van juli en augustus. Paul Groen (56) en zijn vrijwilligers Mark, Harry en Julius houden lunchpauze in hun rode bouwkeet, met lichtsnoer versierd. Op tafel staan koffie, thee, water en appeltaart. Buiten strekt de bouwplaats zich uit, tot aan de voet van de molen – de top is gehuld in bouwzeil. Achter struiken, bomen en riet kabbelt de plas.

 

Groen: „Dit is een droom die in vervulling lijkt te gaan, een doldwaas project. Een eigen molen bouwen is al mijn hele leven een wens. Sinds mijn achtste of negende maak ik modellen van molens. Dat is een beetje uit de hand gelopen.” Behalve molenaar is Groen directeur van bureau EAGM, adviseur in monumentenzorg.

## Oost-Duitsland

In 2012 zoekt Groen huisvesting voor zijn adviesbureau, kantoorruimte is duur. „Ik dacht: voor dat geld kan ik ook een molen bouwen. Na de val van de Muur in 1989 zag ik in Oost-Duitsland veel oude molens draaien. Ik ben er opnieuw naartoe gegaan.” Wijzend naar een gevaarte buiten: „In het dorp Walkendorf bij Rostock kwam ik die molenkap tegen, ik mocht hem meenemen.”

 

Daarmee is Groens molen verre van compleet. „Ik zocht er spullen bij en spaarde anderhalve molen bij elkaar. Je vindt weleens wat. Tot 2016 was het bij ons crisis en lag de molen opgeslagen. Ik dacht: het gaat nooit meer gebeuren. Toen heb ik een gedeelte verkocht aan het Holland-Park in Berlijn. In 2020, toen het weer goed ging, had ik driekwart molen over.”

Na een procedure van drie jaar krijgt de ingenieur uit Montfoort in 2025 zijn bouwvergunning. Eerst gaat hij aan de slag met beroepskrachten. Ook melden zich op de bouwlocatie Duitse ”Zimmerleute”, rondreizende timmerlieden. „Mensen brachten gereedschap en soep, hartverwarmend. Opeens stonden er vrijwilligers voor de deur: naast Mark, Harry en Julius ook Hans, Fred en Ruud. We hebben de stichting Vrienden van de Haarrijnse molen opgericht.” 

## Machine

Molens vormen een rode draad in het leven van Groen, die op zijn negentiende het vak van korenmolenaar leerde. „De molen is een levensgrote houten machine, een atelier voor je ambacht. Met de natuurelementen, de windkracht, wek je energie op. De truc is om daarmee volkorenmeel te malen waar bakkers hun brood van kunnen bakken. Brood dat je in de supermarkt koopt, komt uit de graanschuren van de wereld: Oekraïne en Canada. Het transport is slecht voor de aarde. Ik wil lokale boeren enthousiast maken om voor de Haarrijnse molen graan te telen.”

>„Mensen brachten gereedschap en soep, hartverwarmend. Opeens stonden er vrijwilligers voor de deur”

Een boer uit de buurt teelt alvast ecologische tarwe. Groen: „Het is dat de molen nog niet klaar is, anders zouden we nu al malen. Onderin komt een restaurant of lunchroom waar je brood kunt proeven van ons meel. Dat is de droom, die werkelijkheid begint te worden.”

## Karakter

Julius Schrijvers (35), zzp’er en molenaar in opleiding: „Als ik nu de molen binnenstap, krijg ik er al gevoel bij.” Groen: „Er zit karakter in. Het is een tweedehands molen, alles is krom en scheef. We werken met oud hout en hout uit lokale bossen.” De gepensioneerde Harry Vermeulen vervaardigde juist de reling voor de omloop. De bovenste plank is van tropisch hardhout, bij wijze van uitzondering. „Omdat het veel te lijden krijgt. Het is keihard, het zaagblad mag opnieuw geslepen worden.”

De Haarrijnse molen wordt een zelfkruiende stellingmolen, „de Mercedes onder de molens.” Groen: „Met een schoepenrad richt de kap zichzelf op de wind (het kruien, MdH). De zogenoemde bovenkruier is een Hollandse uitvinding, maar de Duitsers hebben die nog verder geëvolueerd. Normale Nederlandse molens hebben een staart met daaraan een rad. De molenaar draait dan de kap in de wind.”

Al sinds de jaren negentig is de plek aan de Haarrijnseplas bestemd voor een molen, die er nooit kwam. Utrecht, waar de gemeente Vleuten in 2001 in opging, dacht niet meer aan de bestemming. In 2021 kocht Groen de grond en diende „out of the blue” zijn bouwaanvraag in.

## Balkon

Oude spullen: Groen vindt het zonde om ze weg te gooien. „Op z’n Brabants: de molen is met zundjes bij elkaar gezocht. Hergebruik zit in me, we hebben maar één aarde. De basis van de molenkap komt uit Duitsland, de constructie uit Montfoort. De molenstenen komen uit Harmelen en Montfoort, we gaan nog meemaken of ze kunnen samenwerken. Uit Moelingen bij Eijsden haalde ik tandwielen van gietijzer, heel stabiel. Ik heb veel ellende gezien met houten tandwielen.”

 

’s Avonds zit Groen uren te puzzelen. „Hoe zal ik dit doen, hoe kan ik dat het beste maken? De molen is geen monument en hij is van mezelf. Dat maakt het leuk om erover na te denken.” Bijzonder is dat het geen replica of herbouw betreft. „Een molenaar die zomaar uit het niets een molen bouwt, dat is dertig, veertig jaar niet voorgekomen.” Uniek wordt het bouwwerk zeker in één opzicht. „Achter aan de kap komt een balkon. Dat heeft geen enkele molen. Het lijkt me fantastisch om na het malen een biertje te drinken met uitzicht op het landschap.”

>„Het lijkt me fantastisch om na het malen een biertje te drinken met uitzicht op het landschap”

Groen verwacht dat over drie jaar het eerste meel onder de molenstenen vandaan komt. „Rationeel wil ik graag dat de molen af is, emotioneel is het een ander verhaal. Ik vind de bouw superleuk, dit is dé periode van mijn leven. Die kan niet lang genoeg duren. De creativiteit, de sfeer met de vrijwilligers, samen de schouders eronder zetten: dat heeft iets moois.”

## Monsterding

Timmerman Julius, gekleed op de zomerhitte, laat graag de molen zien. Ladder na ladder klimt de Utrechtse vrijwilliger omhoog, via de maalzolder naar de steenzolder. Daar is al een maalstoel te zien, en een mengketel. Ook is er hijswerk voor het zakgoed. Op een informatiebord buiten wordt alles uitgelegd, met tekeningen erbij.

 

Na nog meer ladders volgt het huidige topje van de molen, knus onder een laag dak van bouwzeil. Julius: „De molen komt uiteindelijk 25 meter verderop in het veld te staan, ook aan het water. Hij wordt opgetild door de grootste kraan van de hijsspecialist, een monsterding. De locatie is echt fantastisch. Na het zwemmen kun je beneden in het restaurant een broodje eten.”

Julius, die graag met zijn handen werkt, vertelt enthousiast. „Het wordt een bijzondere molen, uniek in Nederland. Met elementen die hier niet traditioneel zijn, zoals een windroos. En een balkon, dat is helemaal ongezien. De vlucht van de wieken (de diameter van het wiekenkruis, MdH) is 21 meter. Het wordt imponerend. Paul denkt in beelden, ziet alles in 3D voor zich. Hij heeft het hele plaatje in zijn hoofd.” 

Julius tilt een tipje van het zeildoek op, voor een vergezicht.

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/paul-groen-bouwt-zijn-eigen-molen-een-droom-een-doldwaas-project</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/paul-groen-bouwt-zijn-eigen-molen-een-droom-een-doldwaas-project</guid>
            <pubDate>Wed, 16 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Mariëlle overleefde het kruisboogdrama: „Ik ben drie keer bewaard voor de dood”]]></title>
            <description><![CDATA[„Het was 17 september 2021. Ik werkte als ambulante verpleegkundige voor een landelijk opererende technische thuiszorgorganisatie. Dat deed ik al een jaar of tien. 

Die morgen moest ik bij een adres in Almelo zijn, waar ik al vier jaar maandelijks over de vloer kwam. Mijn cliënte was een oudere dame die een steeds terugkerende behandeling moest ondergaan. 

Ik parkeerde rond negenen voor de deur van het appartementengebouw, tegelijk met de nicht van mijn patiënte. Zij was er altijd bij, omdat de oudere vrouw van Armeense afkomst was en niet goed Nederlands sprak. Al kletsend liepen we de trap op naar boven, naar de tweede woonlaag boven de garageboxen. 

We gingen het kleine appartement binnen. Ik zette de medicatie klaar en prikte het infuus in de arm van de patiënte, die op de bank zat. Ineens werd er knetterhard op de deur geramd. Ik dacht: er gaat hier iets gigantisch mis, maar wat? Samen met de nicht liep ik naar de gang. Er werd nog steeds knotshard op de deur gebonkt en een man schreeuwde. Duivels gewoon, zei ik later tegen de recherche. De deur schudde in zijn voegen. De nicht deed hem op een kier. Van wat ze zag, raakte ze zo in paniek dat ze de deur met haar lijf weer dichtgooide en probeerde het kettingslot erop te doen. 

 

Ik dacht: ik moet de politie bellen. Ik heb in de woonkamer een telefoon van de tafel gegrist en ben naar de keuken gelopen, twee meter verder, zodat hij mij niet zou zien bellen als hij binnenkwam. Achter mij hoorde ik het hout versplinteren. Er klonk afschuwelijk gekrijs en gegil. Ik ben naar het aangrenzende balkon gelopen, terwijl ik hoorde hoe er vreselijke dingen gebeurden. In doodsangst klom ik over de balkonrand en heb mezelf laten zakken. 

Met één hand hield ik me vast, in de andere had ik de telefoon waarmee ik met de alarmcentrale sprak. Terwijl ik nog met de centralist sprak, parkeerden agenten hun politiebusje al onder mij om mijn val te breken. „Heb je ook een brandweer nodig?”, vroeg de man van de meldkamer nog. „Nee, een brandweer hoeft niet, hoor”, heb ik gezegd. „Ik spring wel, dat overleef ik wel.” Ik dacht vooral: er is geen tijd voor een brandweer, daar kan ik niet op wachten. Achteraf schaam ik me ervoor dat ik dit heb gezegd. Ik kon natuurlijk helemaal niet weten dat ik dit zou overleven. 

Mijn man Martin maakt er soms nog steeds grapjes over. „Een brandweer hoeft niet, hoor”, zegt hij als zich thuis iets voordoet. Heel flauw natuurlijk.”

## Doodsangst

„Of ik bang ben geweest toen ik aan het balkon hing? Natuurlijk, ik ben nog nooit zo bang geweest. Bang voor de dood, al was er bijna geen tijd om daarover na te denken.

Toen ik me niet langer kon vasthouden, ben ik naar beneden gevallen, in totaal een meter of zes, zeven. Ik ben op het politiebusje terechtgekomen en daarna op de grond. Een van de agenten heeft tegen een voorbijganger gezegd dat die bij me moest blijven en tegen me moest praten. Dat heb ik achteraf in het proces verbaal gelezen, want ik kan me er niets meer van herinneren. Er stond in dat hij bang was dat ik zou overlijden, omdat er een plas bloed onder mijn hoofd lag en ik telkens wegzakte.

 

Terwijl ik buiten westen op straat lag, kwam de ambulance bij mij. Ook daar weet ik niets van. De dader, een psychotische bovenbuurman van de patiënte, heeft intussen in de keuken van zijn eigen appartement zijn mes schoongemaakt en daarna zijn kruisboog gepakt. Vanaf zijn balkon is hij gaan schieten, ook op mij. Daardoor moest het ambulancepersoneel me achterlaten om zelf een veilig heenkomen te zoeken. 

Ik ben niet door de kruisboog geraakt: ongeveer tien centimeter naast mij is er een krater in een tegel gekomen van een pijl die hij op mij afgevuurd had.

Ergens in die tijd ben ik bij bewustzijn gekomen en keihard naar de agenten gerend, die naast het appartement stonden. Dwars door de bosjes, uit het zicht en het bereik van de dader.

Nadat de dader door de DSI (Dienst Speciale Interventies, red.) was uitgeschakeld, is de politie het appartement van de patiënte binnengegaan. Daar hebben hulpverleners de lichamen van haar en haar nicht gevonden. Ze waren allebei doodgestoken. Het is een horrorbloedbad geweest. Mijn patiënte is op de bank gevonden, aan het infuus. De nicht is nog door de gang de slaapkamer in gevlucht, voordat ze overleed.”

## Apegapen

„Het eerste dat ik me weer kan herinneren, is dat mij in de ambulance gevraagd werd naar mijn geboortedatum. 

Eenmaal in het ziekenhuis bleek dat alles aan de rechterkant van mijn gezicht was gebroken: mijn oogkas, mijn jukbeen, mijn kaak.” Ze pakt een fotoboekje dat een vriendin heeft gemaakt, ironisch getiteld ”De balkonscène”. Wijzend op een vrouw die met een opgezwollen, verkleurd gezicht in een ziekenhuisbed ligt: „Dit ben ik. Ik lag echt op apegapen. Naast de verwondingen aan mijn gezicht had ik een klaplong, een complexe polsfractuur en een zware hersenschudding.

Toen mijn man Martin het ziekenhuis binnenkwam, zei ik tegen hem: „Mijn benen doen het nog.” Zo van: ik kan in elk geval nog lopen.

Ik was heel erg in de war door het hoofdletsel. Zo zei ik telkens tegen Martin dat hij mijn werk moest bellen om te zeggen dat iemand naar de patiënte moest gaan. Martin wist toen al dat de vrouw overleden was, maar dat mocht hij mij niet vertellen. Ik zou namelijk aan mijn gezicht geopereerd worden en de artsen wilden voorkomen dat ik paniekerig uit de narcose zou komen.

 

Ik weet nog goed hoe lastig ik het vond dat iedereen zo bang, geschrokken en verdrietig om mijn bed stond. Ik dacht: jongens, ik ben er nog. Maar ik wist natuurlijk maar de helft van wat er was gebeurd.

Omdat de operatie werd uitgesteld, is die avond de familierecherche langsgekomen. Toen de agenten naast mijn bed zaten en ik hen vroeg hoe het met mijn patiënte was, keken ze me aan en zeiden: „Die leeft niet meer.” Ik dacht even dat ik gek werd. Alsof de realiteit toen ineens doordrong. „Is ze vermoord?” vroeg ik. „Ja”, zeiden ze, „en haar nicht ook.” Toen heb ik gehuild. Ik realiseerde me: ik lig hier in het ziekenhuis met mijn man naast mijn bed, terwijl die twee mensen allebei overleden zijn.”

## Verhoor

„Op zaterdagmorgen ben ik geopereerd. ’s Middags zei ik tegen een verpleegkundige: „Mag ik naar huis?” Ik was bang dat onze drie kinderen in de basisschoolleeftijd allerlei enge verhalen te horen hadden gekregen en vond dat ze mij moesten zien. Ik wilde gewoon heel graag naar hen toe. 

Zaterdagavond ben ik thuisgekomen. Ik was blij dat ik er was, maar voelde me ook ontzettend akelig, moe en extreem duizelig.

Toch moest ik maandag naar het politiebureau voor verhoor. Met flink wat pijnstilling heb ik het doorstaan. Achteraf was het vreselijk intensief, maar toen ik mijn verhoor later teruglas, bleek dat ik nog best zinnige dingen had gezegd. 

Dinsdags ben ik opnieuw geopereerd. En later die week ben ik met agenten in burger naar een deel van de uitvaart van de patiënt en haar nicht geweest. Een onwerkelijke ervaring.

De eerste weken na het gebeurde was ik alleen maar blij dat ik nog leefde. Daarna werd het moeilijker.

Het herstel ging langzaam. Een hele tijd heeft mijn gezicht scheef gestaan, omdat ik zenuwbeschadigingen heb. Nog steeds heb ik geen gevoel in een gedeelte ervan. Zo had ik pas een flinke ontsteking aan een kies. Mijn wang werd steeds dikker. Ik heb toen toch maar de tandarts gebeld. Die zei: „Mariëlle, het kan niet anders dan dat jij erge pijn hebt.” Maar dat viel reuze mee.

