Bedoeïenen

IMG-20210911-WA0002

Dahab, het stadje waar wij wonen, is van origine een bedoeïen-stadje. Twintig jaar geleden was het maar een klein plaatsje met her en der wat huisjes, met geiten, ezels en kamelen op de straat en vooral veel kleine vissersbootjes.

Nu is dat wel anders. Er worden steeds meer woonwijken gebouwd, er zijn ziekenhuizen en scholen, de watersport is enorm toegenomen en de boulevard met alle kleine souvenirwinkeltjes wordt tot middernacht druk bezocht.

Maar toch zijn er nog bedoeïenen en je pikt ze er zo uit. Het zijn de kinderen die op straat opgroeien en ‘s avonds armbandjes verkopen om hun ouders te helpen. Het zijn de vrouwen die weinig buiten komen. De mannen die bij elkaar komen in de koffietentjes om waterpijp te roken en backgammon te spelen. In hun witte jurken (officieel heten het galabeya’s) en over hun hoofd gedrapeerde geruite doeken.

Hun huizen zijn zelfgemaakt van grote betonblokken; ze zijn schots en scheef en ramen zijn vaak gaten in de muur, die in de winter dichtgemaakt worden met stukken karton of een kussen. Eens in de zoveel tijd, of als er een ziekte heerst zoals waterpokken of covid-19, gaan de vrouwen boodschappen doen en laden de mannen hun pick ups vol. Dekens, kussens, pannen en kinderen in de laadbak, moeders met baby’s naast de bestuurder. En zo trekken ze de bergen in. Ze zetten daar een tent op, komen af en toe naar de stad voor boodschappen, maar ze zonderen zich verder helemaal af en gaan terug naar de basis. Zonder stromend water en elektriciteit.

Als ze in de stad zijn, zetten mannen ‘s ochtends vroeg hun netten uit en aan het eind van de middag halen ze die leeg. De vis verkopen ze aan lokale restaurants. Als een familie een kameel heeft, wordt deze vaak aangeboden aan toeristen om ritjes op te rijden over het strand of langs de bergen.

Eerder dit jaar was er een gevecht tussen groepen volwassen mannen met messen, stokken en in brand gestoken auto’s, vrachtauto’s en huizen. De aanleiding: een ‘Egyptenaar’ had een bedoeïen-jongen geslagen, omdat hij brood probeerde te stelen. De jongen moest in het ziekenhuis behandeld worden. De avonden erna waren de groepen elkaar vooral aan het intimideren door bij de winkels of huizen op straat te gaan zitten en alles te observeren, tot de avond van het gevecht plaatsvond. De politie stond toe te kijken hoe dit ging, heeft ze uit laten razen, en daarna een handvol mannen meegenomen voor verhoor.

Het laat zien hoe de bedoeïenen gezien worden als tweederangsburgers. De families zijn vaak arm en de kinderen groeien op straat op. In kapotte, vieze kleren en op blote voeten rennen ze achter de geiten aan of ze vangen een hond en binden een touw om zijn nek om zo een middagje plezier te hebben. Maar toch zijn zij, vooral in Dahab, de oorspronkelijke bewoners. Op school leren de kinderen om elkaar met respect en gelijkheid te behandelen, maar helaas heeft het weinig effect.

Auteur

Margreet

Volg ons lifestyle platform op instagram.