„Ik stond in brand”

VersluisTerdegeStellendam-ceesvdwal_3

Minder dan een seconde: meer is niet nodig om een pijnlijke brandwond op te lopen. Meestal helpt een nat washandje, maar niet altijd. Jaarlijks raken 900 mensen zo ernstig verbrand dat ze behandeld moeten worden in een brandwondencentrum.

Per ongeluk een hete oven aanraken of kokend water over je hand krijgen: de meesten van ons hebben weleens ervaren hoe pijnlijk zoiets is. De kraan helpt, maar er kunnen uren overheen gaan voordat de pijn minder wordt. Bij een oppervlakkige brandwond hoef je meestal niet naar de huisarts of het ziekenhuis. Anders is het bij wonden die dieper of heel groot zijn. Dit komt helaas vaak voor bij jonge kinderen: uit onderzoek van de Brandwondenstichting blijkt dat 25,8 procent van de patiënten die in een brandwondencentrum opgenomen worden, jonger is dan vijf jaar.

Het volledige artikel, met drie portretten van brandwondenslachtoffers, is te lezen in Terdege (6 januari 2021). Hieronder het verhaal van Sem.

„Sem verstopt zich niet achter de geraniums”

Sem kreeg toen hij vier jaar oud was, heet frituurvet over zich heen. Hij is nu dertien en herinnert het zich bijna niet. Zijn vader Gert wel.

„Het was een zonnige, vrolijke zondag en we hadden in de tuin gegeten. De frituurpan in de schuur stond nog aan. Sem wilde iets pakken en is gestruikeld over het snoer. Hij heeft zich ergens aan vastgegrepen om te voorkomen dat hij viel en de olie over zich heen kreeg, maar het was al te laat.

Toen mijn vrouw zag wat er gebeurde, begon ze te gillen. We zijn zo snel mogelijk begonnen met het koelen: ik ben met Sem in mijn armen onder de douche gaan staan. Intussen was 112 gebeld. We kwamen op de spoedeisende hulp en daar bleek dat Sem flinke brandwonden had: 43 procent van zijn lichaam was verbrand. Diezelfde avond kregen we te horen dat we misschien afscheid van Sem zouden moeten nemen, zo ernstig was hij eraan toe.

Een uur voor het ongeluk was Sem in de tuin aan het zingen: Psalm 42 vers 2, dat had hij net geleerd op school. Deze psalm zijn we gaan lezen toen we van de behandelend arts hoorden dat Sem het misschien niet ging redden. Voordat Sem de volgende dag geopereerd werd, zaten we rond zijn bed en begon hij, heel onverwacht en uit zichzelf, te bidden.

Alles bij elkaar heeft Sem tweeënhalve maand in het ziekenhuis gelegen, deels in het Brandwondencentrum van Beverwijk en een aantal weken in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Het was een heel heftige tijd. Vooral het schoonmaken van de wonden was zeer pijnlijk, dan gilde hij het uit. Hij is meerdere malen helemaal onder narcose gebracht zodat zijn wonden goed behandeld konden worden.

Nu, negen jaar later, gaat het goed met Sem. Hij staat open in het leven. „Eigenlijk maakt het niet uit dat mensen naar me kijken”, zegt hij wel­­eens, „ik weet dat ik er anders uitzie dan anderen.” Sem verstopt zich niet achter de geraniums, hij is sterk. Dat is een groot wonder.

Al snel nadat hij uit het ziekenhuis kwam, is hij weer naar school gegaan. Een nazorgverpleegkundige ging de eerste dag met hem mee om uit te leggen wat er was gebeurd. Ze legde uit dat hij er anders uitzag dan eerst, maar dat hij nog steeds dezelfde Sem was. De kinderen in zijn klas mochten vragen stellen.

We zijn als familie open geweest over hoe het met Sem ging toen hij in het ziekenhuis lag. Mijn schoonvader stuurde elke dag een nieuwsbrief over hem rond. Dat vonden we belangrijk, want we wonen in een klein dorp. Zo konden mensen betrokken zijn bij de situatie. Dit heeft er vast ook voor gezorgd dat er heel veel voor ons gebeden is. En we hebben veel praktische hulp gekregen. Mijn vrouw en ik waren tijdens Sems ziekenhuisperiode veel in de brandwondencentra in Beverwijk en Rotterdam. Dan werd er oppas geregeld voor onze andere twee kinderen. Door het vele gebed en al die mensen die om ons heen stonden en ons steunden, voelden we ons als gezin gedragen.”

beeld: Cees van der Wal

Verder lezen?

Lees het hele artikel in Terdege. Nog geen abonnee?

Auteur

Fija Nijenhuis

Volg ons lifestyle platform op instagram.