Van mijn hoofd heb ik het meeste last gehad. In het begin kon ik niet zelf lopen. Mijn benen deden het wel, maar ik werd extreem duizelig. Ik heb een tijdlang bijna niets anders gedaan dan liggen. Vaak heb ik gedacht: ik word nooit meer beter. Ik was ontzettend vergeetachtig. Dat vond ik heel eng, dat mijn hersenen me in de steek lieten. Kon ik nog wel voor onze kinderen zorgen? Geluiden kwamen heel hard binnen. En als ik moe was, ging mijn hoofd raar doen vanbinnen, alsof mijn hersenen bewogen. Ik kan het niet goed uitleggen.

Ik was vaak moedeloos en verdrietig en voelde paniek als ik eraan dacht dat ik nooit meer zelfstandig aan het werk zou kunnen gaan. Ik snapte de normaalste dingen niet meer; het leek wel alsof een deel van mijn verstand was verdwenen.

Een maand of vier na het gebeurde ging ik voor het eerst weer mee naar de kerk. Maar zodra het orgel speelde, voelde het alsof mijn hoofd ontplofte.”

 

## Traumatisch

„Ik heb die eerste tijd veel hulp gehad van mijn man, mijn moeder, mijn verdere familie en mijn vriendinnen. Ook de gesprekken met slachtofferhulp hielpen enorm. Mijn casemanager bereidde me voor op de gang naar de rechtbank. Ook onderhield ze contact met mijn advocaat, de familierechercheur en stichting Namens de familie. Zij was degene tussen mij en de rest van de wereld. Ze was een soort externe harde schijf, want de mijne deed het niet meer.

Jarenlang heeft mijn leven in het teken gestaan van het ongeluk. Er kwam een groot moordonderzoek. Ik moest naar de rechtbank en op gesprek bij de officier van justitie. Het was enorm, enorm intensief. Want intussen moest ik proberen mijn rust te pakken en was ik aan het knokken voor herstel. Ik worstelde met terugvallen en zag hoe het drama als een olievlek zorgde voor angst en verdriet bij veel mensen om me heen, onder wie onze drie kinderen.

Hoewel ik geen PTSS aan het drama heb overgehouden, merkte ik dat het wel traumatisch is geweest. Een voorbeeld: De eerste keer dat ik na die zeventiende september ’s avonds alleen thuis was, kwam Martin met hoge nood terug van de jeugdvereniging. In zijn haast bonsde hij hard op de deur. Mijn hart zat gelijk in mijn keel. 

Toen ik een keer naar een politiehondenshow ging, schreeuwde de kerel in het beschermende pak heel hard. Ik kreeg meteen erge hartkloppingen. Mijn lichaam heeft het trauma blijkbaar opgeslagen en reageerde gelijk.

Dat had ik ook een keer in de rechtszaal, toen een van de familieleden van de patiënte heel hard ging schreeuwen. Mijn hartslag schoot omhoog.

 

Maar gesprekken met de psycholoog zijn niet nodig geweest. Mensen geloven dat meestal niet, merk ik. Dan zeggen ze: misschien komt de klap nog. Of ze denken dat ik me overschreeuw. Dat dit nooit goed kan gaan, dat ik zometeen instort. Ik moet soms bijna bewijzen dat het echt goed met me gaat. Dat vind ik echt lastig, al ben ik me er wel van bewust dat klachten soms ook later nog kunnen komen. 

De Arboarts zei: „De een krijgt hier PTSS van, de ander niet. Laat het je niet aanpraten, je hebt het nu niet.” Dat is niet mijn verdienste. We kunnen er lang of kort over praten, maar de Heere heeft ervoor gezorgd dat het goed met me gaat.”

## Hersenletsel

„De officier van justitie zei ooit: „Je hebt een voor en een na 17 september.” Ik dacht: doe niet zo overdreven. Maar ik heb echt een voor en een na. Het drama heeft me veel gekost. Ik heb er bijvoorbeeld licht hersenletsel aan overgehouden, al denk ik dat de mensen om mij heen dat niet merken. Ik kan soms ineens vergeten wat ik moest doen. Daarom schrijf ik alles op. Ook ben ik nog steeds met vlagen duizelig. Ik merk trouwens wel dat mijn hoofd zich nog steeds verder herstelt. Als ik mezelf vergelijk met een jaar geleden, gaat het op kleine punten toch beter. 

Ook mijn pols doet nog steeds zeer. Ik heb de schroeven die daarin waren geplaatst eruit laten halen, waardoor ik minder pijn kreeg en meer bewegingsmogelijkheid. Maar alsnog moet ik het werken met die pols doseren. 

Een jaar na het drama ben ik voor het eerst weer mee geweest met een collega, omdat ik voorzichtig mijn werk wilde oppakken. Het stomme is: bij een van de eerste patiënten waar ik kwam, hing een kruisboog aan de muur.

Ook moest ik eens in Apeldoorn aan de Boogschuttersweg zijn, bij het UWV. „Leuk adres hebben jullie”, zei ik toen ik binnenkwam. Veel van dit soort dingen triggeren. Niet dat ze per se angst veroorzaken, maar ze brengen me terug bij het ongeval.

Het gegil van de slachtoffers heeft nog heel lang in mijn hoofd gezeten. Als ik het er nu over heb, hoor ik het weer. Maar ik denk er niet vaak bewust meer aan.

Misschien scheelt het dat ik veel over het drama heb gepraat. Ik ben het gesprek erover nooit uit de weg gegaan en heb het gebeurde heel vaak bewust herbeleefd. Dat ging vanzelf, omdat de ervaring zo extreem heftig was. Ik denk dat zoiets heel goed helpt in het verwerkingsproces.”

## Troost

„Mensen zeggen weleens: wat stoer was je, of wat dapper, of wat knap dat je zo hebt doorgezet. Ben ik dapper of knap? Iets wat in je karakter zit, heb je niet van jezelf, maar krijg je van de Heere. Hij heeft mij drie keer wonderlijk bewaard voor de dood. Ik had doodgestoken kunnen worden in de gang, dood kunnen vallen van het balkon en doodgeschoten kunnen worden op de grond. 

In de rechtbank vond ik het soms lastig om als enige overlevende van het drama binnen te komen. Waarom leef ik nog wel en de patiënte en haar nicht niet meer? Ik heb daar niet meer recht op dan zij. Waarom ben ik grotendeels hersteld, meer nog dan ik had gebeden? Ik weet het niet. Daar krijg ik denk ik nooit antwoord op. Ik hoop van harte dat het voor mij ten goede is dat ik gespaard ben. De wetenschap dat de Heere overal boven staat, is mij altijd tot troost geweest. Hem loopt niks uit de hand. In het verleden niet, en ook niet in de toekomst, wat er ook gebeurt.

Ja, ik heb heel zware jaren achter de rug. Ik kan haast niet uitleggen hoe zwaar het lichamelijk en psychisch was. Maar ik ben ontzettend dankbaar dat de Heere me de kracht heeft gegeven om dit door te komen. Dankbaar ook voor mijn man die als een huis naast me staat en altijd overal mee naartoe ging, ook naar de rechtbank.

Of ik boos ben geweest op de dader? Ik heb hem nooit dood gewenst. In de rechtszaal besefte ik dat we ten diepste allemaal hetzelfde zijn.  We vinden onszelf stiekem beter dan hem. Maar zijn we dat echt? Nee, als de Heere ons loslaat, zijn we hier allemaal toe in staat.

Ik weet alleen niet of ik hem vergeven heb. Dat vind ik moeilijk. Ik heb in mijn slachtofferverklaring gezegd dat hij in de gevangenis om een Bijbel moet vragen en het gedeelte van de kruisiging na moet lezen. Dat er genade was voor de moordenaar aan het kruis en dat ik hem dat ook gun.”

 

## Genade

„Het is me pas na het gebeurde opgevallen hoe vaak het in de Bijbel gaat over de dood en over pijlen. In Psalm 91 staat dat de Heere u zal bewaren voor de pestilentie en voor de pijl die des daags vliegt. Als ik dat nu lees denk ik: Dat is mij overkomen. Er zijn veel psalmverzen die me een brok in de keel geven, veel Bijbelteksten die in angst en oorlogssituaties zijn geschreven.

Uiteindelijk heb ik mijn eigen 112-melding opgevraagd en teruggeluisterd. In het begin hoor je dat ik een beetje in paniek ben. Op een gegeven moment zeg ik: „O, God.” Iemand anders die dit beluistert, denkt misschien dat ik vloek. Maar ik riep God aan. Ik hoor dat mijn stem daarna stabiliseert. Ik kreeg rust en kon weer handelen. Later heb ik gedacht: Ik heb één keer naar de hemel geroepen, en Hij heeft mij geholpen. Dat is een enorm groot wonder. Ik heb heel duidelijk mogen ervaren dat de Heere erbij was. Ook later, in de rechtbank.

Het klinkt misschien gek, maar de gebeurtenis heeft me ook veel gebracht. Een drama als dit kan je huwelijk kapot maken, maar Martin en ik hebben het ontzettend goed gehad, juist ook in de bizarre periode die volgde. Ik ben overspoeld met genade.

Of mijn beeld van God is veranderd in de afgelopen periode? Ja. Vooral omdat ik niet één, maar drie keer door Hem gered ben. Meerdere mensen hebben tegen mij gezegd: „Mariëlle, het was je tijd niet.” Zelfs de officier van justitie zei dat, en die beste man doet volgens mij nergens aan. Dat maakt nog altijd veel indruk op mij: het was mijn tijd niet. De Heere heeft me gespaard, al is dat niet om mij.

Ik houd enorm van muziek en zing graag. Soms besef ik al zingend ineens: ik mag hier gewoon staan. Ik moet meer tot eer van de Heere verder proberen te leven. 

Pas zongen we The Crusifixion van John Stainer. Dat was zo mooi, ik kreeg er kippenvel van. Ik dacht: moet je kijken wat de Heere Jezus heeft gedaan. Hij heeft aan het kruis gehangen en is bespot. Hij is gestorven, maar ik mag nog leven, ik heb genadetijd gekregen. Dan wordt het voor mezelf heel persoonlijk. Daar moet ik mee aan het werk.”

 

## Eenzaam

„Het is nu vijf jaar geleden dat de aanslag plaatsvond. Pas na de uitspraak in het hoger beroep in 2024 kwam er voor mij een streep onder te staan. Toen pas werd het drama van een hoofdweg een zijpad in mijn leven.  Ook voor onze kinderen is het geen ding meer. 

Ergens zie ik ertegenop dat door dit interview alle vragen weer opnieuw beginnen. Maar Martin zei: Doe het gewoon. Je hebt een bijzonder verhaal. 

Dat ik iets groots heb meegemaakt, merk ik aan de reacties van de mensen om me heen.” Ze lacht even. „Ik liep in coronatijd bij de fysio. Iemand in de wachtkamer zei op een gegeven moment tegen me: „Weet je wie ook in Rijssen woont? Dat vrouwtje dat bijna vermoord is met een kruisboog.” Ik zei: „Dat klopt ja, dat ben ik.” Zo jammer dat zij een masker voorhad, want ik denk dat haar mond openviel van schrik en verbazing.

Soms zeggen mensen: „Ik kan me niet indenken hoe het voor je geweest moet zijn.” Dat kan niemand en dat is maar goed ook. Want dan zouden ze naast me op dat balkon hebben moeten staan, en dat gun ik niemand. Maar het voelt soms wel eenzaam om de enige te zijn die weet hoe het was.

Je kunt het vertellen, je kunt het uitleggen, maar de intensiteit en de spanning kan ik niet verwoorden. Hoe beschrijf ik een drama dat maakt dat het stresszweet uit je lichaam komt als je weer naar de rechtbank moet? Als je op twee meter afstand van de dader zit en je alle details van het drama moet aanhoren, tot elke steekwond aan toe? Verschillende mensen die meegingen naar de rechtbank, zeiden later: „Dit is veel heftiger dan ik me had gerealiseerd.”

Het geeft ook helemaal niet dat anderen het niet kunnen begrijpen. Maar ergens wil ik graag alles vertellen. En dat lukt niet, ook niet in dit interview.

Vaak verzwijg ik het gebeuren maar. Tegenover mijn patiënten in het ziekenhuis bijvoorbeeld. Die kunnen iets zeggen als: „Je bent nog zo jong, je hebt nog niet zo veel meegemaakt.” Dan denk ik soms: je moest eens weten.

Vanmiddag moet ik trouwens opnieuw naar de rechtbank. Dan is de eerste tbs-zitting. Ik ben niet verplicht naar de zitting te gaan, maar wil het zelf graag. Ik zie hem dus vanmiddag weer, de man die voor zo veel leed heeft gezorgd. Ik ben benieuwd hoe het met hem gaat.”

 

 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/marielle-overleefde-het-kruisboogdrama-ik-ben-drie-keer-bewaard-voor-de-dood</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/marielle-overleefde-het-kruisboogdrama-ik-ben-drie-keer-bewaard-voor-de-dood</guid>
            <pubDate>Tue, 15 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Jojanneke wil nooit meer weg bij defensie]]></title>
            <description><![CDATA[„Na de middelbare school ben ik sociaal pedagogisch werk (spw) gaan doen aan het Hoornbeeck College. Tijdens de opleiding kwam ik erachter dat ik te ongeduldig ben voor het begeleiden van mensen. Ik vind het veel leuker om dingen te regelen. Als er bij mij vandaag een probleem is, heb ik het liefst morgen opgelost.

Ik heb daarom na mijn opleiding kort in een boekhandel gewerkt en ben daarna tweeënhalf jaar als promotiemedewerker aan de slag gegaan. Ter opvulling van mijn uren werkte ik in de thuiszorg en intussen deed ik ook een opleiding tot secretaresse en administratief medeweker. Die rondde ik in tweeënhalf jaar af. 

Mijn eerste baan als gediplomeerd administratief medewerker was bij een keukenshowroom, waar ik ook receptioniste en gastvrouw fungeerde. Ik vond het afwisselend werk en heb het met veel plezier gedaan. Maar na verloop van tijd begon het toch te kriebelen. Ik was op zoek naar meer uitdaging en ging opnieuw solliciteren.

Een van mijn sollicitatiebrieven ging naar defensie. Ik werd daar niet aangenomen, maar wel in het systeem gezet. In de week dat ik nog één sollicitatie had uitstaan, kreeg ik drie keer met hetzelfde Bijbelgedeelte te maken. In de preek, in mijn dagboekje en in een gedeelte dat mijn vader na het eten las. Het ging erover dat de Heere leidt, over het jubeljaar des Heeren. Voor mij voelde het alsof er wat zou gaan veranderen in mijn leven. 

Die donderdagmiddag werd ik gebeld door het laatste bedrijf waar ik had gesolliciteerd: ik was het niet geworden.  Daarmee worstelde ik. Had ik me er dan in vergist dat dat Bijbelgedeelte voor mij was?

 

Nog geen uur later werd ik gebeld door defensie. Ik mocht op sollicitatiegesprek komen voor de functie van managementassistent op een vliegbasis. Dat was een moment om nooit te vergeten. Ik moest een hele berg formulieren invullen, wel een stuk of 35. Anderhalve week later mocht ik op sollicitatiegesprek komen. Ik werd nog diezelfde ochtend aangenomen.”

## Warme sfeer

„Inmiddels werk ik acht jaar bij defensie. Nu niet meer op de vliegbasis, maar als managementassistente voor een kolonel op de Trip van der Zoudtlandtkazerne in Breda. Mijn eerdere functie hield bij een reorganisatie op te bestaan en ook bij het vinden van mijn nieuwe functie werd ik bepaald bij Gods leiding.

Het mooie aan mijn baan vind ik de warme sfeer en de saamhorigheid onder militairen. Ook het feit dat je hier te maken hebt met rangen en hiërarchie vind ik interessant. Ik krijg te maken met allerlei mensen die op bezoek komen bij de kazerne, onder wie hoogwaardigheidsbekleders en buitenlandse gasten.  

 

Sommige van mijn collega’s zijn kerkelijk, maar de meesten niet. Ik ervaar dat de Heere wil dat ik in zo’n diverse organisatie als deze, christen ben en collega’s mag bemoedigen. We moeten een lichtend licht zijn in onze wereld en hoe kunnen we dat zijn als we in onze eigen reformatorische bubbel blijven? 

Of het ook weleens eenzaam is op deze plek? Soms wel. Als collega’s bijvoorbeeld vertellen wat ze op zondag hebben gedaan, kan ik alleen zeggen dat ik naar de kerk ben geweest. Ik mis dan een bepaalde aansluiting. Soms vraag ik in een groot gezelschap om stilte voor het eten. Dan moet ik wel even een drempel over.

