Vader en zoon Morsink als militair in Afghanistan

spg-17707-Morsink_zoon-12-site

De grootste Nederlandse militaire missie na de Tweede Wereldoorlog duurde zó lang dat generaties soldaten eraan meededen. Zoals Henk Morsink en zijn zoon Rob. „Je komt anders terug dan je bent gegaan.”

Het ‘einde’ van Afghanistan overviel Defensie. De Amerikaanse president Joe Biden verraste in april zijn bondgenoten toen hij besloot om uiterlijk op 11 september 2021 Afghanistan te verlaten. „Het is tijd om de eeuwige oorlog te beëindigen”, sprak hij. „We gingen met duidelijke doelen. Die zijn bereikt.” Precies twintig jaar na 11 september 2001 (de dag van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten; als reactie viel Amerika Afghanistan binnen om er de terreurgroep al-Qaida en de fundamentalistische taliban te verdrijven) is het voor de Amerikanen welletjes. De NAVO volgt.

Eind juni overhandigden minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten en commandant der strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim twee Nederlandse missievlaggen aan het Nationaal Militair Museum in Soesterberg. De eerste vlag hing van 2006 tot 2010 op Kamp Holland in Tarin Kowt in de provincie Uruzgan. De tweede vlag wapperde sinds 2015 in Kamp Marmal in Mazar-e-Sharif. De vlaggen zijn netjes opgeborgen in het museum; de Afghanistanmissie is geschiedenis.

Zandbak

Bijna twintig jaar was de krijgsmacht actief in Afghanistan. Met bijna 30.000 militairen. Een militaire aanwezigheid die zelfs generatieoverstijgend was. Kolonel Henk Morsink uit Nijverdal leidde in 2006 de opbouweenheid die naar Uruzgan ging om de komst van een grote groep militairen voor te bereiden. Vanuit het niets bouwde Morsink met zijn eenheid van 1300 militairen in ‘de zandbak’ Kamp Holland op. Letterlijk de weg bereiden in de snikhete woestijn. De temperatuur liep soms op tot 45 graden in de schaduw.

Twee van Morsinks zonen werden later ook uitgezonden naar Afghanistan. Oudste zoon Dirk ging in 2008 als plaatsvervangend commandant naar Tarin Kowt. Zijn jongere broer Rob kwam later naar hetzelfde kamp. Aan de rand van het kamp dat hun vader had gebouwd, keken ze uit over de vallei. Zonder een woord te zeggen, verstonden de broers elkaar. Minister Bijleveld haalde bij de vlagoverhandiging in Soesterberg de familie Morsink aan. Ze noemde het „bijzonder dat binnen één gezin twee keer het stokje is overgegeven.”

Gevechtspak

Henk Morsink (65) is in 2014 afgezwaaid als generaal-majoor bij de Koninklijke Landmacht. Zijn laatste functie was chef militaire huis. Rob Morsink (37) is majoor bij 13 Lichte Brigade in Oirschot en maakt zich op voor uitzending naar Litouwen, begin volgend jaar. Hij draagt het nieuwe gevechtspak van de landmacht al. Pa zegt best wel „een beetje jaloers” te zijn. „Wij gingen in 2006 in ons groene vlekkenpak op uitzending. Dat was beschamend, omdat Nederland destijds niet voldoende woestijn-uniformen had. De gemiddelde Afghaanse militair liep er beter bij.”

Als vader en zoon bij elkaar aan tafel zitten, komen de herinneringen aan Afghanistan als vanzelf boven en vallen ze van het ene verhaal in het andere. „Op verjaardagen vraagt mijn vrouw weleens of het ook over iets anders mag gaan dan de krijgsmacht”, zegt pa. Zoon Dirk (38) is namelijk ook nog steeds bij de landmacht als luitenant-kolonel. Jongste telg Maarten (34) koos na een periode als militair voor het bedrijfsleven. Het militaire leven is de jongens dus met de paplepel ingegoten. „Rob kon eerder KMA (Koninklijke Militaire Academie, RP) zeggen dan mama”, grapt vader Morsink.

Lees het hele artikel in Terdege (nr. 25, 1 september 2021).

beeld: Tineke van der Eems

Lees verder

Lees het hele artikel in Terdege. Nog geen abonnee?

Auteur

Riekelt Pasterkamp

Volg ons lifestyle platform op instagram.