Eenmaal aan boord gaan de modderige kleren meteen uit en laat ik een lekker warm bad voor ze vollopen. Als ze eenmaal schoon en tevreden in bed liggen, is het mijn moment: tijd voor een warme douche. Ik stap onder de straal. „Wouuuut!” gil ik. Het water is ijskoud. En blijf ijskoud. „Wat is er met de boiler aan de hand?” Ik hoor Wout naar de machinekamer lopen en nog geen vijf minuten later is hij terug. „Compleet kapot. Hij moet net kortsluiting hebben gemaakt.” Daar sta ik dan, met mijn koudwatervrees. Maar er zit niets anders op. Ik stap onder de koude douche en kom er in een recordtijd weer onderuit. Niet dampend van de hitte, maar met kippenvel tot achter m’n oren. ’s Maandags varen we verder Duitsland in. Wouter struint het internet af, op zoek naar een nieuwe boiler. Na een lange speurtocht vindt hij er één, in een winkel in Magdenburg, volgens de website „op voorraad”. Het enige probleem we zouden: we zijn daar pas eind van de week in de buurt. Dat betekent dus: tot die tijd koud water. Aan het eind van de week meren we aan op de losplek. We zetten de auto van boord en rijden als een speer naar de winkel in Magdenburg om de boiler op te halen. Vol goede moed, totdat we daar staan en te horen krijgen dat de voorraad toch „nicht in Ordnung ist”. Daar gaat mijn laatste hoop op warm water, want dit betekent nog een week koud water, tot we in Nederland terug zijn. En dan komt er een verlossend telefoontje van vrienden. Zij willen wel een weekendje komen, ergens een boiler vandaanhalen en die voor ons meenemen! Na heel wat rondbellen vinden we eindelijk een bedrijf in Nederland dat de boiler wel écht op voorraad heeft. Onze vrienden rijden dat weekend vier uur lang met het gevaarte achter in hun auto onze kant op. Die avond duiken de mannen de techniek in en wordt de boiler geïnstalleerd. Eindelijk hebben we weer warm water! Wat een geluk met die vrienden van ons. Zij lieten ons letterlijk en figuurlijk niet in de kou staan.