Een grafsteen uitkiezen… Waarom is dat toch zo moeilijk? Het is lastig uit te leggen. Misschien hoort het bij hetzelfde soort dingen als het afdrukken en inlijsten van foto's van je overleden geliefde. Dat was ook zoiets. Ik wachtte daar niet te lang mee, omdat ik bang was dat de kinderen Johns gezicht zouden gaan vergeten. Ik heb de foto’s hoog op de kast gezet. Als ik niet omhoog kijk, hoef ik ze niet te zien. Huilend bracht ik die middag door. Ik had mijn man ingelijst. Het was echt. Die vreselijke werkelijkheid was echt. Die werkelijkheid die geen mens wil. Oneens met Gods wil? Dat zijn we van nature zeker. Wat een zegen is het als de Heere geeft dat we kunnen zeggen: „Uw wil geschiede.” En we mogen geloven: wat de Heere doet, is goed. Al zien we er misschien niet altijd iets goeds in voor onszelf. Job kon zeggen: ,,De Heere heeft gegeven. De Heere heeft genomen. De Naam des Heeren zij geloofd.” Toen zijn tweelingzus overleed, zei John dit ook, tegen een collega. Hij had een bijzondere band met haar. Ze overleed op 37-jarige leeftijd, tijdens de geboorte van haar vijfde kindje. „Ik ga niet mee, ik vind het eng”, zei Grace. „Het zijn geen echte graven, lieverd. En jij wilt toch ook meehelpen om de steen voor papa uit te kiezen?” antwoordde ik. Ja, dat was zeker waar. Ik opende de deur. We stapten een smal gangetje in. Een vrouw met zwartgeverfd haar begroette ons. „Hallo, wie zijn jullie?” vroeg ze. „Daniëlle Campbell, mijn man, John Campbell, overleed twee jaar geleden.” En toen schoot ik vol. Gelukkig richtte de vrouw zich tot Grace en Mercy. Dat was attent. Even tijd om te herstellen. Dat heb je soms nodig… Samen liepen we even later langs de grafstenen. De vrouw legde uit wat voor stenen er zijn. De verschillende soorten steen, vormen en hoogten. Ik hoorde Mercy vragen: „Ligt hier papa begraven?” Met haar schoentje wreef ze over de grond. „Sorry, ik moet even wat uitleggen”, zei ik tegen de vrouw. Niet aan de stenen komen. Niet rennen. Niet… Ik bleef aan het waarschuwen en hield mijn hart vast. Het viel ook niet mee voor de meiden. Ze hadden al een poos stil gezeten bij granny and grandpa in huis. Gelukkig ontdekten ze een braambos. Dat bracht wat afleiding. „Kom alsjeblieft bij die stenen vandaan”, zei ik even later. Samen zaten ze gehurkt bij de kindergrafstenen. „We kijken even welke je zou kunnen kiezen als wij zouden sterven, mam.” Het klonk niet spottend, het klonk niet verdrietig, het klonk heel natuurlijk. „Black Galaxy lijkt me mooi”, zei ik. Uiteindelijk besloot ik toch voor gewoon zwart te gaan. Waar maak ik me toch zo druk om? Wie ziet die steen? Zo veel geld - waarvoor eigenlijk? Als een eerbetoon aan John? Hij ziet er niets meer van. En toch… Ter nagedachtenis… Het doet me altijd goed als mensen zijn graf bezoeken. Het liefst zou ik iets rechtstreeks uit de natuur willen halen. Maar ja, zo eenvoudig is dat niet. De vrouw vertelde me hoe zij zelf haar eerste man verloor. Ze bleef achter met twee kleine jongens van vier en drie jaar. Hij nam zijn leven, zei ze erbij. Dieptriest. „Hoelang duurt het voordat de steen arriveert?” vroeg ik. „Wel twintig weken”, antwoordde ze. Ik nam wat foto’s van de verschillende vormen en maten. De vrouw maakte een envelop voor me klaar. Daarin stopte ze een brochure en nog een formulier. :::author_streamer 1::: „Daar kun je ’s avonds op je gemak naar kijken. En veel mensen leggen het dan ook weer een tijd aan de kant, hoor”, voegde ze eraan toe. Naar huis wilde ik. Het liefst zo snel mogelijk ook. Ik legde de bruine envelop in de boekenkast, boven op Johns boeken. Daar raakte ik hem niet snel kwijt. De volgende dag, vlak voor we naar huis gingen, ging Grace op de lange tafelliggen. „Kijk Mam, zo’n lange kist zou je voor mij nodig hebben als ik zou sterven.” Mercy ging ernaast liggen. Het klonk niet spottend, het klonk niet verdrietig, het klonk heel natuurlijk. En zo is de dood meer geworden bij ons. Wel intens verdrietig, maar het is werkelijk deel van ons leven uit gaan maken. Het is in ons huis gekomen. In ons gezin. Realiteit. En dat is alleen maar goed. Ik denk aan Psalm 39 vers 5: _„_HEERE! maak mij mijn einde bekend, en wat de mate mijner dagen zij, dat ik weet, hoe vergankelijk ik ben.” Memento Mori. Er hoort nog iemand bij ons. Alleen is hij er niet meer. Maar in ons hart dragen we hem dagelijks met ons mee. We praten iedere dag over daddy. Maar niet alleen over hem. We praten over waar hij is - en bij Wie hij is. De volgende dag speelde Mercy druk begrafenisje met de Playmobil. Ik zou willen dat er een ander spel gespeeld werd, maar wat kan ik eraan doen? Blijkbaar wordt er in het spel iets verwerkt.