„Weet je nog?” zei ik de dag voor zijn verjaardag tegen Henry: „Nu ging je naar het bos met de meisjes, even wandelen zodat ik wat rust had. En daarna gingen ze naar pa en ma…” Een jaar geleden was ons leven nog totaal anders. Ons leven stond op het punt van een grote verandering. Niet alleen van het krijgen van nog een kindje, wat op zichzelf al een aardige verandering is, maar we wisten ook dat we in korte tijd zouden emigreren. We waren aan het wachten op alle juiste papieren. Wanneer die zouden komen… geen idee. Toen kon ik het goed loslaten. Het zou komen zoals het kwam, het zou wel goedkomen. Ik was vooral bezig met de komst van de baby. Eerst de baby, daarna komt de rest wel. En daar was de baby. Een zoon, na twee meiden! De meisjes grote zussen, wat genoten we van hem. Wat was het fijn dat alle familie Joshua kon zien en vasthouden, na een vorige kraamweek in de tijd van de lockdown, en vóór een emigratie. Een échte kraamweek! Die momenten heb ik gekoesterd, vastgehouden en ingeprent, wetend dat ik dat zou gaan missen. Tegelijk was er een grote onrust in mij. Nu kwam het erop aan. De baby is er; de volgende stap is de emigratie. Ik ben zo ongeveer mijn kraamweek uitgesprongen en voorbereidingen gaan treffen voor de verhuizing. We wisten dat we in mei ons huis zouden verlaten; we hadden verwacht om dan de papieren wel te hebben. Nu weten we dat alles anders liep. De Canadese overheid neemt de tijd ervoor, al staat op de aanvraag een andere tijdslijn… Ik heb in die tijd vaak gedacht: Ik ben zó benieuwd waar ik volgend jaar woon en hoe ons leven dan is! Nu weet ik het; nu denk ik terug aan hoe het toen was. Met een klein bundeltje baby in de draagdoek was ik onze spullen aan het uitzoeken. Spullen om te verkopen, om mee te nemen, om weg te doen. Ik weet nu dat we nog tot augustus moesten wachten voordat we daadwerkelijk konden gaan; dat we nog in twee verschillende huisjes zouden bivakkeren en dat we het hele schooljaar nog zouden afmaken in Nederland. Toen leefden we bij de week, voor maanden lang. Achteraf gezien is het maar goed dat ik alles van tevoren niet wist. Het laat ons ook zien dat we elke dag weer genoeg kracht kregen en krijgen voor dat wat we nodig hadden. De verhuizingen, de gebeurtenissen, bijna een half jaar leven zonder onze eigen spullen… Als ik terugkijk dan denk ik wel eens: Hoe hebben we dat toch gedaan! Maar op dat moment, dan leef je zo. Dan is dat wat het is en maken we er samen het beste van. Het heeft ons als gezin al veel mooie en leerzame momenten gebracht. Deze eerste verjaardag was anders. We vieren zijn verjaardag zonder familie, zonder de tradities die we hadden. Ik nam mezelf voor om niet bij de pakken neer te zitten, maar om nieuwe tradities te maken en te koesteren wat we wel hebben. We begonnen de dag met cadeautjes en gezang. Voor de middag bakte ik een grote stapel Hollandse pannenkoeken en nodigde een tafel vol vriendinnen en hun kinderen uit. Tussendoor videobelden we met opa’s en oma’s in Holland en konden we elkaar toch even horen en zien. In de avond kwam er een ander stel vrienden met hun kinderen eten. Het was een verjaardag vol drukte en gezelligheid. Vol zegeningen. Met een lach en een traan. Het pijnlijk gemis van naaste familie blijft, de vreugde van nieuwe tradities verzacht. Het is het nieuwe normaal. __Corlinde van den Top-Boogaard emigreerde met haar man en hun drie kinderen naar Canada.__