## Lezen: Jesaja 52:13-15 Voordat Jezus Petrus’ voeten kan wassen, valt Petrus uit. „Heere, zult U mij de voeten wassen (6)?” Petrus stelt deze vraag op een wijze die maar één antwoord toelaat: Dat nooit! Ondanks Jezus’ zachtmoedige reactie (7), blijft Petrus vastberaden bij zijn besluit. „Gij zult mijn voeten in der eeuwigheid niet wassen!” Ik begrijp Petrus. Voor hem en mij is Jezus geen slaaf, maar Meester. Toch moet Jezus’ zachtmoedige reactie Petrus en ons tot nadenken stemmen. Zijn de woorden: „Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan”, wel de woorden van een slaaf? Een slaaf moet onvoorwaardelijk gehoorzamen, ook al begrijpt hij niet waarom zijn meester hem sommige bevelen opdraagt. De meester beveelt, daarom moet het gebeuren. De meester duldt geen tegenspraak. Hij eist alleen onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Ziet u hoe de dienstknechtgestalte van Jezus in Zijn reactie samenvalt met Zijn koninklijke heerschappij? Zijn wast zondaarsvoeten uit liefde tot Zijn Vader. Hij is de Koning van deze zondaren, want ze zijn Hem gegeven door Zijn Vader. Deze Dienstknecht is hun Meester. >Gods Zoon is wel een dienstknecht van zondaren, maar zij zijn niet Zijn meester. Jezus’ liefdevolle en toch koninklijke reactie had Petrus tot nadenken moeten stemmen. Had hem moeten laten stilvallen en laten vragen: „Heere wat bedoelt U met deze voetwassing?” Maar Petrus vult het voor zichzelf in, reageert vanuit zijn vooringenomenheid en blokkeert daarmee Jezus in het bewijzen van de liefde van de Vader door Hem tot Petrus. Hier heerst dus de dienstknecht over Zijn Meester. Die heerszucht wordt gevoed door een verkeerd verstaan van Christus’ werk. Op het eerste gehoor komt Petrus’ reactie sympathiek over. Jezus mag hem niet wassen, omdat Hij Heere en geen slaaf is. Maar Gods Zoon is Heere én slaaf in één Persoon. Zo komt Hij tot ons. Hij bepaalt hoe, wanneer en aan wie Hij Zijn dienende liefde tot Zijn Vader bewijst. Dat bepaalt Hij! Het enige dat een zondaar doet, is zich laten zalig op de wijze en voorwaarden die Christus verkiest op God te verheerlijken. Kijk, zo staat Petrus nu met al zijn vroomheid Jezus Christus in de weg. En daarom is het een onbegrijpelijk wonder dat Christus Meester is en blijft, zelfs van Petrus.