Volkomen vrede

Gerjanne v Lagen- mamagerjanne- Kampen- Renate B (63)

‘Hé! Da’s al even geleden, hoe is het bij jullie?’ Twee boodschappenkarren scheiden ons, haar ogen lachend in de mijne. Ik herken onze vroegere buurvrouw zonder moeite, lach terug, en vind het opeens een ontzettend moeilijke vraag die ze me stelt.

‘Goed,’ zeg ik, en het voelt als liegen, terwijl ik toch niet lieg. De vrouw vertelt over haar zoontje en over de schoolresultaten en over de buurt en over de hond en ik herschik de bospeen in mijn boodschappenkar, rangschik met uiterste precisie de bloemkool ernaast. Ik hoor wat ze zegt, maar ik luister niet en overschaduwd door een vlaag schuldgevoel zie ik haar na ons afscheid weglopen. Even wil ik haar naroepen, haar zeggen dat we een gehandicapt kind kregen. Ik wil haar zeggen dat het naar omstandigheden goed gaat, maar dat ik ‘naar omstandigheden’ zo’n vreselijke uitdrukking vind. Ik wil haar zeggen dat ik de ziekenhuisbezoekjes zo moe ben, dat ik toch zo ontzettend blij ben met Fieke en dat Fieke zo geniet van haar fruithapjes. Ik wil roepen dat het goed met je kan gaan ondanks een zorgenkindje en dat het leven soms zo ingewikkeld is.

Maar ik roep niet. Ik gooi de bananen bijna in de kar, schaam me vervolgens, en leg de kiwi’s er haast teder naast. Boodschappen doen kan ik met ogen dicht – ik heb het nooit geprobeerd overigens, maar zo schat ik het in. Melk – yoghurt – vla – in de cadans van het vertrouwde vult mijn hoofd zich met de complexiteit van het leven. Want dat is het leven: zo vertrouwd en eenvoudig en zo onzegbaar complex.

Fieke bracht ons vreugde. Zij is tevreden met een soepstengel, tevreden met een kinderliedje, tevreden met zomaar liggen tegen mijn borst. Zij grijpt met haar knuistjes naar Linde, klauwt met haar vingers in Jans haren, kraait als Sietse de koprol doet. We applaudisseren als ze ‘papa’ zegt – en weten allemaal dat ze het per ongeluk doet, maar zeggen dat niet hardop. We juichen als ze zich met haar beentjes omhoog duwt, jubelen als ze in haar handjes klapt en hebben haar oneindig lief. Het gaat goed met ons.

En toch…

Toch is er een rauw randje, een kartelige hoekje, een wat bittere bijsmaak aan ons genieten met Fieke. Want wat zal er van ons meisje komen? Hoe ontwikkelt haar hartje? Haar nier? De op de loer liggende kanker? Vragen die soms naar binnen tuimelen, zomaar, tijdens het gezamenlijk bewonderen van Fiekes eerste tandje of tijdens het zingen na het eten. Dan voel ik hoe mijn diepste binnenste zich opsluit, hoe mijn gevoelens gedempt worden en hoe ik weiger na te denken over haar toekomst. Overgeven, zeggen mensen dan. Loslaten. Ik kan het niet, want Fieke zit vast als een muur in mijn moederhart. Wegstoppen. Dat kan ik wel. Ik geloof zelfs dat ik er heel goed in ben. De dag ontvangen. Haar lach indrinken. Niet nadenken, maar ademen. Yoghurt en melk en vla in je boodschappenkar doen. Lachen naar je vroegere buurvrouw. Het gekregen leven leven. Totdat er weer gedachten binnentuimelen, nu ook deze blog in – maar nee: wegstoppen. De dag weer inmoederen, brood smeren, uitzwaaien, schrijven. Zeg me maar niet dat het naïef is, zeg me maar niet dat het ooit naar boven zal borrelen. Zeg het me maar niet.

En soms? Soms is er volkomen vrede. Dan is het stil. Een golfloze kalmte. In het woordenboek staat bij het woord ‘gehandicapt’: met gebreken. Sinds de zondeval zijn wij allemaal min of meer gehandicapt. Vol gebreken. Jij. Ik. En ja: Fieke is meer gehandicapt dan ik. Zij heeft meer lichamelijke gebreken dan onze andere kinderen. En toch: allemaal gehandicapt. Allemaal geschapen. En we hebben allemaal hetzelfde nodig. Dan verschilt Fieke in een flits ten diepste niets meer van haar eigen kinderarts. Dan verschilt ze in een flits niets meer van haar kindercardioloog, haar neuroloog, haar moeder. Dan is Fieke mens. Niets meer. Niets minder. Net als jij. En net als ik.

beeld: Renate Bleijenberg-van Leeuwen

Auteur

Gerjanne van Lagen

Volg ons lifestyle platform op instagram.