Als we achter hem gaan rijden, gaat hij slingerend de weg over. We besluiten een stopteken te geven en ondertussen heeft mijn collega het kenteken al nagetrokken. De wagen blijkt een huurauto te zijn. Als de bestuurder voor ons gestopt is, plaats ik mijn groot licht op zijn auto, zodat hij in z’n spiegel in de felle koplampen kijkt. Dit vergroot onze veiligheid, mocht hij iets van plan zijn. Ik spreek de bestuurder aan en mijn collega schijnt met zijn zaklamp in de auto. De man is alleen. Op de achterbank staat een sporttas. >Foute boel, zegt mijn onderbuikgevoel Ik krijg een buitenlands legitimatiebewijs in handen dat lijkt op een gekopieerd vodje. In al die jaren heb ik geleerd dat je moet luisteren naar je onderbuikgevoel. ”Foute boel” zegt dat gevoel nu. Ik vraag de man om de motor uit te zetten en uit te stappen. Ik zie hem aarzelen. Dan grijpt hij naar de versnellingspook om weg te kunnen rijden. In een flits pak ik hem bij zijn nek en trek hem naar buiten. De auto rijdt een stukje vooruit, maar gelukkig slaat de motor af. Het wordt een flinke worsteling. Snel trekt mijn collega trekt de sleutels uit het contact. Uiteindelijk slaan we de man in de boeien, fouilleren hem en doorzoeken het voertuig. Wat we vinden? Een doorgeladen pistool in de broeksband van de bestuurder en een sporttas vol met geld: zo’n 300.000 euro. De rest van de nacht zitten we binnen voor administratie. Zonder bonbons, overigens. _Saai is een werkdag nooit, voor politieagent Dolf Diender en ambulancechauffeur Jan de Vries. In elk nummer van Terdege nemen zij de lezers mee op pad._