## Lezen: Galaten 3 Het boekje Ruth kenmerkt zich onder andere door persoonsnamen. De eerste naam is die van Elimelech. Deze naam formuleert het hoofdthema van dit boekje. Elimelech betekent: mijn God is Koning. Deze naam is opvallend. Allereerst omdat iemand deze naam in de Richterentijd draagt. Van die tijd zegt Richteren regelmatig: „Er was nog geen koning in Israël.” Daartegenover belijdt de naam Elimelech Gods Koningschap over Israël. In de tweede plaats leeft Naomi’s man niet in overeenstemming met zijn naam. Hij verkiest een genoeglijk verblijf in Moab boven een buigen onder Gods oordeel in Bethlehem. Deze keus illustreert Israëls geestelijke houding in de Richterentijd. Ondanks dat de Heere Koning is, en ondanks Zijn oordelen vanwege Israëls ontrouw, kiest Israël steeds voor een leven zonder de Heere. Zo’n leven eindigt in de dood, net als dat van Elimelech. Met zijn sterven vergaat voor Naomi de hoop. Haar toekomst ligt in Moab begraven, denkt ze. Berooid, beroofd van man en kinderen, keert ze terug, omdat ze heeft gehoord dat God Zijn volk bezocht heeft. Maar God is gedachtig aan Zijn verbond. De Heere laat haar delen in Zijn betrouwbare liefde en bewijst haar Zijn genade. Haar Moabitische schoondochter huwt de losser Boaz. Daardoor komt Naomi’s leven in het licht van verwachting te staan. Obeds geboorte vervult die verwachting. Op een heerlijke manier legt God zo het fundament van Davids koninkrijk. Die messiaanse verwachting is het open einde van het Bijbelboekje Ruth. Echter, de teleurstelling die zich in Naomi’s huwelijk op persoonlijk vlak voltrekt, voltrekt zich in de geschiedenis van Davids huis op nationaal niveau. De verkeerde keuzes van Davids nageslacht leiden uiteindelijk tot de ondergang van Davids heerschappij. Davids huis brengt Israël aan de rand van de afgrond. Wat rest, de belijdenis van het Bijbelboekje Ruth: de Heere regeert. Hoewel Davids huis na de ballingschap niet meer over de natie Israël heerst, belooft de Heere de komst van de grote Zoon van David: de Heere Jezus Christus. Aan Hem geeft God alle macht in hemel en op aarde. Door de pinkster-Geest loven Jood en heiden de Vader, omdat Hij Zijn Zoon als Koning aan Israël heeft gegeven.