Zwanger van ons tweede kindje

Ik vind het heel vaak nog heel moeilijk. Vaak denk ik nog: ik wil dit allemaal helemaal niet. Het gemis van Jona, de angst voor de toekomst. Het liefst duik ik in bed en word ik pas wakker als alles achter de rug is. De zwangerschap, de bevalling, de kraamtijd en de tijd daarna. Laat me maar weer wakker worden als ik weet hoe dit kind werkt; dat lijkt mij een prima idee.

 

Waar zwanger zijn voor de één niet lang genoeg kan duren, kan het mij niet snel genoeg gaan. Ik ben extreem moe, voel me niet fit en krijg al snel een enorme toeter, wat lichamelijk al best zwaar wordt. Blij ben ik wel dat het tot nu toe met de baby goed gaat en ik de 24 weken gepasseerd ben. Maar verder is zwanger zijn niet echt mijn ding. Dat getrappel in mijn buik? Vind ik heel bijzonder, maar ben het nu al wel weer zat. Ik heb liever een baby in mijn armen dan een baby in mijn buik. Ja, dat kan en mag ook gewoon. Ik weet namelijk dat er met mij veel meer vrouwen zijn die zo denken over zwanger zijn. 

 

Maar er rust een beetje een taboe op. En dat begrijp ik ergens ook wel weer. Want hoeveel vrouwen zouden er wel niet met mij willen ruilen? Een zwangerschap is verre van vanzelfsprekend, dat besef ik maar al te goed. Maar moét ik het dan per se leuk vinden en mag ik niet zeggen dat ik er al wel klaar mee ben? Nee. Dat is gewoonweg niet eerlijk. 

 

Het kan altijd erger, dat weten wij ook maar al te goed. Ik maak er ook geen first world problem van dat ik lichamelijk meer weg heb van een 90-jarige, dan van een jonge vrouw van krap 24 jaar oud.

 

Maar ook dit zijn dingen die uitgesproken mogen worden. Dat het altijd erger kan betekent niet dat we dit soort ‘kleine’ dingen niet meer mogen zeggen. Wij hebben het ergste meegemaakt, maar dat betekent niet dat iedereen maar z’n mond moet houden over hun problemen die minder erg zijn dan die van ons. Ook dat mag er zijn. 

 

Buiten dat het lichamelijk geen feestje is, vind ik het psychisch eigenlijk nog veel zwaarder. 

 

Ik merk dat ik veel meer afstand neem tot de buitenwereld. Waar ik bij de zwangerschap van Jona vol trots met een dikke toeter liep, wil ik nu het liefst die buik verstoppen. Waar ik toen vol was van het zwanger zijn, het kopen van babyspullen en het bijhouden hoe ver ik was en hoe het kindje in mijn buik groeide, praat ik er nu liever niet over, show ik nauwelijks babyspulletjes en gaan de weken aan me voorbij. 

 

Bijna niemand weet de uitgerekende datum, ik wil liever niet te veel praten over de bevalling en de tijd daarna, terwijl ik daar tijdens de zwangerschap van Jona heel open over was. En nu? Laat het maar vooral niet te dichtbij komen, stel je voor dat ik me aan het kindje ga hechten. 

 

Nu denk je vast: jij hebt een psycholoog nodig, want je móet je juist aan dit kindje gaan hechten. Klopt. Ik bezoek ook een psycholoog, iedere twee weken. Ik vind alles wat komen gaat ontzettend eng. 

 

Het heeft niets te maken met houden van. Mensen zeggen wel eens dingen als ‘fijn om te zien dat je wat meer van dit kindje gaat houden’. 

 

Die opmerkingen steken wel. 

 

Het heeft namelijk niets met liefde voor dit kindje te maken. Het gaat er om dat die liefde voelen een hele hoop andere gevoelens met zich meebrengt. Ik ben ontzettend bang om dit kindje ook te verliezen, weer te moeten voelen hoeveel pijn die liefde voor je kind doet als je het missen moet. 

 

Waar ik liefde voel, voel ik pijn. Daarom probeer ik liefde weg te stoppen, om zo ook maar geen pijn te hoeven voelen. Maar natuurlijk houd ik van dit kindje. Het groeit in mijn buik en al die angst die ik voel zegt iets over de liefde die ik daarbij dus óók voel. 

 

En waar anderen me juist gerust willen stellen, blijf ik roepen dat dat het ons al eens is overkomen, niet zegt dat het ons niet nog eens kan gebeuren. En dat is waarheid. Mijn vertrouwen is weg en als ik het mezelf toesta nemen mijn gedachten een ontzettend vervelend loopje met me. Ik vecht ertegen, want wat heeft het voor zin om bang te zijn? 

 

De psycholoog zei laatst tegen me: denk je dat het je helpt om zo te denken? Denk je dat de klap minder groot is als je het je allemaal van te voren al bedacht hebt? 

 

Nee. Precies. Waarom doe je het dan? 

 

Een o zo goede vraag. 

