Hartjes op het raam

Gerjanne v Lagen- mamagerjanne- Kampen- Renate B (71)

Het regende. Binnen was het warm. De ramen van ons huis besloegen. Het verhoogde de knusheid, de intimiteit. Even was er niets anders dan wij. Ons zevenen, binnen de muren van ons huis met de beslagen ramen.

Een besloten kalmte omarmde me. Linde tekende hartjes in de condens op het raam. Ik deed net of ik het niet zag. Ik had geen puf om te reageren. Dat is bij tijden een prachtige opvoedingsstrategie: net doen of je iets niet ziet. Lichtelijk conflictvermijdend, ik weet het. Maar hartjes op het raam zijn zo gek nog niet. Kinderkunst moet je niet onderschatten.

We hingen boven de box. Geurt en ik. Fieke lachte. We zwegen. Een zekere traagheid nam bezit van me, voor mijn gevoel van het hele huis. We keken. Zonder dat we het uitspraken wisten we het: we doen hetzelfde. We observeren Fieke. We speuren naar een afwijking. We slaan elke beweging gade. Geurt en ik. Haar ogen. Iets scheef wel. Haar tong uit haar mond. Haar donkere haartjes. De knuistjes. Haar beentjes in rust. Opnieuw vlogen mijn ogen naar die tong.

‘Soms denk ik dat ze niets heeft,’ zei ik tegen Geurt, de geluidloosheid doorbrekend. Geurt knikte. ‘Denk ik soms ook,’ zei hij. Ik vervolgde: ‘Of bedriegen we onszelf?’ We zwegen opnieuw. Geurt en ik. Want we wisten het niet.

Soms denk ik dat mijn moedergevoel een beschermende muur om mij bouwt. Tegen wil en dank. Alsof er tussen mij en de waarheid een soort geluidswal staat, die alle pijnlijke informatie buiten houdt. Maar ik wil het niet. Ik wil die muur niet. Het liefst schreeuw ik over die muur: kom dan! Vertel me dan wat het is! Hoe rauw en grauw ook! Ik wil het weten. Ik wil het nú weten. Het niet-weten is onverdraaglijk. Maar het helpt niet. De muur blijft onwrikbaar staan.

Nog veel sterker heb ik de neiging al die artsen door elkaar te schudden. De kinderneuroloog. De kindercardioloog. De genetische arts. Fiekes kinderarts. Allemaal. Al schuddend tegen ze zeggen: ‘Vertel het me! Houd niks achter. Kom op, ik kan dat wel aan. Wat denkt u nu? In welke richting denkt u? Zeg me gewoon wat jullie vermoeden. Behandel me niet als een moeder met moedergevoel. Behandel me als uw collega. Hier met die informatie. Alles wil ik weten. Alles.’ Maar ik doe het niet. Het mag ook niet vanwege de corona-regels. Anders had ik het gedaan. Denk ik.

Dus nu zeggen de artsen niets. Ja, ze zeggen van alles. Maar ze zeggen niets. Ik zou hun gedachten willen lezen. Soms probeer ik hun ogen te lezen. Maar ik kan het niet. Ik lees niets. Ik weet niets.

‘Het stinkt hier,’ zegt Jan opeens. Ik schrik, nog steeds boven die box. De tomatensoep! Ik vlucht naar de keuken. ‘O nee.., de soep is aangebrand,’ roep ik. Mijn stem trilt. Tranen prikken achter mijn ogen. Geurt ziet het, hoort het. ‘Daar hoef je toch niet om te huilen,’ zegt hij. ‘We proeven het gewoon. En anders bakken we eieren en tosti’s.’ Ik slik en snik en knik en roer wat doelloos door de pan. ‘Ik huil ook helemaal niet,’ sputter ik. En ik denk: misschien is lichtelijk aangebrande soep best lekker. Geeft het de soep net een twist. Een pittige nasmaak. Je weet maar nooit.

Als ik even later aan tafel schuif, voel ik het. De emotie van die vochtige namiddag raakt de kern van ons bestaan. Het kristalliseert alles uit. Al het onbelangrijke trekt weg als de condens van het raam. De dingen in de periferie van het leven verdwijnen in het donker. Je baan. Je huis. Je geld. Je prestaties. Ten diepste onbelangrijk. Wat overblijft zijn de hartjes van Linde, op het raam. Wat overblijft is de lach van Fieke, als mijn ogen de hare raken. Wat overblijft is het feit dat iedereen braaf de onsmakelijke tomatensoep at, voor mama. De zin ‘Uw wil geschiede’ uit het gebed hangt nog boven onze borden. Wat overblijft is: de liefde.

En de somberheid bleef niet, hoor. Want we bakten eieren. Heel veel. En ik deed een voorleesmarathon. En papa stoeide. En Fieke sliep.

En de pan? De pan kreeg ik nooit meer schoon. Maar daar treuren we niet over. Want hé: het is maar een pan. Een pan is vervangbaar. En dat is het hele eieren eten.

beeld: Renate Bleijenberg

Auteur

Gerjanne van Lagen

Volg ons lifestyle platform op instagram.