Als gemis realiteit is

Je kind missen. Je kunt het niét. Hoe vaak hoor je het mensen wel niet zeggen over hun kinderen? Of plaatsen op social media? ‘Ik zou niet meer zonder je kunnen!’

 

Ik rol altijd een beetje met m’n ogen als ik zoiets voorbij zie komen. En dat is gewoon een reactie van mij, omdat ik dan denk: ‘Je zegt maar wat’. Echt over die woorden nadenken doen mensen niet, het heeft geen diepere lading voor ze, omdat ze op geen enkele manier verwachten dat ze ooit zonder hun kind zullen moeten leven.

 

En logisch ook. Wie gaat er nou vanuit dat je die woorden letterlijk moet gaan nemen?

 

Toen ik hoorde dat Jona’s toestand dusdanig ernstig was dat hij jong zou komen te overlijden, ben ik anders na gaan denken over die woorden. Ik kan mijn kind niet missen.

 

Huilen, heel veel huilen. Boos worden. Waarom mijn kind? Ik kan hem helemaal niet missen. Maar gewoon écht niet. Zodra ik er over na dacht deed het pijn en voelde ik al zo veel verdriet.


En nu hij er niet meer is zeg ik het nog steeds. Ik kan hem niet missen. Maar met een groter verdriet dan ooit tevoren. Die keren dat ik het zei toen ik hem nog in mijn armen had, ik had geen idee wat ik zei. Nu het realiteit is, nu pas voel ik het.

 

Ik kan hem niet missen! En toch is hij er niet meer.

 

Oneerlijk? Ja. Er is geen één ouder die dat niet vindt. Denk ik tenminste. Waarom dit kind?

 

Hij is zo geliefd, zo bijzonder. Hij hoort bij ons, hij is van betekenis. En toch mocht het niet zo zijn dat dit kindje mocht blijven op deze aarde.

 

Je gunt het niemand, maar vooral jezelf niet. Niemand waar meer van gehouden is dan van jouw kind. En daarom is het zo ‘oneerlijk’.

 

Het zijn logische emoties, zeer logische emoties zelfs.


Ik sta het mezelf ook toe. Want nu ik hem echt moet missen, weet ik pas hoe het voelt. Hoe radeloos je kunt zijn, hoe ‘kwijt’ je hem bent. Alles is leeg, waar is hij nou?!

 

Hij hoort toch bij ons?

 

Ja, dat hoort hij ook. Hij is en blijft onze zoon. Onze liefste Jona.

 

En naast dat we Jona in ons hart hebben, is er nog iets anders wat ons bezig houdt. Op dit moment zijn wij in verwachting van ons tweede kindje. Al 15 weken. En onze Jona is bijna 9 weken geleden overleden.

 

Pas na zijn begrafenis kwamen we er achter dat ik zwanger was.

 

Ja, hoe reageer je dan? Wij reageerden nauwelijks.

 

Bepaalde dingen deed ik op de automatische piloot. Aanmelden bij de verloskundige, afspraak maken voor de intake en de eerste echo. En daarna hielden we ons er niet meer mee bezig. Tot het moment dat we in kamertje zaten waar we voor het eerst ons tweede kindje zagen, op de echo.


Inmiddels weet de omgeving er van en is het nieuws verspreid.

 

En wij? Wij hebben er nog steeds moeite mee. Een aantal dagen nadat het nieuws ‘wereldkundig’ was, heb ik me ontzettend beroerd gevoeld. Niet van de zwangerschap hoor, welnee, van de reacties die we er op kregen.

 

Via een berichtje hadden we laten weten dat we in verwachting zijn van ons tweede kindje en dat we er nog moeite mee hebben, dat er in ons hoofd nog weinig plaats is hiervoor, omdat ons hoofd en hart zijn gevuld met het verdriet en het gemis van onze Jona. We wilden ook vooral niet dat dit nieuws de boventoon krijgt.

 

Sommige mensen begrepen dat heel goed en lieten in een reactie kort iets van zich horen en wensten ons sterkte. Maar veel mensen grepen dit nieuws aan om het moeilijke onderwerp ‘Jona’ uit de weg te gaan. De felicitaties en gelukwensen vlogen ons om de oren.


‘We gunnen jullie dit geluk, na al het verdriet wat jullie meegemaakt hebben.’


‘Ondanks alles toch van harte gefeliciteerd met dit mooie nieuws, zo bijzonder en fijn dat jullie armen weer gevuld mogen worden.’


‘Wat mooi! Nieuw leven is het beste medicijn voor het verdriet wat jullie hebben.’


Ik werd er misselijk van. En dat word ik nog steeds bij zulke berichtjes.

 

Het beste medicijn?!

 

Het beste medicijn is dat we onze Jona terug krijgen. Dat is het enige medicijn wat helpt tegen het verdriet en het gemis wat wij ervaren. Maar dat kan niet.

