Kamperen vind ik heerlijk, maar stiekem zie ik altijd een beetje op tegen die hele verhuispartij. Wat neem je mee? Wat is belangrijk? Hoeveel comfort gun je jezelf en hoeveel speelgoed gaan de kinderen gebruiken? In principe volstaan een pannetje, een zeiltje en een slaapzak, maar zo primitief is me toch iets te gek. En waar het bij zonnig weer al snel goed is, is het bij regen toch wel lastiger. Zo was ik afgelopen zomer tijdens een druilerige zondag blij met het doosje Playmobil dat ik op het laatste moment toch had meegenomen. En zat ik het jaar daarvoor zo te bibberen voor de tent, dat ik wenste dat ik mijn hele truiencollectie in mijn koffer had gepropt. Toch heb ik elk jaar weer het gevoel dat het best iets minder kan. Hoop ik dat ik dit keer op de passagiersstoel kan zitten zonder dat ik mijn benen in mijn nek moet leggen. >Wat heeft een mens echt nodig? peins ik, terwijl ik voor de tent zit Wat heeft een mens echt nodig? peins ik, terwijl ik voor de tent zit. Ik denk aan ons huis, aan alles wat achterbleef. De overvloed van spullen die zowel een lust als een last kan zijn. En ik verlang zomaar naar eenvoudig leven in een hutje op de hei. Het trage leven, waarin water halen en verwarmen een kwartier duurt. Al weet ik na twee weken ook wel weer waarom het fijn is dat we niet altijd in een tent wonen. Dan verlang ik naar een bank. En een bed. Ontberen (of kamperen) doet waarderen, zou mijn moeder zeggen. En misschien is dat wel het belangrijkste. Het besef dat niets vanzelfsprekend is. „Reizigers zijn we op deze wereld, geen bewoners”, schreef Erasmus. Het staat getekend op een muur waar ik elke dag langsfiets. Slechts één ding is echt nodig. Een les om steeds weer mee te nemen, onderweg. _Alette Koornneef is getrouwd en moeder van drie jonge kids. Woont in de buurt van de Goudse glazen. Schildert met woorden en tekentablet._