Maar uiteindelijk heb ik het hier zo naar mijn zin dat ik van plan ben om tot mijn pensioen bij defensie te blijven. Het liefst in een leidinggevende functie. Daarvoor wil ik dan graag een opleiding gaan volgen. Het mooie is dat defensie daar alle gelegenheid toe geeft.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/jojanneke-wil-nooit-meer-weg-bij-defensie</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/jojanneke-wil-nooit-meer-weg-bij-defensie</guid>
            <pubDate>Mon, 14 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Geen woorden geven aan emoties]]></title>
            <description><![CDATA[Heb je last van alexithymie? Dat kan zomaar het geval zijn; ook al weten de meeste mensen niet dat ze er last van hebben. Naar schatting treft het een op de tien mensen. Wat alexithymie is? Je voelt een knoop in je maag, je hart klopt sneller, maar je kunt niet zeggen of je woede, angst of opwinding voelt: je kunt dan geen woorden geven aan je emoties. Je voelt ze wel, maar koppelt er geen emotie aan. De knoop in de maag heet dan misselijkheid, het bonzende hart komt door inspanning. Mensen met alexithymie richten zich op de buitenkant, de waarneembare details van een situatie: wat er is gebeurd, gezegd of gedaan. Doordat ze hun emoties niet kunnen omschrijven, zijn ze emotioneel terughoudend. Er hapert dan wat in de communicatie: anderen kunnen daardoor niet weten hoe iemand met alexithymie zich voelt of ervaart. Ze komen over als afstandelijk, niet betrokken, hoewel ze dat wel kunnen zijn; zelfs zo dat ze diep geraakt kunnen zijn. 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/geen-woorden-geven-aan-emoties</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/geen-woorden-geven-aan-emoties</guid>
            <pubDate>Thu, 10 Sep 2026 09:12:04 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo maak je gemakkelijk een boterkoek waarmee je eindeloos kunt variëren]]></title>
            <description><![CDATA[Boterkoek is zonder twijfel een van mijn favoriete baksels. Of het nu een stukje deeg is dat net gekneed is, een plakje dat nog heerlijk warm uit de oven komt of juist een koude punt rechtstreeks uit de koelkast, je mag me er altijd voor wakker maken.

Dit recept is een heerlijke basis waarmee je eindeloos kunt variëren. In plaats van witte basterdsuiker gebruiken we donkerbruine basterdsuiker. Die geeft de boterkoek een diepe en volle smaak. In combinatie met de speculaaskruiden krijgt de koek zo al een herfstig tintje.

Wil je er je eigen draai aan geven? Voeg dan eens grofgehakte walnoten of hazelnoten toe voor een lekkere bite. Ben je dol op gember? Dan maken stukjes gekonfijte gember deze boterkoek helemaal af.

## Ingrediënten

- 250 g koude roomboter
- 275 g bloem
- 150 g donkerbruine basterdsuiker
- 1 el speculaaskruiden
- Snufje zout
- 2 eieren
- 30 g amandelschaafsel

 

## Bereiding

- Doe de roomboter samen met de bloem, donkerbruine basterdsuiker, speculaaskruiden en zout in een kom en meng dit tot een kruimeldeeg.
- Voeg daarna 1 ei toe en meng dit er kort door.
- Verdeel het deeg over een ingevette boterkoek- of springvorm.
- Zet het daarna 1 uur in de koelkast.
- Verwarm de oven voor op 175 graden.
- Klop 1 eitje los en bestrijk het deeg ermee, zodat het amandelschaafsel erop blijft liggen.
- Bak de boterkoek in 25-30 minuten goudbruin in de oven.
- Laat de boterkoek goed afkoelen. Bewaar hem bij warm weer in de koelkast.

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-maak-je-gemakkelijk-een-boterkoek-waarmee-je-eindeloos-kunt-varieren</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-maak-je-gemakkelijk-een-boterkoek-waarmee-je-eindeloos-kunt-varieren</guid>
            <pubDate>Wed, 09 Sep 2026 12:49:12 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Chris bedwingt de Areopagus]]></title>
            <description><![CDATA[Reces betekent dat er nagenoeg niet vergaderd wordt in Den Haag, maar in de eerste recesweek ben je over het algemeen nog bezig in Den Haag of word je geacht op bepaalde plekken aanwezig te zijn. 

In de laatste week van het reces hebben wij onder andere de beroemde fractiedagen, waarbij we ons met de Kamerleden en alle fractiemedewerkers bezinnen op het komende politieke jaar. We doen dat altijd op een mooie plek in Nederland. 

De actualiteit gaat niet met vakantie. Zo gebeurt er altijd wel iets in Nederland of daarbuiten wat de aandacht vraagt. Of het nu het beperken van verkeer is op de Merwedebrug, het sluiten van een kleine school, het instellen van een boycot op leveringen uit Judea en Samaria of PRO die abortus uit het strafrecht wil halen: je moet er toch op reageren, vragen aan het kabinet stellen of de pers te woord staan.

Gelukkig is er ook tijd om thuis wat achterstallige zaken weg te werken en voor ontspanning met het gezin.

 

Deze zomer was ik met onze jongste dochter enkele dagen in Athene. Bij het verlaten van de basisschool mogen onze kinderen een plek of stad in Europa kiezen waar ze met hun vader een paar dagen naar toegaan. Het was een fijne tijd. De vader genoot er minstens zo van als de dochter. 

Het meest benieuwd waren we naar de Areopagus. Ik moet bekennen dat ik me er veel van voorgesteld had. Meer dan de kale rots die het is. We klauterden er in de brandende zon met heel veel mensen in een stoet tegenop. En uiteindelijk keken we uit over de stad.

Het was, net als voor die Atheense filosofen destijds, een goede les voor me: daar boven op die Areopagus. Je hebt weleens zaken waar je enorm tegenopziet. Je maakt ze dan in gedachten enorm groot. Op het moment dat je ermee geconfronteerd wordt, valt het in de praktijk vaak erg mee. 

En nog veel belangrijker: die (onbekende) God waar Paulus over sprak: daar hoef je niet voor naar bijzondere plaatsen. Die laat zich gewoon vinden: in Zijn Woord.

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/chris-bedwingt-de-areopagus</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/chris-bedwingt-de-areopagus</guid>
            <pubDate>Wed, 09 Sep 2026 07:48:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo beïnvloedt manosfeer reformatorische jongeren]]></title>
            <description><![CDATA[Deze vraag van een docente kwam naar aanleiding van een gebeurtenis in haar klas. Ze vroeg een jongen om stil te zijn en de aandacht bij de les te houden. Zijn reactie was: „Ik luister niet naar jou; jij bent een vrouw.” 

 

Dit hoor ik de laatste tijd vaker op scholen. Jongens maken dit soort opmerkingen richting vrouwelijke leerkrachten, doordat ze zijn beïnvloed door de manosfeer. Dit is een verzamelterm voor onlinekanalen waar mannelijkheid centraal staat. Kenmerken hiervan zijn dat mannen sterk moeten zijn, geen emoties mogen tonen, veel geld moeten verdienen, vrouwen mogen domineren en er goed en gespierd uit moeten zien. Online komen dergelijke ideeën ook bij reformatorische jongeren terecht. Jongens kunnen hierdoor, in combinatie met het kijken van porno, het beeld krijgen dat vrouwen minderwaardig zijn. Ik spreek jongens op middelbare scholen en tijdens coaching bij wie ik deze invloeden opmerk. „Als ik seks wil, kan ik verschillende meiden appen, meerdere keren per week.” „Als ik een meisje wil zoenen, dan doe ik dat.” „Via Snap vraag ik gewoon naaktfoto’s van meiden uit mijn klas.” Het lijkt helemaal normaal. 

Is dat hoe God het bedoeld heeft? Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, Eva als hulpe tegenover Adam. Niet onder, achter of boven Adam; nee, tegenover, gelijkwaardig en toch heel verschillend, helemaal uniek. 

Vaders: leer je zoon hoe God het bedoeld heeft; dat liefde geen eenrichtingsverkeer is. Dat echte mannelijkheid niet zichtbaar wordt in macht, spierballen, een dikke auto, veel geld of dominantie, maar juist in verantwoordelijkheid, zelfbeheersing en respect. Een echte man hoeft een vrouw niet klein te maken om zichzelf groot te voelen. Juist in de manier waarop een jongen over meisjes spreekt en met vrouwen omgaat, wordt zichtbaar Wie zijn grote voorbeeld is. In een tijd waarin sociale media hard roepen wat een man zou moeten zijn, hebben onze zonen vaders nodig die hun niet alleen vertellen, maar vooral voorleven wat het betekent om een man naar Gods hart te zijn.

_Ook een vraag over omgaan met pubers of (seksuele) opvoeding? Stel hem aan Matthijs via: [redactie@terdege.nl](mailto:redactie@terdege.nl)._

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-beinvloedt-nanosfeer-reformatorisch-jongeren</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-beinvloedt-nanosfeer-reformatorisch-jongeren</guid>
            <pubDate>Tue, 08 Sep 2026 07:51:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Ds. Hazenoot: Er is niks romantisch aan zending]]></title>
            <description><![CDATA[Dat Peter predikant in een protestantse gemeente op Aruba zou worden, had hij nooit voorzien. Een theologiediploma bezit hij niet. Wel heeft hij ruimschoots ervaring met evangelisatie onder verslaafden, prostituees en verschoppelingen. 

„Als kind had ik al een verlangen om Gods Woord te delen. De dominee, zo noemden zowel leerlingen als docenten me op school.  

Op mijn twaalfde kwam er een evangelist uit Israël in onze hervormde kerk in Katwijk: Johan Schep. Hij zei iets als: „Zonder de Heiland in je hart ben je reddeloos verloren. De enige die je hart kan veranderen, is de Heere Jezus.” Dat landde. Ik begreep dat ik zondig was en verzoend moest worden met een heilige God. Het was een heel bijzonder moment, toen ik tot het inzicht kwam dat de Heere Jezus ook voor mijn zonden gestorven is. Ik heb daarna nog geregeld getwijfeld aan mijn eigen toewijding aan de Heere, maar nooit aan Zijn redding.

Een aantal jaar later ging ik vrijwilligerswerk doen in Den Haag, bij een opvanghuis voor verslaafden. Evangelist Arie Knoester had daar de leiding. Hij was een man met een hart van goud. Van hem heb ik leren bidden. Arie zei bijvoorbeeld: „Vanavond om halfzes moeten we eten.” Ik vroeg: „Waar is het geld voor het eten?” Waarop Arie antwoordde: „Mijn jongen, dat is je eerste gebedspunt.” 

Ik vergeet nooit dat we een keer aan het bidden waren, toen onze buurman, een Turkse pizzaboer, aan de deur stond. „Hebben jullie honger?” vroeg hij. „Want ik had een bestelling van 25 Turkse pizza’s, maar die zijn niet opgehaald. Nu zit ik ermee.” Ik weet nog dat ik dacht: Hoe kan de Heere een Turk gebruiken om ons gebed te verhoren?”

### _Het werk onder de verslaafden in Den Haag is het begin geweest van jullie komst naar Aruba. Hoe ging dat?_

Peter: „Een van de verslaafden werd een vriend van me. Orlando heet hij. Op een bepaald moment is hij teruggegaan naar zijn geboorteland Aruba, waar hij weer aan de drugs raakte. Daarom ben ik hem gaan halen. Hoe dat gegaan is, is heel bijzonder. Ik was inmiddels evangelist en leefde van giften, toen ik naar een reiswinkel ging om een vliegticket te boeken. Op mijn rekening stond maar veertig euro. Daar kom je niet ver mee. Ik kreeg een week de tijd om het geld bij elkaar te zoeken, daarna zou ik mijn aanbetaling kwijt zijn. 

Toen de week voorbij was, ging ik met zweethandjes naar de winkel toe. Ik zei: „Ik heb het nog niet, maar voordat jullie sluiten is het vast in orde.” Ik geloofde het zelf maar half. Toen ik buiten stond, kwam er een man naar mij toe. Hij zei: „Ben jij Peter Hazenoot? Loop even met me mee naar de pinautomaat.” Hij pinde zeshonderd euro en gaf die aan mij. Ik had de man voor zover ik weet nog nooit ontmoet en ik had niemand verteld over het gebrek aan geld voor een vliegticket.”

### _U had toch ook gewoon uw achterban om geld kunnen vragen voor een ticket?_

„Ik vertrouwde liever op de Heere. Ook later, toen mijn vrouw en ik eenmaal getrouwd waren, deden we dat. We lazen eens in een boekje van de negentiende-eeuwse evangelist George Müller dat de Heere God weet wat je nodig hebt. Je hoeft mensen niet om geld te vragen, maar alleen Hem. Toen hebben mijn vrouw en ik besloten om onze financiële noden nooit bekend te maken aan anderen. 

Natuurlijk mag je met geldzorgen leunen op de mensen om je heen. Maar voor ons voelt het niet goed. We hebben ontdekt hoe rijk het is om op God te vertrouwen in je zorgen, juist als niemand ervan afweet.”

### _Hoe zijn jullie uiteindelijk op Aruba beland?_

„Ik kwam dus aan op Aruba om mijn vriend Orlando te gaan opzoeken. Uiteindelijk vond ik hem en is hij teruggegaan naar Nederland om af te kicken. 

Een tijd lang ben ik ieder kwartaal naar Aruba gegaan om te evangeliseren onder prostituees. Mijn vrouw, met wie ik toen inmiddels getrouwd was, ging mee.”

Madeleine: „Toen we kinderen kregen, werd het lastiger om vier keer per jaar naar Aruba te reizen, ook vanwege de jetlag. We zagen het als een gebedsverhoring dat Peter in 2015 een beroep van de protestantse gemeente op Aruba ontving. Al was dit beroep officieel niet mogelijk, want Peter had de juiste diploma’s niet om daar aangenomen te kunnen worden en hij was ook geen lid van de PKN. Uiteindelijk heeft God het toch toegelaten en zijn we in januari 2016 hier gekomen.”

### _Hoe was die eerste tijd in Aruba?_

Madeleine: „Ik vond het moeilijk om hiernaartoe te emigreren. Het was niet gelijk mijn verlangen. Een keer waren we op Aruba met een groepje mensen aan het Bijbellezen, toen iemand ons vertelde dat hij ervaarde dat hij iets tegen ons moest zeggen. „God wil dat jullie hier gaan wonen”, zei hij. „Het zal niet makkelijk zijn, de eerste jaren zullen zwaar zijn, maar God zal jullie ook zegenen. Madeleine, jij krijgt de taak om biddend achter Peter te staan.” Ik weet nog dat mij dat heel erg raakte en ik zei tegen Peter: „Peet, ik weet zeker dat God gesproken heeft, we moeten hiernaartoe.” De eerste jaren zijn overigens inderdaad heel moeilijk geweest.”

Peter: „Er was veel geestelijke strijd.”

Madeleine: „Het duurde lang voordat ons huis was opgeknapt, en toen dat eindelijk zover was, zat er houtluis in en moest het weer worden afgebroken. Ik heb een tijd in Nederland op een camping gewoond met onze twee kleine kinderen, terwijl ik zwanger was van de derde en een miskraam kreeg.” Emotioneel: „Het was echt zwaar.”

Peter haalt een glas water voor haar en slaat zijn arm om haar heen.

Madeleine: „Maar God heeft ons erdoorheen geholpen.”

Peter: „We zijn nooit een cent tekortgekomen. Nooit.”

 

### _Die geestelijke duisternis die jullie noemen, waar gaat dat over?_

Peter: „In de andere protestantse kerken zaten mensen die lid waren van de vrijmetselarij. Dat is een duistere, occulte club, waar veel ongeloof heerst. Ze waren totaal niet geïnteresseerd in wat de Bijbel zegt, of in enige vorm van geestelijk leven. Er was niet alleen sprake van ongeloof bij hen, maar ook van goddeloosheid.”

Mardeleine: „Op een ordinaire manier, soms.”

Peter: „Ze zeiden godslasterlijke dingen. En ze zetten alles op alles om ons weg te krijgen, omdat de Arubaanse protestantse gemeenten met elkaar verbonden zijn.”

Madeleine: „We hadden te maken met pesterijen en dreigementen. Zo is er elf keer ingebroken: in het kantoor van de kerk, in de zondagsschool, in de auto. Daarbij namen ze geen geld mee, maar wel papieren met kerkelijke gegevens.”

Peter: „Dieren werden geofferd bij ons huis en bij de kerk en de zondagsschool. Dat had te maken met bruheria (hekserij, red.). Het was echt een strijd van de duisternis tegen het Licht.”

### _Zijn jullie bang geweest?_

Peter: „Ik ben vrij nuchter, maar ik erken wel de realiteit van geestelijke machten. Gelukkig is de Bijbel heel duidelijk: Hij die in ons is, is meerder dan die in de wereld is.” Met een lachje: „Bij de dierenoffers werden altijd muntjes achtergelaten. Ik raapte die op en stopte ze in de collectezak. Geld is geld.”