 

De reden dat ik dit nieuws überhaupt gedeeld heb, is dat ik niet wilde dat dit verhaal een eigen leven ging leiden. Onze familie en vrienden wisten het, dan is het wachten op het moment dat meer mensen het te horen krijgen en het verhaal vervolgens als een lopend vuurtje gaat en mensen er een eigen draai aan gaan geven. Dat wilde ik niet. Ik besefte dat het een sensatie op een sensatie is.


Ja, want om even eerlijk te zijn: een kind wat overlijdt is een sensatie. Iedereen had het er over, mensen willen weten wat er gebeurd is en willen er iets over kunnen zeggen.

 

Als vervolgens niet veel later naar buiten komt dat ik ook nog eens zwanger ben, is dat dus wederom een sensatie. Er wordt vooral veel over gepraat en ik wilde voorkomen dat het groter gemaakt werd dan het toch al was. En ik wilde vooral delen hoe wij er in stonden en dat we dus vooral niet teveel aandacht wilden voor dit nieuws.

 

Maar dat was tegen dovemansoren gezegd.

 

Ik vind het verbazingwekkend hoe er voor ons ingevuld werd wat we er van moesten vinden en wat het beste voor ons is in de situatie waar we in zitten.

 

Mensen beseften totaal niet wat voor verdriet dit met zich mee brengt, hoe ontzettend moeilijk het voor ons is om ruimte te moeten maken voor nieuw leven, terwijl onze Jona net van ons weggenomen is, hoe ontzettend zorgen wij ons maken over de gezondheid van dit kindje. Wat als dit kindje hetzelfde ziektebeeld heeft als Jona? Dan zitten we tot onze nek toe in de zorgen, ziekenhuisbezoeken en onderzoeken.

 

Dan zullen we wederom een kindje moeten zien lijden en vechten.

 

Mensen beseffen niet hoe de periode met Jona ons getekend heeft. We deden het met liefde en met alles wat we in ons hadden. Maar het deed ook zoveel zeer om dat lieve jongetje zo te zien vechten en lijden. We hebben dingen gezien en meegemaakt die traumatisch zijn, om al te beginnen met de bevalling. Een positieve ervaring hebben we niet en wat normaal is weten we ook niet.

 

We horen veel dat we vertrouwen moeten en mogen hebben dat het deze keer goed gaat. Maar hoe dan? Onze enige ervaring is een ervaring die 180 graden anders is dan het ‘normale’.
We hebben bagage. We zijn niet onbezorgd meer, nee, we zijn getekend.

 

Nu kun je na het lezen van dit aannemen dat dit kindje niet gewenst is. Maar dat is niet het geval. Het is wél gewenst.

 

Het doet ook nog meer beseffen dat er Eén is Die overal boven staat. Onze Vader in de hemel, Die voor onze Jona én voor ons zorgt.

 

Maar als ik gewoon even heel eerlijk ben op dit moment had ik liever gehad dat dit nu niet zo was. Ik heb een kindje, Jona. Voor mij was het goed en na alles wat we meegemaakt hebben wilde ik vooral niet nog een kindje. Omdat voor mijn gevoel mijn hart dat niet meer aan kan, ík dat niet meer aan kan. Of misschien is dit het trauma wat spreekt, dat kan ook. Maar voor mijn gevoel heb ik nu de tijd niet om aan dat trauma te werken, krijg ik de kans niet om ‘normaal’ te rouwen en te berusten in het feit dat ik mijn kind verloren ben.

 

In mijn ogen was dit de tijd niet. Maar dat ben ik. God doet wat goed voor ons is. Maar het is logisch dat ik me voel zoals ik hierboven beschrijf.

 

Angst, verdriet en traumatische ervaringen. Oneerlijk vind ik het soms ook. Er zijn mensen die ik het geluk van een zwangerschap meer gun dan mezelf. Mensen die verdriet hebben om een kinderwens die onvervuld blijft. En daar sta ik dan, met een beginnend groeiende buik en een hoofd wat vooral bij Jona is en wat op dit moment nog geen ruimte heeft voor dit nieuwe leven.

 

Maar één ding weet ik zeker. Ik zal van dit kindje gaan houden en ik zal er net zo hard voor vechten als ik voor Jona heb gedaan.

 

Laat me nu nog maar even met m’n hoofd en hart bij Jona zijn, dat heb ik op dit moment nodig.

 

Deel dit verhaal op sociale media

tekst: Mathilde Beverloo-de Rooij 

Over Terdege

Terdege is een reformatorisch familiemagazine dat wil inspireren, bezinnen en verrassen.

Abonneevoordeel

Maak gebruik van de mooie voordelen die we speciaal voor jou als abonnee hebben uitgezocht.