Ik denk terug aan vorig jaar. Wat zag ik toen tegen de vakanties op. Nu is dat toch wat veranderd en kan ik er weer naar uitzien. Mijn baan is niet zwaarder geworden. Vorig jaar begonnen we en gaf ik les aan zeven niveaus (nu zijn dat er vier) in één klas. Een kleintje van nog geen drie had me ook nodig als moeder. Hoe deed ik het? Zo kijk ik vaker terug en denk ik: hoe deed ik het? Mercy was twintig maanden, Grace werd vijf jaar op de dag dat John naar het ziekenhuis ging. „You are five, darling. Daddy is so proud of you.” Een van zijn laatste zinnen voor haar in een spraakbericht. Een week later had ze geen vader meer. De meisjes zijn groter geworden. Ze kunnen echt al helpen. En dat is fijn. Ik vergeet nooit meer dat Mercy, heel kort na het overlijden van John, de container nog langs de kant van de weg zag staan. „Zal ik dragen?” vroeg ze. Alsof ze voelde dat ik nu alles alleen moest doen. Ze wilde me helpen. Zo'n klein popje in de wandelwagen. Wat was dat vertederend. ”Touching”, zeggen we hier. Vakantie... Ik zag ernaar uit. Toch werd ik de eerste vakantiedag wakker met een zwaar, verdrietig gevoel. Vakantie is familietijd, tijd om samen fijne dingen te doen. En juist dan voel je de gebrokenheid. Die lege plaats in huis. Wat een gemis. En als het vanbinnen zo zeer doet, wil ik naar buiten. In de natuur ben je nooit alleen. Altijd zijn er weer verrassingen. Grace wilde graag naar Red Castle, een ruïne dicht bij ons huis. Op de fiets gingen we erheen, een picknicktas in de fietsmand. „Zullen we hier even stoppen en voetballen?” vroeg Grace, toen we het grasveldje naderden. „We gaan nu even verder, goed?” antwoordde ik. Op een heuvel 'vergaderde' een grote groep ganzen. Tot onze verbazing bleven er telkens meer aanvliegen, alsof ze het met elkaar hadden afgesproken. De groep werd steeds groter. „Misschien hebben ze een birthday party”, dacht Mercy. De gorse staat weer prachtig in bloei, een gele struik met scherpe stekels. Het doet me denken aan die reis op weg naar het ziekenhuis in Aberdeen, toen ik reed en John naast me zat. „I am feeling rough. I will be so glad to have this tumour out”, zei hij. Ik hoor het hem nog zeggen. Hij voelde zich naar en zei dat hij blij zou zijn als de tumor verwijderd was. **** Maar toen ik kort na zijn ziekenhuisopname blaadjes naar beneden zag dwarrelen, dacht ik: zoals die blaadjes vallen, zo zal Johns leven ook afvallen. Alsof ik het aanvoelde... Deze tijd van het jaar brengt zo veel herinneringen boven. Ik denk vaak aan alles wat er gebeurd is, maar in deze tijd van het jaar lijkt het alsof alles zich opnieuw, en in chronologische volgorde, afspeelt. Dat kan loodzwaar zijn. Ik schreef er pas een kort Engels gedicht over: It is this time of year when everything comes to life again, when flowers start to bloom. It is this time of year when the Gardener was about to come to take His lovely, lovely Rose. I loved that Rose so much; I couldn't part with it. I miss it now so much, but I know it's kept safe in His vase. Terwijl ik deze blog schrijf, spelen Grace en Mercy met hun Playmobil. „Kijk Grace, deze gaat bijna sterven. Hij gaat sterven op zijn verjaardag.” Het is niet moeilijk te bedenken waar deze inspiratie vandaan komt. John die in coma lag op zijn verjaardag ... Maar wat hebben de meisjes vandaag een fijne dag gehad. Ik word er blij van als ze dingen uit de natuur een naam kunnen geven, of dat nu in het Nederlands of in het Engels is. Lavendel, whelk eieren, tattlers, de fazant... We leren vaak zo veel dingen die ver weg zijn, maar juist dichtbij valt er zo veel te leren. Vogels en vogelgeluiden, planten en dieren. Er is zo veel te ontdekken in Gods prachtige schepping. Ik vind de natuur zo'n zegen. Dat vond ik altijd al, maar na Johns overlijden nog meer. In de natuur voel ik me dichter bij Hem. De rust en ruimte hier in Schotland waardeer ik enorm. Blijdschap en verdriet zijn iedere dag met elkaar verweven. De ene dag voelt het bitterder dan de andere, maar vandaag heb ik ook een fijne dag gehad. Ik heb zo van de meisjes genoten, zeker toen we weer langs het grasveldje kwamen op weg naar huis. „Zullen we tikkertje doen, mama?” Veel energie had ik niet meer na de fietstocht, maar met een beetje creativiteit werd het toch leuk. Wat zou John hiervan genoten hebben, dacht ik, toen ik ze lachend heen en weer zag rennen. Rouw is zwart. Pikzwart. Al treuren we niet als degenen die geen hoop hebben. Pas kwam ik een appje tegen dat ik vlak na de begrafenis stuurde. Ik schreef hoe intens verdrietig het was, maar dat ik ook blijdschap had gevoeld. Blijdschap, toen ik bedacht wat een wonder het is dat de Heere zondaars redt en ze veilig Thuisbrengt. :::author_streamer 1::: Op weg naar Red Castle was het eb. Op de terugweg was het alweer vloed. En zo is het ook met rouw. Eb en vloed, ze wisselen elkaar constant af. Soms gaat het wel. Ja, soms wordt er zelfs vreugde ervaren. Vreugde omdat John op de beste plaats is. Op andere momenten overspoelt het verdriet me zo. Maar er is niet alleen rouw in dit leven. Er zijn ons ontelbare zegeningen gelaten. En tegen dat pikzwarte lijken die zegeningen soms juist extra veel licht te geven. Wat is er veel om dankbaar voor te zijn. Geen oorlog, honger en vervolging. Zo onverdiend! De meisjes ruimen de Playmobil op. Morgen is het zondag. Dan is het fijn als het netjes is. Ik help mee. Een oranje X-ray voor de dieren is gebruikt als kist. Ik schuif hem richting de speelgoedmand. „O mama, dat is Teasel, die is net begraven”, zegt Mercy. „Ja, ik hoorde het. Het was nog wel op zijn verjaardag, hè? Ik vond het een verdrietig verhaal. Dacht je aan papa?” „Ja, die stierf ook zo ongeveer op zijn verjaardag”, antwoordt Grace. „En nu is hij altijd bij de Heere. Dat is eigenlijk het beste wat je kunt ontvangen”, reageer ik. „Ja”, zegt Grace, „papa heeft het beste verjaardagscadeau gekregen van ons allemaal.” Daar probeer ik aan te denken, nu de verjaardagen en Johns sterfdatum eraan komen