Het beste helpen ze papa als ze rustig binnen op de bank een boekje gaan lezen en een héél eind bij papa uit de buurt blijven. Maar dat is natuurlijk onpedagogisch om te zeggen. Dus reageer ik enthousiast op hun aanbod om mee te helpen, terwijl ik ondertussen zo veel mogelijk materialen en gereedschappen veiligstel voor hulpvaardige en grijpgrage kinderhandjes. Tijdens die missie is al wel een stapel onbehandelde planken in de border gekukeld, heeft de hamer zich verstopt en werd het stanleymes nét geen speelgoed. Verder lijkt de schade zich te beperken. Ik kan aan de slag. Een van de weinige dingen die nog binnen kindbereik staat, is de boorkoffer. Voor ik goed en wel kan beginnen, rijdt een van de guppies er in volle vaart tegenaan met z’n fietsje. Schroeven en boorkoppen dartelen samen door de koffer en over het tuinpad. Wijs als ik ben mik ik de grootse afdwalers in de koffer en laat ik verder de boel de boel. Het mooie van spullen die gevallen zijn, is dat ze niet nóg een keer vallen, als je ze daar gewoon niet de kans toe geeft. >Voor ik goed en wel kan beginnen, rijdt een van de guppies in volle vaart met z’n fietsje tegen de boorkoffer Ik schroef net de eerste balk in de berk als dochterlief met haar kruiwagentje halfvol zand het ellendige hoopje boorkoffer wil passeren. „Botsing”, hoor ik achter mij op een toon die het midden houdt tussen verbazing en verrukking. De boortjes van net liggen nu verstopt in een laagje zand. Dochter marcheert inmiddels parmantig verder – zonder lading. Ik moet even naar de schuur voor een tweede balk. Als ik terugkom en naar m’n accutol grijp, blijkt die, net als de rest van de koffer, kletsnat op deze zonnige dag. „De koffer was heel vies, dus ik heb hem even schoongemaakt”, verklaart één van de guppen trots, de tuinslang nog in de hand. Een „wat lief dat jij papa wilde helpen” krijg ik niet over m’n lippen. Gelukkig voor de vaderkindrelatie komt net de vrouw des huizes de tuin in met ijsjes. „IJsjes!” gilt het kroost, terwijl het op mama afstormt. En als mama vervolgens zegt dat de kids mee mogen naar de supermarkt kan ook ik m’n geluk niet op. _Arien van Ginkel is vader van vier kinderen, onder wie een tweeling, en werkzaam als mediastrateeg._