:::author_streamer 1::: Jakobus schrijft een brief aan de gelovigen uit de stammen van Israël, die tot geloof in Christus zijn gekomen, maar in de verstrooiing zijn. Als wij geloven, zijn wij in de tijd waarin wij leven in zekere zin ook in verstrooiing in de wereld. Want Jakobus schrijft in zijn brief over allerlei verzoekingen, die ook wij dagelijks tegenkomen. Een eerste woord in zijn brief is een bemoediging: wees verheugd! Maar dan zegt hij iets wat vragen oproept. „Acht het voor grote vreugde, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt.” Dat is toch verre van vreugdevol? We moeten altijd verder lezen wat God ons zeggen wil. Zijn onderwijs gaat namelijk dieper: „Wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.” Lijdzaamheid betekent geduld en volharding. De vreugde zit dus zeker niet in allerlei tegenslagen en verleidingen van zonden, waarmee we te strijden krijgen in ons leven. Komt u daarin terecht, leg dan uw nood en verdriet voor de Heere neer. God wil de verzoekingen ten goede keren, zodat het beproevingen van ons geloof worden. Hij roept ons op tot dagelijkse bekering, dat is: tot het afkeren van de verzoekingen en steeds weer in geloof terugkeren naar Jezus. Geloven in Christus’ verzoeningswerk voor zondaren leert te volharden door de beproevingen heen. Doordat Jezus heeft gezegd: „het is volbracht” kunnen wij in het geloof volharden. Ontbreekt ons wijsheid om tegenover verleidingen staande te blijven? Dan worden we opgeroepen om wijsheid van God te bidden. Hij geeft mild en overvloedig. God verzoekt ons dus niet, maar beproeft ons. Onze zondige begeerten zijn het die ons verleiden en de dood hebben verdiend. Blijf niet op de verzoekingen en tegenslagen zien, maar zie op Christus alleen. Vreugde? Ja, want zalig is de mens die na de beproeving de kroon van het eeuwige leven ontvangen zal. _Ds. L. Hak, IJzendoorn_