Jouw vragen | ds. A.T. Vergunst

Ervaart een dominee rond een beroep altijd de leiding van de Heilige Geest? Hoe kan het dan dat sommige gemeentes (vaak kleinere) wel twintig jaar of langer vacant zijn, terwijl ze wel beroepen?

Het is goed dat je deze vragen zo eerlijk stelt. We zijn eraan gewend om de ”geestelijke reden” te horen over het aangenomen beroep. Dat kweekt de indruk dat elk beroep alleen maar een geestelijke kant heeft. Maar in onze beslissingen tellen allerlei menselijk overwegingen mee. Bijvoorbeeld: als een predikant voelt dat hij wat uitgepreekt is, gaat hij er weer naar verlangen en om bidden om een andere gemeente te mogen dienen. Hij zal zeker een bevestigend Woord vragen om het beroep aan te nemen. 
Een andere broeder wordt ouder en verlangt naar een kleinere gemeente. Dat is menselijk. 
Weer een ander merkt dat zijn gemeente niet genoeg van hem eist. Mijn vader had dat heel sterk in een van zijn gemeenten. Het werd uiteindelijk  doorslaggevend om een beroep aan te nemen, zonder een tekst. De rijke vruchten in zijn nieuwe gemeente gaven er blijk van dat het met Gods zegen was. 
Het kan ook zijn dat de predikant voelt dat de verhoudingen tussen hem en de gemeente niet zo vlot meer zijn. Dan wordt het weer tijd om verder te gaan. Wijlen ds. A.M. de Boer zei eens tegen me: „Blijf niet zo lang dat de mensen weer blij zijn dat je verder gaat.” Nuchtere wijsheid! 
En los van de puur menselijke kanten, zijn predikant ook zondaren. Ik kan niet in de harten van mijn broeders kijken, maar ik weet wel wat er in mijn eigen hart leeft. Het voelt goed om voor een volle en grote kerk te preken. Als ik een beroep krijg van een grote gemeente, met veel verenigingsleven (ook voor mijn kinderen), een fijne kerkeraad om mee samen te werken... dan trekt dat best. Met zo’n verlangen ga je op de knieën met de vraag: „Mag het, Heere Jezus?” Het is echt niet altijd: „Moet het, Heere?” Andere keren spreekt de gezinssituatie sterk mee (scholing of het achterlaten van kinderen). Ook de gemeente waar je dient spreekt mee: „Moet ik die nu (al) achterlaten)?”
Wat is dan uiteindelijk doorslaggevend? Soms alleen Gods voorzienigheid, maar vaak ook het Woord van God. Iedere predikant legt het beroep voor God in het gebed en luistert dan ook of er in het Woord een heenwijzing is van de Koning om verder te gaan of te blijven. De Heere kan de vrees voor de veranderingen die een beroep met zicht meebrengt wegnemen door Zijn beloften. Hij kan een tekst gebruiken die bevestigt dat de drang om het aan te nemen van Hem is. Of de Heere wijst op de Koning Zelf, Die alles opgaf om de andere schapen te zoeken. Ongetwijfeld zijn er predikanten die later hebben gemerkt in het aannemen of bedanken dat het toch te veel menselijk is geweest. Troostrijk blijft dat de Heere ondanks ons Zijn kerk vergadert en bouwt.
Jaren geleden vroeg ik een jong vriendinnetje van mijn dochter: „Zeg, Grace, hoe zou ik nu weten dat de Heere wil dat ik naar een andere gemeente moet?” Ze keek me aan en zei: „Als de Heere wil dat u weg moet, dan zegt Hij het wel. Als Hij het niet wil, dan zegt Hij niets.” Ik heb die avond twee keer bedankt. Eerst voor het antwoord van dat kind. Daarna voor het beroep.

Deel dit verhaal op sociale media

Wil je dit artikel verder lezen?

Neem dan een (proef)abonnement op Terdege.
Nu 6 maanden (12 nummers) voor € 35,-

Ds. A.T. Vergunst, Waupun (VS)

Over Terdege

Terdege is een reformatorisch familiemagazine dat wil inspireren, bezinnen en verrassen.

Abonneevoordeel

Maak gebruik van de mooie voordelen die we speciaal voor jou als abonnee hebben uitgezocht.