De Heere Jezus heeft met ieder die Hem liefheeft een oneindig heerlijke liefdeband. Die liefde gaat van Hem uit en komt door de Heilige Geest in uw hart. Zo komt er een eenheid met en in Hem, die spoedig volmaakt is. Zijn liefde is volmaakt. Maar uw liefde voor Hem is dat nog niet. Soms lijkt het wel alsof die liefde weg is, zoals bij Petrus. Hij had nooit gedacht, dat hij in staat zou zijn om zijn Meester met vloeken en eed zweren te verloochenen. Toch kon zelfs dat de liefde niet stuk krijgen. Dat bleek gelijk al. Hij ging naar buiten en weende bitter. Oprecht berouw is altijd liefdesverdriet. Dat ”hartelijke leedwezen”. Als dat zou ontbreken, ontbreekt de liefde. Nu is er weer droefheid in zijn hart. Jezus vraagt het voor de derde keer: „Hebt gij Mij lief?” Drie maal heeft hij Zijn Meester verloochend. Drie maal mag hij Hem nu belijden. „U weet alle dingen...” Ja, zo is het met ons ook, als het goed is. Er kan zo veel zijn wat ons aanklaagt. En zolang we blijven zondigen, blijven we huilen. Omdat onze liefde nog zo overwoekerd is door alles wat we kwijt moeten en kwijt willen. Maar spoedig zal ook onze liefde voor Hem volmaakt zijn. Ons hart trekt naar Hem. Wij zijn met Hem opgewekt. Daarom zoeken wij de dingen die Boven zijn. Daarom hunkert ons hart naar de volmaakte genieting van Zijn liefde. Herkent u uzelf in Petrus? Dan is het goed, anders niet. Of moet u zeggen: „Ik ken deze liefde niet.” Leg u dan maar aan Zijn voeten. In Hem is overvloed. Hij heeft nog nooit iemand van Zijn voeten weggeschopt. Integendeel. Hij verzoent vijanden met God. Hij zoekt weglopers op. Zijn goedheid gaat het al te boven. Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.