 

Madeleine: „Wat ik beangstigend vond, waren de bedreigingen die Peter kreeg. Ook in kerkelijke vergaderingen werd hij vaak gekleineerd. Het ene probleem was meestal nog niet opgelost of het volgende diende zich al aan. Daardoor is hij in een burn-out terechtgekomen. Voor mij voelde het in die tijd alsof ik emotioneel gezien alleen stond. Vrienden en familieleden in Nederland waren te ver weg, en ik kon met mijn emoties ook niet bij Peter terecht, want hij had genoeg aan zichzelf.”

Peter: „De achterliggende jaren in Aruba hebben ons als gezin bijna genekt. Vaak hebben we gedacht: we stoppen, we gooien de handdoek in de ring, dit is te gek, te veel. Maar als je een roeping hebt, kun je niet opgeven. We zijn met de Heere gekomen, dan kun je niet zonder de Heere weggaan. We zullen niet optrekken, tenzij dat U met ons meegaat.

Sinds een jaar is er gelukkig meer rust gekomen. De kerk loopt vol met bezoekers, zorgwekkend vol zelfs. Het gebouw is net opgeknapt en nu moeten we waarschijnlijk alweer gaan uitbreiden als het zo doorzet. Maar dat is van latere zorg. 

We zien dat de velden op Aruba werkelijk wit zijn om te oogsten. Er is honger naar Gods Woord.” 

### _Jullie hebben dit jaar een beroep uit Canada gekregen. Hoe was dat?_

Peter: „Dat was heel aantrekkelijk. Alles was daar tot in de puntjes geregeld voor een predikantsgezin. We zouden een goed salaris krijgen en in een rustige, georganiseerde en gestructureerde gemeente terechtkomen, in plaats van in een zendingsgebied. Daar preken zou betekenen dat we niet meer al die strijd zouden hebben. Bovendien zouden onze kinderen dan naar een school met gedegen Bijbels onderwijs gaan. Daar kunnen we hier alleen maar van dromen. We zagen het al voor ons. Uiteindelijk heeft de Heere gesproken door Openbaring 3:2: Wees wakker en versterk het overige dat dreigt uit te sterven. Met andere woorden: we kunnen nog niet weg. Dat geeft rust, maar we weten ook dat de strijd weer op de loer ligt.”

 

### _De jaren in Aruba hebben jullie als gezin bijna genekt, zeiden jullie net. Wat betekent dat concreet?_

Peter: „In de diepte van de burn-out kon ik niet stoppen met werken, omdat niemand me kon vervangen. De kerkdiensten moesten gewoon doorgaan, want wie zou er anders kunnen preken?”

Madeleine: „In tijden van stress, spanning en drukte kon hij vaak ’s nachts niet slapen. Dat merkten wij ook. Hij werd kortaf. Dat doet veel met je gezin.”

Peter: „En met je huwelijk. De moeilijke jaren hebben van Madeleine ook hun tol geëist. Vorig jaar mochten we twee weken in het huisje van vrienden, in Frankrijk. Dat heeft mijn ogen geopend. In dat huisje viel er zo’n last van mijn schouders. Ik wist niet wat me overkwam.”

Madeleine: „We hoefden even niet te stressen of te haasten. Er was rust. Er hoefde niks. Hij kon gewoon genieten van de kinderen.”

### _Hebben jullie je eenzaam gevoeld in die jaren van strijd?_

Madeleine, met tranen in haar ogen: „Ja.”

Peter: „Vreselijk eenzaam. Ik heb me gevoeld als Mozes. Hij stond voor de Rode Zee. Achter hem kwamen de Egyptenaren, voor hem lag het water, opzij waren de bergen. Hij kon nergens heen, maar kon wel omhoogkijken. Maar er zijn momenten geweest dat ik ook teleurgesteld was in de Heere. In de Bijbel staat: roep mij aan in de dag der benauwdheid en Ik zal u antwoorden. Soms ging ik daaraan twijfelen. Pas nu er wat meer stabiliteit in ons leven op Aruba is gekomen, voelt het alsof God een droog pad leidt door de Rode Zee.” Opzij kijkend, naar zijn vrouw: „Hè?” Zij, eenvoudig: „Ja.”

### _Hoe was die eenzaamheid voor jou, Madeleine?_

Zij: „Ik heb heel veel gebeden. Een aantal jaar geleden, toen Peter heel diep zat, had ik het echt moeilijk. Wat ik het lastigst vond, is dat ik hem niet meer gelukkig kon maken.  Met niets. Als ik een maaltijd voor hem maakte, at hij wel, maar genoot hij er niet van. Hij kon van niks genieten.”

Peter: „Dat heeft jou veel pijn gedaan. Toch bleef ze lekker koken en heeft ze het in huis altijd huiselijk gemaakt. En dat is een uitdaging op Aruba, hoor. Alles om je huis mooier te maken, is hier onbetaalbaar.”

Madeleine lacht: „Als we naar Nederland gaan, neem ik lege reiskoffers mee, zodat ik hier spullen kan aanschaffen.”

Peter, met een knipoog: „Ze is het tegenovergestelde van Naomi, die vol heenging en leeg terugkwam. Mijn vrouw gaat leeg heen en komt vol terug. Vrienden en familie maken daar grapjes over, maar we zijn nu eenmaal niet in de gelegenheid om geld over de balk gooien. Madeleine is wat dat betreft net de vrouw uit Spreuken 31.”

 

### _Hoe had je in die moeilijke periode dan energie om er toch voor je gezin te kunnen zijn?_

Madeleine: „Dat had ik die eerste jaren niet. De kinderen krijgen thuisonderwijs. ’s Avonds bereidde ik hun lessen voor, ’s nachts was ik vaak wakker voor voedingen of voor huilende kinderen. Ik ben een migrainepatiënt en de klachten worden erger als er spanningen zijn, dus had ik minimaal een keer per week een aanval. Er waren momenten dat ik er niet voor de kinderen kon zijn, omdat ik zo beroerd was. Wat veel verlichting gaf, was dat er na coronatijd meiden kwamen die de kinderen les konden geven. Toen kreeg ik meer tijd voor mezelf en het huishouden.”

Peter: „Ik kreeg het afgelopen jaar hulp van een evangelist die stageliep, Jan. Hij nam me veel werk uit handen. Het was zo’n verademing dat hij taken op kon pakken.”

Madeleine: „Ook voor komend schooljaar hebben zich jongeren gemeld die ons willen helpen met lesgeven en ander werk.”

Peter: ,,We zien dat de Heere op Zijn tijd voorziet. We moeten onze zorgen alleen durven loslaten.”

### _Jullie vertelden over de moeilijkheden op Aruba en de geestelijke duisternis. Gebeuren er ook mooie dingen?_

Peter: „Talloze. Onze pijn en moeite betekenen niet dat er geen zegen en vrucht was. Het tegendeel is waar. De Bijbel zegt dat wie met tranen zaaien, met gejuich zullen maaien. Daar kunnen wij van getuigen. We hebben de mooiste dingen meegemaakt en de heerlijkheid van de Heere gezien. Dode zielen kwamen tot leven. Mensen die al zeventig jaar in de kerk zaten, kwamen tot geloof. Prostituees werden gered, verslaafden werden clean. Een kerk die op sterven na dood was en waarvan het gebouw op instorten stond, bloeit nu. In coronatijd mocht ik elke dag op de landelijke televisie een Bijbelstudie geven; dat kun je je in Nederland niet voorstellen. De Heere heeft aan alle kanten zegen gegeven, ook aan ons. Dwars door alles heen heeft Hij bewezen trouw te zijn. Als de Heere er niet bij was, had mijn vrouw allang gezegd: zoek het maar uit met je zootje.”

Madeleine: „Nou, dat is overdreven …”

Peter: „Toch willen we de pijn en moeite ook schetsen. Want het leven van een zendingsgezin wordt vaak geromantiseerd. Maar er is niets romantisch aan, het is echt offeren, soms met hangen en wurgen. Af en toe benauwt het leven je. Maar dwars door alles heen toont de Heere trouw te zijn. Hij laat ons niet los.”

### _Jullie kinderen Jedidja, Jesse, Joah en Julia zijn nu 13, 11, 8 en 7. Hoe ervaren zij het leven op Aruba?_

Madeleine: „Ze vinden het prettig hier, al zijn er ook wel periodes geweest dat ze weinig leeftijdsgenoten hadden in de kerk en ze vriendjes misten.”

Peter: „Tegelijkertijd is Aruba heel veilig voor kinderen, overzichtelijk en eenvoudig. Ik ben dankbaar dat ze hier opgroeien. Zodra ze thuis zijn, gaan de schoenen uit en is het buitenspelen. Ze hebben een leven als een luis, ik wou dat ik dat vroeger zo had.”

 

### _Kunnen jullie je voorstellen ooit terug naar Nederland te gaan?_

Madeleine: „Ik zou graag weer vriendinnen om me heen hebben, en oudere vrouwen in de kerk, die een voorbeeld zijn, die ik om advies kan vragen. Dat mis ik nu soms. Arubanen hebben hele warme familiebanden. De eilandcultuur maakt dat ze wat geslotener zijn naar nieuwkomers. Dan krijg je moeilijker diep contact. 

Verder zouden we ook graag dichter bij onze familie wonen. Onze ouders kunnen nu geen hechte band opbouwen met onze kinderen, en wij niet met onze nichtjes en neefjes. Dat vind ik heel moeilijk.”

Peter: „Zo zijn we bijvoorbeeld niet op de bruiloft van mijn jongste zusje geweest. Ook wat dat betreft heeft zendingswerk een prijs.

Toch zou ik denk ik ook moeite hebben om het leven in Nederland weer op te pakken. Dat heeft te maken met hoe ons land te grabbel wordt gegooid aan islamisering en secularisering. Vrijwel elke wet die aangenomen wordt, gaat tegen God in. Bij sommige kerken hijsen ze met hetzelfde gemak de regenboogvlag als de kruisvlag. Daarnaast is Nederland erg veranderd: de mensen staan op scherp, de onvrede is groot. 

Als de Heere ons terugroept naar Nederland, kom ik graag, maar het is niet meer het land dat we in 2016 achter ons hebben gelaten. Nederland is niet meer ons thuis. Aruba is dat overigens ook niet. Ik denk dat we nu tussen twee werelden leven.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/ds-hazenoot-er-is-niks-romantisch-aan-zending</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/ds-hazenoot-er-is-niks-romantisch-aan-zending</guid>
            <pubDate>Sat, 05 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Belgische gevangenisdirecteur Hans Claus pleit voor detentiehuizen]]></title>
            <description><![CDATA[Hoewel Claus al sinds zijn studententijd vond dat het gevangenissysteem anders moest, viel het kwartje echt toen hij ruim twintig jaar directeur was. In 2008 kreeg hij maquettes te zien van vier nieuwe gevangenissen die de overbevolking in de cellen moesten oplossen. Tot zijn verbazing waren het moderne kopieën van hetzelfde ontwerp waar hij al jaren tegenaan liep. „Ik dacht dat ik botste op de mentaliteit van het personeel of van de samenleving, maar plots zag ik: het zit ook in het gebouw zelf.” 

Alle inspanningen om gedetineerden begeleiding en perspectief te bieden, liepen telkens vast op een infrastructuur die voor een heel ander doel was ontworpen. „Dat was de wake-up call.”

Vanaf dat moment ging Claus vragen stellen bij het idee van de klassieke gevangenis. Dat type vindt haar oorsprong aan het einde van de achttiende eeuw. Toen leefde de overtuiging dat een mens tot inkeer komt wanneer hij zich terugtrekt uit de samenleving en zijn geweten onderzoekt. „Men ging ervan uit dat de eenzame afzondering heilzaam was. Er lag een Bijbel op de cel, er hing een kruisbeeld en af en toe kreeg iemand bezoek van een aalmoezenier. Contact met andere gedetineerden werd juist vermeden. Dat waren allemaal slechte mensen. Contact met elkaar was absoluut uit den boze.”  

 

## Ophokken

Na de Tweede Wereldoorlog veranderden de maatschappij en het mensbeeld. De samenleving werd een plek waar mensen konden groeien, maar gevangenissen veranderden nauwelijks mee. „Men wilde straffen socialer maken, maar men heeft dat willen doen in die bestaande instituten. Omdat die gevangenissen ondertussen waren gaan belichamen wat straf is.”

Claus is kritisch op dat idee. De mens kan volgens hem niet los worden gezien van zijn omgeving. „Dat u spreekt, is omdat uw moeder tegen u sprak”, zegt hij. „Mensen zijn sociale wezens. Als ge iets wilt veranderen aan hoe een mens zich gedraagt na die straf, dan moet ge inzetten op die sociale relaties.”

Afzondering werkt niet, volgens Claus. De praktijk bevestigt dat. Een groot deel van de gedetineerden vervalt na vrijlating opnieuw in criminaliteit. „Als het na de eerste straf verkeerd gaat, dan krijgt zo’n gedetineerde daar zelf nog een keer de schuld van. „Hij heeft zijn lessen nog niet geleerd.” Mensen die voor het idee van een gevangenis zijn, krijgen iedere keer dat iemand hervalt, weer gelijk.”

De overvolle Belgische gevangenissen laten volgens de voormalige gevangenisdirecteur zien dat het systeem niet werkt. In totaal telt België zo’n negenduizend plaatsen, maar door stapelbedden in eenpersoonscellen te zetten, werd die capaciteit opgerekt. „Die cellen zijn ontworpen voor één mens. Door de overbevolking heeft men daar een stapelbed bij gezet. Nu telt men geen cellen meer, maar bedden.” 

En toch zijn er nog steeds onvoldoende plekken voor alle gedetineerden. „Mocht u dit doen met drie honden, dan kreeg u de Dierenbescherming op uw dak. Maar wij doen dit met mensen. Dat is onmenselijk. Dat is ophokken.”

## Bijbouwen

De overvolle gevangenissen worden volgens Claus niet veroorzaakt door meer criminaliteit, maar door langere opsluiting. Mensen zitten veel langer vast dan vroeger. Straffen worden langer uitgezeten en voorwaardelijke vrijlating komt minder snel in beeld. Dat gebeurt niet alleen in België, maar ook in Nederland. „De echte reden van de overbevolking is niet dat men meer mensen opsluit. De echte reden is dat men ze langer binnenhoudt.” Daarachter ziet hij een bredere maatschappelijke verschuiving. „De angst om iemand te lang vast te houden, is omgeslagen naar de angst om iemand te vroeg vrij te laten.”

Meer gevangenissen bouwen, is de reactie vanuit de politiek. Maar Claus betwijfelt of daarmee het echte probleem wordt aangepakt. Extra cellen leiden volgens hem juist tot méér gevangenen. Zodra er ruimte beschikbaar komt, voelen rechters en andere betrokkenen minder druk om alternatieven te zoeken. Nieuwe gevangenissen vullen zich daardoor sneller dan verwacht, terwijl de vraag blijft: Wat is het doel van een straf? 

## Opzoeken

Zelf veranderde Claus ook. Hij begon als gevangenisdirecteur, maar eindigde naar eigen zeggen „als directeur van de gevangenen.” Hij kreeg meer oog voor wie de mensen in zijn gevangenis waren. Vooral in de laatste tien jaar van zijn loopbaan voerde hij talloze gesprekken met gedetineerden. „Ik realiseerde me in de laatste jaren dat het in de overleggen eigenlijk altijd over diezelfde dertig gedetineerden ging, terwijl er bijna tweehonderd zaten. Dus ik wilde meer weten over die 170 anderen. Wie krijgt er geen bezoek? Van wie hoor ik niks? Die ging ik opzoeken.”

Die gesprekken veranderden niet alleen zijn kijk op de gevangenis zelf, maar ook op de gedetineerden. Een van de grootste misverstanden over gevangenen ontstaat volgens Claus door de gevangenis zelf. De hoge muren, hekken en gesloten poorten wekken al snel de indruk dat er uitsluitend gevaarlijke mensen achter zitten. „Anders zou men zulke hoge muren niet optrekken. Maar dat is de grootste misvatting: dat gedetineerden allemaal gevaarlijke mensen zijn.”

Gevangenen die dat wilden, kregen ook bezoek van aalmoezeniers, en vanuit verschillende organisaties kwamen bezoekvrijwilligers. „Dat is zeer goed. Er zijn ook mensen die met samen met gedetineerden komen lezen of met gedetineerden komen musiceren. Maar ik hoor nu van mijn oud-collega’s – ik ben er inmiddels anderhalf jaar uit – dat al die dingen wegvallen door personeelsgebrek. Als ge geen personeel hebt, dan kunt ge die extra’s niet meer organiseren. De gevangenis wordt weer echt een kerker. Erger nog dan in de negentiende eeuw, want toen zat men alleen op cel.”

