Augustus 2026. Op de luchthaven van Leipzig wordt bij toeval een drone ontdekt die bij een Oekraïens vrachtvliegtuig van vliegtuigbouwer en luchtvaartmaatschappij Antonov vliegt. Na onderzoek blijkt dat het vliegende object is voorzien van een explosief. Dat explosief gaat niet af, vermoedelijk doordat de ontsteking niet goed werkt. Niet veel later vliegt een vrachtvliegtuig vlakbij Leipzig tegen een onbekend vliegend object aan. Het vliegtuig van pakketbezorger DHL loopt lichte schade op, maar kan veilig landen in Hannover. November 2025. België registreert binnen één week tien aparte incidenten die het vliegverkeer op Belgische luchthavens verstoren. Duitsland zag in 2025 een toename van meer dan 30 procent in luchtverkeersverstoringen door drones ten opzichte van het jaar ervoor. September 2025. Kopenhagen Airport moet bijna vier uur het luchtruim sluiten, nadat meerdere grote drones herhaaldelijk worden waargenomen. Ook het vliegveld in Oslo sluit die avond tijdelijk het luchtruim. De verstoring treft meer dan 20.000 reizigers. Het is de grootste drone gerelateerde verstoring van heel 2025. ## Kazerne Ook in eigen land neemt het aantal meldingen met drones toe. Begin april 2026 werden er onbekende drones gesignaleerd boven beveiligde en gevoelige locaties, waaronder de omgeving van Drakensteyn – het woonhuis van prinses Beatrix – , een kazerne van de Koninklijke Marechaussee en de goudkluis van De Nederlandsche Bank in Huis ter Heide. Daar liggen voorraden bankbiljetten, munten en goudstaven die bij elkaar zeker 15 miljard euro waard zijn. In november en december 2025 waren er meerdere mysterieuze drone-incidenten boven de militaire Vliegbasis Volkel in Noord-Brabant. De basis geldt als een extra gevoelig doelwit, vanwege de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens en operationeel inzetbare F-35-gevechtstoestellen. Het vliegen met drones in de omgeving van vliegvelden is streng verboden. Het leidt tot onveilige situaties. Het ministerie van Defensie neemt hiertegen maatregelen, maar doet om „operationele en veiligheidsredenen” geen uitspraken over de soort inzet en welke middelen worden ingezet. ## Wapens Drones lijken onschuldig, maar kunnen meer dan alleen filmen. Ze kunnen ook wapens of explosieven dragen, en vormen daarmee een reëel veiligheidsrisico. De eenvoudigste manier om in te grijpen, is de bestuurder opsporen en de drone laten landen. Maar dat lukt niet altijd: drones kunnen op grote afstand of zelfs volledig geprogrammeerd vliegen. De bestuurder is dan niet in de buurt. Voordat een drone kan worden neergehaald of onderschept, moet hij eerst herkend en gevolgd worden. En daar gaat het nog vaak mis. Drones vliegen laag en worden op radars van vliegvelden vaak niet goed gezien. Een drone uitschakelen, kan met wapens, luchtdoelkanonnen of helikopters, maar dat is duur en riskant. Je kunt bovendien niet overal afweersystemen neerzetten. Kogels of raketten die drones uit de lucht moeten halen, kunnen ook ergens anders terechtkomen. In Polen ging het onlangs mis: een raket die een Russische drone moest raken, miste doel en sloeg in, in het dak van een huis. :::author_streamer 1::: ## Ontwikkeling Drones spelen een steeds belangrijkere rol binnen de Nederlandse krijgsmacht. Waar onbemande systemen vroeger vooral als hulpmiddelen voor verkenning werden gezien, worden ze tegenwoordig ingezet voor het verzamelen van inlichtingen, observatie en ondersteuning van militaire operaties. De ontwikkeling van de oorlogvoering in onder meer Oekraïne heeft bovendien duidelijk gemaakt hoe belangrijk drones zijn geworden op het moderne slagveld. Een belangrijk Nederlands dronesysteem is de MQ-9 Reaper van de Koninklijke Luchtmacht. Dit onbemande vliegtuig kan langdurig in de lucht blijven en is uitgerust met verschillende sensoren, waaronder camera's voor dag- en nachtzicht en radar. Een vlieger en sensoroperator besturen het toestel vanuit een grondstation. Eind augustus maakte de Koninklijke Luchtmacht bekend ook te oefenen met bommen en raketten onder de onbemande Reaper. Het daadwerkelijk schieten met scherp op oefendoelen, moet nog voor het einde van dit jaar plaatsvinden. Defensie is sinds begin 2024 met twee Reapers actief in Roemenië om inlichtingen te verzamelen aan de oostflank van het NAVO-grondgebied en de Zwarte Zee. Een Reaper kan pakweg 27 uur onafgebroken in de lucht blijven. Met