Het trage ritme en de kinderen die rondscharrelen. De picknicks in de natuurparken in de omgeving waar we wonen. Henry komt dan uit zijn werk naar een prachtig plekje gereden om daar met elkaar ons avondeten te verorberen. Het voelt dan net of we op vakantie zijn. Wat is de natuur hier toch adembenemend mooi! Voor mijn gevoel is de vakantie nog maar net begonnen, maar over anderhalve week begint het echte leven van vroege wekkers en volle lunchboxen weer. Twee kinderen die dan met de grote gele schoolbus meegaan. Ik wil er eigenlijk nog helemaal niet aan denken. Dat hoeft ook nog niet, want ik heb nog genoeg andere dingen om over na te denken. Over een paar dagen gaan we een klein weekje kamperen. Voor het eerst. En ik heb zowaar inpakstress. Ik verwonder me over mijzelf. >Nu zit ik lijstjes te schrijven, me voor te bereiden alsof we weer zes maanden gaan kamperen Vorig jaar, toen zijn we in totaal drie keer verhuist. We hadden één grote inpaksessie. Dat was toen de verhuizers ons huis leeg kwamen halen en ik de spulletjes moest inpakken die ik dacht nodig te hebben voor de onbepaalde tijd dat we nog in Nederland zouden zijn. Dat het meer dan een half jaar zou duren voordat we die container zouden uitpakken; daar had ik toen nog geen weet van. Rustig pakte ik alle koffers met zomerkleren, favoriete knuffels en liet ik het allemaal een beetje begaan. Het meeste belandde in de container. Ik zou het wel weer tegenkomen als we eenmaal geëmigreerd waren. Dat een jas toch wel fijn zou zijn, daar kwam ik in de regenachtige meimaand gauw genoeg achter. Gelukkig was er een hoop te leen. Ook voor de groeiende baby. Toen we de container aan het inpakken waren, was Joshua tien weken. Hij was bijna een half jaar toen we emigreerden en ruim zeven maanden toen de container uitgepakt kon worden. Een co-sleeper, een wipstoeltje, kleertjes… In Nederland kregen we een hoop te leen, en in Canada werd er weer voor allerlei babyspullen gezorgd. In tijden van nood heb ik zo veel helpende handen ervaren. Het was een wijze les. En nu… Nu zit ik lijstjes te schrijven, me voor te bereiden alsof we weer zes maanden gaan kamperen. Dit niet vergeten, oh en dat is handig… Het is toch raar hoe een mensenbrein werkt! Vasthouden aan dat wat we hebben, aan het gemak, aan de gewoonten. Uiteindelijk heb ik mezelf toegesproken: less is more. Met minder kunnen we prima uit. We moeten alles meeslepen, en uiteindelijk is het maar voor een week. Als we zes maanden overleefd hebben uit een aantal koffers en geleende spullen, dan kunnen we een weekje kamperen zeker wel aan! En anders, dan zijn we heel snel weer thuis. Waar alles is wat we nodig hebben, en nog veel meer.