## Lezen: Romeinen 4:1-12 Rechtvaardig zijn voor God betekent dat ik door God vrijgesproken ben. God schenkt mij eeuwig leven uit louter genade, alleen omwille van Christus’ gerechtigheid. Op de vraag of u en ik rechtvaardig voor God zijn, geeft de Heere duidelijk antwoord door Zijn Woord. Dat kan alleen door het geloof in Christus Jezus. In Hem ben ik rechtvaardig. Op de vraag wanneer Ruth rechtvaardig voor God is, wordt helaas verdeeld geantwoord. Verschillende uitleggers van dit Bijbelboekje stellen dat Ruth pas in Bethlehems stadspoort gerechtvaardigd wordt. Dan koopt de borg in de persoon van Boaz haar vrij, eigent zich haar toe en lijft haar in Israël in. Met alles wat ze tot dat moment aan geestelijke weldaden en zegeningen heeft ondervonden, is Ruth tot dat moment niet rechtvaardig voor God. Tussen het vertrek uit Moab en het huwelijk in Bethlehem ligt nog wel het een en ander. Volgens sommige van deze uitleggers kan iemand veel geestelijke zegeningen genieten en toch verloren gaan, omdat het niet komt tot een geloofsvereniging met de Borg. Anderen houden bekommerde zielen voor dat ze moeten staan naar de zaak, namelijk dat Christus Zich aan hun ziel zal openbaren. Maar wat zegt de Schrift? In [Romeinen 3](https://bijbel.bmuonline.nl/statenvertaling/romeinen/3/)-4 legt Paulus aan de hand van Abrahams leven de betekenis van de rechtvaardigen uit. Abraham geloofde in God en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid ([Rom. 4:3](https://bijbel.bmuonline.nl/statenvertaling/romeinen/4/#3)). Vervolgens legt hij met behulp van [Psalm 32:1](https://bijbel.bmuonline.nl/statenvertaling/psalmen/32/#1) de betekenis van toerekenen uit. God rekende Christus’ gerechtigheid aan Abraham toe toen hij nog een heiden was (10). Zo is hij een vader der gelovigen geworden van alle heidenen die nog tot geloof zullen komen, opdat ook hun de rechtvaardigheid toegerekend zou worden (11). Namelijk aan hen die wandelen in de voetstappen van het geloof van vader Abraham toen hij nog onbesneden was (12). Net als Abraham verlaat Ruth haar land en drukt Abrahams voetstappen. De heidense Ruth gelooft in Moab in Israëls God en Hij rekent het haar tot gerechtigheid, zo getuigt de Schrift. Vraag: Wanneer is Ruth rechtvaardig voor God?