## Met de trein 1 Corjan Koppe (32) pakt elke dag de trein om naar z’n werk te gaan. En nog heeft hij geen genoeg van spoorreizen. Zo gauw de Schiedammer vrij is, koopt hij een Interrailpas en vertrekt hij voor een paar dagen naar Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland of zelfs naar Italië. Met een Interrailpas kun je voor een bepaald bedrag een aantal dagen treinreizen door heel Europa. „Treinen zijn mijn hobby, ik houd ook van modeltreinen. Ik doe dit soort reizen alleen, maar saai is het nooit: je komt altijd wel mensen tegen die een praatje willen maken. En als er een zondag in mijn reis valt, dan probeer ik een lokale kerk te bezoeken. Ook dan krijg je vanzelf contact met mensen.” De treinreiziger, in het dagelijks leven functioneel beheerder bij Heineken, slaapt onderweg in hotels. „Heel makkelijk, ik tik op de Booking-app op mijn telefoon in waar ik ben en dat ik bijvoorbeeld niet meer dan 50 euro wil uitgeven voor een nacht.” Zulke goedkope hotels zijn niet altijd te vinden vlak bij een station. Maar daar heeft Koppe een oplossing voor bedacht: „Ik heb sinds kort een vouwfiets. Die kun je gratis meenemen in de trein. Daardoor ben je flexibeler.” Hij heeft zich bij de aankoop goed laten adviseren, vertelt hij. „Ik dacht eigenlijk dat de winkel me een elektrische vouwfiets zou aanraden. Maar de verkoper zei: Je bent een jonge vent, jij komt ook met een gewone fiets de berg wel op. Mooi, want een normale vouwfiets is stukken goedkoper dan een elektrische. En daar zitten ook echt wel nadelen aan: hij is veel zwaarder. En als je een echt steile berg op moet, dan is de accu leeg als je boven bent.” Hij is net voor het eerst met z’n nieuwe aanwinst op reis geweest. „Je wordt in het buitenland wel wat raar aangekeken: er zijn daar minder vouwfietsen. Conducteurs weten soms niet wat ze ermee moeten. Maar een vouwfiets is ingeklapt gewoon een stuk bagage, daar hoef je geen speciaal kaartje voor te kopen. Het is wel even oefenen voor je ’m snel in- en uitgeklapt hebt.” Eenmaal in een buitenlandse stad, laat Koppe musea en andere bezienswaardigheden meestal links liggen. Het gaat hem om de reis en het landschap onderweg, niet om de bestemming. Hij fotografeert ook graag treinen. „Soms krijg ik de vraag wat ik aan het doen ben. Je ziet tegenwoordig meer beveiligers op de stations lopen. Als ik uitleg dat ik een hobbyist ben, is het meestal wel goed.” Eén keer maakte hij iets bijzonders mee. In de trein van Duitsland naar Nederland zat een huilend meisje tegenover hem. „Ze had daarvoor een stuk met een langeafstandbus gereisd en was tijdens een tussenstop even naar de wc gegaan. Intussen was de bus doorgereden met haar koffer er nog in. Ik ben met haar meegegaan naar Amsterdam en heb haar geholpen om haar koffer terug te krijgen. Het is gelukkig goed gekomen.” Treinen kent hij inmiddels vanbinnen en vanbuiten, maar een vliegtuig heeft hij nog nooit vanbinnen gezien. „Vliegen trekt me niet. En het milieu speelt zeker een rol. Waarom zou ik ver weg gaan als ik ook dichtbij mooie dingen kan zien? Om een olifant in Afrika te bekijken? Ik geloof echt wel dat die daar rondlopen.” ## Met de trein 2 „Het was me wel wat”, zegt Corrie van der Plas (86) uit Sliedrecht. Ze dacht dat haar treinvakantie naar Zwitserland, afgelopen zomer, vooral een kwestie van eindeloos uit het raam kijken zou zijn. Het pakte een beetje anders uit. Uren achter elkaar genieten van grootse uitzichten. Daar had mevrouw Van der Plas zich op verheugd. En het wás ook wel zo. Maar tussendoor moest er ook overgestapt worden. Meer dan eens. Want er gaat nu eenmaal geen rechtstreekse trein naar Zwitserland. En daar had ze niet bij stilgestaan. Gelukkig waren er mensen genoeg in de buurt die hielpen. Mevrouw van der Plas en haar vriendin, ook een tachtigplusser, maakten hun reis namelijk met een groep. „Zelf houd ik met meest van bootreizen, maar mijn vriendin vindt water helemaal niks. Toen kwamen we deze vakantie tegen in een reisgids. „Is dat niet iets?” vroeg mijn vriendin.” „Op de dag van vertrek moesten we heel vroeg in de ochtend op het station van Utrecht zijn. ’s Avonds laat kwamen we in Zwitserland aan. De reis op zich was prachtig. Hoe zuidelijker je komt, hoe bergachtiger het wordt. Ik heb ervan genoten. We gingen over bergen en door dalen, kun je wel zeggen. De sneeuwtoppen in Zwitserland zijn prachtig en al die snelstromende riviertjes waar je overheen rijdt: ook heel mooi.” Toch gingen