Het enige dat ik écht miste was een stukje fietsen met de kinderen. Even een paar boodschapjes doen op de fiets. Daar genoot ik altijd enorm van. We hebben lang zitten twijfelen. Gaan we de fiets meenemen of niet? Zou het veilig zijn? Zijn de afstanden niet veel te lang? En dan nog de bergen, is daar wel tegenaan te trappen? We hadden nog geen idee waar we terecht zouden komen. Twijfel alom. De eerste keer dat we onze container inpakten was het voor in de opslag. De container kon nog niet verscheept worden zolang wij nog niet naar de overkant konden. We besloten de fiets maar in te pakken en in de opslag te zetten. We zouden wel zien waar we terecht zouden komen. Na drie maanden was het zover. De werkvergunning was binnen, een huis was geregeld en de opslagcontainer kon overgepakt worden naar de zeecontainer. Henry was daar om te helpen en ik was in het chalet de koffers aan het inpakken, terwijl de meiden zich vermaakten in de speeltuin op de camping. >„Vanaf dat moment had ik spijt als haren op mijn hoofd dat mijn fiets tóch verkocht was” Daar kwam het telefoontje van de man: de container is écht bijna vol. De fiets is vrij groot. Weet je zeker dat je hem mee wilt nemen? Anders is een verhuizer ook wel geïnteresseerd om hem van ons over te kopen. En zo geschiedde het. Mijn mamafiets werd last minute verkocht… De fietsen van de meisjes gingen echter mee, zij konden wel rondjes fietsen in de straat. Toen we in ons nieuwe huis in Canada woonden, zag ik vanuit het keukenraam verschillende fietsers voorbijkomen op de doorgaande weg. „Henry! Ze fietsen hier wel!” Vanaf dat moment had ik spijt als haren op mijn hoofd dat mijn fiets tóch verkocht was. De winter deed zijn intrede en ik redde mij prima met mijn auto. Maar toch, het bleef kriebelen. Ik zou hier prima kunnen fietsen. Op de een of andere manier kwam het voorzitje van mijn verkochte fiets wel uit de container rollen. Een stille getuige van mijn grote wens om weer met de jongste voorop een stukje te fietsen. Ik begon een beetje rond te kijken op Marketplace en ik vond daar dé Dutch Bike, ooit in Holland gekocht. Na wat wikken en wegen – het was twee uur rijden en een uitgave – besloten we om hem toch op te gaan halen. We maakten er gelijk een dagje uit van in de prachtige natuur daar. We liepen over een grote hangbrug met uitzicht op een immens grote waterval. En ondertussen voelde ik mij de koning te rijk met mijn nieuwe fiets in de bak van de pick-up. De volgende dag was het een feit. Ik fietste met drie kindjes naar het park in de buurt. Eentje voorop, twee voor me op hun eigen fietsen. Wat genoot ik er van. Net als Joshua. Hij zwaait naar alles en iedereen om ons heen en tovert een lach op het gezicht van voorbijgangers. De mensen glimlachen om dit oer-Hollandse plaatje met drie van die blonde krullenbollen die gewend zijn om te fietsen. Na lange tijd van afscheid nemen van spullen, gewoonten en mensen om ons heen, is het nu weer tijd om op te bouwen. Wat is dat fijn!