De buren zijn in de vijftig en komen uit Bulgarije. Zij reist regelmatig terug om haar getrouwde dochter te bezoeken, hij vertrekt ’s ochtends vroeg met zijn bus om onderhoudsklussen te doen. Contact met hen is lastig; de gordijnen blijven meestal dicht. Op een dag gaat de politie met een tolk bij hen langs, na een anonieme tip over een hennepkwekerij. De vrouw doet open en laat de agenten binnen. Een kwekerij? Daar weet ze niets van. Ze is net drie weken terug uit Bulgarije en zou niet eens weten hoe een hennepplant eruitziet. De politie doorzoekt het huis. Geen planten te bekennen, maar aan de elektriciteitsmeter is gerommeld. De vrouw haalt haar schouders op. „Vraag maar aan mijn man,” zegt ze. Ze blijft rustig in haar stoel zitten. Als de vrouw even later opstaat, schuift een kleedje onder haar stoel iets weg. Er blijkt een luik onder haar stoel aanwezig naar de kruipruimte. En, jawel: daar staan ruim 230 hennepplanten te stralen onder assimilatielampen. >Geen planten te bekennen, maar aan de elektriciteitsmeter is gerommeld Dat de vrouw er niets vanaf zou weten, komt niet overtuigend over. Haar schoenen staan in de kruipruimte met een schaartje erin om de henneptoppen te knippen. Hoe de man op de hoogte is gekomen van de aanwezigheid van de politie wordt niet duidelijk, maar hij verschijnt heel snel. Hij geeft royaal toe dat de kwekerij heeft aangelegd. Zijn vrouw heeft maar een klein beetje geholpen. De officier van justitie vraagt op de zitting veroordeling tot een taakstraf. Bovendien, omdat misdaad niet mag lonen, vordert zij dat beide verdachten samen het bedrag van de geschatte winst zouden moeten betalen. Man en vrouw geven aan dat ze maar één keer hennep hebben kunnen oogsten. Dat blijkt niet erg aannemelijk, gezien de aangetroffen resten van hennepplanten, het stof op koolstoffilters, de verkleuring van houten latten, en het hars op de knipscharen. Uitgaande van een eerdere oogst en rekening houdend met gemaakte kosten wordt de winst geschat op een kleine 25.000 euro. Naast het verrichten van een stevige taakstraf moeten zij samen dat bedrag ophoesten. Beiden doen gelijk afstand van het recht om in hoger beroep te gaan. Misschien is het van opluchting. Of misschien… is het een koopje, vergeleken met wat ze écht verdiend hebben. _Wim Donker, echtgenoot, vader, opa. Was de oudste (politie-)rechter van rechtbank Den Haag._