:::author_streamer 1::: Christus bidt voor Zijn volk en vanuit dat gebed vloeit voort dat ook Zijn kinderen leren bidden. Van nature kan een mens niet bidden. Dan is hij net als de Farizeeër. Die bad wel, maar het was eigenlijk geen gebed. Hij begon met: „O God ik dank u”. Dat was eigenlijk zijn gebed, want wat hij daarna zei was de Heere voorschrijven dat het veel beter kon dan wat de Heere ons heeft voorgeschreven. Van nature bidden wij met voorwaarden. Als de Heere het zo wil doen, dan zullen wij daar iets tegenover doen. De Bijbel noemt dat kwalijk bidden. Jakobus 4:3: „Gij bidt, en ontvangt niet omdat gij kwalijk bidt.” Maar als de Heilige Geest ons gaat leren bidden, dan komt er een oprecht biddend gestalte. Dan wordt God zo groot en wij zo klein. Als we dan op die plaats van ootmoed mogen komen, komt er ook een belijdenis. Denk aan David: Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig. Dat gebed vloeit voort uit het werk van Christus, toen Hij in de hof Gethsemanë uitriep: „Mijn Vader indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan. Doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.” Zo heeft de Borg de prijs volkomen betaald. En vanuit die prijs heeft Hij alle macht gekregen in de hemel en op de aarde. Om zo te zorgen dat Hij voor al degenen die de Zijnen zijn zullen, worden toegebracht. Heeft u, heb jij daar al kennis aan gekregen? Nu is het nog genadetijd. Roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Jezus heeft het Zelf gezegd tijdens Zijn omwandeling op aarde: „En nog is het einde niet.” Als de dood komt is het te laat. Ds. J. van Laar, Barneveld