Alle ‘grote’ nieuwe dingen zijn de revue wel gepasseerd. Het voelt alsof het leven hier langzaamaan wat makkelijker begint te worden. Volgend jaar weet ik in elk geval wél wat een Wacky Tacky day is, en ook dat ik bijna aan de beurt ben om de megacupcakes te bakken voor bij de hotdog-lunches en dat er vooral véél snoep op moet ter decoratie (volgens mijn ervaren dochter…). Ik zal deze vakantie maar vast beginnen met oefenen. Tegelijk daalt het besef ook steeds meer in dat we hier definitief wonen, met alle gevoelens en gevolgen van dien. Wat zijn we dankbaar dat mijn ouders voor een paar weken zijn geweest en dat we hen zoveel uit ons leven hier hebben kunnen laten zien. Wat was het leuk om met hen een rondleiding door de school te krijgen en hen de verschillen tussen het Nederlandse en het Canadese onderwijs te laten zien. Het christelijk/reformatorisch onderwijs wordt hier gezien als privéschool, dus daar moeten we zelf ook aan bijdragen. Dat is best een offer. Maar het is het zo waard! Het geeft de vrijheid om de Bijbel te betrekken bij alle lessen en de kinderen Gods grootheid te laten zien. Regelmatig worden er uitstapjes gemaakt waarbij ouders mee kunnen. Tot hun achttiende zitten ze in dezelfde klas op dezelfde school. Het verschil is soms lastig uit te leggen, maar als je er rondloopt, ervaar je het des te meer. Nu mijn ouders weer terug naar Nederland zijn is het echt even vreemd stil. Er is wel een nieuwe verbinding. Als we hen iets vertellen weten ze waar we het over hebben. Dat is echt fijn. Het schooljaar voorbij… Ik hield twee foto’s van Esther naast elkaar: één foto van de eerste schooldag en één foto van de laatste schooldag. Op de eerste foto keek een klein meisje in de lens dat voor het eerst met de bus naar de grote school ging in een vreemd land waar alleen maar Engels werd gepraat. Helemaal alleen. Ik heb er nog steeds bewondering voor. De eerste dagen zat er een juf naast haar die nog goed Nederlands spreekt en alles vertaalde. Nu is het Esther die mij verbetert als ik iets niet goed uitspreek. Ook als de kinderen thuis onderling praten is dat meestal in het Engels. Ik hoor mezelf vaak zeggen: „Meiden, thuis praten we Nederlands!” Wat vind ik dát belangrijk om bij te houden! Al onze familie woont in Nederland, dus als ze willen blijven praten zullen ze toch écht moeten. De laatste schooldag kwamen we bij elkaar in de gymzaal om het schooljaar af te sluiten. Wat was het mooi om de kinderen te horen zingen in het schoolkoor: „Seek ye first the kingdom of God, and His righteousness.” Ondanks dat het zo vertrouwd en bekend is, vertroostte het lied mij weer. Het heimwee knaagt soms zo, evenals het definitieve van het hier wonen. We weten: dit was Gods leiding en deze weg mogen we gaan. En dan weer te horen: Zoekt éérst het Koningrijk van God, en Zijn gerechtigheid. We zijn zo dankbaar dat de kinderen mogen opgroeien in een omgeving waar ze dat dagelijks mogen horen, dat ze uiteindelijk alleen bij Hem veilig en geborgen zijn. Waar ze dan ook wonen.