„…wat is er Lucas? Mama wil even een column schrijven. Oh, Bobbi heeft rode laarsjes, en jij blauwe? En nu wil jij ook rode? Nou, verslijt je blauwe eerst maar eens en dan kijken we wel verder…” Maar waar was ik…? O ja, ik zei pas nog tegen Wouter: „Als ik aan de wal had gewoond, had ik mijn kinderen twee keer per dag naar school moeten brengen – en ze weer moeten ophalen. Dan had ik tandartsafspraken midden in de week en bracht ik vast mijn kinderen een keer bij de oppas als ...” „Joánk! We zijn bij de sluis, het wordt heel krap. Vaar jij in? Doe ik de touwen wel.” *halfuur later en 15 meter hoger* Wat ik wilde zeggen, is dat ik zelf vast een dagje in de week gewerkt had en naar ouderavonden moest en af en toe een bakje koffie drinken bij mijn vriendin... „Mám!” …en fysioafspraken, zwemlessen, verjaardagsfeestjes, boodschappen doen, naar de bibliotheek en... „Máhááám! Ik heb gepoept en ben kláhááár!” Já, ik kom al! Ben ik weer. Nou, wat wilde ik ook alweer zeggen? O ja, dat ik aan boord woon en nergens naartoe moet... >Als ik aan de wal had gewoond, had ik de kinderen twee keer per dag naar school moeten brengen „Joanke! Kom je naar boven? We zijn bij de laadplek en ze willen meteen beginnen met laden. Pak jij hem over? We pakken een steekeind op de bolder voor die paal en dan hebben we als goed is nog precies een vooreind hier naast de hut. Rol jij dan straks die luiken naar achteren, doe ik de voorste luiken wel.” Ja, daar was ik weer. Maar waar was ik gebleven? Piep. Piep. Piep. Oh, m'n wasmachine is klaar, gauw eerst even de boel in de droger doen, hoor. Dan kan daarna de generator uit, scheelt weer gasolie. Maar goed, even snel nog, want ik moet eten koken, Lucas lesgeven, de was opvouwen, naar het kantoor voor de papieren, de jongens moeten nog in bad, straks na het laden de stuurhut stofzuigen en deze column moet vergestuurd worden… „Joank! We moeten verhalen!” (Het schip naar voren en achteren varen tijdens het laden of lossen.) Nou, ik stop maar, want ik heb geen tijd voor deze column. Mijn dagen zitten boordevol. En mijn agenda is boordeleeg. Ja, dat is geloof ik waar het op neerkomt. _Als echte landrot uit Kootwijkerbroek stapt Joanke van der Wal na haar trouwen aan boord van een binnenvaartschip. Terdege vaart een stukje mee._ __