Geloof

Geloof

Moeder en kindhuis- Schiedam- Femke v Dam- RenateB _20_site

Hoe het gesprek precies op gang kwam, weet ik niet meer. Wel weet ik nog dat het net Pasen was geweest en ik tegenover mijn collega zat op kantoor. Ik vertelde haar over Jezus die aan het kruis gestorven was voor zondige mensen. Ze kende het verhaal wel, maar ´had er niets mee´. Ze moest een beetje om me glimlachen dat ik er in haar ogen zo ´enthousiast´ over sprak. Ze luisterde, stelde heel kritische vragen en dacht soms ook alleen maar na.

Recent was ik in gesprek met een vrijwilligster en een islamitische moeder. We spraken over ons geloof. De vrijwilligster die erbij zat, had een christelijke opvoeding gehad, maar deed er niet veel meer mee. Ze was een keer in een ´heel zware kerk´, ze vond het maar niks. Ze keek mij aan, wachtte even en ineens zei ze: ‘Ik vind jou eigenlijk heel werelds.’ Die opmerking raakte me. Werelds? Ik vloog bijna overeind. Dat was nou net niet wat ik wilde zijn. Na een paar seconden vroeg ik haar wat ze hiermee bedoelde. ‘Nou gewoon, je werkt hier, doet ontwikkelingswerk en woont in de stad.’ Ik moest er om glimlachen. Ik heb dan misschien wel onder een steen geleefd, maar ik ben ook weer niet helemaal wereldvreemd, dacht ik bij mezelf.

Bovenstaande voorbeelden zijn gesprekken die vaak spontaan plaatsvinden. Het is fijn om er over te praten, maar ook altijd zoeken naar de juiste woorden. Niet over willen komen alsof ik alles weet, maar ook niet meegaan in het gesprek van de ander. Duidelijk je standpunten delen, maar deze niet opdringen bij degene met wie ik aan het praten ben. De verantwoordelijkheid voelen om iets te zeggen, maar er ook niet te pas en te onpas over beginnen.

Werken op een plek waar veel mensen zijn die niet als christen leven, draagt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Je weet dat de mensen niet in God geloven. Maar is het voldoende om het alleen te laten zien door hoe jij je kleedt en hoe jij je gedraagt? Ik ben er van overtuigd dat het niet voldoende is. Teveel mensen komen daar te makkelijk mee weg. Je hoopt dat de ander gaat zien dat je er zo anders uit ziet en gaat vragen hoe dat komt. En zeker, soms gebeurt dat bij mij ook wel eens. Elke moeder die bij ons woont, komt er op een dag achter dat ik alleen maar rokken draag. Daar zeggen ze graag iets over. De een vindt het ‘schattig’, de ander vindt dat het net lijkt alsof ik uit de achttiende eeuw kom als ik weer eens met een lange jurk aankom, en weer een ander denkt dat het wel erg koud is om altijd maar een rok te dragen. Prima gesprekken dus, maar erg oppervlakkig en het blijft vaak bij een opmerking. Meestal vragen ze niet door wat ten diepste mijn beweegredenen hiervoor zijn en voor mij is dat ook niet belangrijk.

Mijn moeders hebben genoeg aan dingen in hun eigen leven en hun volle rugzak die ze moeten dragen. Het gaat er ook niet om wat ik allemaal doe, maar ten diepste gaat het erom dat ze weten en geloven dat er een God is die voor hen zorgt en dat ze Hem zelf ook persoonlijk mogen leren kennen.

Dankbaar ben ik voor de momenten dat ik er over mag spreken. Over dat wat mij ten diepste drijft. Dat ik naar hen mag luisteren, vragen mag stellen en soms zelfs met hen mag bidden. Soms bid ik het Onze Vader aan tafel, soms een gebed alleen met hen en soms lees ik uit de Bijbel. Sporadisch, maar het gebeurt.

Het is jammer dat ze zo vaak alleen maar vooroordelen kennen over christenen. Ik heb het gehoord van de moeders, vrijwilligers en collega’s. Het maakt me verdrietig als ik zie hoe weinig kennis ze hebben en de kennis die ze vaak hebben vooral negatief is. Soms geef ik ook eerlijk toe dat ik me er van bewust ben dat er te weinig van ons, als christenen, uitgaat. Het is denk ik goed om dat eerlijk toe te geven.  Kwetsbaar te zijn. Want christenen zijn verre weg van volmaakt.

Maar we moeten wel beseffen dat we een levensgrote verantwoordelijkheid hebben richting onze naasten op het werk. Het kan zijn dat je de enige bent die zij in hun hele leven tegenkomen die als christen leeft. Vertel hen over je geloof, bid voor hen en als het kan bid dan met hen. We hebben de opdracht om een lichtend licht en een zoutend zout te zijn. We móeten deze opdracht serieus nemen.

Toen mijn collega recent afscheid nam, gaf ik haar een Bijbel cadeau. Ik was blij en dankbaar dat ik de veiligheid had gevoeld om regelmatig met haar over God te spreken. Ik merkte bij haar de nieuwsgierigheid omdat ze er zelf vaak over begon. Bij een afscheid is het weer tijd om los te laten. Om het terug aan God te geven. Biddend. En vertrouwend dat Hij zal doen wat goed is.

beeld: Renate Bleijenberg-van Leeuwen

Abonneer je op Terdege magazine

Nu slechts 9,95 p/mnd

Terdege-portfolio-nummer-12

Auteur

Femke van Dam

Volg ons lifestyle platform op instagram.