De conciërge: spin in het web van de school

6 conciërges scholen- Ido Bos Hoevelaken- RenateB _3_

Ze werken alle zes als conciërge op een school. Sommigen relatief kort, anderen al een mensenleven. Wat ze delen, is hun passie: de zorg voor hun school en hun leerlingen.

Wie: Ido Bos (66), conciërge Willem Farelschool, Hoevelaken.

„Sinds Hemelvaartsdag werk ik 40 procent. Daar ben ik nog niet aan gewend. Maar het werk werd me te veel, de dagen waren lang. Ik deed ook het schoonmaakwerk in de twee gebouwen van de school. Nu houd ik vooral de mooiste klussen over. Ik doe het onderhoud en geef handvaardigheid. Vooral dat laatste is ontzettend leuk om te doen. Tijdens de handvaardigheidsles heb je de kinderen helemaal.

Ik ben nu ongeveer veertien jaar conciërge op deze school. Daarvoor was ik negen jaar in dienst op de Johannes Calvijn School in Amersfoort.

Het werken met kinderen is prachtig. Als ze jarig zijn, tekende ik, voordat corona uitbrak, een snorretje op hun snuit. Zelfs de meiden uit groep 8 wilden dat nog, haha. Pas vroeg een jochie er nog om, prachtig.

Als een kind valt terwijl ik pleinwacht heb, krijgt het van mij een pepermuntje of dropje. Ze willen soms zo graag een snoepje dat ze zogenaamd vallen. Ook als ze verdrietig zijn, deel ik een snoepje uit. Dat werkt heel goed. Gisteren rende een jochie de klas uit, keihard tegen de dichte schuifdeuren aan. Dikke buil voor en achter op zijn hoofd. Ondanks de pijn kwam er een glimlach door de tranen heen toen ik een rol pepermunt tevoorschijn haalde. Zo probeer ik die gastjes op te vrolijken.

Toen ik deels met pensioen ging, werd me verteld dat ik geduldig ben. Ik kan inderdaad veel van de kinderen hebben.

Ik kan me makkelijk in de kinderen verplaatsen. We hebben ooit een meisje met het syndroom van Down op school gehad. Zij kreeg veel alleen les. Op een gegeven moment kwam mijn collega naar me toe: „Ido, ze wil niet meer lopen.” „Wacht maar”, zei ik. Ik ben er met mijn schoonmaakwagentje naartoe gegaan. Ik grapte: „Als je niet overeind komt, gooi ik een emmer water over je heen hoor.” Ik vergeet het nooit meer: ze tilt haar hoofd op, kijkt ons aan en zegt met een stem alsof zij de volwassene is: „Stelletje pubers.”

Een kleuter stond afgelopen jaar een keer naar me te kijken toen ik mijn handen ontsmette. Hij zegt: „Ouwe vent met je grijze haren.” Ik zeg: „Dat vind ik niet netjes van jou.” Kijkt hij mij ernstig aan en zegt: „Zet Heer een wacht voor mijn lippen.” Deze psalm moesten ze leren en de juf had hem die morgen uitgelegd. Heerlijk toch, zulke dingen.

Kinderen van nu kunnen minder goed spelen, dan vroeger. Dan daag ik hen uit om een spel te gaan doen.

In groep 8 krijgen ze dat puberige, dat hangerige. Dan pak ik zo’n jongen beet en zet ik hem in de papiercontainer. Heerlijk. Maar nu vindt mijn rug dat niet meer zo goed. Ik moet er nog niet aan denken dat ik met dit werk moet stoppen. Ik hoop maar dat ik weer een contractverlenging krijg.”

Lees de andere vijf portretten van conciërges in Terdege (nr. 25, 1 september 2021). Terdege sprak ook met Gerrit de Vree (Eben-Haëzerschool, Teuge), René den Ouden (Calvijn College Goes, Stationspark), Huib de Knegt (Graaf Jan van Nassauschool, Gouda), Thijs Nieuwenhuis (Pieter Zandt scholengemeenschap, IJsselmuiden) en Johan van Nieuwkoop (Driestar College, Gouda, gebouw Bèta).

beeld: Renate Bleijenberg-van Leeuwen

Lees verder

Lees het hele artikel in Terdege. Nog geen abonnee?

Auteur

Jacomijn Ariakhah

Volg ons lifestyle platform op instagram.