## Veranderen

Als opsluiting in een cel niet werkt, wat dan wel? Claus ontwikkelde –  samen met anderen – een alternatief voor de klassieke gevangenis: een detentiehuis. Zo’n huis is een kleinschalige woonvorm waar gedetineerden worden voorbereid op hun terugkeer in de samenleving. In plaats van de gevangenen alleen op te sluiten, wordt gewerkt aan terugkeer in de maatschappij. „De mens verandert niet door afzondering, maar door contact met anderen.”

In België zijn inmiddels acht van die detentiehuizen geopend. Binnenkort komt daar een negende bij, terwijl er nog tien andere projecten in de voorbereidende fase zitten. „In Vlaanderen kost dat waarschijnlijk nog meer tijd dan in Nederland”, grapt Claus.

Een van de redenen dat de projecten tijd kosten, is dat omwonenden moeite hebben met de komst van zo’n detentiehuis. “Soms wordt er geprotesteerd, maar degenen die protesteren, zijn vaak de eersten die vrijwilligerswerk komen doen.” Veel weerstand verdwijnt zodra buurtbewoners zien hoe de huizen in de praktijk functioneren.

## Begeleiden

Hoewel Claus voorzichtig is, ziet hij dat de detentiehuizen het goed doen. De cijfers zijn nog niet definitief, maar het lijkt erop dat gedetineerden die in een detentiehuis hebben gezeten minder vaak terugvallen in hun oude gedrag. „De gedetineerden leveren op verschillende levensdomeinen, zoals huisvesting, arbeid, begeleiding en zorg, allemaal een veel beter rapport af op het einde van hun straf.” Bovendien is een detentiehuis niet duurder dan een gevangenis, terwijl de resultaten beter zijn.

Volgens Claus laat het succes van de detentiehuizen zich vooral zien in de begeleiding na vrijlating. Zo moeten gevangenen die worden vrijgelaten justitie blijven informeren. „Iemand die een nieuw lief heeft en dat niet meldt? Poef, hij zit weer binnen. Dat zijn allemaal dingen die een ander niet moet doen. En hij wel. Maar dat zijn dingen die allemaal veel beter kunnen in detentiehuizen dan in gevangenissen.” 

Samen met politici – „van alle politieke partijen, van extreem-links tot extreem-rechts” – werkt Claus aan plannen om de rol van detentiehuizen uit te breiden. „Wij zijn nu bezig een nieuwe resolutie – vergelijkbaar met een Nederlandse motie van het parlement – te smeden om van die detentiehuizen de norm te maken en de gevangenis de uitzondering.”

## Omploegen

Niet iedereen vindt dat een goed idee. Claus lacht: „Zover zijn we nog niet. Die gevangenissen zijn er nog, dus dat is voorlopig nog geen probleem. Detentiehuizen zijn nu voor mensen met korte straffen tot drie jaar, ook al wordt er gewerkt aan uitbreiding. Op den duur blijft er een restgroep over. Mensen zoals Dutroux, een Belgische seriemoordenaar en serieverkrachter. Maar dat zijn uitzonderingen.”

 

Krantenkoppen schetsen vaak het beeld van de koelbloedige crimineel, die zonder reden en zonder geweten handelt. Claus leerde iets anders. „Misdaden zijn zware feiten die de hele persoon omploegen. Die dingen hebben impact op heel uw persoon. Dat hakt er diep in.” En achter criminaliteit blijkt meestal een geschiedenis van verlies of beschadiging schuil te gaan. „Er is geen misdrijf zonder enige beweegreden”, zegt hij stellig. „Dat heb ik nooit meegemaakt. Ik ben in mijn carrière van veertig jaar ook directeur geweest van de gevangenis in Oudenaarde. Dat is een inrichting voor langgestraften met persoonlijkheidsstoornissen. En in heel mijn carrière heb ik tien gedetineerden gehad, van wie ik zelf zei: Die duf ik niet vrijlaten. Tien. Maar van die tien zijn er ondertussen vijf vrij en ze doen het goed. Ik had mij vergist. Dat is de realiteit.”

## Voorlopig

Juist die ervaringen verklaren waarom Claus blijft geloven in verandering. In gesprekken merkte hij dat schuld en schaamte vaak dieper zitten dan van buitenaf zichtbaar is. „Gedetineerden zitten ook in de knoop met hetgeen dat ze misdaan hebben”, zegt hij. „Ik heb mensen meegemaakt die in het begin zeiden: „Ik heb het niet gedaan, mijn straf is niet juist.” En dan sprak ik zo iemand twee jaar later en deed hij opnieuw zijn verhaal. Ik zei dan: Maar de vorige keer heb je dat toch anders verteld? „De vorige keer kon ik dat nog niet zeggen, want mijn moeder leefde toen nog. Zou mijn moeder gehoord hebben dat ik dat echt op die manier gedaan heb, dan kon ik mijn moeder niet meer in de ogen kijken. Nu kan ik het echte verhaal vertellen.” Zo iemand houdt dus rekening met zijn moeder door te liegen.

Na tien, twintig, dertig jaar worden ze andere mensen. Het worden ook oudere mensen. Ze worden ziek, hun moeder sterft, ze krijgen kinderen. Dat zijn allemaal dingen die meespelen. Ook de slechtste mens is afhankelijk van de erkenning door een ander. Daarom heb ik geleerd te zeggen: voorlopig. Voorlopig kan iemand nog niet vrij.”

Juist daarom ziet Claus veel waarde in detentiehuizen. Regelmatig bezoekt de voormalige gevangenisdirecteur de projecten en ziet hij zelfs oud-bewoners terugkeren voor een advies of een gesprek. Voor Claus zijn dat tekenen dat er een band ontstaat die ook na de straf blijft bestaan. Dat is het soort verbinding dat volgens hem nodig is om terugval te voorkomen: „Dan zie je plots iemand binnenkomen die daar al weg is. Die komt een keer langs, een vraag stellen. Dat gebeurt in een gevangenis niet.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/belgische-gevangenisdirecteur-hans-claus-pleit-voor-detentiehuizen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/belgische-gevangenisdirecteur-hans-claus-pleit-voor-detentiehuizen</guid>
            <pubDate>Fri, 04 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Kloppen alle claims over AI?]]></title>
            <description><![CDATA[Geregeld lees je dingen over AI. Maar hoe weet je of die berichten kloppen? Robert J. Marks,  hoogleraar computerengineering aan de Baylor University (VS), zette een aantal criteria op een rij om onbetrouwbare berichten te kunnen filteren. Desinformatie en propaganda zijn sensationeel en dramatisch van toon. Ze bevatten woorden als ”in ontwikkeling” en ”verwacht”. Ze doen grote claims op basis van ”wetenschappelijke consensus” en berusten onvoldoende op feiten. Ze gaan uit van de visie dat mensen vleesgeworden computers zijn en schrijven mensachtige eigenschappen toe aan AI, zoals denken, bewustzijn en intelligentie. AI-rapportages kunnen doorbraken suggereren die nauwelijks doorbraken zijn; kortom, er wordt stevig gebluft.  De geciteerde expert doet uitspraken die buiten zijn expertise liggen. De bron die iets beweert over AI is ook een graadmeter: is het een gerenommeerd tijdschrift of krant, of een vage website? En heeft de verspreider van het nieuws er belang bij dat je het gelooft? Dan moet er ook een rood lampje gaan branden.  

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/kloppen-alle-claims-over-ai</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/kloppen-alle-claims-over-ai</guid>
            <pubDate>Thu, 03 Sep 2026 11:56:50 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Zo wist Rebekka een jarenlang pestverleden achter zich te laten]]></title>
            <description><![CDATA[Ooit wilde Rebekka (22) zich vooral aanpassen, vooral lief zijn voor de anderen om haar heen. Want dan zou het pesten misschien overgaan. Nu neemt ze heel bewust haar plek in en beslist ze rustig over wat ze wel en niet wil delen in het gesprek over haar jeugd. In de knusse huiskamer van haar ouderlijk huis in Schelluinen vertelt ze over dieptepunten en hoogtepunten in haar leven – zonder grote emoties. Maar dat kan alleen doordat ze in therapie al door al die emoties heengegaan is, haast ze zich te zeggen. „Juist doordat ik het meest kwetsbaar ben geworden en de pijn en het verdriet onder ogen heb gezien, is er ruimte voor herstel gekomen.” 

 

## Buitenbeentje

Die pijn en dat verdriet groeiden langzaam maar zeker, in haar kindertijd. „Eigenlijk ben ik altijd wel een buitenbeentje geweest op school”, begint Rebekka haar verhaal. „Ik denk niet dat het kwam doordat ik uit Schelluinen kwam, want op de reformatorische school in Gorinchem komen altijd veel kinderen uit het buitengebied. Toch werd ik al vanaf groep 3 buitengesloten. Ik was stom en werd pas als laatste gekozen. Later werd het pesten groter en venijniger. Ik kreeg vaker de schuld van dingen en klasgenoten begonnen nare dingen te doen. Ze lieten mijn band leeglopen of zetten mij vast tussen twee doelen in het gymlokaal. En dan begonnen ze te lachen. Maar ik durfde niets terug te doen.”

De leerkrachten op school leken niet door te hebben wat er speelde in de klas, vertelt Rebekka. „Ik weet nog dat een klasgenootje mij downie begon te noemen, naar het syndroom van Down. Ik wist niet goed wat dat betekende. Omdat die jongen altijd humor in de groep bracht, zei ik: „En jij hebt het syndroom van clown.” Ik probeerde grappig terug te doen. Maar in plaats daarvan ging het klasgenootje naar de directeur: „Rebekka zegt dat ik het syndroom van Down heb.” Toen kreeg ik dus straf. Het is maar een klein voorbeeld, maar er waren allerlei pestsituaties waarbij ik uiteindelijk de schuld kreeg. Dat was heel onrechtvaardig, maar ik was niet sterk genoeg om dat recht te zetten. Daarom had ik er ook geen vertrouwen meer in dat jufs en meesters konden helpen.”  

## Aandacht

Thuis vertelt Rebekka nauwelijks over het pesten op school. „Daar is mijn moeder later heel verontwaardigd over geweest. Maar ik dacht dat het pesten aan mij lag en dat ik mijzelf moest veranderen. Ook had ik op school geleerd dat ik niet mocht roddelen over anderen. Achteraf denk ik dat ik te lief was, dat ik te makkelijk over me heen liet lopen. Van sommige pesters weet ik nu dat zij problemen hadden thuis. Maar dat mag natuurlijk nooit een excuus zijn om nare dingen te zeggen richting een ander.” 

Terugkijkend ziet Rebekka dat het pesten al jong haar gedrag beïnvloedde. „Ik was als kind heel erg bezig om de aandacht van volwassenen te vangen. Iemand die gepest wordt, verlangt alsmaar naar begrip en persoonlijke aandacht. Ik bleef na schooltijd lang hangen om de lokalen te vegen en op te ruimen, om van de jufs en meesters maar de waardering te krijgen die ik zo miste bij mijn klasgenoten. Alleen daarom al zag ik ertegenop om naar de middelbare school te gaan.” 

 

## Verblind

Toch begint Rebekka met nieuwe hoop aan het voortgezet onderwijs. „Je denkt er toch aan dat je misschien aardige klasgenoten treft. Maar bepaalde kinderen in de klas hadden algauw door dat ik kwetsbaar was.” En dan met een wrange grijns: „Ze wisten heel precies hoe ze me aan moesten pakken. Er werd niet constant gepest, maar als er wel wat gebeurde, dan was het ook meteen heel naar. Ik weet nog dat ze me eens overhaalden om over een plank te lopen die over een sloot lag. Ze beloofden dat ze die niet weg zouden halen als ik aan de overkant was. Ik wilde mijn klasgenoten dolgraag kunnen vertrouwen, dus ik deed het. Maar natuurlijk haalden ze die plank weg. Toen moest ik een heel stuk omlopen om weer bij de groep te komen.” 

 

Bij pesten wordt je vertrouwen keer op keer beschaamd, analyseert Rebekka hardop. „Juist daarom ga je zo verlangen naar erkenning en waardering als kind, en zeker als puber. Daardoor ga je verkeerde keuzes maken. Ik weet nog dat ik een keer anoniem gebeld werd. De persoon aan de lijn deed zich voor als iemand van de school naast de Gomarus, waar ik op zat. „Via jouw klasgenoot heb ik je nummer, je lijkt me een leuk meisje”, zei de stem. „Kom je nu naar de Gomarus toe? Dan kunnen we samen kletsen.” Ik hoorde aan de stem dat het mijn klasgenootje was, maar ik wilde gewoon gaan. Ik werd verblind door de gedachte: eindelijk is er iemand die mij wil leren kennen. Gelukkig hebben mijn moeder en zus mij tegengehouden, anders had ik dit nog jaren moeten aanhoren in de klas.” 

 

## Schoolmail

Ondanks dat het thuisfront soms iets merkt van het pesten, houdt Rebekka het vooral voor zichzelf. Ze wil haar familie er niet mee belasten. Het lukt haar om redelijk normaal de middelbareschoolperiode te doorlopen. „In de tweede klas kon ik echt even op adem komen”, herinnert ze zich. „Ik kreeg een rustige klas en vond eindelijk een vriendengroep. Dat was zo fijn. Maar in de derde ging het weer fout. Er kwam een nieuw meisje in de klas en het leek er eerst op dat we echte vriendinnen werden. We hebben zelfs nog bij elkaar gelogeerd. Maar ineens veranderde haar houding. Ze begon nare dingen te zeggen, ook online. Uiteindelijk kreeg ik allerlei boodschappen naar me toe over dat ik dood moest.” 

Online pesten hakt er even hard in als offline pesten, ervoer Rebekka. „Misschien is het zelfs venijniger, want het achtervolgt je ook na schooltijd. „Ik snap niet dat je ouders je nog willen hebben, ze hadden je beter kunnen laten adopteren”, schreef de klasgenoot in een mail. Want op de schoolmail kon ik haar niet blokkeren. Toen ben ik daarmee naar de mentor gegaan. Eindelijk kwam er iets op gang. De klasgenoot werd geschorst en mocht niet meer mee op werkweek. En ik kreeg hulp. Ik had het gevoel dat het pesten nu eindelijk serieus genomen werd. Het is daarna ook gestopt. Maar achteraf ben ik wel verbaasd dat het zover heeft moeten komen. Bij mijn jongste zusje zie ik dat ze er nu veel scherper op zijn, dat ze meteen ingrijpen. In mijn jeugd was dat helaas anders.”

 

## Perfectionistisch

Als pesten lang doorgaat, trekt dat diepe sporen in je leven, weet Rebekka inmiddels. „Ik ontwikkelde als kind een laag zelfbeeld. Als je steeds scheldwoorden hoort en als je vertrouwen steeds beschaamd wordt, dan doet dat veel met je idee over jezelf. Ik dacht echt dat ik lelijk was en dat ik nooit goed genoeg was.” En na een stilte: „Dat draag je heel lang met je mee. Nog altijd ben ik iemand die het graag goed wil doen. Ik ben perfectionistisch, want ik wil niet dat mijn fouten ervoor zorgen dat ik eruit lig. Als ik, bijvoorbeeld op mijn werk, dingen fout doe of als ik merk dat het even niet lekker loopt, dan komt er meteen een diep soort angst boven om afgewezen te worden.” 

 

Juist vanwege die jarenlange gevolgen moeten ouders en leerkrachten ontzettend alert zijn op pesten, vindt Rebekka. „Besteed aandacht aan het thema, praat erover met kinderen en jongeren. En weet dat een kind nog niet in staat is om pesten zelf te doorbreken.” Nadenkend: „Hoe verwoord ik dat nou goed? Een kind weet niet hoe veilig de groep zou moeten zijn. Kinderen die gepest worden, denken vaak dat het aan henzelf ligt. Het komt dan helemaal niet in hen op om voor zichzelf op te komen. Daarom is het ingrijpen van volwassenen nodig. Let op kleine momenten in de gang en observeer stille kinderen extra”, zegt Rebekka – nu even als afgestudeerd pedagogisch professional. 

