Er was één jongen. En hij mocht kiezen met welk meisje hij wilde optreden. Eerlijk is eerlijk: ik hoopte dat hij mij zou kiezen. Dat gevoel van gezien worden. Ik was een jaar of zeventien en hij koos mij. Trots als een pauw stond ik daar. Alsof ik net iets gewonnen had, zonder precies te weten wat. ’s Avonds liepen we samen naar het station. Ik testte wat ik uit het observeren van anderen had opgedaan. Iets langer aankijken. Glimlachen. Een compliment geven, ik voelde het (blijkbaar) feilloos aan. Want ja: hij vroeg mijn nummer. >Een vluchtig moment waarin ik een glimp ervoer van dromen naar een partner Die avond sms’ten we. Hij schreef dat hij mijn prins op het witte paard wilde zijn. Met rode wangen zat ik beneden op de bank. Mijn moeder had het meteen door. „Je bent zeker met een jongen aan het smsen,” zei ze. Ik had nog geen woord gezegd. Mijn gezicht verried me. Het werd een verhaal dat verder niet doorging. Een vluchtig moment waarin ik een glimp ervoer van dromen over een partner, maar dat zo snel weer verdween als het kwam. Geruisloos, zoals zoveel van die kleine verhalen in het leven. Geen drama, geen tranen. Alleen het leven dat weer verderging, zoals het altijd doet. Ik weet wel dat hij inmiddels getrouwd is en kinderen heeft. Zijn prinses gevonden. Maar ik? Ik krijg een glimlach als ik eraan terugdenk.