Het vlees kwam uit groep 8. De meester, die in zijn vrije tijd jager is, had een gans meegenomen naar school. In de klas werd het wildbraad met grote belangstelling gefileerd en later gebakken. De kinderen hadden er al dagen naar uitgekeken en vanaf vandaag weet bijna de hele groep hoe gans smaakt. „Meester, mijn moeder gelooft nooit dat ik wilde gans heb gegeten!” Ik geniet ervan als ik zoiets hoor en zie. Een juf of meester die iets meeneemt naar de klas, waardoor kinderen zich verwonderen. Een kuikentje dat uit het ei kruipt, een vlinder die uit zijn cocon komt … Het doet me goed om kinderen zo bezig te zien. Ze zijn nieuwsgierig en willen ontdekken. Dit zijn ook de dingen die je als kind vaak een leven lang onthoudt. :::author_streamer 1::: Ik weet nog dat mijn meester in klas 3 ons leerde hoe je planten kon stekken. Een blaadje van het kindje-op-moeders-schoot ging in de potgrond, daarna in een potje, een boterhamzakje eromheen en klaar. Huiswerk opgeven was niet nodig. Binnen de kortste keren was mijn slaapkamer veranderd in een kleine plantenkas. Zo’n leerkracht kan iets in een kind wakker maken. Verwondering. Nieuwsgierigheid. Enthousiasme. En misschien is dat wel een van de mooiste dingen van onderwijs: dat je kinderen ergens bij kunt brengen waar ze nog niets van weten en dat je vervolgens samen met hen verwonderd mag zijn. Wat maakt het dan uit dat de taalles een kwartiertje later begint of helemaal niet doorgaat? Een goede juf of meester weet er toch wel een les uit te halen. Hoeveel kuikentjes zijn er inmiddels uit het ei? Hoe schrijf je cocon? Het groot is een stukje ganzenvlees van 10 gram? Ik kijk nog eens naar mijn bordje. Vijf stukjes van 10 gram. Het water loopt me in de mond. _School en schrijven horen voor Rijk Arends bij elkaar. Behalve echtgenoot en vader is hij locatiedirecteur van een basisschool en kinderboekenauteur._