 

## Depressie

Dat diploma kwam er niet zonder tegenslagen. Tijdens de opleiding komt alle pijn van het pesten eruit. Rebekka krijgt burn-outklachten en komt thuis te zitten. „Aan het begin koppelde niemand dat aan het pesten. Zelf dacht ik dat de overgang naar het Hoornbeeck College te veel was voor mij. Maar het volgende schooljaar zakte ik langzaam in een depressie. Ik kreeg paniekaanvallen en had geen plezier meer in de dingen. Langzaam maar zeker besefte ik hoeveel impact het vroegere pesten op mij had. Toen ik op een stage ook nog eens geen fijne begeleiding trof, stortte ik in.” 

In overleg met de school neemt Rebekka een tussenjaar. In dat tussenjaar komt ze de Yes We Can Clinics op het spoor. Zij zijn gespecialiseerd in complexe jeugdproblematiek. „De aanpak daar is heftig, maar was wel wat ik nodig had. Pas toen ik me superkwetsbaar had opgesteld en alle pijn had verwoord, kwam er ruimte voor de weg omhoog.” 

## Kracht

Anderen helpen haar daarbij, zoals de lieve stagebegeleider die Rebekka na de therapie krijgt toegewezen. „Zij legde eigenlijk de basis van mijn nieuwe zelfvertrouwen”, vertelt Rebekka. „Het ging echt niet ineens van een leien dakje allemaal, want ik kampte inmiddels met chronische hoofdpijn. Maar die stagebegeleider liet mij zien wat ik nog wel kon en waar ik trots op mocht zijn.” En dan, zichtbaar blij: „Nu ben ik afgelopen juli gewoon afgestudeerd en ben ik al aan het werk bij een bso. Daar durfde ik een halfjaar geleden nog niet eens van te dromen! Ik zie er echt de hand van God in.” 

De aanwezigheid van God was nooit een vraag voor Rebekka, zelfs niet tijdens de zware tijd van haar depressie. „Het is juist zo dat mijn moeilijkheden mij dichter bij God hebben gebracht”, denkt ze hardop. „Ik weet nog van een keer dat ik heel diep zat. Ik had geen moed meer. Maar de volgende ochtend werd ik zomaar wakker met Psalm 27: „Wacht op den Heer’, godvruchte schaar, houd moed. Hij is getrouw, de bron van alle goed; Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer; Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer.” Daar haalde ik zo veel kracht uit, dat ik wist: dit moet wel van God komen. Zo heb ik heel vaak de hand van God kunnen zien, juist in moeilijke momenten.”

 

## Vergeving

Als Rebekka bij een keuzevak aan het eind van haar opleiding een product moet maken rond het thema ”vergeving” is het voor haar duidelijk: dit moet gaan over mijn eigen levensverhaal. „Het is een tastbaar boek geworden, waarmee ik eigenlijk een punt zet achter mijn pestverleden”, legt ze uit. „Het boek gaat erover dat ik mezelf vergeven heb dat ik als kind niet beter opkwam voor mezelf.” Voorzichtig overhandigt Rebekka haar novelle – haar verhaal. Hoe persoonlijk ook, voor delen schrikt ze niet terug. „Wie weet helpt het anderen ook om de weg na een pestverleden terug te vinden.”

Op de kaft van het boek schilderde Rebekka zichzelf – fier rechtop, terwijl ze de ondergaande zon tegemoet loopt. ”Mijn weg terug”, is de titel van het boek. Het gaat over een reis van vallen, opstaan en groeien, is te lezen op het titelblad. „In het boek geef ik mezelf weer als het kleine meisje. Tijdens behandelingen die ik kreeg, heb ik veel gewerkt met mijn kleine ik. In het beeldverhaal wil ik laten zien dat ik haar vergeef, en zij mij.”

 

## Voorkomen

Ieder hoofdstuk van het beeldverhaal is hetzelfde opgebouwd. Met krachtige beelden, een enkel woord en treffende spreuken vertelt Rebekka haar verhaal. „Stilte maakt meer lawaai dan stemmen”, is er te lezen in het hoofdstuk over eenzaamheid. En later volgt het hoofdstuk over hoe alles in haar leven stilviel: „Ze viel niet omdat ze niet zwak was, maar omdat ze te lang sterk was geweest.” „In de teksten wilde ik met weinig woorden veel zeggen. Dit soort zinnen komen veel langs op sociale media. Ze hielpen mij om onder woorden te brengen wat ik wilde vertellen.” 

Vanaf hoofdstuk 13 verandert de toon van het boek. De teksten krijgen hoop. En in het laatste hoofdstuk komen de silhouetten en de ondergaande zon van de kaft weer terug. „Dat laat zien dat er toekomst is. Het is echt mogelijk om je pestverleden een plekje te geven in je leven.” „Mijn weg terug is geen rechte lijn. Maar ik kreeg kracht om door te gaan”, dichtte Rebekka erover in het nawoord van haar werkstuk. „God ging mee door al mijn wegen. Hij was mijn Rots om op te staan!”

Rebekka realiseert zich dat haar pestverleden een kwetsbaar punt in haar leven zal blijven. „Maar ik vind het niet zwaar meer om erover te vertellen. Wel is het spannend dat dit gesprek straks zwart-op-wit staat. Ook mijn vroegere klasgenoten en mijn leerkrachten van toen kunnen het lezen. Maar als dit verhaal helpt om pesten te herkennen en te voorkomen, dan is dat het wel waard.” 
 

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/zo-wist-rebekka-een-jarenlang-pestverleden-achter-zich-te-laten</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/zo-wist-rebekka-een-jarenlang-pestverleden-achter-zich-te-laten</guid>
            <pubDate>Wed, 02 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Deze vier zussen delen één passie: het onderwijs]]></title>
            <description><![CDATA[Het lesgeven zit hen vast in de genen, want hun vader werkt ook in het onderwijs. Mandalie, Rachel, Rhodé en Thirza groeiden op in een gezin in Poederoijen. Van de in totaal acht kinderen (de oudste, Mandalie, is 30, de jongste 6) kozen er tot nu toe vier voor een baan als leerkracht in het basisonderwijs. Thirza studeert nog aan de pabo in Gouda; de andere drie hebben al enkele jaren werkervaring. 

Aan de hand van zes bestaande quotes gaan we in gesprek. Daarin komt er van alles voorbij. Van mondige tieners tot ouders die hun kroost niet los kunnen laten. En dat laatste komt steeds vaker voor, signaleren Rachel, Rhodé en Mandalie.

## Mijn bijnaam is juf; mijn volledige naam is: juf, juf, juf!

„Van mij mogen ze dat niet zeggen, dan word ik gek op den duur”, vertelt Rachel.

Mandalie: „Ik herken het niet, dat leerlingen dat roepen. Soms noemen ze me juffie, maar dat wil ik niet. „Huh?” zeg ik dan.” 

Rhodé: „Het gebeurt weleens dat ik in gesprek ben met een ouder, en er ondertussen leerlingen bij komen staan. „Juf, juf, juf!” is het dan. Ik heb dat liever niet. „Je bent zo aan de beurt”, reageer ik dan. Ik spiegel ze vaak: is het echt zo urgent? Maar verder, als ik erop ga letten … ik denk dat de kinderen over het algemeen nooit één keer juf zeggen.

In groep 8 is al dat ”gejuf” een stuk minder, ervaart Mandalie. Het omgaan met die groep is haar op het lijf geschreven. „Ik heb weleens ingevallen in groep 3, maar dat vond ik lastig. Die kinderen moet je nog erg bij de hand nemen. Daar ben ik echt te …” „Te bitch voor”, gooit Rhodé er gekscherend tussendoor.

„Als het niet af is, doe je het na schooltijd, hè?” zei ik een keer tegen een groep 3-leerling”, gaat Mandalie verder. „Toen begon dat kind te huilen. Ik geloof dat ik wat te hard ben voor de onderbouw, dacht ik toen. Oudere leerlingen kun je al een beetje op hun eigen verantwoordelijkheid wijzen.”

 

„Ik vond mijn stage in groep 3 juist heel leuk”, reageert Thirza. „Daar zie je de kinderen heel duidelijk groeien. Als ze in september binnenkomen, kunnen ze nog geen letter lezen of schrijven, en aan het einde van het schooljaar krijg je een geschreven kaartje.”

Mandalie: „Voor mij is groep 8 het toppunt van onderwijs. Daar kun je de diepte in. Ik had het met de leerlingen bijvoorbeeld een keer over 9/11, en zo kun je echt over van alles met hen in gesprek gaan. En als je naar het rekenonderwijs kijkt … Ik denk dat de gemiddelde Nederlander niet zo goed kan rekenen als de leerlingen in groep 8. Soms zeggen mensen: „Dat zijn van die prepubers …” Maar ik laat me niet snel op de kast jagen. In december had ik bijvoorbeeld een keer een groene rok en een rode trui aan. „Juf, je bent net een kerstboom”, vond een leerling. „Hang jij een paar lampjes in m’n haar?” reageerde ik. Ik geef daar echt niks om, en ik probeer veel te doen met humor.”

 

 

## Het mooiste in mijn lokaal? Dat zijn de kinderen die het elke dag vullen.

„Voor honderd procent waar”, vindt Rachel. 

Het klaslokaal zelf kun je sowieso niet mooi noemen, vinden de zussen. En een lokaal zonder kinderen is al helemaal niets. „Na schooltijd voelt die ruimte enorm leeg”, zegt Rhode. „Als de kinderen weg zijn, is je werkdag een soort van voorbij.” „Ook al zitten we dan natuurlijk nog heel lang te werken”, vult Mandalie aan. „Maar wat je na schooltijd doet, is niet het leukste deel van ons beroep.”

„Ja, de leerlingen, daar doe je het voor”, vindt Rachel. 

Rhodé: „Voor mij is het een geluksmoment als alle kinderen er aan het begin van de schooldag weer zijn. Een tijdje geleden was een leerling twee dagen ziek. Aan het einde van m’n laatste werkdag van die week dacht ik: wat jammer, ik zie hem over een paar dagen pas weer.”

De leerlingen zijn niet alleen belangrijk voor de juffen, maar de juffen zijn dat ook voor de leerlingen, merken ze. „Van sommige reacties smelt je”, vindt Rhodé. „Tijdens mijn vorige zwangerschap moest ik drie weken voor de zomervakantie met verlof. Dat vonden de kinderen echt niet leuk, want dat zijn juist de leukste weken van het schooljaar. Nu ben ik weer in verwachting, en toen ze dat hoorden, vroegen de leerlingen: „U bent er toch nog wel tot het einde van het schooljaar?” Ik denk dat je makkelijk onderschat hoe belangrijk je als leerkracht bent in het leven van een kind. Leerlingen kunnen er soms erg naar uitkijken om iets aan de juf te vertellen. ’s Morgens moet ik meteen horen: „Juf, mijn moeder is vandaag jarig.”” 

 

## Beste ouders, als jullie beloven om thuis niet alles te geloven wat een kind op school vertelt, beloof ik dat ik niet alles geloof wat een kind op school over thuis vertelt.

„Oh ja, die uitspraak ken ik wel”, reageert Mandalie. „Wat ouders allemaal over mij weten …” 

Thirza: „Ik deel soms zelfs te veel met leerlingen, krijg ik te horen tijdens m’n stages.”

Rachel: „Kinderen beleven dingen soms heel anders dan ze in werkelijkheid bedoeld of gezegd zijn. Daardoor komen er soms ouders hoog in hun emoties naar me toe: „Wat is er gebeurd op school!?””

Of mondige ouders lastig zijn? Mandalie: „Ik beschouw de ouders als ervaringsdeskundigen van hun kind. Op school zien we tenslotte maar een stukje van de leerlingen.”

„Ik snap wel wat je zegt”, zegt Rhodé tegen Rachel. „Ouders kennen hun kind 300 keer beter dan de juf; je staat echt samen met hen om de leerlingen heen. Maar er zijn vaders en moeders die naar mijn idee soms niet begrijpen hoe het op school werkt: dat je bijna dertig kinderen in de klas hebt en niet één.”

Rachel: „Toch werk je als juf samen met de ouders. Ik zie niet alles wat er tijdens een schooldag gebeurt. Dus het kan best zijn dat ik iets gemist heb waardoor een kind vervelend thuiskomt. Als zijn moeder me vervolgens een berichtje stuurt met: „Hij komt huilend thuis”, dan bel ik gelijk even.” 

In het contact met ouders moet je ook gewoon groeien, is de ervaring van Rhodé. „Toen ik net begon met lesgeven, was ik een beetje bang voor de oudergesprekken. Nu vind ik ze leuk. Je krijgt tijdens zo’n gesprek een heel ander beeld van een kind. Er vallen dingen op hun plek, in positieve zin.”

Overigens zijn mondige ouders niet eens het lastigst, vindt Mandalie. „Nee, neem dan de curlingouders, die alles voor hun kind willen regelen … Als een moeder bijvoorbeeld ’s morgens tegen me zegt: „Oh, ik bedenk ineens dat het appeltje van mijn zoon nog op het aanrecht ligt … Wil jij dat oplossen? Dan denk ik: hij is twaalf! Tegenwoordig zijn veel kinderen prinsjes en prinsesjes, die thuis te weinig meekrijgen dat het leven niet altijd leuk is. Dat zie ik toenemen. Als we op schoolkamp gaan, mogen de leerlingen bijvoorbeeld geen smartphone meenemen. Sommige ouders vinden dat af-schu-we-lijk. Terwijl het maar om twee nachtjes gaat. Vervolgens krijg ik hele gebruiksaanwijzingen mee ...” 

Herkenbaar, geven Rachel en Rhodé aan. Rhodé: „Vlak voor een uitje krijgen kinderen bijvoorbeeld nog snel een smartwatch in handen gedrukt, zodat de ouders kunnen volgen waar ze zijn.”

 

 

## Ik ben niet het onderwijs ingegaan om rijk te worden, maar om anderen te verrijken.

„Haha, nee, je moet niet het onderwijs ingaan om rijk te worden”, zegt Rachel. „Maar we hebben het echt niet slecht”, reageert Thirza. 

„Als juf of meester moet je niet voor een enorme carrière willen gaan”, vindt Rhodé. „Het onderwijs is heel voorspelbaar en georganiseerd: de dagen, de dagplanning … Ik houd wel van dat gestructureerde werken in combinatie met omgaan met kinderen, die zo lekker puur en volop in ontwikkeling zijn. Groep 8 zou me dan ook niets lijken, want dan heb je allerlei extra’s, zoals schoolkamp.” 

„Terwijl ik juist het liefst op kamp ga”, zegt Mandalie. „Ik zou wel het hele jaar op schoolkamp willen, dat is leuker dan spellinglessen geven. Met de groep beleef je dan iets wat blijvende herinneringen geeft; dat is heel verbindend. Tijdens zo’n kamp is iedereen ook even los van de schoolse setting: ik doe met de leerlingen even een spelletje, bijvoorbeeld. Daar krijg ik veel energie van. Hoewel ik ook altijd blij en dankbaar ben als we weer veilig thuis zijn. Het ongeval van afgelopen juni met een groep 8-kamp in Zeeuws-Vlaanderen, daar heb ik echt de rillingen van gehad; je beseft dan weer dat je allemaal bewaard moet blijven.”  

 

## De toekomst van de wereld zit vandaag in mijn klas

„Vroeger kon me dat tijdens stages weleens beklemmen”, zegt Mandalie. „Een juf kan het maken of breken voor een kind. Nu ik zelf een dochter heb die naar school gaat, zie ik dat nog beter. Je moet er gewoon niet te veel over nadenken hoeveel impact je op een leerling kunt hebben.

Ik heb zelf een naar basisschoolverleden gehad; ik hoorde er niet bij. Mijn juffen wisten, denk ik, niet goed hoe ze daarmee om moesten gaan. Het is ook moeilijk om als juf grip te krijgen op dingen die in de pauzes en achter de handjes gebeuren. Nu ik zelf leerkracht ben, besef ik dat ik ook zulke kinderen in de groep kan hebben. En ik zie het soms ook: dat sommigen buiten de boot vallen. Voor zulke leerlingen kan ik het verschil maken. Het helpt als de leerkracht hen echt ziet en als ze zich veilig voelen.”

Rachel: „Ik hoop dat de leerlingen uiteindelijk van school afgaan met een stuk zelfvertrouwen – dat ze weten: ik mag er zijn. Natuurlijk is een goed rapport belangrijk, maar dit is ook onmisbaar.”

Mandalie: „Ik zeg altijd: ik ben er niet in de eerste plaats om kinderen te leren lezen en schrijven, maar vooral om hun te laten weten dat Jezus hen ziet en van hen houdt. Op de school waar ik werk, krijgen velen dat thuis niet mee. Daarnaast vind ik het belangrijk dat de leerlingen weten dat ze er mogen zijn, met alles wat ze hebben. 

