Ben je nooit bang?

spg-16889-henrikedewit-11

Ben je nooit bang?, vragen mensen mij soms. Bang voor iets dat mis zal gaan. Dan denken mensen aan enge dingen. Aan baby’s die niet gaan ademen of liters bloedverlies. De vraag is natuurlijk: wat is ‘mis gaan’?

Er is verschil tussen fout gegaan of fout gedaan. Toen ik net afgestuurd was, ruim tien jaar geleden, was mijn antwoord dan: nee hoor, ik heb toch geleerd hoe ik dingen die misgaan moet oplossen. En ik meende dat ook, het was geen arrogantie maar een vast vertrouwen in bekwaamheid naast bevoegdheid, want ook daarin is verschil.

Maar het echte antwoord is: ja –weet ik nu– soms ben ik bang. Dat zeg ik met een rugzak van tien jaar ervaring. Juist omdat ik inmiddels echt weet hoe ik dingen die misgaan moet oplossen.

Soms wordt het hoofd van de baby geboren, en volgen de schouders niet. Dat kan, vaak vraagt dat alleen geduld en wachten op de volgende wee. Maar soms is alleen die wee niet genoeg.

Ja, dan word ik bang. Dan weet ik: ik moet handelen. Deze baby krijgt het langzaam steeds benauwder. Zonder mijn interventie komt dit nu niet vanzelf goed.

Soms vindt een baby weeën niet fijn. Dan daalt de hartslag op een verontrustende manier. Dan voel ik zo’n kleintje vechten. Ja, dan ben ik bang.

Dan moet ik beslissen.

Persen we verder, of niet.

Blijven we thuis, of niet.

Zet ik een knip, of niet.

Bel ik voor hulp, of niet.

Soms wordt een baby geboren, slap en bleek. Dan wrijf en stimuleer ik. Dan denk ik: kom op kleintje, ga iets doen. Vul je longen met lucht. Ja, dan ben ik bang.

Dan beslis ik.

Navel ik af, of niet.

Houd ik deze baby nog even bij zijn moeder, of niet.

Pak ik mijn zuurstof, of niet.

Moet ik iets doen, of niet.

Soms gaat midden in de nacht mijn telefoon. ‘Met Jan, je moet komen, nu! Ze verliest bloed, heel veel’.

'Ze' is de vrouw die ik nog geen uur geleden tevreden en gelukkig achterliet na een voorspoedige thuisbevalling.

Dan race ik, met de klok mee en tegen de stroom in. Dan ben ik bang, ja. Dan versnelt mijn hartslag. Dan kijk ik de kilometers weg.

Ja, soms ben ik bang. Maar niemand ziet dat, niemand merkt of voelt dat.

Het is ook niet de soort angst waarbij je wilt wegrennen. Niet de ik-verstop-me-in-het-verste-hoekje angst. Ik ben bang, maar ik voel geen paniek.

Nee, het is de soort angst waarbij je buikpijn krijgt, maar je handen niet trillen.

De soort angst waarbij je adrenaline aanmaakt en je extra alert wordt.

Het is de soort angst die je vleugels geeft. Die maakt dat kennis komt bovendrijven. Dat in mijn brein, naast het vakje met de tafels uit groep 4, het vakje met het reanimatieprotocol openspringt. Je kunt mij ’s nachts wakker maken en slapend benoem ik de volgorde van handelingen bij een vastzittende schouder.

Kennis is kracht, daadkracht. In een fractie van een seconde maak ik beslissingen die levensreddend of levensbedreigend kunnen zijn.

En ondertussen merkt niemand, dat mijn hart in mijn keel bonst. Want ik ben bang.

Natuurlijk ben ik bang. Ook al weet ik wat ik moet doen, weet ik blindelings waar ik in mijn tas moet grijpen voor een katheter of de juiste medicatie. Toch ben ik bang. Want kennis en kunde zijn krachtig, maar niet machtig. Ik ben niet bang dat ik niet meer zal weten wat ik moet doen. Nee, ik ben bang dat mijn handelen niet toereikend zal zijn.

De medische wetenschap is heel ver gevorderd, maar evidence en wetenschappelijk bewijs is niet het sluitstuk. Niet het antwoord op alle problemen. Daarom open ik, behalve mijn noodkoffer, ook een noodlijn naar boven. En tussen de bedrijven door stijgt dan maar één woord omhoog. Help!

Ook dat ziet niemand, merkt niemand. Maar het geeft mijn kennis en kunde de kans om naast krachtig ook machtig te zijn.

Ik begon met te zeggen dat fout gegaan iets anders is dan fout gedaan. Dat is een harde waarheid om te leren, en te accepteren. Fout gedaan, ligt in mijn macht. Dat is iets wat ik kan voorkomen, waarvoor ik kan scholen en bijscholen. Maar fout gegaan, dat is iets wat mijn kennis te boven gaat. Dat is het deel waar ik als zorgverlener met mijn rug tegen de muur sta, dat deel wanneer ik gedaan heb wat ik kon en los moet laten.

Dat deel, wat mijn, ja alle verstand te boven gaat.

Auteur

Henrieke de Wit

Volg ons lifestyle platform op instagram.