Bernard Bulsink: Ik weet me veilig, wat er ook gebeurt

Bernhard Bulsink -ceesvdwal_24

Pas op middelbare leeftijd kwam Bernard Bulsink (93) tot persoonlijk geloof. Maar als hij terugblikt, was Gods zorg er vanaf zijn vroege jeugd. Daarom ziet hij ook de toekomst met vertrouwen tegemoet. „Wat de Heere gesproken heeft, zal Hij waarmaken.”

De laptop staat al gereed voor het tonen van de twee PowerPointpresentaties die hij maakte over de Tweede Wereldoorlog en zijn tijd in Indië. Hij stelde ze samen voor spreekbeurten op scholen.

Rond de laptop liggen historische documenten, de kies van een Sumatraanse olifant en een aantal oude foto’s, waaronder een afbeelding van het ouderlijk gezin met zijn Joodse pleegzusje Hannie er nog bij. Maar eerst moet Bernard Bulsink iets van het hart. „Ik zie tegen dit gesprek op. Het gaat niet om mij, maar om de Heere en Zijn werk. Dat moet vooropstaan. Daarom zou ik het fijn vinden als u eerst een gebed doet.”

Het verlangen om tot eer van God te leven, werd bij het ouder worden steeds sterker. „Ondanks corona krijg ik nog vrij veel bezoek. Allemaal mensen die graag over de geestelijke dingen spreken. Dat maakt me een blij mens. De Heere zorgt zó goed voor me. Vanaf mijn jonge jaren, al had ik er toen nog geen zicht op.”

Rijksopvoedingsgesticht

Zijn vader had een aannemers­bedrijf in Doetinchem, dat door de malaise in de crisisjaren failliet ging. Hij vond werk in De Kruisberg, het plaatselijke Rijksopvoedingsgesticht. „Daar leerde hij de jongens timmeren. In de oorlog kon hij een vaste aanstelling krijgen in het gesticht van Nieuwersluis. We betrokken daar een leegstaande boerderij aan het water. Als we ergens naartoe gingen, moesten we eerst met een roeiboot worden overgezet.”

Ze woonden er een paar maanden toen een oom en tante informeerden of ze een Joods meisje in huis konden nemen. „Zo is Hannie bij ons gekomen. Anderhalf was ze toen. Haar ouders zijn later verraden en omgebracht in Sobibor. Wij vonden het heel leuk, een zusje erbij. Mijn moeder was in verwachting; een halfjaar later kregen we ook nog een broertje.”

Met voorzichtige stap loopt hij naar de tafel en pakt de familiefoto. „Kijk, dit zijn m’n vader en moeder, dat ben ik en dit is Hannie. Deze foto is gemaakt voordat ik naar Indië ging. Tot 1950 is Hannie bij ons gebleven. Toen is ze opgeëist door Joodse overlevenden, een echtpaar uit Dieren. Die mensen vonden dat ze Joods moest worden opgevoed. Mijn ouders hadden haar nooit verteld dat ze niet van hen was. Het is een drama geweest. In mei vertrok ze; ik was net terug uit Indië. We hebben nog steeds contact. Ze noemt me ”mijn christelijke broer”. Als ze op bezoek komt, lees ik na het eten net als altijd uit de Bijbel. Vaak een psalm; over de Heere Jezus moet ik niet beginnen. Elke dag bid ik of ook zij Hem mag leren kennen.”

beeld: Cees van der Wal

Lees verder

Lees het hele artikel in Terdege. Nog geen abonnee?

Auteur

Huib de Vries

Volg ons lifestyle platform op instagram.