## Lezen: Ruth 1:7-14 Ogenschijnlijk vertelt Naomi een eerlijk verhaal aan haar twee Moabitische schoondochters. Voor Moabieten is in Israël geen plaats. Israëls God heeft Zijn volk verboden om met de Moabieten omgang te hebben. Daarnaast houdt Naomi de beide jonge weduwen voor dat ze in Moab kans maken op een tweede huwelijk. Hopelijk ontvangen ze bij hun nieuwe man wel kinderen. In elk geval hoeven ze van hun bejaarde schoonmoeder geen zonen meer te verwachten. Naomi is te oud om nog een kind te krijgen. Een zogenaamd Leviraatshuwelijk –een tweede huwelijk met een broer van de overleden man– is dus niet aan de orde. Om haar woorden kracht bij te zetten, beroept Naomi zich tot tweemaal toe op de naam van de Heere. Hij geve weldadigheid en rust in Moab, zo bidt ze haar schoondochters toe (8-9). Hiermee passeert Naomi de grenzen van de Schrift. In Moab is Gods verbondsliefde en troost niet te vinden. Toch suggereert Naomi dit wel. Ondertussen oefent ze daarmee een geweldige druk uit op haar schoondochters. Ze dwingt hen om terug te keren. Maar Orpha en Ruth volharden in hun keus. Ze willen mee naar Israël (10). Nu spreekt Naomi voor de tweede keer. Feller en scherper klinkt haar bevel. Ga terug! In ronde bewoordingen maakt ze duidelijk dat ze nooit meer moeder zal worden. En dan valt voor de derde keer de naam van de Heere: „want het is mij veel bitterder dan voor u; maar de hand van de Heere is tegen mij uitgegaan!” Bij alle overeenkomsten tussen deze drie intens verdrietige weduwen, is er volgens Naomi een verschil: Gods hand is persoonlijk tegen haar uitgegaan. Deze uitdrukking roept het beeld op van een soldaat met een uitgetrokken zwaard in zijn hand. God is die Soldaat. Hij staat klaar om weer toe te slaan. Bij de eerste slag viel Elimelech, de tweede slag velde Machlon en de derde slag doodde Chiljon. Nu is Naomi aan de beurt, zo constateert deze kinderloze weduwe verbitterd. Gods slagen veroorzaken verbittering. En dan knapt Orpha op de woorden, de houding en de God van Naomi af. Zij keert terug. Terug naar Moab. Vraag: Hoeveel jongeren en ouderen hebben in de loop van de tijd de kerk verlaten vanwege verbitterde en boze woorden van Gods kinderen of knechten?