 

Waarom doe ik het. Waarom haal ik mezelf in m’n hoofd dat dit kindje vast veel te vroeg geboren wordt? Of door bijvoorbeeld placenta-loslating overlijdt in de buik? Of wat als ik een ernstig auto-ongeluk krijg en het kindje daardoor overlijdt? Wat als het na de geboorte overlijdt aan wiegendood of wat als het ernstige epilepsie blijkt te hebben?

 

En in mijn hoofd kan het niet anders, dan dat dit kindje hetzelfde ziektebeeld zal hebben als Jona. 

 

Het zijn angsten die me belemmeren om uit te kijken naar de komst van dit kindje. Als ik aan dat moment denk, zie ik alleen maar zorgen en ellende. En dat is ook weer niet zo gek, want dat is de enige ervaring die ik heb. 

 

En het is ook eng om je te moeten hechten aan het liefste wat je hebt. Want wat als je het verliest? Aan Jona heb ik me volledig gegeven. Ik deed alles voor hem en ik wilde ook niet anders. Maar wat doet het zeer om juist dat dierbaarste, waar je jezelf volledig voor gegeven hebt, te moeten missen voor altijd. 

 

En dat is waar de angst vandaan komt. Zoveel liefde heb ik nooit eerder gekend en wat een ontzettende mokerslag is het iedere dag dat ik hem moet missen. Dat maakte dat ik ook nooit meer kinderen wilde. Ik wilde nooit meer zoveel pijn voelen. Ik wilde nooit meer zoveel onmacht, liefde en verdriet tegelijk voelen. Nooit meer. 

 

Pas nu Jona er niet meer is dringt het door waar we die twee jaar in gezeten hebben. Pas nu dringt het door hoe lood- en loodzwaar het was. Iedere dag in de hoogste versnelling staan, 24/7 alert zijn en altijd op zoek naar de oorzaak van het huilen/oncomfortabel zijn/spugen. Dat er geen diagnose was heeft voor mij nooit uit gemaakt, maar wat wel ontzettend moeilijk is geweest, is dat artsen net zo min als ik wisten wat er aan de hand was en waar de oorzaak van Jona’s pijn en discomfort lag. Dat maakte dat ik eigenlijk de specialist was, want ik kende Jona en wist hoe hij ‘werkte’. Als een gespecialiseerd kinderarts MDL nieuwe voeding wilde proberen, omdat dat op papier beter was voor Jona’s darmen en de ervaring bij andere kindjes leerde dat dit beter zou zijn, wees ik dat af, omdat de ervaring mij geleerd had dat het níet werkte voor Jona. Op papier leek het een goede oplossing, maar de praktijk had me te vaak geleerd dat het bij Jona zo niet werkte. Ik was de enige die de gebruiksaanwijzing wist. Zelf geschreven, zelf uit moeten vinden. Niemand kende Jona zo goed als ik.

 

Die verantwoordelijkheid. Op dat moment deed ik het en drukte de verantwoordelijkheid niet. Ik zei laatst tegen Sebas: we hadden ons verstand op 0 gezet. We hielden ons niet bezig met waar we mee bezig waren, we deden het gewoon. Maar nu? Oh men, ik wil nooit meer in mijn leven zo'n verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Want dat weegt me nu als lood. Nu pas dringt door waar we die twee jaar mee bezig zijn geweest, nu pas voel ik de druk en het loodzware verantwoordelijkheidsgevoel van toen. En ik wil dat nóóit meer voelen. 

 

Weet je wat ik één van de zwaarste dingen vind?

 

Dat ik alles heb gegeven en dat het niet genoeg was.

 

Het was niet genoeg om de pijn van Jona weg te nemen, het was niet genoeg om hem lichamelijk te ontlasten en het was niet genoeg om hem hier bij ons te houden. 

 

Een keiharde dreun, midden in m’n gezicht. Het was niet genoeg. 

 

Dat snijdt. 

 

Dat doet zo veel zeer en maakt me zo ontzettend verdrietig.

 

Een stukje kracht ben ik in die strijd verloren.

 

In de strijd om mijn kind het beste te geven. Ik heb het niet gekund. 

 

Weet je dat dat als falen voelt? 

 

Ook al weet ik dat het buiten mijn macht lag, het voelt toch als falen.

 

Ik had die verantwoordelijkheid voor mijn kind, ik ben zijn moeder en ik heb hem niet kunnen helpen.

 

Ik had echt alles voor ons Joontje over. Alles. Ik gaf alles. En toch stond ik, net als iedereen, ook met m’n rug tegen de muur. 

 

Ik. 

 

Z’n moeder.

 

En doordat ik zoveel pijn voel daardoor en daar zoveel verdriet van heb en weet dat ik moe ben van het strijden, maakt het me bang dat er een kindje aankomt en zou ik de hele missie het liefst cancellen. Ik wil het allemaal niet meer voelen, de liefde niet, het verdriet en de pijn niet. Allemaal niet. Ik voel al genoeg, ruimte om nog een vakje ernaast te openen lijkt er gewoon niet te zijn. Het past er niet bij. En hoe dichterbij het allemaal komt, hoe meer het me bij de keel grijpt. 