de lange heen- en terugreis de dames niet in de koude kleren zitten. „We kregen hulp, daar niet van. Dat was heel fijn. Want bij het overstappen moest je al je bagage natuurlijk meenemen. Soms moesten we zelfs naar een ander perron met de roltrap. En dat ook nog in je nette kleren. Dat had ik in mijn eentje niet geklaard, hoor. Gelukkig waren er twee jongere echtparen die ons steeds hielpen.” Zitplekken hadden ze wel altijd. „Onze plaatsen waren gereserveerd. En onze kaartjes hoefden we nooit zelf te laten zien, dat deed de reisleider. Dus als we eenmaal zaten, was het prima.” Tijdens de vakantie waren er ook nog treinexcursies, maar de vriendinnen zijn niet met alle uitstapjes mee geweest. Mevrouw Van de Plas heeft haar helpers tijdens de treinvakantie naar Zwitserland „wel honderd keer” bedankt. „Vorige week zijn ze nog bij mij op bezoek geweest. Die mensen waren zo lief. Op de terugreis moesten we zelfs nog vaker overstappen dan op de heenreis, omdat er in Duitsland problemen op het spoor waren. We hebben heel lang gewacht op het station in Frankfurt en kwamen pas om twaalf uur ’s nachts weer in Utrecht aan. Ja, een avontuur was het wel. Zeker voor tachtigplussers!” Alles bij elkaar raadt mevrouw Van de Plas „bejaarden” niet aan om een treinvakantie met een groep te boeken. „Het is echt inspannend. De volgende keer kies ik weer voor een bootreis. Dat is het allerbeste op mijn leeftijd. Als je dan op excursie gaat, rijdt de bus de kade op en stopt hij vlak bij de boot. Je kunt al je bagage achterlaten, want je komt gewoon weer terug. Heel ontspannen. Ik hoop dat mijn vriendin tóch een keer mee wil.” ## Met de trein 3 Wat doe je als een reisje met je ouders niet doorgaat en je bent gek op treinen? Juist, dan ga je op treinvakantie. Gerard van den Burger (19) uit Alblasserdam regelde een hotel in Hengelo en maakte van daaruit een week lang allerlei treinritten. Vanuit Hengelo bezocht hij de Duitse steden Bad Bentheim en Salzbergen én de Nederlandse steden Amersfoort en Arnhem. Die laatste twee staan bekend als prachtige plekken voor treinspotters: er komt van alles voorbij, van lange treinen vol gloednieuwe auto’s uit Duitsland tot hele einden aan zwaar militair materieel. Het was genieten voor Van den Burger, die in het dagelijks leven bij een bouwmarkt werkt. „Elke ochtend ontbeet ik in het hotel en om een uur of negen stapte ik dan op de trein. Om een uur of halfacht was ik meestal weer terug. Ik at ’s avonds niet in het hotel. Je weet dan niet altijd wat je krijgt, dus ik hield het op een pizza of shoarma: iets wat ik zelf kon kiezen.” De eerste treinvakantie in zijn eentje is hem supergoed bevallen. „Voor volgend jaar september is de volgende gepland. En dan wil ik verder Duitsland in: naar Emmerich en Oberhausen. Het is een beetje experimenteren wat ik doe. Ik ben gewend om met mijn ouders op vakantie te gaan en in je eentje op pad is wel iets anders. Mijn plan is om steeds wat verder te gaan reizen.” Hij loopt dus niet te hard van stapel. „Ik kan ook niet goed Duits, dus dat was in het begin wel een uitdaging. Gelukkig kon ik me met gebaren aardig duidelijk maken. En veel mensen net aan de andere kant van de grens kunnen wel wat woordjes Nederlands.” Eenzaam was de vakantie in zijn eentje niet, vertelt Van den Burger. „Als je op stations bent om treinen te spotten of ergens langs de baan staat, kom je altijd wel mensen tegen die hetzelfde doen. En dan maak je vaak even een praatje.” Hij is vooral gek op goederentreinen. Daarvan zijn er heel veel verschillende, legt hij uit. „Ik let op de trekkende kracht van de locomotieven: hoeveel wagons hangen erachter? Ook hebben de locomotieven verschillende kleuren; in combinatie met de omgeving leveren ze vaak mooie plaatjes op. Ik maak zowel foto’s als filmpjes. De foto’s bewaar ik voor mezelf en de filmpjes deel ik op sociale media. Ik heb mijn eigen kanaal op YouTube.” Treinspotters zijn sociale mensen, vindt Van de Burger: „Er zijn websites waarop treinhobbyisten het doorgeven als ze ergens een bijzondere trein hebben gezien. Soms kun je uitvogelen waar die trein dan nog meer langskomt, zodat je er ook een kijkje kunt nemen. Dat is echt leuk!” Van de Burger kan zijn treinvakantie iedereen aanraden, zéker treinliefhebbers. „Voor mij ligt Hengelo aan de andere kant van het land. Het scheelt dat je ’s avonds niet naar huis hoeft, maar dat je elke dag weer een andere route kunt kiezen en ’s avonds weer in je hotel bent.”