Gelukkig hebben we van beide ouders bezoek gehad. We genieten volop van deze momenten bij elkaar. We bezoeken wat mooie plekken hier en we zijn vooral veel samen. De kinderen vinden het heerlijk om hen hier te hebben. Het is alsof we de afgelopen tijd in twee weken stoppen. Wat is het fijn. Wat is het ook moeilijk om weer gedag te zeggen. Ik heb echt moeite om daarna weer op gang te komen, het voelt hier dan maar leeg en kaal aan. Onwennig komen we de eerste dagen weer door. We vertellen de kinderen dat we hen zo missen, omdat we zo’n fijne tijd met elkaar hebben gehad. Dankbaar kijken we terug op deze fijne tijd en tegelijk proberen we de draad van het gewone leven hier weer op te pakken. Dat gewone leven bestaat vooral uit aanvragen, leren, wachten, spanning en ondertussen samen het jonge gezin draaiende houden. De nachten zijn kort, de dagen zijn lang en ondertussen vliegen de weken voorbij. Het kan mij soms ineens allemaal aanvliegen. Gaat dit ooit goedkomen? Het is niet dat ik heimwee heb of terug wil. Integendeel. Het is dat ik hier zo graag wil blijven. Toen we gingen emigreren hebben we zo’n leiding, zo’n vrijheid ervaren om hier naartoe te gaan. Zouden we dan weer terug moeten? Zou onze werkvergunning niet verlengd worden? Of zouden we niet ingeloot worden voor onze permanent residency (PR)? Ik wil hier zo graag ons leven verder opbouwen, onze kinderen hier toekomst geven. En dat is onzeker. Onze werkvergunning verloopt over een jaar en zicht op een PR hebben we nog niet. Henry is flink aan het leren voor zijn examen Frans. Dat is nog de enige manier waarop we meer en (waarschijnlijk) voldoende punten kunnen krijgen. Ondertussen zijn we ook met plan B van start gegaan en is alles in het werk gezet om de werkvergunning opnieuw te verlengen. We zijn maar ruim van tevoren gestart. Ondertussen weten we dat we veel en lang moeten wachten… >Zorgeloos zongen ze wat ze hadden geleerd. Tot grote bemoediging voor hun moeder Esther, onze oudste, vroeg op een ochtend aan mij: „Mam, hoe heb je geslapen vannacht?” „Niet zo goed, meid”, antwoordde ik. Ik moest glimlachen toen ik mijn eigen woorden uit haar mond hoorde: „Tja. Dat is het leven.” Ze ziet het. Het leven is soms worstelen. Het is niet makkelijk. Toch betekent dat niet dat we dan maar moeten opgeven. Dat het makkelijker was geweest om het allemaal maar niet te doen. Ach, het was misschien wel makkelijker geweest, maar ook dan was ons leven niet zonder zorgen geweest. Maar uiteindelijk is er geen huis zonder kruis, ieder van ons torst iets met zich mee. Dat is het leven. Het laat mij ook elke keer erbij stilstaan dat ik niets in eigen kracht kan. Aan het einde van een lange dag, zo net voor etenstijd, zat ik op de bank te voeden. Het huis bezaaid met speelgoed, de peuter met mijn telefoon om een paar reddingsoperaties te voorkomen en het avondeten moest nog gemaakt worden. Moe en de wat-als-gedachten namen de overhand. De meisjes begonnen in hun spel een lied te zingen dat ze op de vakantiebijbelschool hadden geleerd: What have I to dread, what have I to fear _Waar heb ik angst voor, waar ben ik bang voor_ Leaning on the everlasting arms? _Als ik leun op Zijn eeuwige armen?_ I have blessed peace with my Lord so near _Ik heb gezegende vrede met mijn Heere nabij_ Leaning on the everlasting arms. _Leunend op zijn eeuwige armen._ Het raakte me. Zorgeloos zongen ze wat ze hadden geleerd. Tot grote bemoediging voor hun moeder. Wat hebben we te vrezen als we vermoeid en bang bij Hem komen om ons te laten leiden… Leunend op Zijn eeuwige armen.