Uit het dagboek van Ruth

Ruth is moeder van acht kinderen. Tijdens de vijfde zwangerschap hoort ze dat hun kindje zwaar gehandicapt is en mogelijk niet levensvatbaar.

De eerste zwangerschapscontrole. Spannend. Ik heb steeds dat onrustige gevoel: het zal toch wel goed zijn? Dat komt vast ook doordat het ons vijfde kindje is. Je gaat steeds meer beseffen dat het niet zo vanzelfsprekend is dat het allemaal goed gaat. Ik ga nooit zo snel naar de eerste controle; met zestien weken vind ik vroeg genoeg. Nu is de afspraak gemaakt en als het zover is, ben ik best zenuwachtig. 
De verloskundige is een lieve, wat oudere vrouw. Ze doet eerst de routinecontroles. Wegen, urine, bloedprikken. Alles is goed. Dan naar het hartje luisteren. En ja hoor, daar horen we luid en duidelijk het hartje in een vlug tempo gaan. Wat maakt me dat blij. Het hartje van ons kindje. „Ik ben erg tevreden”, zegt de verloskundige. Ze stelt voor een echo te laten maken. Van mij hoeft het niet. „Ik begrijp dat goed”, zegt ze. 
„Ik heb er ook mijn bedenkingen bij. Het lijkt vaak net een test om te kijken of je kindje wel goed is. Maar aan de andere kant vind ik het fijn om te weten of de placenta goed ligt. En stel dat er iets is, zoals een hartafwijking, dan kun je in een gespecialiseerd ziekenhuis bevallen.” Ze haalt me over en we besluiten rond de twintigste week een echo te laten maken. Blij ga ik naar huis. In mijn hart dank ik de Heere. 
Ondertussen zijn we in huis al flink bezig. Er moet wel wat veranderen om ons lieve kindje een plekje te geven. Jos en William verhuizen van slaapkamer naar zolder. Jolien en Ruben gaan bij elkaar op een kamer, zodat er een plekje vrij komt voor ons kleintje. En die ruimte willen we graag opnieuw behangen. Ook wil ik de wieg opnieuw bekleden. Ik heb al mooie stof gezien. En de meubeltjes, die Artjan heeft zelf heeft gemaakt toen we Jos verwachtten... die hebben een verfbeurt nodig. Genoeg werk aan de winkel. 
„Jongens”, zegt Artjan op een vrijdag, „morgen mogen jullie helpen om behang te trekken op het kleine kamertje.” Gejoel. Dat is leuk!  „Mogen we dat de hele dag doen?” vraagt Herbert. „Nee”, zegt Artjan, „alleen ’s morgens, want ’s middags gaan we naar de kerk, daar is een dienst voor gehandicapte mensen.” De kinderen gaan er niet op in. Ze zijn met hun gedachten bij het behang trekken. 
Zaterdagmiddag.  Voldaan zitten we in de kerk. Wat hebben we genoten vanmorgen en wat is er hard gewerkt. Bijna al het behang is eraf. Maar deze dienst willen we niet missen. Ontroerend: al die kinderen voorin in hun eenvoud, die spontaan antwoorden geven als de dominee iets vraagt. Plotseling gaat de gedachte door me heen: In de toekomst zitten wij daar ook met een gehandicapt kind...  

Deel dit verhaal op sociale media

Over Terdege

Terdege is een reformatorisch familiemagazine dat wil inspireren, bezinnen en verrassen.

Abonneevoordeel

Maak gebruik van de mooie voordelen die we speciaal voor jou als abonnee hebben uitgezocht.