 

Ik moet het zo meteen weer doen. Ik ben zo meteen weer moeder en zal wederom al die verantwoordelijkheid voelen, die ik nooit meer wilde voelen. En het maakt me bang. 

 

En toch komt het eraan, de verantwoordelijkheid voor een kind. 

 

En eerlijk is eerlijk: als ik even nergens aan denk kijk ik ernaar uit. 

 

Maar nergens aan denken doe ik bijna nooit. 

 

Ik zie er voornamelijk tegenop. 

 

Waar een ander uitkijkt naar het tutten met een baby, zich bezighoudt met welke verzorgingsproducten en luiers het beste zijn, zie ik alleen maar een hysterisch huilende baby voor me, waarvan niemand weet wat er aan de hand is en ik degene ben die de verantwoording draagt voor die baby. Ik zie weken ziekenhuis voor me, draadjes, infusen, sonde-apparatuur en vervelende onderzoeken. 

 

Aan een kraamtijd thuis heb ik überhaupt nog niet eens gedacht. 

 

Er zijn al zo veel mensen geweest die me proberen gerust te stellen. ‘Het komt vast goed’ of ‘hoe groot is nou de kans dat zoiets je nog een keer overkomt?’

 

Sorry dat ik het zeg, maar wat een nietszeggende woorden, waar ik niets mee kan. Mag ik zo meteen bij hen aankloppen als het niet goed blijkt te zijn?

 

Nee toch?

 

Het ligt op ons bordje. 

 

De verloskundige in het ziekenhuis zei laatst tegen me: 95% van de kinderen wordt gezond geboren en die andere 5% zitten ook de ‘kleine’ gezondheidsproblemen.

 

Ik vond het zo’n stomme opmerking en ik zei haar ook dat ik daar helemaal niets mee kon. Want als we zo gaan praten, heb ik er ook nog wel een paar. 

 

Jona zat bij die 5% kinderen die niet gezond geboren wordt én hoorde ook nog eens bij de groep kindjes waarbij geen diagnose gevonden is. 

 

Hoe groot is díe kans? 

 

Juist: nihil. Die kans is bijna 0.

 

En toch is dat ons overkomen. In mijn ogen is de kans op herhaling realistischer dan de kans op een gezonde baby. 

 

Het zou gezond zijn als ik een stukje vertrouwen zou hebben, als ik rekening zou houden met herhaling, maar er in principe van uit zou gaan dat we een gezond kindje mogen krijgen. 

 

Bij mij is dit alles gruwelijk verstoord en hoe hard ik ook probeer een ‘normale’ zwangere vrouw te zijn hierin, het lukt me niet. 

 

Angst en trauma’s zijn heel sterk en dat ik midden in het verdriet zit van het verlies van Jona, wat nog zo ontzettend vers is, en het verdriet ervaar van alles wat er de afgelopen twee jaar is gebeurd, helpt niet mee. Dat maakt me an sich al een labiele vrouw en tel daar nog eens een zwangerschap met bijbehorende hormonen bij op. Juist. 

 

Een gescheurde stoeptegel uit de jaren ‘60 is nog stabieler dan ik. 

 

En het heeft er niets mee te maken dat het als het niet gezond is niet goed is voor ons. Hoe het kindje ook zijn zal, het is welkom. Maar de pijn zien van je kind, dag in dag uit. Zien hoe het lijfje vanbinnen steeds meer stuk gaat, het verdriet van je kind zien en er niets tegen kunnen doen. Dat breekt. Dat wil niemand en ik gun het ook niemand. 

 

We hebben altijd gestreden voor Jona en ik durf te zeggen dat hij geen beter plekje had kunnen krijgen dan bij ons, ondanks al mijn gevoelens van falen. 

 

Maar natuurlijk had ik liever gewild dat hij gezond was en niet zo’n moeite- en zorgvol leven had. Ik had hem nog bij ons willen hebben, in goede gezondheid. En alles wat we meegemaakt hebben heeft sporen nagelaten. Ik durf niet te denken dat dit kindje gezond kan zijn, het kan gewoon niet in mijn hoofd. 

 

Echt niet. 

 

Ik kan niet genieten van deze zwangerschap, hoe jammer ook. 

 

Ik hoop vooral dat ik kracht krijg voor alles wat komen gaat en dat ik nooit meer mee hoef te maken wat ik al meegemaakt heb. Verder hoop ik niet zo veel. Ik bid en ik probeer mijn gedachten onder controle te houden en de tijd goed door te komen. 

 

Bid alsjeblieft met ons mee, voor kracht en voor gezondheid. 

Deel dit verhaal op sociale media

tekst: Mathilde Beverloo-de Rooij

Zomerse deken

Zomerse-deken.jpg

Haak mee met deze 'crochet along' en maak de prachtige zomerse deken Happy Bee

Volg ons op sociale media

Abonneevoordeel

Maak gebruik van de leuke voordelen die we speciaal voor jou als abonnee hebben uitgezocht.

Instagram

Over Terdege

Terdege is een reformatorisch familiemagazine dat wil inspireren, bezinnen en verrassen.

Abonneevoordeel

Maak gebruik van de mooie voordelen die we speciaal voor jou als abonnee hebben uitgezocht.