## Lezen: Psalm 67 Hoe vergaat het Naomi die dag eigenlijk? Dat de Bijbelschrijver geen woorden aan haar wijdt, is in dit geval veelbetekenend. In Ruth 1 is Naomi de hoofdpersoon. Maar met haar terugkeer in Bethlehem is dat definitief voorbij. De reden ligt in haar belijdenis bij aankomst in haar geboortedorp: „Vol toog ik weg, maar leeg heeft de Heere mij doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de Heere tegen mij getuigt en de Almachtige mij kwaad heeft aangedaan (1:21)?” De Bijbelschrijver benadrukt nog eens het gewicht van haar klacht. „Alzo kwam Naomi weder…”, zo schrijft hij (1:22). Alzo, dat is: in die gesteldheid; leeg en verbitterd. Leeg van God. Vol van bitterheid. Zo komt Naomi Bethlehem binnen. Zo blijft ze thuis, maar ondertussen bekommert de Heere zich wel om deze verbitterde vrouw. God behandelt Naomi niet, zoals zij over Hem spreekt. Wanneer Ruth die avond bij Naomi binnenstapt, komt ze vol thuis. Overladen door Gods goede gaven en zegeningen. Tegenover de aanklacht van Naomi bewijst de Heere Wie Hij echt is. Overweldigd door Gods zegeningen vraagt Naomi aan Ruth bij wie ze heeft gewerkt. Nog voordat zij haar vraag kan beantwoorden, roept Naomi het uit: „Gezegend zij, die u gekend heeft!” Deze uitroep komt bijna een op een overeen met Ruths antwoord in de achterliggende dag. Overweldigd door Boaz’ mededeelzaamheid valt ze op grond, terwijl ze zich hardop afvraagt: „Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben (2:10)?” Aan het einde van de dag looft Naomi de persoon die Ruth gekend heeft (2:19). Naomi erkent de goedheid van de voor haar nog onbekende persoon. Maar Ruth gaat die dag een stap verder. Zij belijdt: „Wie ben ik dat ik genade gevonden heb ik uw ogen?” Dat ene woordje –genade– maakt pijnlijk het verschil tussen beiden vrouwen openbaar. Ruth betrekt alles op de Heere. Wie dat doet, leeft van genade. Naomi is verbitterd. Wie verbitterd is, voelt zich gekrenkt. Ten diepste ‘heeft’ zo iemand nog rechten. Dan kun je je wel verwonderen over bijzondere momenten, maar heb je geen oog voor Gods genade. Kent uw leven bijzondere momenten of leeft u van genade?