zware bewapening slinkt de vliegduur naar zo’n 14 uur. ## Voorsprong Hoe drones de defensiemarkt veroveren, was afgelopen juni duidelijk zichtbaar op Eurosatory in Parijs, de grootste defensiebeurs van Europa. Als er een land is dat noodgedwongen een voorsprong heeft wat betreft drones is het Oekraïne. Maar liefst 80 bedrijven uit dat land waren present, tegen vijf op de vorige editie van Eurosatory in 2024. Het conflict tussen Rusland en Oekraïne is heftig, over en weer. Er worden nog wel tanks en gevechtsvliegtuigen ingezet, maar drones voeren de boventoon. En creëren de meeste slachtoffers. Volgens schattingen van militaire analisten lanceerde Rusland dit jaar tot wel 6500 drones per maand. Oekraïne slaat terug en heeft een enorme productiecapaciteit opgebouwd. Jaarlijks zou het land goed zijn voor de productie van ruim 8 miljoen drones. :::inline_image 1::: De hele defensiewereld wil weten hoe de Oekraïners dat toch presteren. Arunis Kumpis, vrijwilliger in het Oekraïense leger, sprak van de ”eeuw van drones”. Waar in 2022 artillerie de kansen op het slagveld bepaalde, zijn het nu onbemande vliegtuigen, bootjes en voertuigen. Die kunnen aanvallen en verdedigen. En elektronisch oorlog voeren. „Wie controle over de signalen heeft, heeft een voorsprong.” Volgens Kumpis valt aan beide zijden van het conflict 80 procent van de slachtoffers door drones. Bedrijven pikken graag een graantje mee op de dronemarkt. Zoals de Nederlandse startup Hyllus, gevestigd in Enschede. Pronkstuk van Hyllus (motto ”spaar mensen, stuur robots”) bestaat alleen nog op papier: de HS-SuperSpeed 700, bijgenaamde ”Nederlandse bliksem”. Een drone die met een snelheid van 700 kilometer per uur met een 2 kilo zwaar explosief tot 30 kilometer ver kan aanvallen. Hyllus levert aan én leert van Oekraïne, aldus directeur Albin Sela. „Ons team opereert direct aan de frontlinie met Oekraïense brigades. Eenheden gebruiken onze systemen in het gevecht. Aanpassingen gaan heel snel. Het slagveld is ons ontwikkellab. De software in combinatie met de dronepiloot bepaalt het succes.” :::author_streamer 2::: ## Loopgraven De Nederlandse staatssecretaris van Defensie, Derk Boswijk, zag met eigen ogen dat het op Eurosatory een en al drones is wat de klok slaat. Vechten straks robots tegen elkaar? „Niemand weet hoe de wereld er over vijf jaar uitziet. Misschien is er dan wel de opvolger van onbemande systemen. Niemand had vijf jaar geleden gedacht dat de loopgraven ooit zouden terugkeren. Nu zie je ze. En er zitten niet alleen militairen in. Ook mensen in polo’s, die vanuit hun bedrijven de nieuwste techniek inbrengen. Ik snap dat het schuurt, maar we moeten én én doen: en drones en tanks en onderzeeboten.” :::author_streamer 3::: Dat het menens kan zijn, bleek eerder dit jaar uit de actie van een Oekraïense dronepiloot die tijdens een oefening in het Zweedse Gotland binnen een paar minuten een hele NAVO-eenheid in de pan hakte. Het is koren op de molen van defensie-expert Rob de Wijk. In een column in Trouw stelde hij dat niet langer Amerika, maar Oekraïne de wapenleverancier van het westen zal zijn. Op de Noordzee hield de Koninklijke Marine eind juni de eerste versie van de oefening MUST (Maritime Uncrewed Sea Trials, onbemande oefeningen op zee), die jaarlijks zal worden gehouden. Drones scheren dan door de lucht en onbemande bootjes varen zelfstandig naar een locatie. De bedoeling is om onbemande systemen te testen en ermee te oefenen. Volgens de Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten generaal-majoor der mariniers Rob de Wit verschuift maritieme oorlogsvoering steeds nadrukkelijker richting onbemande capaciteiten. „In een tijd van toegenomen dreiging en snelle technologische ontwikkelingen, is een snelle koppeling tussen innovatie en operationele toepassing essentieel. We moeten van volledig bemande platformen naar een vloot van lichter bemande platformen, met daaromheen onbemande en autonome systemen. Bovenal moeten we een systeem inrichten waarbij wij ons snel aan de nieuwe realiteit kunnen aanpassen. In ieder geval sneller dan de tegenstander.” Ook in de eind juni door de bewindslieden van Defensie gepresenteerde Defensienota 2026 staan onbemande systemen centraal. Te lezen valt dat „over vijf jaar zeker de helft van de militaire slagkracht moet komen van onbemande systemen, ingegeven door de lessen uit de oorlog in Oekraïne.”