Smaken verschillen. Dat blijkt wel als ik ’s avonds het eten op tafel zet. Waar ik hoop op hongerige magen en dankbare harten, zijn er regelmatig vooral mopperende monden. Er is iemand die zucht. Of iemand die probeert om onder het gerecht van de dag uit te komen. Het lievelingseten van Linde is een straf voor Luuk, en andersom. En wat ik graag eet, wordt door de kinderen niet op prijs gesteld. :::author_streamer 1::: Nu waag ik me sowieso niet aan al te ingewikkelde gerechten, maar elke dag stamppot eten gaat me toch een beetje te ver. Al is het wel verleidelijk, als ik zie hoe snel de pan en de borden dan schoon leeggaan. Ik ben er maar druk mee in mijn hoofd, met dat gepuzzel rondom het weekmenu. Het is natuurlijk een optie om een vast schema in te stellen, zoals vroeger bij ons thuis. Maandag pasta, dinsdag aardappels, woensdag patat… Maar voor een professionele chaoot als ik gaat zo veel planmatigheid toch te ver. Het maakt me soms gewoon een beetje verdrietig, dat gemopper over eten. Het is tegenwoordig natuurlijk uit den boze om dan te zeggen: „Denk aan de arme kindertjes uit Afrika”, maar soms ligt dat op het puntje van mijn tong. Het is zo’n groot voorrecht om elke dag eten op tafel te hebben; hoe leer ik ze dat toch? Zolang de innerlijke overtuigingen uitblijven, probeer ik het maar op andere, creatieve manieren. „Als jullie mopperen op het eten, kook ik de volgende dag precies hetzelfde”, deel ik mee, met zo veel mogelijk strengheid. De kinderen denken even na. „Ah”, zegt Linde, „dan mopper ik op patat.” Luuks ogen beginnen te glimmen. „Ja, en ik op pannenkoeken. En op pizza.” Het is mijn beurt om te zuchten. Morgen toch maar weer stamppot, denk ik.