„Mevrouw, wat doet ú hier?” klonk het verbaasd. Ach ja, de subtiliteit van een puber, zullen we maar zeggen. Ik kreeg een compliment over mijn toch wel flink gegroeide omvang sinds m’n laatste werkdag. En toen ben ik maar neergestreken op een stoel om even gezellig bij te kletsen. „Gaat u hier bevallen?” Ik voelde me gelukkig opperbest, maar ik miste mijn leerlingen. Het is van belang dat je een vertrouwensrelatie met hen hebt, maar daardoor voelt het voor mij en voor hen wel vreemd om elkaar een tijd niet te zien of te spreken. En daarbij zitten deze leerlingen in mijn hart. Ze misten mij ook wel, zo bleek. „Wij hoeven nu effe niet te werken, toch?” :::author_streamer 1::: Dat ik bij binnenkomst vragende blikken had gekregen, verbaasde me eigenlijk niet. Het was tenslotte precies de uitgerekende datum. „Heeft mevrouw Baan al wat?” was die ochtend nog aan mijn collega gevraagd. Maar nee, er was nog geen ”wat” bij mevrouw Baan. Ik vond het lief om te merken hoe betrokken ze zijn. Dat zag ik ook al voor mijn verlof – de een subtiel, de ander direct, maar allemaal met interesse. Ik kreeg kaartjes en briefjes voor het nog ongeboren kindje; en de vraag of ik écht niet wat langer kon blijven. En nu zat ik daar op de uitgerekende datum in het klaslokaal. Hoe gezellig dat ook was; ergens begreep ik de verwarring wel. In het hoofd van de leerlingen klopt het simpelweg niet: een uitgerekende datum betekent een baby. En een docent met een baby hoort thuis te zijn; niet met een kop koffie in een klaslokaal. Mijn volgende bezoekje aan de klas zal minder verbaasde gezichten opleveren. Dan neem ik namelijk ”wat” mee: onze lieve dochter. En ik vermoed dat zij minstens zo veel bekijks zal krijgen als haar moeder. _Het hart van Gera Baan gaat sneller kloppen voor leerlingen met een speciale behoefte. Behalve als leerkrachtondersteuner in een cluster 4-klas, kan ze haar ei kwijt in het schrijven._