„Dat stukje ”ik mag er zijn” is inderdaad belangrijk”, vindt Rhodé, „ook als kinderen geen goede cijfers halen. Over zulke leerlingen zeg ik soms tegen hun ouders: „Ik zie wél een meisje dat wel heel leuk speelt met haar vriendinnetjes en elke dag met een big smile op school komt.” 

„En ik zie letterlijk de toekomst in mijn klas”, zegt Mandalie. „Ik liep al stage toen ik zeventien was. De leerlingen die ik toen voor me had, zijn nu ver in de twintig. Soms kom ik iemand tegen die met een zware stem zegt: „Dag juf!””

 

## Leraren veel vakantie? Ze nemen gewoon hun overuren op.

„Oh, dat vind ik een leuke”, reageert Thirza. „Op mijn opleiding hebben we hier pas een opdracht over gemaakt. Ik las toen dat je als leerkracht heel veel in één dag propt, en dat je dat in vakanties weer compenseert. Tijdens m’n stages merk ik ook dat ik vaak lang in het lokaal blijf zitten. Maar thuis, in het weekend, doe ik niets meer voor m’n werk.”

„Als leerkracht heb je intensievere werkdagen dan in veel andere beroepen”, zegt Rachel. „Hoewel, chapeau ook voor bijvoorbeeld de zorg, trouwens.”

Rhodé: „Toen ik nog vier dagen werkte, merkte ik dat je de vakanties echt nodig hebt en dat je daar ook naartoe leeft. Je staat elke dag zo verschrikkelijk aan in het onderwijs.” 

„Je kunt als leerkracht niet voor tachtig procent aanwezig zijn tijdens de lessen”, zegt Mandalie. „Stiekem sta ik altijd aan, ook na schooltijd. Als ouders me ’s avonds een berichtje sturen, reageer ik nog. Dat vraagt ook niet zo veel van me. Het is wel luxe dat je in het onderwijs als ouder dezelfde vakanties hebt als je kinderen. Als ik zie hoeveel mensen hun kinderen tijdens vakanties naar de bso moeten brengen … Dat hoef ik niet te doen.”

Rhodé: „Mijn man en ik hebben het een keer op een rij gezet: alle uren die je maakt als leerkracht, tegenover de tijd die je vrij bent. En het bleek echt zo te zijn dat je het teveel aan uren in de vakanties weer rechttrekt. Soms beginnen mensen over alle vakanties die ik als leerkracht heb. Maar daarover ga ik nooit de discussie aan. Ik zeg dan altijd: „Dan had je ook maar het onderwijs in moeten gaan.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/deze-vier-zussen-delen-een-passie-het-onderwijs</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/deze-vier-zussen-delen-een-passie-het-onderwijs</guid>
            <pubDate>Tue, 01 Sep 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Leendert en Marjan zijn al negen jaar aan het klussen]]></title>
            <description><![CDATA[Jongste zoon Nicolai van zeven maanden ligt te kraaien in zijn bedje. Hij is net wakker. Zijn grote zussen van tien en zes nemen hem gelijk op schoot. Even babyknuffelen. Marjan: „Ze zijn gek op hem.”

De Zeeuwse moeder van drie koos er anderhalf jaar geleden voor om haar werk bij een schoenenzaak op te zeggen om volledig thuis te blijven bij de kinderen. Ook al betekende dit dat ze financieel wat moesten inleveren. „Ik had vroeger echt een gat in mijn hand. Maar sinds ik gestopt ben met werken, heb ik ontdekt dat we helemaal niet zo veel nodig hebben.”

Wat financieel ook scheelt, is dat de verbouwing en uitbreiding van hun huis er bijna op zit; na negen jaar. Ze kochten het arbeidershuisje toen ze nog met z’n drietjes waren, maar toen er verdere gezinsuitbreiding kwam, werd het al snel te klein. 

Marjan: „Het was een leuk huisje. Soms mis ik dat knusse. Natuurlijk ben ik blij met de aanbouw, maar dat kleine was ook gezellig.”

 

Leendert is timmerman. De afgelopen negen jaar kluste hij in zijn vrije tijd aan het huis. „Daardoor duurde de verbouwing een stuk langer dan wanneer we iemand hadden ingehuurd, maar is ze ook goedkoper. En al klussend heb je tijd om ideeën op te doen”, zegt Marjan. Wijzend naar een grote kast, met verschillende kleuren deuren: „Ik bedacht dat het handig zou zijn om over die hele wand een kast van het materiaal underlayment te maken: hout met van die mooie knoesten.”

Of ze dat klussen na al die tijd niet spuugzat zijn? Helemaal niet, zegt Marjan. „Leendert vindt het nog steeds leuk. Zelf heb ik er ook geen moeite mee. Het scheelt dat we nooit echt in de rommel hebben gewoond. Niet lang, in elk geval.”

Zij bedenkt de dingen; hij voert ze uit. „We zijn wat dat betreft een perfect duo. Toen Leendert achter ons huis de omtrekken van de aanbouw aan het uitzetten was, zei ik telkens: doe er nog maar een stukje bij. En nog een stukje.” Lachend: „Toen hij eenmaal met bouwen begon, dacht ik: help, hoe gaan we die aanbouw vol krijgen?”

## Natuurlijke materialen

Dat kwam gelukkig helemaal goed. De badkamer verhuisde van boven naar de aanbouw, waardoor er op de eerste verdieping een extra slaapkamertje beschikbaar kwam. Leendert maakte beneden een bijkeuken, met een grote kast voor alle jassen, tassen, schoenen en laarzen. Ook kwamen er een flinke keuken en een eetkamer.

Opvallend zijn de natuurlijke materialen: het houten tafelblad, de rieten mand met speelgoed, een steigerhouten kast in de eetkamer. Her en der hangen krijtborden met teksten. „Hoi pipeloi”, staat er in sierlijke letters op het bord in de hal. „Het is niet de bedoeling dat de kinderen erop gaan schrijven”, zegt Marjan.

 

Kom je in de bijkeuken, dan valt nog iets anders op: een rij haakjes aan een lange, houten plank, genoeg voor een hele schoolklas. Marjan lacht. „Die hangen nooit allemaal vol. Daar houd ik niet van. Het moet wel netjes en overzichtelijk blijven.”

Het huis is vrij rustig ingericht, zonder al te veel tierelantijntjes. „Ik probeer terughoudend te zijn met het kopen van spullen, ook als het gaat om goedkope dingen. Het helpt mij om er bij twijfel nog eens een nachtje over te slapen voordat ik iets koop.”

## Vloer

Wit overheerst in hun woning, afgewisseld met pastelkleuren. „Ik houd niet van donkere tinten.” En de zwarte kozijnen dan? „Mijn man z’n ding. Ik moest er een tijd aan wennen, maar vind het nu wel een mooie tegenhanger van al het lichte.”

De vloer in de aanbouw is helemaal wit. „Leendert wilde hem liever heel lichtgrijs hebben, maar dat zag ik niet zitten. Als we nu terugkomen van vakantie, denk ik altijd: heerlijk, die witte vloer. Ik word gewoon blij van ons huis.”

Even heeft ze buikpijn gehad van de vloer. „Toen ze die aan het gieten waren, keek ik even door het raam naar binnen en dacht: o help, wat is de vloer geel. Dat vond ik heel moeilijk, want je draait zo’n grote aankoop niet zomaar terug. Gelukkig viel het achteraf mee en valt het gelige me nauwelijks meer op.”

 

## Schommel

Ook al ziet het huis er keurig uit; er mag wel geleefd worden. Een deel is zelfs volledig ingericht op de kinderen. Naast de woonkamer bevindt zich een speelruimte. „Daar hoeven de meiden niet alles gelijk op te ruimen als ze gespeeld hebben.”

 

Aan het plafond tussen de woon- en de speelkamer hangt een schommel, waar veel gebruik van gemaakt wordt. Het matrasje eronder moet bulten en blauwe plekken voorkomen. „De schommel is onmisbaar. Elk kind dat hier komt spelen, rent er meteen naartoe.”

Vanuit de woonkamer leidt een deur naar de piepkleine hal bij de voordeur. Met daarin: een roze, glimmende tegelvloer. „Op zo’n klein oppervlak durfde ik deze kleur wel aan”, zegt Marjan lachend.

Haar huis past bij haar, heeft ze ontdekt. Niet alleen omdat Marjan zich er zelf als een vis in het water voelt. „Het grappige is: als mensen op bezoek komen, hoor ik soms dat ze het een echt Marjan-huis vinden.”

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/leendert-en-marjan-zijn-al-negen-jaar-aan-het-klussen</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/leendert-en-marjan-zijn-al-negen-jaar-aan-het-klussen</guid>
            <pubDate>Fri, 28 Aug 2026 08:59:00 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[De schriftelijke erfenis van prof. W. van ’t Spijker blijft actueel]]></title>
            <description><![CDATA[In het dagelijks leven is Niels van Driel (50) coördinator van het Landelijk Expertisebureau Informatiebeheer. Het bureau helpt alle rechtspraakorganisaties bij het op orde krijgen van hun digitale informatiebeheer. In zijn vrije tijd is de inwoner van Bennekom druk met zijn taak als voorzitter van het deputaatschap kerkelijke archieven van de Christelijke Gereformeerde Kerken en het schrijven van artikelen en boeken. Zo publiceerde hij in 2018 ”Consolidatie en crisis”, dat de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken tussen 1918 en 1945 beschrijft. 

In 2020 verscheen zijn spraakmakende biografie van prof. Gerard Wisse. Op verzoek van de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) schreef hij ”Denken om te dienen”, ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de universiteit. De komende tijd wil de theoloog-historicus een aantal opstellen over de recentere geschiedenis van zijn kerkverband schrijven, tot en met de jaren tachtig van de vorige eeuw. „Die zijn cruciaal geweest voor de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Alle thema’s waar ze nu op splijten, speelden toen al.” 

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij De Banier een bundel met nagelaten werk van prof. Willem van ’t Spijker. De schriftelijke nalatenschap van de overleden Apeldoornse hoogleraar is naar Van Driels overtuiging van blijvende waarde en actualiteit. „De inhoudsopgave toont de breedte van de theologische thema’s waarmee hij zich heeft beziggehouden. In zijn publicaties is een schat aan kennis vastgelegd.”

### _Wanneer leerde u hem kennen?_

„Bij het honderdjarig bestaan van de TUA, in 1994. Hij was een van de sprekers. Voor mij was dat het eerste CGK-evenement waarbij ik aanwezig was. Als docent heb ik hem niet meegemaakt. Na mijn studies geschiedenis en theologie in Leiden volgde ik nog twee jaar colleges aan de TUA, maar toen was Van ’t Spijker al met emeritaat. Ik leerde hem van nabij kennen door het schrijven van ”Consolidatie en crisis” en het boek over Wisse. Van ’t Spijker kon veel informatie verstrekken, want zowel zijn eigen familie als die van zijn vrouw had oude wortels in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij wist enorm veel van de geschiedenis ervan en had een gigantisch netwerk. Van 2010 tot en met 2019 bezocht ik hem geregeld.”

### _Hoe zou u hem typeren?_

„Als een mooi mens. Hij was vriendelijk, bescheiden, humoristisch, aimabel, mild; bijna aartsvaderlijk. Je kwam altijd opgewekt bij hem vandaan. Hij had een sterk relativeringsvermogen, ook naar zichzelf toe. Toen hij nog in het grote huis aan de Daendelsweg woonde, voorheen eigendom van zijn schoonvader, wees hij aan het slot van een bezoek naar zijn rollator en zei: „Daar wil ik nog een keer van af.” Met grote trouw verzorgde hij zijn vrouw. Haar overlijden en dat van een dochter en schoonzoon in dezelfde periode hebben hem diep geraakt.” 

### _Hoe was zijn relatie met de studenten?_

„Predikanten die les van hem hebben gehad, spreken altijd met grote waardering over Van ’t Spijker. Vanwege zijn wijsheid, mildheid en de vele praktische adviezen die hij gaf, vaak vergezeld van anekdotes uit zijn tijd als gemeentepredikant. Niet voor niets werd hij vaak gevraagd voor referaten op ambtsdragersconferenties. Hij werd in de breedte van de Christelijke Gereformeerde Kerken uitgenodigd voor preekbeurten, omdat hij geen partijganger was en zichzelf bleef. Er moest volgens hem ruimte zijn voor diversiteit, maar wel een begrensde diversiteit.”

 

### _Werd hij op dezelfde wijze gewaardeerd door zijn collega’s?_

„Die maakten hem op een andere manier mee. Hij trok vele jaren op met Oosterhof, Van Genderen, Velema en Versteeg. Naar buiten toe trokken ze meestal één lijn. Onderling was het een behoorlijk verdeeld gezelschap, zowel qua opvattingen als karakterologisch. Velema was polemisch van aard, stellig in zijn meningen, een harde werker, hoogbegaafd en actief in de kerkelijke frontlijn. Van Genderen richtte zich vooral op zijn werk binnen de Theologische Universiteit en gold daar als zeer invloedrijk. Oosterhof en Versteeg, de Bijbelwetenschappers, waren het progressiefst in hun theologische opvattingen. Van ’t Spijker was geen scherpslijper, maar sprak zich als hij het nodig vond heel duidelijk uit. De openstelling van de ambten voor vrouwen, volgens Versteeg wenselijk, werd door hem met kracht van argumenten afgewezen.”

### _Waardoor kon hij zo slecht overweg met Velema?_

„Dat moet aan het verschil in karakter hebben gelegen, want theologisch zaten ze grotendeels op één lijn. Van ’t Spijker was los, slordig, vergeetachtig en gemoedelijk; Velema afstandelijk, een Pietje precies en behoorlijk ijdel. Ze hebben zich denk ik aan elkaars gedrag geërgerd.”

### _Wat maakte Van ’t Spijker tot een man van internationale allure?_

 

„Hij was een autoriteit op het terrein van de Reformatiegeschiedenis en daardoor een spilfiguur bij internationale Reformatiecongressen. Martin Bucer, de reformator van Straatsburg, heeft hij blijvend in het licht gezet. Daarnaast was hij een groot kenner van Luther en Calvijn. Hij wist ook het nodige van Augustinus; in de Nederlandse kerkgeschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw was hij eveneens goed thuis. In de loop van de jaren ging hij zich meer verdiepen in de nadere reformatoren en de puriteinen. Niet voor niets waren er velen die bij hem wilden promoveren, vanwege zijn brede kennis. Zijn begeleiding was overigens niet heel intensief. Zijn kracht lag denk ik vooral in het inspireren van zijn promovendi, door zijn kennis en persoonlijkheid.”

### _Wat was kenmerkend voor zijn theologisch denken?_

„Als je zijn boeken en artikelen leest, valt op dat hij niet uit was op theologische originaliteit en vernieuwing. Hij wilde gereformeerd zijn en blijven, doorademd met een spirituele warmte. Wat in de Schrift en de gereformeerde belijdenis staat, bepaalde zijn grondovertuiging. Tegelijk was hij breed georiënteerd en vond hij dat de gereformeerde theologie geactualiseerd moest worden. Wat dat betreft was hij beslist niet conservatief, in de zin dat alles bij het oude moest blijven. Wel was hij consistent in zijn opvattingen. Je vindt geen opvallende verschuivingen in zijn denken.”

### _Hoe groot was zijn invloed binnen zijn eigen kerkverband?_

„Vele jaren heel groot. Vanaf 1981 was hij hoofdredacteur van De Wekker. In tal van artikelen reflecteerde hij op de ontwikkelingen in de breedte van de gereformeerde gezindte en die in zijn eigen kerkverband. Hij volgde nauwgezet wat er gaande was in het bolwerk van de Gereformeerde Kerken en schreef uitvoerig over de publicaties van theologen als Kuitert, Wiersinga en Den Heijer, naar zijn mening verantwoordelijk voor de sloop van de gereformeerde wereld. Eerst kwam de leer van de genade onder kritiek te liggen, daarna het leven uit de genade, ten slotte de Schrift en het gezag daarvan. Die ontmanteling van de synodaal gereformeerde wereld vond hij schrikbarend.”

### _Een ontwikkeling die ook in zijn eigen kerkverband opkwam. Doorzag hij dat?_

„Zeker, hij was bang dat niet alleen de Christelijke Gereformeerde Kerken, maar ook andere delen van de gereformeerde gezindte de Gereformeerde Kerken achterna zouden gaan. Daar heeft hij op een uitgesproken manier over geschreven. Pas liet ik een paar van zijn stukken uit De Wekker lezen aan een predikant die zich positioneert in het midden van de CGK. Zijn reactie was: „Poeh, wat is dat scherp.” Over de bundel ”De Geest schrijft wegen in de tijd”, onder redactie van zijn collega Versteeg, en de brochure ”Vrouwen in de dienst” schreef Van ’t Spijker lange beschouwingen in De Wekker, samenvattend en analyserend. Series van meer dan tien afleveringen, in de hem kenmerkende, voorname stijl. 

