## Lezen: Lukas 1:46-56 In rangorde gaat hij Boaz voor. Wil de ander lossen, laat hem lossen. Wil hij niet, dan lost Boaz. In elk geval neemt Boaz het initiatief om het proces van het lossen in gang te zetten, zo belooft hij Ruth. Voor dag en dauw staan beiden op. Ruth moet haar sluier afdoen. In dit doek wikkelt Boaz ruim 13 liter gerst. Zo komt ze ’s morgens vroeg thuis, overladen met voedsel, én met Boaz’ belofte om te lossen. Ook brengt Ruth een persoonlijke boodschap voor Naomi over. „Kom niet leeg tot uw schoonmoeder”, zo verklaart Boaz zijn goedheid tot hen. Kom niet leeg terug. Die woorden herinneren Naomi aan haar klacht bij binnenkomst in Bethlehem. Ze arriveerde in Bethlehem in het begin van de gerstoogst (1:22). Op de verbijsterende vraag van de vrouwen van haar geboortedorp of zij Naomi is, antwoorde ze: „Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara daar de Almachtige mij grote bitterheid heeft aangedaan. Vol toog ik weg, maar ledig heeft de HEERE mij doen wederkeren (1:20-21).” Nu keert Ruth huiswaarts aan het einde van de gerstoogst. Gisterenavond vertrok ze leeg van huis, in deze vroege morgen komt ze vol terug. Vol van Gods goede gaven in de vorm van gerst. Vol van Gods zorg. Vol van Gods betrouwbaarheid. Vol van verwachting vanwege Boaz’ toezegging om te lossen. Wie doet haar zo huiswaarts keren? Is dat niet de HEERE? Hij die Zijn volk bezoekt, gevende het brood? Spreekt alles niet van Hem die Zijn genade gedenkt, Zijn trouw aan Israël nooit heeft gekrenkt?! Hij schenkt ons dit heil! Deze overvloed van Gods genade maakt Naomi leeg. Haar hart was vol bitterheid naar de HEERE. Maar nu God Zichzelf in Zijn volheid aan haar openbaart, raakt ze haar verbittering aan Hem kwijt. Leeg van zichzelf en vol van de HEERE, belijdt ze het: „Zit stil, mijn dochter, totdat gij weet hoe de zaak zal uitvallen, want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind zal hebben (3:18).”