Daar gingen zij, moeder en Nijn

Gerjanne v Lagen- mamagerjanne- Kampen- Renate B (59)

Het ziekenhuis? riep Nijntje uit, dat vind ik niet zo fijn! Want al die dokters ken ik niet, en soms doen ze me pijn.

Het ziekenhuis? riep Nijntje uit,
dat vind ik niet zo fijn!
Want al die dokters ken ik niet,
en soms doen ze me pijn.

Kom maar, zei moeder, ik ga mee,
ik laat jou niet alleen.
We blijven echt steeds samen, Nijn –
En daar stapten ze heen.

Daar gingen zij, moeder en Nijn,
Door de witte gang,
En moeder aaide Nijntje steeds,
maar Nijntje was tóch bang.

En toen ging moeder in de lift,
met in de draagzak Nijn.
De lift ging toen heel snel omhoog,
dat vond Nijn best wel fijn.

De wachtkamer was groot en leeg,
daar was het toch wel naar.
Want moeder was zo heel erg stil,
en zuchtte steeds zo raar.

De dokter was een oude man,
en hij had ook een baard.
En een verpleegster was er ook;
zij had een lange staart.

En toen moest Nijn de kleren uit,
Dat was zij wel gewend.
Zij was hier al zo vaak geweest,
ze was hier wel bekend.

De dokter keek dan soms zo streng,
en dat is niet zo fijn.
Hij voelde en keek overal,
toen huilde kleine Nijn.

Ze wilde zeggen: ik wil weg,
Ik voel me hier zo naar!
Maar praten kon Nijn niet zo goed,
dus huilde Nijntje maar.

En moeder aaide Nijntjes been,
dat had Nijn echt wel door.
Maar moeders ogen zag Nijn niet,
dat was verdrietig, hoor.

En moeders stem was zo ver weg,
Nijn hoorde het haast niet.
En moeders stem die trilde zo,
had moeder soms verdriet?

En één moment, heel even maar,
voelde Nijn zich alleen.
Want helpen kon zelfs moeder niet,
al aaide ze haar been.

Maar toen was het moment voorbij,
Nijns kleren mochten aan.
En daar was moeders mond alweer,
maar zat daar links een traan?

Nee, vast niet, moeder keek bést blij,
ze huilde echt niet, nee.
Ze wiegde, neuriede en zong,
heel zachtjes, voor hun twee.

En in de draagzak was het fijn,
alles leek toen voorbij.
Geen ziekenhuis, geen arts of prik:
alleen moeder en zij.

En toen liep moeder heel erg hard,
ze snelde door de gang.
Alsof ze vluchtte van die plek,
zijn moeders soms óók bang?

Nee, dacht Nijn, dat is niet zo,
bang is mijn moeder niet.
Want moeder lacht altijd naar mij,
zij heeft echt geen verdriet.

En toen zei Nijntje opgelucht,
al was haar stem wel klein:
Nu gaan we weer naar huis terug,
hoi, hoi, dat vind ik fijn!

En in de auto deed mam vlug,
haar ogen even toe.
Een paar kleine seconden maar,
want moeder was best moe.

beeld: Renate Bleijenberg-van Leeuwen

Auteur

Gerjanne van Lagen

Volg ons lifestyle platform op instagram.