 

Thema’s als de vrouw in het ambt en homoseksualiteit waren voor Van ’t Spijker geen theologische niemendalletjes. Typerend is wat hij schreef naar aanleiding van de brochure ”Verder in vertrouwen”. „Beslissingen vallen vandaag schijnbaar in de ethische vragen, want een tijd vol van veranderingen vraagt om een antwoord op de vraag: wat wilt Gij dat ik doen zal? Maar aan die vraag gaat een andere vooraf. Wie zijt Gij, Heere? De dogmatiek wint het van de ethiek, de kennis gaat aan het doen vooraf. Juist daarom zeiden we dat beslissingen slechts schijnbaar vallen op het terrein van de ethiek. In werkelijkheid is er, voordat de ethische daad wordt gesteld, reeds een dogmatische keuze gedaan.” 

Dat zou voor vandaag geschreven kunnen zijn. Er is echt een andere wind gaan waaien, niet alleen in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hetzelfde zie je in de Gereformeerde Bond. Wat eerst een minderheidsopvatting was, werd langzamerhand een substantiële stroom. Van ’t Spijker heeft gedaan wat hij meende te moeten doen, maar heeft de ontwikkeling niet kunnen keren.”

### _Leed hij daaronder?_

 

„Hij was er in ieder geval bezorgd over, maar hij leefde bij de trouw van God. Daarom werd hij niet moedeloos. Zo schreef hij eens: „Ondanks alles zal het niemand lukken om het gereformeerde beginsel, de gereformeerde belijdenis, de kracht van de Reformatie en het werk van God in Zijn genade uit het hart van een volk weg te bannen. Laat het uit een kerk wijken, in een andere zal het opnieuw blijken.” Daarmee relativeerde hij de betekenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij besefte goed dat die niet meer zijn dan een splinter in de wereldkerk.”

### _Hoe open was hij over zijn persoonlijke geestelijk leven?_

„Hij sprak niet veel over zijn innerlijk, maar zijn vroomheid straalde door alles heen. Je voelde dat hij leefde uit  wat hij beleed.  Dat was ook te merken in de kerkdiensten die hij tot zijn 88<sup>e</sup> jaar leidde. Hij gaf echt wat mee.”

### _Bent u zelf door hem gestempeld?_

„Dat kun je wel zeggen. Zowel door zijn persoonlijkheid, die me altijd heeft geboeid, als door zijn preken, theologische stellingname en stijl. Als student abonneerde ik me al op De Wekker. Het eerste wat ik las, was Van ’t Spijkers rubriek ”Marginaal” – puntig geschreven columns. Fenomenaal! Vele zijn nog steeds het lezen meer dan waard.”

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/de-schriftelijke-erfenis-van-prof-w-van-t-spijker-blijft-actueel</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/de-schriftelijke-erfenis-van-prof-w-van-t-spijker-blijft-actueel</guid>
            <pubDate>Wed, 26 Aug 2026 08:29:51 GMT</pubDate>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Wat als school niet meer lukt? Hadassah bleef jaren thuis]]></title>
            <description><![CDATA[Dat hun oudste dochter op de basisschool vaak hoofdpijn heeft en daarbij regelmatig moet overgeven, vinden Henri en Ethel Wolting uit Papendrecht niet verwonderlijk. „We hebben allebei migraine”, vertelt Ethel. „We dachten dat zij dat ook had.”

Op de basisschool blijft Hadassah (nu 18) regelmatig thuis van school. Een kinderarts vindt geen onderliggende oorzaak voor haar klachten, en stelt de diagnose SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten). 

Als ze na coronatijd naar de middelbare school gaat, wordt dat verzuim alleen maar frequenter. Haar pijnklachten nemen toe. „We zijn de medische mallemolen ingegaan, maar niets hielp. „Je moet er mee leren leven”, zeiden de artsen tegen haar.” 

Steeds vaker blijft Hadassah thuis van school. „Dan zat ze ’s morgens aan tafel met knallende hoofdpijn en stuurden we haar met een paracetamol naar bed. Want we wisten uit ervaring: als je een migraineaanval hebt, lukt naar school gaan gewoon niet.” 

Het blijft aanmodderen. Ondanks de goede leerlingbegeleiding op locatie De Swaef van scholengroep Driestar-Wartburg zitten Ethel en Henri met hun handen in het haar. „Ze kreeg veel maatwerk en mocht bijvoorbeeld alleen voor het vak ckv naar school komen. Maar het ging niet. Ze was op.”

 

Hun jongste dochter Thirza (nu 12) heeft intussen de diagnoses ARFID (een eetstoornis, red.) en ASS gekregen en wordt goed begeleid. Als Hadassah in 2022 volledig vastloopt, geeft ze aan net als Thirza geholpen te willen worden. In een gesprek met de praktijkondersteuner van de huisarts komt er een nieuwe vraag op tafel: zou Hadassah misschien ook autisme hebben? „Daar hadden zowel de artsen als wij niet aan gedacht vanwege de diagnose SOLK.”

Onderzoek levert al snel duidelijkheid op: de veronderstelling klopt. En dat niet alleen; Hadassah heeft ook een flinke autistische burn-out. „Zowel voor school als voor ons was het toen helder: Hadassah bleef voorlopig gewoon thuis. We hebben het even helemaal losgelaten om te proberen haar naar school te krijgen. Pas toen kwam er ruimte voor herstel.”

## Ministapjes

Metty Wassink-Kleppe, hoofd leerlingenzorg van de vijf Wartburgscholen van scholengroep Driestar-Wartburg, weet uit ervaring hoe complex de situatie van thuiszitters kan zijn. „Veel van deze leerlingen hebben te maken met schrijnende situaties. Gelukkig is het aantal thuiszitters nog steeds een klein percentage van onze leerlingen.”

Wat de scholen kunnen betekenen voor deze leerlingen? „We proberen hen zo veel mogelijk in onze eigen zorgstructuur op te vangen. Er is bijvoorbeeld begeleiding voor hen van een orthopedagoog of van het zorgadviesteam. Er zijn zorgklassen binnen de scholen waar leerlingen even kunnen ontspannen of juist extra begeleiding kunnen krijgen. Lukt het jongeren niet om in het reguliere onderwijs te zitten, dan is er op onze locatie De Burcht aangepast onderwijs beschikbaar, in kleine klassen en met een vaste docent. We hopen op die manier zo veel mogelijk leerlingen binnen onze eigen scholen te kunnen helpen.”

 

Maar, weet ze, er zijn ook leerlingen voor wie deze vormen van ondersteuning niet toereikend zijn. Wat dan? „Dan kun je niet zonder de samenwerking met ouders en externe betrokkenen, zoals hulpverlening, gemeente en leerplichtambtenaar. Met elkaar kijken we welke stappen er nodig zijn om een leerling weer iets van onderwijs te laten volgen. Voor sommigen zal het niet haalbaar zijn om nog volledig naar school te gaan. Dan zet je ministapjes.”

Bij ministapjes kun je aan veel dingen denken, zegt Wassink. „Zo sprak ik pas een orthopedagoog die betrokken was bij de hulp aan een jongen die volledig thuiszat. Zij vertelde me dat één zo’n ministapje bijvoorbeeld inhield dat de jongen bij aankomst op school werd opgewacht zodat hij niet alleen naar het lokaal hoefde te lopen. Deze jongen heeft uiteindelijk cum laude zijn diploma gehaald. Gewoon door per dag te kijken wat wat hij nodig had om onderwijs te kunnen volgen.”

## Positief

Die ministapjes helpen voor Hadassah niet. In totaal drie jaar blijft ze grotendeels thuis van school. Of Ethel en Henri zich weleens zorgen hebben gemaakt over de toekomst van hun dochter? „Het klinkt misschien stom, maar school deed er een tijdje helemaal niet toe, omdat we merkten dat ons kind helemaal niets op kon nemen. Thuis boden we haar soms op een laagdrempelige manier onderwijs aan, door haar bijvoorbeeld mee te laten helpen in de moestuin, samen naar een museum te gaan of met elkaar muziek te maken.”

Als de situatie van hun dochter na verloop van tijd wat stabiliseert, gaan ze op zoek naar andere onderwijsvormen. „We hebben veel instanties benaderd, waaronder De Hoop. Die verwees ons door naar het zorg- en onderwijscentrum van Stichting Timon in Delfshaven.”

Een fantastische mogelijkheid, noemt moeder Ethel het centrum. „De mensen die daar werkten, gingen uit van niets. Alleen Hadassahs komst was al genoeg. De benadering was alleen maar positief, omdat ze keken naar wat er nog wel lukte.  Zo heeft Hadassah langzaam het schoolgaan weer opgebouwd. Heel voorzichtig kwamen op een gegeven moment ook de schoolboeken op tafel.”

De grootste winst? „Er kwam weer een sprankeling in haar ogen. Ze stond aan en hoefde haar ongelukkige gevoel niet meer te maskeren.”

## Samenwerking

Het verhaal van Hadassah staat niet op zichzelf. Onderwijs kan er voor thuiszitters heel anders uitzien dan voor een gemiddelde leerling, weet ook Metty Wassink-Kleppe. „Onze hoofdvraag bij thuiszitters is altijd: Hoe kunnen we de leerling toch enige vorm van onderwijs aanbieden? Dat is niet altijd in de vorm van school. Ik vind dagbesteding waarbij met elkaar wordt gezocht naar een manier van onderwijs ook een optie.”

Waar het de school vooral om gaat, is dat leerlingen niet aan hun lot worden overgelaten. „Leerlingen hebben leerplicht, maar ik vind het mooier om te zeggen dat ze recht hebben op onderwijs. Daarnaast heeft elke school zorgplicht. Daarom wil ik het liefst niet accepteren dat onderwijs niet meer mogelijk is, maar voelen we als school altijd de verantwoordelijkheid en de liefde om te blijven zoeken naar mogelijkheden. Want alle kinderen zijn schepselen van God en je gunt elk kind een plekje in de maatschappij. 

 

Het kan daardoor zijn dat we soms met elkaar bij heel alternatieve onderwijsoplossingen uitkomen. Een zorgboerderij bijvoorbeeld, een stage, of een andere vorm van leren in de praktijk. Soms blijven we als school alleen nog op de achtergrond betrokken. Slechts in de meest uitzonderlijke gevallen blijkt dat een vrijstelling van onderwijs aan de orde is.”

Dat zoeken naar een vorm van onderwijs die wél haalbaar is voor de leerling, is een tijdrovend proces. Voor de school, maar vooral voor de ouders, die dag in dag uit te maken hebben met een zorgintensief kind. „Je moet niet onderschatten wat een gigantisch druk de zorg voor een kind met complexe problematieken op een gezin legt. Soms merken we dat ouders zo aan het einde van hun latijn zijn, dat het heel hard werken is om als school hen in verbinding te blijven.”

Toch is het in het belang van de leerling om de handen zo veel mogelijk ineen te slaan. „De centrale vraag aan ouders, school en hulpverleners blijft: staan we met z’n allen om deze leerling heen, willen we allemaal het beste voor dit kind? Als ik kijk naar de succesverhalen onder de thuiszitters, zie je dat dit vaak casussen zijn waarbij er een fijne samenwerking was tussen alle partijen. Het is geen garantie, maar wel een goede voorwaarde. Vaak ontstaan er zo mooie dingen. Maar er zijn ook situaties waarin we met de rug tegen de muur staan.”

## Begrip

De Woltings hebben ervaren dat het erg hielp dat De Swaef, waar Hadassah al die tijd stond ingeschreven, begrip bleef tonen. „We hebben heel goede gesprekken gehad. Ze hebben vanuit school heel veel uit de kast gehaald voor Hadassah, maar het lukte haar gewoon niet om terug naar school te gaan. Dan moet je dat op een gegeven moment accepteren. Gelukkig deden school en hulpverlening dat ook.”

Het onderwijssysteem is er nu eenmaal niet op ingesteld om ook in heel specifieke behoeften te voorzien, leerde Ethel de afgelopen jaren. „Soms moet je, ook als ouders,  je verwachtingen loslaten en het woordje school laten varen. Niet iedereen past in het regulier onderwijs. Je daar druk over maken heeft geen zin. Natuurlijk hebben we ons weleens zorgen gemaakt over de toekomst van ons kind, maar haar herstel stond voorop. Dat gaf rust.”

 

Wel hadden ze met de kennis van nu graag eerder willen weten dat Hadassahs problemen niet van fysieke aard waren, maar door overprikkeling kwamen. „Achteraf gezien had ze al meteen in 2020, na de basisschool, naar De Burcht gemoeten, de locatie van het Wartburg voor cluster 4. Maar omdat ze alleen lichamelijke klachten had, wisten we dat toen nog niet Pas veel later bleken dit de eerste signalen van een ASS-burnout.”

Dat leerpunt namen ze mee bij hun jongste dochter, Thirza. Zij ging meteen naar De Burcht, omdat ze het te zwaar had op het regulier onderwijs. „Want”, zegt Ethel, „juist bij meisjes tussen de twaalf en achttien is het autisme het hevigst. In die periode lopen heel veel meiden vast, blijkt uit onderzoek.”

## Pilot

Bij de Wartburg blijven ze zich intussen onvermoeibaar inzetten voor jongeren die vastlopen. Wassink, enthousiast: „Een mooi voorbeeld is de pilot die we na de zomer gaan opzetten. We hebben namelijk subsidie toegewezen gekregen om voor locatie Guido de Brès in Rotterdam een begeleider van Eleos in te zetten bij langdurig verzuim. Zo’n begeleider kan dingen doen die wij als school niet kunnen: thuis komen kijken, een dagstructuur opstellen, helpen om stapjes te zetten om weer naar school te kunnen gaan, soms ook letterlijk met een leerling mee het schoolgebouw ingaan. Met deze pilot hopen we de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp verder te versterken, met als gezamenlijk doel een leerling weer perspectief op onderwijs te geven.” 

Ook in huize Wolting overheerst optimisme. Met Hadassah gaat het verrassend goed, vertelt haar moeder. Na een jaar bij het zorg-en onderwijscentrum van Stichting Timon was ze er twee jaar geleden aan toe om de entreeopleiding mbo 1 dierenverzorging te gaan volgen. „In Hadassahs klas zaten veel jongeren met een rugzakje. Het schoolteam wist feilloos met hen om te gaan.”

Vanaf dan is er vooral een opwaartse spiraal te zien. „Dankzij de goede begeleiding pakte ze ineens de draad weer op en bevindt ze zich nu helemaal in het schoolleven. Ze gaat volgend jaar examen doen voor mbo 2 en wil vervolgens graag mbo 3 dier en gedrag gaan doen.”

 

Omdat Hadassah en haar zusje Thirza zich inmiddels in veiliger vaarwater bevinden, durft hun moeder Ethel nu ook openlijk hun verhaal te vertellen. Want er mag wel wat meer openheid komen rondom thuiszitters, vindt het gezin Wolting. Er zijn nog te veel vooroordelen van buitenstaanders. Ethel: „We hebben weleens gehoord: „Ze moeten gewoon een schop onder de kont hebben.” Of, als het gaat om Thirza’s eetproblematiek: „Geef haar maar een weekje aan mij, dan gaat ze wel eten.” Maar dan weet je niet waar je het over hebt.”

Ethel wil in de toekomst liefst ook officieel de barricades op om te vechten voor thuiszitters en hun omgeving. In het kader daarvan is ze in 2022 de opleiding onderwijsassistente en in 2024 een NTI-opleiding persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg begonnen „Ik ontmoet, ook in mijn werk als secretaresse en receptioniste in de GGZ, regelmatig ouders die in hetzelfde schuitje zitten als wij vroeger. Bij sommigen is de nood hoog. Ik weet nog niet precies hoe, maar ik hoop dat ik hen met deze studie in de toekomst kan helpen.”

  

 

 

]]></description>
            <link>https://www.terdege.nl/artikelen/wat-als-school-niet-meer-lukt-hadassah-bleef-jaren-thuis</link>
            <guid isPermaLink="true">https://www.terdege.nl/artikelen/wat-als-school-niet-meer-lukt-hadassah-bleef-jaren-thuis</guid>
            <pubDate>Wed, 26 Aug 2026 08:06:34 GMT</pubDate>
        </item>
    </channel>
</rss>