Meestal sta ik nog maar net in de pannenkast te rommelen of ze komen allebei al aanstormen. Tijdens het koken staan er steevast twee jongetjes met hun neusjes boven op mijn snijplank. Tot vanmorgen. Het is zo’n knusse ochtend waarop ze samen lief aan het spelen zijn. Terwijl het landschap voor mijn keukenraam langzaam verschuift, sta ik op mijn gemak groente te snijden. Het snijafval verzamel ik op een bord op het aanrecht. Ik bedenk dat ik het nu alvast maar weggooi, voordat de jongens er ruzie over gaan maken en de vredige sfeer omslaat. Ik doe de buitendeur open, stap het gangboord in en wil met een zwier het afval van het bord slingeren. Maar ik heb natte handen en niet alleen het snijafval vliegt met een boog door de lucht, maar ook mijn bord. Samen met de aardappelschillen, preikontjes en rode paprikasliertjes ploft het met een doffe plons in het water. Van schrik slaak ik een gilletje. Meteen staan er twee jongens naast me. „Wat doe je, mam?” vraagt Lucas verbaasd. „Mijn bord ligt in het water”, zeg ik, nog turend naar het klotsende water op de plek waar net het een en ander zonk. „Dan moet je hem opvisselen”, zegt Boaz serieus. „Tja, maar borden bijten niet”, antwoord ik. „Dan moet je hem pakken met een nijptang”, vindt Lucas. „Maar hoe weet ik waar het bord ligt?” vraag ik, terwijl we inmiddels al zeker 50 meter verder varen. „Papa moet het schip stilleggen”, oppert de oudste, „en dan moet jij in het water duiken met een duikbril.” Ik zie mezelf al voor me, gewapend met duikbril en nijptang het water in duikend om een bord op te ”visselen”. :::author_streamer 1::: „Maar nu hebben de vissen ook een bord!” roept Boaz en terwijl ik mompel dat ze daar vast heel blij mee zullen zijn, stapt Boaz resoluut naar binnen en trekt doelgericht de la met serviesgoed open. „Ik ga kijken of we er nu nog wel genoeg hebben.” De zeven overgebleven borden worden pardoes op de grond gezet en hardop geteld: „Een, twee, drie, vijf, zes, negen, tien.” Die middag zitten we rond de tafel, ieder met een dampend bord preischotel voor zijn neus. Ik bedenk dat het GFT-afval vandaag GFS-afval geworden is: Groente-, Fruit- en Serviesafval. Hopelijk was dit een eenmalige actie, want mijn servies mag van mij nog wel iets langer meegaan. Smikkelend eten we onze borden leeg. Op Boaz na die de rode paprika ertussenuit ”visselt”. _Als echte landrot uit Kootwijkerbroek stapt Joanke van der Wal na haar trouwen aan boord van een binnenvaartschip. Terdege vaart een stukje mee._