Lezen: Johannes 20:1-10 In de vroege zondagmorgen vliegt opeens de deur open. Verschrikt kijken Petrus en de andere discipel op. Daar staat Maria Magdalena, een van Jezus’ trouwste volgelingen, compleet overstuur. Ze valt met de deur in huis: „Ze hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem gelegd hebben (2).” Vragen buitelen over elkaar. Wie heeft dit gedaan? Er staat toch een Romeinse wacht bij Jezus’ graf? Waar is Jezus’ lichaam nu? Petrus en de andere discipel springen op en snellen naar de hof van Jozef van Arimathea. Wie is die anonieme discipel met wie Petrus naar Jezus’ graf rent? Veel uitleggers identificeren hem met Johannes, de auteur van het Johannesevangelie. Dat is goed mogelijk, al rijst dan de vraag waarom Johannes zijn eigen naam niet vermeldt. :::author_streamer 1::: De gedachte dat Johannes daarvoor te bescheiden is, is onwaarschijnlijk. Past de zelfomschrijving ”Jezus heeft deze discipel lief” bij iemand die bekendstaat als de apostel van de liefde? De liefde denkt niet hoog van zichzelf, toch? De liefde vergelijkt zichzelf zeker niet met andere discipelen, die Jezus eveneens intens liefhebben, zoals Maria Magdalena. Zou iemand die Jezus hartelijk liefheeft zijn of haar liefde tot Hem van hogere waarde achten dan die van andere gelovigen? Laat staan dat zo iemand zou pronken met Jezus liefde tot hem en met die liefde zichzelf indirect zou verheffen boven andere discipelen. Nee, dat is volstrekt ondenkbaar! Daarom moeten we in onze zoektocht naar het antwoord op de vraag: ”Wie is deze discipel van wie Jezus houdt?” eerst de plaatsen bekijken waar deze discipel in het Johannesevangelie verschijnt. Dat zijn de volgende vier momenten: de Paschamaaltijd (Joh.13:23), Golgotha (Joh. 19:27), Jezus’ lege graf (Joh. 20:2) en Jezus’ laatste woord tot Petrus (Joh. 21:20). Dan vallen direct twee zaken op: de vier momenten spelen zich af rondom Jezus’ kruis en opstanding. De evangelist verbindt het laatste met het eerste moment door de woorden „die ook in het avondmaal op Jezus’ borst was gevallen (Joh. 21:20).” In beide situaties vervult ook Petrus’ een belangrijke rol. Wat verbindt die twee met elkaar, en hoe verhouden zij zich tot Jezus? _Ds. C.P. de Boer is christelijk gereformeerd predikant te Renswoude en docent aan het HHS te Amsterdam._ _ _